Operation Manual

Table Of Contents
33
2
Tweede patroon selecteren en
bewerken
a Tik op de toets “Toevoegen” op het mat
weergavescherm.
b Selecteer de locatie van het toe te voegen
patroon.
Tik in dit voorbeeld op de toets “Patroon” om een
ingebouwd patroon toe te voegen. Meer
bijzonderheden over het ophalen van
patroongegevens vindt u in stap
c in “Geg.
ophalen” op pagina 66.
c Selecteer de categorie van het patroon dat u
wilt uitsnijden.
a Tik hierop om terug te keren naar het vorige
scherm.
d Selecteer het tweede patroon dat u wilt
gebruiken.
e Bewerk het patroon.
Wanneer u klaar bent met bewerken, tikt u op de toets
“Instellen”.
Zie “Patroonbewerkingsfuncties” op pagina 44
voor meer informatie over de bewerkingsfuncties.
Als u een ander patroon wilt selecteren, tikt u op
, annuleert u de selectie en selecteert u
vervolgens opnieuw een patroon.
f Controleer de patroonindeling.
De twee patronen die worden uitgesneden, worden
weergegeven op het mat weergavescherm. Nadat u de
indeling hebt gecontroleerd, tikt u op de toets “OK”.
In dit scherm kunt u een afzonderlijk patroon
bewerken, verplaatsen of verwijderen. Meer
bijzonderheden over de functies die u kunt
gebruiken op het mat weergavescherm, vindt u
in “Ontwerpbewerkingsfuncties” op pagina 46.
U kunt de indeling van de patronen eenvoudig
aanpassen door de automatische
ontwerpfunctie te gebruiken. Meer
bijzonderheden vindt u in “Automatische
ontwerpfuncties” op pagina 54.
Selecteer de “Snijgebied”-instelling die
geschikt is voor de mat die wordt gebruikt. (Zie
pagina 10.)
X Het voorbeeld scherm wordt weergegeven.
Opmerking
Afhankelijk van het patroontype en het te
snijden materiaal, worden de patronen mogelijk
niet goed gesneden als de tussenruimte te klein
is. In dat geval kunt u de patronen herindelen
om ze te scheiden.
a