Quick Setup Guide
Table Of Contents
- Installatiehandleiding MFC-9440CN
- Inhoudsopgave
- Aan de slag
- Stap 1 De machine installeren
- 1 Verwijder het verpakkingsmateriaal van de machine
- 2 De tonercartridges installeren
- 3 Papier in de papierlade plaatsen
- 4 Het bedieningspaneel/deksel bevestigen.
- 5 Het netsnoer en telefoonsnoer aansluiten
- 6 Stel uw land in
- 7 Een taal kiezen
- 8 De datum en tijd instellen
- 9 Uw stations-ID instellen
- 10 Kiesmodus voor toon of puls (niet beschikbaar voor België)
- 11 Een ontvangstmodus kiezen
- 12 Type telefoonlijn instellen
- 13 Het contrast van het LCD- scherm instellen
- Stap 2 Het stuurprogramma en software installeren
- Voor netwerkgebruikers
- Verbruiksartikelen en opties
- brother DUT/BEL-DUT
Het stuurprogramma en software installeren
27
Macintosh
®
Macintosh
®
Netwerk
5 De Brother-software zoekt het Brother-
apparaat. Tijdens het zoeken, verschijnt het
volgende scherm.
Opmerking
• Als de machine is geconfigureerd voor uw
netwerk, selecteert u de machine in de lijst en klikt
u op OK. Als er slechts één machine op het
netwerk is aangesloten, wordt dit venster niet
weergegeven en wordt de desbetreffende machine
automatisch geselecteerd. Ga naar stap 6.
•Klik op OK wanneer dit scherm verschijnt.
Voer in het veld Display Naam een naam van
maximaal 15 tekens in voor uw Macintosh
®
en klik
op OK. Ga naar stap 6.
• Als u de knop Scan op de machine wilt gebruiken
om te scannen via het netwerk, moet u het
selectievakje
Registreer uw computer met de "Scannen naar"
-
functie op de machine inschakelen.
• De naam die u hier invoert, wordt weergegeven op
het LCD-scherm van de machine wanneer u op de
toets Scan drukt en een scanoptie kiest. (Zie
Netwerkscannen in de Softwarehandleiding op de
cd-rom.)
6 Klik op OK wanneer dit scherm verschijnt.
Bij gebruik van Mac OS
®
X 10.3.x of
recenter:
MFL-Pro Suite, de Brother-printerdriver
en -scannerdriver en Brother
ControlCenter2 zijn geïnstalleerd en de
installatie is nu voltooid.
Ga naar stap 11.
7 Bij gebruik van Mac OS
®
X 10.2.4 tot 10.2.8:
Klik op Voeg toe.
8 Bij gebruik van Mac OS
®
X 10.2.4 tot 10.2.8:
Kies de hieronder aangegeven optie.
9 Selecteer de modelnaam en klik dan op Voeg
toe.










