Installation Instructions

Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden!
14 Montage- en onderhoudsvoorschrift Voorraadtank VB400 voor Logano SP251 - Uitgave 06/2006
Parameterdefinitie
5
4.13 Parameterdefinitie
Parameter Functie
1 Als het aanzuigsysteem
gecombineerd wordt met
randapparaten van andere
fabrikanten (ondergrondse
tank, zaksilo, enz.) kan het
nodig zijn de turbine
gedurende korte tijd voor het
aanvoeraggregaat van het
randapparaat (vijzel of tril-
apparaat) volgens de
instructies van de fabrikant aan
te laten voeren. Als dat
voorgeschreven wordt, moet
deze parameter zo ingesteld
worden. (invoer in seconden)
2 Aanzuigtijd van de turbine.
Gedurende deze tijdspanne
wordt de aanzuigturbine,
inclusief de vijzel voor
transport uit de opslagruimte,
aangestuurd. Als de installatie
gebruikt wordt samen met een
ringsysteem (combinatie met
RES), dan is deze parameter
in de fabriek al ingesteld op
240 seconden. Als het
aanzuigsysteem echter
gebruikt wordt in het vacuüm-
systeem met andere rand-
apparaten (ondergrondse tank,
zaksilo, enz.), dan moet deze
parameter ingesteld worden in
functie van het aanzuig-
vermogen (afhankelijk van de
slanglengte en van het
afnamesysteem). Standaard
kan een waarde van 10 sec.
ingesteld worden in het
vacuümsysteem, maar er moet
op gelet worden dat de
cycloonafscheider in het
aanzuigsysteem niet overvuld
raakt. (verstopping van de
zeeffilter en daarna storing in
de installatie) (invoer in
seconden).
3 In het tijdvenster van de
aanzuignadraaitijd wordt alleen
de aanzuigturbine aangestuurd
om de pellets die nog
aanwezig zijn in de
aanzuigslang naar de
afscheider te transporteren.
Deze parameter wordt in
seconden ingevoerd, en is in
de fabriek ingesteld op 15
seconden. Bij vacuümwerking
(cycloonklep) moet deze
parameter op 0 ingesteld
worden.
4 De pauzetijd definieert na
afloop van de eerste drie
tijdstappen (parameter 1 tot 3)
de rustfase van het aanzuig-
systeem tot er vervolgens weer
begonnen wordt met
parameter 1. Deze procedure
wordt herhaald tot de
capacitieve sensor het
maximale vulpeil in de tussen-
opslag registreert en het
aanzuigsysteem voor een
bepaalde tijd uitschakelt
(parameter 6), of tot de
maximale vultijd (parameter 5)
bereikt is.
5 De maximale vultijd bepaalt de
tijdspanne dat het aanzuig-
systeem de tussenopslag-
recipiënten vult (afwikkeling
van parameters 1 tot 4), tot de
capacitieve sensor het max.
vulpeil herkent. Als het max.
vulpeil binnen deze tijd niet
wordt bereikt (bv. er zijn geen
pellets in de opslagruimte),
dan wordt een foutmelding “TO
ERROR - TASTE" (“TIME OUT
ERROR – TOETS”) getoond
op het display. Deze melding
kan met één van de toetsen
gewist worden (invoer in
minuten).
6 Parameter 6 definieert de hoe
lang wachttijd van het aanzuig-
systeem tot de turbine na de
vulstandmelding van de
capacitieve sensor bedraagt
voor die opnieuw vrijge-
schakeld wordt en een nieuwe
aanzuigcyclus gestart wordt.
De fabrieksinstelling bedraagt
6 uur.