Gebruikershandleiding PJ-522/523/562/563 Mobiele printer Voordat u de printer gebruikt, moet u beslist deze Gebruikers handleiding lezen. We raden u aan de handleiding goed te bewaren zodat u deze later nog kunt raadplegen.
Dank u wel dat u de mobiele Brother printer PocketJet PJ-522 / PJ-523 / PJ-562 / PJ-563 heb aangeschaft. De printers (hierna noemen we PJ-522, PJ-523, PJ-562 of PJ-563 “de printers”) zijn buitengewoon mobiele thermische printers. Voordat u de printer gebruikt, moet u beslist deze Gebruikershandleiding lezen. Daarnaast raden wij u aan de handleiding goed te bewaren zodat u deze later nog kunt raadplegen.
Inhoud Hoofdstuk 1 – De printer instellen............................................................................. 1 De stekker in het wisselstroomstopcontact steken (optioneel) .............................. 1 Aansluiten op een gelijkspanningsbron (optioneel) .............................................. 2 Het bedieningspaneel gebruiken ............................................................................ 3 Functies van de hoofdschakelaar.........................................................
Hoofdstuk 3 – Tips over papier gebruiken............................................................... 39 Papier invoegen ................................................................................................... 39 Gebruik origineel Brother thermisch papier ........................................................ 40 Instructies voor gebruik van en omgaan met papier ............................................ 40 Vastgelopen papier verwijderen.......................................................
Hoofdstuk 1 De printer instellen De stekker in het wisselstroomstopcontact steken (optioneel) Steek de stekker in een bereikbaar wisselstroom-stopcontact voor wisselstroom om de batterij op te laden (zie “De batterij opladen”, pagina 37). 1. Sluit de wisselstroomadapter aan op de printer, zoals afbeelding 2 weergeeft. 2. Sluit het wisselstroomsnoer aan op de wisselstroomadapter. 3. Steek de wisselstroomstekker in een bereikbaar wisselstroomstopcontact (100~240 V wisselstroom, 50-60 Hz). Afbeelding 2.
Aansluiten op een gelijkspanningsbron (optioneel) De interne Ni-MH-batterij of een gelijkstroomaccu van een auto kunnen de PocketJet voeden. Zie pagina 34 voor het installeren van de batterij. Volg onderstaande stappen om uw PocketJet aan te sluiten op een “12 Volt” auto-accu om af te drukken of de batterij op te laden. 1.
Het bedieningspaneel gebruiken Het bedieningspaneel bestaat uit de hoofdschakelaar en drie servicelampjes. Zie afbeelding 4. Afbeelding 4. Bedieningspaneel Functies van de hoofdschakelaar Stroom AAN: druk tweemaal op deze knop wanneer de printer UIT staat. Stroom UIT: druk tweemaal snel achter elkaar. Papier Handmatig Aanvoeren: bij ingeschakeld apparaat en met papier erin, houdt u de hoofdschakelaar ingedrukt om het papier aan (of af) te voeren.
OPMERKING: Extra functies als Auto Aan, Auto Uit, en Vooraf Aanvoeren zijn mogelijk voor uw printer via de hulpprogramma's PocketJet 3 of PocketJet 3Plus. Zie pagina 16-33 voor details. Servicelampjes De drie servicelampjes (VOEDING, DATA, en FOUT) tonen zowel normaal bedrijf als foutcondities. Ieder lampje kan branden of knipperen in de kleuren groen, rood, of oranje. Hoofdstuk 5 beschrijft wat deze toestanden betekenen. Hier alvast enkele meer algemene toestanden.
Hoofdstuk 2 De printer gebruiken Afdrukoplossingen Brother biedt afdrukoplossingen voor veel verschillende besturingssystemen en type apparaten. Type apparaten zijn: • Windows systemen Voor de meeste printertoepassingen heeft de printer een driver nodig voor de communicatie met de computer. We leveren een cd met drivers en installatie-informatie bij de PocketJet. De versienummers van de drivers vindt u zowel op de meegeleverde cd als op de website van het Brother Solution Center.
De driver installeren OPMERKING: Verbindt PocketJet printer en computer NIET via de USB-kabel VOORDAT u de driver hebt geïnstalleerd. Wanneer u dat per ongeluk zou doen, annuleer dan de “Wizard Nieuwe Hardware”, maak de printerverbinding los en installeer de driver zoals hieronder beschreven. De Bluetooth interface gebruiken: installeer beslist een Bluetooth driver op de hostcomputer voordat u de PocketJet driver en het PocketJet hulpprogramma installeert wanneer u de Bluetooth interface gaat gebruiken.
Handmatig installeren Misschien wilt u een Windows versie handmatig installeren. Raadpleeg daartoe het bestand “Leesme.txt” op de cd voor meer informatie. Bedenk dat u iedere driver handmatig kunt installeren, mocht dat nodig zijn. 1. Plaats de installatie-cd in het cd-station. 2. Blader door de cd naar de directory voor uw printermodel. 3. Blader door de CD naar de juiste map voor het besturingssysteem (voor Windows, hetzij “:\\Win2000-XP” of “:\\Vista”. 4.
De volgende drie functies (modi) kunt u openen via de software-dialoogvensters en de hieronder besproken methoden. In Windows Vista verandert u de geavanceerde functies permanent met behulp van “Start:Instellingen: Configuratiescherm:Printers: Brother PJ-522: Afdrukvoorkeuren: Geavanceerd, maar u kunt de instellingen ook tijdelijk veranderen met behulp van de “Afdrukinstellingen” in uw toepassing.
Media selecteren Vellen papier 1. 2. 3. Selecteer de modus “Vaste Pagina”. Selecteer het juiste papierformaat (Letter, A4, of Legal). In Windows Vista / XP / 2000 Professional stelt u het papiertype in op “Vellen”.
3. Wanneer deze formaten niet de gewenste lengte bevatten, gebruikt u de instelling Geavanceerde Functies zoals hierboven onder nummer 2 is uitgelegd, om het door de gebruiker gedefinieerde Papierformaat te selecteren. Stel de gewenste breedte en lengte in. D. Documenten met meer pagina's en een “afscheurmogelijkheid” voor IEDERE pagina OPMERKING: Deze functie is recentelijk toegevoegd aan het besturingssysteem Windows Vista / XP / 2000 Professional.
Windows-specifieke besturingssysteem-functies Opmerkingen voor Windows Vista: 1) De functie “Pauze in papierrol” is niet beschikbaar in Vista. 2) Dit systeem ondersteunt zowel 32-bits als 64-bits Vista. Opmerking bij Windows XP / 2000 Professional: 1) Regeling Papiertype: selecteer Vellen papier, Rollen Papier of Rollen Geperforeerd Papier. Dit verandert het afdrukbereik voor alle papierformaten (Letter, Legal, A4, en Aangepast). 2) Aangepaste Formulieren gebruiken a.
Verbinding maken met uw computer U kunt de PocketJet op twee manieren aansluiten op uw computer, via de USB-kabel en via infrarood (IrDA). Voor PJ-562 en PJ-563 kunt u aansluiten via een draadloze Bluetooth. Via USB-kabel LET OP: installeer de driver voordat u de printer via de USB-kabel aansluit op de computer. 1. Installeer de printerdriver. Zie pagina 6. 2. Controleer dat de printer uit staat voordat u de interfacekabel installeert. 3.
Via Infrarood (IrDA) Wanneer een USB-kabel niet is aangesloten op de PocketJet printer wanneer u deze aanzet, schakelt de printer automatisch de infraroodverbinding in. Zorg ervoor dat de computer correct is ingesteld voor het verzenden van gegevens via zijn infraroodpoort. Controleer of de twee infraroodpoorten in lijn liggen en start het afdrukken. Via Bluetooth (uitsluitend Bluetooth-modellen) 1.
Afdrukken 1. Controleer dat u een volle batterij hebt geïnstalleerd, de printer hebt aangesloten op een wisselstroomstopcontact, of een gelijkstroomadapter hebt ingestoken. 2. Zet de printer aan door de hoofdschakelaar eenmaal snel in te drukken. Het lampje VOEDING gaat branden. Zie afbeelding 8. Afbeelding 8. Zet de printer AAN 3. Steek een vel origineel Brother papier (PA-C-410) in de papierinvoergleuf. Plaats de afdrukzijde van het papier van u af, zodat hij naar de achterkant van de printer is gekeerd.
4. Druk één of meer pagina's af vanuit een softwaretoepassing. Het groene DATA-lampje knippert om aan te geven dat de printer gegevens ontvangt van de computer. OPMERKING: Wanneer u papier in de invoergleuf hebt geplaatst en het groene DATA-lampje aan blijft (zonder te knipperen), heeft de printer onvoldoende gegevens ontvangen om een hele pagina af te drukken. Houd de groene knop Voeding ingedrukt om de pagina uit te werpen.
PocketJet hulpprogramma (configuratie-hulpprogramma) De cd die we bij de printers (PJ-522, PJ-523, PJ-562 en PJ-563) leveren, bevat een PocketJet hulpprogramma, een instelprogramma voor de printer, waarmee de gebruiker configuratieopties voor de printer kan veranderen. U kunt deze opties opslaan. Veranderingen in de standaard configuratieopties zijn in de meeste gevallen uitsluitend relevant waar de hostcomputer eenvoudige tekstgegevens verzendt en geen door Brother geleverde driver heeft.
Het PocketJet 3 hulpmiddel gebruiken: • • • • Sluit de printer aan op een externe voeding, of zorg ervoor dat de batterij geheel is geladen. Zorg ervoor dat de printerdriver is geïnstalleerd en functioneert. Sluit de meegeleverde USB-kabel aan op de printer en de hostcomputer, of lijn de infraroodpoorten van de computer en printer uit.
Menubalk Menu Bestand: • Importeren: laad een configuratiebestand dat eerder was opgeslagen met behulp van de exportfunctie. OPMERKING: Dan moet u Config Opslaan gebruiken om deze configuratie in te stellen voor de printer. • Exporteren: een configuratie opslaan als een bestand. OPMERKING: Dit bestand bevat niet langer Bluetooth-informatie. Wanneer een oud bestand is geladen, wordt de Bluetooth-informatie naar het standaard configuratiebestand geschreven.
Wanneer u “Bluetooth-instellingen” selecteert, verschijnt het volgende scherm waar u twee parameters kunt instellen: de pincode en de plaatselijke naam. Het selecteren van een nieuwe pincode beperkt de toegang tot de printer tot een hostcomputer die de juiste pincode heeft. Wanneer u een nieuwe Plaatselijke Naam selecteert, is deze printer identificeerbaar wanneer er meer printers beschikbaar en detecteerbaar zijn.
Configuratie-opties (uitklapmenu Selecties) OPMERKING: Deze configuratie-opties zijn in de meeste gevallen uitsluitend belangrijk wanneer de hostcomputer eenvoudige tekstgegevens naar de printer stuurt en geen door Brother geleverde driver beschikbaar hee De opties die actief zijn in alle besturingssystemen inclusief Auto Aan, Auto-uit en Vooraf Aanvoeren. Printer: Hiermee krijgt u een overzicht van de bestaande wachtrij(en) voor de printer. In de meeste gevallen ziet u slechts één wachtrij.
Voor standaard papierformaten bepaalt deze instelling de standaard marges en verwachte lengte voor iedere afgedrukte pagina. Voor ‘Standaard’ afmetingen kunt u marges en lengte instellingen met behulp van de opdrachten ‘Formulierlengte’, ‘Ondermarge’, ‘Linker marge’ en ‘Rechter marge’. Het formaat ‘Letter’ veronderstelt een pagina van 215,9 x 355,6 mm (8-1/2 x 14”), en stelt een totale afdrukbare hoogte in van 271 mm (10,67”), hetgeen een bovenmarge van circa 6,9 mm en een ondermarge van circa 1,5 mm geeft.
Vel aanvoeren modus: Deze instelling heeft invloed op wat de printer doet aan de hand van een opdracht Vel aanvoeren van de een of andere bron. Verschillende modi kunnen geschikt zijn, afhankelijk van het type papier dat u gebruikt. ‘Vaste Pagina’ modus is meestal goed. Het veronderstelt een bekende paginalengte (op basis van de ‘Formulierlengte’ en / of ‘Papierformaat’-instellingen).
Wanneer Auto-Aan is ingesteld op ‘Ingeschakeld’, start de printer zodra u hem aansluit op een externe voeding. Dit kan handig zijn in bepaalde mobiele installaties waar toegang tot de hoofdschakelaar moeilijk of onmogelijk is. Wanneer Auto-Aan is ingesteld op ‘Ingeschakeld Geen Hoofdschakelaar’, start de printer zodra u hem aansluit op een externe voeding en kunt u de hoofdschakelaar niet gebruiken om de printer uit te schakelen.
Deze opdracht bepaalt wat de ESC/P® emulatie doet met ASCII-tekens 10 en 13. Dit zijn de tekens Regel Aanvoeren (line feed = LF) en wagenterugloop (carriage return = CR). De “LF” schuift het papier door zodat de printer op de volgende regel gaat afdrukken en “CR” stuurt de printerkop terug naar de linkermarge van het papier. In de meeste gevallen worden deze opdrachten aan het einde van een regel verzonden om de printer gereed te maken voor de volgende regel tekst.
Formulierlengte: U kunt deze opdracht gebruiken om de formulierlengte van een pagina met ‘Aangepast’ formaat in te stellen. U kunt het verticale afdrukbereik specificeren in tekstregels zoals de instelling ‘Regelafstand’ definieert, of in inches. Wanneer u de ‘regel’-methode gebruikt voor het instellen van de formulierlengte “aangepast”, bepaalt de verticale regelafstand zoals ingesteld in de opdracht ‘Regelafstand’ de paginahoogte.
Ondermarge: Deze instelling verandert de ondermarge wanneer u ‘Paginaformaat’ instelt op ‘Aangepast’. Met behulp van ‘Regels’ kunt u een ondermarge instellen die gelijk is aan de hoogte van een specifiek aantal tekstregels. De feitelijke ruimte die overblijft, is afhankelijk van de huidige instelling ‘Regelafstand’. Wanneer u bijvoorbeeld ‘Regelafstand’ hebt ingesteld op 1/6” en de ‘Ondermarge’ op ‘4’ regels, realiseert de toepassing 2/3” lege ruimte onderaan iedere pagina.
Linker marge: Deze instelling kan de linker marge veranderen wanneer u ‘Paginaformaat’ instelt op ‘Aangepast’. U kunt ervoor kiezen alle veranderingen te vermijden door ‘Papierformaat gebruiken’ te selecteren, waarbij u waarschijnlijk de beschikbare 8” afdrukbreedte volledig wilt gebruiken. U kunt er ook voor kiezen een aantal kolommen niet-bedrukte linker marge in te stellen.
Rechter marge: Deze instelling kan de rechter marge veranderen wanneer u ‘Paginaformaat’ instelt op ‘Aangepast’. U kunt ervoor kiezen alle veranderingen te vermijden door ‘Papierformaat gebruiken’ te selecteren, waarbij u waarschijnlijk de beschikbare 8” afdrukbreedte volledig wilt gebruiken. U kunt er ook voor kiezen een aantal kolommen niet-bedrukte rechter marge in te stellen.
Standaard lettertype: Deze opdracht bepaalt welke van de twee interne lettertypes de standaard is bij het afdrukken van ASCII-tekst. Standaard leveren we een lettertype met schreven (bijvoorbeeld Courier) en een schreefloos lettertype (gelijk aan Letter Gothic). Standaard Pitch: Deze opdracht bepaalt de standaard horizontale afmetingen bij het afdrukken van ASCII-tekst. Met kleinere tekens (15 per inch) kunt u meer tekens op een regel plaatsen dan bij grotere tekens (10 per inch).
Map met tekensets: Met behulp van dit menu kunt u speciale tekens selecteren die geschikt zijn voor één van de geselecteerde talen. Zie Bijlage I voor een overzicht van de beschikbare speciale tekens.
Printeropdrachten (functieknoppen) Zie de knoppen onderaan het venster. Testpagina: U kunt een testpagina afdrukken met behulp van het configuratie-hulpprogramma of u kunt testpagina's afdrukken met behulp van de hoofdschakelaar (zie “Zelftest”, pagina 52). Wanneer u op de knop ‘Testpagina’ klikt, drukt de printer een pagina af met de huidige printerconfiguratie en afbeeldingen om de beeldkwaliteit te verifiëren. Zie onderstaande afbeelding.
Pagina 32
Reinigen: Met deze knop zet u de printer in de “Reinigingsmodus”. Raadpleeg de onderhoudsprocedure in deze handleiding voor verdere instructies. Fabrieksinstellingen: Met deze knop stelt u de printer terug op zijn originele fabrieksinstellingen voor lettertypen en configuratie. De printer laadt de configuratiegegevens van het bestand “PJ3Factory.cfg” of “PJ3PlusFactory.cfg” in dezelfde directory als het exe-bestand en geeft ze weer.
De batterij installeren (optioneel) 1. Open het batterijdeksel door op de grendel van het deksel te drukken. Duw het deksel van de houder van de wisselstroomadapter weg. Zie afbeelding 10. Afbeelding 10. Het batterijdeksel openen 2. Zwaai het deksel open en verwijder het. 3. Duw de batterij-aansluiting in de terminal aan de binnenkant van het batterijvak. Zie afbeelding 11. Afbeelding 11.
4. Pak het lint om de batterij te verwijderen. Dit lint is aan de binnenzijde van het batterijvak bevestigd. Zie afbeelding 12. OPMERKING: Wanneer u vergeet het lint vast te houden, kunt u de batterij er abusievelijk bovenop plaatsen. Dan zou u het lint niet meer kunnen gebruiken om de batterij te verwijderen. Afbeelding 12. De batterij in het batterijvak plaatsen 5. Houd het lint vast, kantel de batterij en plaats het in het batterijvak.
De batterij verwijderen 1. Open het batterijdeksel door op de grendel van het deksel te drukken. Zwaai het deksel open en verwijder het. 2. Trek aan het lint om de batterij te verwijderen, zoals afbeelding 13 weergeeft, tot de batterij uit zijn vak kantelt.
De batterij opladen OPMERKING: De fabriek levert ongeladen batterijen. Brother adviseert u een volledige laadcyclus (volg onderstaande stappen 1 tot en met 3) te voltooien voordat u de batterij voor de eerste keer gebruikt. 1. Controleert of de printer is aangesloten op een wisselstroomstopcontact met de wisselstroomadapter en -snoer of een gelijkstroomsnoer. 2. Controleer dat de printer uit staat. 3. Houd de hoofdschakelaar een paar seconden ingedrukt tot het servicelampje VOEDING begint te knipperen.
Tips over het gebruik van de batterij Donkerder afdrukken vragen meer batterijcapaciteit en lichtere afdrukken minder. In het driver-dialoogvenster op de computer kunt u de dichtheid instellen, maar u kunt ook het instel-hulpprogramma gebruiken om de donkerheid in te stellen. Zie “Geavanceerde softwarefuncties gebruiken” op pagina 7.
Hoofdstuk 3 Tips over papier gebruiken Papier invoegen 1. Houd het papier met beide handen glad en steek het in de papierinvoergleuf van de printer. Zorg ervoor dat de onderrand van het papier parallel ligt met de invoerrol. 2. Duw het papier voorzichtig in de invoergleuf van de printer tot de rol het naar de startpositie trekt en laat het dan los. Zie afbeelding 14. Afbeelding 14.
Gebruik origineel Brother thermisch papier Brother garandeert optimale uitwisselbaarheid met de PocketJet printer wanneer u origineel Brother thermisch papier gebruikt. Dit papier is een thermisch papier, waarbij u geen toner, lint of inkt nodig hebt. Het is specificiek ontworpen en getest voor optimale ondersteuning voor de PocketJet printerfamilie.
Vastgelopen papier verwijderen Methode 1 Houd de groene hoofdschakelaar ingedrukt. De aanvoermotor start, draait een paar seconden langzaam en vervolgens sneller (zolang u de knop ingedrukt houdt). Dit kunt u zo vaak herhalen als u wilt. Wanneer dat niet het vastgelopen papier uit de printer verwijdert, probeert u onderstaande methode 2. Methode 2 1. Open het uitvoerdeksel voorzichtig en zo ver mogelijk. Zie afbeelding 15. Afbeelding 15.
2. Trek het papier voorzichtig uit de printer. U kunt in beide richtingen trekken. Zie afbeelding 16. Afbeelding 16. Vastgelopen papier uit de printer trekken 3. Het uitvoerdeksel sluiten. 4. Plaats weer een nieuw vel papier in de printer en start de afdrukopdracht opnieuw.
Hoofdstuk 4 De printer onderhouden De printerkop reinigen Reinig de printerkop na 500 afdrukken of wanneer u onderbroken of lichte tekens op de pagina waarneemt, om een hoge afdrukkwaliteit te waarborgen. OPMERKING: Defect of verkreukeld papier kan ook leiden tot onderbroken of lichte tekens. Wanneer het probleem niet verdwijnt met het reinigen van de kop, probeer dan een ander vel papier of een hogere dichtheid. 1. Zorg ervoor dat u de printer inschakelt zonder papier er in.
Afbeelding 17. Het reinigingsdoek insteken OPMERKING: Probeer de kop niet te reinigen met enig ander materiaal dan de reinigingsdoek. De reinigingsdoek is uitsluitend bedoeld voor het reinigen van kop en rol. Gebruik het niet voor enig ander onderdeel van de printer. Gooi de reinigingsdoek niet weg na het reinigen van de printerkop. Het kan net zo lang dienstdoen als u de printer gebruikt. Bewaar de reinigingsdoek bij de printermaterialen en gebruik het wanneer u de printerkop moet reinigen.
De degelrol reinigen Vuil, stof en gruis op de degelrol kan er toe leiden dat de invoerrol het papier onder een hoek in de printer brengt en /of de kwaliteit van de afgedrukte afbeelding verminderen. 1. Zorg ervoor dat u de printer inschakelt zonder papier er in. OPMERKING: Wanneer de printer ziet dat u papier in de printer hebt geplaatst en dat u probeert de Reinigingsmodus te starten, verricht hij in plaats daarvan een opdracht Vel Aanvoeren. 2. Houd de hoofdschakelaar circa twee seconden ingedrukt.
Afbeelding 18. De degelrol reinigen OPMERKING: Probeer de degelrol niet te reinigen met enig ander materiaal dan de reinigingsdoek. De reinigingsdoek is uitsluitend bedoeld voor het reinigen van kop en degelrol. Gebruik het niet voor enig ander onderdeel van de printer. Dooi de reinigingsdoek niet weg na het reinigen van de degelrol. Het kan net zo lang dienstdoen als u de printer gebruikt. Bewaar de reinigingsdoek bij de printermaterialen en gebruik het wanneer u de degelrol of de printerkop moet reinigen.
De buitenzijde van de printer reinigen Wanneer de buitenkant van de printer vuil wordt, reinigt u deze met een droge doek. OPMERKING: Doordrenk de doek niet helemaal. Zorg er beslist voor dat er geen water in de printer komt. Gebruik geen benzine, alcohol, verdunners, of schurende, zure of alkalische reinigingsmiddelen. Dergelijke reinigingsmiddelen kunnen de printerbehuizing beschadigen.
Opmerkingen: Pagina 48
Hoofdstuk 5 Referentie Servicelampjes De servicelampjes geven u de huidige printerstatus.
VOEDING DATA FOUT Verkeerde controlesom van flashgegevens Geen batterij gevonden voor het opladen Onderbreking tijdens het opladen Thermische kop heeft lage temperatuur Thermische kop heeft hoge temperatuur Fout bij het ontvangen van gegevens Waarschuwingen servicelampje Het servicelampje VOEDING brandt niet De printer ontvangt geen stroom. Wanneer u de netadapter gebruikt, controleer dan dat deze goed is aangesloten. Zie pagina 1, “De stekker in het wisselstroomstopcontact steken (optioneel)”.
Onderbreking tijdens het opladen De printer gelooft dat er te veel tijd nodig was om de batterij tot de normale spanning te laden. De laadcyclus mag maximaal 150 minuten duren. Wanneer meer tijd nodig is, is dat een indicatie dat u de batterij moet vervangen. Thermische kop heeft lage temperatuur De temperatuur van de thermische kop is te laag voor betrouwbare afdrukken (minder dan 0°C (32°F)). U moet de printer in een warmere omgeving gebruiken.
Zelftest U kunt deze functie gebruiken om een lettergrootte paginatest af te drukken zonder verbinding met een hostcomputer. De testpagina (zie pagina 32) bevat beeldkwaliteit op firmwareniveau en configuratie-informatie. 1. Wanneer u een testpagina wilt afdrukken, moet de printer aan en in de ruststand staan en er mag geen papier in de printer zitten. 2. Druk de hoofdschakelaar twee seconden in en laat hem weer los om de printer in de “Servicemodus” te zetten. Het rode lampje DATA brandt. 3.
Hoofdstuk 6 Problemen oplossen Overzicht Wanneer de printer niet goed werkt, controleert u eerst of u de volgende taken correct hebt verricht (zie hoofdstuk 1, “De printer instellen”). • De batterij plaatsen of de stekker in een wisselstroomstopcontact steken • De printer aansluiten op de computer Controleer dat u de juiste printerdriver hebt geïnstalleerd en geselecteerd, zoals uitgelegd in hoofdstuk 2, “De printer gebruiken”. Lees ook de tips voor het oplossen van problemen in dit hoofdstuk.
Papierproblemen Het papier is vastgelopen in de printer Zie pagina 41, “Vastgelopen papier verwijderen”. Het papier gaat door de printer, maar er verschijnt niets op het papier Controleer of u origineel Brother Thermisch Papier gebruikt en dat u het op de juiste wijze laadt, met de afdrukzijde van u af. Zie pagina 39, “Papier invoegen”. Controleer ook de instelling voor de afdrukdichtheid met behulp van “Geavanceerde softwarefuncties gebruiken”, hoofdstuk 2.
De afbeelding is op veel plaatsen in elkaar gedrukt of uitgerekt Controleer dat het uitvoerdeksel niet open is blijven staan tijdens het afdrukken. Zo ja, sluit het dan volledig. Controleer dat het papier niet slipt in de printer. Zo ja, controleer dan dat kop en degelrol schoon zijn. Zie hoofdstuk 4, “De printer onderhouden”. Controleer dat het papier niet verkreukeld is voordat u het invoert. Controleer ook of u origineel Brother Thermisch Papier gebruikt.
De bovenmarge is niet goed Controleer of u de juiste marges hebt ingesteld in het configuratie-hulpmiddel en de softwaretoepassing. Zo niet, stel de boven- en ondermarges dan naar behoefte in. Let op dat u het papier niet te krachtig in de papierinvoergleuf duwt. Steek het papier altijd voorzichtig naar binnen.
De printer drukt de pagina's niet af Het groene DATA-lampje blijft branden, maar knippert niet Het afdrukbuffer bevat niet-afgedrukte gegevens van de softwaretoepassing. Wanneer u reeds papier in de printer hebt geplaatst, neem het er dan uit en plaats het weer terug om ervoor te zorgen dat de printer weet dat het papier klaar is. Wanneer dat niet werkt, moet u de printer misschien een keer uit en weer aan zetten en de afdrukopdracht opnieuw starten.
Hoofdstuk 7 Technische informatie Productspecificaties (PJ-522 / PJ-523) Printerspecificaties Modelnaam PJ-522 PJ-523 Afmetingen 255 (B) x 55 (D) x 30 (H) mm (10,04 x 2,17 x 1,18 inch) Gewicht Circa 390g (exclusief batterij, papier) (0,36 kg) Afdrukken Methode Rechtstreeks thermisch afdrukken Afdruksnelheid Gemiddelde: 24 seconde/pagina of 12,4 mm/seconde (onder onze standaard omgeving *1) Resolutie 203 x 200 dpi 300 x 300 dpi Afdrukbereik Gebruik de printerdriver voor de configuratie.
Software Printerlettergrootte 10 cpi, 12 cpi, 15 cpi en proportionele afmetingen.
Productspecificaties (PJ-562 / PJ-563) Printerspecificaties Modelnaam PJ-562 PJ-563 Afmetingen 255 (B) x 55 (D) x 30 (H) mm (10,04 x 2,17 x 1,18 inch) Gewicht Circa 395 g (exclusief batterij, papier) (0,86 lb) Afdrukken Methode Rechtstreeks thermisch afdrukken Afdruksnelheid Gemiddelde: 24 seconde/pagina of 12,4 mm/seconde (onder onze standaard omgeving *1) Resolutie 203 x 200 dpi 300 x 300 dpi Afdrukbereik Gebruik de printerdriver voor de configuratie.
Software Printerlettergrootte 10 cpi, 12 cpi, 15 cpi en proportionele afmetingen.
Bijlage I Tekenset-tabellen Uitgebreide tabel met grafische tekens Tiental> 0 1 2 3 4 Eenheid 0 @ 0 ! 1 A 1 “ 2 B 2 # 3 C 3 $ 4 D 4 % 5 E 5 & 6 F 6 ‘ 7 G 7 ( 8 H 8 ) 9 I 9 * : J A + ; K B , < L C - = M D . > N E / ? O F 5 P 6 ` 7 p 8 Ç 9 É A á B ░ C └ D ╨ E α F ≡ Q R S T U V W X Y Z [ \ ] ^ _ a b c d e f g h i j k l m n o q r s t u v w x y z { | } ~ ü é â ä à å ç ê ë è ï î ì Ä Å æ Æ ô ö ò û ù ÿ Ö Ü ¢ £ ¥ ₧ ƒ í ó ú ñ Ñ a o ¿ ⌐ ¬ ½ ¼ ¡ « » ▒ ▓ │ ┤ ╡ ╢ ╖ ╕ ╣ ║ ╗ ╝ ╜ ╛ ┐ ┴ ┬ ├ ─ ┼ ╞ ╟ ╚ ╔ ╩ ╦