User's Guide
Table Of Contents
1 Druk op om de instellingen voor
tekstinvoer te selecteren.
2 Druk op / om de instellingen te
selecteren.
Benadruk tekst door deze te onderstrepen of te
omkaderen.
Symbolen invoeren
• Zie de tabel Symbolen in deze handleiding.
• Druk op om een bewerking te
annuleren.
• Selecteer Historie om maximaal zeven recent
gebruikte symbolen te bekijken.
• U kunt ook symbolen invoeren door op de
sneltoetsen te drukken zoals hieronder wordt
weergegeven.
Teksttoets
/ (Selecteer een item)
Grootte
Groot
Gemiddeld
Klein
Stijl
Normaal
Vet
Omtrek
Schaduw
Cursief
C+Vet
C+Omtrek
C+Schaduw
Verticaal
Vertcl+Vet
Breedte
Normaal
× 2
× 1/2
Onderstrepen en Omkadering
/ [Ond/Frame]
/ (Selecteer een type omkadering)
2
3
Symbooltoets
(Selecteer een categorie)
/
(Selecteer een symbool)
Interpunctie Spatietoets Valuta
Historie Grieks alf.
Haakjes Elektrisch
Ops.-tekens Datacom
Sup/
Subscrpt
AV/Beveilig
Wiskunde Veiligheid
Pijlen










