Operation Manual

Bladzijde 16 van 24 Bladzijden
C2000BT NEDERLANDS
RDS-WERKING EN BESCHRIJVING
Dankzij het Radio Data System (RDS) kunt u optimaal gebruik maken van uw met RDS
uitgeruste apparaat. Met RDS kunnen radiostations gegevens verzenden die het gebruik
makkelijker maken. De radiostations kunnen korte berichten via RDS verzenden en extra
informatie leveren over de programma's die worden uitgezonden zoals over het weer,
algemene informatie, files, titels van platen, inbelnummers, enz. RDS-informatie wordt
verzonden door veel radiostations die via de FM-band uitzenden.
PS (Program Service Name)
Het apparaat wordt geleverd met een lettertekendisplay die de naam van het geselecteerde
radiostation aangeeft. Als u uw favoriete radiostations onder de presetnummers
programmeert, wordt niet alleen de frequentie opgeslagen, maar ook de identiteit van het
station. Als u RADIO-ÉÉN onder knop één heeft opgeslagen, dan zal het drukken op deze
knop altijd RADIO-ÉÉN geven, waar u ook bent in het land.
AF (Alternative Frequency) automatische afstemming
Het apparaat ontvangt informatie over de frequenties van dichtbijzijnde zenders. Hierdoor
kan het sterkste FM-signaal voor het geselecteerde station worden gekozen. Dit is voor u als
bestuurder bijzonder handig en veilig, omdat u niet langer opnieuw hoeft af te stemmen als u
in verschillende zendbereiken rijdt.
Regionale koppelingen (REG aan/uit)
Veel plaatselijke radiostations beschikken slechts over een paar verschillende frequenties en
dekkingsgebied is beperkt. Enkele plaatselijke stations zijn samengekoppeld overeenkomstig
hun regio, zodat als het signaal van een plaatselijk radiostation zwak wordt, het apparaat
naar een andere plaatselijke station in dezelfde regio kan schakelen. Als u wilt dat de radio
op hetzelfde plaatselijke station afgestemd blijft, ongeacht de signaalsterkte of -kwaliteit, dan
zet u de Regionale functie op aan, zoals op de voorgaande bladzijden staat beschreven.
TA en TP
(Travel Announcements / Travel Program Identification, (verkeersinformatie /
verkeersprograma - identificatie))
Als een plaatselijk radiostation verkeersinformatie uitzendt, wordt het apparaat geïnformeerd. Deze
informatie kan worden gebruikt om u van verkeersinformatie te voorzien zonder dat u voortdurend
naar dat specifieke radiostation hoeft te luisteren. Als de verkeersinformatie wordt uitgezonden
onderbreekt het apparaat het afspelen van de AUX/CD/USB/SD-MMC en schakelt automatisch
om naar de verkeersinformatie. Aan het eind van de verkeersinformatie keert het apparaat terug
naar de voorgaande status door terug te schakelen naar CD, AUX, USB of SD-MMC.
Hiervoor moet de verkeersinformatiefunctie (TA) aangeschakeld zijn. Het apparaat laat u
alleen afstemmen op een station dat in staat is de betreffende RDS-verkeersinformatie te
verzenden.
Als het signaal van het geselecteerde radiostation zwak wordt, stemt het apparaat opnieuw
af op een ander station dat RDS-verkeersinformatie uitzendt. Het pictogram TP wordt
zichtbaar in de informatiedisplay, als een TP-station is gevonden en geselecteerd.
EON (Enhanced Other Networks, verbeterde andere netwerken)
Het apparaat is uitgerust met de functie Enhanced Other Network (EON) en kan van een
nationaal netwerkstation (bijv. RADIO ÉÉN) overschakelen naar de verkeersinformatie van
een plaatselijk radiostation, en vervolgens aan het eind van de verkeersinformatie weer terug
naar het nationale station. Het apparaat is bijvoorbeeld afgestemd op RADIO VIER, en de
TA-functie is ingeschakeld. U kunt naar RADIO VIER of naar een cd luisteren of zelfs het
volume dichtgezet hebben. Als een plaatselijk radiostation in de buurt, zoals RADIO
PLAATSELIJK, verkeersinformatie uit gaat zenden, geeft een RDS-signaal dat door RADIO