Advanced Function

9
Hoofdstuk 2 Geavanceerde functies
Geavanceerde functies
3 Sleep de gegevens die u wilt overdragen
naar de map die u gemaakt hebt.
Sleep de gegevens die u wilt overdragen uit
de map Alle inhoud of Lay-outs, of een
andere map onder Filter.
Bij het overdragen van meerdere gegevens-
sets verplaatst u alle gegevens naar de map
die u gemaakt hebt.
4 In de map die u in de vorige stap gemaakt
hebt, wordt aan de overgedragen gegevens
automatisch een Nummer toegewezen.
Als u een nummer wilt wijzigen, klikt u in
de lijstweergave met de rechtermuisknop
op de gegevensnaam en selecteert u het
toegewezen nummer.
5 Selecteer de gegevens of de map die u wilt
overdragen en klik op .
Er verschijnt een bevestigingsvenster voor
de overdracht.
6 Klik op de knop OK.
De gegevens of de map die in de
mapweergave is geselecteerd, worden naar
de printer overgedragen.
Door de gebruiker gedefinieerd
tekenbeeld
Wanneer een door de gebruiker gedefinieerd
tekenbeeld (een bitmapteken dat gewoonlijk
niet beschikbaar is op de PT-9600) wordt
toegekend aan een PF-toets, kunt u dit teken
LET OP
Voor het overdragen van gegevens anders dan
tekstberichten is het toewijzen van nummers
verplicht.
Als u het toegewezen nummer van gegevens
die reeds naar de hoofdeenheid van de printer
zijn overgedragen wijzigt, dan wordt dit
overschreven. U kunt het toegewezen nummer
dat wordt gebruikt voor gegevens die reeds naar
de printer zijn overgedragen, controleren door
een back-up van de gegevens te maken zoals
beschreven in Back-ups maken van
labelsjablonen op pagina 15.
U kunt op de gegevensnaam van overgedragen
gegevens klikken en de naam wijzigen. Hoe-
veel tekens u in een gegevensnaam kunt gebrui-
ken, is afhankelijk van het printermodel.
LET OP
Hebt u specifieke gegevens in de lijstweergave ges-
electeerd, dan worden alleen deze gegevens naar
de printer overgedragen.