Software User's Guide

Vanuit andere toepassingen afdrukken met het printerstuurprogramma
15
4
3 Selecteer de gewenste items en klik op [OK].
Tabblad [Basis]
Hier kunt u het papierformaat instellen.
Als het formaat van het gewenste papier niet in de lijst [Papierformaat] voorkomt, kunt u een nieuw
papierformaat toevoegen. Selecteer vervolgens het papierformaat in de lijst [Papierformaat].
OPMERKING
Het dialoogvenster dat wordt weergegeven, is afhankelijk van het gebruikte printermodel.
Tabblad [Geavanceerd]
Op dit tabblad kunt u de instellingen voor [Tussenkleur], [Helderheid] en [Contrast] aanpassen.
Als u een vast papierformaat met doorlopende papiertape gebruikt, klik dan op [Instellingen] om een
dialoogvenster te openen en de gewenste instellingen op te geven.