Operation Manual
Table Of Contents
- Gebruiksvoorwaarden
- INLEIDING
- BELANGRIJKE OPMERKING
- BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
- FUNCTIES
- Hoofdstuk 1 AAN DE SLAG
- Hoofdstuk 2 BASISHANDELINGEN
- Hoofdstuk 3 GEAVANCEERDE BEWERKINGEN
- SNIJ- EN BEWERKINGSFUNCTIES
- Patroonbewerkingsfuncties
- Patroonbewerkingsfuncties – Meerdere patronen
- Mat weergavescherm
- Ontwerpbewerkingsfuncties
- Object bewerkingsscherm
- Een bewerking ongedaan maken
- Patronen groeperen/groepering opheffen
- Verenigen (omtrek van meerdere patronen samenvoegen)
- Een parallelle lijn toevoegen aan het patroon
- Patronen uitlijnen
- Automatische ontwerpfuncties
- Achtergrondafbeelding scannen
- Functies voor letters en tekens
- TEKENFUNCTIES
- GEHEUGENFUNCTIES
- SNIJ- EN BEWERKINGSFUNCTIES
- Hoofdstuk 4 SCANFUNCTIES
- Hoofdstuk 5 FUNCTIE VOOR DRAADLOZE NETWERKVERBINDING
- Hoofdstuk 6 GEGEVENSOVERDRACHTSFUNCTIE
- Gegevens ophalen vanuit CanvasWorkspace of Artspira
- Overgebrachte patronen ophalen in CanvasWorkspace (met gebruik van een draadloos netwerk)
- Overgebrachte patronen ophalen in CanvasWorkspace (met een USB- kabel) (alleen compatibel met Windows)
- Een snijpatronencollectie batch- downloaden vanaf CanvasWorkspace (alleen compatibel met de Web-versie)
- Overgebrachte patronen ophalen vanuit de Artspira App (met gebruik van een draadloos netwerk)
- Functie My Connection
- Borduurgegevens ophalen om te snijden (alleen compatibele modellen)
- Gegevens ophalen vanuit CanvasWorkspace of Artspira
- Hoofdstuk 7 BIJLAGE
- INDEX
72
b Toets Objectformaat negeren
Kleine onnodige deeltjes (stippellijnen enz.)
kunnen worden uitgesloten om te worden
herkend als snijgegevens. Meer bijzonderheden
vindt u in ““Objectformaat negeren” opgeven”
op pagina 80.
c Toets Optimalisatie-instelling
Hiermee geeft u het optimalisatieniveau op dat
van toepassing is op de omtrek van
afbeeldingen. Meer bijzonderheden vindt u in
“Detectieniveau voor afbeeldingen afstellen” op
pagina 80.
d OK-toets
Tik op de toets “OK” om de instellingen toe te
passen. Wanneer u bijsnijdt, verandert de toets
“OK” in de toets “Voorbeeld”. Nadat u hebt
bijgesneden, tikt u op de toets “Voorbeeld” om
de resultaten van het bijsnijden te controleren.
Memo
• Wanneer u bijvoorbeeld een stempel gebruikt,
wordt de afbeelding misschien niet
geconverteerd naar snijgegevens als deze een
kleurverloop bevat of gebieden die slechts
gedeeltelijk zijn gevuld met een kleur.
c Tik op de toets “OK”.
• Tik op of om de
geïmporteerde snijgegevens te bewerken. Meer
bijzonderheden vindt u in “Geavanceerde
snijfuncties voor “Direct Snijden”” op pagina 72.
• Tik op de toets “Bewerken” om patronen te vullen
of omtreklijnen dikker te maken. Meer
bijzonderheden vindt u in “Patronen vullen/
omtrekken dikker maken met tekenfuncties” op
pagina 63. Daarnaast kunt u een patroon
verwijderen of meerdere patronen selecteren. Zie
“Meerdere patronen selecteren” op pagina 42 voor
meer informatie over het selecteren van meerdere
patronen.
X Alleen de snijlijnen verschijnen.
d Selecteer “Snijden” op het voorbeeld scherm.
e Tik op de toets “Start” om te beginnen met
snijden.
• Voor meer informatie over het verwijderen van de
mat na het snijden volgt u de procedure onder
“Mat verwijderen” op pagina 30.
Geavanceerde snijfuncties voor
“Direct Snijden”
■ Omtrekafstand
Met deze functies kunt u snijden met een marge
(naadtoeslag) rond patronen. Geef de afstand op vanaf
de snijlijn tot de omtrek van de gescande afbeelding.
a Patroonomtrek
b Snijlijn
c Omtrekafstand
Beschikbaar in het volgende scherm
Origineel
Mat weergavescherm
Les 4; stap
d
(pagina 71) in
“Grijstoonherkenningsmodus”
of stap
c
(pagina 72) in
“Kleurherkenningsmodus”
a
b
c










