GEBRUIKERSHANDLEIDING TD-2020/TD-2120N/TD-2130N TD-2020 TD-2120N TD-2130N Lees deze gebruikershandleiding voordat u de printer gebruikt. Bewaar deze handleiding op een handige plaats zodat u er later dingen in kunt opzoeken. Ga naar support.brother.com, voor productondersteuning en antwoorden op veelgestelde vragen (FAQ’s).
Inleiding Hartelijk dank voor uw aankoop van de Brother TD-2020/2120N/2130N. De TD-2020/2120N/2130N (hierna "de printer" genoemd) is een thermische bureauprinter met netvoeding. Lees vóór gebruik van de printer de Gebruikershandleiding, handleiding product veiligheid, beknopte bedieningsgids, softwarehandleiding en netwerkhandleiding (alleen TD-2120N/2130N). Bewaar deze documenten op een handige plaats zodat u er later dingen in kunt opzoeken. Op de cd-rom staan de volgende documenten.
Inhoudsopgave 1 Aan de slag gaan 1 Algemene beschrijving........................................................................................... 1 Voeding ................................................................................................................. 3 Aansluiten op een spanningsbron voor wisselstroom ..................................... 3 Het printerstuurprogramma en de software installeren.......................................... 4 Venster installatieprogramma....................
Instelling papierformaat .......................................................................................44 Het dialoogvenster Instelling papierformaat ..................................................44 Papierformaten distribueren ..........................................................................47 4 Andere functies 48 Functies voor massaopslag .................................................................................48 De functie massaopslag .....................................
Een labellay-out maken .......................................................................................79 Een sjabloon maken ...................................................................................... 79 Een database aan een sjabloon koppelen .................................................... 81 De labellay-out overbrengen naar de printer ....................................................... 83 Een tikpaneel selecteren ...................................................................
14 De oplaadbare li-ionbatterij/eenheid batterij gebruiken (optioneel: PA-BT-4000LI/PA-BB-001) (alleen TD-2120N/2130N) 114 De oplaadbare li-ionbatterij plaatsen .................................................................114 De oplaadbare li-ionbatterij opladen ..................................................................115 Tips voor het gebruik van de oplaadbare li-ionbatterij .......................................116 Batterijniveau van de oplaadbare batterij ................................
1 Aan de slag gaan Algemene beschrijving Voorzijde 1 1 POWER-lampje (Aan-/uitlampje) 2 Knop 3 Media-uitvoer 4 Bovenklep van het compartiment voor de RD-rol 5 STATUS-lampje (Statuslampje) 6 Knop (Doorvoeren) 7 Knop (Afdrukken) 8 Knop voor het ontgrendelen van de klep 9 Afscheurbalk Bij aankoop van de printer is de klep van de afscheurbalk geïnstalleerd. 1 1 (Aan-/uitknop) 1 4 1 2 5 6 7 8 3 OPMERKING • Verwijder de klep van de afscheurbalk voordat u de printer in gebruik neemt.
Hoofdstuk 1 Achterzijde (TD-2020) Opties (alleen TD-2120N/2130N) 1 Tikpaneel (PA-TDU-001) WLAN-interface (PA-WI-001) Bluetooth-interface (PA-BI-001) Labelpeller (PA-LP-001) Batterij eenheid (PA-BB-001) 1 Seriële adapter RJ25 naar DB9M (PA-SCA-001) 2 3 Oplaadbare litthium-ion batterij (PA-BT-4000LI) (TD-2120N/2130N) 1 1 2 3 1 Invoersleuf externe media 2 Seriële poort 3 Voedingsconnector 4 Mini-USB-poort 5 USB-hostpoort (alleen TD-2120N/2130N) 6 Ethernet-netwerkpoort (alle
Aan de slag gaan Voeding d 1 Deze printer wordt gevoed met de netspanningsadapter (bijgeleverd) of een oplaadbare li-ionbatterij (optioneel, alleen TD-2120N/2130N). Gebruik de voeding die het beste past bij de manier waarop u de printer wilt gebruiken. Druk op de knop (Aan-/uitknop) van de printer om die in te schakelen. Het POWER-lampje (Aan-/uitlampje) gaat groen branden en de printer is stand-by.
Hoofdstuk 1 Het printerstuurprogramma en de software installeren Venster installatieprogramma 1 1 U kunt het printerstuurprogramma en de software met een van de volgende drie methoden installeren: USB-verbinding (pagina 5) Bedrade LAN-verbinding (alleen TD-2120N/2130N) (pagina 6) Draadloze LAN-verbinding (alleen TD-2120N/2130N) (als de WLAN-interface is aangesloten) Een draadloze LAN-verbinding kan alleen worden gebruikt als de WLAN-interface (optioneel) is aangesloten op de printer.
Aan de slag gaan USB-verbinding a 1 f Plaats de cd-rom met het installatieprogramma in het cd-romstation van de computer. Selecteer de taal op het scherm voor talenkeuze. Sluit de printer als u dat wordt gevraagd met een USB-kabel aan op de computer en zet de printer aan. De installatie wordt automatisch gestart. OPMERKING • Voor Windows XP/Windows Vista/ Windows 7: Geef de inhoud van de map met stuurprogramma’s op de cd-rom weer en dubbelklik op [start.
Hoofdstuk 1 h P-touch Update Software wordt gestart. Als er een toepassing staat bij [Bestandenlijst] is er een nieuwere versie van de toepassing. Schakel het selectievakje bij de toepassing in en klik op [Installeren] om de toepassing te installeren. Wacht op een bericht dat meldt dat de installatie is voltooid. Bedrade LAN-verbinding (alleen TD-2120N/2130N) a Sluit de LAN-kabel aan op de printer en schakel de printer in.
Aan de slag gaan f Selecteer [Netwerkverbinding via kabel (Ethernet)] en klik op [Volgende] als het venster voor het selecteren van een verbindingsmethode wordt geopend. h Selecteer de printer in de lijst en klik op [Volgende]. 1 OPMERKING g Als het scherm [Firewall/antivirus gedetecteerd] wordt weergegeven, selecteert u [Wijzig de poortinstellingen van de firewall om netwerkverbinding mogelijk te maken en ga door met de installatie. (Aanbevolen)] en klik op [Volgende].
Hoofdstuk 1 OPMERKING k Als er een toepassing staat bij [Bestandenlijst] is er een nieuwere versie van de toepassing. Schakel het selectievakje bij de toepassing in en klik op [Installeren] om de toepassing te installeren. Wacht op een bericht dat meldt dat de installatie is voltooid. • Voor gebruikers van Windows Vista/ Windows 7/Windows 8: Schakel het selectievakje in en klik op [Installeren] om de installatie op normale wijze te voltooien als het venster [Windows-beveiliging] wordt geopend.
Aan de slag gaan Gegevens over papierformaat aanmelden bij de printer Voor een goed functioneren moeten gegevens over papierformaat worden aangemeld bij de printer. a Sluit de computer aan op de printer met behulp van een USB-kabel. b Geef de formaatgegevens op bij [Instelling papierformaat] van het geïnstalleerde "Printer Instelling Tool"; geef de formaatgegevens op (labelbreedte en -lengte, labelafstand, enz.) voor de media die u gaat gebruiken en voeg dan het papierformaat toe.
Hoofdstuk 1 Windows Vista 1 Windows 7 1 a Houd de knop (Aan-/uitknop) ingedrukt om de printer uit te zetten als die is ingeschakeld. a Houd de knop (Aan-/uitknop) ingedrukt om de printer uit te zetten als die is ingeschakeld. b Klik op - [Configuratiescherm] [Hardware en geluiden] - [Printers]. b c Klik op d Selecteer [Fax] of [Microsoft XPS Document Writer] in het venster [Apparaten en printers] en klik vervolgens op [Eigenschappen voor afdrukserver] op de menubalk.
Aan de slag gaan Windows 8 a Houd de knop (Aan-/uitknop) ingedrukt om de printer uit te zetten als die is ingeschakeld. b Klik op [Control Panel] op het scherm [Apps] - [Hardware en geluiden] [Apparaten en printers]. c Selecteer [Brother TD-XXXX] en klik op [Apparaat verwijderen], of klik met de rechtermuisknop op het pictogram en kies [Apparaat verwijderen] in het snelmenu. Als een bericht over gebruikersaccountbeheer wordt weergegeven, voert u het wachtwoord in en klikt u op [Ja].
2 Afdrukken 2 Bedieningspaneel 2 Op het bedieningspaneel vindt u de volgende knoppen en lampjes. 1 5 2 3 4 1 POWER-lampje (Aan-/uitlampje) 4 Knop 2 Knop (Aan-/uitknop) 5 STATUS-lampje (Statuslampje) 3 Knop (Doorvoeren) (Afdrukken) Lampjes De lampjes branden en knipperen om de status van de printer weer te geven. Elk lampje kan groen, oranje of blauw branden en knipperen. Zie Lampjes op pagina 54 voor meer informatie.
Afdrukken Knopfuncties (Aan-/uitknop) knopfuncties 2 Bediening De printer inschakelen Druk op de knop knop (Aan-/uitknop) als de printer uitgeschakeld is. Het POWER-lampje (Aan-/uitlampje) gaat branden. De printer uitschakelen Houd de knop (Aan-/uitknop) ingedrukt tot het POWER-lampje (Aan-/uitlampje) dooft als de printer is ingeschakeld. (Als de functie [Auto.
Hoofdstuk 2 (Afdrukken) knopfuncties Bediening De opgegeven bewerking uitvoeren Druk, als de printer niet in gebruik is, op deze knop om de bewerking uit te voeren die is ingesteld bij [Apparaatinstellingen] in "Printer Instelling Tool". Zie Functie Toets Afdrukken op pagina 36 voor meer informatie. De printerinstellingen afdrukken Controleer of er een rol is geplaatst en houd dan (gedurende minstens 1 seconde) de knop (Afdrukken) ingedrukt om te beginnen met het afdrukken van de printerinstellingen.
Afdrukken c De RD-rol plaatsen 2 Gebruik originele rollen van Brother. Origineel kettingpapier van Brother is momenteel niet verkrijgbaar. a Plaats een RD-rol in het compartiment voor de RD-rol en sluit de bovenklep van het compartiment voor de RD-rol. Bij een RD-rol 1 Houd de knop (Aan-/uitknop) ingedrukt om de printer uit te schakelen. Druk de knop (1) voor het ontgrendelen van de klep aan beide zijden in en trek de bovenklep van het compartiment voor de RD-rol omhoog.
Hoofdstuk 2 2 5 Til de aanpassingshendel papiergeleider (1) op en druk de beide papiergeleiders (2) aan tot de breedte van de rol. Sluit de klep van het compartiment voor de RD-rol door er in het midden op te drukken. De klep moet vastklikken. 1 2 Bij kettingpapier 3 Plaats het uiteinde van de RD-rol onder de papierpuntgeleiders (1). 1 Voer het kettingpapier in de aangegeven richting in. 1 1 4 16 Leg het uiteinde van het papier midden op de degelrol en iets uitstekend uit de papieruitvoer.
Afdrukken 2 Plaats het uiteinde van het kettingpapier onder de papierpuntgeleiders (1). d Houd de knop (Aan-/uitknop) ingedrukt om de printer in te schakelen. OPMERKING Als de gegevens over papierformaat voor de Print & Knip-labels die worden gebruikt, zijn aangemeld bij de printer, kunt u op de knop (Doorvoeren) drukken om het label in de juiste beginpositie te plaatsen. Zie Gegevens over papierformaat aanmelden bij de printer op pagina 9 voor meer informatie.
Hoofdstuk 2 Afbeelding 3 Met zwarte markering Lijn de zwarte markering op het papier uit met de middellijn van de sensor reflectief/zwarte markering. (Zie Afbeelding 3.) 2 1 Zorg ervoor dat tenminste 4 mm van de zwarte markering zich links en rechts van de middellijn van de sensor reflectief/zwarte markering bevindt. 2 Afbeelding 1 2 3 4 5 1 2 3 4 5 OPMERKING OPMERKING De sensor staat in deze positie bij aankoop van de printer.
Afdrukken De printerinstellingen afdrukken U kunt op de knop printerinstellingen: 2 (Afdrukken) drukken om een rapport af te drukken met de volgende 2 Programmaversie Overzicht printergebruik Testpatroon ontbrekende punten Lijst met doorgestuurde gegevens Communicatie-instellingen OPMERKING • U kun bij [Apparaatinstellingen] in "Printer Instelling Tool" van tevoren instellen welke items moeten worden afgedrukt. Zie Informatierapport printer op pagina 36 voor meer informatie.
Hoofdstuk 2 Afdrukvoorbeeld printerinstellingen Het afdrukvoorbeeld dient uitsluitend ter illustratie.
Afdrukken De computer en de printer koppelen U kunt de printer op uw computer aansluiten met behulp van een van de onderstaande methoden. USB-verbinding Bedrade LAN-verbinding (alleen TD-2120N/2130N) Seriële kabelverbinding Draadloze LAN-verbinding (alleen TD-2120N/2130N) Bluetooth-verbinding (alleen TD-2120N/2130N) USB-verbinding 2 2 Installeer het printerstuurprogramma voordat u de printer aansluit op de computer.
Hoofdstuk 2 Bedrade LAN-verbinding (alleen TD-2120N/2130N) Afdrukoplossingen 2 De printer kan pas met behulp van een statisch IP-adres communiceren via een bedrade LAN-verbinding als het printerstuurprogramma en "Printer Instelling Tool" zijn geïnstalleerd en de instellingen voor een bedrade LAN-verbinding zijn opgegeven. Zie Het printerstuurprogramma en de software installeren op pagina 4 voor meer informatie. a Controleer of de computer is uitgeschakeld voordat u de LAN-kabel aansluit.
Afdrukken Afdrukken g 2 U kunt met deze printer op verschillende manieren afdrukken. Hieronder staat de procedure voor het afdrukken met behulp van een computer. a Start P-touch Editor en open het document dat u wilt afdrukken. Voor gebruikers van P-touch Editor: zie de Softwarehandleiding op de cd-rom voor meer informatie. b Controleer of de printer is aangesloten op een juiste voedingsbron.
Hoofdstuk 2 Opties van het printerstuurprogramma U kunt verschillende opties instellen in het dialoogvenster van het printerstuurprogramma, bijvoorbeeld papierformaat, aantal exemplaren, afdrukkwaliteit, enzovoort. OPMERKING U kunt ook meer geavanceerde instellingen opgeven met "Printer Instelling Tool". Zie Printer Instelling Tool op pagina 25 voor meer informatie.
3 Printer Instelling Tool Over Printer Instelling Tool 3 Met behulp van "Printer Instelling Tool" kunt u de communicatie-instellingen van de printer, de apparaatinstellingen, de instellingen voor P-touch Template en de instellingen voor papierformaat opgeven op de computer. Printer Instelling Tool gebruiken Sluit de te configureren printer aan op de computer. b Voor Windows XP/Windows Vista/ Windows 7: Klik op [Start] [Alle Programma’s] - [Brother] [Label & Mobile Printer] [Printer Setting Tool].
Hoofdstuk 3 2 Communicatie-instellingen (alleen TD-2120N/2130N) Geef instellingen op voor bedraad LAN, draadloos LAN en Bluetooth. De verbindingen met behulp van draadloos LAN en Bluetooth kunnen alleen gebruikt worden als de bijbehorende optionele eenheid is aangesloten op de printer en de verbindingsinstellingen zijn voltooid. U kunt [Communicatie-instellingen] alleen openen als u bent aangemeld met beheerdersrechten.
Printer Instelling Tool Communicatieinstellingen (alleen TD-2120N/2130N) 2 Items Als u [Huidige status] selecteert, worden de huidige instellingen weergegeven in het gedeelte voor weergave en wijzigen van instellingen. Selecteer het item waarvan u de instellingen wilt wijzigen. 3 Menubalk Selecteer een opdracht in een van de menu’s. 4 Printer Selecteer de printer waarvoor instellingen moeten worden gewijzigd.
Hoofdstuk 3 10 Toepassen Klik op [Toepassen] om de instellingen toe te passen op de printer. Selecteer [Opslaan in opdrachtbestand] in de vervolgkeuzelijst om de opgegeven instellingen op te slaan in een opdrachtbestand. U kunt het opgeslagen opdrachtbestand gebruiken in combinatie met de functie voor massaopslag om instellingen toe te passen op een printer. (Zie Functies voor massaopslag op pagina 48.) Als u op [Toepassen] klikt, worden alle instellingen op alle tabbladen toegepast op de printer.
Printer Instelling Tool Menubalk 3 1 2 3 4 3 5 7 6 8 9 10 1 Instellingen op printer toepassen De instellingen toepassen op de printer. 2 Instellingen opslaan in opdrachtbestand De opgegeven instellingen opslaan in een opdrachtbestand. De bestandsextensie is ".bin". U kunt het opgeslagen opdrachtbestand gebruiken in combinatie met de functie voor massaopslag om instellingen toe te passen op een printer. (Zie Functies voor massaopslag op pagina 48.
Hoofdstuk 3 3 Importeren Draadloze instellingen van de huidige computer importeren De instellingen van de computer worden geïmporteerd. OPMERKING De instellingen op een tabblad waarop het selectievakje [Deze instellingen uitschakelen] is ingeschakeld, worden niet opgeslagen. OPMERKING • U kunt alleen PSA-instellingen (instellingen voor Personal Security Authentication: open systeem, verificatie met publieke sleutel en WPA/WPA2-PSK) importeren.
Printer Instelling Tool De tabbladen Bedraad LAN/ Draadloos LAN 4 3 TCP/IP (Bedraad) 3 IP-adres primaire DNS-server/IP-adres secundaire DNS-server U kunt alleen instellingen opgeven als de DNS-server is ingesteld op [STATIC]. Draadloze instellingen 3 3 1 1 2 3 4 5 6 7 8 2 3 4 1 TCP/IP (Draadloos) 3 Communicatiemodus Selecteer [Ad-hoc] of [Infrastructuur]. OPMERKING Niet alle computers, mobiele apparaten en besturingssystemen ondersteunen mogelijk de ad-hocmodus.
Hoofdstuk 3 7 8 Gebruiker-ID/Wachtwoord U kunt alleen instellingen opgeven als u LEAP, EAP-FAST, EAP-TTLS of EAP-TLS hebt geselecteerd als verificatiemethode. Bovendien is het bij EAP-TLS niet nodig om een wachtwoord op te geven, maar moet wel een clientcertificaat worden geregistreerd. Maak vanuit een webbrowser verbinding met de printer en geef het certificaat op om een certificaat te registreren.
Printer Instelling Tool Het tabblad Bluetooth 3 Gewijzigde instellingen toepassen op meerdere printers a 1 2 3 4 5 b 3 Nadat u de instellingen hebt toegepast op de printer, koppelt u de printer los van de computer, en sluit u de tweede printer aan op de computer. Selecteer de nu aangesloten printer in de vervolgkeuzelijst [Printer]. OPMERKING 1 Bluetooth gebruiken Bluetooth-verbinding in- en uitschakelen.
Hoofdstuk 3 d Herhaal de stappen a-c voor alle printers waarvan u de instellingen wilt wijzigen. Als het IP-adres is ingesteld op [STATIC], wordt het IP-adres van de printer ook gewijzigd in het IP-adres van de eerste printer. Wijzig zo nodig het IP-adres van de printer. OPMERKING Als u de instellingen als bestand wilt opslaan, klikt u op [Bestand] [Exporteren].
Printer Instelling Tool OPMERKING • Als wordt weergegeven op een tabblad, kunnen de instellingen op dat tabblad niet worden opgegeven of gewijzigd. Bovendien worden de instellingen op het tabblad niet toegepast op de printer, zelfs niet als u op [Toepassen] klikt. Evenmin worden de instellingen op het tabblad opgeslagen of geëxporteerd als u de opdracht [Opslaan in opdrachtbestand] of [Exporteren] geeft.
Hoofdstuk 3 5 Opdrachtmodus De opdrachtmodus voor de printer instellen. Mogelijke instellingen: [Raster], [ESC/P], [P-touch Template] 6 Tekstrichting Hiermee bepaalt u de afdrukstand. Mogelijke instellingen: [Normaal], [180 graden gedraaid] Deze instelling wordt alleen gebruikt als het printerstuurprogramma niet wordt gebruikt. Als het printerstuurprogramma wordt gebruikt, wordt de instelling die is opgegeven in het printerstuurprogramma gebruikt.
Printer Instelling Tool 4 Serialis.modus Hiermee bepaalt u of u een serienummer wilt afdrukken op basis van het laatst afgedrukte nummer. Mogelijke instellingen: [Vanaf laatste], [Van startnr.] 5 1 Als u dit selectievakje inschakelt, wordt weergegeven op het tabblad en kunnen geen instellingen meer worden opgegeven of gewijzigd. Bovendien worden de instellingen op een Printerlogboek opslaan Opslaan van het printerlogboek in- of uitschakelen.
Hoofdstuk 3 Paneelinstellingen (1) 3 1 Als u dit selectievakje inschakelt, wordt weergegeven op het tabblad en kunnen geen instellingen meer worden opgegeven of gewijzigd. Instellingen opgeven als het tikpaneel (optioneel) wordt gebruikt (alleen TD-2120N/2130N). De instellingen op een tabblad waarop wordt weergegeven, worden niet toegepast op de printer, zelfs niet als u op [Toepassen] klikt.
Printer Instelling Tool 6 Achtergr.verl. Hiermee schakelt u de LCD-schermverlichting in en uit. Mogelijke instellingen: [Aan], [Uit] 7 LCD-contrast Hiermee bepaalt u het LCD-schermcontrast. Mogelijke instellingen: -2-+2 8 9 Pieper Hiermee bepaalt u of de printer piept wanneer u op een toets op het tikpaneel drukt. Mogelijke instellingen: [Aan], [Uit] Bewerken uit Hiermee bepaalt u of labellay-outs kunnen worden bewerkt. Mogelijke instellingen: [Aan], [Uit] 10 Inst. vergr.
Hoofdstuk 3 Menubalk 3 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 1 Instellingen op printer toepassen De instellingen toepassen op de printer. Deze opdracht heeft hetzelfde effect als klikken op de knop [Toepassen]. 2 Instellingen opslaan in opdrachtbestand De opgegeven instellingen opslaan in een opdrachtbestand. Deze opdracht heeft hetzelfde effect als het selecteren van [Opslaan in opdrachtbestand] in de vervolgkeuzelijst [Toepassen].
Printer Instelling Tool 6 Informatierapport afdrukken De volgende printerinstellingen worden afgedrukt. Programmaversie Overzicht printergebruik Testpatroon ontbrekende punten Lijst met doorgestuurde gegevens Communicatie-instellingen OPMERKING U kunt de printerinstellingen ook afdrukken door op de knop (Afdrukken) te klikken. Zie De printerinstellingen afdrukken op pagina 19 voor meer informatie.
Hoofdstuk 3 Geavanceerde bewerkingen 3 1 Default Command Mode Selecteer de modus [P-touch Template] om sjablonen van P-touch Template te gebruiken. Mogelijke instellingen: [P-touch Template], [ESC/P], [Raster] 2 Default Template Number Het sjabloonnummer opgeven dat standaard wordt geselecteerd als de printer wordt ingeschakeld. Als een sjabloon echter zo is ingesteld dat het niet kan worden overgebracht naar de printer, kunt u het nummer van die sjabloon niet opgeven.
Printer Instelling Tool 6 7 International Character Set Selecteer een van de volgende landen voor de tekenset. Mogelijke instellingen: [United States], [France], [Germany], [Britain], [Denmark I], [Sweden], [Italy], [Spain I], [Japan], [Norway], [Denmark II], [Spain II], [Latin America], [South Korea], [Legal] De volgende 12 codes worden ingeschakeld, afhankelijk van het in de lijst hiervoor geselecteerde land.
Hoofdstuk 3 Instelling papierformaat Registreer een papierformaat niet als hetzelfde formaat al eerder is geregistreerd. Dat levert mogelijk onbedoelde resultaten op. Als u papier wilt gebruiken met hetzelfde formaat als een al geregistreerde soort papier, selecteert u het gewenste formaat in de lijst [Geregistreerde papierformaten] in het dialoogvenster [Instelling papierformaat] en wijzigt u daarna de instellingen in het dialoogvenster [Bewerken].
Printer Instelling Tool 8 Optie Klik op de knop b en selecteer een bewerking. Klik op [Meld het papierformaat aan met Printer] om de instellingen voor het geselecteerde papier te registreren bij een printer. Klik op [Opslaan in opdrachtbestand] om de instellingen voor papierformaat te exporteren als opdrachtbestand. (De bestandsextensie is ".bin".
Hoofdstuk 3 Het dialoogvenster Geavanceerde afdrukinstellingen OPMERKING Omdat de instellingen bij [Mediasensor (Transmissie/opening)] (pagina 37) in het dialoogvenster [Apparaatinstellingen] effect uitoefenen, dient u bijpassende waarden op te geven.
Printer Instelling Tool Papierformaten distribueren 3 U kunt de papierformaten die u uit de lijst [Geregistreerde papierformaten] hebt geëxporteerd, distribueren naar andere computers. Alleen papierformaten distribueren 3 Als het printerstuurprogramma is geïnstalleerd op de ontvangende computer, hoeft u alleen de papierformaten te distribueren. a Geef de papierformaatinstellingen op bij de verzendende computer en klik vervolgens op [Exporteren].
4 Andere functies Functies voor massaopslag De functie massaopslag Met de functie voor massaopslag kunt u opdrachten uitvoeren door via USB gegevens van een computer of een ander apparaat te verzenden naar de printer. Bestanden die u hebt gekopieerd naar het massaopslaggebied worden verwerkt als u op de knop (Afdrukken) drukt. De functie is handig onder de volgende omstandigheden. U wilt sjablonen (.blf-indeling) en instellingen die zijn opgeslagen in een opdrachtbestand (.
Andere functies g Schakel de printer uit om de massaopslagmodus uit te schakelen. De printer start weer op in de normale afdrukmodus. Bij het uitschakelen van de printer wordt de massaopslagmodus uitgeschakeld en worden alle bestanden in het massaopslaggebied verwijderd. De functie ondersteunt .bin- en .blf-bestanden. Gebruik geen andere bestandsindelingen bij deze functie. Maak geen mappen in het massaopslaggebied.
Hoofdstuk 4 Software Development Kit Er is een software development kit (SDK). Ga naar het Brother Developer Center (http://www.brother.com/product/dev/index.htm). Daar kunt u de b-PAC SDK en de SDK’s voor mobiele apparaten (Windows Mobile, Android, iPhone en iPad) downloaden. (De SDK’s die u kunt downloaden, kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.
5 De printer onderhouden De printer moet worden onderhouden als dit nodig is. In sommige omgevingen (bijvoorbeeld in stoffige ruimtes) is echter een frequenter onderhoud vereist. Als stof en vuil niet worden verwijderd, kunnen er witte strepen op de afgedrukte labels komen, of treden er papierstoringen op. De printkop onderhouden Reinig de printkop (1) met een wattenstaafje bevochtigd met isopropylalcohol. Reinig de printkop eenmaal per dag of na elke rolwisseling, wat als eerste optreedt.
Hoofdstuk 5 Onderhoud van de degelrol Verwijder vuil van de degelrol met een stukje plakband (1). 5 Onderhoud van de papieruitvoer Als er lijm op de papieruitvoer (1) komt en er papierstoringen optreden, neemt u de stekker van de printer uit het stopcontact en maakt u de papieruitvoer schoon met een licht met isopropylalcohol bevochtigde doek. 1 1 Gebruik geen organische oplosmiddelen, zoals benzeen.
De printer onderhouden Onderhoud van de labelpeller (optioneel) (alleen TD-2120N/2130N) 5 Als er lijm op de papieruitvoer (1), de labelscheider (2) of de pelsensor (3) komt en er papierstoringen optreden, neemt u de stekker van de printer uit het stopcontact en maakt u de onderdelen schoon met een licht met isopropylalcohol bevochtigde doek.
6 Lampjes 6 Lampjes 6 De lampjes branden en knipperen om de status van de printer weer te geven. De volgende symbolen worden in dit deel gebruikt om uit te leggen wat de betekenis is van de verschillende kleuren en patronen. Zie Problemen oplossen op pagina 56 voor meer informatie over de oorzaken van problemen en oplossingen.
Lampjes POWER (Aan/uit) STATUS Beschrijving Systeemfout Modus opstarten actief (3 keer) (3 keer) Reset Massaopslagmodus actief (1 keer) Bestand verwerken in massaopslagmodus Draadloos LAN aan en verbonden* (bij gebruik van de optionele WLAN-interface) Bluetooth aan* 6 (bij gebruik van de optionele Bluetooth-interface) USB-hostpoort verbonden met een ondersteund apparaat (Eén keer per drie seconden) Draadloos LAN aan maar niet verbonden* (bij gebruik van de optionele WLAN-interface) WPS inst
7 Problemen oplossen Overzicht 7 7 Wanneer de printer niet goed werkt, controleert u eerst of u de volgende taken correct hebt uitgevoerd. Wordt de printer gevoed met de netspanningsadapter of de oplaadbare li-ionbatterij (optioneel)? Zie Aansluiten op een spanningsbron voor wisselstroom op pagina 3 of De oplaadbare li-ionbatterij/eenheid batterij gebruiken (optioneel: PA-BT-4000LI/PA-BB-001) (alleen TD-2120N/2130N) op pagina 114.
Problemen oplossen Probleem De lampjes geven aan dat de printer afkoelt. Oplossing De printkop of de motor is te warm geworden. Printkop: Als de printkop te warm wordt, kan het papier verkleuren op plaatsen waar u helemaal niet wilt afdrukken. Dit verschijnsel is normaal als u een groot aantal documenten afdrukt met een hoge afdrukdichtheid. De printer stopt en gaat weer verder als de printkop is afgekoeld.
Hoofdstuk 7 Probleem Er wordt een gegevenstransmissiefout weergegeven op de computer. Oplossing Is de juiste poort geselecteerd? Controleer of u de juiste poort hebt geselecteerd. Staat de printer in de afkoelmodus (het POWER-lampje (Aan-/uitlampje) knippert oranje)? Wacht tot het lampje ophoudt met knipperen en probeer opnieuw af te drukken.
Problemen oplossen Probleem Afgedrukte barcodes kunnen niet worden afgelezen. Oplossing Druk labels zo af dat barcodes zo zijn uitgelijnd met de printkop als hieronder is weergegeven. 1 3 2 1 Printkop 2 Barcode 3 Afdrukstand Probeer een andere scanner. Wij raden aan barcodes af te drukken met de instelling [Geef voorrang aan afdrukkwaliteit] voor de optie [Kwaliteit]. Afgedrukte barcodes kunnen niet worden afgelezen.
Hoofdstuk 7 Probleem Oplossing Ik wil de printer resetten. Ga als volgt te werk om de printer te resetten. Ik wil de door de computer doorgestuurde gegevens verwijderen. 1 Houd de knop schakelen. 2 Houd de knop (Doorvoeren) en de knop (Aan-/uitknop) ingedrukt tot het POWER-lampje (Aan-/uitlampje) oranje gaat branden en het STATUS-lampje (Statuslampje) groen gaat knipperen. 3 Houd de knop (Aan-/uitknop) ingedrukt terwijl u 6 keer op de knop (Doorvoeren) drukt.
Problemen oplossen Probleem De printer werkt niet naar behoren bij bediening via het tikpaneel (bij gebruik van het optionele tikpaneel). Oplossing Komt de naam van het tikpaneel (A of B) die wordt weergegeven in de rechterbovenhoek van het tikpaneel overeen met de opgegeven naam voor het tikpaneel, die wordt weergegeven in de rechterbenedenhoek van het hoofdscherm op de LCD? Selecteer, als ze niet overeenkomen, [Paneel inst.] op het tikpaneel en selecteer de juiste instelling.
Hoofdstuk 7 Als het STATUS-lampje (Statuslampje) rood knippert Voer de volgende stappen uit om de fout te verhelpen als het STATUS-lampje (Statuslampje) rood knippert. Druk één keer op de knop (Aan-/uitknop). Zet de printer uit en weer aan als daarmee de foutmelding niet wordt gewist. Neem contact op met de klantenservice van Brother als de fout terugkeert nadat u de bovenstaande stappen hebt uitgevoerd. Probleem Oplossing Het STATUS-lampje (Statuslampje) knippert. Er is een fout opgetreden.
Problemen oplossen Probleem De lampjes geven aan dat Fout 1 is opgetreden. (vervolg) Oplossing Controleer het volgende als de fout aanhoudt: Tape langer dan 1 m en incompatibele bestanden kunnen niet worden afgedrukt. Bij verzending van een sjabloon als BLF-bestand wordt een fout gemeld als de modelnaam in het bestand afwijkt. Bij het afdrukken van een sjabloon wordt een fout gemeld als het opgegeven sjabloon niet bestaat.
Hoofdstuk 7 Foutberichten voor het tikpaneel (optioneel) (alleen TD-2120N/2130N) Zoek een oplossing in de volgende tabel als er een foutbericht wordt weergegeven op de LCD of het tikpaneel (optioneel) (alleen TD-2120N/2130N). Voer de volgende procedures uit om een weergegeven foutbericht te wissen. Als het STATUS-lampje (Statuslampje) op de printer rood knippert: Druk één keer op de knop (Aan-/uitknop). Zet de printer uit en weer aan als daarmee de foutmelding niet wordt gewist.
Problemen oplossen Foutmelding Databaserecord probleem! Geen sjabloon geselecteerd! Oplossing Er is geen database met het opgegeven nummer. Geef het juiste nummer op. Er wordt een fout gemeld als het zoeken naar een sjabloon met een gekoppelde database mislukt. Er is geen sjabloon met het opgegeven nummer. Geef het juiste nummer op. Bij het afdrukken van een sjabloon wordt een fout gemeld als het opgegeven sjabloon niet bestaat.
8 Specificaties 8 Productspecificaties Modelnaam 8 TD-2020 TD-2120N TD-2130N 203 dpi 300 dpi Afdrukken Afdrukmethode Direct thermisch Afdrukresolutie 203 dpi Afdruksnelheid (Afhankelijk van de gebruikte media.
Specificaties Modelnaam TD-2020 TD-2120N TD-2130N Besturingssysteem Microsoft Windows XP/ Windows Vista/ Windows 7/Windows 8 Microsoft Windows XP/ Windows Vista/ Windows 7/Windows 8, Microsoft Windows Server 2003/2008/2008 R2/2012 Beschikbare ruimte op de vaste schijf 70 MB of meer Geheugen Windows XP: 128 MB of meer Besturingsomgeving Windows Server 2003: 256 MB of meer Windows Vista/Windows Server 2008/2008 R2/2012: 512 MB of meer Windows 7/Windows 8: 1 GB (32-bits) of 2 GB (64-bits) of mee
Hoofdstuk 8 Voor optimale afdrukresultaten raden wij aan thermisch papier van Brother te gebruiken (RD-rollen). Modelnaam TD-2020 TD-2120N TD-2130N Specificaties media Mediasensors Transmissie/opening, Zwarte markering (Reflectief) Type media Bonnen Print & Knip-labels Labels Polsbandjes Breedte van media 19 tot 63 mm Dikte (Het materiaal van de media kan de afdrukkwaliteit beïnvloeden.
9 De seriële adapter RJ25 naar DB9M gebruiken (optioneel: PA-SCA-001) De computer en de printer op elkaar aansluiten met de seriële adapter RJ25 naar DB9M Productspecificaties Controleer of de printer en de computer zijn uitgeschakeld voordat u de seriële kabel aansluit. b Sluit de RJ25-connector van de adapter aan op de printer. c Sluit het printer-uiteinde van de seriële kabel aan de op de DB9M-connector van de adapter. d 9 Conversie naar een D-sub 9-pins male connector.
10 Werken met het tikpaneel (optioneel: PA-TDU-001) (alleen TD-2120N/2130N) 10 LCD Het (optionele) tikpaneel (TDU) is een bedieningsapparaat met touch-functionaliteit dat is ontworpen voor aansluiting op de printer. Omdat bewerkingen kunnen worden uitgevoerd door op tikpaneeltoetsen te drukken, kunnen labels worden afgedrukt en diverse instellingen worden opgegeven zonder verbinding met een computer. 10 Til het LCD-scherm op en zet het in een hoek waarbij het goed leesbaar is.
Werken met het tikpaneel (optioneel: PA-TDU-001) (alleen TD-2120N/2130N) 4 Indicatie van batterijniveau Wanneer u de oplaadbare li-ionbatterij (optioneel) gebruikt, wordt aangegeven hoe vol de batterij nog is. Als u de printer blijft gebruiken met een bijna lege batterij, wordt de melding "Batterij opnieuw laden!" weergegeven en kan zelfs tijdens het afdrukken een gebrek aan voeding ontstaan.
Hoofdstuk 10 1 (instellingen) Hiermee geeft u instellingen op voor de diverse parameters. 2 Esc (Escape) Hiermee keert u terug naar de vorige bewerking. Houd deze toets minstens 1 seconde ingedrukt om terug te keren naar het hoofdscherm. 3 a/b/d/c Hiermee wijzigt u wat wordt weergegeven, of verhoogt/verlaagt u waarden. Houd de toets ingedrukt om snel door de weergave te bladeren of de waarden met stappen van 10 te verhogen/verlagen. 4 Toets OK Hiermee bevestigt u de bewerking of instelling.
Werken met het tikpaneel (optioneel: PA-TDU-001) (alleen TD-2120N/2130N) b Verwijder de TDU-tikpaneelafdekking en breng het paneel (1) aan dat u wilt gebruiken. Breng vervolgens de transparante beschermfolie (2) aan op de tikpaneelhouder (3). 2 3 1 Wanneer er iets tussen het tikpaneel, de beschermfolie en de tikpaneelhouder komt te zitten wat daar niet thuishoort, zoals stof, kan dit een storing veroorzaken. Zorg er daarom voor dat alles goed schoon is.
Hoofdstuk 10 Afdrukken met het tikpaneel Voer de volgende procedure uit om af te drukken met het tikpaneel. 3. Breng de labellay-out over naar de printer. 10 Gebruik P-touch Transfer Manager om de gemaakte labellay-out van de computer over te brengen naar de printer. (pagina 83) 1. Voorbereiding Sluit de printer aan op de computer en installeer het printerstuurprogramma en de software. (pagina 4) Plaats papier in de printer. (pagina 15) 4. Druk het label af.
Werken met het tikpaneel (optioneel: PA-TDU-001) (alleen TD-2120N/2130N) Instellingen voor het tikpaneel 10 De instellingen voor het tikpaneel kunnen met het tikpaneel worden opgegeven of met een hulpprogramma op een computer die op de printer is aangesloten. Zie Apparaatinstellingen op pagina 34 voor meer informatie over het aansluiten van de printer op een computer en het opgeven van de instellingen.
Hoofdstuk 10 Toets Setup (beheer) 1 Parameter Instellingen Toetsenfunctie Sjabloon/ Database Serialis.modus Vanaf laatste/ Van startnr. Std. afdruknr. 1-999 Tijd instellen Standaard: 2013/01/01 24h 00:00 Tijd/datumnot. Datum notatie: 1/31/2099, 01/31/2099, 31/1/2099, 31/01/2099, 31.1.2099, 31.01.
Werken met het tikpaneel (optioneel: PA-TDU-001) (alleen TD-2120N/2130N) Toets Parameter Setup (beheer) 1 Zoeken in db 2 (vervolg) Instellingen Op regelnummer/ Op gegevens (vervolg) Tijd instellen 2 Beveiliging Standaardtijd/ Vanaf laatste Bewerken uit Aan/Uit Inst. vergr. Aan/Uit Beh.wachtwoord Aan/Uit Wachtwoord inv.: **** (4 cijfers) Configuratie Printer/ProgVer/ LtrtVer/Geheug.
Hoofdstuk 10 Tijd en datum instellen 10 Pas de klok aan met huidige tijd en datum. De huidige tijd en datum worden weergegeven op het hoofdscherm. a Druk op [ b c Druk op [b], selecteer [Setup] en druk op [OK]. ] (beheer). Druk op [b], selecteer [Tijd instellen] en druk op [OK]. Het scherm voor het instellen van de tijd wordt weergegeven. d Druk op de cijfertoetsen om de laatste twee cijfers van het jaar, twee cijfers voor de maand en twee cijfers voor de dag op te geven.
Werken met het tikpaneel (optioneel: PA-TDU-001) (alleen TD-2120N/2130N) Een labellay-out maken c 10 Maak op de computer met behulp van P-touch Editor (dat op de cd-rom staat) een lay-out voor een label. Zie de Softwarehandleiding op de cd-rom voor meer informatie over het gebruik van de software. Een sjabloon maken b 1 10 Voorbeeld van een label a Klik op [Papier] (1) en geef vervolgens het medium en de lengte (2) op. (Dit venster wordt weergegeven in de modus [Express].
Hoofdstuk 10 e Klik op om de cursor weer te geven zodat u tekst kunt typen. De tekst en volgorde voor weergave op het LCD-scherm instellen 10 Met P-touch Editor kunt u de tekst die op het LCD-scherm wordt weergegeven en de volgorde waarin dit gebeurt instellen. f Klik na het invoeren van de tekst op het tekstvak om het binnen de sjabloon te verplaatsen. g Herhaal de stappen e en f om tekst in te voeren en de lay-out te bepalen.
Werken met het tikpaneel (optioneel: PA-TDU-001) (alleen TD-2120N/2130N) De datum en tijd op een label plaatsen a b Open in P-touch Editor de labellay-out die u wilt bewerken. Klik op de menubalk op [Invoegen] [Datum/Tijd] om het dialoogvenster [Eigenschappen van Datum en tijd] te openen. Selecteer de instellingen voor de notatie van de tekst die wordt ingevoegd.
Hoofdstuk 10 c Klik op de menubalk op [Bestand] [Database] - [Verbinden] om het dialoogvenster [Database openen] te openen. Selecteer [Databasebestand koppelen], klik op [Bladeren] en selecteer de database die u wilt koppelen. d Klik op [Volgende]. Er wordt een dialoogvenster met instellingen weergegeven. Geef bij [Databaseveld] in het paneel [Velden invoegen] op welke databasekolom aan welk object wordt gekoppeld en klik op [OK].
Werken met het tikpaneel (optioneel: PA-TDU-001) (alleen TD-2120N/2130N) De labellay-out overbrengen naar de printer c Selecteer deze printer in de lijst [Printer]. Klik met de rechtermuisknop op [Configuraties], klik op [Nieuw] en maak een nieuwe map met de gewenste naam. (In dit voorbeeld wordt de map [Price Card] gemaakt.) Klik op [Configuraties] of [Alle inhoud] en sleep de over te brengen gegevens naar de map [Price Card].
Hoofdstuk 10 Het nummer bepaalt onder welke toets van 1 tot en met 28 (1) op het tikpaneel de gegevens worden opgeslagen. 1 Als het tikpaneel wordt gebruikt, moet het nummer worden opgegeven voordat de gegevens worden overgebracht. Als sjablonen worden toegewezen aan de toetsen van het tikpaneel: Sjablonen met de toetsnummer 1 tot en met 28 worden geregistreerd onder de toets met hetzelfde nummer.
Werken met het tikpaneel (optioneel: PA-TDU-001) (alleen TD-2120N/2130N) e Controleer of de naam op het LCD-scherm overeenstemt met de naam van het gebruikte tikpaneel en druk vervolgens op de knop (Afdrukken). De gegevens selecteren die aan de toetsen van het paneel met voorgeprogrammeerde toetsen worden toegewezen U kunt opgeven wat voor gegevens aan de toetsen van het paneel met voorgeprogrammeerde toetsen zijn toegewezen bij gebruik van het tikpaneel. Dit kunnen sjablonen of databases zijn.
Hoofdstuk 10 Een paneel met voorgeprogrammeerde toetsen maken Het label afdrukken 10 U kunt een paneel met voorgeprogrammeerde toetsen maken op een van de volgende manieren. Met stickers of met een pen. U schrijft de naam van de toetsen rechtstreeks op het meegeleverde paneel met voorgeprogrammeerde toetsen. Een label dat naar de printer is overgebracht kan gemakkelijk worden afgedrukt of bewerkt met het tikpaneel zonder dat u een verbinding met een computer hoeft te hebben.
Werken met het tikpaneel (optioneel: PA-TDU-001) (alleen TD-2120N/2130N) c d e Als er een database aan de sjabloon is gekoppeld: Druk op [a] of [b] om het nummer te selecteren van de databaserecord die u wilt afdrukken of voer het nummer in met de cijfertoetsen en druk vervolgens op [OK]. Druk op de knop (Afdrukken). Er wordt een bericht met het aantal exemplaren weergegeven ter controle.
Hoofdstuk 10 c Druk op [d] of [c] om het getal te markeren dat u wilt wijzigen. Druk op de cijfertoets met het nieuwe nummer dat het oude getal moet overschrijven. (In dit voorbeeld wordt [2.85] gewijzigd in [2.45]. Druk op [c] om [8] te markeren en druk vervolgens op [4] bij de numerieke toetsen.) Records zoeken in een database die aan een sjabloon is gekoppeld wordt weergegeven in de linkerbenedenhoek van het scherm om aan te geven dat de sjabloon is bewerkt.
Werken met het tikpaneel (optioneel: PA-TDU-001) (alleen TD-2120N/2130N) Afdrukken met het paneel met voorgeprogrammeerde toetsen Als u een labellay-out hebt toegewezen aan een toets op het paneel met voorgeprogrammeerde toetsen, kunt u dat label gemakkelijk afdrukken door op de desbetreffende toets te drukken.
Hoofdstuk 10 Als een sjabloon met een gekoppelde database wordt geregistreerd onder een toets van het paneel met voorgeprogrammeerde toetsen Een andere datum/tijd afdrukken dan die van de interne klok van de printer Als u een sjabloon met een gekoppelde database registreert voor een toets van het paneel met voorgeprogrammeerde toetsen, wordt de inhoud weergegeven van de databaserecord die u aangeeft door een bepaald aantal keren op de toets te drukken.
Werken met het tikpaneel (optioneel: PA-TDU-001) (alleen TD-2120N/2130N) Afdrukken bij gebruik van een barcodelezer 10 Met behulp van functies van P-touch Template kunt u barcodes scannen voor weergave met een sjabloon die is overgebracht naar de printer, die barcodes zo nodig aanpassen, en tot slot labels afdrukken. U kunt daarbij de inhoud van de weergegeven sjabloon of de te vervangen tekst controleren op het LCD-scherm.
Hoofdstuk 10 Het printerlogboek van labellay-outs raadplegen 10 U kunt het printerlogboek controleren met [Apparaatinstellingen] in "Printer Instelling Tool". Als [Printerlogboek opslaan] op het tabblad [Geavanceerd] is ingesteld op [Inschakelen], wordt een printerlogboek bijgehouden op de printer. Klik op [Tools] [Printerlogboek opslaan in bestand] om het printerlogboek te exporteren en op te slaan in een CSV-bestand. Zie Apparaatinstellingen op pagina 34 voor meer informatie.
Werken met het tikpaneel (optioneel: PA-TDU-001) (alleen TD-2120N/2130N) a Houd de knop (Aan-/uitknop) ingedrukt om de printer uit te zetten en trek vervolgens de stekker uit het stopcontact. Verwijder de oplaadbare Li-ionbatterij (optioneel) als die is geïnstalleerd. b Druk de knop voor het ontgrendelen van de klep aan beide zijden in en trek de bovenklep van het compartiment voor de RD-rol omhoog.
Hoofdstuk 10 Veelgestelde vragen 10 V. Hoeveel geheugen is beschikbaar? A. De printer heeft 6 MB ingebouwd geheugen beschikbaar, waarin maximaal 99 sjablonen kunnen worden opgeslagen. Wanneer er geen ingebouwd geheugen meer vrij is of wanneer er 99 sjablonen zijn geregistreerd, kunnen er verder geen sjablonen meer worden overgebracht naar (worden geregistreerd bij) de printer. Verwijder de sjablonen die u niet meer nodig hebt uit de printer.
Werken met het tikpaneel (optioneel: PA-TDU-001) (alleen TD-2120N/2130N) Productspecificaties 10 Grootte: Ca.
11 De WLAN-interface gebruiken (optioneel: PA-WI-001) (alleen TD-2120N/2130N) Het printerstuurprogramma en de software installeren 11 Vereiste apparaten en netwerkconfiguratie 11 11 In dit gedeelte wordt de procedure beschreven voor het maken van een verbinding in de volgende netwerkconfiguratie (infrastructuurmodus). Infrastructuurmodus U kunt het printerstuurprogramma en de software met een van de volgende drie methoden installeren.
De WLAN-interface gebruiken (optioneel: PA-WI-001) (alleen TD-2120N/2130N) Als u de instellingen voor draadloos netwerk van de printer eerder hebt geconfigureerd, dient u een reset van de netwerkinstellingen uit te voeren voordat u ze opnieuw kunt configureren. 1 Houd de knop (Aan-/uitknop) ingedrukt om de printer uit te schakelen.
Hoofdstuk 11 Een USB-kabel moet tijdelijk worden gebruikt voor het configureren van instellingen voor draadloos LAN. Leg de bijgeleverde USB-kabel klaar. Noteer voordat u begint met de installatie de SSID en de netwerksleutel van het WLAN-toegangspunt/de router. We kunnen u niet helpen bij zaken met betrekking tot uw netwerkbeleid (of de instellingen). Neem daarvoor contact op met uw netwerkbeheerder. Neem geen contact op met de klantenservice van Brother voor beveiligingsinstellingen.
De WLAN-interface gebruiken (optioneel: PA-WI-001) (alleen TD-2120N/2130N) e Klik op [Installeren] om de installatie te starten en volg de aanwijzingen op het scherm. f Selecteer [Draadloze netwerkverbinding] en klik op [Volgende] als het venster voor het selecteren van een verbindingsmethode wordt geopend.
Hoofdstuk 11 l Sluit de printer rechtstreeks aan op de computer met behulp van een USB-kabel. OPMERKING • Als er niets in de lijst staat, controleert u of het toegangspunt is ingeschakeld en de SSID uitzendt, en vervolgens of de printer en het toegangspunt zich in elkaars bereik bevinden voor draadloze communicatie. Klik daarna op [Vernieuwen]. Als het scherm met de bevestiging van de installatie wordt weergegeven, schakelt u het selectievakje in en klikt u op [Volgende]; ga verder bij stap m.
De WLAN-interface gebruiken (optioneel: PA-WI-001) (alleen TD-2120N/2130N) p Bevestig de draadloze netwerkinstellingen en klik op [Volgende]. De instellingen worden naar de printer verzonden. De installatie van het printerstuurprogramma en de software wordt gestart. OPMERKING • Als de draadloze installatie is mislukt, wordt het scherm [Setup Wizard voor draadloze apparaten] weergegeven. Voer de instructies op het scherm uit om de draadloze configuratie te voltooien.
Hoofdstuk 11 t P-touch Update Software wordt gestart. Als er een toepassing staat bij [Bestandenlijst] is er een nieuwere versie van de toepassing. Schakel het selectievakje bij de toepassing in en klik op [Installeren] om de toepassing te installeren. Wacht op een bericht dat meldt dat de installatie is voltooid.
De WLAN-interface gebruiken (optioneel: PA-WI-001) (alleen TD-2120N/2130N) c Schakel de WLAN-interface in met de schuifschakelaar. d Zorg ervoor dat de netwerkkabel niet op de printer aangesloten is en zet de printer aan. e Houd (minstens 5 seconden) de knop (Doorvoeren) ingedrukt totdat het STATUS-lampje (Statuslampje) groen knippert. f Druk op de WPS-knop op het WLAN-toegangspunt/de router. Het STATUS-lampje (Statuslampje) op de printer brandt groen als de configuratie is voltooid.
Hoofdstuk 11 n Selecteer de printer in de lijst en klik op [Volgende]. OPMERKING Als u nu op [Nee] klikt, kunt u op een later tijdstip P-touch Update Software uitvoeren als het beter uitkomt, om te controleren of er nieuwe versies van de software zijn en een update uit te voeren. Dubbelklik daartoe op het pictogram van P-touch Update Software op het Bureaublad. (Uw computer moet verbonden zijn met internet.) p De installatie van het printerstuurprogramma en de software wordt gestart.
De WLAN-interface gebruiken (optioneel: PA-WI-001) (alleen TD-2120N/2130N) q Klik op [OK] of op [Annuleren] als het scherm voor online gebruikersregistratie wordt weergegeven. Als u [OK] kiest, gaat u naar de online pagina voor gebruikersregistratie voordat de installatie wordt voltooid (aanbevolen).
Hoofdstuk 11 Productspecificaties Grootte: Ca.
12 De Bluetooth-interface gebruiken (optioneel: PA-BI-001) (alleen TD-2120N/2130N) 12 e Controleer of het STATUS-lampje (Statuslampje) groen brandt. De printer is opgestart in de Bluetooth-modus. Als het STATUS-lampje (Statuslampje) dooft, is de printer niet opgestart in de Bluetooth-modus. Herhaal de procedure van stap c. • Volg de aanwijzingen van de fabrikant van uw Bluetooth-compatibele computer of Bluetooth-compatibel apparaat op en installeer alle benodigde hardware en software.
Hoofdstuk 12 Bluetooth gebruiken voor communicatie tijdens het afdrukken Productspecificaties 12 Grootte: Ca. 110 (B) × 81 (D) × 26 mm (H) Gewicht: 0,048 kg De printer kan niet onmiddellijk na het inschakelen van Bluetooth afdrukken met Bluetooth. Voer eerst de onderstaande procedure uit om communicatie tussen de printer en de computer mogelijk te maken.
13 De labelpeller gebruiken (optioneel: PA-LP-001) (alleen TD-2120N/2130N) a Als u de labelpeller gebruikt, kunnen labels automatisch van de ruglaag worden gepeld voordat ze worden uitgevoerd door de papieruitvoer. Dat is handig als u een groot aantal afgedrukte labels moet bevestigen. Voer de onderstaande procedure uit om het juiste papier te laden. 13 Houd de knop (Aan-/uitknop) ingedrukt om de printer uit te schakelen.
Hoofdstuk 13 c Plaats de RD-rol zo, dat de labels worden ingevoerd met de afdrukzijde omhoog (1), zoals weergegeven. d Til de aanpassingshendel papiergeleider (1) op en druk de beide papiergeleiders (2) aan tot de breedte van de rol. 1 1 2 e Gebruik RD-rollen met een maximale roldiameter van 127 mm. Gebruik RD-rollen die zijn ontwikkeld voor printers van de TD-serie. Ongeacht het formaat zijn sommige RD-rollen mogelijk niet bruikbaar. Plaats de RD-rol in de juiste richting.
De labelpeller gebruiken (optioneel: PA-LP-001) (alleen TD-2120N/2130N) f Pak de uitvoer voor de ruglaag van de labelpeller vast en open de klep van labelpeller. g Pel de ruglaag van het label en voer die door de uitvoer voor de ruglaag. h Sluit de klep van de labelpeller. Als de klep goed sluit, klikt hij vast. i Sluit de klep van het compartiment voor de RD-rol door er in het midden op te drukken. De klep moet vastklikken.
Hoofdstuk 13 j Trek voorzichtig aan de ruglaag die uit de uitvoer steekt tot u weerstand voelt om de ruglaag strak te trekken. Instellingen printerstuurprogramma a 13 Open het dialoogvenster [Voorkeursinstellingen voor afdrukken] van de printer. Windows XP k Houd de knop (Aan-/uitknop) ingedrukt om de printer in te schakelen.
De labelpeller gebruiken (optioneel: PA-LP-001) (alleen TD-2120N/2130N) b Schakel het selectievakje [Afpelfunctie gebruiken] in op het tabblad [Basis]. Productspecificaties 13 Grootte: 108 (B) × 130 (D) × 28 mm (H) Gewicht: 0,062 kg c Klik op [OK] om het dialoogvenster te sluiten. Na het afdrukken 13 Labels kunnen automatisch van de ruglaag worden gepeld voordat ze worden uitgevoerd door de papieruitvoer. Vergeet niet het afgedrukte label te verwijderen.
14 De oplaadbare li-ionbatterij/eenheid batterij gebruiken (optioneel: PA-BT-4000LI/PA-BB-001) (alleen TD-2120N/2130N) b De printer kan worden gevoed met de netspanningsadapter (bijgeleverd) of een oplaadbare li-ionbatterij (optioneel). Gebruik de voeding die het beste past bij de manier waarop u de printer wilt gebruiken. 14 Druk op de vergrendeling van de klep (1) op de onderkant van de batterijhouder en til de klep van het batterijcompartiment op (2).
De oplaadbare li-ionbatterij/eenheid batterij gebruiken (optioneel: PA-BT-4000LI/PA-BB-001) (alleen TD-2120N/2130N) e Controleer of de haken op de rand van de klep juist zijn ingestoken en plaats de klep terug. Druk op de klep van het batterijcompartiment tot u een klik hoort die aangeeft dat de klepvergrendeling weer aangrijpt. OPMERKING De spanning die met een oplaadbare li-ionbatterij wordt opgewekt kan variëren. De afdruksnelheid kan ook variëren afhankelijk van de geleverde spanning.
Hoofdstuk 14 b Tips voor het gebruik van de oplaadbare li-ionbatterij Sluit de printer met de netspanningsadapter en het netsnoer aan op het lichtnet via een stopcontact. 14 Laad de oplaadbare li-ionbatterij zo spoedig als mogelijk is na aankoop op. Omdat de batterij wordt geleverd met een minimum aan lading, kan de batterij ondertussen leeg zijn. Het wordt aanbevolen om de batterij meteen op te laden om achteruitgang van prestaties te voorkomen.
De oplaadbare li-ionbatterij/eenheid batterij gebruiken (optioneel: PA-BT-4000LI/PA-BB-001) (alleen TD-2120N/2130N) Kenmerken van de oplaadbare li-ionbatterij 14 Met enig inzicht in de werking van de oplaadbare li-ionbatterij kunt u de batterij optimaal gebruiken. De kwaliteit van een oplaadbare li-ionbatterij die in een omgeving met erg hoge of lage temperaturen wordt bewaard, gaat sneller achteruit.
Hoofdstuk 14 Batterijlampje 14 Het batterijlampje op de batterijhouder brandt en knippert om de laadstatus weer te geven. De volgende symbolen worden in dit deel gebruikt om uit te leggen wat de betekenis is van de verschillende kleuren en patronen van het batterijlampje.