Quick Setup Guide

22
Ga nu verder met de installatieprocedure
In dit gedeelte worden de procedures uitgelegd voor installatie met de methode die van toepassing is.
Dit zijn de installatieprocedures:
Windows
®
, ga naar pagina 23.
Stap 1
Stap 2
Stap 3
Stap 4
Stap 5
Stap 6
Stap 7
Stap 8
Stap 16 (pagina 25)
Stap 17
Stap 18
Stap 19
Methode 1:
Configuratie met
behulp van de
installatie-cd-rom
en een tijdelijke
USB-verbinding
Methode 2:
One-push
met WPS en
configuratie met
behulp van de
installatie-cd-rom
Stap 9-1 (pagina 25)
Stap 10-1
Stap 11-1
Stap 12-1
Stap 13-1
Stap 14-1
Stap 15-1
Stap 9-2
Stap 10-2
Stap 11-2
Stap 12-2
(pagina 26)
(pagina 25)
(pagina 27)
Macintosh, ga naar pagina 28.
Stap 1
Stap 2
Stap 3
Stap 9 pagina XX)
Stap 10
Stap 11
Stap 12
Stap 13
Methode 1:
Configuratie met
behulp van de
installatie-cd-rom
en een tijdelijke
USB-verbinding
Methode 2:
One-push
met WPS en
configuratie met
behulp van de
installatie-cd-rom
Stap 4-1 (pagina )
Stap 5-1
Stap 6-1
Stap 7-1
Stap 8-1
Stap 4-2 (pagina )
Stap 5-2
Stap 6-2
Stap 7-2
(pagina 28)
(pagina 30)
(pagina 29)
Meld u zo nodig aan met beheerdersrechten.
Sluit de printer aan en configureer hem via USB als het een bedrijfsnetwerk betreft. U kunt
ook gebruikmaken van het Instellingenprogramma netwerk voor het configureren van
deze netwerkinstellingen nadat u het printerstuurprogramma hebt geïnstalleerd.
Zie Instellingenprogramma netwerk in de Netwerkhandleiding voor informatie over het
Instellingenprogramma netwerk.