Operation Manual

T-Modell - 05/06 - Ausgabe 09/05 - 201804309 - BUE-0006-05NL 85
8
Elektrische installatie
8.4 Elektroblok (EBL 99)
Afb. 94 Elektroblok (EBL 99)
1 Netaansluitdoos 230 V~
2 Uitgang: blok 1 - koelkast
3 Uitgang: blok 2 - dynamo D+
4 Uitgang: blok 4 - verwarming, veiligheids-/aftapven-
tiel, basisverlichting (verlichting in het ingangsbe-
reik), opstap
5 Uitgang: blok 3 - paneel
6 Uitgang: blok 5 - zonnecellen (voorzover aanwezig),
reserve 2, reserve 3, reserve 4
7 Uitgang: blok 6 - zonneregelaar (voorzover aanwe-
zig)
8 Uitgang: blok 7 - extra laadapparaat
9 Uitgang: blok 8 - verbruikerscircuit 1,
verbruikerscircuit 2, TV, waterpomp, reserve 1,
reserve 5, reserve 6
10 Schakelaar accukeuze lood-zuur/lood-gel
11 Zekeringen (zie tabel "Toekenning van de zekerin-
gen")
12 Accu-scheidingsschakelaar "Batterie Ein/Aus" (accu
Aan/Uit)
Taken van het elektroblok
Het elektroblok laadt de woonruimteaccu. De startaccu krijgt via het elektroblok alleen een drup-
pellading.
Het elektroblok bewaakt de spanning van de woonruimteaccu.
Het elektroblok verdeelt de stroom naar de 12-V-stroomcircuits en beveiligt deze.
Het elektroblok bevat aansluitingen voor een zonnepaneel-regelaar en een extra laadapparaat
alsmede verdere besturings- en bewakingsfuncties.
Het elektroblok scheidt de startaccu elektrisch van de woonruimteaccu als de voertuigmotor is
uitgeschakeld. Zo kunnen de 12-V-verbruikers van de woonruimte de startaccu niet ontladen.
Het elektroblok functioneert alleen in combinatie met het paneel (Afb. 96).
Als het elektroblok sterk wordt belast, reduceert het ingebouwde laadapparaat de laadstroom om
het laadapparaat tegen oververhitting te beveiligen. Het elektroblok wordt bijv. sterk belast als een
lege woonruimteaccu wordt geladen, daarnaast verbruikers zijn ingeschakeld en de omgevingstem-
peratuur hoog is.
Inbouwplaats van het elektroblok
Zie hoofdstuk 16.
> Ventilatiesleuven van het elektroblok niet afdekken. Gevaar voor oververhitting!