Operation Manual

T-Modell - 05/06 - Ausgabe 09/05 - 201804309 - BUE-0006-05NL 33
4
Tijdens het rijden
4.8 Pilotenstoel voor bestuurdersstoel en passagiersstoel (gedeelte-
lijk speciale uitvoering)
4.8.1 Stoel in de lengte verstellen
Ontgrendelingsgreep (Afb. 12,1) naar boven trekken. De stoel kan naar voor of naar achter wor-
den verschoven.
Ontgrendelingsgreep loslaten. De stoelrail vergrendelt automatisch in de gewenste positie.
4.8.2 Stoel draaien
Ontgrendelingsgreep (Afb. 12,3) naar bo-
ven trekken. De stoel wordt uit de vergren-
deling gehaald. De draairichting is naar be-
lieven. Een vergrendeling van de stoelen is
alleen mogelijk in de rijrichting.
Stoel in rijrichting terugdraaien. De stoel
vergrendelt automatisch.
4.8.3 Rugleuning instellen
Greep (Afb. 12,4) draaien. De hoek van de
rugleuning kan worden versteld.
4.8.4 Armleuning instellen
Voor eenvoudige hantering eerst de armleu-
ning iets naar boven zwenken.
Voor de fijnintstelling het handwiel
(Afb. 12,2) naar boven resp. naar beneden
draaien.
Afb. 12 Bestuurdersstoel en passagiersstoel
Voor het begin van de rit de bestuurdersstoel en passagiersstoel in de rijrichting
draaien en vergrendelen.
De stoelen tijdens de rit in de rijrichting vergrendeld laten en niet verdraaien.
> Om het gordelslot niet te beschadigen het gordelslot voor het draaien van de bestuur-
ders- of passagiersstoel naar beneden drukken.