Montage- en onderhoudshandleiding 6 720 615 993 02/2008 NL Logano plus SB105(T) - 19 Logano plus SB105(T) - 27 Compacte condensatieketel voor stookolie Voor de vakman Voor montage en onderhoud zorgvuldig lezen.
Inhoudsopgave 1 Algemeen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5 2 Veiligheid . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 3 Met betrekking tot deze handleiding . . . . . . . . Reglementair gebruik . . . . . . . . . . . . . . . . . Opbouw van de aanwijzingen . . . . . . . . . . . Neem deze aanwijzingen in acht . . . . . . . . . .
Inhoudsopgave 8.10 Functiemodules insteken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 38 8.11 Afdekkap monteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 38 8.12 Kantelbare houder voor de basiscontroller positioneren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 38 9 CV-installatie in bedrijf stellen 9.1 9.2 9.3 9.4 9.5 9.6 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 39 Verwarmingsinstallatie inschakelen. . . . . .
Inhoudsopgave 14 Installatie voor olietoevoer ontwerpen 14.1 14.2 14.3 14.4 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 81 Olietoevoerleidingen dimensioneren . . . . . Vacuüm controleren . . . . . . . . . . . . . . . Dichtheid van de aanzuigleiding controleren Antihevelklep . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 15 Bedrijfsmeldingen weergeven . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 81 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 83 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Algemeen 1 1 Algemeen Neem voor de montage en de werking van de verwarmingsinstallatie goed nota van de nationale normen en richtlijnen! Dit product voldoet qua constructie en werking aan de Europese richtlijnen evenals aan de bijkomende nationale vereisten. De conformiteit wordt met de CE-markering aangetoond. Neem goed nota van de gegevens op het typeplaatje van de verwarmingsketel. Die zijn beslissend en hiervan moet absoluut goed nota worden genomen.
2 Veiligheid 2 Veiligheid 2.
Veiligheid 2.3 Opbouw van de aanwijzingen Er wordt een onderscheid gemaakt tussen twee gevarenniveaus, die allebei door een afzonderlijk signaalwoord aangeduid worden: LEVENSGEVAAR WAARSCHUWING! Wijst op een gevaar dat eventueel van het product uitgaat en dat kan leiden tot zwaar lichamelijk letsel, zelfs met de dood tot gevolg, wanneer onvoldoende voorzorgsmaatregelen genomen worden. Beveilig de verwarmingsinstallatie tegen abusievelijk opnieuw inschakelen.
2 Veiligheid KETELSCHADE EN BEDRIJFSSTORINGEN OPGELET! door een gebrek aan of te kleine openingen voor verbrandingslucht en ventilatie van de plaatsingsruimte. Bij een kamerluchtonafhankelijke werking is de toevoer van verbrandingslucht gegarandeerd bij een vakkundige installatie van het met de verwarmingsketel toegelaten verbrandingslucht-rookgassysteem. Het is niet nodig ventilatie-openingen in de plaatsingsruimte te voorzien.
Productbeschrijving 3 3 Productbeschrijving De compacte stookolieketels Logano plus SB105 - 19 en Logano SB105 - 27 (afb. 1, links) worden in de fabriek uitgerust met een brander, regeltoestel en verschillende bijkomende componenten. De compacte stookolieketels Logano plus SB105T - 19 en Logano SB105T - 27 (afb. 1, rechts) bestaan uit de betreffende compacte stookolieketel, met een tapwaterboiler Logalux S135.
3 3.1 Productbeschrijving Hoofdcomponenten van de Logano SB105(T) – Ketelblok van staal met isolatie (afb. 4, pos. 3, pagina 11) en stookoliebrander (afb. 3, pagina 11).8 Alle onderdelen die in contact komen met de rookgassen zijn vervaardigd uit corrosiebestendig roestvrijstaal. Het ketelblok draagt de door de stookoliebrander opgewekte warmte over op het verwarmingswater. – Mantel (afb. 1, pos. 8, pagina 9) en mantelvoorwand (afb. 1, pos. 1, pagina 9).
Productbeschrijving 3.2 3 Hoofdcomponenten van de stookoliebrander – Branderventilator (afb. 3, pos. 1). 2 – Aansluiting verbrandingslucht (afb. 3, pos. 2). 1 – Motor stookoliepomp (afb. 3, pos. 8). – Tweetraps stookoliepomp met magneetklep en slang voor stookolie-aansluiting (afb. 3, pos. 9). 3 – Digitale branderautomaat SAFe 30 (afb. 3, pos. 4). De branderautomaat zorgt voor de inbedrijfstelling en bewaking van de stookoliebrander en de veiligheidsfuncties van de verwarmingsketel.
4 Technische gegevens 4 Technische gegevens 4.1 Technische gegevens van de Logano SB105(T) RK VK 35 AKO Afb. 5 Afmetingen van de Logano SB105 (maten in mm) HAA = hoogte rookgasaansluiting HR = hoogte regeltoestel De hoogten HAA en HR kunt u in de tab. 4, "Afmetingen en technische gegevens", pagina 14 vinden.
Technische gegevens EK AG 4 RK VK AKO AW EZ Afb. 6 Afmetingen voor Logano SB105T en Logano SB105 met tapwaterboiler S135/S160 (maten in mm) HAA = hoogte rookgasaansluiting HR = hoogte regeltoestel HS = hoogte boiler HAKO= hoogte condensaatafvoer De hoogten HAA, HR, HS en HAKO kunt u in de tab. 4, "Afmetingen en technische gegevens", pagina 14 vinden.
4 Technische gegevens Afmetingen en technische gegevens van de Logano SB105(T) Ketelgrootte 19 kW 27 kW Nominaal verwarmingsvermogen 1e/2e trap kW 11/19 19/27 Verbrandingsvermogen 1e/2e trap kW 11/19 19/27 Totale lengte ketel mm 650 650 Lengte ketelblok mm 450 450 Breedte ketelblok mm 344 344 Breedte voor naar binnen brengen van de verwarmingsketel mm 600 600 Logano SB105 mm 1048 1048 Logano SB105 met ketelsokkel mm 1158 1158 Logano SB105T en Logano SB105 met S135 mm 1
Technische gegevens 4.2 Afb. 7 Mengsysteem brander Mengsysteem – ØA,B,C Afb. 8 Mengsysteem – maat "X" Brandertype Afb. 9 Ontstekingselektrode – maat "L" Mengsysteem Materiaalnr. Ontstekingselektrode ØA in mm ØB in mm ØC in mm X in mm L in mm 7 747 013 551 25,0 12,0 5,0 1,5 25 BZ1.0 – 27 7 747 013 553 27,5 12,1 5,8 2,0 50 ØA in mm ØB in mm ØC in mm 24 x 2,5 12 x 2 69 12 x 3 6 x 2,5 83 Tab. 5 Technische gegevens brandertypes – mengsysteem en ontstekingselektrode 4.
Technische gegevens 4 4.4 Instelwaarden en sproeieruitrusting Instelwaarden, sproeieruitrusting1 Brandertype Nominaal vermogen ketel 1e/2e trap kW Brandervermogen 1e/2e trap kW Sproeiertype1 Oliedruk 1e trap 2e trap bar Oliedebiet 1e/2e trap kg/h Statische druk branderventilator 1e trap 2e trap mbar BZ 1.0 – 19 BZ 1.
Leveringsomvang 5 Leveringsomvang De leveringsomvang van de compacte stookolieketels Logano SB105(T) - 19 en Logano SB105(T) - 27 is niet identiek. De componenten van de beide varianten worden hieronder apart opgesomd. Controleer eerst de volgende punten: 5.3 Logano SB105T - 19 Onderdeel Stuks Compacte verwarmingsketel Controleer of de verpakking niet beschadigd is. - met boiler Logalux Logalux S135 Controleer of de leveringsomvang compleet is.
6 6 CV-ketel plaatsen CV-ketel plaatsen In dit hoofdstuk wordt uitgelegd, hoe u de Logano SB105(T) op vakkundige wijze dient op te stellen. 1 SCHADE AAN DE INSTALLATIE door vorst. * OPGELET! Plaats de verwarmingsketel in een vorstvrije ruimte. SCHADE AAN DE KETEL door verontreinigde verbrandingslucht. OPGELET! Maak bij een kamerluchtafhankelijke werking nooit gebruik van chloorhoudende reinigingsmiddelen en halogeenkoolwaterstoffen in de plaatsingsruimte (b.v.
CV-ketel plaatsen 6.2 6 Verwarmingsketel voorbereiden voor het uitlijnen Afhankelijk van het feit of de ketel al dan niet met een tapwaterboiler gecombineerd wordt, zijn er vier mogelijkheden om de Logano SB105 te positioneren. 1. Logano SB105 vloerketel met naaststaande tapwaterboiler. 2. Logano SB105 op een ketelsokkel (hoogte 110 mm). 3. Logano SB105 gemonteerd op een tapwaterboiler. 4.
6 CV-ketel plaatsen 6.2.2 Logano SB105 op een ketelsokkel of een tapwaterboiler monteren Wanneer de Logano SB105 op een ketelsokkel b.v. bij een naaststaande tapwaterboiler Logalux S160 of op een tapwaterboiler gemonteerd wordt, zijn de instelbare voetjes al in de ketelsokkel of tapwaterboiler gemonteerd. Ga als volgt te werk: Hef de verwarmingsketel op de ketelsokkel of op de tapwaterboiler (afb. 14). Schroef de dwarsstukken van het basisframe aan de lipjes van de montageplaat vast (afb. 14).
CV-ketel transporteren 7 7 CV-ketel transporteren In dit hoofdstuk wordt uitgelegd, hoe u de verwarmingsketel Logano SB105(T) op een veilige manier, zonder beschadigingen, kan transporteren. GEVAAR VOOR VERWONDINGEN door een onvakkundig beveiligde ketel. OPGELET! Gebruik voor het transport van de ketel het geschikte transportmiddel, b.v. een steekkar met spanriem, een trap- of tredekar. Zorg ervoor dat de ketel bij het transport met het transportmiddel niet kan vallen.
7 7.1 CV-ketel transporteren Logano SB105(T) met het transportwagentje transporteren De Logano SB105(T) wordt compleet met verpakking en transportpallet vervoerd. AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER U kan het transportwagentje bij Buderus bestellen. Transportwagentje tegen de rugzijde van de verwarmingsketel plaatsen. Beveilig de verwarmingsketel met een spanriem aan het transportwagentje (afb. 16). Vervoer de verwarmingsketel met transportwagentje naar de opstellingruimte (afb. 16).
CV-ketel transporteren 7.2 7 Logano SB105 heffen en dragen De Logano SB105 kan voor het heffen en dragen onderaan aan de hefstukken op het basisframe (afb. 18, pos. 1) opgetild worden en zo naar de opstellingsruimte gebracht worden. SCHADE AAN DE INSTALLATIE door verkeerd tillen en dragen. OPGELET! Til en draag de ketel alleen op aan de hiervoor bestemde hefstukken (afb. 18, pos. 1). Til en draag de ketel met minimaal twee personen.
8 8 Verwarmingsinstallatie aansluiten Verwarmingsinstallatie aansluiten In dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe u de verwarmingsketel – aan rookgaszijde – aan waterzijde (verwarmingswater en gebruikswater) Kamerluchtonafhankelijke werking De Logano SB105(T) voldoet aan de vereisten van de Duitse norm DIBT betreffende kamerluchtonafhankelijke stookolie-installaties. Neem voor de kamerluchtonafhankelijke stookolieinstallaties goed nota van de plaatselijke normen en voorschriften.
Verwarmingsinstallatie aansluiten Voor de installatietypes C33x en C53x biedt Buderus de in de naaststaande tab. 12, opgesomde verbrandingslucht-rookgassystemen (LAS-systemen) aan. Met de basispakketten en de betreffende uitbreidingscomponenten kunnen de in de nevenstaande tab.
8 8.2 Verwarmingsinstallatie aansluiten Afvoerleiding voor het condenswater Zorg er, met behulp van een vakkundig geplaatste condensafvoerleiding, voor dat het condenswater niet in de verwarmingsketel kan lopen. AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER U moet het condenswater dat ontstaat, volgens de voorschriften afvoeren. Zorg ervoor dat de condensafvoerleiding vrij uitmondt in een uitlooptrechter met sifon.
Verwarmingsinstallatie aansluiten 8 8.2.2 Neutralisatie-eenheid (toebehoren) monteren U kan bij Buderus een neutralisatie-eenheid bestellen (toebehoren) die voor de beide vermogenstrappen (19/27 kW) van de Logano SB105(T) geschikt is. AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER Respecteer de montagehandleiding, die met de neutralisatie-eenheid is meegeleverd.
8 Verwarmingsinstallatie aansluiten 8.3.1 Verwarmingsvertrek Sluit de vertrekleiding van het verwarmingssysteem zonder mechanische spanningen aan op de vertrekleiding van de verwarmingsketel = VK (afb. 20, pos. 1). 3 AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER 1 2 4 Monteer ter plaatse een vuilfilter, om verontreinigingen aan waterzijde in de verwarmingsketel te vermijden. 5 8.3.2 Verwarmingsretourleiding AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER Bij de Logano SB105 moet u eerst de retourleiding (afb. 20, pos. 2) monteren.
Verwarmingsinstallatie aansluiten 8.4 8 Verwarmingsinstallatie vullen en aansluitingen op dichtheid controleren Opdat er geen ondichtheden zouden optreden tijdens het bedrijf, moet de CV-installatie voor de inbedrijfstelling op dichtheid gecontroleerd worden. Voer de dichtheidscontrole uit met een druk die overeenstemt met de openingsdruk van de veiligheidsklep. GEVAAR VOOR DE GEZONDHEID door verontreiniging van het drinkwater.
8 Verwarmingsinstallatie aansluiten 8.4.1 Verwarmingsinstallatie met vulwater vullen en ontluchten Bij het vullen moet de 3-wegklep naar de boiler als volgt handmatig worden geopend: RKVK Handmatige omschakeling van de 3-wegklep (afb. 22, pos. 2) door indrukken van de handmatige omschakelaar (afb. 22, pos. 1) in de richting AB omschakelen. Hierdoor wordt de doorstroming van AB-B omgeschakeld naar AB-A. AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER B AB 1 2 Voor Logano SB105T A Controleer of de 3-wegklep (afb.
Verwarmingsinstallatie aansluiten 8 Draai het kapje van de automatische ontluchter (afb. 24, pos. 5) een slag open, zodat de lucht kan ontsnappen. CV-installatie via de bouwzijdige vulkraan langzaam vullen. Let daarbij op de drukaanduiding (manometer, (afb. 24, pos. 4) voor de verwarmingskring. 5 4 Watertoevoer, vul- en aftapkraan (afb. 24, pos. 3) sluiten. 6 3 Ontlucht de CV-installatie met behulp van de ontluchtingsventielen op de radiatoren.
8 Verwarmingsinstallatie aansluiten Aansluitingen op dichtheid controleren SCHADE AAN DE INSTALLATIE OPGELET! door overdruk bij de dichtheidstest. Druk-, regel- of veiligheidsinrichtingen en de boiler kunnen bij grote druk worden beschadigd. Let erop dat er op het moment van de dichtheidstest geen druk-, regel- of veiligheidsinrichtingen gemonteerd zijn, die niet afgesloten kunnen worden ten opzichte van de waterruimte van de verwarmingsketel.
Verwarmingsinstallatie aansluiten 8.5 8 Handmatige instelmogelijkheden bij 3-wegklep en de pomp voor Logano SB105T AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER Voor de handmatige instelmogelijkheden aan de 3-wegklep van de Logano SB105T moet u afb. 22, pagina 30 in acht nemen, evenals de bijhorende gebruikersaanwijzing en afb. 25, pagina 32 met de bijbehorende tekst. GEVAAR VOOR VERBRANDING OPGELET! Door losdraaien van de inspectieschroef (afb. 26, pos. 3) op de pomp bij een hete ketel.
8 Verwarmingsinstallatie aansluiten AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER Binnenin de ommanteling werd er een oliefilter met geïntegreerde ontluchter gemonteerd in de fabriek. Gebruik de oliefilter TOC80 niet bij werking onder druk, wanneer b.v. een extra transportpomp in het vertrek wordt gebruikt. Voer een visuele controle van de olieleiding uit, reinig of vervang ze eventueel. 8.6.2 Installatie voor olietoevoer aansluiten AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER De olieafsluitkraan (afb. 27, pos.
Verwarmingsinstallatie aansluiten 8.7 8 Elektrische aansluiting tot stand brengen De Logano SB105(T) werd in de fabriek uitgerust met een compleet gemonteerd regeltoestel Logamatic MC10 (afb. 28, pos. 1). De basiscontroller Logamatic BC10 werd in de fabriek in het regeltoestel Logamatic MC10 geïntegreerd. De netaansluiting van het regeltoestel Logamatic MC10 moet ter plaatse uitgevoerd worden conform het aansluitschema (maakt deel uit van de technische documentatie).
8 8.
Verwarmingsinstallatie aansluiten 8.9 8 Bedieningseenheid RC35 monteren De verwarmingsketel is uitgerust met de bedieningseenheid RC35. De bedieningseenheid RC35 maakt deel uit van de leveringsomvang en zit in een afzonderlijke doos. 8.9.1 Bedieningseenheid RC35 aan de verwarmingsketel monteren De bedieningseenheid RC35 kan in een woonruimte (zie voorschrift bij de bedieningseenheid RC35) of aan de verwarmingsketel naast de basiscontroller Logamatic BC10 geplaatst worden.
8 Verwarmingsinstallatie aansluiten 8.10 Functiemodules insteken In het totaal kunnen er 2 functiemodules direct in het regeltoestel geplaatst worden. U kunt echter slechts één mengklepmodule in het systeem plaatsen. Voor bijkomende modules moet u telkens een complete behuizing gebruiken (toebehoren Buderus). Voer de uiterste, achterste haakjes van de functiemodule in de lipjes aan het regeltoestel in (afb. 32, pos. 1). Druk de voorzijde van de module omlaag (afb. 32).
CV-installatie in bedrijf stellen 9 9 CV-installatie in bedrijf stellen In dit hoofdstuk wordt uitgelegd, hoe u de Logano SB105(T) met behulp van het regeltoestel Logamatic MC10 met geïntegreerde basiscontroller Logamatic BC10 in bedrijf kan stellen. De verwarmingsketel is uitgerust met de bedieningseenheid RC35. Voor de eerste inbedrijfstelling moet u de bedieningseenheid RC35 aan de verwarmingsketel monteren. SCHADE AAN DE KETEL OPGELET! Door ophoping van stof bij kamerluchtafhankelijk bedrijf.
9 9.1 CV-installatie in bedrijf stellen Verwarmingsinstallatie inschakelen Plaats de draaiknop voor "maximum keteltemperatuur" (afb. 35, pos. 8) en de draaiknop voor "streefwaarde tapwater" (afb. 35, pos. 2) op 0. Zo zorgt u ervoor dat de brander nog niet start (geen warmtevraag). Netschakelaar (afb. 35, pos. 1) op de Basiscontroller in positie "1" zetten. De gehele CV-installatie wordt ingeschakeld. Bij de eerste inbedrijfstelling knippert op het display kort "-" (afb. 35, pos.
CV-installatie in bedrijf stellen 9.2 9 Olieleiding ontluchten BRANDERSTORING OPGELET! door defecten aan de installatie voor olietoevoer Controleer de installatie voor olietoevoer (zie hoofdstuk 14 "Installatie voor olietoevoer ontwerpen", pagina 81) Om de olieleiding te ontluchten, kan u gebruik maken van de relaistestfunctie van de bedieningseenheid RC35. De bedieningseenheid RC35 moet hiervoor op de verwarmingsketel gemonteerd zijn. 4 Open de afsluitkraan voor de stookolie.
9 CV-installatie in bedrijf stellen Toetsen "Menu/OK" indrukken, specificaties ketel/brander worden getoond. Druk de toets "Menu/OK" in en selecteer met de draaiknop "Olievoorverwarming". Houd de toets "Menu/OK" ingedrukt en stel met de draaiknop "AAN" in. Laat de toets "Menu/OK" los, om de motor van de oliepomp te starten. DIAGNOSE\FUNC.-TEST B Ketel/brander Tapwater CV-groep 1 CV-groep 1 FUNCTIETEST\KETEL Olietemperatuur terugmelding uit B Olievoorverwarming Aan Ontlucht de olieleiding.
CV-installatie in bedrijf stellen 9 9.3.2 Brander starten AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER Voor elke start (inschakelen) voert de digitale branderautomaat SAFe een zelftest uit (ca. vijf seconden). De brander start altijd met nominaal vermogen (2e trap) en schakelt na een stabiliseringstijd van max. 80 seconden, afhankelijk van het vermogen, over naar de 1e trap. 1 Plaats de draaiknop voor "maximum keteltemperatuur" (afb. 37, pos. 2) en de draaiknop voor "streefwaarde tapwater" (afb. 37, pos. 1) op "Aut".
9 CV-installatie in bedrijf stellen 9.3.3 Bevestigingsschroeven van de branderdeur vaster aandraaien Om te vermijden, dat er rookgassen ontsnappen, moet u de bevestigingsschroeven van de branderdeur in warme toestand met gereedschap handvast (ca. 7-9 Nm) aandraaien. 9.4 Meetwaarden opnemen of corrigeren De meetwaarden moeten voor de 2e trap en de 1e trap in de modus "rookgastest" worden opgenomen, aangezien in die modus een gedefinieerde werking van de 2e en de 1e brandertrap mogelijk is.
CV-installatie in bedrijf stellen 9 9.4.2 Bij afwijkingen ten opzichte van de technische gegevens – bijstellen Bij afwijkingen ten opzichte van de opgegeven technische gegevens (zie hoofdstuk 4 "Technische gegevens", pagina 12) moet u als volgt te werk gaan: – CO2-gehalte bijstellen - evt. CO2-gehalte via stat. ventilatordruk instellen. 2 – CO-gehalte (koolstofmonoxide) meten. – Meet de trek van de schoorsteen. 3 – Meet de stroom van de fotocel (af te lezen aan de bedieningseenheid RC35).
9 CV-installatie in bedrijf stellen Open de drukmeetnippel (afb. 42, pos. 1) voor de statische ventilatordruk op de branderbehuizing. Sluit het meettoestel voor de statische ventilatordruk op de drukmeetnippel (afb. 42, pos. 1) van de branderbehuizing aan. 1 Afb. 42 Statische ventilatordruk meten Pos. 1: drukmeetnippel op de branderbehuizing Druk de toets "rookgastest" en de toets "statusindicatie" tegelijkertijd in gedurende 5 seconden, om in de parametreermodus te komen.
CV-installatie in bedrijf stellen 9 CO-gehalte (koolstofmonoxide) meten Het CO-gehalte (koolstofmonoxidegehalte) moet lager liggen dan 50 ppm (CO < 50 ppm). Bij afwijkingen ten opzichte van de aangegeven waarde – storingen verhelpen. AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER Wanneer u bij de eerste inbedrijfstelling een te hoge CO-waarde meet, kan dat te wijten zijn aan het ontgassen van een organische bindstof (b.v. uit de deurisolatie).
9 CV-installatie in bedrijf stellen De draaiknop (afb. 44, pos. 4) naar links draaien, tot Diagnose is geselecteerd (gemarkeerd met B). Toetsen "Menu/OK" indrukken. Toetsen "Menu/OK" indrukken, specificaties ketel/brander worden getoond. Draai de draaiknop (afb. 44, pos. 4) naar links, tot "Vlamstroom" verschijnt op het display.
CV-installatie in bedrijf stellen 9 Metingen beëindigen Druk de toets "statusindicatie" in, tot de ketelwatertemperatuur op het display van de BC10 verschijnt. Druk "rookgastest" in, om de meting te beëindigen. Druk de toets "terug" op de RC35 meermaals in, tot de weergave van de kamertemperatuur op het display van de RC35 verschijnt of sluit de kap. Roettest uitvoeren Het roetgetal moet "0" bedragen (RZ = 0). Bij afwijkingen ten opzichte van de aangegeven waarde – storing verhelpen. 9.
9 CV-installatie in bedrijf stellen 9.6 Inbedrijfstellingsprotocol Plaats uw handtekening en de datum bij de uitgevoerde inbedrijfstellingswerkzaamheden. Inbedrijfstellingswerkzaamheden Pagina Opmerkingen (afzonderlijke (handtekening) stappen) 1. Verwarmingsinstallatie met water vullen 2. Verwarmingsinstallatie ontluchten 3. Dichtheidscontrole of -test uitvoeren 4. Installatie voor olietoevoer controleren en aansluiten 5. Olieleiding ontluchten pagina 41 6.
Basiscontroller Logamatic BC10 bedienen 10 10 Basiscontroller Logamatic BC10 bedienen Met de Basiscontroller Logamatic BC10 is de basisbediening van de CV-installatie mogelijk.
10 Basiscontroller Logamatic BC10 bedienen 10.2 In- en uitschakelen 10.2.1 Verwarmingsinstallatie inschakelen Plaats de bedrijfsschakelaar aan de basiscontroller in de positie "1". Zo wordt de gehele CV-installatie ingeschakeld. Het display aan de basiscontroller licht op en geeft de actuele ketelwatertemperatuur aan in °C. 10.2.2 Verwarmingsinstallatie uitschakelen Bij het uitschakelen van de CV-installatie het hoofdstuk 11.
Basiscontroller Logamatic BC10 bedienen 10 10.4 Streefwaarde warmwater Geef met de draaiknop "streefwaarde tapwater" de gewenste tapwatertemperatuur in de tapwaterboiler in. 0 Eco 30 – 60 Aut Toestand Toelichting LED Uit Geen toevoer van warmwater (enkel verwarmingswerking). Uit Energiebesparende modus warmwatertemperatuur 60 °C Is voor de varianten van de Logano SB105(T) niet van toepassing.
Basiscontroller Logamatic BC10 bedienen 10 Naargelang operationele toestand kunnen de volgende statusindicaties worden weergegeven: Indicatie (voorbeeld) 60 H 8 1 Waarden Betekenis Operationele toestand / verhelpen Getal 0 ... 100 Actuele ketelwatertemperatuur Normale operationele toestand HAH Onderhoudsinterval volgens bedrijfsuren of datum is geactiveerd -H Bedrijfsmelding: actuele toestand van het EMS 1 H00 ... H99 -H 60 Bedrijfsmelding: actuele toestand van het EMS Getal 0 ...
Basiscontroller Logamatic BC10 bedienen 10 10.6 Onderhoudsinterval terugzetten Met de bedieningseenheid (b.v. RC35) kan bij CV-ketels met een digitale branderautomaat SAFe een tijdinterval voor het onderhoud ingesteld worden (afhankelijk van het aantal bedrijfsuren of het bereiken van een datum). H3 Wanneer het onderhoudsinterval is verstreken, verschijnt op het display "H3" of "H8" (zie document, "Servicevoorschrift voor verwarmingsketels met digitale branderautomaat SAFe").
10 Basiscontroller Logamatic BC10 bedienen 10.7 Branderfuncties 10.7.1 Vergrendelingen terugzetten Wanneer de branderautomaat op storing zou staan, kunt u de storing terugzetten door indrukken van de toets "Reset". Dat is alleen noodzakelijk bij een vergrendelende fout. Blokkerende fouten worden automatisch teruggezet, als de oorzaak is verholpen. Druk de toets "Reset" in, om de fout te resetten. Op het display verschijnt "rE", terwijl de reset uitgevoerd wordt.
Basiscontroller Logamatic BC10 bedienen 10 10.9 Handbediening kiezen In het manueel bedrijf kan de verwarmingsinstallatie onafhankelijk van een bedieningseenheid gestuurd worden. De verwarmingsketel draait dan met de ketelwatertemperatuur die met de rechter draaiknop als streefwaarde is ingesteld. Tijdens het manuele bedrijf knippert het decimaalpunt in de statusindicatie. Druk de toets "rookgastest" in, tot het decimaalpunt in de statusindicatie knippert (min. 8 seconden).
10 Basiscontroller Logamatic BC10 bedienen 10.10.2 Nalooptijd pomp F5 Deze parameter bepaalt de nadraaitijd van de ketelpomp in minuten. De parameter is te herkennen aan de letter "F". De instelling "F1d" betekent dat de ketelpomp permanent draait. Nadraaitijd pomp F Invoerbereik Fabrieksinstelling 1 − 60 min 24 h ("F1d") 5 min Deze instelling is zinvol bij regeling in functie van de kamertemperatuur. 10.10.3 Tapwater C0 Deze parameter bepaalt, of het warme water door deze ketel opgewarmd wordt.
Verwarmingsinstallatie buiten werking stellen 11 11 Verwarmingsinstallatie buiten werking stellen SCHADE AAN DE INSTALLATIE door vorst. OPGELET! Als de verwarmingsinstallatie niet in bedrijf is, kan ze bij vorst bevriezen. Bescherm bij vorstgevaar de verwarmingsinstallatie tegen bevriezing. Laat daarom, als het regeltoestel is uitgeschakeld, het water uit de ketel, de boiler, de leidingen van de verwarmingsinstallatie en, voor zover het mogelijk is, uit de leidingen voor het tapwater. 11.
Verwarmingsinstallatie inspecteren en onderhouden 12 12 Verwarmingsinstallatie inspecteren en onderhouden In dit hoofdstuk wordt uitgelegd, hoe u de verwarmingsinstallatie kunt inspecteren en onderhouden. Bij het begin van de inspectie of het onderhoud kan u de eventueel aanwezige servicemeldingen oproepen met behulp van de bedieningseenheid RC35. De servicemeldingen verschaffen u belangrijke aanwijzingen over de actuele toestand van de verwarmingsinstallatie.
Verwarmingsinstallatie inspecteren en onderhouden 12 12.2.4 Ventilatorrad visueel controleren, eventueel reinigen Trek de netstekker (afb. 48, pos. 3) bij de SAFe uit. Demonteer de venturibuis (afb. 48, pos. 2) bij de aansluiting voor de verbrandingslucht. Trek de afzuigslang van de oliefilter van de aansluiting voor verbrandingslucht (afb. 48, pos. 4). 2 Draai de schroef (afb. 48, pos. 1) op de aansluiting voor verbrandingslucht los. Neem de aansluiting voor verbrandingslucht (afb. 48, pos.
12 Verwarmingsinstallatie inspecteren en onderhouden Plaats de brander in servicepositie (afb. 50). Afb. 50 Brander in servicepositie plaatsen 1 Ontstekingselektrode controleren, eventueel vervangen Op de ontstekingselektroden 1 (afb. 51, pos. 1) mogen er zich geen afzettingen bevinden. De aangegeven maten moeten absoluut gerespecteerd worden, reinig of vervang de ontstekingselektrode eventueel (zie hoofdstuk 4 "Technische gegevens", pagina 12).
Verwarmingsinstallatie inspecteren en onderhouden 12 Sproeier vervangen 1 AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER Wij raden u aan om bij het onderhoud de sproeier te vervangen. Het correcte sproeiertype kan u vinden bij de technische gegevens (zie hoofdstuk 4.4 "Instelwaarden en sproeieruitrusting", pagina 16). Draai de sproeier (afb. 52, pos. 1) met twee sleutels SW16 los.
12 Verwarmingsinstallatie inspecteren en onderhouden Controleer de afsluitklep in de olievoorverwarmer, vervang deze eventueel De afsluitklep (afb. 54, pos. 3) in de olievoorverwarmer functioneert als een terugslagklep. Wanneer de oliepomp in werking is, drukt deze de stookolie door de afsluitklep. Als de pomp uitschakelt, sluit de afsluitklep af met een veer (afb. 54, pos. 1). 2 1 3 Wanneer er zich aan de afsluitplaat van de brander olie bevindt, kan dat wijzen op een defect aan het afsluitventiel.
Verwarmingsinstallatie inspecteren en onderhouden 12 Plaats een nieuwe branderbuis. De neus (afb. 56, pos. 2) op de branderbuis (afb. 56, pos. 3) moet onderaan op de steunbuis (afb. 56, pos. 1) steunen. AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER Let erop, dat u de branderbuis correct plaatst. Een verkeerd geplaatste branderbuis kan leiden tot beschadigingen en een foutieve werking van de brander. Brander monteren en afdichting controleren Vooraleer u de brander monteert, moet u de dichting (afb. 55, pos.
12 Verwarmingsinstallatie inspecteren en onderhouden Trek de olieleiding (afb. 57) er op de gepaste wijze ca. 5mm uit Steek de afzuigslang van de oliefilter op de aansluiting voor verbrandingslucht. Afb. 57 Olieleiding eruit trekken 12.2.6 Oliepompfilter reinigen, eventueel vervangen AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER Bij de Logano SB105T met ondergebouwde tapwaterboiler kan de stookolie op de tapwaterboiler druppelen en zo leiden tot een permanente geurhinder.
Verwarmingsinstallatie inspecteren en onderhouden 12 U kunt het vervangen van het filterelement vereenvoudigen, wanneer u eerst de branderdeur opent en opendraait. Draai de zeskantschroeven uit de branderdeur en draai de branderdeur open (afb. 59). Afb. 59 Branderdeur openen Schroef de filterbehuizing (afb. 60, pos. 1) eraf (vang de uitlopende stookolie op met de filterbehuizing). Vervang het filterelement (afb. 60, pos. 2). Schroef de filterbehuizing (afb. 60, pos. 1) er weer op.
12 Verwarmingsinstallatie inspecteren en onderhouden Brander via warmtevraag uitschakelen. Ventilator laten nadraaien. AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER Wanneer de brander in de standbyfase staat, kan de CV-ketel op de bedrijfsschakelaar direct worden uitgeschakeld. Opnieuw instellen van de tapwatertemperatuur is dan niet nodig. 2 Schakel de verwarmingsinstallatie stroomloos. Trek de netstekker uit de SAFe. Toevoerslang ventilator losmaken. 1 Temperatuurvoeler lostrekken.
Verwarmingsinstallatie inspecteren en onderhouden AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER Wanneer u daarna geen chemische reiniging van de verwarmingsketel uitvoert, moet u de onderhoudswerkzaamheden uitvoeren zoals beschreven vanaf hoofdstuk 12.4.1 "Bevestigingsschroeven van de branderdeur vastdraaien", pagina 70. Indien het noodzakelijk is om een chemische reiniging uit te voeren, gaat u door zoals beschreven in hoofdstuk 12.4 "CV-ketel nat reinigen", pagina 69.
12 Verwarmingsinstallatie inspecteren en onderhouden 12.4.1 Bevestigingsschroeven van de branderdeur vastdraaien Turbulatoren plaatsen. Rookgasgeluiddemper weer monteren. Sluit de branderdeur, plaats de venturibuis, steek de netstekker in de SAFe. Voorwand monteren en vastschroeven. Open de afsluitkraan voor de stookolie. Stel de verwarmingsinstallatie weer in werking. Branderdeur en rookgasgeluiddemper op dichtheid controleren. GEVAAR VOOR VERGIFTIGING door ontsnappende rookgassen.
Verwarmingsinstallatie inspecteren en onderhouden 12 12.5 Sifon reinigen Slang van sifon afschroeven (afb. 63, pos. 1). Sifon van condenswaterafvoer afschroeven (afb. 63, pos. 3). Sifon (afb. 63, pos. 2) uitspoelen en weer monteren. AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER Let erop, dat de sifon (afb. 63, pos. 2) steeds met water is gevuld en niet uitdroogt. Zo voorkomt u de vorming van onaangename geurtjes. Let erop, dat de afloop van het condensaat correct geplaatst is.
12 Verwarmingsinstallatie inspecteren en onderhouden SCHADE AAN DE INSTALLATIE door veelvuldig bijvullen. OPGELET! Wanneer de verwarmingsinstallatie vaak moet worden bijgevuld, kan de installatie afhankelijk van de waterkwaliteit beschadigd worden door corrosie of ketelsteenvorming. Zorg ervoor, dat de verwarmingsinstallatie ontlucht is. Controleer of de verwarmingsinstallatie afgedicht is; of het expansievat functioneert.
Verwarmingsinstallatie inspecteren en onderhouden 12 12.7 Aanvullende onderhoudswerkzaamheden uitvoeren Indien u bij de metingen vaststelt, dat de stroom van de fotocel afwijkt van de technische gegevens (zie tab. 7, pagina 16), moet u controleren of de haakse houder van de fotocel vuil is. Ga als volgt te werk: LEVENSGEVAAR WAARSCHUWING! door elektrische stroom bij een geopende verwarmingsinstallatie.
12 Verwarmingsinstallatie inspecteren en onderhouden Draai de haakse houder 90° tegen de klok in en trek de haakse houder eraf (afb. 66). Reinig de spiegel van de haakse houder met een zachte doek en eventueel met een beetje afwasmiddel en droog deze streepvrij. Monteer de haakse houder, de meetnippel, het mengsysteem (zie afb. 53, pagina 63), de brander (zie pagina 65) en de fotocel weer, maar dan in omgekeerde volgorde.
Verwarmingsinstallatie inspecteren en onderhouden 12 12.9 Inspectie- en onderhoudsprotocollen Met de inspectie- en onderhoudsprotocollen heeft u een overzicht van de uit te voeren inspectieen onderhoudswerkzaamheden. Plaats een handtekening en de datum bij de uitgevoerde inspectie- en onderhoudswerkzaamheden. Inspectiewerkzaamheden Opmerkingen Opmerkingen 1. Algemene toestand van de verwarmingsinstallatie controleren _______________ _______________ 2.
12 Verwarmingsinstallatie inspecteren en onderhouden Opmerkingen Opmerkingen Opmerkingen Opmerkingen Opmerkingen 1. _______________ _______________ _______________ _______________ _______________ 2. _______________ _______________ _______________ _______________ _______________ 3. _______________ _______________ _______________ _______________ _______________ 4.
Verwarmingsinstallatie inspecteren en onderhouden Behoefteafhankelijke onderhoudswerkzaamheden Pagina Opmerkingen Opmerkingen 12 1. Verwarmingsinstallatie buiten werking stellen pagina 59 ______________ ______________ 2. Verwarmingsketel met reinigingsborstels reinigen pagina 67 ______________ ______________ 3. Verwarmingsketel nat reinigen pagina 69 ______________ ______________ 4.
12 Verwarmingsinstallatie inspecteren en onderhouden Opmerkingen Opmerkingen Opmerkingen Opmerkingen Opmerkingen 1. _______________ _______________ _______________ _______________ _______________ 2. _______________ _______________ _______________ _______________ _______________ 3. _______________ _______________ _______________ _______________ _______________ 4. _______________ _______________ _______________ _______________ _______________ 5.
Digitale branderautomaat SAFe 30 bedienen 13 13 Digitale branderautomaat SAFe 30 bedienen 13.
13 Digitale branderautomaat SAFe 30 bedienen 13.3 Noodmodus De branderautomaat gaat automatisch naar de toestand noodbedrijf, wanneer de communicatie met het regeltoestel Logamatic MC10 onderbroken is. In het noodbedrijf regelt de branderautomaat SAFe 30 de keteltemperatuur naar 60 °C, zodat de verwarmingsinstallatie blijft draaien tot er weer communicatie is. Storingen in de noodmodus terugzetten In de noodmodus kunnen storingen enkel met behulp van de resettoets op de branderautomaat worden teruggezet.
Installatie voor olietoevoer ontwerpen 14 14 Installatie voor olietoevoer ontwerpen Bereken de installatie voor de olietoevoer, bestaande uit de tank en het leidingsysteem, zodanig dat een minimum olietemperatuur van +5 °C bij de brander niet wordt onderschreden. AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER Maak geen gebruik van stookolieadditieven met verbrandingscatalysatoren, omdat die bij deze brander geen betere verbrandingsresultaten tot gevolg hebben. 14.
14 Installatie voor olietoevoer ontwerpen Eenpijpsysteem, stookoliefilter met retourtoevoer Olietank boven de oliepomp: 6 Brandertype BZ 1.0 – 19 Brandergrootte in kW Nominale breedte olieleiding H in m BZ 1.0 – 27 19/27 DN6 (6 x 1) DN8 (8 x 1) max. lengte van de aanzuigleiding in m 0 52 100 0,5 56 100 1 58 100 2 62 100 3 75 100 4 87 100 5 4 1 3 2 Tab. 22 Dimensionering – olietoevoerleiding Afb. 69 Olietank boven de oliepomp Legende voor afb. 69 en afb. 70: Pos. 1: brander Pos.
Installatie voor olietoevoer ontwerpen 14.2 Vacuüm controleren Het maximale vacuüm (onderdruk) van -0,4 bar (gemeten bij de aanzuigaansluitstomp van de oliepomp resp. in de aanzuigleiding vlak voor de pomp) mag niet overschreden worden, ongeacht het niveau van de olietank. DN in mm max. lengte olieleiding in m 6 (6 x 1) 10 h in m 20 14 8 (8 x 1) 40 10 20 40 Max.
14 Installatie voor olietoevoer ontwerpen 14.3 Dichtheid van de aanzuigleiding controleren De dichtheid van de aanzuigleiding kan met een vacuümmeter en een 1 m lange transparante slang da = 12 mm (toebehoren) worden gemeten. A B Monteer de transparante slang (afb. 71, pos. 1) in de aanzuigleiding achter de oliefilter (afb. 71, pos. 2). Bind een lus van de transparante slang omhoog, zoals op de tekening (afb. 71). Brander starten en ten minste drie minuten laten draaien. 1 Schakel de brander uit.
Bedrijfsmeldingen weergeven 15 15 Bedrijfsmeldingen weergeven In de normale operationele toestand geeft het display de actuele ketelwatertemperatuur aan. Met de toets "statusindicatie" kan u bijkomende informatie oproepen. z Druk de toets "statusindicatie" meermaals in, om van de ene statusindicatie naar de andere te gaan. Weergave (voorbeeld) 60 Betekenis 1 Actuele ketelwatertemperatuur -H 2 Bedrijfsmelding (zie tab.
16 Pompmodulatie instellen – restopvoerhoogte 16 Pompmodulatie instellen – restopvoerhoogte U kan bij de Logano SB105 met ondergebouwde tapwaterboiler en ook bij de Logano SB105T een circulatiepomp (afb. 73) monteren, die drukverschilgestuurd wordt. Het vermogen van de pomp kan u met behulp van de instelknop voor het toerental (afb. 73, pos. 1) wijzigen.
Pompmodulatie instellen – restopvoerhoogte 16 6 5,5 5 A 4,5 Restopvoerhoogte in m 4 III 3,5 II 3 2,5 2 1,5 1 I 0,5 0 0 200 400 600 800 1000 1200 1400 1600 1800 2000 2200 Massastroom in kg/h Afb.
17 Trefwoordenlijst 17 Trefwoordenlijst A Aanvoertemperatuur . Additieven . . . . . . Afdichting controleren Afkorting . . . . . . . Afkorting aansluiting . Afmetingen . . . . . . Afsluitklep . . . . . . . Afstanden tot de wand Antihevelklep . . . . . N . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5 . . . 81 . . . 65 .
Notities Logano plus SB105(T) – Wijzigingen op grond van technische verbeteringen voorbehouden.
Notities 90 Logano plus SB105(T) – Wijzigingen op grond van technische verbeteringen voorbehouden.
Notities Logano plus SB105(T) – Wijzigingen op grond van technische verbeteringen voorbehouden.
Nederlands Nefit B.V., Postbus 3, 7400 AA Deventer DealerLine: 0570 - 67 85 66 Consumenten Infolijn: 0570 - 67 85 00 Fax: 0570 - 67 85 86 Internet: www.nefitdealer.nl België Bosch Thermotechnology nv/sa Ambachtenlaan 42a, 3001 Heverlee Toekomstlaan 11, 2200 Herentals rue Louis Blériot 40-42, 6041 Gosselies Venecoweg 11, 9810 Deinze (Nazareth) www.buderus.be info@buderus.