User's Guide

Table Of Contents
EEN LABEL BEWERKEN
32
Een geserialiseerd label invoeren
U kunt numeriek geserialiseerde labels afdrukken. U kunt het aantal en de waarde voor
ophoging voor de reeks opgeven. Met deze functie kunt u een reeks labels maken waarbij
steeds één teken van het patroon wordt opgehoogd. In de geavanceerde modus voor
serialiseren kunt u kiezen uit gelijktijdig of geavanceerd. Bij gelijktijdig serialiseren wordt een
reeks labels gemaakt waarbij steeds twee getallen gelijktijdig worden opgehoogd.
Bij geavanceerd serialiseren maakt u een serie labels waarbij u twee reeksen in het patroon
kunt selecteren die achtereenvolgens moeten worden opgehoogd.
Serialiseren
Voer tekst in.
Voorbeeld: Maak met behulp van deze functie de labels
"B010", "C010", "D010" van het label "A010".
Drukt op de Serialiseren, het scherm voor het opgeven van de
reeks wordt weergegeven.
Plaats de cursor onder het eerste teken met behulp van de
toetsen , , en . Plaats de cursor vervolgens onder het
laatste teken dat moet worden opgehoogd. Druk op de toets
OK of Enter.
Voorbeeld: Selecteer A en OK.
Selecteer Interval en Tellen met de toets of en stel de
waarde in met de toets of .
Voorbeeld: Stel het interval als volgt in als u het getal vier keer
met de waarde 1 wilt verhogen: 1, Tellen: 4.
Druk op de toets OK of Enter om het scherm weer te geven met
de instellingen.
Voorbeeld:
Een geserialiseerd label invoeren
1
1
2
3
1
4
Als u op de Serialiseren drukt, kunt u het instellen herhalen.
Nadat u de instellingen opnieuw hebt opgegeven, wordt het
bericht "OK to Overwrite the Data after This Position?"
weergegeven. Druk op de toets OK om de instellingen te
overschrijven.
Bij meerdere pagina’s met labels kunt u bij het afdrukken
kiezen uit Alles/Huidig/Bereik.
Raadpleeg "LABELS AFDRUKKEN" op pagina 42 voor
meer informatie over het afdrukken van labels.
1
5