Operation Manual
Table Of Contents
- Gebruiksvoorwaarden
- INLEIDING
- BELANGRIJKE OPMERKING
- BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
- FUNCTIES
- Hoofdstuk 1 AAN DE SLAG
- Hoofdstuk 2 BASISHANDELINGEN
- Hoofdstuk 3 GEAVANCEERDE BEWERKINGEN
- SNIJ- EN BEWERKINGSFUNCTIES
- Patroonbewerkingsfuncties
- Patroonbewerkingsfuncties – Meerdere patronen
- Mat weergavescherm
- Ontwerpbewerkingsfuncties
- Object bewerkingsscherm
- Een bewerking ongedaan maken
- Patronen groeperen/groepering opheffen
- Verenigen (omtrek van meerdere patronen samenvoegen)
- Een parallelle lijn toevoegen aan het patroon
- Patronen uitlijnen
- Automatische ontwerpfuncties
- Achtergrondafbeelding scannen
- Functies voor letters en tekens
- TEKENFUNCTIES
- GEHEUGENFUNCTIES
- SNIJ- EN BEWERKINGSFUNCTIES
- Hoofdstuk 4 SCANFUNCTIES
- Hoofdstuk 5 FUNCTIE VOOR DRAADLOZE NETWERKVERBINDING
- Hoofdstuk 6 GEGEVENSOVERDRACHTSFUNCTIE
- Gegevens ophalen vanuit CanvasWorkspace of Artspira
- Overgebrachte patronen ophalen in CanvasWorkspace (met gebruik van een draadloos netwerk)
- Overgebrachte patronen ophalen in CanvasWorkspace (met een USB- kabel) (alleen compatibel met Windows)
- Een snijpatronencollectie batch- downloaden vanaf CanvasWorkspace (alleen compatibel met de Web-versie)
- Overgebrachte patronen ophalen vanuit de Artspira App (met gebruik van een draadloos netwerk)
- Functie My Connection
- Borduurgegevens ophalen om te snijden (alleen compatibele modellen)
- Gegevens ophalen vanuit CanvasWorkspace of Artspira
- Hoofdstuk 7 BIJLAGE
- INDEX
33
2
■ Tweede patroon selecteren en
bewerken
a Tik op de toets “Toevoegen” op het mat
weergavescherm.
b Selecteer de locatie van het toe te voegen
patroon.
• Tik in dit voorbeeld op de toets “Patroon” om een
ingebouwd patroon toe te voegen. Meer
bijzonderheden over het ophalen van
patroongegevens vindt u in stap
c in “Geg.
ophalen” op pagina 66.
c Selecteer de categorie van het patroon dat u
wilt uitsnijden.
a Tik hierop om terug te keren naar het vorige
scherm.
d Selecteer het tweede patroon dat u wilt
gebruiken.
e Bewerk het patroon.
Wanneer u klaar bent met bewerken, tikt u op de toets
“Instellen”.
• Zie “Patroonbewerkingsfuncties” op pagina 44
voor meer informatie over de bewerkingsfuncties.
• Als u een ander patroon wilt selecteren, tikt u op
, annuleert u de selectie en selecteert u
vervolgens opnieuw een patroon.
f Controleer de patroonindeling.
De twee patronen die worden uitgesneden, worden
weergegeven op het mat weergavescherm. Nadat u de
indeling hebt gecontroleerd, tikt u op de toets “OK”.
• In dit scherm kunt u een afzonderlijk patroon
bewerken, verplaatsen of verwijderen. Meer
bijzonderheden over de functies die u kunt
gebruiken op het mat weergavescherm, vindt u
in “Ontwerpbewerkingsfuncties” op pagina 46.
• U kunt de indeling van de patronen eenvoudig
aanpassen door de automatische
ontwerpfunctie te gebruiken. Meer
bijzonderheden vindt u in “Automatische
ontwerpfuncties” op pagina 54.
• Selecteer de “Snijgebied”-instelling die
geschikt is voor de mat die wordt gebruikt. (Zie
pagina 10.)
X Het voorbeeld scherm wordt weergegeven.
Opmerking
• Afhankelijk van het patroontype en het te
snijden materiaal, worden de patronen mogelijk
niet goed gesneden als de tussenruimte te klein
is. In dat geval kunt u de patronen herindelen
om ze te scheiden.
a










