Advanced Function
NASLAGGIDS
Afdrukken in Interfacemodus
Interfacemodus
(RS-232C
verbinding)
inschakelen/
uitschakelen
d + 0 (0)
Interfaceparameters
wijzigen
d + 2 (2) → m of g en selecteer de instelling → draai r (OF j of
k) en selecteer de parameter → Druk op r (OF n) (Parameters kunt u
alleen instellen wanneer u op e drukt om de P-touch offline te zetten.)
Instellingen van de
interface-
opmaakfunctie
(uitsluitend ESC/P
Interfacemodus)
wijzigen
d + 1 (1) → m of g en selecteer de parameter → draai r (OF j
of k) en selecteer de instelling → Druk op r (OF n) (Parameters kunt u
alleen instellen wanneer u op e drukt om de P-touch offline te zetten.)
Afdrukken in overdrachtmodus
Overdrachtmodus
activeren
d + ( → Druk op r (OF n)
Een via een
computer
ontvangen sjabloon
gebruiken
Met een gekoppelde database:
PF-toets→ Draai r (OF m of g) en
selecteer een record → Ga door met 7 of 8 → Typ elke regel tekst en druk
dan op r (OF n) → Ga door met 1, 2, 3, 4, 5 of 6
Zonder een gekoppelde database:
PF-toets → Typ elke regel tekst en druk op
r (OF n) → Ga door met 1, 2, 3 of 4
1
Een label
afdrukken met
een via een
computer
ontvangen
sjabloon
Draai r (OF m of g) en selecteer PRINT → Druk op r (OF n)
2
Meerdere labels
afdrukken met een
via een computer
ontvangen
sjabloon
Draai r (OF m of g) en selecteer REPEAT → Druk op r (OF n) →
Draai r (OF m of g) en selecteer (of typ) het aantal → Druk op r (OF
n)










