BEKNOPTE GEBRUIKERSHANDLEIDING MFC-J825DW Versie 0 DUT
Als u de klantenservice wilt bellen Vul de volgende gegevens in voor toekomstige referentie: Modelnummer: MFC-J825DW Serienummer: 1 Aankoopdatum: Plaats van aankoop: 1 Het serienummer staat op de achterkant van het apparaat. Bewaar deze Gebruikershandleiding samen met uw kassabon als aankoopbewijs in geval van diefstal of brand of voor service die onder de garantie valt. Registreer uw product online op http://www.brother.com/registration/ © 2011 Brother Industries, Ltd.
Gebruikershandleidingen en waar ze te vinden zijn Welke handleiding? 1 Wat staat erin? Waar is de handleiding? Handleiding product veiligheid Lees deze handleiding eerst. Lees de Veiligheidsinstructies voordat u de machine instelt. Raadpleeg deze handleiding voor handelsmerken en wettelijke beperkingen.
Inhoudsopgave (BEKNOPTE GEBRUIKERSHANDLEIDING) 1 Algemene informatie 1 Gebruik van de documentatie................................................................................1 Symbolen en conventies die in de documentatie gebruikt worden..................1 Toegang krijgen tot de Uitgebreide gebruikershandleiding, de Softwarehandleiding, de Netwerkhandleiding en de Verklarende woordenlijst Netwerk ......................................................................2 Documentatie bekijken ...........
4 Een fax verzenden 28 Faxen verzenden .................................................................................................28 Faxen onderbreken ....................................................................................... 30 Het formaat van de glasplaat instellen om te faxen.......................................30 Een fax in kleur verzenden ............................................................................30 Een actieve fax annuleren .....................................
7 Nummers kiezen en opslaan 46 Nummers kiezen..................................................................................................46 Handmatig kiezen..........................................................................................46 Snelkiezen .....................................................................................................46 Faxnummer opnieuw kiezen..........................................................................46 Meer manieren om nummers te kiezen ...
A Routineonderhoud 65 De inktcartridges vervangen ................................................................................ 65 De machine reinigen en controleren.................................................................... 68 De glasplaat reinigen..................................................................................... 68 De printkop reinigen ......................................................................................69 De afdrukkwaliteit controleren ..................
Inhoudsopgave (UITGEBREIDE GEBRUIKERSHANDLEIDING) In de Uitgebreide gebruikershandleiding worden de volgende functies en handelingen toegelicht. U kunt de Uitgebreide gebruikershandleiding doornemen op de cd-rom.
1 Algemene informatie Gebruik van de documentatie 1 WAARSCHUWING 1 WAARSCHUWING geeft een mogelijk gevaarlijke situatie aan die, als deze niet wordt voorkomen, kan resulteren in ernstig of fataal letsel. Dank u voor de aanschaf van een Brothermachine! Het lezen van de documentatie helpt u bij het optimaal benutten van uw machine. Symbolen en conventies die in de documentatie gebruikt worden De volgende symbolen en conventies worden in de documentatie gebruikt.
Hoofdstuk 1 Toegang krijgen tot de Uitgebreide gebruikershandleiding, de Softwarehandleiding, de Netwerkhandleiding en de Verklarende woordenlijst Netwerk a b Klik op de naam van uw model als het scherm met modelnamen wordt weergegeven. Deze Beknopte gebruikershandleiding bevat niet alle informatie over de machine, zoals het gebruik van geavanceerde functies voor faxen, kopiëren, PhotoCapture Center™, afdrukken, scannen, PC-Fax en het netwerk.
Algemene informatie Documentatie bekijken (Macintosh) a Zet de Macintosh aan. Plaats de Brother-cd-rom in uw cd-romstation. Het volgende venster wordt weergegeven. 1 Instructies voor het scannen opzoeken 1 1 Er zijn verscheidene manieren waarop u documenten kunt scannen. U kunt de instructies als volgt vinden: Softwarehandleiding Scannen ControlCenter Netwerkscannen Procedurehandleidingen voor ScanSoft™ PaperPort™12SE met OCR (Windows®-gebruikers) b Dubbelklik op het symbool Documentatie.
Hoofdstuk 1 Instructies voor netwerkinstellingen opzoeken Uw machine kan worden aangesloten op een draadloos of bekabeld netwerk. Algemene configuratie-instructies uuInstallatiehandleiding Als uw draadloze toegangspunt of router ondersteuning biedt voor Wi-Fi Protected Setup of AOSS™ uuInstallatiehandleiding 1 Brother-support openen (Windows®) Alle benodigde hulpbronnen, zoals websupport (Brother Solutions Center), zijn beschikbaar op de cd-rom. Klik op Brother-support in het Hoofdmenu.
Algemene informatie Brother-support openen (Macintosh) 1 1 Alle benodigde hulpbronnen, zoals websupport (Brother Solutions Center), zijn beschikbaar op de cd-rom. Dubbelklik op het symbool Brother-support. Het volgende scherm wordt weergegeven: Klik op NewSoft CD Labeler om NewSoft CD Labeler te downloaden en installeren. Klik op Presto! PageManager om Presto! PageManager te downloaden en installeren.
Hoofdstuk 1 Overzicht van het bedieningspaneel 7 1 6 1 1 Modustoetsen: Telefoon/Intern Deze toets wordt gebruikt voor een telefoongesprek nadat de hoorn van het externe telefoontoestel tijdens het dubbele belsignaal is opgepakt. Bij aansluiting op een PBX kunt u met deze toets ook toegang krijgen tot een buitenlijn of een gesprek overzetten naar een ander toestel. FAX Hiermee opent u de faxmodus. SCAN Hiermee opent u de scanmodus. KOPIE Hiermee opent u de kopieermodus.
Algemene informatie 1 4 5 6 Stop/Eindigen 5 4 2 3 7 Met een druk op deze toets wordt een bewerking gestopt of het menu gesloten. Hiermee zet u de machine aan en uit. Kiestoetsen Deze toetsen gebruikt u om telefoon- en faxnummers te kiezen en om informatie in de machine in te voeren. Druk op LCD (Liquid Crystal Display) Dit is een touchscreen-LCD. U kunt de menu's en de opties openen door op de toetsen op het scherm te drukken.
Hoofdstuk 1 Aanduidingen op het LCDscherm 7 1 Op het LCD-scherm wordt de huidige status van de machine weergegeven wanneer deze niet wordt gebruikt. 10 9 8 1 1 2 2 3 4 5 Huidige ontvangstmodus Toont de huidige ontvangstmodus. Fax (Alleen Fax) F/T (Fax/Telefoon) Ant (Extern antwoordapparaat) Hnd (Handmatig) Faxvoorbeeld Hiermee kunt u ontvangen faxen eerst bekijken. 3 Faxen in het geheugen Hier wordt aangegeven hoeveel ontvangen faxen zich in het geheugen bevinden.
Algemene informatie Standaardhandelingen Om het touchscreen te gebruiken, drukt u met uw vinger op Menu of de optietoets op het touchscreen. Om alle schermmenu's of opties in een instelling weer te geven en te openen, drukt u op d c of a b om deze door te bladeren. Opmerking 1 Druk op om indien nodig naar het vorige niveau terug te keren. g 1 Druk op Stop/Eindigen. In de volgende stappen wordt beschreven hoe u een instelling in de machine wijzigt.
Hoofdstuk 1 Volume-instellingen Belvolume 1 1 U kunt uit een aantal belvolume-niveaus kiezen, van Hoog tot Uit. De machine behoudt uw nieuwe standaardinstelling totdat u deze wijzigt. Het belvolume instellen via het menu a b c d e f g h 10 Druk op Menu. Druk op a of b om Standaardinst. weer te geven. Druk op Standaardinst. Druk op a of b om Volume weer te geven. Druk op Volume. Druk op Belvolume. Druk op Laag, Half, Hoog of Uit. Druk op Stop/Eindigen.
Algemene informatie Luidsprekervolume U kunt uit een aantal luidsprekervolumeniveaus kiezen, van Hoog tot Uit. a b c d e f g h Druk op Menu. Druk op a of b om Standaardinst. weer te geven. Druk op Standaardinst. Druk op a of b om Volume weer te geven. Druk op Volume. Druk op Luidspreker. Druk op Laag, Half, Hoog of Uit. Druk op Stop/Eindigen. 1 LCD-scherm 1 1 De helderheid van de achtergrondverlichting instellen 1 Als u het LCD-scherm niet goed kunt lezen, kunt u de helderheidsinstelling wijzigen.
2 Papier laden 2 b Papier en andere afdrukmedia laden Open het deksel van de uitvoerlade (1). 1 2 Opmerking Als u op Foto (10 15 cm) of Foto L (89 127 mm) wilt afdrukken, moet u de fotopapierlade gebruiken. (Zie Fotopapier laden uu pagina 16.) Laad slechts één papierformaat en één papiersoort tegelijk in de papierlade. a Trek de papierlade volledig uit de machine.
Papier laden d Blader de stapel papier goed door om te voorkomen dat papier vastloopt of scheef wordt ingevoerd. Opmerking Wanneer er slechts enkele vellen in de papierlade liggen, kan het gebeuren dat papier scheef wordt ingevoerd. Plaats minstens 10 vellen papier in de papierlade. f Pas de papiergeleiders voor de breedte (1) voorzichtig met beide handen aan het papierformaat aan. Zorg dat de papiergeleiders aan de zijkant de randen van het papier aanraken.
Hoofdstuk 2 h Duw de papierlade langzaam volledig in de machine. Enveloppen en briefkaarten laden Informatie over enveloppen 2 2 Gebruik enveloppen met een gewicht tussen 80 en 95 g/m2. i Terwijl u de papierlade vasthoudt, trekt u de papiersteun (1) naar buiten tot u een klik hoort en vouwt u vervolgens de papiersteunklep (2) uit. Voor sommige enveloppen moet u de marge in de toepassing instellen. Maak altijd eerst een proefafdruk voordat u een groot aantal enveloppen afdrukt.
Papier laden Enveloppen en briefkaarten laden a Druk de hoeken en zijkanten van de enveloppen of briefkaarten zo plat mogelijk voordat u deze plaatst. BELANGRIJK Plaats de enveloppen of briefkaarten een voor een in de papierlade als er meerdere enveloppen of briefkaarten tegelijk naar binnen worden getrokken. 2 b Plaats de enveloppen of briefkaarten met de adreszijde naar beneden en de invoerkant (bovenkant van de envelop) eerst, zoals aangegeven in de illustratie.
Hoofdstuk 2 Als u problemen hebt bij het afdrukken op enveloppen met de omslag aan de korte kant, kunt u het volgende proberen: a b Open de omslag van de envelop. Leg de envelop in de papierlade met de adreszijde naar beneden en de omslag in de positie zoals aangegeven in de illustratie. Fotopapier laden 2 Gebruik de fotopapierlade die boven op de uitvoerpapierlade is geplaatst, om op de papierformaten Foto (10 15 cm) en Foto L (89 127 mm) af te drukken.
Papier laden b Druk de papiergeleiders voor de breedte (1) en de papiergeleider voor de lengte (2) in en stel ze af op het papierformaat. 2 Opmerking • Controleer altijd of het papier niet is omgekruld of gekreukt. • De indicator Photo (Foto) geeft aan dat de fotopapierlade zich in de stand voor het afdrukken van foto's bevindt. De A4/LTRindicator geeft aan dat de fotopapierlade zich in de normale afdrukstand bevindt.
Hoofdstuk 2 d Zet de fotopapierlade weer in de normale afdrukstand als u klaar bent met het afdrukken van foto's. Als u dit niet doet, wordt de foutmelding Papier nazien weergegeven wanneer u A4-papier gebruikt. Knijp de blauwe ontgrendelingsknop van de fotopapierlade (1) met uw rechterwijsvinger en -duim samen en duw de fotopapierlade weer terug tot deze vastklikt (2).
Papier laden Afdrukgebied 2 Hoe groot het afdrukgebied is, is afhankelijk van de instellingen binnen de door u gebruikte toepassing. De onderstaande afbeeldingen tonen de onbedrukbare gedeelten op losse vellen papier en enveloppen. De machine kan afdrukken binnen de grijze gedeelten van losse vellen papier wanneer de afdrukfunctie Zonder rand beschikbaar en ingeschakeld is.
Hoofdstuk 2 Papierinstellingen Papiersoort Voor de beste afdrukkwaliteit stelt u de machine in op het type papier dat u gebruikt. a b c d e f g Druk op Menu. Druk op a of b om Standaardinst. weer te geven. Druk op Standaardinst. Druk op a of b om Papiersoort weer te geven. Druk op Papiersoort. Druk op Normaal pap., Inkjetpapier, Brother BP71, Brother BP61, Glossy anders of Transparanten. Druk op Stop/Eindigen.
Papier laden Geschikt papier en andere afdrukmedia De afdrukkwaliteit kan worden beïnvloed door het soort papier dat u in de machine gebruikt. Om de beste afdrukkwaliteit voor de gekozen instellingen te realiseren, moet u de papiersoort altijd instellen op het type papier dat in de lade is geplaatst. U kunt normaal papier, inkjetpapier (gecoat papier), glanzend papier, transparanten en enveloppen gebruiken.
Hoofdstuk 2 Omgaan met en gebruik van afdrukmedia Papiercapaciteit van het deksel van de papieruitvoerlade 2 Bewaar papier in de originele verpakking en zorg dat deze gesloten blijft. Bewaar het papier plat en uit de buurt van vocht, direct zonlicht en warmte. Zorg dat u de glimmende (gecoate) zijde van het fotopapier niet aanraakt. Plaats fotopapier met de glimmende zijde naar beneden.
Papier laden De juiste afdrukmedia selecteren 2 Type en formaat papier voor elke functie Papiersoort Losse vellen Papierformaat Transparanten 2 Gebruik Faxen Kopiëren Photo Capture Printer A4 210 297 mm Ja Ja Ja Ja Letter 215,9 279,4 mm Ja Ja Ja Ja Executive 184 267 mm – – – Ja JIS B5 182 257 mm – – – Gebruikergedefinieerd A5 148 210 mm – Ja – Ja A6 105 148 mm – – – Ja 10 15 cm – Ja Ja Ja 89 127 mm – – – Ja 13 18 cm – – Ja Ja 1
Hoofdstuk 2 Gewicht, dikte en capaciteit van papier Papiersoort 2 Gewicht Dikte Aantal vellen Normaal papier 64 tot 120 g/m2 0,08 tot 0,15 mm 100 1 Inkjetpapier 64 tot 200 g/m2 0,08 tot 0,25 mm 20 Glanzend papier Max. 220 g/m2 Max. 0,25 mm 20 2 3 Fotokaart Max. 220 g/m2 Max. 0,25 mm 20 2 3 Indexkaart Max. 120 g/m2 Max. 0,15 mm 30 Briefkaart Max. 200 g/m2 Max. 0,25 mm 30 Enveloppen 75 tot 95 g/m2 Max.
3 Documenten laden Documenten laden a 3 3 Vouw de ADF-documentsteun (1) en de ADF-documentsteunklep (2) uit. U kunt via de ADF (automatische documentinvoer) en via de glasplaat een fax versturen, kopieën maken en scannen. De ADF gebruiken 2 3 1 3 De ADF heeft een capaciteit van maximaal 15 vellen 1 en voert het papier vel voor vel in. Gebruik papier met een gewicht van 90 g/m2 en waaier de stapel altijd los voordat u het papier in de ADF plaatst.
Hoofdstuk 3 d Documenten laden Plaats uw documenten met de bedrukte zijde naar beneden en de bovenrand eerst in de ADF onder de papiergeleiders, totdat u voelt dat ze de invoerrollen raken. Op het scherm wordt ADF gereed weergegeven. Opmerking Als u de glasplaat wilt gebruiken, moet de ADF leeg zijn. BELANGRIJK a b Til het documentdeksel op. c Sluit het documentdeksel. Laat GEEN dikke documenten achter op de glasplaat. Als u dat doet, kan papier in de ADF vastlopen.
Documenten laden BELANGRIJK Als u een boek of een lijvig document scant, laat het deksel dan NIET dichtvallen en druk er niet op. Niet-scanbaar gebied 3 3 De grootte van het scangebied is afhankelijk van de instellingen in de door u gebruikte toepassing. Hieronder wordt aangegeven welke gebieden niet kunnen worden gescand.
4 Een fax verzenden Faxen verzenden In de volgende stappen wordt beschreven hoe u een fax verzendt. a Wanneer u een fax wilt verzenden of de instellingen voor het verzenden of ontvangen van faxen wilt wijzigen, drukt u op de toets (FAX) zodat deze blauw verlicht wordt. b 4 Plaats uw document op een van de volgende manieren: Plaats het document met de bedrukte zijde naar beneden in de ADF. (Zie De ADF gebruiken uu pagina 25.) Leg uw document met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
Een fax verzenden c U kunt de volgende faxinstellingen wijzigen. Druk op FAX en vervolgens op d of c om door de faxinstellingen te bladeren. Druk op de gewenste instelling en kies een optie. d De kiestoetsen gebruiken Snelkiesnummers gebruiken Snelkiezen Het overzicht van oproepen gebruiken (Beknopte gebruikershandleiding) Zie pagina’s 30 tot en met 31 voor meer informatie over het wijzigen van de volgende faxinstellingen. Uitg. Gesprek Overz.
Hoofdstuk 4 g Een fax in kleur verzenden Leg de volgende pagina op de glasplaat. Druk op Mono Start of Kleur Start. De machine begint met het scannen van de pagina. (Herhaal stap f en g voor elke volgende pagina.) Faxen onderbreken Uw machine kan een fax in kleur verzenden naar machines die deze functie ondersteunen. 4 Druk op Stop/Eindigen om het faxen te onderbreken.
Een fax verzenden j Aan: Drukt een rapport af na elke verzonden fax. Druk op Mono Start. De machine begint het document te scannen en de uitgaande fax verschijnt op het LCD-scherm. Als de fax wordt weergegeven, drukt u op Menu. De toetsen worden op het LCD-scherm weergegeven en u kunt de onderstaande handelingen uitvoeren. Toets Aan+Beeld: Drukt een rapport af na elke verzonden fax. Een gedeelte van de eerste pagina van de fax wordt op het rapport weergegeven.
5 Faxberichten ontvangen 5 Ontvangstmodi 5 U moet een ontvangstmodus kiezen die past bij de externe apparaten en telefoondiensten die op de lijn zijn aangesloten. De ontvangstmodus kiezen 5 Standaard ontvangt uw machine automatisch alle faxen die ernaartoe worden verzonden. Met behulp van het onderstaande schema kunt u de juiste modus kiezen. Raadpleeg Ontvangstmodi gebruiken uu pagina 33 voor meer informatie over ontvangstmodi.
Faxberichten ontvangen Ontvangstmodi gebruiken Handmatig 5 In sommige ontvangstmodi wordt automatisch geantwoord (Alleen Fax en Fax/Telefoon). U kunt de belvertraging wijzigen voordat u deze standen gebruikt. (Zie Belvertraging uu pagina 34.) Alleen Fax 5 Als de modus Alleen Fax is ingeschakeld, wordt elk telefoontje automatisch als faxoproep beantwoord.
Hoofdstuk 5 Instellingen ontvangstmodus Belvertraging De instelling Belvertraging bepaalt hoe vaak de machine in de modus Alleen Fax of Fax/Telefoon overgaat voordat de oproep wordt beantwoord. Als u een extern of tweede toestel op dezelfde lijn als de machine gebruikt, kiest u het maximum aantal belsignalen. (Zie Werken met externe of tweede toestellen uu pagina 43 en Fax Waarnemen uu pagina 35.) a b c d Druk op Menu. e f Druk op Ontvangstmenu. g h Druk op Belvertraging.
Faxberichten ontvangen Fax Waarnemen Als Fax Waarnemen is ingesteld op Aan: 5 5 De machine ontvangt een faxoproep automatisch, zelfs als u de oproep beantwoordt. Als op het LCD-scherm Ontvangst wordt weergegeven of wanneer u tjirpende geluiden via de hoorn hoort, legt u gewoon de hoorn op de haak. Uw machine doet de rest.
Hoofdstuk 5 Faxvoorbeeld (alleen zwart-wit) Binnengekomen faxen vooraf weergeven Opmerking 5 5 U kunt binnengekomen faxen op het LCDscherm weergeven door op de knop Faxvoorbeeld op het LCD-scherm te drukken. Als de machine gebruiksklaar is, verschijnt een melding op het LCD-scherm wanneer er een nieuwe fax is binnengekomen. Faxvoorbeeld instellen a b c d Druk op Menu. e f Druk op Ontvangstmenu. g h i j Druk op Faxvoorbeeld. k Druk op Stop/Eindigen. 36 Druk op a of b om Fax weer te geven.
Faxberichten ontvangen De toetsen worden op het LCD-scherm weergegeven en u kunt de onderstaande handelingen uitvoeren. Toets Omschrijving De fax vergroten. Een fax afdrukken a b Druk op Faxvoorbeeld. c Druk op De fax verkleinen. of Verticaal bladeren. of Horizontaal bladeren. Druk op Ja ter bevestiging. d Ga op een van de volgende manieren te werk: Druk op Alle Pag Afdruk. om alle pagina's van de fax af te drukken. Ga naar stap e. Naar de volgende pagina gaan.
Hoofdstuk 5 Alle faxen in het overzicht afdrukken a b c d 5 Druk op Faxvoorbeeld. Druk op Meer. Druk op Alles afdr. Faxvoorbeeld uitschakelen a b c Druk op Faxvoorbeeld. d e Druk op Ja ter bevestiging. Druk op Stop/Eindigen. Alle faxen uit het overzicht verwijderen a b c Druk op Faxvoorbeeld. d Druk op Stop/Eindigen. Druk op Meer. Druk op Alles wissen. Druk op Ja ter bevestiging. 5 Druk op Meer. Druk op Faxvoorbeeld uitschakelen.
6 Telefoontoestel en externe apparaten Opties voor normale telefoongesprekken Fax/Telefoon-modus 6 6 U kunt een lijst afdrukken met informatie over de oproepen die uw machine heeft ontvangen. (uuUitgebreide gebruikershandleiding: Een rapport afdrukken) Als u bij een externe telefoon bent, neemt u de hoorn van de externe telefoon op en drukt u op Telefoon/Intern om de oproep te beantwoorden.
Hoofdstuk 6 Telefoondiensten PBX en doorverbinden 6 De machine ondersteunt de nummerweergavedienst die door sommige telefoonbedrijven wordt aangeboden. Functies als Voicemail, Wisselgesprekken, Wisselgesprekken/Nummerweergave, een antwoordapparaat, alarmsysteem of een andere speciale functie op dezelfde lijn kunnen problemen veroorzaken bij de werking van de machine.
Telefoontoestel en externe apparaten Een extern antwoordapparaat aansluiten U kunt een extern antwoordapparaat aansluiten. Als u echter een extern antwoordapparaat aansluit op dezelfde telefoonlijn als de machine, worden alle gesprekken beantwoord door het antwoordapparaat terwijl de machine “luistert” of er faxtonen zijn. Als faxtonen worden waargenomen, neemt de machine de oproep over en wordt de fax ontvangen.
Hoofdstuk 6 Een uitgaand bericht opnemen op een extern antwoordapparaat Bij het opnemen van dit bericht is een goede timing van belang. a Neem vijf seconden stilte op aan het begin van uw bericht. (Dit geeft de machine de gelegenheid om bij automatische faxtransmissies de faxtonen te horen voordat deze stoppen.) b Neem een bericht van maximaal 20 seconden op.
Telefoontoestel en externe apparaten Externe en tweede toestellen Werken met externe of tweede toestellen Een extern of tweede toestel aansluiten 6 U kunt een apart toestel op uw machine aansluiten, zoals in onderstaande afbeelding. 1 2 Als u een faxoproep aanneemt van een tweede toestel of een extern toestel, kunt u de oproep naar de machine doorverbinden met behulp van de code voor activeren op afstand.
Hoofdstuk 6 Een draadloze externe telefoon gebruiken Code voor deactiveren op afstand 6 Wanneer de basiseenheid van de draadloze telefoon op dezelfde telefoonlijn is aangesloten als de machine (zie Externe en tweede toestellen uu pagina 43), is het handiger om oproepen tijdens de belvertraging op te nemen als u de draadloze telefoon bij u hebt.
Telefoontoestel en externe apparaten i Ga op een van de volgende manieren te werk. Als u de code voor activeren op afstand wilt wijzigen, voert u de nieuwe code in. Druk op OK, ga naar stap j. Als u de code voor activeren op afstand niet wilt wijzigen, drukt u op OK en gaat u naar stap j. j Ga op een van de volgende manieren te werk. Als u de code voor deactiveren op afstand wilt wijzigen, voert u de nieuwe code in. 6 Druk op OK, ga naar stap k.
7 Nummers kiezen en opslaan Nummers kiezen Handmatig kiezen 7 7 Toets alle cijfers van het fax- of telefoonnummer in. Snelkiezen a Druk op . U kunt ook Snelkiezen kiezen door op (FAX) te drukken. b Druk op het nummer van twee cijfers dat u wilt bellen. U kunt de nummers ook op alfabetische volgorde laten weergeven door op het LCD-scherm op te drukken.
Nummers kiezen en opslaan Meer manieren om nummers te kiezen Overzicht van uitgaande gesprekken De laatste 30 nummers waarnaar u een fax hebt verstuurt, worden opgeslagen in het overzicht van uitgaande gesprekken. U kunt een van deze nummers selecteren om er een fax naar te sturen, het toe te voegen als snelkiesnummer of te verwijderen. a Druk op Herkies/Pauze. U kunt ook op b c d drukken. Overzicht nummerweergave (Overz. beller-ID) 7 Voor de functie Overz.
Hoofdstuk 7 e Ga op een van de volgende manieren te werk: Om een fax te verzenden drukt u op Fax versturen. Druk op Mono Start of Kleur Start. Als u het nummer wilt opslaan, drukt u op Meer en vervolgens op Toevoegen snelkiesnr. (uuUitgebreide gebruikershandleiding: Snelkiesnummers uit nummerweergavegeheugen opslaan) Als u het nummer uit het overzicht wilt verwijderen, drukt u op Meer en drukt u vervolgens op Verwijder. Druk op Ja ter bevestiging. Druk op Stop/Eindigen.
Nummers kiezen en opslaan e f Voer het eerste fax- of telefoonnummer (maximaal 20 cijfers) in met de toetsen op het touchscreen. Druk op OK. Ga op een van de volgende manieren te werk: Voer het tweede fax- of telefoonnummer (maximaal 20 cijfers) in met de toetsen op het touchscreen. De namen of nummers van snelkiesnummers wijzigen U kunt de naam of het nummer wijzigen van een snelkiesnummer dat al is opgeslagen. a Druk op b c Druk op Meer. Druk op OK. Druk op het nummer dat u wilt verwijderen.
Hoofdstuk 7 f Ga op een van de volgende manieren te werk: Als u de naam wilt wijzigen, drukt u op Naam:. Voer de nieuwe naam (maximaal 16 tekens) in met behulp van de toetsen op het touchscreen. (Zie Tekst invoeren uu pagina 127.) Druk op OK. Als u het eerste fax-/telefoonnummer wilt wijzigen, drukt u op Fax/Tel1:. Voer het nieuwe fax- of telefoonnummer (maximaal 20 cijfers) in met de toetsen op het touchscreen. Druk op OK. Als u het tweede fax-/telefoonnummer wilt wijzigen, drukt u op Fax/Tel2:.
8 Kopiëren 8 b Kopiëren 8 Plaats het document met de bedrukte zijde naar beneden in de ADF. In de volgende stappen worden de standaardkopieerhandelingen beschreven. a Plaats uw document op een van de volgende manieren: Schakel de kopieermodus in door op (Zie De ADF gebruiken uu pagina 25.) (KOPIE) te drukken zodat deze Plaats het document met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat. toets blauw oplicht. (Zie De glasplaat gebruiken uu pagina 26.
Hoofdstuk 8 Kopieerinstellingen U kunt de volgende kopieerinstellingen wijzigen. Druk op KOPIE en vervolgens op d of c om door de kopieerinstellingen te bladeren. Druk op de gewenste instelling en kies een optie. (Beknopte gebruikershandleiding) Voor meer informatie over het wijzigen van de volgende kopieerinstellingen uu pagina 52. Papiersoort Papier- formaat 8 Papieropties Papiersoort a Druk op b c d Laad uw document. (KOPIE). Toets in hoeveel kopieën u wilt maken.
9 Foto's afdrukken vanaf een geheugenkaart of USBflashstation PhotoCapture Center™-functies (FOTO-modus) Ook wanneer uw machine niet is aangesloten op uw computer, kunt u foto's direct vanaf digitale cameramedia of een USBflashstation afdrukken. (Zie Foto's afdrukken uu pagina 56.) U kunt documenten scannen en deze rechtstreeks op een geheugenkaart of USBflashstation opslaan. (Zie Naar een geheugenkaart of een USB-flashstation scannen uu pagina 57.
Hoofdstuk 9 Aan de slag 9 Steek de geheugenkaart of het USB-flashstation stevig in de juiste sleuf. 2 1 1 USB-flashstation BELANGRIJK De USB Direct Interface biedt alleen ondersteuning voor een USB-flashstation, een camera die compatibel is met PictBridge of een digitale camera die gebruikmaakt van de standaard voor USB-massaopslag. Andere USBapparaten worden niet ondersteund.
Foto's afdrukken vanaf een geheugenkaart of USB-flashstation BELANGRIJK Steek een Memory Stick Duo™ NIET in de onderste sleuf. Hierdoor kan de machine worden beschadigd. Statuslampje Tijdens lees- en schrijfbewerkingen op de geheugenkaart of het USB-flashstation knippert het statuslampje.
Hoofdstuk 9 Foto's afdrukken Foto's weergeven U kunt foto's op het LCD-scherm bekijken voordat u deze afdrukt. Als uw foto's grote bestanden zijn, kan het langer duren voordat elke foto op het LCD-scherm wordt weergegeven. a Controleer of u de geheugenkaart of het USB-flashstation in de juiste sleuf hebt geplaatst. Druk op b Druk op een foto van het overzicht met miniaturen.
Foto's afdrukken vanaf een geheugenkaart of USB-flashstation PhotoCapture Center™afdrukinstellingen U kunt de afdrukinstellingen tijdelijk wijzigen voor de volgende afdruk. De machine keert terug naar de standaardinstellingen na 3 minuten of wanneer de Tijdklokstand weer overgaat op faxmodus. (uuUitgebreide gebruikershandleiding: Tijdklokstand (alleen MFC-J825DW)) Opmerking U kunt de afdrukinstellingen die u het vaakst gebruikt opslaan door deze als standaardinstellingen te definiëren.
Hoofdstuk 9 b Laad uw document. c Druk op d Druk op d of c om naar media weer te geven. e f Druk op naar media. (SCAN). Ga op een van de volgende manieren te werk: Om de kwaliteit aan te passen drukt u op d of c om Kwaliteit weer te geven. Druk op Kwaliteit en kies Kleur 100 dpi, Kleur 200 dpi, Kleur 300 dpi, Kleur 600 dpi, Z/W 100 dpi, Z/W 200 dpi of Z/W 300 dpi. Om het type bestand te wijzigen drukt u op d of c om Bestandstype weer te geven. Druk op Bestandstype en kies PDF, JPEG of TIFF.
10 Afdrukken vanaf een computer Een document afdrukken 10 10 De machine kan gegevens van uw computer ontvangen en deze afdrukken. Om vanaf een computer te kunnen afdrukken, moet u de printerdriver installeren. uuSoftwarehandleiding: Afdrukken (Windows®) uuSoftwarehandleiding: Afdrukken en faxen (Macintosh) a Installeer de Brother-printerdriver vanaf de cd-rom. (uuInstallatiehandleiding) b Selecteer de opdracht Afdrukken in uw toepassing.
11 Scannen vanaf een computer Een document scannen 11 Scannen met de SCANtoets 11 Er zijn verscheidene manieren waarop u documenten kunt scannen. U kunt de toets SCAN op de machine of de scannerdrivers op uw computer gebruiken. Voor meer informatie uuSoftwarehandleiding: De scantoets gebruiken a a Druk op b Kies de gewenste scanmodus. Om de machine als scanner te kunnen gebruiken, moet u de scannerdriver installeren.
Scannen vanaf een computer Scannen met een scannerdriver 11 Scannen met het ControlCenter uuSoftwarehandleiding: Een document scannen met de TWAIN-driver (Windows®) uuSoftwarehandleiding: ControlCenter4 (Windows®) uuSoftwarehandleiding: Een document scannen met de WIA-driver (Windows®) uuSoftwarehandleiding: ControlCenter2 (Macintosh) 11 uuSoftwarehandleiding: Een document scannen met de TWAIN-driver (Macintosh) uuSoftwarehandleiding: Documenten scannen met de ICA-driver (Mac OS X 10.6.
12 Afdrukken op een schijf (cd/dvd/BD) Overzicht 12 Met uw Brother-machine kunt u afdrukken op bedrukbare media zoals cd-r/rw, dvd-r/rw en Blu-ray Disc™. U kunt op drie manieren afdrukken op bedrukbare media: Afdrukken door kopiëren U kunt de afbeelding van een bestaand schijfetiket of een vierkant document (zoals een foto) kopiëren en de afbeelding op een bedrukbare schijf printen. 12 Een schijf laden (cd/dvd/BD) 12 De schijflade biedt alleen ruimte voor schijven van 12 cm.
Afdrukken op een schijf (cd/dvd/BD) c Zorg dat er meer dan 10 cm vrije ruimte achter de machine is. e Plaats de schijflade in de schijfgeleider en zorg dat de driehoekjes op één lijn liggen. f Sluit de schijfgeleider na het bedrukken van de schijf en berg de schijflade weer op in het scannerdeksel. 1 1 d 10 cm Leg een bedrukbare schijf stevig op de schijflade. Opmerking • Zorg dat u de schijf met het bedrukbare oppervlak naar boven op de schijflade plaatst. • Zorg dat de schijflade schoon is.
Hoofdstuk 12 BELANGRIJK • Als het afdrukgebied verschuift en de schijflade of het transparante deel rond het midden van de schijf wordt bedrukt, moet u de inkt onmiddellijk wegvegen. • Sluit altijd de schijfgeleider en berg de schijflade na het afdrukken in het scannerdeksel op. Als u dit niet doet, kan de schijflade vervormen of kromtrekken en bij gebruik het functioneren van de machine hinderen.
A Routineonderhoud De inktcartridges vervangen Uw machine is voorzien van een inktstippenteller. De inktstippenteller controleert automatisch het inktniveau in elk van de vier cartridges. Als de machine ontdekt dat een inktcartridge bijna leeg is, zal de machine u waarschuwen door middel van een melding op het LCD-scherm. Het LCD-scherm informeert u welke inktcartridge bijna leeg is of vervangen moet worden. Volg de aanwijzingen op het LCDscherm om de inktcartridges in de juiste volgorde te vervangen.
b Druk op de ontgrendelingshendel (zie illustratie) om de op het LCD-scherm aangegeven cartridge te ontgrendelen. Verwijder de cartridge uit de machine. d Draai de groene hendel op de oranje verpakking (1) rechtsom tot deze klikt om de vacuümverpakking te openen. Verwijder de oranje verpakking vervolgens (zie illustratie). 1 1 c 66 Open de verpakking met de nieuwe inktcartridge voor de kleur die op het LCD-scherm wordt getoond en haal de inktcartridge eruit.
Routineonderhoud f Duw voorzichtig tegen de achterkant van de inktcartridge met de aanduiding “PUSH” (duwen) tot de cartridge op zijn plaats klikt. Sluit vervolgens het deksel van de inktcartridge. BELANGRIJK • Verwijder inktcartridges ALLEEN als deze aan vervanging toe zijn. Als u zich niet aan dit voorschrift houdt, kan de hoeveelheid inkt achteruitgaan en weet de machine niet hoeveel inkt er nog in de cartridge zit. • Raak de houders voor de cartridges NIET aan.
De machine reinigen en controleren De glasplaat reinigen Opmerking A A a Haal de stekker van de machine uit het stopcontact. b Til het documentdeksel (1) op. Reinig de glasplaat (2) en het witte plastic (3) met een zachte, pluisvrije doek die is bevochtigd met een niet-brandbare glasreiniger. Nadat u de glazen strook hebt gereinigd, voelt u met uw vingertoppen of er nog vuil op zit. Als u vuil voelt, reinigt u de glazen strook en met name het vuile gedeelte opnieuw.
Routineonderhoud De printkop reinigen De printkop wordt indien nodig automatisch gereinigd, zodat de afdrukkwaliteit optimaal blijft. Als de afdrukkwaliteit te wensen overlaat, kunt u het reinigingsproces handmatig starten. Als er op de afgedrukte pagina's een horizontale streep of een leeg gedeelte door tekst of grafisch werk loopt, dient u de printkop te reinigen. U kunt alleen Zwart, drie kleuren tegelijk (Geel/Cyaan/Magenta) of alle vier kleuren tegelijk reinigen.
i j Druk na het reinigen op Kleur Start. De testpagina Afdrukkwaliteit wordt opnieuw afgedrukt en de procedure wordt vanaf stap e herhaald. Druk op Stop/Eindigen. Als u deze procedure minimaal vijf keer herhaalt en de afdrukkwaliteit is nog steeds slecht, vervangt u de inktcartridge voor de kleur die niet goed wordt afgedrukt. Controleer de afdrukkwaliteit als u de inktcartridge hebt vervangen.
B Problemen oplossen B Foutmeldingen B Zoals bij alle geavanceerde kantoorproducten kunnen er fouten optreden en dienen verbruiksartikelen te worden vervangen. In dergelijke gevallen kan de machine de fout zelf identificeren en wordt een foutmelding weergegeven. De onderstaande lijst geeft een overzicht van de meest voorkomende onderhouds- en foutmeldingen. De meeste meldingen over fouten en algemene onderhoudswerkzaamheden kunt u zelf afhandelen.
Foutmelding Oorzaak Wat te doen Alleen BK afdr. Een of meer kleurencartridges zijn aan vervanging toe. Vervang de inktcartridges. (Zie De inktcartridges vervangen uu pagina 65.) Vervang inkt U kunt nog ongeveer vier weken in zwart-wit afdrukken, afhankelijk van het aantal pagina's dat u afdrukt.
Problemen oplossen Foutmelding Oorzaak Wat te doen Deksel is open. Het scannerdeksel is niet goed gesloten. Til het scannerdeksel op en sluit dit weer. Het deksel van de inktcartridge is niet volledig gesloten. Sluit het deksel van de inktcartridge goed, totdat u een klik hoort. Het document is niet goed geplaatst of ingevoerd, of het document dat via de ADF is gescand, is te lang. (Zie De ADF gebruiken uu pagina 25.
Foutmelding Oorzaak Wat te doen Geheugen vol Het geheugen van de machine is vol. Als een kopieerbewerking wordt uitgevoerd Druk op Stop/Eindigen, wacht tot de andere bewerkingen zijn voltooid en probeer het vervolgens opnieuw. Op de geheugenkaart of het USBflashstation waarvan u gebruikmaakt, is onvoldoende vrije ruimte beschikbaar om de documenten te scannen. Druk op Stop/Eindigen. Hub is Onbruikbaar. Een hub of een USB-flashstation met een hub is aangesloten op de USB Direct Interface.
Problemen oplossen Foutmelding Oorzaak Wat te doen Inktabsorbeerder vol Een van de inktopvangbakjes is vol. Voor optimale prestaties van uw Brother-machine moeten deze onderdelen regelmatig onderhouden en uiteindelijk vervangen worden. Omdat periodiek onderhoud voor deze onderdelen vereist is, valt vervanging van de onderdelen niet onder de garantie.
Foutmelding Oorzaak Wat te doen Kan niet detect. U hebt een nieuwe inktcartridge te snel geïnstalleerd en de machine heeft de cartridge niet gedetecteerd. Verwijder de nieuwe inktcartridge en installeer deze langzaam opnieuw tot u een klik hoort. Als u geen originele Brother-inkt gebruikt, wordt de inktcartridge mogelijk niet door de machine gedetecteerd. Vervang de cartridge door een originele Brother-inktcartridge.
Problemen oplossen Foutmelding Oorzaak Wat te doen Onbruikb. app. Een USB-apparaat of een USBflashstation dat niet wordt ondersteund, is aangesloten op de USB Direct Interface. Ontkoppel het apparaat van de USB Direct Interface. Schakel de machine uit en vervolgens weer in. USB-Apparaat Loskoppelen. Ga naar http://solutions.brother.com/ voor meer informatie. Onvoldoende faxgeh. Het faxgeheugen is vol. Ga op een van de volgende manieren te werk: Wis de gegevens in het geheugen.
Foutmelding Oorzaak Wat te doen Papier nazien De fotopapierlade is in de stand voor het afdrukken van foto's. Zet de fotopapierlade in de normale afdrukstand. (Zie stap d en de belangrijke opmerking in Fotopapier laden uu pagina 16.) Het papier in de machine is op of het papier is niet juist in de papierlade geplaatst. Ga op een van de volgende manieren te werk: Plaats papier in de papierlade en druk vervolgens op Mono Start of Kleur Start.
Problemen oplossen Foutmelding Oorzaak Wat te doen Papier vast [voor] Het papier is vastgelopen in de machine. Verwijder het vastgelopen papier volgens de stappen in Papier is vastgelopen aan de voorkant van de machine uu pagina 83. Controleer of de papiergeleider voor de lengte is afgesteld op het juiste papierformaat. Reinigen onmog. XX Opstartprobleem XX Print onmogelijk XX Scan onmogelijk XX De machine heeft een mechanisch probleem.
Foutmelding Oorzaak Wat te doen Schijflade niet ingevoerd De schijflade is niet in de schijfgeleider geplaatst. Plaats de schijflade met schijf in de schijfgeleider en zorg dat de driehoekjes op één lijn liggen. Druk op Start. Temperatuur hoog De printkop is te warm. Laat de machine afkoelen. Temperatuur laag De printkop is te koud. Laat de machine opwarmen. Touchscreen initial. mislukt Het touchscreen is aangeraakt voordat het inschakelen was voltooid.
Problemen oplossen Foutanimatie B Met foutanimatie worden stapsgewijs instructies weergegeven wanneer het papier is vastgelopen. U kunt de stappen in uw eigen tempo lezen door op c te drukken om de volgende stap weer te geven en op d drukken om een stap terug te gaan. Faxberichten of Faxjournaal overzetten e f g Druk op Dataoverdracht. Druk op Fax overdracht.
Het faxjournaal naar een andere machine overbrengen Als u uw stations-ID nog niet hebt ingesteld, kunt u de overdrachtsmodus niet openen. (uuInstallatiehandleiding: Persoonlijke gegevens invoeren (Stations-ID)) a Druk op Stop/Eindigen om de fout tijdelijk te onderbreken. b c Druk op Menu. d e f g Druk op Service. h Druk op Mono Start. Druk op a of b om Service weer te geven. Druk op Dataoverdracht.
Problemen oplossen Het document is in de ADF vastgelopen a Verwijder al het papier uit de ADF dat niet is vastgelopen. b c Til het documentdeksel op. Trek het vastgelopen document naar links eruit. Printer of papier vastgelopen B B Verwijder het vastgelopen papier uit de plaats waar het in de machine is vastgelopen.
c Trek het vastgelopen papier (1) eruit. Papier is vastgelopen aan de achterkant van de machine Als Papier vast [achter] wordt weergegeven op het LCD-scherm, volgt u de volgende stappen: a 1 d Til het klepje ter verwijdering van vastgelopen papier op en verwijder alle papierresten. BELANGRIJK U kunt faxen die in het geheugen zijn opgeslagen, overbrengen naar uw pc of een andere faxmachine voordat u de stekker van de machine uit het stopcontact haalt, zodat u geen belangrijke berichten verliest.
Problemen oplossen c Trek het vastgelopen papier uit de machine. Papier is vastgelopen aan de voor- en achterkant van de machine B Als Pap. vast [vr, achter] wordt weergegeven op het LCD-scherm, volgt u de volgende stappen: a Haal de stekker van de machine uit het stopcontact. BELANGRIJK d e Sluit de klep ter verwijdering van vastgelopen papier. Controleer of de klep goed gesloten is.
d e Til het klepje ter verwijdering van vastgelopen papier op en verwijder alle papierresten. g Sluit de klep ter verwijdering van vastgelopen papier. Controleer of de klep goed gesloten is. h Zet het scannerdeksel (1) met beide handen in de geopende stand met behulp van de plastic lipjes aan weerszijden van de machine. Open de klep ter verwijdering van vastgelopen papier (1) aan de achterzijde van de machine. 1 3 2 1 f 86 Trek het vastgelopen papier uit de machine.
Problemen oplossen BELANGRIJK • Als het papier onder de printkop is vastgelopen, moet u de stekker van de machine uit het stopcontact trekken en vervolgens de printkop bewegen om het papier te verwijderen. • Als de printkop zich in de rechterhoek bevindt (zie illustratie), kunt u deze niet verplaatsen. Sluit het netsnoer weer aan. Houd Stop/Eindigen ingedrukt totdat de printkop naar het midden wordt verplaatst. Haal vervolgens de stekker van de machine uit het stopcontact en verwijder het papier.
c Open de schijfgeleider. BELANGRIJK • Als het papier onder de printkop is vastgelopen, moet u de stekker van de machine uit het stopcontact trekken en vervolgens de printkop bewegen om het papier te verwijderen. 1 • Als de printkop zich in de rechterhoek bevindt (zie illustratie), kunt u deze niet verplaatsen. Sluit het netsnoer weer aan. Houd Stop/Eindigen ingedrukt totdat de printkop naar het midden wordt verplaatst.
Problemen oplossen f Sluit de schijfgeleider. Schijf vastgelopen B Haal de schijflade uit de machine, afhankelijk van de plaats waar de schijf in de machine is vastgelopen. De schijflade is vastgelopen aan de voorkant van de machine B Als Schijf vast [voor] wordt weergegeven op het LCD-scherm, volgt u de volgende stappen: g Pak de plastic lipjes aan weerszijden van de machine met beide handen vast en sluit het scannerdeksel voorzichtig. h Duw de papierlade stevig terug in de machine.
De schijflade is vastgelopen aan de achterkant van de machine d Duw de schijflade voorzichtig naar de achterkant van de machine. e Trek de schijflade uit de achterkant van de machine. B Als Schijf vast [achter] wordt weergegeven op het LCD-scherm, volgt u de volgende stappen: a Haal de stekker van de machine uit het stopcontact. b Zorg dat er voldoende ruimte achter de machine is om de schijflade te verwijderen.
Problemen oplossen f Pak de plastic lipjes aan weerszijden van de machine met beide handen vast en sluit het scannerdeksel voorzichtig. g Sluit de schijfgeleider. h Sluit het netsnoer weer aan.
Problemen oplossen B Als u denkt dat er een probleem is met uw machine, kunt u de onderstaande tabel bekijken en de tips voor het oplossen van problemen volgen. De meeste problemen kunt u zelf eenvoudig oplossen. Indien u extra hulp nodig hebt, biedt het Brother Solutions Center u de meest recente veelgestelde vragen en tips voor het oplossen van problemen. Ga naar http://solutions.brother.com/. Als u problemen met uw machine hebt Afdrukken Probleem Suggesties Geen print.
Problemen oplossen Afdrukken (Vervolg) Probleem Suggesties Slechte afdrukkwaliteit. Controleer de afdrukkwaliteit. (Zie De afdrukkwaliteit controleren uu pagina 69.) Controleer of de instelling Mediatype in de printerdriver of de instelling Papiersoort in het menu van de machine overeenkomt met het soort papier dat u gebruikt. Zie Papiersoort uu pagina 20. uuSoftwarehandleiding: Afdrukken (Windows®) uuSoftwarehandleiding: Afdrukken en faxen (Macintosh) Controleer de verloopdatum van uw inktcartridges.
Afdrukken (Vervolg) Probleem Suggesties Er staan vlekken aan de achterkant of onder aan de pagina. Controleer of er inkt op de geleiderol zit. (uuUitgebreide gebruikershandleiding: De geleiderol van de machine reinigen) Gebruik originele Innobella™-inkt van Brother. Zorg dat de papiersteunklep wordt gebruikt. (Zie Papier en andere afdrukmedia laden uu pagina 12.) Controleer of er inkt op de papierdoorvoerrol zit.
Problemen oplossen Afdrukken (Vervolg) Probleem Suggesties Afgedrukte pagina’s worden niet goed gestapeld. Zorg dat de papiersteunklep wordt gebruikt. (Zie Papier en andere afdrukmedia laden uu pagina 12.) De machine print niet vanuit Verlaag de printresolutie. Adobe® Illustrator®. uuSoftwarehandleiding: Afdrukken (Windows®) uuSoftwarehandleiding: Afdrukken en faxen (Macintosh) De inkt vlekt of loopt uit bij het gebruik van glanzend fotopapier. Controleer beide zijden van het papier.
Faxen ontvangen Probleem Suggesties Kan geen fax ontvangen. Als u uw machine aansluit op PBX of ISDN stelt u de menu-instelling voor de telefoonlijn in op uw type telefoon. (Zie Het type telefoonlijn instellen uu pagina 40.) Faxen verzenden Probleem Suggesties Kan geen fax verzenden. Controleer alle aansluitingen. Controleer of het telefoonsnoer op het telefoonstopcontact en de lijningang van de machine is aangesloten. Controleer of de toets FAX brandt.
Problemen oplossen Inkomende oproepen beantwoorden Probleem Suggesties De machine “hoort” een stem als een faxtoon. Als Fax waarnemen is ingeschakeld, is uw machine gevoeliger voor geluiden. Bepaalde stemmen of muziek op de lijn worden dan waargenomen als een faxapparaat dat belt, zodat de machine reageert met faxontvangsttonen. Deactiveer de machine door op Stop/Eindigen te drukken. U kunt dit probleem voorkomen door Fax waarnemen uit te schakelen. (Zie Fax Waarnemen uu pagina 35.
Problemen met scannen Probleem Suggesties Tijdens het scannen verschijnen TWAIN- of WIA-fouten. Zorg ervoor dat de TWAIN- of WIA-driver van Brother als primaire bron in uw scantoepassing is geselecteerd. Klik bijvoorbeeld in PaperPort™12SE met OCR op Scaninstellingen, Selecteren om de Brother TWAIN/WIA-driver te selecteren. (Windows®) Tijdens het scannen verschijnen TWAIN- of ICA-fouten. (Macintosh) Zorg dat de Brother TWAIN-driver als primaire bron is geselecteerd.
Problemen oplossen Problemen met PhotoCapture Center™ Probleem Suggesties Verwisselbare schijf werkt niet correct. 1 Verwijder de geheugenkaart of het USB-flashstation en plaats deze weer terug. 2 Als u ‘Uitwerpen’ hebt geprobeerd vanuit Windows®, moet u de geheugenkaart of het USB-flashstation verwijderen voordat u doorgaat. 3 Als er een foutmelding wordt weergegeven wanneer u de geheugenkaart of het USB-flashstation probeert te verwijderen, betekent dit dat de kaart in gebruik is.
Netwerkproblemen (Vervolg) Probleem Suggesties De functie PC-FAX ontvangen via het netwerk werkt niet. (Alleen Windows®-gebruikers) U kunt PC-FAX ontvangen alleen gebruiken als uw beveiligings-/firewallsoftware hiervoor is geconfigureerd.
Problemen oplossen Kiestoon waarnemen Als u automatisch een fax verzendt, wacht uw machine standaard een bepaalde tijd voordat deze het nummer kiest. Als u de kiestoon op Waarneming instelt, kiest uw machine het nummer zodra deze een kiestoon waarneemt. Deze instelling spaart tijd als u een fax naar veel verschillende nummers verzendt. Als er na het wijzigen van de instelling problemen optreden wanneer u nummers kiest, moet u weer Geen detectie instellen. a b c d Druk op Menu. Druk op a of b om Stand.
Informatie over de machine Het serienummer controleren Overzicht (Overz. beller-ID en Uitg. Gesprek) B 3 Alle instell. B U kunt alle instellingen terugzetten naar de fabrieksinstellingen. U kunt het serienummer van de machine nakijken op het scherm. a b c d Druk op a of b om Machine-info weer te geven. Opmerking Ontkoppel de interfacekabel voordat u Netwerk of Alle instell. selecteert. Druk op Machine-info. Druk op Stop/Eindigen.
C Menu en functies Programmeren op het scherm C C Uw machine is zodanig ontworpen dat deze eenvoudig via het LCD-scherm kan worden geprogrammeerd met behulp van de menutoetsen op het touchscreen. Programmeren via het scherm is uiterst eenvoudig en helpt u alle functies van uw machine optimaal te benutten. Op het scherm worden stapsgewijze aanwijzingen weergegeven om u te helpen uw machine te programmeren.
Menutabel C De menutabel helpt u de menuselecties en -opties te begrijpen die u in de programma's van de machine tegenkomt. De fabrieksinstellingen zijn vetgedrukt en met een sterretje weergegeven. Menu C Niveau1 Niveau2 Niveau3 Opties Omschrijvingen Pagina Standaardinst. Tijdklokstand — Uit Hiermee kunt u instellen na hoeveel tijd de machine weer in de FAXmodus wordt gezet. Zie Hiermee kunt u de papiersoort in de papierlade instellen.
Menu en functies Niveau1 Niveau2 Niveau3 Opties Omschrijvingen Pagina Standaardinst. LCD instell. Schermverlicht Licht* Hiermee kunt u de helderheid van de achtergrondverlichting van het LCD-scherm aanpassen. 11 Hiermee kunt u instellen hoe lang de achtergrondverlichting van het LCD-scherm blijft branden nadat u op een toets hebt gedrukt. Zie (Vervolg) Half Donker Lichtdim-timer Uit 10 Sec. 20 Sec. 30 Sec.* Slaapstand — 1 Min 2 Min. 3 Min. 5 Min.* .
Niveau1 Niveau2 Niveau3 Opties Omschrijvingen Pagina Fax Ontvangstmenu Act.Op Afst. Aan* 44 (Vervolg) (Vervolg) U kunt alle oproepen op een tweede of extern toestel aannemen en codes gebruiken om de machine in of uit te schakelen. U kunt deze codes wijzigen. Hiermee worden binnenkomende faxen verkleind tot het beschikbare papierformaat. Zie (l51, #51) Uit Auto reductie Aan* Uit Geheugenontv. Uit* Fax Doorzenden Fax Opslaan PC-Fax ontv. .
Menu en functies Niveau1 Niveau2 Niveau3 Opties Omschrijvingen Pagina Fax Diversen Beveiligd geh. — Hiermee worden alle functies geblokkeerd, behalve het ontvangen van faxen in het geheugen. Zie Beller ID Aan* Hiermee kunt u de opgeslagen gegevens van de laatste 30 bellers bekijken of afdrukken. 39 (Vervolg) Uit . Uitgebreide gebruikershandleiding De fabrieksinstellingen zijn vetgedrukt en met een sterretje weergegeven.
Menu Netwerk C Niveau1 Niveau2 Niveau3 Niveau4 Opties Omschrijvingen Pagina Netwerk LAN met kabel TCP/IP BOOT Method Automatisch* Kies de opstartmethode die het beste aan uw eisen voldoet. Zie Statisch RARP BOOTP DHCP IP Address [000-255]. [000-255]. Voer het IP-adres in. [000-255]. [000-255] Subnet Mask [000-255]. [000-255]. Voer het subnetmasker in. [000-255]. [000-255] Gateway [000-255]. [000-255]. Voer het adres van de gateway in. [000-255].
Menu en functies Niveau1 Niveau2 Niveau3 Niveau4 Opties Omschrijvingen Pagina Netwerk LAN met kabel Ethernet — Automatisch* Selecteert de Ethernetlinkmodus. Zie (Vervolg) 100B-FD (Vervolg) 100B-HD . 10B-FD 10B-HD WLAN MAC-adres — — U kunt het MACadres van de machine bekijken. TCP/IP BOOT Method Automatisch* Selecteert de opstartmethode die het beste aan uw eisen voldoet. Statisch RARP BOOTP DHCP IP Address [000-255]. [000-255]. Voer het IP-adres in. [000-255].
Niveau1 Niveau2 Niveau3 Niveau4 Opties Omschrijvingen Pagina Netwerk WLAN TCP/IP APIPA Aan* Zie (Vervolg) (Vervolg) (Vervolg) Wijst automatisch het IP-adres toe van het link-local adresbereik. Netwerk I/F Uit Inst. Wizard — — U kunt de afdrukserver voor een draadloos netwerk handmatig instellen. WPS/AOSS — — U kunt uw draadloze netwerkinstellingen gemakkelijk configureren met één druk op de knop.
Menu en functies Menu (vervolg) C Niveau1 Niveau2 Niveau3 Opties Omschrijvingen Pagina Print lijsten Verzendrapport — — Hiermee drukt u deze lijsten en rapporten af. Zie Kieslijst — Alfabet. volgorde . Nummervolgorde Fax Journaal — — Gebruikersinst — — Netwerk Conf. — — WLAN-rapport — — Overz. beller-ID — — Machine-info Serienummer — — Hiermee kunt u het serienummer van uw machine bekijken. 102 Stand.instel.
Niveau1 Niveau2 Niveau3 Opties Omschrijvingen Pagina Stand.instel. Reset Netwerk — Hiermee worden de fabrieksinstellingen van de afdrukserver, zoals het wachtwoord en de IPadresgegevens, hersteld. 102 Snelkiez.&fax — Hiermee verwijdert u alle opgeslagen snelkiesnummers en faxen en herstelt u de fabriekinstellingen van de stations-ID, de snelkieslijst, het verzendrapport en het faxjournaal. Alle instell. — Hiermee worden alle fabrieksinstellingen van de machine hersteld.
Menu en functies FAX ( ) C Niveau1 Niveau2 Niveau3 Opties Omschrijvingen Pagina Oproepoverz. Uitg. Gesprek Fax versturen — 47 Meer Toevoegen snelkiesnr U kunt een nummer kiezen uit het overzicht van uitgaande gesprekken en er een fax naar verzenden, het toevoegen als snelkiesnummer of het verwijderen. U kunt een nummer kiezen uit het nummerweergaveoverzicht en er vervolgens een fax naar verzenden, het nummer toevoegen als snelkiesnummer of het verwijderen. 47 Verwijder Overz.
Niveau1 Niveau2 Niveau3 Opties Omschrijvingen Pagina Geavanc. instell. Rondsturen Nummer toevoeg. — Zie Snelkies — U kunt eenzelfde faxbericht naar meerdere faxnummers tegelijk verzenden. — Aan U kunt een faxbericht eerst bekijken voordat u het verzendt. 30 Hiermee kunt instellen op welk tijdstip (in 24-uursnotatie) de uitgestelde faxen moeten worden verzonden. Zie Voorbeeld Uit* Tijdklok — Aan Uit* Verzamelen — Aan Uit* Direct verzenden — Verzenden polling — Aan Uit* Stand.
Menu en functies SCAN ( ) C Niveau1 Optie1 Optie2 Optie3 Omschrijvingen Pagina naar bestand — — — Hiermee kunt u een zwart-wit- of kleurendocument in uw computer scannen. Zie naar media (Wanneer een geheugenkaart of USB-flashstation is geplaatst) Kwaliteit — Kleur 100 dpi U kunt de scanresolutie en het bestandsformaat voor uw document kiezen. 57 Kleur 200 dpi* .
Niveau1 Optie1 Optie2 Optie3 Omschrijvingen Pagina naar e-mail — — — U kunt een zwart-wit- of kleurendocument naar uw e-mailtoepassing scannen. Zie naar OCR — — — U kunt een tekstdocument converteren naar een bewerkbaar tekstbestand. naar afb. — — — U kunt een afbeelding in kleur naar uw grafische toepassing scannen.
Menu en functies KOPIE ( ) C Niveau1 Niveau2 Niveau3 Opties Omschrijvingen Pagina Kwaliteit — — Snel Hiermee kiest u de kopieerresolutie voor de volgende kopie. Zie Selecteer de papiersoort die overeenkomt met het papier in de lade. 52 Selecteer het papierformaat dat overeenkomt met het papier in de lade. 52 Zie Normaal* Fijn Papiersoort — — Normaal pap.* Inkjetpapier Brother BP71 .
Niveau1 Niveau2 Niveau3 Opties Omschrijvingen Pagina Stapel/ Sorteer — — Stapel* U kunt ervoor kiezen om meerdere kopieën te laten stapelen of sorteren. Zie Pagina layout — Sorteer — Uit(1op1)* 2op1(P) U kunt N op 1, 2 op 1 ID of posterkopieën maken. 2op1(L) 2op1(id) 4op1(P) 4op1(L) Poster (2x1) Poster (2x2) Poster (3x3) Dubbelz. kopiëren Aan Geavanc. Normaal* DX1 U kunt de instellingen voor dubbelzijdig printen kiezen. DX2 Staand Omsl. lange z. — Liggend Omsl. lange z. Staand Omsl.
Menu en functies Kopieerinstellingen voor het watermerk C Optie1 Optie2 Optie3 Optie4 Omschrijvingen Pagina Sjabloon bewerken Tekst — VERTROUWEL.* Hiermee gebruikt u een sjabloon om tekst als watermerk in uw document te plaatsen. Zie CONCEPT KOPIE Positie .
Optie1 Optie2 Optie3 Optie4 Omschrijvingen Pagina Afbeeld. gebruiken Scan Transparantie -2 U kunt een logo of tekst als watermerk op uw document afdrukken door een papieren document te scannen. Zie (Geef het watermerkdocument op en druk op Start.) -1 0* +1 +2 Media Positie (Kies een afbeelding op een medium) A B C D Hiermee kunt u een afbeelding (logo of tekst) op een verwisselbaar medium als watermerk in uw document plaatsen.
Menu en functies FOTO ( ) C Niveau1 Niveau2 Foto’s kijken (Alle foto's afdrukken) Niveau3 (Auto Correct) Opties Omschrijvingen Pagina Zie de afdrukinstellingen in de volgende tabel. U kunt alle foto's op uw geheugenkaart of USBflashstation afdrukken. 56 (Diavoorst.) De machine start een diavoorstelling van uw foto's. De machine bepaalt het meest geschikte effect voor uw foto. Foto verbet. Verbeteren (Auto Correct) Zie de afdrukinstellingen in de volgende tabel. Zie .
Niveau1 Niveau2 Niveau3 Opties Omschrijvingen Pagina Index afdr. Index 6 Images/Regel Zie Afdrukinstellingen voor de indexpagina uu pagina 124. U kunt een pagina met miniaturen afdrukken. Zie Zie de afdrukinstellingen in de volgende tabel. U kunt een enkel beeld afdrukken. 5 Images/Regel Foto’s afdrukken — . Uitgebreide gebruikershandleiding De fabrieksinstellingen zijn vetgedrukt en met een sterretje weergegeven.
Menu en functies Optie1 Optie2 Contrast (Niet beschikbaar wanneer Verbeteren is gekozen.) Optie3 Optie4 Omschrijvingen Pagina — — Hiermee kunt u het contrast instellen. Zie . -2 -1 0 +1 +2 Kleur aanp. Aan (Niet beschikbaar wanneer Verbeteren is gekozen.) Uit* Hiermee kunt u de tint van witte vlakken aanpassen. Wit Balans -2 -1 0 +1 +2 Hiermee kunt u het detail van het beeld verbeteren.
Optie1 Optie2 Optie3 Optie4 Omschrijvingen Pagina Nieuwe standaard Printkwaliteit — — U kunt uw afdrukinstellingen als standaardinstellingen opslaan. Zie — — U kunt alle fabrieksinstellingen herstellen. Papiersoort Papierform. . Helderheid Contrast Kleur aanp. Bijsnijd(crop) Zonder rand Datum afdr. Fabrieksinstell. — Uitgebreide gebruikershandleiding De fabrieksinstellingen zijn vetgedrukt en met een sterretje weergegeven.
Menu en functies Snelkiezen ( ) C Niveau1 Niveau2 Niveau3 Opties Omschrijvingen Pagina Snelkiezen Fax versturen — — U kunt een nummer kiezen door slechts op een paar toetsen (en Start) te drukken. 46 Meer Snelkiezen instellen — Hiermee slaat u snelkiesnummers op, zodat u een nummer kunt kiezen door slechts op een paar toetsen (en Start) op het touchscreen te drukken. 48 Groepen instellen — Hiermee stelt u groepsnummers in voor groepsverzenden.
Faxvoorbeeld C Niveau1 Niveau2 Niveau3 Opties Omschrijvingen Pagina Faxvoorbeeld — — Ja U kunt ontvangen faxen op het LCD-scherm bekijken. 36 Nee* De fabrieksinstellingen zijn vetgedrukt en met een sterretje weergegeven. Inkt ( ) C Niveau1 Niveau2 Niveau3 Opties Omschrijvingen Pagina Inkt Testafdruk — Printkwaliteit Hiermee kunt u de afdrukkwaliteit of uitlijning controleren. 69 Hiermee kunt u de printkop reinigen. 69 Hiermee kunt u controleren hoeveel inkt beschikbaar is.
Menu en functies Tekst invoeren C Bij het instellen van bepaalde menuopties moet u tekst in de machine invoeren. Druk op om tussen letters, cijfers en speciale tekens te schakelen. Aan elke lettertoets op het LCD-scherm zijn maximaal vier letters toegewezen. Door meermaals op de betreffende toets te drukken, wordt het gewenste teken beschikbaar. Spaties invoegen Om een spatie in te voeren drukt u op spatietoets of C om speciale tekens te selecteren en vervolgens op de .
D Specificaties D Algemeen D Opmerking Dit hoofdstuk bevat een overzicht van de specificaties van de machine. Ga voor uitgebreidere specificaties naar http://www.brother.com/. Printertype Inkjet Printkop Zwart-wit: Piëzo met 210 1 spuitmondje Kleur: Piëzo met 210 3 spuitmondjes Geheugencapaciteit 64 MB LCD (Liquid Crystal Display) Touchscreen 3,3 in.
Specificaties Afmetingen D 180 mm 405 mm 378 mm 374 mm 519 mm Gewicht 9,3 kg Geluidsemissie In bedrijf: LPAm = 50 dB of minder 1 Geluidsemissie conform ISO9296 Kopiëren: LWAd = 6,27 B(A) 2 (Zwart-wit) Temperatuur Vochtigheid LWAd = 5,83 B(A) (Kleur) Gereed: LWAd = 3,1 B(A) (Zwart-wit/Kleur) In bedrijf: 10 tot 35 C Beste afdrukkwaliteit: 20 tot 33 C In bedrijf: 20 tot 80% (niet condenserend) Beste afdrukkwaliteit: 20 tot 80% (niet condenserend) ADF (automatische documentinvoer) Max
Afdrukmedia Papierinvoer D Papierlade Papiersoort: Normaal papier, inkjetpapier (gecoat papier), glanzend papier 1 en transparanten 1 2 Papierformaat: A4, Executive, Letter, A5, A6, Enveloppen (commercial nr. 10, DL, C5, Monarch), Foto (10 15 cm), Foto 2L (13 18 cm), Indexkaart 127 203 mm 3 Breedte: 98 mm - 215,9 mm Lengte: 148 mm - 297 mm Zie Gewicht, dikte en capaciteit van papier uu pagina 24 voor meer informatie.
Specificaties Faxen D D Compatibiliteit ITU-T Super Groep 3 Modemsnelheid Automatische terugval 33.600 bps Scanbreedte ADF: 208 mm (A4) Glasplaat: 204 mm (A4) Afdrukbreedte 210 mm Grijstinten Niveaus: 64 (Z/W)/256 (Kleur) Resolutie Standaard 203 98 dpi (Zwart-wit) 203 196 dpi (Kleur) Fijn 203 196 dpi (Zwart-wit/Kleur) Superfijn 203 392 dpi (Zwart-wit) Foto 203 196 dpi (Zwart-wit) 1 Snelkiezen 100 stations 2 nummers Groepen Max.
Kopiëren D Kleur/Zwart-wit Ja/Ja Breedte kopie Max. 210 mm Meerdere kopieën Sets van max. 99 pagina’s Vergroten/verkleinen 25% tot 400% (in stappen van 1%) Resolutie Kan maximaal 1.200 1.
Specificaties PhotoCapture Center™ D D Compatibele media 1 Memory Stick™ (16 MB - 128 MB) Memory Stick PRO™ (256 MB - 32 GB) Memory Stick Duo™ (16 MB - 128 MB) Memory Stick PRO Duo™ (256 MB - 32 GB) Memory Stick Micro™ (M2™) met adapter MultiMedia Card (32 MB - 2 GB) MultiMedia Card plus (128 MB - 4 GB) MultiMedia Card mobile met adapter (64 MB - 1 GB) SD-geheugenkaart (16 MB - 2 GB) miniSD met adapter microSD met adapter SDHC-geheugenkaart (4 GB - 32 GB) miniSDHC met adapter microSDHC met adapter USB-
PictBridge Compatibiliteit D Ondersteunt de PictBridge-norm CIPA DC-001 van de Camera & Imaging Products Association. Ga naar http://www.cipa.jp/pictbridge/ voor meer informatie.
Specificaties Scanner D D Kleur/Zwart-wit Ja/Ja TWAIN-compatibel Ja (Windows® XP 1/Windows Vista®/Windows® 7) Mac OS X 10.4.11, 10.5.x, 10.6.x 2 WIA-compatibel Ja (Windows® XP 1/Windows Vista®/Windows® 7) ICA-compatibel Ja (Mac OS X 10.6.x) Kleurintensiteit 48-bits kleurverwerking (invoer) 24-bits kleurverwerking (uitvoer) Resolutie Max. 19.200 19.200 dpi (geïnterpoleerd) 3 Max. 2.400 2.400 dpi (optisch) (glasplaat) Max. 2.400 1.
Printer D Resolutie Max. 1.200 6.000 dpi Afdrukbreedte 3 204 mm [210 mm (zonder rand) 1] Zonder rand 2 A4, Letter, A6, Foto (10 15 cm), Indexkaart (127 203 mm), Foto L (89 127 mm), Foto 2L (13 18 cm) Dubbelzijdig Papiersoort: Normaal papier Papierformaat: A4, Letter, A5, A6, Executive Afdruksnelheid 4 1 Wanneer de optie Zonder Marges op Aan is ingesteld. 2 Zie Type en formaat papier voor elke functie uu pagina 23. 3 Als u afdrukt op papier van A4-formaat.
Specificaties Interfaces D D USB 12 Gebruik een USB 2.0-interfacekabel van maximaal 2 m. LAN-kabel 3 Ethernet UTP-kabel van categorie 5 of hoger. Draadloos LAN-netwerk IEEE 802.11b/g/n (Infrastructuur-/Ad-hocmodus) 1 Uw machine heeft een Hi-speed USB 2.0-interfacekabel. De machine kan ook worden aangesloten op een computer die beschikt over een USB 1.1-interface. 2 USB-poorten van andere merken worden niet ondersteund. 3 Zie Netwerk (LAN) uu pagina 140.
Vereisten voor de computer D ONDERSTEUNDE BESTURINGSSYSTEMEN EN SOFTWAREFUNCTIES OndersteunAanbevo- HardeschijfruimPcMinimale Minimum- len hoe- te voor installatie Computerplatform & de pcRAM besturingssysteemversie software- interface processorsnelheid veelheid Toepasfuncties RAM Drivers singen USB, Windows®- Windows® XP Home 1 4 Afdrukken, Intel® Pentium® II 128 MB 256 MB 150 MB 1 GB 3 10/100 besturings- Windows ® XP of gelijkwaardig PC-Fax , Base-TX systeem Scannen, 14 Professional Verwisselbare (Ether
Specificaties Verbruiksartikelen D D Inkt De machine gebruikt aparte inktcartridges in zwart, geel, cyaan en magenta die geen onderdeel zijn van de printkopset. Gebruiksduur van inktcartridge De eerste keer dat u een set inktcartridges installeert, gebruikt de machine een hoeveelheid inkt om de inktleidingen te vullen voor afdrukken van hoge kwaliteit. Dit is een eenmalig proces.
Netwerk (LAN) D Opmerking Voor meer informatie over de netwerkspecificaties uuNetwerkhandleiding LAN U kunt de machine op een netwerk aansluiten voor afdrukken en scannen via het netwerk, PC Fax verzenden, PC Fax ontvangen (alleen Windows®), Remote Setup, foto's ophalen van het PhotoCapture Center™ 1. De netwerkbeheersoftware Brother BRAdmin Light 2 wordt meegeleverd.
E Index A D Aangepaste telefoonfuncties op een enkele lijn .................................................97 Aansluiten extern antwoordapparaat ......................41 extern toestel ........................................43 Aansluiting op meerdere lijnen (PBX) ......42 Aansluitingen Extern extern toestel .....................................43 ADF (automatische documentinvoer) ......25 Afdrukken afdrukgebied .........................................19 papier vastgelopen ............................
Faxcodes code voor activeren op afstand .....................................35, 43, 44 code voor deactiveren op afstand ........................................... 43, 44 gebruiken ..............................................44 wijzigen .................................................44 Faxen vanaf pc Zie de Softwarehandleiding. Fotopapierlade .........................................16 Foutmeldingen op LCD-scherm ...............71 Alleen BK afdr. ......................................
N Netwerk afdrukken Zie de Netwerkhandleiding. scannen Zie de Softwarehandleiding. Niet-scanbaar gebied ...............................27 Nummerweergave ....................................39 Overz. beller-ID .....................................47 Fax versturen .....................................47 Toevoegen snelkiesnr ........................47 Verwijder ............................................47 O Onderhoud, routine inktcartridges vervangen .......................65 Ontvangstmodus Alleen Fax .....
R U Reinigen printkop .................................................69 scanner .................................................68 Remote Setup Zie de Softwarehandleiding. Resolutie afdrukken ............................................136 faxen ...................................................131 kopiëren ..............................................132 scannen ..............................................135 Uitgaand gesprek Fax versturen .......................................
Bezoek ons op World Wide Web http://www.brother.com/ Deze machine is uitsluitend goedgekeurd voor gebruik in het land van aankoop. Plaatselijke Brother-bedrijven of hun dealers verlenen alleen service voor machines die in hun eigen land zijn aangekocht.