Installation Instructions
6
Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden!
Bedieningsvoorschrift Zonne-installatie met regeltoestel KR 0106 • Uitgave 05/2002
Ersatzteil-Service • Justus-Kilian-Strasse 1 • 35457 Lollar
Aanwijzingen betreffende de werking van de zonne-installatie3
3 Aanwijzingen betreffende de werking van de zonne-installatie
De zonne-installatie wordt bij de inbedrijfstelling door uw
vakman afgesteld en draait daarna automatisch.
! Schakel de zonne-installatie ook in geval van een
langere afwezigheid (bv. vakantie) niet uit. De zonne-
installatie wordt op autonome wijze beveiligd.
! Controleer na een stroomonderbreking of een
langere afwezigheid de installatiedruk aan de
manometer (afb. 2, pos. 4) van het compleetstation
(zie hoofdstuk 5.3 "Installatiedruk controleren,
eventueel opnieuw laten instellen", pagina 13).
3.1 Elementen van het compleetstation
De hoofdcomponenten van het compleetstation zijn:
– regeltoestel (afb. 2, pos. 1)
Het regeltoestel controleert en regelt de zonne-
installatie om zo een optimaal zonnerendement te
bereiken. Bij vele compleetstations is er een extern
regeltoestel geïnstalleerd.
– thermometer (afb. 2, pos. 2 en 3)
Aan de ingebouwde thermometers kan u dadelijk de
temperatuur van het vertrek en de retour van de
zonnekring aflezen.
– manometer (afb. 2, pos. 4)
De manometer geeft de installatiedruk aan.
Afb. 2 Compleetstation KS (hier: KS 01.. R met
geïntegreerd regeltoestel)
Pos. 1: regeltoestel KR 0106
Pos. 2: thermometer vertrek zonnekring
Pos. 3: thermometer retour zonnekring
Pos. 4: manometer
Tmax
III0
1
2
3 4
Vertrek
van de collector
Retour
naar de collector
Vertrek
naar de boiler
Retour
van de boiler










