Installation Instructions
Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden!
Montage- en onderhoudsvoorschrift Voorraadtank VB400 voor Logano SP251 - Uitgave 06/2006 9
Montage aanzuigmodule (optie)
4
4.2 Montage van de aanzuigslangen
aan de aanzuigmodule
INSTALLATIEAANWIJZING
De retourluchtslang wordt altijd aan
de turbineaansluiting (rode sticker) en
de aanzuigslang altijd aan de
aansluiting van de afscheider (groene
sticker) gemonteerd (afb.12 en 19).
AANWIJZING
Als de aanzuig- en retourluchtslang
niet correct gemonteerd zijn, kan de
werking van de aanzuiginstallatie
verstoord zijn. Let absoluut op
dichtheid!
LEVENSGEVAAR
Door wrijving van lucht en pellets in de
aanzuigslangen ontstaat bij de werking
van het aanzuigsysteem een statische
lading. Om die statische lading af te
geleiden, moeten de aanzuig- en
retourluchtslangen verbonden worden
met de algemene aarding.
Daarvoor worden de aan de uiteinden
van de slangen ingegoten koperen
geleiders ca. 30 – 40 mm uit de slang
getrokken (afb.13), getwist en aan de
binnenzijde van de slang geplaatst
(afb.14).
Op afbeelding 15 zijn de
aanzuigslangen aangesloten op het
aanzuigstuk van de GSM 1,5.
Opdat de slangen aan de
aansluitingen fixeerd zouden zijn,
worden ze vastgeklemd met de
geleverde kabelklemmen (afb.16).
• De aanvoer- en retourluchtslangen
(beschikbaar als optie) worden op
de rugzijde van de turbine-
behuizing gestoken aan de
aansluiting van de afscheider en
de turbine. Opdat de slangen aan
de aansluiting gefixeerd zouden
zijn, worden ze vastgeklemd met
de geleverde kabelklemmen
(afb. 12).
Afb.12
Afb.13 Afb.14
Afb.15
Afb.16
Afscheider
Turbineaansluiting
Aanzuig-
slang
Retourlucht-
slang










