User Manual
N
L-23
Pannen worden niet
heet en verschijnt op
het display.
De inductiekookplaat detecteert
de pan niet omdat hij niet
geschikt is voor bereidingen
met inductie.
De inductiekookplaat detecteert
de pan niet omdat hij te klein is
voor de kookzone of niet goed
in het midden van de kookzone
is geplaatst.
Gebruik kookgerei dat geschikt is
voor bereidingen met inductie. Zie
deel „Het kiezen van het juiste
kookgerei”.
Zet de pan goed in het midden en
controleer of de bodem overeenkomt
met de afmetingen van de kookzone.
De inductiekookplaat of
een kookzone is
onverwacht
uitgeschakeld, er klinkt
een geluidssignaal en er
wordt een storingscode
weergegeven (normaal
afgewisseld met twee
letters op het display
van de timer).
Technische storing.
Noteer de letters en cijfers van de
storingscode, trek de stekker van de
inductiekookplaat uit de
wandcontactdoos en neem contact op
met een gekwalificeerd technicus.
Weergave storingen en inspectie
Als zich een storing voordoet, wordt de inductiekookplaat automatisch in de
beveiligde status gezet en worden de bijbehorende codes weergegeven:
Probleem
Mogelijke oorzaken
Oplossingen
F3/F4
Storing temperatuursensor
van de inductiespoel
Neem contact op met de
leverancier.
F9/FA
Storing temperatuursensor van
IGBT.
Neem contact op met de
leverancier.
E1/E2
Abnormale voedingsspanning
Controleer of de elektrische
voeding normaal is.
Schakel weer in als de
elektrische voeding weer
normaal is.
E3
Hoge temperatuur van de
temperatuursensor van de
inductiespoel
Neem contact op met de
leverancier.
E5
Hoge temperatuur van de IGBT
temperatuursensor
Start opnieuw nadat de
kookplaat is afgekoeld.
Hierboven is de beoordeling en inspectie van veel voorkomende storingen
weergegeven.
Haal het apparaat niet zelf uit elkaar en vermijd elk gevaar en schade aan de
inductiekookplaat.










