Operation Manual
Bladzijde 20 van 24 Bladzijden
C2000BT NEDERLANDS
AANVULLENDE BELANGRIJKE OPMERKINGEN
• Gebruik het apparaat niet gedurende een lange tijd zonder de motor van het voertuig te laten lopen.
Anders kan de accu leeg raken waardoor een goede start van de motor niet mogelijk is en de levensduur
van de accu wordt verkort.
• Laat indien mogelijk het apparaat door gekwalificeerde professionele mensen installeren.
• Sluit eerst alle bedrading aan en controleer of alles goed is aangesloten en goed werkt, voordat u het
apparaat uiteindelijk in de 1 x DIN grote opening van uw dashboard plaatst.
• Gebruik uitsluitend bij het apparaat geleverde onderdelen om een juiste installatie zeker te stellen. Het
gebruik van andere onderdelen kan storingen veroorzaken.
• Raadpleeg uw dichtstbijzijnde autodealer als de installatie het boren van gaten en andere modificaties aan
uw auto nodig maakt.
• Installeer het apparaat waar het niet in de weg van de bestuurder zit en waar het de passagier bij een
noodstop niet kan verwonden.
• Het kan zijn dat bij sommige USB-geheugensticks niet alle functies kunnen worden gebruikt.
• Dit apparaat is voor voertuigen met een 12-volt accu en negatieve massa. Controleer de accuspanning
vóór het installeren in een recreatief voertuig, vrachtwagen of bus.
• Let erop de accukabel los te koppelen voordat u aan de installatie begint, om kortsluiting in het elektrische
systeem te voorkomen.
• Raadpleeg deze handleiding voor details over het aansluiten van de eindversterker en andere apparaten.
• Zet de bekabeling vast met kabelbindbandjes of tape. Draai tape om de bedrading waar het tegen metalen
onderdelen aanligt, om de bekabeling te beschermen.
• Leid en bevestig alle bekabeling zo, dat het geen bewegende onderdelen kan raken, zoals de koppeling,
handrem of geleiderails van de stoelen.
• Leid de bekabeling niet langs plaatsen die heet worden, zoals in de buurt van de verwarmingsuitvoeren.
Als de isolatie van de bekabeling smelt of scheurt bestaat het gevaar op kortsluiting van de bekabeling met
het chassis van het voertuig.
• Leid de gele draad niet door een gat naar het motorcompartiment om op de accu aan te sluiten. Dit kan de
draadisolatie beschadigen en een zeer gevaarlijke sluiting veroorzaken.
• Kort geen van de draden in. Als u dat wel doet kan het zijn dat de beveiligingsschakeling niet werkt als het moet.
• Voorzie andere apparatuur nooit van spanning door de isolatie van de voedingsdraad van het apparaat
door te snijden en daar een andere draad op aan te sluiten. De huidige capaciteit van de draad zal dan
worden overschreden, waardoor oververhitting ontstaat.
• Als de zekering wordt vervangen, gebruik dan uitsluiten zekeringen met dezelfde waarde als in de
beschrijving op het apparaat staat vermeld.
• Luidsprekers die op dit apparaat worden aangesloten moeten hoogvermogenstypen zijn met een minimaal
vermogen van 30 W en een impedantie van 4-8 ohm. Het aansluiten van de luidsprekers met andere
uitgangs- en/of impedantiewaarden dan hier aangegeven, kunnen er toe leiden dat de luidsprekers in
brand vliegen, gaan roken en beschadigd raken.
• Als dit product wordt ingeschakeld, wordt er via de blauwe draad een besturingssignaal uitgestuurd.. Sluit
deze aan op het besturingssysteem van een externe vermogensversterker of op de
relaisbesturingsaansluiting van de autoantenne aansluiting (max. 300 mA, 12 Vdc). Als de auto over een
glasfiber antenne beschikt, sluit het dan aan op de voedingsaansluiting van de antenneversterker aan.
• Als er een externe vermogensversterker met dit systeem wordt gebruikt, let er dan op de blauwe draad niet
op de voedingsaansluiting van de versterker aan te sluiten. Net zo geldt dat de blauwe draad niet op de
voedingsaansluiting van de autoantenne moet worden aangesloten. Dergelijke aansluitingen kunnen
excessieve stroom trekken en tot defecten leiden.
• Dek de niet aangesloten draden af met isolerende tape om kortsluiting te voorkomen. Isoleer vooral de niet gebruikte
luidsprekerdraden zonder uitzondering. Als de draden niet geïsoleerd zijn bestaat de kans op kortsluiting.
• Vuil of condens op de lens in dit apparaat kan ervoor zorgen dat het apparaat niet afspeelt.
• Het afspelen van cd's die met de juiste indeling (format) zijn opgenomen met een pc is mogelijk, maar
afhankelijk van de toepassingssoftware, instellingen en andere factoren kan het zijn dat afspelen niet mogelijk is.
(Raadpleeg voor details in de winkel of bij de dealer waar u de toepassingssoftware heeft aangeschaft.)
• CD-Extra-cd's kunnen als muziek-cd's worden afgespeeld.
• Het kan zijn dat normaal afspelen van cd-r/cd-rw niet mogelijk is als ze niet met een muziek-cd-recorder
zijn opgenomen.
• Het is zelfs mogelijk dat cd-r/cd-rw die op een muziek-cd-recorder zijn opgenomen niet kunnen worden
afgespeeld, ten gevolge van cd-karakteristieken en vuil op de cd. Vuil of condens op de lens in het
apparaat kan ook de oorzaak zijn van niet afspelen.
• Titels en andere tekstinformatie die op de cd-r/cd-rw zijn opgenomen (ID3TAG) kunnen door het apparaat
worden getoond.
• Als u een cd-rw in dit apparaat plaatst zal het langer duren voordat het afspelen begint dan wanneer u een
gewone cd of cd-r plaatst. Lees de voorzorgsmaatregelen betreffende cd-r/cd-rw voor gebruik.
• Rijden en bellen tegelijk is gevaarlijk, parkeer a.u.b. uw voertuig alvorens een gesprek te voeren. De
leverancier kan geen aansprakelijkheid aanvaarden indien deze waarschuwing niet wordt opgevolgd.










