Advanced Function
21
Hoofdstuk 2 Geavanceerde functies
Geavanceerde functies
De instellingen van de functies voor
tekstopmaak wijzigen:
1 Houd d ingedrukt en druk op 1 (1) .
2 Druk op j of k totdat de gewenste
functie verschijnt. De huidige instelling
verschijnt.
3 Druk op m of g totdat de gewenste
instelling verschijnt.
4 Herhaal stap 2 en 3 totdat alle functies
naar wens zijn ingesteld.
5 Druk op n om de instellingen toe te
passen.
In de ESC/P Interfacemodus kan de werking van
de PT-9600 worden bestuurd met verschillende
toetsenbordopdrachten. Alle opdrachten
behalve de onderstaande opdrachten, worden
genegeerd.
Functie Instellingen
FONT
HELSINKI (standaardinstelling),
BRUSSELS,
BERMUDA
(Raadpleeg de
Gebruikershandleiding voor
voorbeelden van de beschikbare
instellingen.)
SIZE
AUTO (standaardinstelling), 72, 44,
38, 26, 19, 13, 10
(Raadpleeg de
Gebruikershandleiding voor
voorbeelden van de beschikbare
instellingen.)
WIDTH
NORMAL (standaardinstelling),
NARROW,
NARROWEST, WIDE
(Raadpleeg de
Gebruikershandleiding voor
voorbeelden van de beschikbare
instellingen.)
STYLE1
NORMAL (standaardinstelling),
BOLD,
OUTLINE, SHADOW, STRIPE
(Raadpleeg de
Gebruikershandleiding voor
voorbeelden van de beschikbare
instellingen.)
STYLE2
NORMAL (standaardinstelling),
ITALIC,
VERTICAL
(Raadpleeg de
Gebruikershandleiding voor
voorbeelden van de beschikbare
instellingen.)
UNDERLINE OFF (standaardinstelling), ON
FRAME
OFF (standaardinstelling), 1, 2
(Raadpleeg de
Gebruikershandleiding voor
voorbeelden van de beschikbare
instellingen.)
T. LENGTH
(Tapelengte)
AUTO (standaardinstelling), 5,0 cm
to 23,0 cm
H. ALIGN
(Tekstuitlijning)
LEFT (standaardinstelling), CENTRE,
RIGHT,
JUSTIFY
(Raadpleeg de
Gebruikershandleiding voor
voorbeelden van de beschikbare
instellingen.)
ROTATE
(Tekst roteren)
OFF (standaardinstelling), ON
(Raadpleeg de
Gebruikershandleiding voor
informatie over de beschikbare
instellingen.)
MIRROR
(Spiegelbeeld)
OFF (standaardinstelling), ON
(Raadpleeg de
Gebruikershandleiding voor
informatie over de beschikbare
instellingen.)
LET OP
☞ Als u de standaardinstelling van de functie wilt
herstellen, drukt u op de spatiebalk.
☞ Als u geen verdere instellingen meer wilt
wijzigen, drukt u op e(OF houdt u
dingedrukt en drukt u op 1
(1) ).
Besturingscode Opdracht
CR
LF
(CR + LF)
(LF + CR)
Wordt beschouwd als een “Return”
of “Afdrukken als de ontvangen
gegevens het aantal regels bereiken
dat is opgegeven in de instelling
LINES OF TEXT”
FF Beginnen met afdrukken.
ESC 0
ESC 2
ESC 3
ESC A
Opdrachten voor tussenruimte.*
ESC $ Besturing absolute locatie*
ESC \ Besturing relatieve locatie*
ESC @ Initialisatie van printer.
Functie Instellingen










