Bedieningshandleiding Snijmachine Product Code: 893-Z11 Lees dit document voordat u de machine gebruikt.
Gebruiksvoorwaarden BELANGRIJK - AANDACHTIG LEZEN: Deze Gebruiksvoorwaarden (“Overeenkomst”) zijn een wettelijke overeenkomst tussen Brother Industries, Ltd. (“Bedrijf”) en u die bepaalt hoe u de software mag gebruiken die is geïnstalleerd of beschikbaar gesteld door Bedrijf voor gebruik in combinatie met naai- of handwerkproducten (“Bedrijfsproduct”).
4.2 5 Beëindiging 5.1 5.2 6 Bedrijf heeft het recht deze Overeenkomst te allen tijde per schriftelijke kennisgeving aan u te beëindigen, ingeval van een wezenlijke schending van een of meer voorwaarden van deze Overeenkomst en nalatigheid inzake onmiddellijke rechtzetting van een dergelijke schending op verzoek van Bedrijf.
INLEIDING Hartelijk dank voor de aanschaf van deze machine. Lees voordat u deze machine in gebruik neemt of er onderhoud aan pleegt, aandachtig de “BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES” in de Productveiligheidsgids en lees vervolgens de Bedieningshandleiding voor de juiste werking van de verschillende functies. Nadat u de handleiding hebt gelezen, bergt u deze op een handige plek op. Dan kunt u de handleiding zo nodig raadplegen.
INHOUDSOPGAVE Gebruiksvoorwaarden .................................... i INLEIDING.................................................... 1 BELANGRIJKE OPMERKING.......................... 1 BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES ... 1 Gebruikte symbolen in dit document ..................... 1 FUNCTIES...................................................... 4 Patronen (modus “Patroon”) .................................. 4 Scannen (modus “Scannen”) .................................
GEGEVENSOVERDRACHTSF UNCTIE ...............................93 Gegevens ophalen vanuit CanvasWorkspace of Artspira...................... 93 Overgebrachte patronen ophalen in CanvasWorkspace (met gebruik van een draadloos netwerk)............................................... 93 Overgebrachte patronen ophalen in CanvasWorkspace (met een USB-kabel) (alleen compatibel met Windows) ........................
FUNCTIES Patronen (modus “Patroon”) Scannen (modus “Scannen”) Selecteer een patroon, voer bewerkingen uit en stel uw eigen ontwerp samen. Plaats het gewenste materiaal (papier, stof, etc.) en snij de vormen nauwkeurig uit. Scan afbeeldingen, tekeningen en foto’s in. Sla de ingescande gegevens op in het geheugen (om te bewerken) of snij de figuren direct uit. Met de bewerkingsfuncties van ScanNCut DX kunt u de ingebouwde patronen eenvoudig bewerken om uw eigen ontwerp te maken.
Gegevens overbrengen met gebruik van de functie voor draadloze netwerkverbinding Deze machine is voorzien van een functie voor draadloze netwerkverbinding. U kunt deze functie gebruiken om patronen die zijn bewerkt in de specifieke toepassing CanvasWorkspace of om patroongegevens in Artspira, over te brengen naar de machine of om patroongegevens te delen met Brother-borduurmachines (*) via een draadloze netwerkverbinding. U kunt ook software rechtstreeks naar de machine downloaden.
Hoofdstuk 1 AAN DE SLAG ONDERDELEN EN FUNCTIES d Scanner hendel Gebruik deze voor aanpassing aan de bewerking die u wilt uitvoeren. Meer bijzonderheden vindt u in “Matdoorvoer voorbereiden” op pagina 9. Beschrijving apparaat: voorzijde f a b h i c e d e f j g k e Handgrepen Plaats hier uw handen om de machine op te tillen of te verplaatsen. f Doorvoer rollen Gebruik deze voor aanpassing aan de rechterkant wanneer u de optionele roll feeder gebruikt.
Beschrijving apparaat: achterzijde Beschrijving van onderdelen: Bedieningspaneel b a f c 1 d f e f e a LCD-display Hier worden bedieningsschermen, voorbeeldafbeeldingen van patronen en foutmeldingen weergegeven. b Hoofdschakelaar Hiermee zet u de machine aan/uit. a b c d g a USB-poort (voor USB-stick) Hier kunt u een USB-stick aansluiten om gegevens op te slaan en op te halen. b USB-poort (voor computer) Hiermee kunt u een USB-kabel aansluiten om gegevens op te slaan en op te roepen.
VOORAFGAAND AAN GEBRUIK De machine plaatsen De machine aan-/uitzetten Open de voorklep en controleer of de klep in zijn geheel op het tafelblad rust. Bij gebruik van een snijmat moet u ervoor zorgen dat er voldoende ruimte is achter de machine omdat de mat heen en weer beweegt. a Sluit het netsnoer aan op de machine.
X De startpagina wordt weergegeven. b Zet de scanner hendel omhoog (aan de linkerkant van de machine) op “2”. 1 Memo • LCD-schermen hebben doorgaans lichte plekken (permanent verlichte punten) en donkere plekken (niet-verlichte punten). Hierdoor kunnen bepaalde plekken onverwacht helder zijn en kunnen kleine afbeeldingselementen ontbreken op het scherm. Dit duidt niet op een defect. d • Zet de hendel op “1” voordat u dun materiaal gaat scannen.
MACHINE-INSTELLINGEN Instellingenscherm Tik op het LCD-display op om de instellingen voor een functie te selecteren en aan te passen. Dit gedeelte bevat beschrijvingen van de machineinstellingen die worden weergegeven wanneer u hebt geselecteerd op de startpagina. b b Matformaattoets ■ Deel 1 b a b a Tik om het vorige of volgende onderwerp weer te geven. * Als u met de touch-pen (stylus) over het scherm veegt, wordt er eveneens een ander scherm weergegeven.
Snijhoeveelheid Geef de snijdiepte op. Pas de snijhoeveelheid van het mes aan wanneer u een patroon met een scherpe hoek snijdt uit zacht, dik materiaal. ■ Deel 3 Half gesneden Selecteer of u halfsneden wilt maken. Meer bijzonderheden vindt u in “Instellingen voor Half gesneden (insnede)” op pagina 31. Snijdruk (Half gesneden) Geef de snijdruk op voor halfsneden. Snijmodus (roterend mes) Selecteer de snijstand voor het gebruik van de houder van het roterende automatisch mes.
Positie scannen/snijden aanpassen U kunt de scan/snijpositie afstellen. Als u de positie wilt afstellen, tikt u op deze knop om het instellingenscherm te openen. Meer bijzonderheden vindt u in “De scan/ snijpositie afstellen” op pagina 107. ■ Deel 5 ■ Deel 9 Herstellen Tik op deze knop om het menu voor terugzetten weer te geven. Alle via het netwerk en het instellingenscherm opgegeven instellingen worden gewist (teruggezet naar hun standaardwaarden).
Als de machine automatisch wordt uitgeschakeld nadat u het mat weergavescherm hebt bereikt, kunt u de opgeslagen informatie ophalen wanneer u de machine weer inschakelt. Volg de instructies op het berichtscherm dat wordt weergegeven wanneer u de machine weer hebt ingeschakeld: tik op de toets “OK” om het mat weergavescherm weer te geven of tik op de toets “Annuleren” om terug te keren naar de startpagina.
Hoofdstuk 2 BASISHANDELINGEN EERSTE STAPPEN De onderstaande procedures beschrijven basishandelingen, van het voorbereiden van het materiaal tot het maken van een proefsnede. 1. 2. 3. 4. 5. Geschikte mat en geschikt mes voor het materiaal selecteren .........P.14 Referentietabel voor combinaties van mat, mes en materiaal ...........P.16 Materiaal aanbrengen op de mat...........................................................P.19 Houder bevestigen en verwijderen.............................................
Houder automatisch instelbaar mes (mes) Automatisch instelbaar mes • Mes dat geschikt is voor het snijden van uiteenlopende materialen zoals papier, dikke stof, vinyl of hobbyfoam (0,1 mm tot 3,0 mm dik, afhankelijk van het materiaal). (zwart) Automatisch instelbaar mes • Mes dat geschikt is voor quilt en dunne katoenen stoffen zonder versteviging (0,25 mm tot 0,5 mm dik, afhankelijk van het materiaal).
Referentietabel voor combinaties van mat, mes en materiaal Gebruik een mat en een mes dat geschikt is voor het materiaal; gebruik daarvoor deze tabel. De nieuwste referentietabel is eveneens te vinden op: http://s.brother/cfokb/. Probeer, voordat u materiaal van uw project gebruikt, het aanbrengen van het materiaal uit om de kleefkracht aan de mat te controleren. Het optimale type mes is afhankelijk van het type of de dikte van het materiaal. Voer een snijproef uit voordat u het materiaal gaat snijden.
■ Stof Mat (voor ScanNCut DX) Materiaal Dikte Dunne katoenen stof (voor quiltstuk) 0,25 mm Standaard plakkende mat Houder automatisch instelbaar mes (mes) Automatisch Automatisch instelbaar mes Lichtplakkende instelbaar mes voor dunne mat (zwart) stoffen (beige) 3*1 3 3 Dunne katoenen stof (algemeen) 0,25 mm Flanel (voor quiltstuk) 0,5 mm Flanel (algemeen) 0,5 mm Roterend automatisch mes (turquoise) 3*2 3 2 3 3 3 3*1 3 3 3*2 3 3 3 3 3 3 Vilt 1 mm 3 Vilt 3 mm 3*2 3 Denim 1
Opmerking • Vermijd het gebruik van ambachtelijk papier en stof met een decoratieve laag (die gemakkelijk los kan laten), zoals lamé of folie. Terwijl de machine in werking is, kan de losse laag blijven plakken aan de scaninrichting van de machine of aan de doorvoer rollen. Dit kan leiden tot schade aan de machine. Ook kan hierdoor het snijmes beschadigd raken. Bij gebruik van dergelijk materiaal moet u de glasplaat van de scanner in de machine na elk gebruik reinigen (pagina 106).
b Materiaal aanbrengen op de mat Test het aanbrengen van het materiaal. Voordat u het te snijden materiaal aanbrengt op de mat, probeert u dit uit op een hoek van de mat (klevende gedeelte). Als een van de volgende problemen optreedt wanneer u het aanbrengen uitprobeert, is de kleefkracht van de mat te hoog voor het materiaal. Gebruik dan ander materiaal. • Wanneer u het materiaal lostrekt, blijft er kleur van het materiaal achter op de mat. • Wanneer u het materiaal lostrekt, scheurt of vervormt het.
Materiaal verwijderen (papier) Nadat u het materiaal hebt gesneden, trekt u langzaam het papier los met een spatel. a a Spatel ■ Stof (algemeen) Stofmateriaal aanbrengen op een mat met gebruik van een opstrijkvel voor applicatie Strijk het speciaal ontworpen opstrijkvel vast op de achterkant van stoffen (behalve quiltlapjes) en breng deze vervolgens aan op de standaard plakkende mat.
b Knip het opstrijkvel voor applicatie bij tot een formaat dat minimaal 2 cm (3/4") groter is dan de omtrek van het patroon dat u wilt snijden. a e Trek de beschermlaag los van het opstrijkvel. Laat alle onderdelen afkoelen voordat u de beschermlaag lostrekt. b b c a 2 a Opstrijkvel b Beschermvel f a Te snijden patroon b Snijlijn van vel c Marge van minimaal 2 cm (3/4") c Breng het materiaal vanaf de zijkant aan met de zijde van de stof waar het opstrijkvel is bevestigd naar beneden.
Het materiaal verwijderen Opmerking Nadat u het materiaal hebt gesneden, trekt u de stof samen met het opstrijkvel los met een spatel. • Was geen stoffen die aan elkaar zijn bevestigd met een opstrijkvel met dubbelzijdige kleeflaag. • Wanneer u stoffen aanbrengt met de dubbelzijdige kleeflaag, moet u deze zorgvuldig strijken zodat het materiaal- en kleefoppervlak goed worden gethermofixeerd.
b Test het aanbrengen van het materiaal. Voordat u het te snijden materiaal aanbrengt op de mat, probeert u dit uit op een hoek van de mat (klevende gedeelte). Als er problemen optreden wanneer u het aanbrengen uitprobeert, is de kleefkracht van de mat te hoog voor het materiaal. Gebruik dan ander materiaal. Het materiaal verwijderen Nadat u het materiaal hebt gesneden, trekt u langzaam de stof los met een spatel.
■ Stof (voor quiltlapjes) Opmerking Het materiaal aanbrengen met gebruik van een sterkplakkend vel voor het snijden van stof Wanneer u stof voor quiltlapjes wilt aanbrengen, brengt u het sterkplakkende vel voor het snijden van stof aan op de standaard plakkende mat om het te kunnen gebruiken. Het is aan te raden om de quiltlapjes met een marge (naadtoeslag) te snijden. Het sterkplakkende vel kan meerdere malen worden gebruikt totdat de kleefkracht afneemt.
f Beweeg de handgreep van de spatel stevig over het oppervlak van de stof om eventuele kreukels te verwijderen en breng de stof stevig aan op de mat. Opmerking over het gebruik van het sterkplakkende vel voor het snijden van stof: • Wanneer de kleefkracht van een vel afneemt of de stof verdraaid raakt bij het snijden, vervangt u het vel door een nieuw exemplaar. • Wanneer u het vel van de mat lostrekt of het vel vervangt, gebruikt u de spatel om voorzichtig het oude vel te verwijderen.
b Test het aanbrengen van het materiaal. Voordat u het te snijden materiaal aanbrengt op de mat, probeert u dit uit op een hoek van de mat (klevende gedeelte). Als er problemen optreden wanneer u het aanbrengen uitprobeert, is de kleefkracht van de mat te hoog voor het materiaal. Gebruik dan ander materiaal. d Beweeg de handgreep van de spatel stevig over het oppervlak van de stof om eventuele kreukels te verwijderen en breng de stof stevig aan op de mat.
c Houder bevestigen en verwijderen Pak de houder vast bij de greep en plaats de houder vervolgens in de drager. Selecteer de voor het materiaal geschikte houder en plaats deze in de machine. Meer bijzonderheden over de voor het materiaal geschikte houder vindt u in “Referentietabel voor combinaties van mat, mes en materiaal” op pagina 16. a a Druk op op het bedieningspaneel om de machine aan te zetten. 2 Meer bijzonderheden vindt u in “De machine aan-/ uitzetten” op pagina 8.
b Snijproef (snijtest) Controleer of het te snijden patroon is ingedeeld binnen het opgegeven snijgebied dat overeenkomt met het formaat van het materiaal. Voer een snijproef (snijtest) uit of teken op het type materiaal dat u wilt gebruiken in uw project en controleer of het resultaat naar wens is. In dit gedeelte wordt de procedure voor de uitvoering van een snijproef beschreven. ■ Machine aanzetten Druk op op het bedieningspaneel om de machine aan te zetten.
■ Mat plaatsen ■ Snijden a a Breng het materiaal dat u wilt snijden aan op de mat. Selecteer “Snijden” op het test scherm. • Meer bijzonderheden over het aanbrengen van materiaal op de mat vindt u in “Materiaal aanbrengen op de mat” op pagina 19. b Houd de mat horizontaal, voer deze voorzichtig in de doorvoersleuf in, druk op 2 op het bedieningspaneel en duw de mat voorzichtig naar voren.
■ Mat verwijderen a Druk op ■ Resultaten van snijproef (snijtest) controleren op het bedieningspaneel om de mat uit de machine te laten komen. Pas de snijdruk aan de hand van de resultaten van de snijproef (snijtest) aan. Blijf snijproeven (snijtesten) uitvoeren en de snijdruk aanpassen, totdat het materiaal goed wordt gesneden. Met de juiste snijdruk Wanneer u het materiaal lostrekt, blijft een flauw spoor van de snede achter op het oppervlak van de mat.
b Tik op of om de snijdruk aan te passen en tik vervolgens op de toets “OK”. ■ Instellingen voor Half gesneden (insnede) Als u halfsneden (insneden) wilt maken, schakelt u Half gesneden (insnede) in op het instellingenscherm, voordat u begint met snijden. a c Tik op op het voorbeeld scherm om het instellingenscherm weer te geven. 2 Controleer of de instellingen op het test scherm zijn gewijzigd en voer vervolgens de snijproef (snijtest) opnieuw uit.
PATRONEN SNIJDEN Bij de volgende procedures worden ingebouwde patronen gebruikt om de volledige serie handelingen te beschrijven, van het selecteren en bewerken van een patroon tot het snijden. b Selecteer in het patroon categoriekeuze scherm de categorie voor het patroon dat u wilt uitsnijden. In dit voorbeeld selecteert u . Les 1 – Patronen snijden a b a Tik hierop om terug te keren naar het vorige scherm.
e ■ Tweede patroon selecteren en bewerken a Bewerk het patroon. Wanneer u klaar bent met bewerken, tikt u op de toets “Instellen”. • Zie “Patroonbewerkingsfuncties” op pagina 44 voor meer informatie over de bewerkingsfuncties. Tik op de toets “Toevoegen” op het mat weergavescherm. • Als u een ander patroon wilt selecteren, tikt u op , annuleert u de selectie en selecteert u vervolgens opnieuw een patroon. 2 b Selecteer de locatie van het toe te voegen patroon.
■ Snijden Memo • Als u een patroon binnen het snij-/tekengebied wilt verplaatsen, tikt u op het patroon op het scherm en sleept u dit naar de gewenste positie. a • Als u een patroon uit de indeling wilt verwijderen, selecteert u het patroon op het mat bewerkingsscherm en gebruikt u vervolgens de functie voor verwijderen. X Tik op de toets “Bewerken” in het matweergavescherm. X Tik in het scherm op het patroon dat u wilt verwijderen.
Opmerking • Tik op de toets “Test” op het voorbeeld scherm om de snijproef (snijtest) uit te voeren. Wanneer de snijproef (snijtest) is voltooid, wordt het volgende scherm weergegeven. ■ Eerste patroongedeelte selecteren en bewerken a Selecteer “Patroon” in de startpagina. 2 b - Tik op de toets “Start” om te beginnen met snijden van het patroon. Tik op de toets “Opnieuw testen” om terug te keren naar het test scherm. Wijzig de instellingen en voer vervolgens de snijproef (snijtest) opnieuw uit.
d Selecteer het patroon dat u wilt uitsnijden in het patroon keuzescherm. Memo • De patroongedeelten die worden weergegeven in het patroondeeloverzichtsscherm, worden automatisch aangepast zodat de draadrichting verticaal (in de lengte) is wanneer u stof gebruikt als materiaal om te snijden. Daardoor kan de hoek waarmee het patroon in het patroongedeelteoverzicht wordt weergegeven verschillen van de werkelijke hoek van het patroongedeelte dat u gaat uitsnijden. a b a Tik hierop om omhoog te bladeren.
h Controleer de indeling van het patroongedeelte op het mat weergavescherm. Het patroongedeelte dat u wilt uitsnijden, wordt weergegeven in het scherm. Nadat u de indeling hebt gecontroleerd, tikt u op de toets “OK”. • In dit scherm kunt u een afzonderlijk patroongedeelte bewerken, verplaatsen, verwijderen of opslaan. Meer bijzonderheden over de bewerkingsfuncties op het mat weergavescherm vindt u in “Mat weergavescherm” op pagina 45.
■ Tweede patroongedeelte bewerken en snijden a Selecteer en bewerk het tweede patroongedeelte en tik vervolgens op de toets “OK”. ■ Alle patroongedeelten bewerken en snijden Patroonomtrek snijden a Selecteer en bewerk alle patroongedeelten en tik vervolgens op de toets “OK”. Voor meer informatie over het bewerken van het patroon volgt u stap f-h (pagina 36) in “Eerste patroongedeelte selecteren en bewerken”.
e Tik op de toets “Object bewerken”. Alle patroongedeelten snijden binnen dezelfde mat a f Tik op Selecteer en bewerk alle patroongedeelten en tik vervolgens op de toets “OK”. 2 om het patroon te verenigen. • Meer bijzonderheden over het verenigen vindt u in “Verenigen (omtrek van meerdere patronen samenvoegen)” op pagina 50. b Bewerk het patroongedeelte op het bewerkingsscherm voor patroondelen. • Zie “Patroongedeelte bewerken” op pagina 45 voor meer informatie over de bewerkingsfuncties.
e Tik op de toets “OK”. b Tik op en stel vervolgens “Ontwerpkader” in op “ON” om ontwerpkaders te kunnen toevoegen. f Volg de procedures die worden beschreven in “Mat plaatsen” (pagina 29) en “Snijden” (pagina 29) om het materiaal te plaatsen dat u wilt snijden. X Wanneer het snijden is voltooid, wordt een bericht weergegeven. g Nadat alle patroongedeelten zijn uitgesneden, tikt u op de toets “Voltooien”. X Er wordt een ontwerpkader toegevoegd rondom elk patroon.
Als u de afstand tussen het ontwerpkader en het patroon wilt wijzigen, moet u de instelling bij “Ontwerpkader Afstand” wijzigen op het instellingenscherm.
PATRONEN SELECTEREN De volgende vier patroonselectiefuncties zijn beschikbaar op het mat bewerkingsscherm, afhankelijk van uw voorkeur: ● Eén patroon selecteren ● Gewenste patronen selecteren ● Alle patronen selecteren ● Selectiegebied opgeven b Tik afzonderlijk op alle patronen die u in het scherm wilt selecteren en tik vervolgens op de toets “OK”. a X Tik op de toets “Bewerken” op het matweergavescherm om de patroonselectiefuncties te gebruiken.
■ Selectiegebied opgeven a b Tik op op het mat bewerkingsscherm om een selectie van meerdere patronen te maken. Tik op om een gebied op te geven waarin u de patronen wilt selecteren. 2 Memo • Zorg ervoor dat u niet hebt geselecteerd, voordat u het te selecteren gebied hebt opgegeven. c Tik en sleep de toetsen voor formaataanpassing om het gebied op te geven en tik vervolgens op de toets “OK”.
Hoofdstuk 3 GEAVANCEERDE BEWERKINGEN SNIJ- EN BEWERKINGSFUNCTIES b Verhouding ontgrendelen Patroonbewerkingsfuncties Tik op De beschikbare patroonbewerkingsfuncties zijn afhankelijk van het patroon dat u selecteert. Volg de instructies in dit gedeelte of “Patroonbewerkingsfuncties – Meerdere patronen” op pagina 45. Beschikbaar in het volgende scherm om het patroonformaat te bewerken zonder de verhouding te behouden. De functie is beschikbaar, afhankelijk van het patroon dat u selecteert.
Patroonbewerkingsfuncties – Meerdere patronen Mat weergavescherm De beschikbare patroonbewerkingsfuncties zijn afhankelijk van het patroon dat u selecteert. Volg de instructies in dit gedeelte of “Patroonbewerkingsfuncties” op pagina 44. U kunt de indeling van de patronen bewerken. Het snij-/tekengebied dat is opgegeven met de instelling “Snijgebied” (pagina 10) in het instellingenscherm wordt weergegeven in het voorbeeld scherm.
Ontwerpbewerkingsfuncties De ontwerpbewerkingsfuncties zijn beschikbaar wanneer u op de toets “Bewerken” tikt op het matweergavescherm. d Object bewerken U kunt het geselecteerde patroon gedetailleerder bewerken. Meer bijzonderheden vindt u in “Object bewerkingsscherm” op pagina 47. e Verplaatsen Verplaats de geselecteerde patronen stapsgewijs. Tik op de pijltoetsen om de positie van de patronen aan te passen. X Het mat bewerkingsscherm wordt weergegeven.
Object bewerkingsscherm a b c d f e i h g j k d Marge Pas de instelling marge (naadtoeslag) toe. Deze instelling wordt vaak toegepast bij applicaties en/of quiltlapjes en voegt een naadtoeslag toe rondom het getekende patroon, zoals bij het maken van applicaties of quiltlapjes. Wanneer u de instelling toepast, worden de tekenlijn (blauw) en snijlijn (zwart) weergegeven. • Zie “Snijden rond getekende lijnen (marge/ naadtoeslag)” op pagina 59 voor meer informatie over de marge- (naadtoeslag) functie.
k Verenigen (omtrek van meerdere patronen samenvoegen) Verenig de omtrek van meerdere patronen om één enkele omtrek te maken. Meer bijzonderheden vindt u in “Verenigen (omtrek van meerdere patronen samenvoegen)” op pagina 50. Patronen groeperen/groepering opheffen Een bewerking ongedaan maken U kunt meerdere geselecteerde patronen combineren tot één groep of een groep die kan worden gescheiden in afzonderlijke patronen.
c Tik op op het object bewerkingsscherm. ■ Groepering van patronen opheffen a b Selecteer gegroepeerde patronen op het matbewerkingsscherm en tik op de toets “Object bewerken”. Tik op op het object bewerkingsscherm. 3 X Alle geselecteerde patronen zijn gegroepeerd. (De toets is van kleur veranderd.) Memo • De kleur van de toets geeft aan hoe de geselecteerde patronen zijn gegroepeerd. - X De groepering van patronen wordt opgeheven. (De toets is van kleur veranderd.
d Verenigen (omtrek van meerdere patronen samenvoegen) e b Selecteer twee hartpatronen van verschillende grootte en deel deze in op het mat weergavescherm. Tik op de toets “Object bewerken” in het matweergavescherm. Tik op het grote hart op het mat weergavescherm en sleep het vervolgens over het kleine hart. f c en tik vervolgens op de toets • Er zijn twee patroonselectiefuncties beschikbaar, afhankelijk van uw voorkeur.
X De omtrekken van de geselecteerde patronen worden verenigd. • Nadat u de afstand van de verschuiving hebt opgegeven, kunt u de lijn niet meer wijzigen. U moet eerst de toegevoegde parallelle lijn verwijderen en vervolgens het instellingenscherm voor parallelle lijnen weergeven om een nieuwe parallelle lijn toe te voegen. Opmerking • Met deze functie wordt de buitenste omtrek van de patronen verenigd.
c Patronen uitlijnen Lijn de patronen uit. • De patronen worden uitgelijnd naar gelang de toets waarop u tikt, zoals hieronder beschreven. U kunt meerdere patronen selecteren en uitlijnen op hun positie en lengte. a a b c d Selecteer twee of meer patronen op het matbewerkingsscherm en tik op de toets “Object bewerken”. • Zie “Meerdere patronen selecteren” op pagina 42 voor meer informatie over het selecteren van meerdere patronen.
• Als u drie of meer patronen hebt geselecteerd, kunt u ze horizontaal (g) of verticaal (h) uitlijnen. ■ Twee of meer patronen centreren a Voeg twee cirkelpatronen toe en wijzig het formaat van een ervan. • Meer bijzonderheden over het vergroten/ verkleinen van patronen vindt u in “Object bewerkingsscherm” op pagina 47. g h 3 Origineel b Nadat u twee patronen hebt geselecteerd, tikt u op op het object bewerkingsscherm om het volgende scherm weer te geven.
Automatische ontwerpfuncties Achtergrondafbeelding scannen De automatische ontwerpfunctie is handig wanneer u het materiaal dat op de mat is aangebracht niet wilt verspillen. In dit voorbeeld gebruiken we materiaal met een uitsnede in de linkerbovenhoek als achtergrondafbeelding. Tik op op het mat weergavescherm (pagina 45) om de automatische ontwerpfunctie uit te voeren.
b Nadat u het snij/tekenpatroon hebt d Tik op de toets “Bewerken”. geselecteerd, tikt u op op het mat weergavescherm om de achtergrondscanfunctie te starten. X Het mat bewerkingsscherm wordt weergegeven. Memo • U kunt het patroon ook verplaatsen door het te slepen in het scherm. X Het volgende bericht wordt weergegeven. e Gebruik de ontwerpbewerkingsfuncties om de patronen te verplaatsen. • Zie “Ontwerpbewerkingsfuncties” op pagina 46 voor meer informatie over het verplaatsen van patronen.
c Functies voor letters en tekens Typ de tekens. Het toetsenbord heeft de QWERTY-indeling. Nadat u de tekens hebt ingevoerd, tikt u op de toets “OK”. U kunt tekens selecteren, bewerken, uitsnijden en tekenen als één enkel patroon. Selecteer het soort teken in het patroon categoriekeuze scherm. a f g a b c b d a Tekeninvoerdisplay a Selecteer decoratieve tekens. U kunt de tekens bewerken, uitsnijden en tekenen als patroon.
b Toetsen voor aanpassing spatiëring 0 6 12 0 6 12 c Afmeting van volledige tekstregel e Controleer de tekenindeling. Tik op de toets “OK” om te snijden of tekenen. Als u de tekens wilt opslaan als gegevens, tikt u op de toets “Opslaan”. Zie “Opslaan” op pagina 65 voor meer informatie over het opslaan van gegevens. 3 Memo • Ingevoerde tekens kunt u alleen bewerken als volledige tekst. U kunt niet één teken afzonderlijk bewerken.
TEKENFUNCTIES Met een pen en stifthouder kunt u patronen op materiaal tekenen. Met de marge- (naadtoeslag) instellingen kunt u ook patronen met marges tekenen op materiaal en deze vervolgens uitsnijden. U kunt deze tekenfuncties gebruiken om quiltlapjes te maken. b c Verwijder de dop van de pen en steek de pen vervolgens in de stifthouder met de punt naar beneden. Sluit het klepje van de stifthouder.
c Zet de scanner hendel omhoog (aan de linkerkant van de machine) op “2”. Opmerking • Als de tekendruk te hoog is, kan de penpunt beschadigd raken. Stel deze af op een juiste instelling. Memo • Aanpassingen in de tekendruk zijn van invloed op het eindproduct. Gebruik hetzelfde materiaal waarop u het patroon gaat tekenen om de aanpassingen te maken. g d Plaats de mat waarop het materiaal voor tekenen (snijden) is aangebracht.
c d Tik op de toets “Object bewerken” op het mat bewerkingsscherm. Tik op f g Tik op de toets “OK” op het object bewerkingsscherm. Tik op de toets “OK” om het bewerken van het patroon te voltooien. . Het scherm voor marges (naadtoeslagen) wordt weergegeven. Als grijs wordt weergegeven, kunt u de marge (naadtoeslag) niet toepassen. Memo • Klap het patroon om om de marge (naadtoeslag) aan de achterkant van de stof te tekenen.
h Controleer de patroonindeling en tik vervolgens op de toets “OK”. Wanneer u stof gebruikt, worden de patronen mogelijk niet goed gesneden als deze dicht bij de rand van de stof zijn ingedeeld. Verplaats patronen in dat geval zodat deze zich ten minste 10 mm van de rand van de stof bevinden (de rand van het snij-/ tekengebied in het scherm). • Tik op de toets “Bewerken” om de patroonindeling na controle opnieuw te bewerken. Meer bijzonderheden vindt u in “Mat weergavescherm” op pagina 45.
■ Snijden a c Selecteer “Snijden” op het voorbeeld scherm. Tik op de toets “Start” om te beginnen met snijden. X Wanneer het snijden is voltooid, wordt het voorbeeld scherm weergegeven. X Er wordt een voorbeeld weergegeven van de lijn die u gaat snijden. d Druk op op het bedieningspaneel om de mat uit te voeren. e Trek de patronen los van de mat. • Meer bijzonderheden vindt u in “Mat verwijderen” op pagina 30. b Verwijder de stifthouder en plaats vervolgens de meshouder.
b Opvulpatroon Patronen vullen/omtrekken dikker maken met tekenfuncties Voorzorgsmaatregelen voor het gebruik van de functie Vullen ● ● Afhankelijk van het materiaal en de pen die u gebruikt, kan het voorkomen dat doordat er een druk opvulpatroon is gebruikt, het materiaal moeilijker van de mat te halen is. Of het misschien gaat scheuren. Voer een tekenproef (tekentest) uit met het patroon dat u wilt gebruiken in uw project. Een open patroon kunt u niet vullen.
c Afstand extra lijn Geef de afstand op voor de toe te voegen lijnen. Opmerking • Bekijk de onderstaande voorbeelden wanneer u instellingen opgeeft voor “Nummer van extra regel” en “Afstand extra lijn”. a Nummer van extra regel 1: Eén lijn toegevoegd. c b Nummer van extra regel 2: Twee lijnen toegevoegd. c c c Afstand extra lijn: Hiermee past u de afstand tussen de lijnen aan. Door de afstand te vergroten ontstaat ruimte tussen de lijnen.
GEHEUGENFUNCTIES Patronen en tekens die in het snij-/tekengebied zijn ingedeeld, kunt u opslaan en later ophalen. Meer bijzonderheden over bestandstypen die u kunt importeren in de snijmachine vanaf een USB-stick of een computer vindt u in “Ontwerpen importeren” op pagina 67. Als de naam van een bestand/map met gegevens niet kan worden bepaald, bijvoorbeeld omdat de naam speciale tekens bevat, wordt het bestand of de map niet weergegeven. Wijzig in dat geval de bestands-/ mapnaam.
X Wanneer het opslaan is voltooid, wordt het volgende bericht weergegeven. Meer bijzonderheden over het controleren van gegevens die zijn opgeslagen in CanvasWorkspace, vindt u in de Help voor CanvasWorkspace. d Tik op de toets “OK” om het opslaan van gegevens te voltooien. a Ophalen uit machinegeheugen X Tik op het patroon dat u wilt ophalen en weergeven. b Ophalen van USB-stick • Als de USB-stick mappen bevat, tikt u op een map om de bijbehorende lijst met patronen weer te geven.
c Ophalen uit specifieke toepassing (via een draadloze netwerkverbinding). X Het overgebrachte patroon uit de specifieke toepassing wordt weergegeven op het mat weergavescherm. Meer bijzonderheden vindt u in “Overgebrachte patronen ophalen in CanvasWorkspace (met gebruik van een draadloos netwerk)” op pagina 93 of “Overgebrachte patronen ophalen vanuit de Artspira App (met gebruik van een draadloos netwerk)” op pagina 96. d Ophalen uit CanvasWorkspace (met een USBkabel).
Hoofdstuk 4 SCANFUNCTIES SCANNEN EN SNIJDEN (Direct Snijden) U kunt een afgedrukte afbeelding (papier/sticker), gestempeld papier of een originele, met de hand getekende illustratie scannen en de omtrek ervan uitsnijden of tekenen. Dit is handig voor het scannen van afbeeldingen op knipvellen, zodat u kunt uitsnijden. b Druk op om de machine in te schakelen. • Meer bijzonderheden vindt u in “De machine aan-/ uitzetten” op pagina 8. c Bevestig de meshouder in de drager van de machine.
d Bepaal de scanmodus, afhankelijk van het te scannen materiaal. • Probeer het eerst met de grijstoonherkenningsmodus. Als hiermee niet de gewenste snijgegevens worden gecreëerd, probeert u het met de kleurherkenningsmodus. Memo • De randen van illustraties in een kleur van dezelfde helderheid als de achtergrond, zoals hieronder, kunnen niet worden gedetecteerd. Gebruik dan de kleurherkenningsmodus. a a Achtergrond en illustratie in kleuren van dezelfde helderheid.
e Breng het origineel dat u wilt scannen aan op de mat. ■ Snijgegevens maken De procedure om snijgegevens te creëren verschilt per gekozen modus. Grijstoonherkenningsmodus a Controleer de gescande afbeelding en tik vervolgens op de toets “OK”. Memo • In de modus “Direct Snijden” kunt u de scanmat niet gebruiken. • Welk formaat mat u kunt gebruiken hangt af van het machinemodel. Controleer het “Maximaal scangebied” onder “Informatie over de machine” op het instellingenscherm (pagina 12).
c Tik op de toets “Voorbeeld” om het bijgesneden gebied te bevestigen. Kleurherkenningsmodus a Op het scherm Afbeelding bijsnijden sleept u met de touch-pen om de afbeelding bij te snijden tot het te importeren formaat en vervolgens tikt u op de toets “OK”. X Alleen de snijlijnen verschijnen. d Tik op de toets “OK” op het mat weergavescherm. Memo • Door de afbeelding bij te snijden op het gewenste formaat, verkort u de tijd die nodig is om deze te converteren naar snijgegevens.
d Selecteer “Snijden” op het voorbeeld scherm. Origineel e b Toets Objectformaat negeren Kleine onnodige deeltjes (stippellijnen enz.) kunnen worden uitgesloten om te worden herkend als snijgegevens. Meer bijzonderheden vindt u in ““Objectformaat negeren” opgeven” op pagina 80. Tik op de toets “Start” om te beginnen met snijden. • Voor meer informatie over het verwijderen van de mat na het snijden volgt u de procedure onder “Mat verwijderen” op pagina 30.
a Tik op b . Selecteer de vorm van de snijlijn. a c b X Het instellingenscherm verschijnt. b Tik op of om de instelling te wijzigen. a Omtrek maken Tik op deze toets om een snijlijn te maken die de omtrek van de gescande afbeelding volgt. 4 b Kaders Tik op de toets voor het gewenste kader dat u wilt toevoegen aan de gescande afbeelding en deze vervolgens uit te snijden. • Als er meerdere afbeeldingen zijn, kunt u voor elke afbeelding een kader opgeven.
SNIJGEGEVENS MAKEN (Scannen om te Snijden) U kunt een bedrukking, een afbeelding of een originele, met de hand getekende illustratie scannen, converteren naar snijlijnen en op te slaan - om later uit te snijden. ■ Scannen a b Les 5 – Snijgegevens maken In deze les gaan we een getekende illustratie op papier opslaan als snijgegevens. Tik op de toets “Scannen” in de startpagina om de scanmodus te selecteren. Selecteer “Scannen om te Snijden” in het scanmodus keuzescherm.
b Kleurherkenningsmodus De snijgegevens worden gecreëerd zonder de illustratie te converteren naar grijstonen. Het kan een tijdje duren om gegevens te creëren in deze modus. * De standaard kleurherkenningsinstelling is de grijstoonherkenningsmodus. d • Voer de mat lichtjes in de doorvoersleuf en druk vervolgens op Memo • Welk formaat mat u kunt gebruiken hangt af van het machinemodel. Controleer het “Maximaal scangebied” onder “Informatie over de machine” op het instellingenscherm (pagina 12).
■ Snijgegevens maken De procedure om snijgegevens te creëren verschilt per gekozen modus. Verschil in snijlijnen afhankelijk van detectiestandaard Voorbeeld 1 Grijstoonherkenningsmodus a b Omtrekdetectie Gebiedsdetectie Selecteer het type snijlijn in het scherm afbeelding bewerken. De afbeeldingsvorm wordt gedetecteerd en er worden snijlijnen gemaakt op basis van een van de drie standaarddetectiemethoden.
b Tik met de touch-pen (stylus) op en sleep deze over het scherm om de snijlijnen bij te snijden. c Selecteer de detectiestandaard in het scherm afbeelding bewerken. De afbeeldingsvorm wordt gedetecteerd en er worden snijlijnen gemaakt op basis van een van de twee standaarddetectiemethoden. In dit voorbeeld tikt u op • Wanneer u bijsnijdt, verandert de toets “OK” in de toets “Voorbeeld”. Tik op de toets “Voorbeeld” om het bijgesneden gebied te bevestigen. om snijlijnen te maken via gebiedsdetectie.
d Toets Objectformaat negeren Kleine onnodige deeltjes (stippellijnen enz.) kunnen worden uitgesloten om te worden herkend als snijgegevens. Meer bijzonderheden vindt u in ““Objectformaat negeren” opgeven” op pagina 80. e Toets Optimalisatie-instelling Hiermee geeft u het optimalisatieniveau op dat van toepassing is op de omtrek van afbeeldingen. Meer bijzonderheden vindt u in “Optimalisatie opgeven” op pagina 81. f OK-toets Tik op de toets “OK” om de instellingen toe te passen.
■ Snijgegevens ophalen Opgeslagen snijgegevens kunt u ophalen om te gaan snijden. a Breng het materiaal voor het snijden aan op de mat en plaats de mat vervolgens. • Zie “Materiaal aanbrengen op de mat” op pagina 19 voor meer informatie over het aanbrengen van materiaal. • Zie “Mat plaatsen” op pagina 29 voor meer informatie over het plaatsen van de mat. b Haal de opgeslagen snijgegevens op. • Voor meer informatie over het ophalen van gegevens volgt u de procedure onder “Geg. ophalen” op pagina 66.
Detectieniveau voor afbeeldingen afstellen U kunt de uitvoerniveaus van de gescande beeldgegevens aanpassen. Beschikbaar in het volgende scherm Scherm afbeelding bewerken Les 5; stap a (pagina 76) in “Grijstoonherkenningsmodus” of stap c (pagina 77) in “Kleurherkenningsmodus” 1 Snijlijn wordt gemaakt 2 Snijlijn wordt niet gemaakt X Tik op de toets “OK” om de instellingen toe te passen. Tik op ■ “Objectformaat negeren” opgeven Kleine onnodige deeltjes (stippellijnen enz.
■ Optimalisatie opgeven U kunt rondingen en hoeken in de afbeelding optimaliseren. a b Tik op op het functiekeuzescherm om het instellingenscherm voor optimalisatie weer te geven. Tik op geven. of om de instelling op te 4 • De volgende vier instellingen zijn beschikbaar: OFF, Laag, Midden en Hoog. Instelling op “Laag” is geschikt voor optimalisatie van hoeken en rechte lijnen.
AFBEELDINGEN SCANNEN (Scannen naar USB) U kunt een bedrukking of patroon op papier of stof, een afbeelding, een patroonsjabloon of een originele, met de hand getekende illustratie scannen en opslaan als afbeeldings op een USB-stick. Dit is handig als u de gegevens van een originele afbeelding wilt opslaan als back-up voor het snijden. b Tik op de toets “Scannen” in de startpagina om de scanmodus te selecteren.
f Selecteer het formaat van het scangebied. i Tik in de lijst op de toets voor het formaat van het te scannen origineel. In dit voorbeeld selecteert u A4formaat. Controleer de instellingen en tik vervolgens op de toets “OK”. b a c X Er wordt een bericht weergegeven. a Keuzetoetsen voor formaat ■ Scannen en opslaan b Tik hierop om de instelling te annuleren en terug te keren naar het vorige scherm. a c Tik hierop om door de lijst te bladeren.
d Tik op de toets “OK” om de modus “Scannen naar USB” af te sluiten. Memo • Plaats de mat met het te scannen origineel daarop aangebracht en tik op om de mat weer te geven op het scherm. U kunt het scangebied selecteren terwijl u de weergegeven afbeelding bekijkt. e f g Druk op op het bedieningspaneel om de mat uit te voeren. Verwijder de USB-stick uit de USB-poort (voor USB-stick) van deze machine.
c d Tik op de knop “Scangebied” om het instellingenscherm voor het scangebied weer te geven. Selecteer het formaat van het scangebied. X Wanneer de geselecteerde toets wordt gemarkeerd, tikt u op de toets “OK” om het opgeven van instellingen te voltooien. 4 e Breng het te scannen materiaal aan op de mat. f Houd de mat horizontaal, voer deze lichtjes in de doorvoersleuf in en druk vervolgens op op het bedieningspaneel. • Meer bijzonderheden vindt u in “Mat plaatsen” op pagina 29.
Hoofdstuk 5 FUNCTIE VOOR DRAADLOZE NETWERKVERBINDING Instellingen voor draadloze netwerkverbinding op de machine Deze machine is voorzien van een functie voor draadloze netwerkverbinding. Lees de onderstaande uitleg over de manier waarop u de draadloze netwerkverbinding kunt instellen. 1. Zet de draadloze netwerkfunctie op de machine aan en maak verbinding met het internet. 2. Registreer de machine bij CanvasWorkspace.
■ Verbinden met behulp van de installatiewizard (aanbevolen) a * c Tik op “Inst. Wizard” in het instellingenscherm “Netwerk”, zoals hieronder weergegeven. U hebt de naam (SSID) & het wachtwoord (sleutel)* van het draadloze netwerk nodig om uw machine te kunnen verbinden met een draadloos netwerk. Het netwerkwachtwoord wordt ook netwerksleutel, beveiligingssleutel of coderingssleutel genoemd. Netwerknaam (SSID) Netwerkwachtwoord (netwerksleutel) X De beschikbare netwerknaam (SSID) wordt weergegeven.
e Typ het netwerkwachtwoord (sleutel) dat u hebt genoteerd in stap a en druk op de toets “OK”. f g a b c d e a Tekeninvoerdisplay b Tekentoetsen c Selectietoets hoofdletters/kleine letters d Spatietoets Opmerking • Als geen verbinding tot stand is gebracht: - Als het bericht “Netwerksleutel fout: Err-04” wordt weergegeven, hebt u mogelijk het netwerkwachtwoord (sleutel) niet juist ingevoerd.
Installatie/status draadloos netwerk controleren Volg deze instructies wanneer u geen verbinding met het draadloze netwerk tot stand kunt brengen. a Het menu “Overige” gebruiken Het menu “Overige” bevindt zich onderaan het netwerkinstellingenscherm. Tik op “Status WLAN” in het instellingenscherm “Netwerk”, zoals hieronder weergegeven. Het menu “Overige” bevat de volgende items. a b X Verbindingsstatus, protocol, signaalsterkte en netwerknaam (SSID) van het draadloze netwerk worden weergegeven.
Machine registreren in CanvasWorkspace Nadat u uw machine hebt geregistreerd in CanvasWorkspace, kunt u gegevens overbrengen van CanvasWorkspace naar uw machine en vice versa. b Als het onderstaande scherm wordt weergegeven, waarin wordt beschreven hoe u de pincode verkrijgt, gaat u door met de volgende [COMPUTER]-handeling terwijl u het scherm open laat staan. Dit gedeelte beschrijft de procedure voor koppeling van de machine aan een Login ID voor CanvasWorkspace via een specifiek nummer.
d Klik op scherm. in de rechterbovenhoek van het g Typ uw machinenummer in en klik vervolgens op de knop “OK”. X De pagina wordt weergegeven waarop u uw account kunt beheren. e Memo Klik op “Registratie van machine(s)”. • Uw machinenummer is te vinden op uw machine in het scherm dat wordt weergegeven in stap b met de beschrijving hoe u uw pincode verkrijgt. 5 X Een viercijferige pincode wordt op het scherm weergegeven. f Klik op “Een nieuwe machine registreren”.
j ■ De gekoppelde login ID verwijderen Tik op de toets “OK”. Als u een gekoppelde login ID geheel van de machine wilt verwijderen, volgt u onderstaande procedure. a Tik op b Tik op de toets “OK”. . X De machine-informatie wordt overgebracht naar de server. k Tik op de toets “OK”. X Het scherm voor accountregistratie wordt weergegeven. X De login ID is verwijderd en onderstaand scherm wordt weergegeven.
Hoofdstuk 6 GEGEVENSOVERDRACHTSFUNCTIE Gegevens ophalen vanuit CanvasWorkspace of Artspira Dit product kan gegevens ophalen vanuit CanvasWorkspace en vanuit de Artspira App. CanvasWorkspace is een gratis toepassing voor patroonbewerking met zowel een PC-versie (Windows/Mac) als een Web-versie. Met de downloadbare PC-versie (Windows/Mac) kunt u vele optionele kits authenticeren; de PC-versie beschikt over meer nuttige bewerkingsfuncties dan de Web-versie.
d e Tik op de toets “Geg. ophalen” op de startpagina om het scherm weer te geven waarop u de gegevensbron kunt selecteren die u wilt ophalen. Selecteer a Steek de USB-kabelaansluiting in de betreffende USB-poorten van de computer en van de machine. . a USB-poort voor computer X Het mat weergavescherm wordt weergegeven.
X Wanneer de patroongegevens zijn opgeslagen op de machine, wordt het volgende bericht weergegeven. Klik op [OK]. a b Meld u aan bij CanvasWorkspace. (http://CanvasWorkspace.Brother.com) Selecteer op het tabblad [Snijpatronen Collectie] of [Disney] op het hoofdscherm de categorie die u wilt batch-downloaden. Opmerking • Er kan slechts één set patroongegevens worden overgebracht naar de machine. Als er al gegevens zijn overgebracht naar de machine, worden deze gegevens overschreven.
g Selecteer “Mijn verzameling”. X Er wordt een map voor elke patroonverzameling weergegeven. Overgebrachte patronen ophalen vanuit de Artspira App (met gebruik van een draadloos netwerk) Configureer de instellingen van het draadloze netwerk voor de machine en registreer vooraf de machine. Memo • Als u patronen voor de roll feeder wilt ophalen, selecteert u “Roll feeder”, zoals hieronder weergegeven.
Functie My Connection Dit product beschikt over een functie voor koppeling met Brother-borduurmachines (alleen compatibele modellen). Met gebruik van de functie voor draadloos netwerk kunt u ingebouwde patronen overbrengen vanaf de snijmachine of een omtrek maken van een gedeelte van een borduurpatroon op de borduurmachine en deze overbrengen om te snijden of te tekenen met de snijmachine. Raadpleeg de bedieningshandleiding “My Connection” voor een gedetailleerde uitleg over het gebruik van patronen.
Borduurgegevens ophalen om te snijden (alleen compatibele modellen) U kunt borduurgegevens (PHC-, PHX- of PES-bestanden) ophalen naar de machine en vervolgens snijden of tekenen. PHC- of PHX-bestanden zijn borduurgegevens van borduurmachines die zijn uitgerust met een borduurfunctie. PES-bestanden zijn borduurgegevens die zijn gemaakt met het softwaresysteem voor borduurontwerp PE-DESIGN.
c Tik op de toets “OK”. Applicatiegegevens maken Memo • Controleer of “APPLICATIEMATERIAAL” deel uitmaakt van het patroon. a Tik op om het patroondeeloverzichtsscherm weer te geven en tik vervolgens op de toets “OK”. X Er wordt “APPLICATIEMATERIAAL” weergegeven op het scherm. d e X Het patroon bewerkingsscherm verschijnt. Bevestig de stof voor de applicatie op de mat en snijd het patroon uit. Raadpleeg de bedieningshandleiding bij de borduurmachine om de applicatie te voltooien.
• Kleurherkenningsmodus is uitgeschakeld De snij/tekengegevens worden gemaakt nadat het borduurpatroon is geconverteerd naar grijstonen. • Kleurherkenningsmodus is ingeschakeld Elke kleur in het borduurpatroon wordt gedetecteerd voor het maken van snijgegevens. a a b b c a De delen voor elke als gebied gedetecteerde kleur worden weergegeven in het overzicht.
d Snij/tekenlijnen aanpassen. Nadat u de gewenste aanpassingen hebt aangebracht, tikt u op de toets “Instellen”. a b a Optimalisatie Hiermee optimaliseert u de rondingen en hoeken in de lijnen. Selecteer een van de vier beschikbare instellingen: OFF, Laag, Midden en Hoog. 6 OFF Midden b Groeperen/groepering opheffen Wanneer de delen niet zijn gegroepeerd, kunt u de delen afzonderlijk bewerken. Meer bijzonderheden vindt u in “Patronen groeperen/ groepering opheffen” op pagina 48.
Hoofdstuk 7 BIJLAGE VERBRUIKSARTIKELEN Vervangingscriteria Voor een veilig gebruik van deze machine moet u de volgende verbruiksartikelen vervangen volgens de vervangingscriteria. Neem voor de aanschaf van onderdelen contact op met de dealer waar de machine is aangeschaft of het dichtstbijzijnde erkende servicecentrum. Meer bijzonderheden over optionele accessoires vindt u in “OPTIONELE ACCESSOIRES” op pagina 123. Mes vervangen ■ Verwijderen a Draai de houderkap los.
c Trek de houder omhoog zodat het mes achterblijft in het rubber gedeelte. b Draai de houderkap vast om deze aan de houder te bevestigen. Draai de kap volledig vast totdat u niet verder kunt draaien. c (Voor houder Roterend automatisch mes) Houd het transporteurstaafgedeelte van het roterende automatische mes vast en haal het uit de houder. Opmerking • Wanneer u de houderkap aanbrengt, moet u ervoor zorgen dat de mesrand niet tegen de houderkap stoot.
ZORG EN ONDERHOUD Reinigen Opmerking • Gebruik geen alcohol of water voor het reinigen van de mat. • Wanneer u de mat niet gebruikt, reinigt u deze en bergt u deze op met het beschermvel erop. Als u het beschermvel niet bevestigt, neemt de kleefkracht van de mat af. Bevestig het beschermvel niet wanneer de mat nog vochtig is. Anders neemt de kleefkracht van de mat af. • Zorg dat u de mat niet vouwt of buigt wanneer u deze opbergt.
b Verwijder stukjes materiaal, pluisjes en stof met een in de handel verkrijgbare borstel. Reinig met name het oppervlak van het mes en verwijder snijrestjes of achtergebleven stukjes uit de ruimten. Als pluisjes en stof zich ophopen tussen het mes en de houder, kan het mes misschien niet meer roteren of kan de snijkwaliteit sterk afnemen. Daarnaast moet u pluisjes en stof weghalen die zich in de kap hebben opgehoopt. b Open de klep van de voorzijde. c Verwijder de houder uit de drager.
e Glasplaat van de scanner reinigen Bevochtig een pluisvrije doek met water en wring deze stevig uit. Veeg vervolgens de glasplaat van de scanner binnen in de machine. Als er ongewenste verticale lijnen in de gescande afbeelding voorkomen of als het scannen niet goed verloopt, is het scangedeelte van de scanner mogelijk vuil. Reinig de glasplaat van de scanner binnen in de machine. a Zet de machine uit en haal de stekker van het netsnoer uit het stopcontact.
Scherm afstellen De scan/snijpositie afstellen Als het scherm niet goed reageert wanneer u op een toets tikt (de machine voert de functie niet uit of voert een andere functie uit), volgt u de onderstaande stappen om het scherm juist af te stellen. In de modus “Direct Snijden” kunt u de snijpositie automatisch aanpassen als deze is verschoven. Meer bijzonderheden over de modus “Direct Snijden” vindt u in “SCANNEN EN SNIJDEN (Direct Snijden)” op pagina 68.
c Tik op de toets “Positie scannen/snijden aanpassen” op het instellingenscherm. • Als het midden van de snede niet uitlijnt met het midden van de rode cirkel, is de positie niet op de juiste manier aangepast. Tik op de toets “Nee”, vervang het op de mat aangebrachte papier en herhaal vervolgens de stappen d tot en met f om de positie opnieuw aan te passen. g Wanneer het volgende bericht wordt weergegeven, tikt u op de toets “OK”. X Het volgende bericht wordt weergegeven. X De afstelling is voltooid.
Positie van de doorvoerrol aanpassen Bij normaal gebruik (wanneer de optionele roll feeder niet wordt gebruikt) hoeft u de positie van de doorvoerrol niet aan te passen. Als de doorvoerrol per ongeluk is verplaatst, volgt u de onderstaande procedure om de doorvoerrol terug te zetten naar de oorspronkelijke positie. Raadpleeg de meegeleverde handleiding voor meer bijzonderheden over het gebruik van de roll feeder.
PROBLEEMOPLOSSING Let op alle toepasselijke veiligheidswaarschuwingen wanneer u de onderstaande gedeelten raadpleegt. Als de machine niet meer goed werkt, ga dan na of er mogelijk sprake is van onderstaande problemen, voordat u contact opneemt voor service. De meeste problemen kunt u namelijk zelf oplossen. Als u extra hulp nodig hebt, biedt de Brother support website de nieuwste antwoorden op veelvoorkomende vragen en tips. Ga naar “ http://s.brother/cpoac/ ”.
Symptoom Bij het invoeren van de mat laat het aangebrachte materiaal los. Mogelijke oorzaak (of resultaat) Oplossing Verwijzing De mat is niet horizontaal door het Houd de mat bij het invoeren horizontaal gewicht van het materiaal. met uw handen. pagina 29 De kleefkracht van de mat is afgenomen. pagina 102 Vervang de mat door een nieuw exemplaar. Papier/stof vastgelopen Symptoom De mat kan niet worden doorgevoerd.
Symptoom Oplossing Verwijzing Er wordt geen mes gebruikt dat geschikt is voor het materiaal dat wordt gesneden. Mogelijke oorzaak (of resultaat) Gebruik een mes dat geschikt is voor het te snijden materiaal. pagina 16 Als u de instellingswaarde voor de snijdruk hebt verhoogd en u nog steeds problemen hebt om gelijkmatig te snijden, is het mes mogelijk beschadigd. Vervang het mes door een nieuw exemplaar.
Tekenen Symptoom Mogelijke oorzaak (of resultaat) Oplossing Pas de instellingen voor “Tekensnelheid” en “Tekendruk” aan in het instellingenscherm. Als u dikkere lijnen wilt tekenen, verhoogt u de tekendruk. Als u dunnere lijnen wilt De getekende lijn is dikker De tekensnelheid (“Tekensnelheid”) of tekenen, verlaagt u de tekendruk. (of dunner) dan gewenst. tekendruk (“Tekendruk”) is niet juist. Als u dikkere lijnen wilt tekenen, verlaagt u de tekensnelheid.
Waar vind ik de beveiligingsgegevens (netwerknaam (SSID) en netwerkwachtwoord) van het draadloze netwerk? Neem geen contact op met Brother-klantenservice voor hulp wanneer u niet beschikt over de beveiligingsgegevens van het draadloze netwerk. We kunnen u niet helpen bij het vinden van uw netwerkbeveiligingsinstellingen. 1) Raadpleeg de documentatie die is meegeleverd bij uw draadloze toegangspunt/router. 2) De standaardnetwerknaam (SSID) kan de fabrikant- of de modelnaam zijn.
FOUTMELDINGEN De onderstaande tabel bevat enkele berichten die kunnen worden weergegeven terwijl de machine in werking is, samen met de bijbehorende oplossingen. Voer de nodige handeling uit volgens de instructies in het bericht of de hier beschreven oplossing. Als het probleem aanhoudt, neemt u contact op met de dealer waar de machine is aangeschaft of het dichtstbijzijnde erkende servicecentrum. Foutmeldingen Er is een storing opgetreden. Schakel de machine uit en weer aan.
Foutmeldingen Oorzaak/oplossing Onvoldoende ruimte op de mat. Controleer ruimte op mat, snijgebied (instelling) of patrooninterval (instelling). Voer een van de volgende handelingen uit om de patronen in te delen. - Verwijder een patroon dat al is ingedeeld op het mat weergavescherm. - Pas het formaat aan van een patroon in de indeling. - Vergroot de instelling voor “Snijgebied” (pagina 10). - Verklein de ruimte tussen ingedeelde patronen via de instelling “Patrooninterval”.
Foutmeldingen Oorzaak/oplossing Er kunnen geen patronen worden gedetecteerd. Het geïmporteerde SVG-bestand bevat gegevens, zoals afbeeldingen of tekst, die niet kunnen worden geconverteerd. Aan sommige patronen kan geen marge worden toegevoegd. De marge- (naadtoeslag)instellingen kunnen niet worden opgegeven voor complexe patroonvormen. Selecteer een patroon met een eenvoudige vorm. Het kan ook helpen de marge (naadtoeslag) uit te breiden tot 2 mm of meer.
Foutcode Oorzaak/oplossing Uw machine ondersteunt de verificatie-/coderingsmethode niet die het geselecteerde, draadloze toegangspunt/de router gebruikt. Voor de infrastructuurmodus wijzigt u de verificatie- en coderingsmethoden van uw draadloze toegangspunt/router.
Foutmelding Verbinding met server mislukt. Controleer de netwerkinstellingen. Oorzaak/oplossing Uw machine is niet verbonden met het netwerk. - Controleer of er een goede verbinding met het netwerk is. - Er is mogelijk nog geen netwerkverbinding tot stand gebracht. Probeer het na een tijdje opnieuw.
DE SOFTWARE BIJWERKEN U kunt de software van de machine bijwerken met gebruik van een van de onderstaande drie procedures. ● Update met gebruik van de automatische updatefunctie - Update vanaf de startpagina - Update vanuit het instellingenscherm ● Update met gebruik van een USB-stick ● Update met gebruik van de toepassing (CanvasWorkspace) Opmerking • Zet de machine niet uit tijdens het updateproces.
Updaten met USB-stick c U kunt de software van de machine bijwerken met een USB-stick. Voor informatie over updates raadpleeg de Brother support website (http:// s.brother/cuoad/). Als een updatebestand wordt geplaatst, downloadt u het bestand en voert u een update van de machine uit aan de hand van de volgende procedure. a Steek de USB-stick met het updatebestand in de USB-poort van deze machine. De USB-stick mag geen andere gegevens bevatten dan het updatebestand.
c Start CanvasWorkspace en klik vervolgens op [Controleren op nieuwste update van ScanNCut DX…] in het menu [Help]. X Wanneer het volgende bericht wordt weergegeven, klikt u op [OK] om de software bij te werken. X Als er geen nieuw upgradebestand is, wordt het onderstaande bericht weergegeven. d 122 Wanneer de machine het updatebestand ontvangt, wordt het volgende scherm weergegeven. Wanneer de update is voltooid, start de machine automatisch opnieuw.
Nr. OPTIONELE ACCESSOIRES Onderstaand vindt u de optionele accessoires die u apart kunt kopen. 1. 2. 3. 3 4 5 6 4. 5. 7 6. 8 9 7. 8. 10 9. 11 12 13 10. 11. 12. 14 15 13. 14. 15. 16 17 18 19 20 16. 17. 18. 21 19. 20. 21. 22. 23. 24. 22 23 24 25 26 27 28 29 30 25. 26. 27. * * 28. 29. 30. * * Nr.
PRODUCTSPECIFICATIES Artikelen Specificaties Afmetingen Ca. 531 mm (B) × 215 mm (D) × 173 mm (H) (Ca. 20,9 inches (B) × 8,5 inches (D) × 6,8 inches (H)) Dikte Ca. 6 kg (ca.
INDEX A Achtergrond .................................................................10 Achtergrondscan .........................................................54 Afbeelding bewerken ...................................................80 Artspira ...................................................................5, 96 Automatisch afsluiten ...........................................11, 12 B Bedieningspaneel ..........................................................7 Beginscherm ............................
Ga naar http://s.brother/cpoac/ voor productondersteuning en antwoorden op veelgestelde vragen (FAQs). Deze machine is alleen goedgekeurd voor gebruik in het land van aanschaf. Lokale Brother-bedrijven of hun dealers voeren alleen servicewerkzaamheden uit aan machines die in eigen land zijn aangeschaft.