Installation Instructions

LET OP:
Controleer de inhoud van de pakketten en maak uzelf bekend met de onderdelen
alvorens te beginnen met de installatie. Lees tevens eerst de handleiding in zijn geheel
een keer aandachtig door.
Voor een goede en nette plaatsing van uw overkapping raden wij u aan de installatie met
minimaal 2 personen uit te voeren.
INSTALLATIE
STAP 1 – Montage van het muurprofiel
Bepaal de gewenste hoogte van het muurprofiel (A) op de gevel (tabel 1) rekening
houdend met de constructie van uw gevel.
Let op: De hoogte van het muurprofiel is bepalend voor de hellingshoek van het dak. In
principe geldt hoe steiler de hellingshoek des te beter de afwatering en de zelfreinigende
werking. Kies in ieder geval een hoogte waarbij de hellingshoek tussen de 5° en 15°
bedraagt.
Diepte van de overkapping
2,1 meter 3,1 meter
2440mm 2530mm
10° 2615mm 2790mm
15° 2785mm 3055mm
Tabel 1: Montagehoogte muurprofiel
Markeer op de gevel de gewenste hoogte van
het muurprofiel (fig. 1). Boor vervolgens
gaten van Ø10mm (nog niet in de gevel
boren!) ter plaatse van de markeringlijn aan
de binnenzijde van het profiel. Houdt hierbij
een tussenafstand van ongeveer 800mm aan.
Figuur 1
Plaats het muurprofiel op de juiste hoogte
tegen de gevel en controleer of het waterpas
staat. Boor door de zojuiste gemaakte gaten
heen in de gevel met het een Ø10mm
betonboor. Plaats de pluggen 10mm in de
boorgaten en monteer het muurprofiel op de
muur met de bouten 6,5x50mm.
LET OP:
Indien uw gevel / montageondergrond van
een ander materiaal dan steen of beton is
moet u hier passende schroeven voor
gebruiken. Bij een houten ondergrond is
eventueel de bout 6,5x50mm (zonder plug) te
gebruiken. Zorg ervoor dat het muurprofiel
voldoende verankerd wordt in verband met de
wind- en sneeuwbelasting.
4