User's Guide

Table Of Contents
EEN LABEL BEWERKEN
30
Instellen van tekenkenmerken
Tekenkenmerken instellen per label
Selecteer een lettertype en kenmerken voor de grootte, breedte, opmaak, regel en uitlijning
met de toets Opmaak. Selecteerbare opties voor "Tekenattribuut" staan in de appendix.
(Zie pagina 87.)
Druk op de toets Opmaak.
De lijst met huidige instellingen wordt weergegeven.
Selecteer een kenmerk met behulp van de toets of en stel vervolgens een waarde
voor het kenmerk in met behulp van de toets of .
Druk op de toets OK of de Entertoets om de instellingen toe te passen.
Tekenkenmerken instellen per regel
Als een label uit twee of meer regels bestaat, kunt u per regel verschillende tekenkenmerken
instellen (lettertype, grootte, breedte, opmaak, regel en uitlijning).
Verplaats de cursor met de toets , , of naar de regel die u
wilt wijzigen. Druk op de Shift-toets en daarna op de toets Opmaak
om de kenmerken weer te geven. ( op het scherm geeft aan dat
u het kenmerk nu toepast op alleen die specifieke regel.)
Instellen van tekenkenmerken
1
2
3
Nieuwe instellingen worden NIET toegepast als u niet op de toets OK of de Entertoets
drukt.
Druk op Esc om terug te keren naar de vorige stap.
Druk op de toets Spatie om het geselecteerde kenmerk in te stellen als standaardwaarde.
Kleine tekens kunnen moeilijk leesbaar zijn bij bepaalde opmaak (bijv. Schaduw + Cursief).
Afhankelijk van het labeltoepassingstype kunt u de instelling voor Opmaak niet wijzigen.
In dat geval wordt weergegeven in het voorbeeldgedeelte rechts op het scherm.
Als u verschillende kenmerken hebt ingesteld voor elke regel, worden
de waarden weergegeven als ***** wanneer u op de toets Opmaak
drukt. Als u de instelling op dit scherm verandert met behulp van de
toets of , wordt dezelfde wijziging toegepast op alle regels.