User's Guide
Table Of Contents
- GEBRUIKERSHANDLEIDING E550W
- Inhoud
- AAN DE SLAG GAAN
- EEN LABEL BEWERKEN
- LABELS AFDRUKKEN
- HET BESTANDSGEHEUGEN GEBRUIKEN
- P-TOUCH SOFTWARE GEBRUIKEN
- P-touch Editor gebruiken
- Werken met P-touch Transfer Manager (voor Windows)
- P-touch Transfer Manager gebruiken
- De labelsjabloon overbrengen naar P-touch Transfer Manager
- Werken met P-touch Transfer Manager
- Sjablonen en andere gegevens overbrengen van de computer naar de printer
- Een back-up maken van sjablonen en andere gegevens die in de printer zijn opgeslagen
- Alle gegevens van de printer wissen
- De naar de printer overgebrachte gegevens gebruiken
- Werken met P-touch Library
- NETWERK
- RESETTEN & ONDERHOUDEN
- PROBLEMEN OPLOSSEN
- BIJLAGE
8
1
2
3
4
5
6
7
9
10
63
De naar de printer overgebrachte gegevens gebruiken
NEDERLANDS
P-TOUCH SOFTWARE GEBRUIKEN
U kunt een naar de computer overgebrachte sjabloon, database of door de gebruiker
gedefinieerde tekenafbeelding gebruiken om een label te maken en af te drukken.
Zie "De overgebrachte gegevens verwijderen" op pagina 69 voor meer informatie over
het verwijderen van overgebrachte gegevens.
Een door de gebruiker gedefinieerde tekenafbeelding
Zie "Symbolen invoeren" op pagina 27 voor meer informatie over het invoeren van de
afbeelding.
De overgebrachte sjabloon afdrukken
U kunt een met P-touch Editor gemaakte labellay-out (bestand *.lbx) overbrengen naar
de printer en daar gebruiken als sjabloon voor het afdrukken van labels. U kunt sjablonen
bewerken en afdrukken met tekst die u ophaalt uit een database of direct invoert.
Bij het bewerken van een sjabloon zonder object
Druk op de toets Bestand, selecteer "Ovrgdragen sjablonen" met de toets of
en druk dan op de toets OK of de Entertoets.
Selecteer de af te drukken sjabloon met de toets of en druk op de toets OK of
de Entertoets.
Druk op de toets Afdrukken om het afdrukken te starten.
Bij het bewerken van een sjabloon met object
De sjabloon kan zo nodig tijdelijk worden bewerkt. De sjabloon kan echter niet worden
opgeslagen nadat hij is bewerkt.
Als de sjabloon niet aan een database is gekoppeld, is het label gereed voor afdrukken als
u de labelsjabloon hebt geselecteerd en tekst hebt getypt in elk van de velden.
Als de sjabloon aan een database is gekoppeld, kunt u een enkele record of een reeks
records in de database die aan de sjabloon is gekoppeld, afdrukken.
Druk op de toets Bestand, selecteer "Ovrgdragen sjablonen" met de toets of en
druk dan op de toets OK of de Entertoets.
De naar de printer overgebrachte gegevens gebruiken
• Breng de sjabloon over naar de printer voordat u hem bewerkt.
• Zet de printer uit en weer aan als de gegevensoverdracht naar de printer is voltooid.
1
"Ovrgdragen sjablonen" wordt weergegeven bij de transfer van een sjabloon.
2
Als de sjabloon is gekoppeld aan een database, wordt het pictogram weergegeven in de
rechterbovenhoek van het scherm.
3
• Hieronder volgt de procedure voor het afdrukken van een enkele databaserecord.
• U kunt geen regelomslag toevoegen of verwijderen.
1
"Ovrgdragen sjablonen" wordt weergegeven bij de transfer van een sjabloon.










