Gebruikershandleiding TD-4420TN/4520TN TD-4420TN/4520TN Gebruikershandleiding (Nederlands) Versie 03 © 2019 Brother Industries, Ltd. Alle rechten voorbehouden.
Informatie over auteursrechten Het auteursrecht van deze gebruikershandleiding, de software en de firmware van de printer die in deze gebruikershandleiding worden beschreven, berust bij Brother. Alle rechten voorbehouden. CG Triumvirate is een handelsmerk van Agfa Corporation. Het lettertype CG Triumvirate Bold Condensed wordt gebruikt onder licentie van Monotype Corporation. Alle overige handelsmerken zijn eigendom van de respectieve eigenaren.
Inhoud 1. Inleiding .................................................................................................................. 1 1.1 Inleiding tot het product ....................................................................................1 1.2 De kenmerken van het product ........................................................................2 1.2.1 Standaardvoorzieningen ...................................................................... 2 1.2.2 Optionele voorzieningen ....................
5.3.3 Printerinitialisatie ................................................................................ 34 5.3.4 Kalibratie mediasensor (voor de sensor zwarte markering) ............... 35 5.3.5 Kalibratie mediasensor (voor de ruimtesensor) ................................. 36 5.3.6 Het AUTO.BAS-programma overslaan .............................................. 36 6. BPM (Brother Printer Management Tool) ............................................................. 37 6.1 De BPM starten ................
1. Inleiding 1.1 Inleiding tot het product De TD-4420TN/4520TN labelprinter is ondanks zijn elegante vormgeving geschikt voor linten en labelrollen tot 300 m. De interne labelcapaciteit van 127 mm kan, speciaal voor zakelijke labelprinters, worden uitgebreid met een externe labelrolbevestiging voor rollen van 203,2 mm. De verplaatsbare sensor zwarte markering is compatibel met een groot aantal verschillende labels.
1.2 De kenmerken van het product 1.2.1 Standaardvoorzieningen Afdrukken via thermische overdracht Direct thermisch afdrukken Ruimtesensor Volledig verplaatsbare sensor zwarte markering Lintsensor Sensor Printkop open USB 2.
1.2.2 Optionele voorzieningen Gebruiker Leverancier Voorziening Mogelijkheid voor het bevestigen van een externe mediarol met een labelas van 76,2 mm (buitendiameter 213,4 mm) Labelverwijderaar Reguliere volledige/gedeeltelijke snijeenheid (Guillotine-snijeenheid) Papierdikte: Van 0,06 mm tot 0,19 mm (2,36 mil tot 7,48 mil) 1.
1.5 Lintspecificaties Lintdiameter 25,4 mm kern: Max. 67 mm 12,7 mm kern: Max. 40 mm Lintlengte 25,4 mm binnenkern: 300 m 12,7 mm binnenkern: 110 m Lintkerndiameter 12,7 mm en 25,4 mm Lintbreedte Tussen 40 mm en 110 mm (met de 110 mm papierkern en inkepingen aan beide zijden) • Gebruik het lint dat breder is dan het afdrukmedium. Wikkeltype lint Wikkeltype buitenzijde 1.6 Mediaspecificaties Capaciteit labelrol (buitendiameter) Max.
2. Operationeel overzicht 2.1 Pak de printer uit en controleer of alle onderdelen aanwezig zijn Opmerking Bewaar de verpakking voor het geval u de printer moet verzenden. De doos bevat de volgende onderdelen: 1 2 3 4 5 6 1. De printer 2. Lintpapierkern, 25,4 mm 3. Twee lintassen van 25,4 mm voor een lint van 300 m 4. Netsnoer 5. Externe universele voeding 6. USB-kabel 7.
2.2 Overzicht van de printer 2.2.1 De voorkant 1 2 4 3 1. LED-lampje 2. Knop Doorvoeren/onderbreken 3. Lipje om de klep van het rolcompartiment te openen 4.
2.2.2 De binnenkant 1 2 3 4 13 11 5 12 7 6 OPENEN 11 8 10 9 1. Klep van het rolcompartiment 8. Degelrol 2. Linttoevoeras 9. Sensor zwarte markering 3. Linttoevoernaaf 10. Ruimtesensor 4. Lintterugspoelnaaf 11. Mediageleiderpunten 5. Lintterugspoelas 12. Mediageleidernaaf 6. Ontgrendelingsknop printkop 13. Printkop 7. Rolgeleiders WAARSCHUWING Raak de draaiende onderdelen NIET aan. Er bestaat kans op letsel als uw vinger beklemd raakt in het draaiende tandwiel.
2.2.3 De achterkant 1 2 3 4 1. Aan-/uitschakelaar 2. Voedingspoort 3. USB-poort (USB 2.0/hoge snelheid) 4. USB-hostpoort 5. RS-232 seriële poort 6. Ethernetpoort 5 6 Opmerking Afhankelijk van het model zijn enkele functies wellicht niet beschikbaar. Raadpleeg de productspecificaties voor meer informatie.
3. Setup 3.1 De printer installeren Opmerking Controleer of de aan-/uitschakelaar van de printer op UIT staat voordat u de stekker in het stopcontact steekt. Afhankelijk van het model zijn enkele functies wellicht niet beschikbaar. Raadpleeg de productspecificaties voor meer informatie. 1. Plaats de printer op een vlak, stabiel oppervlak. 2. Steek het netsnoer in de voedingspoort aan de achterzijde van de printer. Steek de stekker vervolgens in het stopcontact. 3.
3.2 Het lint plaatsen 1. Open de klep van het rolcompartiment door aan beiden zijden van de printer op de lipjes te drukken. 2. Plaats de lintterugspoelas in de papierkern in de richting zoals aangegeven in de afbeeldingen. L R 3. Plaats om te beginnen de rechterzijde van de lintterugspoelas (met de markering "R") in de linttoevoernaaf. Steek vervolgens de linkerzijde van de L lintterugspoelas in het gat links naast de lintterugspoelnaaf.
4. Druk op de ontgrendelingsknop van de printkop om het printkopmechanisme te openen. 5. Til de printkop omhoog tot deze op zijn plaats klikt. De binnenkant 6. Steek de lintas in het lint. Opmerking In plaats van de lintas kunt u ook een lint met inkepingen aan beide zijden L gebruiken. U plaatst het lint dan rechtstreeks in het lintmechanisme.
7. Plaats om te beginnen de rechterzijde van de linttoevoeras (met de markering "R") in de linttoevoernaaf. Steek vervolgens de linkerzijde van de linttoevoeras in het gat links naast de linttoevoernaaf. 8. Voer het lint tot en met de printkop door en plak de aanloopstrook van het lint op de lintterugspoelpapierkern. BELANGRIJK Gooi de lintterugspoelpapierkern niet weg bij het vervangen van de lintrol. U hebt dit onderdeel nodig als u de lintrol gaat vervangen. 9.
10. Gebruik beide handen om het printkopmechanisme te sluiten tot u een klik hoort. Pad voor het plaatsen van het lint 1. Printkop 2. Lintterugspoeltandwiel 3. Mediageleiderpunten 4. Degelrol 5. Sensor zwarte markering 6. Ruimtesensor 7.
3.3 Media plaatsen 3.3.1 De labelrollen plaatsen 1. Open de klep van het rolcompartiment door aan beiden zijden van de printer op de lipjes te drukken. 2. Duw de vergrendelknop omhoog om de rolgeleiders te ontgrendelen. Schuif beide rolgeleiders naar buiten. 3. Plaats de rol zodanig dat de afdrukzijde van de labels naar boven is gericht, zoals aangegeven in de afbeelding. Duw de vergrendelknop omlaag om de rolgeleiders vast te zetten.
4. Druk op de ontgrendelingsknop van de printkop om het printkopmechanisme te openen. 5. Voer de labels door tot onder het printkopmechanisme en voer het papier door de labeluitvoersleuf. Zorg dat het uiteinde van het papier enigszins uit de labeluitvoersleuf steekt. Ruimtesensor Degelrol Sensor zwarte markering Opmerking De sensor zwarte markering kan worden verplaatst, maar de ruimtesensor zit vast.
7. Sluit het printkopmechanisme met beide handen tot u een klik hoort. 8. Gebruik de Brother Printer Management Tool om het type mediasensor in te stellen en de geselecteerde sensor te kalibreren. a. Start de BPM. b. Klik op de knop Printerfunctie. c. Klik op de knop Kalibreren. Raadpleeg de sectie 6.2 voor meer informatie over het kalibreren van de sensor. Opmerking Kalibreer de ruimtesensor/sensor zwarte markering telkens wanneer u de media vervangt.
Pad voor het plaatsen van media 1. Printkop 2. Lintterugspoeltandwiel 3. Media 4. Mediageleiderpunten 5. Degelrol 6. Sensor zwarte markering 7. Ruimtesensor 8. Lint 2 1 8 3 7 6 5 4 WAARSCHUWING Raak de draaiende onderdelen NIET aan. Er bestaat kans op letsel als uw vinger beklemd raakt in het draaiende tandwiel. Schakel het product uit voordat u het mechanisme aanraakt.
3.3.2 Plaatsing van de externe labelrolbevestiging (optioneel) 1. Draai de schroeven op de metalen bevestigingspunten van de uitbreidingsplaat aan. 2. Bevestig de uitbreidingsplaat aan de onderzijde van de printer. 3. Steek een labelas van 76,2 mm in een papierrol. Plaats deze vervolgens op de Labelas van 76,2 mm externe papierrolbevestiging.
4. Voer de media door tot en met de labeluitvoersleuf aan de achterzijde. Opmerking Controleer of de afdrukzijde van de labels naar boven is gericht. 5. Open de klep van het rolcompartiment. Schuif de rolgeleiders naar buiten en lijn vervolgens de papierbreedte uit met de rolgeleiders. Duw de vergrendelknop omlaag om de rolgeleiders vast te zetten. 6. Plaats de labelrol zoals beschreven in de sectie 3.3.1. 7. Gebruik de mediageleidernaaf om de mediageleider af te stemmen op de papierbreedte. 8.
3.3.3 Media laden in de snijmodus (alleen leveranciers) 1. Plaats de labelrol zoals beschreven in de sectie 3.3.1. 2. Gebruik de Brother Printer Management Tool om het type mediasensor in te stellen en de geselecteerde sensor te kalibreren. 3. Open de klep van het rolcompartiment door aan beiden zijden van de printer op de lipjes te drukken. 4. Druk op de ontgrendelingsknop van de printkop om het printkopmechanisme te openen en voer de media door tot en met de mediasensor.
6. Sluit het printkopmechanisme met beide handen tot u een klik hoort. 7. Sluit de klep van het rolcompartiment. 8. Gebruik de Brother Printer Management Tool om de printer in de snijmodus te zetten. a. Start de BPM. b. Klik op de knop Printerconfiguraties. c. Klik op de tab FBPL. d. Selecteer de optie SNIJEENHD in de vervolgkeuzelijst Na afdrukken. e. Klik op Instellen. f. Druk op de knop Doorvoeren/onderbreken om een test uit te voeren.
Opmerking Kalibreer de ruimtesensor/sensor zwarte markering telkens wanneer u geplaatste media vervangt. 3.3.4 Media laden in de modus Label verwijderen (alleen leveranciers) 1. Plaats de labelrol zoals beschreven in de sectie 3.3.1. 2. Gebruik de Brother Printer Management Tool om het type mediasensor in te stellen en de geselecteerde sensor te kalibreren. 3. Open de klep van het rolcompartiment door aan beiden zijden van de printer op de lipjes te drukken. 4.
6. Open de klep van de labelverwijderaar. Steek het stickervel in de sleuf van de labelverwijderaarklep. Sleuf van de labelverwijderaarklep 7. Sluit de module Labelverwijderaar. 8. Gebruik de Brother Printer Management Tool om de modus Labelverwijderaar in te stellen. a. Start de BPM. b. Klik op de knop Printerconfiguraties. c. Klik op de tab FBPL. d. Selecteer de optie VERWIJD. in de vervolgkeuzelijst Na afdrukken. e. Klik op Instellen.
9. Sluit de klep van het rolcompartiment. Opmerking De module Labelverwijderaar ondersteunt uitsluitend het gebruik van normaal papier.
4. Afdrukken 4.1 Het printerstuurprogramma installeren Opmerking De modelnaam en het serienummer vindt u aan de achterzijde van de printer. De installatiemethode voor het stuurprogramma is afhankelijk van het type verbinding: USB-verbinding (Windows/Mac/Linux) Bedrade netwerkverbinding (Windows) 4.1.1 USB-verbinding (Windows/Mac/Linux) Opmerking Mac/Linux-gebruikers Raadpleeg de installatiehandleiding van het stuurprogramma voor meer informatie over de installatie van het stuurprogramma. 1.
4.1.2 Bedrade netwerkverbinding (Windows) 1. Gebruik LAN-kabels om de printer en de computer te verbinden met de router/het toegangspunt. De printer ontvangt automatisch een standaard IP-adres en geeft dat weer op het LCD-scherm. 2. Ga naar de pagina Downloads van uw model op support.brother.com en download het nieuwste printerstuurprogramma en de nieuwste software. 3.
4.2 Labels maken en afdrukken met BarTender BarTender is een toepassing voor het maken van labels. De toepassing kan gratis worden gedownload vanaf de productpagina op support.brother.com. De software is uitsluitend beschikbaar voor Windows. 1. Start BarTender. 2. Volg de aanwijzingen op het scherm om een label te maken. Opmerking Voor meer informatie over het gebruik van BarTender klikt u op Help.
3. Klik op File (Bestand) > Print (Afdrukken) om het label af te drukken. Opmerking Als de gedeeltelijk afsnijden is geselecteerd, wordt er een leeg gebied van ongeveer 40 mm toegevoegd tussen de afsnijrand en het afdrukgebied (zoals afgebeeld). Gedeeltelijk afsnijden is alleen beschikbaar als de snijmodule op de printer is geïnstalleerd.
5. De functies van het LED-lampje en de knop Doorvoeren/onderbreken Met de knop Doorvoeren/onderbreken en aan de hand van het driekleurige LED-lampje kunt u labels invoeren, afdruktaken onderbreken, sensoren selecteren en kalibreren, het zelftestrapport van de printer afdrukken en de printer terugzetten naar de fabrieksinstellingen. 5.1 Het LED-lampje Kleur van het lampje Beschrijving Groen (brandt continu) De printer is ingeschakeld en klaar voor gebruik.
5.3 Hulpprogramma’s bij inschakelen De printer beschikt over zes hulpprogramma’s bij inschakelen. Hiermee kunt u de printer instellen en de functionaliteit van de printer testen. Een hulpprogramma bij inschakelen activeren: 1. Schakel de printer uit. 2. Houd de knop Doorvoeren/onderbreken ingedrukt en schakel de printer vervolgens in. 3.
Opmerking De LED-kleur verandert als volgt: Oranje rood (vijf keer) oranje (vijf keer) groen (vijf keer) groen/oranje (vijf keer) rood/oranje (vijf keer) groen (continu) Om de juiste sensor voor de kalibratie te selecteren, moet u de juiste opdracht naar de printer sturen: Voor de ruimtesensor: stuur de opdracht GAP Voor de sensor zwarte markering: stuur de opdracht BLINE Raadpleeg voor meer informatie over de beschikbare opdrachten de "FBPL Command Reference Manual" (Handleiding
Zelftest Na de kalibratie van de ruimtesensor/sensor zwarte markering kunt u de printerconfiguratie afdrukken. De afdruk van de zelftest bevat de configuratie van de printer en het beschikbare geheugen. Tevens wordt aangegeven of er sprake is van beschadigde dots in het verwarmingsonderdeel.
Printernaam MAC-adres DHCP IP-adres Subnetmasker Gateway RAW-poort Aantal gedownloade bestanden Totaal en beschikbaar geheugen Controlepatroon printkop 33
De dumpmodus De printer belandt in de dumpmodus nadat de printerconfiguratie is afgedrukt. In deze modus kunnen gebruikers de programma’s van de printer controleren en eventuele problemen oplossen. De tekens in de linkerkolom worden door het printersysteem verzonden en de tekens in de rechterkolom zijn de bijbehorende hexadecimale waarden. Een hexadecimale weergave ASCII-gegev van de ASCII-gegevens Opmerking Voor de dumpmodus is papier met een breedte van 101,5 mm vereist.
Na de initialisatie worden de volgende fabrieksinstellingen hersteld: Parameter Snelheid Standaardwaarden 127 mm/sec (5 ips) (203DPI) 76 mm/sec (3 ips) (300DPI) Afdrukdichtheid 8 Labelbreedte 101,5 mm Labelhoogte 101,5 mm Type sensor Ruimtesensor Ruimte-instelling 3 mm Afdrukrichting 0 Referentiepunt 0,0 (linker bovenhoek) Verschuiving 0 Afsnijdmodus Aan Modus Labelverwijderaar uit Uit Snijmodus Uit Codepagina 850 Landcode 001 Flash-geheugen wissen Nee 5.3.
5.3.5 Kalibratie mediasensor (voor de ruimtesensor) 1. Schakel de printer uit. 2. Houd de knop Doorvoeren/onderbreken ingedrukt en schakel de printer vervolgens in. 3. Laat de knop los als het LED-lampje vijf keer groen/oranje heeft geknipperd en rood/oranje gaat branden. Opmerking De LED-kleur verandert als volgt: Oranje rood (vijf keer) oranje (vijf keer) groen (vijf keer) groen/oranje (vijf keer) rood/oranje (vijf keer) groen (continu) 5.3.6 Het AUTO.
6. BPM (Brother Printer Management Tool) De Brother Printer Management Tool is een geïntegreerd hulpprogramma waarmee u: De status en instellingen van de printer kunt weergeven. De printerinstellingen kunt wijzigen. Aanvullende opdrachten naar de printer kunt verzenden. Afbeeldingen en lettertypen kunt downloaden. Een bitmaplettertype voor de printer kunt maken. Firmware kunt downloaden en bijwerken.
6.2 De Mediasensor kalibreren met de BPM 6.2.1 Automatische kalibratie Gebruik de BPM om het type mediasensor (ruimtesensor of sensor zwarte markering) in te stellen en de geselecteerde sensor te kalibreren. Ruimtesensor Sensor zwarte markering De transmissie-/ruimtesensor detecteert het begin van het label en voert het label in op de juiste positie. De sensor reflectief/zwarte markering detecteert de markering en voert het papier in op de juiste positie. 1.
7. Problemen oplossen In dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe algemene problemen met de printer kunnen worden opgelost. Als de printer niet goed werkt, controleer dan eerst of u de volgende taken correct hebt uitgevoerd. Als het probleem daarmee niet is opgelost, neemt u contact op met de klantenservice van de fabrikant of uw lokale leverancier. Probleem Het LED-lampje brandt niet. Mogelijke oorzaak Het netsnoer is niet juist aangesloten.
Probleem Slechte afdrukkwaliteit. Tijdens het afdrukken worden labels overgeslagen. Mogelijke oorzaak Het lint of de media is onjuist geplaatst. Er is sprake van stof of lijmresten op de printkop. De afdrukdichtheid is niet juist ingesteld. Het printkopmechanisme is beschadigd. De combinatie lint/media is niet compatibel. Oplossing Plaats de media/het lint opnieuw. Reinig de printkop. Reinig de degelrol. Pas de afdrukdichtheid en de afdruksnelheid aan.
8. Onderhoud Het verdient aanbeveling de printer regelmatig te reinigen voor een blijvend goede werking. Aanbevolen reinigingsmaterialen: Wattenstaafje Pluisvrije doek Stofzuiger/stofblazer Samengeperste lucht Isopropylalcohol of ethanol Printeronderdeel Reinigingsmethode Interval 1. Schakel de printer uit. 2. Laat de printkop minimaal één minuut afkoelen. 3. Reinig de printkop met een wattenstaafje en een beetje isopropylalcohol of ethanol.
Opmerking Raak de printkop niet aan. Als u de printkop toch hebt aangeraakt, reinig die dan zoals hierboven beschreven. Gebruik geen medische alcohol omdat de printkop daardoor kan beschadigen. Volg bij het gebruik van isopropylalcohol of ethanol de veiligheidsvoorschriften van de fabrikant. Om een juiste werking van de printer te garanderen verdient het aanbeveling de printkop en de sensoren te reinigen telkens wanneer u een nieuw lint plaatst.