Advanced Function
3 Tekst bewerken
in een via een
computer
ontvangen
sjabloon
Draai r (OF m of g) en selecteer EDIT → Druk op r (OF n) → Typ
elke regel tekst en druk dan op r (OF n)
4 Gebruik van de
via een
computer
ontvangen
sjabloon
beëindigen
Draai r (OF m of g) en selecteer FINISH → Druk op r (OF n) →
Druk op r (OF n)
5
De volgende
record afdrukken
Draai r (OF m of g) en selecteer NEXT RECORD → Druk op r (OF n)
6 Een reeks
records
afdrukken
Draai r (OF m of g) en selecteer CONT. PRINT → Druk op r (OF n)
→ m of g en selecteer (of typ) het eerste recordnummer in de reeks →
Draai r (OF j of k) en selecteer de instelling voor het einde van de
reeks records → m of g en selecteer (of typ) het laatste recordnummer in
de reeks → Druk op r (OF n)
7 Zoeken naar
tekens in de
database
d + spatiebalk → Typ de tekens → Druk op r (OF n)
8
Zoeken naar een
recordnummer in
de database
d
+ spatiebalk tweemaal
→
Draai
r
(OF
m
of
g
) en
selecteer (of typ) het
nummer
→
Druk op
r
(OF
n
)
Schermverlichting en klok gebruiken
Het scherm
verlichten en de
klok weergeven
)
De klok instellen
Draai r en selecteer CLOCK, druk dan op r (OF druk op d + )) →
Draai r (OF j of k) en selecteer de parameter → m of g en selecteer
de instelling → Druk op r (OF n)
Een tijdstempel
toevoegen
Draai r en selecteer DATE/TIME, druk dan op r (OF druk op d + t)
→ Draai r (OF j of k) en selecteer de parameter → m of g en
selecteer de instelling → Druk op r (OF n)










