Quick Setup Guide

Table Of Contents
47
Voor netwerkgebruikers
Beheer via een webbrowser
De Brother-afdrukserver is uitgerust met een
webserver waarmee u de status van de afdrukserver
kunt controleren of bepaalde configuratie-instellingen
kunt wijzigen via HTTP (Hyper Text Transfer
Protocol).
a Open de browser.
b Typ http:// ip_adres_printer/ in de adresbalk
van uw browser (waarbij "ip_adres_printer" het
IP-adres of de naam van de afdrukserver is).
U kunt het IP-adres van de machine
terugvinden op de netwerkconfiguratielijst. Zie
Druk de netwerk- configuratielijst af. op
pagina 47.
Bijvoorbeeld http://192.168.1.2/
Druk de netwerk-
configuratielijst af.
U kunt de netwerkconfiguratielijst afdrukken om de
huidige netwerkinstellingen te bevestigen. U drukt de
netwerkconfiguratielijst op de volgende manier af:
a Zorg ervoor dat het voordeksel is gesloten en
dat de stekker in het stopcontact zit.
b Zet de machine aan en wacht tot de machine
gereed is.
c Druk op Menu, 6, 6.
d Druk op Start.
De machine drukt de huidige
netwerkinstellingen af.
Zet de netwerkinstellingen terug
naar de fabrieksinstellingen
Om alle netwerkinstellingen van de interne
afdruk/scanserver terug te zetten naar de
fabrieksinstellingen, gaat u als volgt te werk.
a Controleer of de machine niet in gebruik is en
koppel vervolgens alle kabels los van de
machine (met uitzondering van het netsnoer).
b Druk op Menu, 7, 0.
c Druk op 1 om Herstel te selecteren.
d Druk op 1 om Ja te selecteren.
e De machine start opnieuw op. Sluit de kabels
hierna opnieuw aan.
Opmerking
De gebruikersnaam is "admin" en het
standaardwachtwoord is "access". U kunt dit
wachtwoord via een webbrowser wijzigen.
We raden Microsoft
®
Internet Explorer 6.0
®
(of
recenter) of Firefox 1.0 (of recenter) aan voor
Windows
®
, en Safari 1.3 voor Macintosh
®
.
Zorg er bovendien voor dat JavaScript en
cookies altijd zijn ingeschakeld in de browser
die u gebruikt. Om een webbrowser te
gebruiken, hebt u het IP-adres van de
afdrukserver nodig. Het IP-adres van de
afdrukserver wordt weergegeven op de
netwerkconfiguratielijst.
Zie hoofdstuk 11 van de netwerkhandleiding.