6304 3757 - 12/2004 NL(BE) Voor de vakman Montage- en bedieningsvoorschrift Pelletsketel Logano SP251 Zorgvuldig bewaren Zorgvuldig lezen vóór de montage en de bediening
Voorwoord Het toestel voldoet aan de basisvereisten van de betreffende Europese richtlijnen: -97/23 EG Richtlijn voor druktoestellen -98/37 EG Machinerichtlijn -73/23/EEG Laagspanningsrichtlijn -89/336/EEG EMV-richtlijn De conformiteit werd aangetoond. De betreffende documenten en de originele conformiteitverklaring bevinden zich bij de fabrikant.
Inhoudsopgave Pelletsketel Logano SP251...................................................................1 1 Algemeen.........................................................................................5 2 Toelichting van de symbolen .........................................................5 3 Veiligheid.........................................................................................6 3.1 Voorgeschreven toepassing....................................................6 3.
Inhoudsopgave 8 Bediening ...................................................................................... 33 8.1 Bedieningselementen van de ketelregeling ESE................... 33 8.2 Weergaven op het display..................................................... 33 8.3 Weergaven op het display bij het inschakelen....................... 34 8.4 Storingen .............................................................................. 35 8.5 Bedrijfsinstellingen ...........................................
Algemeen/Toelichting van de symbolen 1 1 Algemeen AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER Respecteer voor de montage en de werking van de installatie de plaatselijke normen en richtlijnen! Respecteer de gegevens op het typeplaatje van de ketel. Die moeten nagevolgd worden. 2 Toelichting van de symbolen Er wordt een onderscheid gemaakt tussen twee soorten gevaren die worden aangegeven met verschillende signaalwoorden.
3 Veiligheid 3 Veiligheid 3.1 Voorgeschreven toepassing De pelletsketel Logano SP 251 kan conform DIN 12828 ingebouwd worden in verwarmingsinstallatie tot 100 °C. 3.2 Veiligheidsaanwijzingen Bij rookgasgeur: schakel het toestel uit, open vensters en deuren. Neem contact op met uw vakman. Verbrandings- / kamerlucht Zorg ervoor, dat de verbrandings- / kamerlucht geen agressieve stoffen bevat (bv. halogeenkoolwaterstoffen, die chloorof fluorverbindingen bevatten). Zodoende wordt corrosie vermeden.
Gegevens over het toestel 4 Gegevens over het toestel 4.1 Opbouw 4 Het toestel bestaat uit een ketellichaam met bovenste en onderste deel, een brandereenheid die rechts of links gemonteerd kan worden en een regeltoestel. • (1) Bovenste deel: 9 (uitvoering 15kW) of 16 (uitvoering 25 kW) rookgaskanalen met ingebouwde draaibare turbulatoren voor een optimale warmteoverdracht en een volautomatische reiniging.
4 4.3 Gegevens over het toestel Uitrusting Modulair opgebouwde stalen ketel voor pellets; bestaande uit een watergekoeld onderste deel dat geplaatst wordt op het bovenste deel als warmtewisselaar met verticale leidingen. Complete ketelmantel uit staalplaat met poederlak en met 80mm isolatie afgewerkt met aluplaten.
Gegevens over het toestel 4 875 1525 1797 785 1100 700 700 785 1225 105 985 1225 Pelletsketel Logano SP251 Ø 130 (Ø150) 300 1250 1100 1525 1155 1100 1320 1370 950 100 150 392 785 90 785 450 1480 Pelletsketel Logano SP251 met aanzuiginstallatie voor pelletsaanvoer Hoogte 1525 mm Ø leidingaansluiting Breedte 1225 mm Diepte 873 mm Gewicht 450 kg - 15kW 475 kg – 25kW Aansluiting vertrekleiding Aansluiting retourleiding Aansluiting leegloop 130 mm – 15 kW 150 mm – 25 kW 1 “
4 4.4 Gegevens over het toestel Technische gegevens Technische gegevens Logano SP 251 Benaming Nominaal vermogen (VL) Deellast (TL) Ketelrendement nominaal vermogen Ketelrendement deellast Verbrandingswaarde brandstof bij nominaal vermogen Verbrandingswaarde brandstof bij deellast Waterzijdig Waterinhoud Aansluiting ketelvertrek – buitendraad Aansluiting ketelretour – buitendraad Max. keteltemperatuur Min. retourtemperatuur Max.
Gegevens over het toestel 4.5 4 Werkingsbeschrijving Een extern toevoersysteem voor de pellets dat is gemonteerd op de valaansluiting van de brandsluis met schottenwiel voorziet de brander van pellets. De toegevoerde pellets worden gecontroleerd door een vulsensor en door de natuurlijke zwaartekracht van de brandsluis met schottenwiel naar de doseervijzel gevoerd. De pellets worden via het invoerkanaal langs de onderzijde naar de branderpot gevoerd (verbranding langs onder).
4 Gegevens over het toestel De vereiste draaibeweging van de turbulatoren wordt veroorzaakt door de onderhoudsvrije kettingaandrijving. Verbrandingsresidu's en uitgescheiden assen vallen onderaan in de vuurhaard en worden op geregelde intervals door de ontassingsvijzel naar de assenbak gevoerd. Aan de rugzijde van de ketel bevindt zich achter een afdekplaat een aanzuigventilator die de rookgassen uit de ketel zuigt en door de rookgasleiding naar de schoorsteen voert.
5 Planningsaanwijzingen 5 Planningsaanwijzingen De pelletsketel vormt de ideale oplossing voor een ecologische en economische verwarming, met name voor energiezuinige één- en meergezinswoningen. Voor een comfortabele en storingsvrije werking van de installatie moeten al in de planningsfase de specifieke eigenschappen van een pelletsketel in acht genomen worden. 5.1 Informatie over pellets Pellets zijn kleine samengeperste cilindrische staafjes, die bestaan uit natuurlijke houtresten.
5 5.2 Planningsaanwijzingen Uitvoering van de rookgasinstallatie Voor een storingsvrije werking van de installatie moet er een schoorsteen zijn die voldoet aan de voorschriften en is aangepast aan het ketelvermogen. AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER We raden u aan de goede werking van de schoorsteen eerst door een vakman te laten controleren. • De lichte wijdte van de schoorsteen (lichte diameter of kleinste zijlengte) moet ten minste 130 mm (type 15 kW) of 150 mm (type 25 kW) bedragen.
Planningsaanwijzingen • De rookgassen moeten langs de schoorsteen zo naar buiten gevoerd worden, dat het condensaat van de gasvormige rookgascomponenten niet voert tot schade aan de schoorsteen. • De rookgasleidingen mogen nooit direct in de schoorsteen gemetst worden. • Voor de reiniging van de rookgasleiding moeten er goed toegankelijke reinigingsopeningen voorhanden zijn. • In de stookruimte zou er in de rookgasleiding of in de schoorsteen een trekregelaar met explosieklep ingebouwd moeten worden.
6 Installatie 6 Installatie 6.1 Voorschriften De volgende richtlijnen en voorschriften moeten nageleefd worden in Duitsland (neem contact op met uw filiaal van Buderus voor de plaatselijke richtlijnen): • • Bepalingen en voorschriften van de plaatselijke elektriciteitsfirma 6.2 DIN 4705, deel 1, 2 en 10 (berekening van schoorsteenafmetingen) Belangrijke aanwijzingen • Voor de installatie van de ketel moet u contact opnemen met erkende vaklui.
Installatie 6 Bijzonder corrosief zijn: Halogeenkoolwaterstoffen (bv. chloor en fluor), die in oplosmiddelen, verf, lijm, drijfgassen, diverse huishoudelijke reinigingsmiddelen (bv. ammoniak) enz. zitten. Deze stoffen mogen ook niet opgeslagen of verwerkt worden in aangrenzende ruimten, als in die ruimten dezelfde lucht circuleert als in de stookruimte. • De omgevingstemperatuur van de ketel mag niet meer bedragen dan 35 °C.
6 Installatie SCHADE AAN DE INSTALLATIE Door vorst De opstellingsruimte van de pelletsketel moet vorstvrij zijn en voldoen aan de geldende eisen inzake verluchting. Opstellingsruimte Kies de opstellingsruimte zo, dat: • - er voldoende ruimte is rond het toestel voor de montage van de vereiste verwarmings-, rookgasen elektrische leidingen; - de rookgassen via de kortste weg naar de schoorsteen gevoerd worden; a Afb. 15 Onderste deel ketel a scharnierschroef - de opstellingsruimte vorstvrij is.
Installatie 6.5 6 Toestel demonteren Om het transport naar de opstellingsruimte te vergemakkelijken kan het toestel verder gedemonteerd worden: • • • • • keteldeur ontassingsvijzel brandereenheid bovenste deel ketel (warmtewisselaar) onderste deel ketel (vuurhaard). b c SCHADE AAN DE INSTALLATIE door onvakkundige montage - Plaats de delen zo, dat ze niet verontreinigd of beschadigd kunnen raken. Afb.
6 • Installatie Schroef de 4 schroefogen die deel uitmaken van de leveringsomvang in de daarvoor voorziene bevestigingspunten (e) aan het bovenste deel van de ketel (afb. 18). e e f Draai de 16 flensschroeven (f) los (afb. 18). f SCHADE AAN DE INSTALLATIE g door onvakkundige montage - Dichting (g) niet beschadigen.
Installatie 6.6 Toestel opstellen • Hef het onderste deel van de ketel met de gepaste transport- en hefmiddelen (bv. 2 leidingen 1½ “) van de pallet en breng hem in de opstellingsruimte (afb.20). (Opgelet: gewicht ca. 160 kg). • Plaats het onderste deel van de ketel; respecteer daarbij de minimumafstanden (afb.14) en positioneer hem aan de hand van de instelbare voetjes horizontaal. • Breng het bovenste deel van de ketel met de gepaste transport- en hefmiddelen in de opstellingsruimte.
6 Installatie • Plaats het ontassingsframe links in de ketel – let er daarbij op, dat de steun (j) onderaan gepositioneerd is (afb. 19). • Beveilig het ontassingsframe met 4 klemmen (afb. 19). Voer de brander in de vuurhaard in (opgelet: ca. 50 kg) en bevestig hem met de zijdelingse spanbeugels (d) (afb. 17). • Controle met de voeler, span de zijdelingse spanbeugels eventueel nog wat verder aan.
6 Installatie 6.7 Ketelmantel monteren • Wikkel alle kabels van de brandereenheid af. Plaats de kabels van de ventilator en van de rookgasvoeler over de ketel. • Neem uit het zakje met kleine onderdelen (4 moeren M8 en 8 steekkabelbinders) de 4 M8 moeren voor de bevestiging van de zijdelingse afdekkappen. • Neem de zijdelingse afdekkappen uit de doos met afdekkappen en verwijder de plastieken folie.
6 Installatie • Schuif de ketel- en rookgasvoeler, reinigingskabel voor de warmtewisselaar, kabel voor de interface en kabel van de ventilator in de daarvoor voorziene opening voor de stekkerplatine (afb.28 - o). • Schroef de afdekking van de stekkerplatine vast (boven de brandereenheid) (2 parkervijzen). • Bevestig de tussenschalen (afb. 21/7) aan de zijkant (links en rechts) telkens met 2 parkervijzen (tussenschaal bevindt zich in de frontafdekking met het logo van Buderus) (afb.
Installatie 6 AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER Plaats de dekselkap pas nadat alle kabels van het regeltoestel van Buderus zijn aangesloten. • Bevestig het deksel met 2 schroeven achteraan en de dekselkap met 4 schroeven (8 en 10) (afb. 25) aan het dekselframe. • Monteer het regeltoestel van Buderus (zie hoofdstuk 6.8).
6 6.8 Installatie Montage van het regeltoestel van Buderus 2000/4000 AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER Voor het regelen van de verwarmingskringen en voor de opwarming van de tapwaterboiler kan er gebruik gemaakt worden van het regeltoestel Logamatic 2107P of Logamatic 4211P. Montageaanwijzingen: • Plaats het regeltoestel zo, dat de inschuifhaakjes (afb. 33/2) in de ovale boringen (afb.
Installatie Aansluiting branderstekker BR 6.9 6 12 11 10 9 8 4 Regeltoestel Logamatic 4211P Afb.
6 Installatie 6.10 Aansluiting van de watervoerende leidingen Expansievat SCHADE AAN DE INSTALLATIE Vertrek en retour door defecte of niet functionerende veiligheidstoestellen. Het vertrek bevindt zich bovenaan rechts en het retour staat in het midden van de rugzijde van de ketel (afb. 2). • Als het expansievat te klein berekend werd, opent het veiligheidsventiel te vaak en moet het bijgevuld worden met vers water.
Installatie • Monteer het ventiel aan het hoogste punt van de ketel of in het vertrek in de onmiddellijke buurt van de warmteproducent. GEVAAR VOOR VERWONDINGEN Gevaar voor personen door het aflaten van het veiligheidsventiel! • • Voer het uitblaaswater naar de afvoerleiding. Aanbeveling voor vloerverwarming Als er zuurstof in de installatie binnendringt door niet-diffusiedichte kunststof leidingen, kan dat leiden tot verwarmingswaterzijdige corrosie aan de stalen installatiecomponenten.
6 Installatie 6.13 Elektrische aansluiting SCHADE AAN DE INSTALLATIE De voorgeschreven regel-, sturings- en veiligheidstoestellen zijn vooraf aangesloten en gecontroleerd. Enkel de netaansluiting 230 VAC moet bouwzijdig nog uitgevoerd worden. LEVENSGEVAAR door een onvakkundige montage Let erop, dat de kabels aan de correcte fasen zijn aangesloten. • Leidinggeleiding: voer alle aansluitkabels in de beschermende leidingen naar de schakelkast van de ketel.
Inbedrijfstelling 7 Inbedrijfstelling • 7.1 Gebruiker informeren door de installateur De vakman moet de gebruiker vertrouwd maken met de werking en de bediening van de verwarmingsketel. • • • 7.2 Toon de gebruiker hoe de installatie bijgevuld en ontlucht wordt en hoe de waterstand gecontroleerd moet worden. Overhandig alle productbegeleidende documenten aan de gebruiker. Breng het bedieningsvoorschrift aan in de buurt van de ketel op een goed zichtbare plaats.
7 Inbedrijfstelling AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER De in de fabriek vooringestelde temperaturen kunnen door de vakman aangepast worden aan de installatiespecifieke situatie. • Activeer de doseervijzel (toevoer van de brandstof in de vuurhaard). • Maximum 9 ontstekingspogingen (te controleren op het display/branderstatus). • Nadat de rookgasverschiltemperatuur bereikt werd (fabrieksinstelling 20 °C), wordt er overgeschakeld naar vollast; vermogen van 100 % (te controleren op het display).
Bediening 8 Bediening De ketelregeling ESE controleert het automatische bedrijf van de installatie: • 5 1 3 permanente controle van alle veiligheidscomponenten (terugbrandvoeler, ketel- en rookgastemperatuur en retourtemperatuur) • automatische aanpassing van het brandervermogen aan het vereiste verwarmingsvermogen • weergave van de ketelgegevens, brandertoestanden en storingen • uitschakeling van de installatie bij storingen 8.
8 • • • Bediening Bedrijfsinstellingen); bv.: Kessel Ein 10 °C Kessel Ist 60 °C Par.1 instellen op 61°C. Maximal (brander in max. last) Teillast (brander in deellast) Normal (brander in normale last) Als tegelijkertijd de toetsen en ingedrukt worden in de branderstatus, worden de retourtemperatuur en de temperatuur van het doseerkanaal (terugbrandcontrole) getoond. 8.2.2 SCHADE AAN DE INSTALLATIE In het meetbedrijf is de functie Kessel-Aus (ketel uit) niet geactiveerd.
Bediening 2000/4000 van Buderus wordt aangesloten, moet de inschakeltemperatuur ingesteld worden op 10 °C. De inschakeltemperatuur voor de ketel wordt dan automatisch gestuurd door het regeltoestel Logamatic. Druk toetsen ▲ of ▼ in om te kiezen uit de volgende talen: • english • francais • italiano • german Bevestig de keuze met de toets . 8.4 Storingen (zie ook hoofdstuk 9) Storingen die zich voordoen worden op het display aangegeven.
8 Bediening Druk de toets ▲ in, in om een van de onderstaande functies te selecteren: • Handbedienung (manuele bediening) • Parameter (parameter) • Uhr stellen (uur instellen) • Messbetrieb (meetbedrijf) • Betriebsstundenzähler (bedrijfsurenteller) • Summenzähler Dosierkanalüberwachung (teller controle doseerkanaal) Manuele bediening Druk de toets in, om de keuze te bevestigen.
Bediening 8 Teller controle doseerkanaal De RB-Counter geeft aan hoe vaak de parameter 28 overschreden werd. Druk de toets in, om de keuze te bevestigen. Op het display verschijnt: RB - Counter Als u tweemaal drukt op de toets wordt de teller van de controle van het doseerkanaal gewist. Serviceniveau verlaten Druk de toets in, om het serviceniveau te verlaten.
8 Bediening 9 Storingen De ketelregeling ESE herkent autonoom storingen. De ketel wordt buiten bedrijf gesteld en op het display verschijnt een beknopte beschrijving van de fout. Nadat de oorzaak van de fout werd verholpen, kan de foutmelding geannuleerd worden. Bovendien wordt de installatie buiten bedrijf gesteld als de veiligheidstemperatuurbegrenzer of een andere veiligheidscomponent van de installatie door de regeling wordt geactiveerd. 9.
Storingen Oorzaak Stroomtoevoer onderbroken Weergave regelaar ja neen X Controle(s) 9 Werkwijze of maatregelen Stroomtoevoer controleren Buderus regeltoestel, stroomtoevoer controleren Regelzekering defect (fijne zekering 3,15 A) X Fijne zekering controleren Zekeringssokkel vooraan draaien, openen en wegnemen, zekering wegnemen en door gelijkaardig type vervangen. Sokkel terugplaatsen en fixeren door draaien.
9 Storingen Thermobeveiligingscontact is niet gesloten (enkel voor aandrijfmotor FGA103) "motorbeveiliging" Bekabeling nazien; aandrijving op blokkade controleren Manueel bedrijf activeren aan ESE-ketelregeling, "Föderschnecke" kiezen en inschakelen, de aandrijving van de transportinstallatie wordt geactiveerd en vervoert de brandstof van de opslagplaats naar het sensorstuk via de brandsluis met schottenwiel. Als de aandrijving niet functioneert -> Servicedienst verwittigen.
Onderhoud 10 10 Onderhoud • Ventilator reinigen. (zie ook onderhoudsvoorschrift voor de Logano SP251-15 / 25) • Alle aandrijfeenheden onderhouden en smeren. • Veiligheidstoestellen controleren. • Dichtheid en dichtingen controleren. • toestel stroomloos schakelen en 5 min. wachten (ontlading van de condensatoren) Parameters van de ketelregeling eventueel aanpassen aan de behoeften van de klant of vereisten van de verbrandingsmaterialen.
11 11 Opleveringsprotocol 11 Opleveringsprotocol voor inbedrijfstelling Buderus Logano SP251 De inbedrijfstelling mag uitsluitend door geschoold personeel van de firma Buderus of één van haar partners uitgevoerd worden. Het opleveringsprotocol moet 30 dagen nadat de oplevering werd gedaan opgestuurd worden naar de firma Buderus Serienummer: ...................................................... Klantnummer: .............................................. Inbedrijfstellingdatum:..........................
Opleveringsprotocol JA Uitgevoerd controles : 11 NEEN 1. Installatie correct gemonteerd (ketel en hydraulische aansluitingen) op dichtheid gecontroleerd? 2. Systeem voor pelletsaanvoer correct gemonteerd 3. Correcte volgorde vijzels (bv. rood-geel-groen) 4. Schoorsteenaansluiting: dichtheid, isolatie, regelaar schoorsteentrek. In orde? 5. Stroomtoevoer en verbinding met regeltoestel van Buderus. In orde? 6.
11 11 Opleveringsprotocol PARAMETERLIJST voor KETELREGELING V2.0 SP251-15 /25 Nr. Eenh. Fabrieksinstelling Werking/Beschrijving SP251-15 1 °C 2 °C 3 °C 4 °C 5 sec. 6 min. 7 8 min. °C 9 0,1 °C 10 0,1 °C 11 °C 12 °C 13 trap 1-10 14 trap 1-10 15 Brander aan bij ingestelde keteltemperatuur (interne vraag) SP251-25 10 10 80 80 5 5 60 60 Materiaalinvoer voor ontstekingsvoorbereiding 90 90 Max.
Parameterdefinitie 12 Parameterdefinitie Parameter Brander wordt geactiveerd als de temperatuur daalt onder de hier ingestelde keteltemperatuur (kan ook ingesteld worden op het gebruikersniveau als „ketel aan“). 2 Brander wordt uitgeschakeld als de hier ingestelde keteltemperatuur overschreden wordt (kan ook ingesteld worden op het gebruikersniveau als „ketel uit“). 3 deellast (thermische overschommelingen) tot de waarde voor de parameter 4 weer overschreden wordt.
12 Parameterdefinities a) De brander draait volgens de instellingen voor max. last. Als de keteltemperatuur de waarde van parameter 2 - die van parameter 9 die van parameter 10 overschrijdt, wordt het volgende, kleinere brandervermogen (normale last) geactiveerd: pellets, ca 2-3cm ontstekingssbuis transportkanaal met branderschijf Schets 1 6 7 8 Zoals gezegd, worden er niet meer ontstekingspogingen ondernomen dan aangegeven in parameter 29.
Parameterdefinitie Actuele rookgastemp. > 180°C = deellast Actuele rookgastemp; < 180°C-10 K = brandervermogen volgens de keteltemperatuur 12 Temperaturhysteresis (zie boven) 13 Aan de hand van deze parameter wordt het toerental van de aanzuigventilator voor de brandertrap „max. last“ bepaald. Instelbaar toerental van 0 = tot 10 = hoogste toerental 14 Aan de hand van deze parameter wordt het toerental van de aanzuigventilator voor de brandertrap „normale last“ bepaald.
12 Parameterdefinities Zoals hier vastgesteld kan worden, hangt de reiniging niet af van een direct aangevoerde tijd, maar van de looptijd van de brander. Vooral in de overgangstijd of bij de tapwateropwarming, als de installatie enkel bedrijfsklaar is, is het daarom ook niet nodig de ketel te reinigen. 25 Als bv. omwille van bouwmaatregelen een bijkomende brandbeveiliging (bv. een brandbeveiligingsklep) nodig is, moet u vooraleer u het toevoersysteem inschakelt, wachten tot de klep geopend is.
Parameterdefinitie 30 Instelling of een ketelkringpomp (parameter 30 = 0) of een mengklep (parameter 30 = 1.....255) voor retourverhoging gestuurd wordt. Als de waarde 1 is, wordt de max. gevoeligheid (snelste reactie van de mengklep op temperatuurveranderingen) bereikt. Als de parameter ingesteld is op de waarde 20, reageert de mengklep bijgevolg trager op veranderingen van de retourtemperatuur. Als standaardwaarde voor de mengklep wordt de instelling 6 aanbevolen.
12 Parameterdefinities Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden! 50 Montage- en bedieningsvoorschrift Pelletsketel Logano SP 251 – Uitgave 12/2004
13 Konformitätserklärung
Hoogwaardige verwarmingstechnologie vereist een professionele installatie en een vakkundig onderhoud. Buderus levert haar complete gamma daarom exclusief via de verwarmingsinstallateur. Vraag hem naar Buderus, informeer u bij een van onze filialen of bezoek onze internetsite. Ambachtenlaan 42a, 3001 Heverlee Toekomstlaan 11, 2200 Herentals Rue Louis Blériot 40-42, 6041 Gosselies Venecoweg 11, 9810 Nazareth (Deinze) www.buderus.be E-mail: info@buderus.