User's Guide

Table Of Contents
EEN LABEL BEWERKEN
36
Een geserialiseerd label invoeren
Herhaal de stappen 3 en 4 om de tweede reeks tekens die u wilt
ophogen, de waarde waarmee moet worden opgehoogd en de
waarde voor de telling op te geven.
Voorbeeld: Selecteer 1 van A01. Stel "Tellen" als volgt in als u
het getal tweemaal met de waarde één wilt verhogen: 02,
"Verhoogd met": 1.
Druk op de toets OK of de Entertoets om het scherm weer te
geven met de instellingen.
Voorbeeld:
De grijze tekens kunnen niet worden geselecteerd.
5
6
Door op de toetsen Shift en Serialiseren te drukken kunt u de instellingen wijzigen. Nadat
u de instellingen hebt gewijzigd, wordt het bericht "Gegevens overschrijven na deze
positie?" weergegeven. Druk op de toets OK als u de instellingen wilt overschrijven.
Bij meerdere pagina’s met labels kunt u bij het afdrukken kiezen uit "Alles", "Huidig" of
de "Bereik".
Raadpleeg de "Een label afdrukken" op pagina 39 voor het afdrukken van labels.
Druk op Esc om terug te keren naar de vorige stap.
De functie Serialiseren is ook beschikbaar voor barcodes. Een barcode wordt geteld als één
teken.
Eventuele symbolen of overige niet-alfanumerieke tekens worden genegeerd tijdens
automatisch nummeren.
Een serialiseringsreeks kan maximaal vijf tekens bevatten.
De waarde "Tellen" kan worden ingesteld op maximaal 99.
De waarde "verhoogd met" kan worden ingesteld op een waarde van één tot negen.
De ophoogvolgorde van letters en cijfers is als volgt:
0
1 ...9
0
...
A
B ...Z
A
...
a
b ...z
a
...
A0
A1 ...A9
B0
...
U kunt spaties (weergegeven als liggende streepjes "_" in het onderstaande voorbeeld) gebruiken
om de ruimte tussen de tekens aan te passen of om het aantal afgedrukte cijfers te controleren.
_9
10 ...99
00
...
_Z
AA ...ZZ
AA
...
1_9
2_0 ...9_9
0_0
...