User's Guide

Table Of Contents
EEN LABEL BEWERKEN
34
Een geserialiseerd label invoeren
Geavanceerd
Voer tekst in.
Voorbeeld: Maak met behulp van deze functie de labels
"1A-02", "1A-A03", "1A-A04", "1A-B01", "1A-B02", "1A-B03",
"1A-B04" van het label "1A-A01".
Druk op de Shift-toets en druk dan op de toets Serialiseren.
Selecteer "Geavanceerd" met de toets of en druk op de
toets OK.
Selecteer het eerste teken dat (de eerste tekens die) u wilt
ophogen met de toetsen , , of en druk twee maal op de
toets OK of Enter.
Voorbeeld: Selecteer 1 van A01.
Selecteer Interval en Tellen met de toets of en stel de
waarde in met de toets of . Druk op de toets OK of Enter.
Voorbeeld: Stel het interval als volgt in als u het getal vier keer
met de waarde 1 wilt verhogen: 1, Tellen: 4.
Selecteer het tweede getal dat u wilt ophogen met de toetsen
, , of en druk twee maal op de toets OK of Enter.
Voorbeeld: Selecteer A van A01.
Selecteer Interval en Tellen met de toets of en stel de
waarde in met de toets of .
Voorbeeld: Stel het interval als volgt in als u het getal twee keer
met de waarde 1 wilt verhogen: 1, Tellen: 2.
Druk op de toets OK of Enter om het scherm weer te geven met
de instellingen.
Voorbeeld:
1
1
2
3
U kunt het eerste teken niet selecteren omdat het grijs wordt
weergegeven.
1
4
1
5
Als u op de Shift-toets drukt, en vervolgens op de toets
Serialiseren, kunt u het instellen herhalen. Nadat u de
instellingen opnieuw hebt opgegeven, wordt het bericht
"OK to Overwrite the Data after This Position?" weergegeven.
Druk op de toets OK om de instellingen te overschrijven.
Bij meerdere pagina’s met labels kunt u bij het afdrukken
kiezen uit Alles/Huidig/Bereik.
Raadpleeg "LABELS AFDRUKKEN" op pagina 42 voor
meer informatie over het afdrukken van labels.
6
7