User's Guide

15
NEDERLANDS
De tapecassette plaatsen
In dit gedeelte worden de soorten tape opgesomd die met de printer kunnen worden gebruikt.
Daarnaast wordt beschreven hoe u de tapecassettes plaatst.
Goedgekeurde tape
Hieronder worden de soorten tape opgesomd
die u met de printer kunt gebruiken. Zie
"Accessoires" ( p. 52) voor informatie over
de tapes.
TZe-tape
Standaardtape, gelamineerd
Standaardtape, niet-gelamineerd
Tape met stevige plakstrook,
gelamineerd
Flexibele ID-tape, gelamineerd
Opstrijktape, niet-gelamineerd
Veiligheidstape, gelamineerd
Stenciltape, niet-gelamineerd
HGe-tape
Bij gebruik van HGe-tape zijn drie
combinaties van hogere afdruksnelheid en
hogere afdrukresolutie mogelijk. Zie "Sneller
afdrukken of afdrukken met een hogere
resolutie" ( p. 31) voor informatie over snel
afdrukken.
De tapecassette plaatsen
In dit gedeelte wordt beschreven hoe u de
tapecassette plaatst.
1
Houd de aan/uit-knop aan de voorkant
van de printer ingedrukt tot het
stroomlampje uitgaat.
2
Druk op de ontgrendelknop van het
deksel en open het deksel van de
tapehouder.
3
Plaats de tapecassette.
Zorg dat het uiteinde van de tape onder
de tapegeleider doorloopt.
Als het inktlint loszit, draait u met een
vinger het gekartelde wieltje in de
richting van de pijl op de cassette.
4
Sluit het deksel van de tapehouder en
druk op de aan/uit-knop aan de
voorkant van de printer.
5
Druk op de doorvoer-/snijknop om de
tape strak te trekken.
Ontgrendelknop van
deksel
Opmerking
De tapecassette kan alleen worden
verwijderd als de rolhouder van de
printer ontgrendeld is. De rolhouder
wordt automatisch ontgrendeld wanneer
u op de aan/uit-knop aan de voorkant
van de printer drukt of als er binnen 10
minuten nadat een label is afgedrukt
geen handeling wordt verricht.
Tapegeleider
Einde van de tape
Gekarteld wieltje