User Manual

3. Diepe borden
4. Platte borden
5. Bestekmand
6. Schaaltjes
Gebruik van het onderrek
Wij raden aan om de grotere stukken, die het moeilijkst te reinigen zijn, in het onderrek te
plaatsen: kookpotten, pannen, serveerschalen, slaschalen, zoals weergegeven in de figuur
rechts.
Serveerschalen en deksels plaatst u bij voorkeur aan de zijkanten van de rekken, zodat ze
de draaiende sproeiarmen niet hinderen.
Plaats kookpotten, slaschalen etc. altijd met de bovenkant naar beneden in de vaatwasser.
Zet diepe kookpotten een beetje scheef zodat het water eruit kan lopen.
Het onderrek is voorzien van flexibele rekken die naar beneden geplooid kunnen worden om
plaats te maken voor kookpotten en pannen van verschillende groottes.
1. Ovalen schaal
2. Dessertbordjes
BESTEKMAND
Plaats het bestek altijd in de bestekmand met de handvaten omlaag. Als de mand beschikt
over zijrekken, kunt u elke lepel afzonderlijk in een vakje plaatsen. Lang keukengerei dient u
bovendien horizontaal voorin het bovenrek te plaatsen.
1. Vorken
2. Soeplepels
3. Dessertlepels
4. Theelepels
5. Messen
6. Opscheplepel
7. Opschepvork
WAARSCHUWING!
Zorg ervoor dat er geen bestek uitsteekt aan de onderkant van de bestekmand.
Verder mag er onderaan het onder- of bovenrek ook geen keukengerei uitsteken. Om enig
risico op kwetsuren te vermijden, moet u messen en ander scherp keukengerei zodanig in de
manden plaatsen dat het gevaarlijke gedeelte naar beneden is gericht, of leg ze horizontaal.
ININ
2
1
1
1
1
2
2
1
2
4
3
4
2
6
4
3
2
4
2
3
5
3
3
3
3
3
3
5
5
5
4
7
1
1
1
6
4
4
5
5
5
4
1
4
2
2
5
5
10