Software User's Guide
Table Of Contents
- SOFTWAREHANDLEIDING Labelprinter TD-serie
- Inleiding
- Inhoudsopgave
- 1 P-touch Editor Software en P-touch Update Software installeren en verwijderen
- 2 Labels aanpassen
- 3 Labels maken
- 4 Zo gebruikt u P-touch Editor
- 5 Zo gebruikt u P-touch Transfer Manager en P-touch Library
- Werken met P-touch Transfer Manager
- De labelsjabloon overdragen naar P-touch Transfer Manager
- P-touch Transfer Manager starten
- Sjablonen en andere gegevens overbrengen van de computer naar de printer via USB
- Sjablonen via een netwerk overbrengen naar de printer (alleen voor TD-2120N/2130N/4100N)
- Een back-up maken van sjablonen en andere gegevens die in de printer zijn opgeslagen
- Alle printergegevens verwijderen
- Werken met P-touch Library
- Werken met P-touch Transfer Manager
- 6 Labelsjablonen overbrengen met P-touch Transfer Express
- P-touch Transfer Express voorbereiden
- De labelsjabloon overdragen naar P-touch Transfer Manager
- De labelsjabloon opslaan als een overdrachtspakket (.pdz-bestand)
- Het overdrachtspakket (.pdz-bestand) en P-touch Transfer Express distribueren naar de gebruiker
- Het overdrachtspakket (.pdz-bestand) overdragen naar de Brother printer
- 7 De lijst met labelsjablonen afdrukken
- 8 Labels afdrukken met behulp van P-touch Template
- 9 Bijwerken van P-touch Editor (alle modellen)/Bijwerken van de firmware (alleen voor modellen TD-2020/2120N/2130N)
- 10 De afdruk van labels over meerdere printers verdelen
- A Bijlage
De afdruk van labels over meerdere printers verdelen
84
10
e
Geef het formaat op van de labels waarop u wilt afdrukken.
A. Als slechts één printer is geselecteerd.
Selecteer in het dialoogvenster uit stap d de printer waarvan u de instelling wilt opgeven, en dubbelklik
erop, of klik erop met de rechtermuisknop en kies [Instellingen]. Selecteer het labelformaat in de
vervolgkeuzelijst [Papierformaat].
OPMERKING
• De informatie die in het dialoogvenster uit stap d wordt weergegeven, kan worden ingevoerd in het
tekstvak [Opmerkingen].
•Als u [* Willekeurig papier] selecteert in de vervolgkeuzelijst [Papierformaat], wordt met alle
geselecteerde gedistribueerde printers afgedrukt, ongeacht het geladen labelformaat.
B. Als meerdere printers zijn geselecteerd.
Selecteer in het dialoogvenster uit stap d de printers waarvan u de instellingen wilt opgeven, klik erop
met de rechtermuisknop en kies [Instellingen]. Selecteer het labelformaat in de vervolgkeuzelijst
[Papierformaat]. Het geselecteerde labelformaat wordt op alle geselecteerde printers toegepast.
OPMERKING
• De instellingen onder [Poortnaam] en [Opmerkingen] zijn niet beschikbaar.
•Als u [* Willekeurig papier] selecteert in de vervolgkeuzelijst [Papierformaat], wordt met alle
geselecteerde gedistribueerde printers afgedrukt, ongeacht het geladen labelformaat.










