BEKNOPTE GEBRUIKERSHANDLEIDING MFC-J615W Versie 0 DUT
Als u de klantenservice moet bellen Vul de volgende gegevens in voor toekomstige referentie: Modelnummer: MFC-J615W Serienummer: 1 Aankoopdatum: Plaats van aankoop: 1 Het serienummer staat op de achterkant van het apparaat. Bewaar deze gebruikershandleiding samen met uw kassabon als aankoopbewijs in geval van diefstal of brand of voor service die onder de garantie valt. Registreer uw product online op http://www.brother.
Gebruikershandleiding en waar kan ik die vinden? Welke handleiding? Wat staat erin? Waar is de handleiding? Veiligheid en wetgeving Lees de veiligheidsinstructies voordat u de machine instelt. Afgedrukt / In de verpakking Installatiehandleiding Lees deze handleiding eerst. Volg de instructies voor het instellen van uw machine en het installeren van de drivers en de software voor het besturingssysteem en het type verbinding dat u gebruikt.
Inhoudsopgave (BEKNOPTE GEBRUIKERSHANDLEIDING) 1 Algemene informatie 1 Gebruik van de documentatie................................................................................1 Symbolen en conventies die in de documentatie gebruikt worden..................1 Toegang krijgen tot de Uitgebreide gebruikershandleiding, de Softwarehandleiding en de Netwerkhandleiding............................................1 Documentatie bekijken ...........................................................................
4 Een fax verzenden 24 Faxen verzenden .................................................................................................24 Het formaat van de glasplaat instellen om te faxen.......................................25 Een fax in kleur verzenden ............................................................................25 Een actieve fax annuleren .............................................................................25 Verzendrapport....................................................
7 Nummers kiezen en opslaan 37 Nummers kiezen..................................................................................................37 Handmatig kiezen ..........................................................................................37 Snelkiezen .....................................................................................................37 Zoeken...........................................................................................................
A Routineonderhoud 52 De inktcartridges vervangen ................................................................................ 52 De machine reinigen en controleren....................................................................54 De glasplaat reinigen.....................................................................................54 De invoerrollen voor papier reinigen..............................................................55 De printkop reinigen .......................................
Inhoudsopgave (UITGEBREIDE GEBRUIKERSHANDLEIDING) In de Uitgebreide gebruikershandleiding worden de volgende functies en handelingen uitgelegd. U kunt de Uitgebreide gebruikershandleiding bekijken op de documentatiecd-rom.
1 Algemene informatie Gebruik van de documentatie De volgende symbolen en conventies worden in de documentatie gebruikt. Vetgedrukt Vetgedrukte tekst verwijst naar specifieke knoppen op het bedieningspaneel van de machine of op het computerscherm. Cursief Cursief gedrukte tekst benadrukt een belangrijk punt of verwijst u naar een verwant onderwerp. Courier New Het lettertype Courier New verwijst naar meldingen die worden weergegeven op het LCD-scherm van de machine.
Hoofdstuk 1 c Klik op uw land. Instructies voor het scannen opzoeken 1 Er zijn verscheidene manieren waarop u documenten kunt scannen. U kunt de instructies als volgt vinden: Softwarehandleiding Scannen ControlCenter d Ga met de muisaanwijzer achtereenvolgens naar uw taal en Handleiding bekijken en klik vervolgens op de gewenste handleiding.
Algemene informatie Brother-support openen (Windows®) 1 Alle benodigde hulpbronnen, zoals websupport (Brother Solutions Center), zijn beschikbaar op de installatiecd-rom. Klik op Brother-support in het Hoofdmenu. Het volgende scherm wordt weergegeven: Om onze website (http://www.brother.com) te openen, klikt u op Brother-startpagina. Voor het laatste nieuws en informatie over productondersteuning (http://solutions.brother.com/) klikt u op Brother Solutions Center.
Hoofdstuk 1 Overzicht van het bedieningspaneel 8 1 6 7 10:2 0:29 01.01.2 1.01.2010 00 Fax Geh. 1 1 2 4 Fax- en telefoontoetsen: Herkies/Pauze Met deze toets kunt u de laatste 30 gekozen nummers herhalen. U kunt deze toets ook gebruiken om een pauze in te voegen wanneer u snelkiesnummers programmeert. Telefoon/Intern Deze toets wordt gebruikt voor een telefoongesprek nadat de hoorn van het externe telefoontoestel tijdens het dubbele belsignaal is opgepakt.
Algemene informatie 1 5 10:29 10:2 10:29 0:2 01.01.2010 01.01.201 1.01.2010 Fax Geh. 2 4 Starttoetsen: Kleur Start Met deze toets start u het verzenden van faxen of maakt u kopieën in kleur. Hiermee kunt u ook een scanbewerking uitvoeren (in kleur of zwart-wit, afhankelijk van de scaninstelling in de ControlCentersoftware). 5 Stop/Eindigen Met een druk op deze toets wordt een bewerking gestopt of het menu gesloten.
Hoofdstuk 1 Aanwijzingen op het LCDscherm Standaardhandelingen 1 Op het LCD-scherm wordt de huidige status van de machine weergegeven wanneer deze niet wordt gebruikt. 1 In de volgende stappen wordt beschreven hoe u een instelling in de machine wijzigt. In dit voorbeeld wordt de instelling van de Mode Timer gewijzigd van 2 minuten tot 30 seconden. a b 10:2 10:29 0:29 Druk op Menu. Druk op a of b om Standaardinst. te selecteren. 01.01.201 01.01.2010 1.01.
Algemene informatie Volume-instellingen Belvolume 1 1 U kunt uit een aantal belvolume-niveaus kiezen, van Hoog tot Uit. Als de machine niet actief is, drukt u op d of c om het volume aan te passen. Op het LCD-scherm wordt de huidige instelling weergegeven, en elke keer dat u op deze toets drukt, wordt het volume aan het volgende niveau aangepast. De machine behoudt de nieuwe instelling totdat u deze wijzigt.
Hoofdstuk 1 Luidsprekervolume 1 U kunt uit een aantal luidsprekervolumeniveaus kiezen, van Hoog tot Uit. a b Druk op Menu. c Druk op a of b om Volume te selecteren. Druk op OK. Druk op a of b om Standaardinst. te selecteren. Druk op OK. LCD-scherm De helderheid van de achtergrondverlichting instellen Als u het LCD-scherm niet goed kunt lezen, kunt u de helderheidsinstelling wijzigen. a b Druk op Menu. Druk op a of b om Standaardinst. te selecteren. Druk op OK.
2 Papier laden Papier en andere afdrukmedia laden Opmerking Wanneer u op Foto (10 15 cm) of Foto L (89 127 mm) wilt afdrukken, moet u de fotopapierlade gebruiken. (Zie Fotopapier laden op pagina 13.) a 2 c 2 Druk de papiergeleiders voor de breedte (1) en de papiergeleider voor de lengte (2) met beide handen voorzichtig in en stel ze af op het papierformaat.
Hoofdstuk 2 e Opmerking Wanneer u papier van Legal-formaat gebruikt, drukt u op de universele ontgrendeling (1) en schuift u de voorzijde van de papierlade naar buiten. Plaats het papier voorzichtig in de papierlade met de afdrukzijde omlaag en de bovenste rand eerst. Controleer of het papier vlak in de lade ligt. 1 BELANGRIJK d Blader de stapel papier goed door om te voorkomen dat papier vastloopt of scheef wordt ingevoerd.
Papier laden g Sluit het deksel van de uitvoerlade. Enveloppen en briefkaarten laden 2 Informatie over enveloppen 2 Gebruik enveloppen met een gewicht tussen 80 en 95 g/m2. Voor sommige enveloppen moet u de marge in de toepassing instellen. Maak altijd eerst een proefafdruk voordat u een groot aantal enveloppen afdrukt. h Duw de papierlade langzaam volledig in de machine.
Hoofdstuk 2 Enveloppen en briefkaarten laden a Druk de hoeken en zijkanten van de enveloppen of briefkaarten zo plat mogelijk voordat u deze plaatst. BELANGRIJK Plaats de enveloppen of briefkaarten een voor een in de papierlade als er meerdere enveloppen of briefkaarten tegelijk naar binnen worden getrokken. 2 b Plaats enveloppen of briefkaarten in de papierlade met de te bedrukken zijde omlaag en de korte kant eerst, zoals in de illustratie wordt aangegeven.
Papier laden Als u bij het afdrukken op enveloppen problemen hebt met de omslag aan de korte kant, kunt u het volgende proberen: a b Open de omslag van de envelop. Leg de envelop in de papierlade met de adreszijde naar beneden en de omslag in de positie zoals aangegeven in de illustratie. Fotopapier laden 2 Gebruik de fotopapierlade die boven op de papieruitvoerlade is geplaatst om op Foto (10 15 cm) en Foto L (89 127 mm) af te drukken.
Hoofdstuk 2 b Druk de papiergeleiders voor de breedte (1) en de papiergeleider voor lengte (2) in en stel ze af op het formaat papier. 1 d Zet de fotopapierlade weer in de Normale afdrukstand als u klaar bent met het afdrukken van foto's. Als u dit niet doet, verschijnt de foutmelding Papier nazien als u papier van A4formaat gebruikt. Knijp de blauwe ontgrendelingsknop van de fotopapierlade (1) met uw rechterwijsvinger en -duim samen en duw de fotopapierlade naar achteren tot deze vastklikt (2).
Papier laden BELANGRIJK Als u de fotopapierlade na het afdrukken van foto's niet in de Normale afdrukstand zet, wordt de foutmelding Papier nazien gegeven als u standaardpapier gebruikt. Kleine afdrukken uit de machine verwijderen 2 Wanneer papier van klein formaat op het deksel van de uitvoerpapierlade wordt uitgeworpen, kunt u er misschien niet bij. Controleer of het afdrukken is voltooid, en trek vervolgens de lade volledig uit de machine.
Hoofdstuk 2 Afdrukgebied 2 Hoe groot het afdrukgebied is, is afhankelijk van de instellingen binnen de door u gebruikte toepassing. De onderstaande afbeeldingen tonen de onbedrukbare gedeelten op losse vellen papier en enveloppen. De machine kan afdrukken in de grijze gedeelten van losse vellen papier wanneer de afdrukfunctie Zonder Marges beschikbaar en ingeschakeld is. (Zie Afdrukken voor Windows® of Afdrukken en faxen voor Macintosh in de Softwarehandleiding.
Papier laden Papierinstellingen Papiersoort Voor de beste afdrukkwaliteit, stelt u de machine in op het type papier dat u gebruikt. a b Druk op Menu. Druk op a of b om Standaardinst. te selecteren. Druk op OK. c Druk op a of b om Papiersoort te selecteren. d Druk op d of c om Normaal Papier, Inkjet papier, Brother BP71, Brother BP61, Glossy anders of Transparanten te selecteren. Druk op OK.
Hoofdstuk 2 Acceptabel papier en andere afdrukmedia De afdrukkwaliteit kan worden beïnvloed door het soort papier dat u in de machine gebruikt. Om de beste afdrukkwaliteit te krijgen voor de instellingen die u heeft gekozen, moet u de papiersoort altijd instellen op het type papier dat u plaatst. U kunt normaal papier, inkjetpapier (gecoat papier), glanzend papier, transparanten en enveloppen gebruiken.
Papier laden BELANGRIJK Gebruik de volgende soorten papier NIET: • papier dat beschadigd, gekruld of gekreukt is of een onregelmatige vorm heeft 2 1 1 1 papier dat 2 mm of meer is omgekruld; dit kan vastlopen • hoogglanzend of erg gestructureerd papier • papier dat niet netjes kan worden gestapeld • Papier met een breedlopende vezel Papiercapaciteit van het deksel van de uitvoerpapierlade 2 Maximaal 50 vellen A4-papier van 80 g/m2.
Hoofdstuk 2 De juiste afdrukmedia selecteren 2 Type en formaat papier voor elke functie Papiersoort Losse vellen Kaarten Enveloppen Transparanten 20 Papierformaat 2 Gebruik Faxen Kopiëren Photo Capture Printer A4 210 297 mm Ja Ja Ja Ja Letter 215,9 279,4 mm Ja Ja Ja Ja Legal 215,9 355,6 mm Ja Ja – Ja Executive 184 267 mm – – – Ja JIS B5 182 257 mm – – – Ja A5 148 210 mm – Ja – Ja A6 105 148 mm – – – Ja Foto 10 15 cm – Ja Ja Ja Fot
Papier laden Gewicht, dikte en capaciteit van papier Papiersoort 2 Gewicht Dikte Aantal vellen Normaal papier 64 tot 120 g/m2 0,08 tot 0,15 mm 100 1 Inkjetpapier 64 tot 200 g/m2 0,08 tot 0,25 mm 20 Glanzend papier Max. 220 g/m2 Max. 0,25 mm 20 2 3 Fotokaart Max. 220 g/m2 Max. 0,25 mm 20 2 3 Indexkaart Max. 120 g/m2 Max. 0,15 mm 30 Briefkaart Max. 200 g/m2 Max. 0,25 mm 30 Enveloppen 75 tot 95 g/m2 Max.
3 Documenten laden Documenten laden De ADF gebruiken c Stel de papiergeleiders (2) in op de breedte van uw document. d Plaats uw documenten met de bedrukte zijde omlaag en de bovenrand eerst in de ADF tot u voelt dat deze de papierrol raken en op het LCD-scherm ADF gereed wordt weergegeven. 3 U kunt via de ADF (automatische documentinvoer) en via de glasplaat een fax versturen, kopieën maken en scannen. 3 De ADF heeft een capaciteit van maximaal 15 vellen en voert het papier vel voor vel in.
Documenten laden Documenten laden Opmerking Als u de glasplaat wilt gebruiken, moet de ADF leeg zijn. a b Til het documentdeksel op. 3 Scangebied 3 De grootte van het scangebied is afhankelijk van de instellingen in de door u gebruikte toepassing. Hieronder wordt aangegeven welke gebieden niet kunnen worden gescand. Gebruik de documentgeleiders aan de linker- en bovenkant om het document in de linkerbovenhoek van de glasplaat te leggen, met de bedrukte zijde naar beneden.
4 Een fax verzenden Faxen verzenden c 4 In de volgende stappen wordt beschreven hoe u een fax verzendt. a Wijzig desgewenst het formaat van de glasplaat, de resolutie of het contrast. Zie Faxen verzenden in hoofdstuk 3 van de Uitgebreide gebruikershandleiding: Wanneer u een fax wilt verzenden of de instellingen voor het verzenden of ontvangen van faxen wilt wijzigen, drukt u op de (FAX)-toets zodat deze blauw verlicht wordt.
Een fax verzenden e Druk op Mono Start of Kleur Start. Faxen verzenden vanaf de ADF De machine begint het document te scannen. Faxen verzenden via de glasplaat Als u op Mono Start drukt, begint de machine met het scannen van de eerste pagina. Ga op een van de volgende manieren te werk: • Om een enkele pagina te verzenden, drukt u op 2 om Nee(znd) te kiezen (of druk opnieuw op Mono Start). De machine begint met het verzenden van het document.
Hoofdstuk 4 Verzendrapport U kunt het verzendrapport als bewijs gebruiken dat u een fax hebt verzonden. In dit rapport worden de naam of het faxnummer van de afzender, de tijd en de datum waarop het bericht werd verzonden, de duur van de transmissie, het aantal verzonden pagina's en of de fax al dan niet goed is verzonden, vermeld. Voor het verzendrapport zijn een aantal instellingen mogelijk: Aan: Drukt een rapport af na elke verzonden fax. Aan+Beeld: Drukt een rapport af na elke verzonden fax.
5 Een fax ontvangen 5 Ontvangstmodi 5 U moet een ontvangstmodus kiezen die past bij de externe apparaten en telefoondiensten die op de lijn zijn aangesloten. De ontvangstmodus kiezen 5 Standaard ontvangt uw machine automatisch alle faxen die ernaartoe worden verzonden. Met behulp van het onderstaande schema kunt u de juiste modus kiezen. Raadpleeg Ontvangstmodi gebruiken op pagina 28 voor meer informatie over ontvangststanden.
Hoofdstuk 5 Ontvangstmodi gebruiken Extern antwoordapparaat 5 Sommige ontvangststanden beantwoorden oproepen automatisch (Alleen Fax en Fax/Telefoon). U kunt de belvertraging wijzigen voordat u deze standen gebruikt. (Zie Belvertraging op pagina 29.) Alleen fax Faxen worden automatisch ontvangen. Bellers kunnen een bericht op het externe antwoordapparaat achterlaten. 5 (Zie Extern antwoordapparaat aansluiten op pagina 33 voor meer informatie.
Een fax ontvangen Instellingen ontvangstmodus Belvertraging De instelling Belvertraging bepaalt hoe vaak de machine in de stand Alleen Fax of Fax/Telefoon overgaat voordat de oproep wordt beantwoord. Als u een extern of tweede toestel op dezelfde lijn als de machine gebruikt, kiest u het maximum aantal belsignalen. (Zie Werken met externe of tweede toestellen op pagina 35 en Fax waarnemen op pagina 30.) a b c d e f Druk op Menu. Druk op a of b om Fax te selecteren. Druk op OK.
Hoofdstuk 5 Fax waarnemen Als Fax waarnemen is ingesteld op Aan: 5 5 De machine ontvangt een faxoproep automatisch, zelfs als u de oproep beantwoordt. Als op het LCD-scherm Ontvangst wordt weergegeven, of wanneer u tjirpende geluiden via de hoorn hoort, legt u gewoon de hoorn op de haak. Uw machine doet de rest.
6 Telefoontoestel en externe apparaten Telefoongesprekken Toon of puls 6 6 Wanneer u een pulsservice hebt, maar toonsignalen moet verzenden (bijvoorbeeld voor telefonisch bankieren), dient u de onderstaande instructies te volgen: a b Neem de hoorn van het externe toestel. Druk op # op het bedieningspaneel van de machine. Alle cijfers die hierna worden gekozen worden als toonsignalen verzonden. Wanneer u de hoorn op de haak legt, keert de machine terug naar de pulsservice.
Hoofdstuk 6 Nummerweergave inschakelen Als u beschikt over nummerweergave op uw lijn, dient u deze functie in te stellen op Aan zodat het telefoonnummer van de beller op het LCD-scherm wordt weergegeven als de telefoon overgaat. a b Druk op Menu. c Druk op a of b om Diversen te selecteren. Druk op OK. Druk op a of b om Fax te selecteren. Druk op OK. d Druk op a of b om Beller ID te selecteren. e Druk op d of c om Aan (of Uit) te selecteren. Druk op OK. f 32 Druk op Stop/Eindigen.
Telefoontoestel en externe apparaten PBX en doorverbinden De machine is in eerste instantie ingesteld op Normaal om te worden aangesloten op een standaard openbaar telefoonnetwerk (PSTN). In veel kantoren wordt echter een centraal telefoonsysteem, Private Branch Exchange (PBX), gebruikt. Uw machine kan op de meeste PBX-telefoonsystemen worden aangesloten. De oproepfunctie van de machine ondersteunt alleen TBR (Timed Break Recall).
Hoofdstuk 6 BELANGRIJK Sluit een antwoordapparaat NIET op een andere plaats op dezelfde telefoonlijn aan. Instellingen 6 Het externe antwoordapparaat moet zijn aangesloten zoals in de vorige afbeelding is aangegeven. a Stel uw externe antwoordapparaat in op één of twee belsignalen. (De instelling voor belvertraging van de machine is niet van toepassing.) b Neem het uitgaande bericht op uw externe antwoordapparaat op. c Stel het antwoordapparaat in om oproepen aan te nemen.
Telefoontoestel en externe apparaten Externe en tweede toestellen Een extern of tweede toestel aansluiten Werken met externe of tweede toestellen 6 U kunt een apart toestel op uw machine aansluiten, zoals in onderstaande afbeelding. 1 2 Als u een faxoproep aanneemt van een tweede toestel of een extern toestel, kunt u de oproep doorverbinden naar de machine door de faxontvangstcode in te toetsen. Als u de code voor activeren op afstand, l 5 1, intoetst, begint de machine met het ontvangen van de fax.
Hoofdstuk 6 Een draadloze externe telefoon gebruiken De codes voor afstandsbediening wijzigen 6 Voor activeren op afstand, moeten de codes hiervoor geactiveerd worden. De vooraf ingestelde code voor activering op afstand is l 5 1. De voorgeprogrammeerde code voor deactiveren op afstand is # 5 1. U kunt deze desgewenst vervangen met uw eigen codes.
7 Nummers kiezen en opslaan Nummers kiezen Handmatig kiezen d Als een locatie twee nummers bevat, drukt u op a of b om het nummer te selecteren dat u wilt bellen. Druk op OK. e Druk op Fax versturen om te bevestigen. 7 7 Toets alle cijfers van het fax- of telefoonnummer in. 7 Opmerking Als op het LCD-scherm Niet toegewezen wordt weergegeven als u een snelkiesnummer invoert of zoekt, is dit nummer niet op deze locatie opgeslagen.
Hoofdstuk 7 Faxnummer opnieuw kiezen Als u handmatig een fax verzendt en de lijn bezet is, drukt u op Herkies/Pauze en dan op Mono Start of Kleur Start om het opnieuw te proberen. Als u nogmaals een nummer wilt bellen dat u recentelijk hebt gekozen, kunt u op Herkies/Pauze drukken en een van de laatste 30 nummers kiezen uit de lijst met uitgaande gesprekken. Herkies/Pauze werkt alleen als u het nummer via het bedieningspaneel hebt gekozen.
Nummers kiezen en opslaan Overzicht nummerweergave Voor deze functie is de nummerweergaveservice vereist die door vele telefoonbedrijven wordt aangeboden. (Zie Nummerweergave op pagina 31.) De nummers, of eventuele namen, van de laatste 30 fax- en telefoonoproepen die u hebt ontvangen, worden opgeslagen in het nummerweergaveoverzicht. U kunt het overzicht bekijken of een van deze nummers selecteren om naar te faxen, toe te voegen als snelkiesnummer of te verwijderen.
Hoofdstuk 7 Nummers opslaan d 7 Voer via de kiestoetsen de naam in (maximaal 16 tekens). U kunt uw machine instellen om op de volgende manieren snel te kiezen: met snelkiesnummers en groepen voor het groepsverzenden van faxberichten. Als u een snelkiesnummer kiest, wordt het nummer op het LCD-scherm weergegeven. Druk op OK. (Zie Tekst invoeren op pagina 100 voor informatie over het invoeren van letters.) Opmerking Als u het nummer zonder een naam wilt opslaan, drukt u op OK.
Nummers kiezen en opslaan De namen of nummers van snelkiesnummers wijzigen f 7 Als u het eerste fax- of telefoonnummer wilt wijzigen, drukt u op a of b om Fax/Tel1: te selecteren. Vervolgens drukt u op c en voert u het nieuwe fax- of telefoonnummer in via de kiestoetsen (maximaal 20 cijfers). Druk op OK. U kunt de naam of het nummer wijzigen van een snelkiesnummer dat al is opgeslagen. a Druk op b Druk op a of b om Snelkies inst. te selecteren. Druk op OK.
8 Kopiëren 8 b Kopiëren 8 Plaats op een van de volgende manieren uw document: In de volgende stappen worden de standaardkopieerhandelingen beschreven. Zie de Uitgebreide gebruikershandleiding voor meer informatie over elke handeling. Plaats het document met de bedrukte zijde omlaag in de ADF. a Leg uw document met de bedrukte zijde omlaag op de glasplaat. (Zie De ADF gebruiken op pagina 22.) Schakel de kopieermodus in door op (KOPIE) te drukken zodat deze toets blauw oplicht.
Kopiëren Kopieerinstellingen 8 U kunt de volgende kopieerinstellingen wijzigen. Druk op KOPIE en vervolgens op a of b om door de kopieerinstellingen te bladeren. Druk op OK als de gewenste instelling is gemarkeerd. (Beknopte gebruikershandleiding) Papieropties 8 Papiersoort 8 Als u op speciaal papier kopieert, stelt u de machine in op de papiersoort die u gebruikt om de beste afdrukkwaliteit te verkrijgen. a Druk op Laad uw document.
9 Foto's afdrukken vanaf een geheugenkaart of USBflashstation PhotoCapture Center™-functies 9 Ook wanneer uw machine niet is aangesloten op uw computer, kunt u foto's direct vanaf digitale cameramedia of een USBflashstation afdrukken. (Zie Foto's afdrukken op pagina 47.) U kunt documenten scannen en deze rechtstreeks op een geheugenkaart of USBflashstation opslaan. (Zie Naar een geheugenkaart of een USB-flashstation scannen op pagina 48.
Foto's afdrukken vanaf een geheugenkaart of USB-flashstation Aan de slag 9 Steek de geheugenkaart of het USB-flashstation stevig in de juiste sleuf. 2 1 1 USB-flashstation BELANGRIJK De USB Direct-interface biedt alleen ondersteuning voor een USB-flashstation, een camera die compatibel is met PictBridge of een digitale camera die gebruikmaakt van de standaard voor USB-massaopslag. Andere USBapparaten worden niet ondersteund.
Hoofdstuk 9 Indicaties van de PHOTO CAPTURE-toets: PHOTO CAPTURE-lampje brandt, de geheugenkaart of het USB-flashstation is correct geplaatst. PHOTO CAPTURE-lampje brandt niet, de geheugenkaart of het USB-flashstation is niet correct geplaatst. PHOTO CAPTURE-lampje knippert, de geheugenkaart of het USB-flashstation wordt gelezen of beschreven.
Foto's afdrukken vanaf een geheugenkaart of USB-flashstation Foto's afdrukken Foto's weergeven U kunt foto's op het LCD-scherm bekijken voordat u deze afdrukt. Als uw foto's grote bestanden zijn, kan het langer duren voordat elke foto op het LCD-scherm wordt weergegeven. a Controleer of u de geheugenkaart of het USB-flashstation in de juiste sleuf hebt geplaatst. Druk op (PHOTO CAPTURE). b Druk op a of b om Foto’s kijken te selecteren. Druk op OK. c Druk op d of c om uw foto of film te selecteren.
Hoofdstuk 9 Naar een geheugenkaart of een USB-flashstation scannen U kunt documenten in zwart-wit en in kleur naar een geheugenkaart of een USBflashstation scannen. Monochrome documenten worden opgeslagen in het bestandsformaat PDF (*.PDF) of TIFF (*.TIF). Documenten in kleur kunnen in het bestandsformaat PDF (*.PDF) of JPEG (*.JPG) worden opgeslagen. De fabrieksinstelling is 150 16kl en het standaardbestandsformaat is PDF.
Foto's afdrukken vanaf een geheugenkaart of USB-flashstation i Ga op een van de volgende manieren te werk: Om de bestandsnaam te wijzigen, gaat u naar stap j. Druk op Mono Start of Kleur Start om het scannen te starten zonder andere instellingen te wijzigen. j De bestandsnaam wordt automatisch ingesteld, maar u kunt een andere naam invoeren met de kiestoetsen. Druk op a of b om Bestandsnaam te selecteren. Voer de nieuwe naam in. (Zie Tekst invoeren op pagina 100.
10 Afdrukken vanaf een computer Een document afdrukken 10 De machine kan data ontvangen van uw computer en deze afdrukken. Om af te kunnen drukken vanaf een computer, moet de printerdriver worden geïnstalleerd. (Zie Afdrukken voor Windows® of Afdrukken en faxen voor Macintosh in de Softwarehandleiding voor meer informatie over de afdrukinstellingen.) a Installeer de Brother-printerdriver vanaf de installatie cd-rom. (Zie de Installatiehandleiding.) b In uw toepassing kiest u de opdracht Afdrukken.
11 Scannen vanaf een computer Een document scannen 11 Er zijn verscheidene manieren waarop u documenten kunt scannen. U kunt de toets SCAN op de machine of de scannerdrivers op uw computer gebruiken. a Om de machine als een scanner te kunnen gebruiken, moet de scannerdriver worden geïnstalleerd. Als de machine is aangesloten op een netwerk, configureert u deze met een TCP-/IP-adres. Scannen met de scantoets b Laad uw document. (Zie Documenten laden op pagina 22.
A Routineonderhoud De inktcartridges vervangen Uw machine is voorzien van een inktstippenteller. De inktstippenteller controleert automatisch het inktniveau in elk van de 4 cartridges. Als de machine ontdekt dat een inktcartridge bijna leeg is, zal de machine u waarschuwen door middel van een melding op het LCD-scherm. a Open het deksel van de inktcartridge. Als een of meer inktcartridges aan vervanging toe zijn, wordt op het LCDscherm Alleen BK afdr. of Kan niet afdr. weergegeven.
Routineonderhoud d Draai de groene knop op het gele beschermkapje rechtsom tot deze klikt om de vacuümverpakking te openen en verwijder vervolgens het kapje (1). f Duw de inktcartridge voorzichtig in de machine tot deze vastklikt en sluit het kapje van de inktcartridge. g Er wordt automatisch een reset uitgevoerd voor de inktstippenteller. 1 Opmerking e Elke kleur heeft zijn eigen juiste positie. Plaats de inktcartridge in de richting van de pijl op het etiket.
BELANGRIJK • Verwijder inktcartridges ALLEEN als deze aan vervanging toe zijn. Als u zich niet aan dit voorschrift houdt, kan de hoeveelheid inkt achteruitgaan en weet de machine niet hoeveel inkt er nog in de cartridge zit. De machine reinigen en controleren De glasplaat reinigen a • Raak de houders voor de cartridges NIET aan. Als u dat doet, kan de inkt vlekken op uw huid achterlaten.
Routineonderhoud De invoerrollen voor papier reinigen De printkop reinigen A a Trek de papierlade volledig uit de machine. b Haal de stekker van de machine uit het stopcontact en open de klep ter verwijdering van vastgelopen papier (1). A De printkop wordt indien nodig automatisch gereinigd, zodat de afdrukkwaliteit optimaal blijft. Als de afdrukkwaliteit te wensen overlaat, kunt u het reinigingsproces handmatig starten.
De afdrukkwaliteit controleren Druk op Menu. Druk op a of b om Inktbeheer te selecteren. Druk op OK. c Druk op a of b om Testafdruk te selecteren. Druk op OK. d Druk op a of b om Printkwaliteit te selecteren. Druk op OK. e Druk op Kleur Start. De machine begint de Testpagina afdrukkwaliteit af te drukken. f Controleer de kwaliteit van de vier kleurenblokken op het vel. g U wordt gevraagd of u wilt beginnen met reinigen. Druk op 1 (Ja). De machine begint de printkop te reinigen.
Routineonderhoud De uitlijning controleren A Het kan zijn dat u de uitlijning moet afstellen als na het transport van de machine de afgedrukte tekst vlekkerig is of de afbeeldingen flets zijn. a b Druk op Menu. Druk op a of b om Inktbeheer te selecteren. Druk op OK. c Druk op a of b om Testafdruk te selecteren. Druk op OK. d Druk op a of b om Instel kantlijn te selecteren. Druk op OK. e Druk op Mono Start of Kleur Start. De machine begint de Uitlijningscontrolepagina af te drukken.
B Problemen oplossen Foutmeldingen B Zoals bij alle geavanceerde kantoorproducten kunnen er fouten optreden en dienen verbruiksartikelen te worden vervangen. In dergelijke gevallen kan de machine de fout zelf identificeren en wordt een foutmelding weergegeven. De onderstaande lijst geeft een overzicht van de meest voorkomende onderhouds- en foutmeldingen. De meeste meldingen over fouten en algemene onderhoudswerkzaamheden kunt u zelf afhandelen.
Problemen oplossen Foutmelding Alleen BK afdr. Inkt vervangen Beeld te klein. Beeld te lang. Communicatiefout Oorzaak Een of meer kleureninktcartridges zijn aan vervanging toe. U kunt nog ongeveer vier weken in monochroom afdrukken, afhankelijk van het aantal pagina's dat u afdrukt.
Foutmelding Deksel is open. Oorzaak Het scannerdeksel is niet goed gesloten. Het deksel van de inktcartridge is niet volledig gesloten. Document nazien Het document is niet goed geplaatst of ingevoerd, of het document dat via de ADF is gescand, is te lang. Formaat nazien U gebruikt een verkeerd papierformaat. Geen antw/Bezet Het door u gekozen nummer neemt niet op of is in gesprek. Er is geen overzicht van inkomende oproepen beschikbaar.
Problemen oplossen Foutmelding Inkt bijna op Inktabsorb. bijna vol Inktabsorbeerder vol Kan niet afdr. Inkt vervangen Kan niet detect. Oorzaak Een of meer inktcartridges zijn bijna aan vervanging toe. Als de verzendende machine een kleurenfax wil verzenden, vraagt uw machine tijdens het contact maken om de fax in zwart-wit te verzenden. Als de verzendende machine de fax kan omzetten, wordt de kleurenfax door uw machine afgedrukt als een monochrome fax. Het inktopvangbakje is bijna vol.
Foutmelding Media fout Oorzaak De geheugenkaart is beschadigd, onjuist geformatteerd of er is een probleem met de geheugenkaart. Media is vol. De geheugenkaart of het USBflashstation dat u gebruikt, bevat al 999 bestanden. Meer gegevens Er zitten nog afdrukgegevens in het geheugen van de machine. Niet toegewezen U probeerde een snelkiesnummer te openen dat niet is geprogrammeerd. Op de USB Direct-interface is een defect apparaat aangesloten. Onbruikb. app.
Problemen oplossen Foutmelding Papier nazien Oorzaak De fotopapierlade staat in de afdrukstand foto. Het papier in de machine is op of het papier is niet juist in de papierlade geplaatst. Het papier is vastgelopen in de machine. De klep ter verwijdering van vastgelopen papier is niet goed gesloten. Papierstoring Het papier is vastgelopen in de machine. Reinigen onmog. XX Opstartprobleem XX Print onmogelijk XX Scan onmogelijk XX De machine heeft een mechanisch probleem.
Foutanimatie B Met foutanimatie worden stapsgewijs instructies weergegeven wanneer het papier is vastgelopen. U kunt de stappen in uw eigen tempo lezen door op c te drukken om de volgende stap weer te geven en op d om terug te gaan. Faxen of het faxjournaal overbrengen Faxen naar een andere faxmachine overbrengen Als u uw stations-ID nog niet hebt ingesteld, kunt u de overdrachtsmodus niet openen. (Zie Persoonlijke gegevens invoeren (stations-ID) in de Installatiehandleiding.
Problemen oplossen Faxen naar uw pc overbrengen B U kunt de faxen in het geheugen van de machine naar uw pc overbrengen. a Druk op Stop/Eindigen om de fout tijdelijk te onderbreken. b Zorg ervoor dat u MFL-Pro Suite op uw PC hebt geïnstalleerd en schakel vervolgens PC-FAX Ontvangst op de pc in. (Zie voor meer informatie PC-FAX ontvangen in de Softwarehandleiding.
Document vastgelopen B Documenten kunnen in de ADF vastlopen als ze niet goed worden geplaatst of doorgevoerd, of als de documenten te lang zijn. Volg de onderstaande stappen om een vastgelopen document te verwijderen. Een document is aan de bovenzijde van de ADF vastgelopen a Verwijder al het papier uit de ADF dat niet is vastgelopen. b c Open het ADF-deksel. d e a Verwijder al het papier uit de ADF dat niet is vastgelopen. b c Til het documentdeksel op. d e Sluit het documentdeksel.
Problemen oplossen Printer of papier vastgelopen B c Sluit de klep ter verwijdering van vastgelopen papier. Controleer of de klep goed gesloten is. d Als de papiersteunklep open is, klapt u deze in en schuift u vervolgens de papiersteun naar binnen. Trek de papierlade volledig uit de machine. e Trek het vastgelopen papier (1) eruit. Verwijder het vastgelopen papier uit de plaats waar het in de machine is vastgelopen. a Haal de stekker van de machine uit het stopcontact.
f Gebruik beide handen en de plastic lipjes aan beide zijden van de machine om het scannerdeksel (1) op te tillen totdat het in de open stand vergrendeld is. g Breng het scannerdeksel omhoog ( ) om de vergrendeling op te heffen. Druk de steun van het scannerdeksel voorzichtig omlaag ( ) en sluit het scannerdeksel ( ) met beide handen. 1 1 22 Verplaats (indien nodig) de printkop om eventuele papierresten uit dit gedeelte te verwijderen.
Problemen oplossen Problemen oplossen B Als u denkt dat er een probleem is met uw machine, kunt u de onderstaande tabel bekijken en de tips voor het oplossen van problemen volgen. De meeste problemen kunt u zelf eenvoudig oplossen. Indien u extra hulp nodig hebt, biedt het Brother Solutions Center u de meest recente veelgestelde vragen en tips voor het oplossen van problemen. Ga naar http://solutions.brother.com/ Als u problemen met uw machine heeft B Afdrukken Probleem Suggesties Geen print.
Afdrukken (Vervolg) Probleem Suggesties Witte horizontale lijnen in tekst of grafische afbeeldingen. Reinig de printkop. (Zie De printkop reinigen op pagina 55.) Gebruik originele Innobella™-inkt van Brother. Gebruik het aanbevolen type papier. (Zie Acceptabel papier en andere afdrukmedia op pagina 18.) De machine print blanco pagina's. Reinig de printkop. (Zie De printkop reinigen op pagina 55.) Gebruik originele Innobella™-inkt van Brother. Tekens en regels overlappen elkaar.
Problemen oplossen Afdrukken (Vervolg) Probleem Suggesties De machine voert meerdere pagina’s in. Zorg dat het papier op de juiste wijze in de papierlade is geplaatst. (Zie Papier en andere afdrukmedia laden op pagina 9.) Controleer of er meer dan twee papiersoorten tegelijk in de papierlade zijn geplaatst. Het papier is vastgelopen. Controleer of de papiergeleider voor de lengte is afgesteld op het juiste papierformaat. Trek de papierlade niet uit wanneer u A5 of een kleiner papierformaat gebruikt.
Faxen ontvangen Probleem Suggesties Geen fax kunnen ontvangen. Als u uw machine aansluit op PBX of ISDN, stelt u de menu-instelling voor de telefoonlijn in op uw type telefoon. (Zie Het type telefoonlijn instellen op pagina 32.) Faxen verzenden Probleem Suggesties Geen fax kunnen verzenden. Controleer alle aansluitingen. Controleer of de toets FAX brandt. Vraag de andere partij om te controleren of de ontvangende machine papier bevat. Druk het verzendrapport af en controleer op foutmeldingen.
Problemen oplossen Inkomende oproepen beantwoorden Probleem Suggesties De machine ‘hoort’ een stem als een faxtoon. Als Fax waarnemen is ingeschakeld, is uw machine gevoeliger voor geluiden. De machine neemt dan bepaalde stemmen of muziek op de lijn waar als een faxmachine die belt en reageert met faxontvangsttonen. Deactiveer de machine door op Stop/Eindigen te drukken. U kunt dit probleem wellicht voorkomen door Fax waarnemen uit te schakelen. (Zie Fax waarnemen op pagina 30.
Problemen met scannen (Vervolg) Probleem Suggesties OCR werkt niet. Verhoog de scannerresolutie. (Macintosh-gebruikers) U dient Presto! PageManager eerst te downloaden en installeren. Zie Brother-support openen (Macintosh) op pagina 3 voor verdere instructies. Problemen met software Probleem Suggesties Software kan niet worden geïnstalleerd of er kan niet worden afgedrukt. (Alleen gebruikers van Windows®) Voer het programma Repair MFL-Pro Suite op de installatie cd-rom uit.
Problemen oplossen Netwerkproblemen Probleem Suggesties Afdrukken via het netwerk is onmogelijk. Controleer of uw machine aanstaat en online en gebruiksklaar is. Druk een netwerkconfiguratielijst af (zie Rapporten in hoofdstuk 6 van de Uitgebreide gebruikershandleiding) en controleer de huidige netwerkinstellingen in deze lijst. Sluit de LAN-kabel weer aan op de hub om te controleren of de kabels en de netwerkaansluitingen in orde zijn.
Netwerkproblemen (Vervolg) Probleem Suggesties De software van Brother kan niet worden geïnstalleerd. (Windows®-gebruikers) Sta netwerktoegang toe voor de volgende programma's als uw beveiligingssoftware een waarschuwing geeft tijdens de installatie van MFL-Pro Suite. BrC3Rgin.exe BrnIPMon Brother Status Monitor (Network) ControlCenter Program Generic Host Process f... Setup.
Problemen oplossen Kiestoon waarnemen Als u automatisch een fax verzendt, wacht uw machine standaard een bepaalde tijd voordat deze het nummer kiest. Door de kiestooninstelling op Waarneming te zetten, kiest uw machine het nummer zodra deze een kiestoon waarneemt. Door deze instelling te gebruiken, kunt u een beetje tijd besparen als u een fax naar veel verschillende nummers verzendt.
Informatie over de machine Het serienummer controleren 3 Alle instell. B B U kunt het serienummer van de machine nakijken op het scherm. a b c d Ontkoppel de interfacekabel voordat u Netwerk of Alle instell. selecteert. Druk op a of b om Machine-info te selecteren. Druk op OK. De machine resetten Druk op a of b om Serienummer te selecteren. Druk op OK. Druk op Stop/Eindigen.
C Menu en functies Programmeren op het scherm C C Uw machine is zodanig ontworpen dat deze eenvoudig via het LCD-scherm kan worden geprogrammeerd met behulp van de menutoetsen. Programmeren via het scherm is uiterst eenvoudig en helpt u alle functies van uw machine optimaal te benutten. Op het scherm worden stapsgewijze aanwijzingen weergegeven om u te helpen uw machine te programmeren. U hoeft alleen de aanwijzingen op te volgen die u door de menuselecties en de programmeeropties leiden.
Menutabel C De menutabel helpt u de menuselecties en -opties te begrijpen die u in de programma's van de machine tegenkomt. De fabrieksinstellingen zijn vetgedrukt en met een sterretje weergegeven. Menu ( ) Niveau1 Niveau2 Niveau3 Opties Omschrijvingen Pagina Inktbeheer Testafdruk — Printkwaliteit Hiermee kunt u de afdrukkwaliteit of uitlijning controleren. 56 Hiermee kunt u de printkop reinigen. 55 Zie 1. Instel kantlijn Reinigen — Zwarte inkt Kleur Alle inkt Standaardinst.
Menu en functies Niveau1 Niveau2 Niveau3 Opties Omschrijvingen Pagina Standaardinst. Volume Belvolume Uit Hiermee kunt u het belvolume aanpassen. 7 Hiermee kunt u het volume van de waarschuwingstoon aanpassen. 7 Hiermee kunt u het volume van de luidspreker aanpassen. 8 De zomertijd wordt automatisch ingesteld. Zie 1. Hiermee kunt u de helderheid van de achtergrondverlichting van het LCD-scherm aanpassen.
Niveau1 Niveau2 Niveau3 Opties Omschrijvingen Pagina Fax Ontvangstmenu Bel Vertraging 0 De belvertraging bepaalt hoe vaak de telefoon overgaat voordat de machine opneemt in de modus Alleen fax of Fax/telefoon. 29 Hiermee stelt u de duur van het dubbele belsignaal in de Fax/Tel-modus in. 29 Hiermee worden faxen automatisch ontvangen wanneer u een oproep beantwoordt en de faxtoon hoort.
Menu en functies Niveau1 Niveau2 Niveau3 Opties Omschrijvingen Pagina Fax Kies rapport Verzendrapp. Aan Hiermee stelt u het Verzendrapport en de Journaal tijd in. 26 (Vervolg) Aan+Beeld Uit* Uit+Beeld Journaal tijd Zie 1. Uit Na 50 faxen* Elke 6 uur Elke 12 uur Elke 24 uur Elke 2 dagen Elke 7 dagen Print document — — Hiermee drukt u binnengekomen faxen af die in het geheugen zijn opgeslagen. Afst.bediening — --- Hiermee stelt u uw eigen code voor afstandsbediening in. Rest.
Menu Netwerk Niveau1 Niveau2 Niveau3 Niveau4 Opties Omschrijvingen Netwerk LAN met kabel TCP/IP BOOT Method Automatisch* Selecteert de opstartmethode die het beste aan uw eisen voldoet. Statisch RARP BOOTP DHCP IP Address [000-255]. [000-255]. Voer het IPadres in. [000-255]. [000-255] Subnet Mask [000-255]. [000-255]. Voer het subnetmasker in. [000-255]. [000-255] Gateway [000-255]. [000-255]. Voer het adres van de gateway in. [000-255].
Menu en functies Niveau1 Niveau2 Niveau3 Niveau4 Opties Omschrijvingen Netwerk LAN met kabel Ethernet — Automatisch* (Vervolg) (Vervolg) Selecteert de Ethernetlinkmodus. 100B-FD 100B-HD 10B-FD 10B-HD WLAN MAC-adres — — U kunt het MAC-adres van uw machine vinden op het bedieningspaneel. TCP/IP BOOT Method Automatisch* Selecteert de opstartmethode die het beste aan uw eisen voldoet. Statisch RARP BOOTP DHCP IP Address [000-255]. [000-255]. Voer het IPadres in. [000-255].
Niveau1 Niveau2 Niveau3 Niveau4 Opties Omschrijvingen Netwerk WLAN TCP/IP APIPA Aan* (Vervolg) (Vervolg) (Vervolg) Wijst automatisch het IP-adres toe van het link-local adresbereik. Netwerk I/F Uit Inst. Wizard — — U kunt de afdrukserver voor een draadloos netwerk handmatig instellen. WPS/AOSS — — U kunt uw draadloze netwerkinstellingen gemakkelijk configureren met één druk op de knop.
Menu en functies Menu ( ) (vervolg) Niveau1 Niveau2 Niveau3 Opties Omschrijvingen Pagina Print lijsten Verzendrapport — — 26 Help — — Kieslijst — Alfabet. volgorde Hiermee drukt u deze lijsten en rapporten af. Zie 1. Nummervolgorde Fax Journaal — — Gebruikersinst — — Netwerk Conf. — — WLAN-rapport — — Overz. beller-ID — — Machine-info Serienummer — — Hiermee kunt u het serienummer van uw machine bekijken. 78 Stand.instel.
Niveau1 Niveau2 Niveau3 Opties Omschrijvingen Pagina Stand.instel. Compatibel — Hoog* Hiermee past u de modemsnelheid aan om verzendproblemen te verhelpen. 77 78 (Vervolg) Normaal Basic(voorVoIP) Reset Netwerk — Hiermee worden de fabrieksinstellingen van de afdrukserver, zoals het wachtwoord en de IPadresgegevens, hersteld. Snelkiez.
Menu en functies FAX ( ) Niveau1 Niveau2 Niveau3 Opties Omschrijvingen Pagina Faxresolutie — — Standaard* Hiermee stelt u de resolutie voor uitgaande faxen in. Zie 1. Fijn Superfijn Foto Contrast — — Automatisch* Licht Donker Snelkiezen Zoeken — Alfabet. volgorde Nummervolgorde Uitgaand gesprek 37 — — Hiermee slaat u snelkiesnummers op zodat u een nummer kunt kiezen door op slechts een paar toetsen (en Start) te drukken.
Niveau1 Niveau2 Niveau3 Opties Omschrijvingen Pagina Tijdklok — — Aan Hiermee stelt u het tijdstip waarop de uitgestelde faxen moeten worden verzonden in 24-uursformaat in. Zie 1. Uit* Verzamelen — — Aan Uit* Direct Verzend — — Aan Uit* Verzend Pollen — — Stand. Beveilig Uit* Ontvang Pollen — — Stand.
Menu en functies SCAN ( ) Niveau1 Optie1 Optie2 Optie3 Omschrijvingen Pagina naar file — — — U kunt een monochroom document of een document in kleur naar uw computer scannen. Zie 1. naar media (Wanneer een geheugenkaart of USBflashstation is geplaatst.) Kwaliteit — 150 16kl* U kunt de scanresolutie en het bestandsformaat voor uw document kiezen en een bestandsnaam voor uw document opgeven.
KOPIE ( ) Niveau1 Niveau2 Niveau3 Opties Omschrijvingen Pagina Kwaliteit — — Snel Hiermee kiest u de kopieerresolutie voor de volgende kopie. Zie 1. Normaal* Best Vergr./Verklein 100%* — — — Vergroten — 142% A5iA4 Hiermee kunt u het vergrotingspercentage voor de volgende kopie kiezen. 186% 10x15cmiLTR 198% 10x15cmiA4 Verkleinen — 47% A4i10x15cm 69% A4iA5 83% LGLiA4 Hiermee kunt u het verkleiningspercentage voor de volgende kopie kiezen.
Menu en functies Niveau1 Niveau2 Niveau3 Opties Omschrijvingen Pagina Stapel/Sorteer — — Stapel* U kunt ervoor kiezen om meerdere kopieën te laten stapelen of sorteren. Zie 1. Sorteer Pagina layout — — Uit(1 op 1)* 2 op 1 (P) U kunt N op 1- of posterkopieën maken. 2 op 1 (L) 4 op 1 (P) 4 op 1 (L) Poster(3 x 3) Boek kop. Watermerk kop. Aan — — Aan (voorb.) Scheefstandcorrectie — Schaduwcorrectie — Uit* — — Watermerk kop.
Kopieerinstellingen voor het watermerk Optie1 Optie2 Optie3 Optie4 Omschrijvingen Pagina Sjabloon Tekst — VERTROUWELIJK* Hiermee gebruikt u een sjabloon om tekst als watermerk in uw document te plaatsen. Zie 1. CONCEPT KOPIE Positie A B C D E* F G H I Patroon Formaat Klein Midden* Groot Hoek -90 -45* 0 45 90 Transparantie -2 -1 0* +1 +2 Kleur Rood Oranje Geel Blauw Groen Paars Zwart* Toepassen 1 — Zie de Uitgebreide gebruikershandleiding.
Menu en functies Optie1 Optie2 Optie3 Optie4 Omschrijvingen Pagina Media (Kies een afbeelding op de media) Positie A Hiermee kunt u een afbeelding (logo of tekst) op een verwisselbaar medium als watermerk in uw document plaatsen. Zie 1. B C D E* F G H I Patroon Formaat Klein Midden* Groot Hoek -90 -45* 0 45 90 Transparantie -2 -1 0* +1 +2 Scan (Geef het watermerkdocument op en druk op Start.
PHOTO CAPTURE ( ) Niveau1 Niveau2 Niveau3 Opties Omschrijvingen Pagina Foto’s kijken — — Zie de afdrukinstellingen in de volgende tabel. U kunt uw foto's vooraf bekijken op het LCDscherm. 47 Print index Type lay-out — 6 Images/Regel* U kunt een pagina met miniaturen afdrukken. Zie 1. 5 Images/Regel Papiersoort Normaal Papier* Inkjet papier Brother BP71 Brother BP61 Glossy anders Papierformaat A4* Letter Fotos afdrukken — — Foto-effecten Aut.
Menu en functies Afdrukinstellingen Optie1 Optie2 Optie3 Optie4 Omschrijvingen Pagina Printkwaliteit Normaal — — Zie 1. (Niet beschikbaar voor DPOF afdrukken.) Foto* Hiermee kunt u de afdrukkwaliteit kiezen. Papiersoort Normaal Papier — — Hiermee kunt u de papiersoort kiezen. (Als A4 of Letter is gekozen) — Hiermee kunt u het papieren afdrukformaat kiezen. — — Hiermee kunt u de helderheid instellen. — — Hiermee kunt u het contrast instellen.
Optie1 Optie2 Optie3 Kleur aanp. Aan Wit Balans (Niet beschikbaar wanneer Foto-effecten is gekozen.) Uit* Optie4 +2 Omschrijvingen Pagina Hiermee kunt u de tint van witte vlakken aanpassen. Zie 1. +1 -1 -2 Scherpte +2 +1 Hiermee kunt u het detail van de afbeelding verbeteren. -1 -2 Kleurdensiteit +2 +1 Hiermee kunt u de totale hoeveelheid kleur in de afbeelding aanpassen.
Menu en functies Snelkiezen ( ) Niveau1 Niveau2 Niveau3 Opties Omschrijvingen Pagina Zoeken — — Alfabet. volgorde U kunt namen opzoeken die u in het snelkiesgeheugen hebt opgeslagen. 37 Nummervolgorde Snelkies inst. — — — Hiermee slaat u snelkiesnummers op zodat u een nummer kunt kiezen door op slechts een paar toetsen (en Start) te drukken. 40 Groepen instellen — — — Hiermee stelt u groepsnummers in voor groepsverzenden. Zie 1. 1 Zie de Uitgebreide gebruikershandleiding.
Tekst invoeren C Tijdens het instellen van bepaalde menuselecties, zoals de stations-ID, moet u wellicht tekst in de machine invoeren. Op de meeste kiestoetsen staan drie of vier letters afgedrukt. Op de toetsen 0, # en l staan geen letters omdat deze toetsen voor speciale tekens worden gebruikt. Druk het aantal keer zoals aangegeven in de referentietabel op het juiste kiesnummer om het gewenste teken te openen.
D Specificaties D Algemeen D Printertype Inkjet Afdrukmethode Mono: Piëzo met 94 1 spuitmondje Kleur: Piëzo met 94 3 spuitmondjes Geheugencapaciteit 40 MB LCD (Liquid Crystal Display) TFT LCD-kleurenscherm 3,3 in (82,79 mm) breed Stroombron AC 220 tot 240V 50/60Hz Stroomverbruik 1 Kopieermodus: Circa 19,5 W 2 Stand-by: Circa 6 W Slaapstand: Circa 3,5 W Uit: Circa 0,5 W Afmetingen 375 mm 180 mm 390 mm 405 mm Gewicht 370 mm 460 mm 8 kg Geluidsemissie In bedrijf: LPAm = 5
Documentgrootte Breedte van ADF: 148 mm tot 215,9 mm Lengte van ADF: 148 mm tot 355,6 mm Breedte glasplaat: max. 215,9 mm Lengte glasplaat: max. 297 mm 1 Wanneer alle modi zijn aangesloten via USB. 2 Resolutie bij gebruik van de ADF: standaard, concept: ISO/IEC24712 afgedrukt patroon. 3 De geluidsemissie is afhankelijk van de afdrukomstandigheden.
Specificaties Afdrukmedia Papierinvoer D Papierlade Papiersoort: Normaal papier, inkjetpapier (gecoat papier), glanzend papier 1, transparanten 1 2 en enveloppen Papierformaat: A4, Legal, Executive, Letter, A5, A6, JIS B5, Enveloppen (commercial nr.10, DL, C5, Monarch, JE4), Foto 10 15 cm, Foto 2L (13 18 cm), Indexkaart en Briefkaart 3 Breedte: 98 mm - 215,9 mm Lengte: 148 mm - 355,6 mm Zie Gewicht, dikte en capaciteit van papier op pagina 21 voor meer informatie.
Faxen D Compatibiliteit ITU-T Super Groep 3 Modemsnelheid Automatische terugval 33.
Specificaties Kopiëren D Kleur/Monochroom Ja/Ja Breedte kopie Max. 210 mm Meerdere kopieën Sets van max. 99 pagina’s Vergroten/verkleinen 25% tot 400% (in stappen van 1%) Resolutie (Mono) Kan maximaal 1.200 1.200 dpi afdrukken (Kleur) Kan maximaal 600 1.
PhotoCapture Center™ D Compatibele media 1 Memory Stick™ (16 MB - 128 MB) Memory Stick PRO™ (256 MB - 16 GB) Memory Stick Duo™ (16 MB - 128 MB) Memory Stick PRO Duo™ (256 MB - 16 GB) Memory Stick Micro™ (M2™) met adapter SD (16 MB tot 2 GB) SDHC (4 GB tot 16 GB) microSD met adapter miniSD met adapter USB-flashstation 2 Resolutie Max. 1.200 2.400 dpi Bestandsextensie (Mediaformaat) DPOF (versie 1.0, versie 1.1), Exif DCF (tot versie 2.
Specificaties PictBridge Compatibiliteit D Ondersteunt de PictBridge-norm CIPA DC-001 van de Camera & Imaging Products Association. Ga naar http://www.cipa.jp/pictbridge voor meer informatie.
Scanner D Kleur/Monochroom Ja/Ja TWAIN-compatibel Ja (Windows® 2000 Professional/Windows® XP/ Windows® XP Professional x64 Edition/Windows Vista®/ Windows® 7) Mac OS X 10.4.11 - 10.5.x - 10.6.x 1 WIA-compatibel Ja (Windows® XP 2/Windows Vista®/Windows® 7) ICA-compatibel Ja (Mac OS X 10.6.x) Kleurintensiteit 36-bits kleurverwerking (invoer) 24-bits kleurverwerking (uitvoer) (Daadwerkelijke invoer: 30-bits kleur/Daadwerkelijke uitvoer: 24-bits kleur) Resolutie Max. 19.200 19.
Specificaties Printer D Resolutie Max. 1.200 6.000 dpi Afdrukbreedte 204 mm [210 mm (zonder rand) 1] 3 Zonder rand A4, Letter, A6, Foto 10 15 cm, Indexkaart 127 203 mm, Foto L 89 127 mm, Foto 2L 13 x 18 cm, Briefkaart 1 100 148 mm 2 1 Wanneer de optie Zonder rand op Aan is ingesteld. 2 Zie Type en formaat papier voor elke functie op pagina 20. 3 Als u afdrukt op papier van A4-formaat.
Interfaces D USB 1 2 Gebruik een USB 2.0-interfacekabel van maximaal 2 m. LAN-kabel 3 Ethernet UTP-kabel van categorie 5 of hoger. Draadloos LAN-netwerk IEEE 802.11b/g (Infrastructuur-/Ad-hocmodus) 1 Uw machine heeft een Hi-speed USB 2.0-interfacekabel. De machine kan ook worden aangesloten op een computer die beschikt over een USB 1.1-interface. 2 USB-poorten van andere merken worden niet ondersteund. 3 Zie de Netwerkhandleiding voor gedetailleerde netwerkspecificaties.
Specificaties Vereisten voor de computer D ONDERSTEUNDE BESTURINGSSYSTEMEN EN SOFTWAREFUNCTIES Ondersteunde Aanbevolen Hardeschijfruimte Minimale MinimumComputerplatform & Pc-interface pchoeveelheid voor installatie processorsnelheid RAM besturingssysteemversie softwarefuncties RAM Drivers Toepassingen ® ® ® 64 MB 256 MB 110 MB 340 MB Afdrukken, USB, Windows - Windows 2000 Intel 10/100 ® PC-Fax 4, besturings- Professional 5 Pentium II of Base-TX Scannen, gelijkwaardig systeem 1 ® 25 128 MB 110 MB 340 MB
Verbruiksartikelen Inkt De machine gebruikt aparte inktcartridges in Zwart, Cyaan, Magenta en Geel die geen onderdeel zijn van de printkopset. Gebruiksduur van inktcartridge De eerste keer dat u een set inktcartridges installeert, gebruikt de machine een hoeveelheid inkt om de inktleidingen te vullen voor afdrukken van hoge kwaliteit. Dit is een eenmalig proces. Nadat dit proces is uitgevoerd, gaan de cartridges die bij uw machine zijn geleverd, minder lang mee dan standaardcartridges (65%).
Specificaties Netwerk (LAN) D Opmerking Raadpleeg de Netwerkhandleiding voor een volledig overzicht van de netwerkspecificaties. LAN U kunt de machine op een netwerk aansluiten voor afdrukken en scannen via het netwerk, PC Fax verzenden, PC Fax ontvangen (alleen Windows®), foto's ophalen van het PhotoCapture Center™ en Remote Setup 1. De netwerkbeheersoftware Brother BRAdmin Light 2 wordt meegeleverd.
E Index A D Aangepaste telefoonfuncties op een enkele lijn .................................................73 Aansluiten extern antwoordapparaat ............... 33, 34 extern toestel ........................................35 Aansluiting op meerdere lijnen (PBX) ......34 ADF (automatische documentinvoer) ......22 Afdrukken afdrukgebied .........................................16 op klein papierformaat ..........................15 papier vastgelopen ................................67 problemen .........
Faxen of het faxjournaal overbrengen .....64 Faxen, vanaf de pc Zie de Softwarehandleiding. Fotopapierlade .........................................13 Foutmeldingen op LCD-scherm ...............58 Alleen BK afdr. ......................................59 Communicatiefout .................................59 Deksel is open ......................................60 Document nazien ..................................60 Geen patroon ........................................60 Geheugen vol ...........................
O Onderhoud, routine inktcartridges vervangen .......................52 Ontvangstmodus Alleen fax ..............................................27 Extern antwoordapparaat ......................27 Fax/Telefoon .........................................27 Handmatig .............................................27 Overzicht van het bedieningspaneel ..........4 P PaperPort™11SE met OCR Zie Softwarehandleiding. Raadpleeg ook het menu Help van de toepassing PaperPort™11SE. Papier ..................................
S E Scangebied ..............................................23 Scannen Zie de Softwarehandleiding. Serienummer achterhalen ......Zie binnenkant frontdeksel Snelkiesnummers gebruiken ..............................................37 instellen .................................................40 wijzigen .................................................41 T Tekst, invoeren ......................................100 speciale tekens ...................................100 Telefoonlijn aansluitingen .............
Bezoek ons op internet http://www.brother.com Deze machine is uitsluitend goedgekeurd voor gebruik in het land van aankoop. Plaatselijke Brother-bedrijven of hun dealers verlenen alleen service aan machines die in hun eigen land zijn aangekocht.