MFC-580 GEBRUIKERSHANDLEIDING
DIT TOESTEL IS ONTWORPEN VOOR GEBRUIK MET EEN DUBBELDRAADS ANALOOG PSTN-SNOER, VOORZIEN VAN EEN PASSENDE CONNECTOR. INFORMATIE OVER GOEDKEURING Brother wijst erop dat dit product mogelijk niet goed functioneert in een ander land dan dat waarin het oorspronkelijk werd aangekocht, en biedt geen garantie indien dit product wordt gebruikt op openbare telecommunicatielijnen in een ander land.
ii
EC Conformiteitsverklaring onder de richtlijn R & TTE Producent Brother Industries, Ltd. 15-1, Naeshiro-cho, Mizuho-ku, Nagoya 467-8561, Japan Fabriek Brother Industries (Johor) Sdn. Bhd., IT Factory No.
Over deze handleiding Gefeliciteerd met de aanschaf van een Multifunctionele Centrale (MFC) van Brother. Dit apparaat is zo ontwikkeld, dat het eenvoudig te bedienen is. Op het LCD-scherm verschijnen prompts die u helpen bij het instellen en gebruiken van de diverse functies. Neemt u echter een paar minuten de tijd om deze handleiding te lezen, zodat u optimaal gebruik kunt maken van alle functies van het apparaat. Het apparaat is tevens voorzien van een Reports-toets.
Gebruikersvriendelijk programmeren We hebben in uw faxmachine een functie voor programmeren op het scherm ingebouwd. Programmeren op het scherm is uiterst eenvoudig en helpt u alle functies van dit apparaat optimaal te benutten. (Zie Over deze handleiding, pagina iv.) Tijdens het programmeren van uw faxmachine verschijnen op het LCD-scherm stap voor stap meldingen die u door de programmeringsprocedure leiden.
Inhoudsopgave Over deze handleiding Gebruikersvriendelijk programmeren Inhoudsopgave ................................................................................ vi VOORBEREIDING EN INGEBRUIKNEMING Voorbereiding en beknopte gebruiksaanwijzing Tips voor de Voorbereiding en Beknopte Gebruiksaanwijzing....... 3 Overzicht van het bedieningspaneel ................................................ 8 Programmeerstand & Functieselectietabel ....................................
GEAVANCEERD GEBRUIK Hoofdstuk 6 Geavanceerd verzenden Geavanceerd gebruik......................................................................33 Hoofdstuk 7 Geavanceerd ontvangen Werken met een extern of een tweede toestel ................................38 Hoofdstuk 8 Pollen Ontvang Pollen...............................................................................40 Verzend Pollen (Niet beschikbaar voor kleurenfax) ......................
Hoofdstuk 13 Het Brother Control Center voor Windows® gebruiken (alleen bij gebruik van Windows®) Brother Control Center .................................................................. 67 De scantoets gebruiken met een Windows-pc ............................... 68 Kenmerken van Brother Control Center ........................................ 70 Naar bestand scannen..................................................................... 73 Naar E-mail Scannen ..................................................
BELANGRIJKE INFORMATIE Hoofdstuk 18 Belangrijke veiligheidsinstructies Belangrijke veiligheidsinstructies ................................................133 BELANGRIJK-Voor uw veiligheid.............................................134 APPENDIX Hoofdstuk 19 Specificaties Faxspecificaties ............................................................................135 Printerspecificaties .......................................................................136 Samenstelling en publicatie...................
Eenvoudige stappen voor de voorbereiding en de ingebruikneming van de machine Volg deze eenvoudige stappen voor de voorbereiding en de ingebruikneming van de machine. Raadpleeg voordat u deze stappen uitvoert echter eerst de belangrijke veiligheidsinformatie (pagina 133), de tips bij de voorbereiding en de beknopte gebruiksaanwijzing (pagina 3). Raadpleeg NORMAAL GEBRUIK (pagina 16) en GEAVANCEERD GEBRUIK (pagina 33) voor nadere informatie.
■ De automatische documenteninvoer (ADF) kan maximaal 20 vel papier bevatten, die een voor een in de machine worden ingevoerd. Gebruik in de automatische documenteninvoer alleen normaal papier (75 g/m2). ■ Schud de stapel papier altijd goed los voor u hem in de documenteninvoer plaatst, en plaats de pagina’s zo in de automatische documenteninvoer, dat ze elkaar lichtjes overlappen. Ca.
5 Meerdere kopieën maken Plaats het document met de bedrukte zijde naar beneden in de automatische documenteninvoer. 2 Voer met behulp van de kiestoetsen in hoeveel kopieën u wilt maken (maximaal 99). Druk bijvoorbeeld op 3, 8 als u 38 kopieën wilt maken. 3 Druk op Mono Copy. VOORBEREIDING EN INGEBRUIKNEMING 1 Als u in kleur kopieert, is het niet mogelijk om meerdere exemplaren te kopiëren.
De inktcartridges plaatsen Als u inkt in uw ogen krijgt, was ze dan onmiddellijk uit met water en roep zonodig de hulp van een arts in. • • • Verwijder GEEN inktcartridges als ze niet vervangen hoeven te worden. Als u dit doet kan de hoeveelheid inkt verminderen en weet de machine niet hoeveel inkt er nog in de cartridge is. Schud de inktcartridges NIET. Als u dit doet kan de inkt weglopen als u de afdichtingstape verwijdert.
Opslag in geheugen Meerdere lijnen aansluiten (PABX) De meeste kantoren maken gebruik van een eigen telefooncentrale (Private Automatic Branch Exchange = automatische telefooncentrale of PBX). Het is echter verstandig om voor uw faxmachine een afzonderlijke lijn te gebruiken. De machine kan dan continu in de ontvangststand (ALLEEN FAX) blijven staan, zodat zij dag en nacht faxberichten kan ontvangen.
Aansluiting van een extern antwoordapparaat (ANTW.APP.) Volgorde van aansluiting Als u een extern antwoordapparaat aansluit op dezelfde lijn als de machine, worden alle gesprekken beantwoord door het antwoordapparaat. De machine “luistert” naar faxtonen. Als er faxtonen klinken, neemt de machine het gesprek over en wordt de fax ontvangen. Als er geen faxtonen klinken, laat de machine het gesprek over aan het antwoordapparaat en kan er op normale wijze een bericht worden ingesproken.
Uitgaand bericht van antwoordapparaat 1 2 VOORBEREIDING EN INGEBRUIKNEMING Timing is van essentieel belang wanneer u een uitgaand bericht opneemt. Het bericht bepaalt de wijze waarop de handmatige en automatische faxontvangst verloopt. U wordt aangeraden een bericht van niet meer dan 20 seconden te gebruiken. Neem eerst vijf seconden stilte op (dit geeft uw faxmachine de gelegenheid om eerst de kiestoon te horen, zodat de ontvangst sneller verloopt).
Overzicht van het bedieningspaneel 1 2 3 4 5 13 1 Scan to Met deze toets kunt u het volgende origineel in uw computer scannen en selecteren in welke toepassing het wordt ingelezen: een tekstverwerker, een grafische toepassing of een e-mailtoepassing. 2 Ink Gebruik deze toets om de printkoppen te reinigen en een inktcartridge te vervangen. 3 Kleurenkopieertoetsen: (alleen voor de volgende kopie) Options U kunt de kopieerinstellingen veranderen.
8 Navigatietoetsen: of Druk op deze toets om vooruit of achteruit door de menuopties te bladeren. U kunt deze toets tevens gebruiken om op alfabetische volgorde te bladeren door de namen die bij de nummers in het geheugen zijn opgeslagen. B Search/Speed Dial Hiermee kunt u opgeslagen nummers kiezen door op de toets # te drukken, en vervolgens met de kiestoetsen een tweecijferig nummer in te voeren. U kunt hiermee ook nummers opzoeken die in het kiesgeheugen zijn opgeslagen.
Programmeerstand & Functieselectietabel - Menu openen - Naar volgende menuniveau - Optie accepteren - Door huidige menuniveau bladeren - Terug naar vorige menuniveau - Verder naar volgende menuniveau - Menu afsluiten U opent de programmeerstand door te drukken op Menu/Set. Als u de programmeerstand hebt geopend, geeft het LCDKIES & SET scherm in eerste instantie het volgende weer: Druk op 1 voor het algemene instelmenu 1.STAND.INSTELL. —of— 2.FAX Druk op 2 voor het faxmenu 3.KOPIE —of— 4.
Om een menu te openen drukt u op Menu/Set. Hoofdmenu Submenu Menuopties Opties Omschrijving Pagina om te accepteren 1. STAND. INSTELL. 1. PAPIER SOORT NORMAAL INKJET GLOSSY (4-KLEUR/ 3-KLEUR) TRANSP. — 2. DATUM/TIJD 3. STATIONS ID 4. VOLUME — — Voer de datum en de tijd in. Deze gegevens komen op het LCDscherm en op de faxberichten te staan. — — Voer de naam en het faxnummer in die op elke faxpagina moeten worden afgedrukt. 1. BELVOLUME 2. WAARSCH. TOON 5. PBX — 8.
Om een menu te openen drukt u op Om een menu af te sluiten drukt u op Hoofdmenu Submenu Menu/Set. Stop/Exit. Opties Menuopties Omschrijving Pagina om te accepteren 2. FAX 1. ONTVANGST MENU 1. BEL VERTRAGING 2. ONTVANGSTMODUS Aantal keren dat de bel van de machine in de stand Fax/Tel of Fax overgaat voordat wordt opgenomen. 26 ALLEEN FAX FAX/TEL ANT:ANTWOORDAPP. HANDMATIG Kies de stand die het beste aan uw behoeften voldoet. 3.
Om een menu te openen drukt u op Hoofdmenu Submenu Stop/Exit. Menuopties Opties Omschrijving Pagina om te accepteren 2. FAX (vervolg) 2. VERZEND MENU (vervolg) 3. TIJDKLOK — 4. VERZAMELEN 3. KIESGEHEUGEN 33 Met deze functie verzendt u alle uitgestelde faxen tegelijkertijd in één transmissie naar hetzelfde faxnummer. 33 5. DIRECT VERZ. ALLEEN DEZE FAX UIT AAN Als het geheugen vol is, kunt u faxberichten direct (real time) verzenden. 24 6. VERZEND POLLEN STAND.
Om een menu te openen drukt u op Menu/Set. Stop/Exit. Om een menu af te sluiten drukt u op Hoofdmenu Submenu Menuopties Opties Omschrijving Pagina om te accepteren 2. FAX (vervolg) 5. AFSTAND OPTIES 1. FAX DOORZEND AAN UIT Hiermee stelt u de machine in op het naar een ander nummer doorsturen van faxen. 43 2. FAX OPSLAAN AAN UIT Inkomende faxen in het geheugen opslaan, zodat ze vanaf een ander toestel kunnen worden opgevraagd en naar een ander toestel kunnen worden doorgezonden.
Om een menu te openen drukt u op Menu/Set. Hoofdmenu Submenu Opties Menuopties Omschrijving Pagina om te accepteren 3. KOPIE 1. KWALITEIT — 2. KLEUREN AANP. 1. ROOD 2. GROEN 3. BLAUW 3. CONTRAST — NORM SNEL FIJN Hiermee stelt u de kwaliteit van de kopie af. R:– R:– R:– R:– R:– + + + + + Hiermee stelt u de hoeveelheid Rood in kopieën af. 52 G:– G:– G:– G:– G:– + + + + + Hiermee stelt u de hoeveelheid Groen in kopieën af.
1 Installatie Eerste instellingen Papiersoort instellen Voor de beste resultaten moet u dezelfde papiersoort selecteren die u gebruikt. 1 2 Druk op Menu/Set, 1, 1. Druk op of 1.PAPIER SOORT om NORMAAL, INKJET, GLOSSY of TRANSP. (TRANSPARANTEN) te selecteren, en druk vervolgens op Menu/Set. 3 Als u GLOSSY hebt gekozen, drukt u op of om GLOSSY:4-KLEUR of GLOSSY:3-KLEUR, en drukt u vervolgens op Menu/Set.
De stations-ID instellen 1 2 3 Druk op Menu/Set, 1, 3. 4 5 Druk op Menu/Set. Voer uw faxnummer in (maximaal 20 cijfers) en druk op Menu/Set. Raadpleeg het schema voor het invoeren van tekst en voer met de kiestoetsen uw naam in (maximaal 20 tekens). Als u een spatie wilt invoeren, drukt u tweemaal op . Druk op Stop/Exit. ■ Zie Tekst invoeren, pagina 142. ■ Als u geen faxnummer invoert, kan er ook geen verdere informatie worden ingevoerd.
Aangepaste instellingen Volume-instellingen Volume van bel U kunt selecteren hoe luid de bel van de machine overgaat. Het volume van de bel kan desgewenst zelfs worden uitgezet. 1 2 3 4 Druk op Menu/Set, 1, 4, 1. Druk op of om UIT, LAAG, of HOOG te selecteren. Druk op Menu/Set zodra de gewenste optie op het LCD-scherm staat. Druk op Stop/Exit. —of— U kunt het volume van de bel van de faxmachine instellen wanneer de machine inactief is. De bel kan desgewenst zelfs worden uitgeschakeld (UIT).
3 Druk op Stop/Exit. Zomertijd/wintertijd instellen Met deze functie zet u de klok snel een uur vooruit of een uur terug. 1 Druk op Menu/Set, 1, 6. Het LCD-scherm geeft het volgende weer. 2 Druk op of om zomertijd of wintertijd te selecteren, en druk op Menu/Set. 3 Druk op 1 om over te schakelen van wintertijd naar zomertijd, of andersom—of—Druk op 2 om af te sluiten zonder wijzigingen aan te brengen. IN ZOMERTIJD? 1.WIJZIG 2.
Nummers opslaan om snel te kiezen U kunt de machine op verschillende manieren laten snelkiezen: met snelkiesnummers en met groepen voor het groepsverzenden van faxberichten. (Zie Groepsverzenden (Niet beschikbaar voor kleurenfax), pagina 34.) De nummers die in het geheugen zijn opgeslagen gaan niet verloren als de stroom uitvalt. Snelkiesnummers opslaan U kunt snelkiesnummers opslaan, die dan met een druk op slechts vijf toetsen of met de zoekfunctie gekozen kunnen worden. Er zijn 40 snelkieslocaties.
2 Een fax verzenden Het scannen afstellen Contrast 1 2 3 4 5 Plaats het document met de bedrukte zijde naar beneden in de automatische documenteninvoer. 6 Voer een faxnummer in en druk op Mono Fax Start om een fax te versturen. Druk op Menu/Set, 2, 2, 1. Gebruik of om AUTO, LICHT of DONKER te selecteren. Druk op Menu/Set zodra de gewenste optie op het LCD-scherm staat. Druk op 2 als u klaar bent met instellen en ga naar stap 6—of—druk op 1 als u nog andere instellingen wilt maken.
Een nummer kiezen Snelkiezen 1 2 3 Plaats het document met de bedrukte zijde naar beneden in de automatische documenteninvoer. Druk op Search/Speed Dial, en vervolgens op # gevolgd door de tweecijferige code van het gewenste snelkiesnummer. Druk op Mono Fax Start. Telefoonindex U kunt zoeken naar namen die zijn opgeslagen in het geheugen voor snelkiesnummers. (Zie Snelkiesnummers opslaan, pagina 20.) 1 2 3 Plaats het document met de bedrukte zijde naar beneden in de automatische documenteninvoer.
Pauze Druk op Redial/Pause om een pauze in te voegen tussen de cijfers die worden gekozen. Als de machine is aangesloten op een centrale, moet u vóór de fax- en telefoonnummers wellicht een extra cijfer (bijv. “ 9” ) en een pauze invoegen om toegang te krijgen tot een buitenlijn. Als u op Redial/Pause drukt, verschijnt op het LCD-scherm een streepje “-” . Als u in een nummer een pauze opslaat, wordt in het betreffende nummer een pauze van 3.5 seconde ingevoegd.
Tweevoudige werking (niet beschikbaar voor kleurenfax) U kunt tot 50 berichten in het faxgeheugen scannen, zelfs terwijl de machine een andere fax ontvangt of vanuit het geheugen verzendt. Voor elke fax die u scant kunt u de instellingen tijdelijk wijzigen, behalve de instellingen voor de Tijdklok en voor het Pollen. Als u een melding GEHEUGEN VOL krijgt tijdens het scannen van de eerste pagina van een fax, drukt u op Stop/Exit om de handeling te annuleren.
3 Faxen ontvangen Ontvangststand: instellingen De ontvangststand selecteren Wanneer moet u deze stand gebruiken 1. ALLEEN FAX Gebruik deze functie als u alleen faxberichten wilt ontvangen (geen telefoontjes). De machine moet op een aparte lijn zijn aangesloten. De machine beantwoordt elk telefoontje automatisch alsof het een faxbericht betreft. U kunt geen normale telefoontjes ontvangen, maar u kunt wel opbellen. (Deze stand wordt aangeraden als uw faxmachine op een aparte lijn is aangesloten.) 2.
De ontvangststand kiezen en wijzigen 1 2 3 Druk op Menu/Set, 2, 1, 2. Druk op of om ALLEEN FAX, FAX/TEL, ANT:ANTWOORDAPP. of HANDMATIG te selecteren en druk vervolgens op Menu/Set. ALLEEN FAX Druk op Stop/Exit. Het LCD-scherm toont weer de datum en de tijd, samen met de nieuwe instelling voor de ontvangststand. ANT:ANTWOORDAPP.
Fax Waarnemen (met een extern of een tweede toestel) 1 2 3 Druk op Menu/Set, 2, 1, 4. Gebruik of om AAN (of UIT), te selecteren, en druk vervolgens op Menu/Set. Druk op Stop/Exit. Faxen ontvangen Een verkleinde afdruk van een inkomend document maken (Automatische verkleining) Als u AAN selecteert, zal de machine het inkomende document automatisch verkleinen tot het op een A4-vel past, ongeacht de grootte van het originele document. 1 Druk op Menu/Set, 2, 1, 6. Het LCD-scherm geeft het volgende weer.
Ontvangen in het geheugen (Niet beschikbaar voor het ontvangen van kleurenfaxen) Als het papier in de multifunctionele papierinvoer op raakt tijdens het ontvangen van een faxbericht, dan wordt op het LCD-scherm de melding “KIJK PAPIER NA” weergegeven en moet u meer papier in de multifunctionele papierinvoer plaatsen. (Zie pagina 2 van deze handleiding.) Als de GEH.ONTVANGST op AAN staat...
4 Gebruik als telefoon Telefoongesprekken voeren via een externe telefoon Als u een extern toestel op de machine aansluit, kunt u de normale kiestoetsen en de snelkiestoetsen van de machine gebruiken om een telefoonnummer te kiezen. NORMAAL GEBRUIK U kunt ook combinatienummers of de pauzefunctie gebruiken. (Zie Combinatienummers, pagina 22 en Pauze, pagina 23.) Met de hand kiezen Om een nummer met de hand te kiezen, toetst u gewoon het telefoonnummer in. 1 2 Neem de hoorn van de externe telefoon op.
Snelkiezen 1 2 Neem de hoorn van de externe telefoon op. 3 Als u wilt ophangen legt u de hoorn weer neer. Als u de kiestoon hoort, drukt u op Search/Speed Dial, gevolgd door # en de twee cijfers van het snelkiesnummer. (Zie Snelkiesnummers opslaan, pagina 20.) De stand Fax/Telefoon Wanneer u één lijn gebruikt voor uw telefoongesprekken en uw faxtransmissies, zal de faxmachine in de stand Fax/Tel (F/T) zelf kunnen waarnemen of het inkomende telefoontje een gesprek of een faxbericht is.
5 Rapporten afdrukken Het verzendrapport en het journaal instellen Het verzendrapport aanpassen Het verzendrapport bewijst dat een faxbericht verzonden is. In dit rapport staan de naam en het nummer van de ontvangende partij, de datum en de tijd waarop het faxbericht was verzonden, en of de transmissie foutloos is verlopen. Als deze functie UIT staat, wordt het rapport alleen automatisch afgedrukt als er een fout is opgetreden tijdens de transmissie.
De toets Rapport Er zijn zes rapporten beschikbaar. 1.HELP Een lijst van de belangrijkste handelingen en functies. 2.KIESLIJST Een lijst van namen en nummers die zijn opgeslagen in het geheugen voor snelkiesnummers. De nummers staan in numerieke volgorde in de lijst. 3.JOURNAAL In deze lijst staat informatie over de laatste 200 ontvangen en verzonden faxen. TX betekent verzonden; RX betekent ontvangen. 4.VERZENDRAPPORT Drukt een verzendrapport af van de laatste transmissie. 5.SYSTEEM INST.
6 Geavanceerd verzenden Geavanceerd gebruik Internationale gesprekken Soms kunnen er problemen optreden bij het verzenden van faxberichten naar het buitenland. Deze functie levert een oplossing voor dit probleem. De functie wordt automatisch afgesloten nadat het faxbericht is verzonden. 1 2 3 Plaats het document met de bedrukte zijde naar beneden in de automatische documenteninvoer. Druk op Menu/Set, 2, 2, 7.
Groepsverzenden (Niet beschikbaar voor kleurenfax) Een groepsverzending is het automatisch verzenden van één faxbericht naar meerdere faxnummers. Met gebruik van de toets Menu/Set kan een faxbericht worden gestuurd aan maximaal 40 snelkiesnummers en aan maximaal 50 handmatig ingevoerde nummers (dus maximaal 90 locaties, mits er geen locaties zijn gebruikt voor groepsnummers, toegangscodes of creditcard nummers).
Nummergroepen voor het groepsverzenden instellen Met nummergroepen kunt u een en hetzelfde faxbericht naar een groot aantal nummers sturen door op vijf toetsen te drukken (Search/Speed Dial, #, plus de tweecijferige locatie van het snelkiesnummer gevolgd door Mono Fax Start). Eerst, moet elk faxnummer als een snelkiesnummer worden opgeslagen. (Zie Snelkiesnummers opslaan, pagina 20.) Daarna, combineert u deze nummers in groepen. Elke nummergroep gebruikt een snelkieslocatie.
Beveiligd Geheugen Met deze functie kunt u voorkomen dat onbevoegden toegang krijgen tot uw faxmachine. Als deze functie is geactiveerd, zijn de meeste functies geblokkeerd. De volgende functies blijven echter wel beschikbaar. ■ Ontvangen van faxen ■ Beantwoorden en telefoongesprekken voeren met een externe telefoon ■ Uitgestelde verzendingen die reeds zijn geprogrammeerd* ■ Pollen* ■ Fax Doorzenden* ■ Opvragen Op Afstand * Mits ingesteld voordat Beveiligd Geheugen werd geactiveerd.
Het wachtwoord voor Beveiligd Geheugen wijzigen 1 2 3 Druk op Menu/Set, 2, 0, 1. 4 5 6 7 Voer het huidige wachtwoord in. of om WACHTWOORD te selecteren. Druk op Menu/Set. U wordt gevraagd het oude wachtwoord in te voeren. Druk op Menu/Set. HUIDIG W.W.:XXXX NIEUW W.W.:XXXX Voer een nieuw wachtwoord van vier cijfers in. Druk op Menu/Set. U wordt gevraagd het nieuwe wachtwoord nogmaals in te voeren. NOGMAALS:XXXX Voer het wachtwoord opnieuw in en druk op Menu/Set.
7 Geavanceerd ontvangen Werken met een extern of een tweede toestel Een extern toestel is een telefoon die op uw faxmachine is aangesloten (op de EXT-ingang van de faxmachine of op de stekker in het telefoonstopcontact). Een tweede toestel is een telefoon die op hetzelfde nummer is aangesloten als uw faxmachine, maar de stekker ervan is in een ander telefoonstopcontact gestoken.
De code voor het op afstand activeren inschakelen en de codes voor afstandsbediening wijzingen Het is mogelijk dat de codes voor het op afstand activeren en/of uitschakelen op bepaalde telefoonsystemen niet werken. De code voor het activeren is in de fabriek ingesteld op 5 1 en die voor het op afstand uitschakelen op # 5 1.
8 Pollen Pollen is het opvragen van faxberichten van een andere faxmachine. U kunt uw faxmachine gebruiken om andere machines te pollen, of u kunt de andere partij vragen uw faxmachine te pollen. Allereerst moeten beide partijen hun faxmachines zo instellen, dat er gepolld kan worden. De partij die uw faxmachine belt om documenten op te vragen, betaalt voor het telefoontje. Als u de faxmachine van derden belt om daar documenten op te vragen, betaalt u het telefoontje.
Uitgesteld Ontvang Pollen instellen U kunt uw machine zo instellen, dat zij op een later tijdstip gaat pollen. 1 2 3 4 Druk op Menu/Set, 2, 1, 8. 5 Druk op Menu/Set. U wordt gevraagd het faxnummer dat u wilt pollen in te voeren. 6 Voer het gewenste faxnummer in en druk op Mono Fax Start. De faxmachine begint op het door u gespecificeerde tijdstip met het pollen. Druk op of om TIJDKLOK te selecteren en druk op Menu/Set. U wordt gevraagd in te voeren om hoe laat de polling moet worden uitgevoerd.
Verzend Pollen (Niet beschikbaar voor kleurenfax) Verzend Pollen betekent dat uw faxmachine met een document in de invoer wacht totdat ze door een ander faxapparaat wordt gebeld om dit document op te vragen. Het document wordt opgeslagen en kan vanaf een andere faxmachine worden opgevraagd totdat u het met de functie voor het annuleren van een taak uit het geheugen wist. (Zie Een taak in de wachtrij controleren en annuleren, pagina 35.
9 Opties voor afstandsbediening (Niet beschikbaar voor kleurenfax) Fax Opslaan instellen Ontvangst in het geheugen (GEH.ONTVANGST) moet geactiveerd zijn (AAN) als u faxen in het geheugen wilt ontvangen. (Zie Ontvangen in het geheugen (Niet beschikbaar voor het ontvangen van kleurenfaxen), pagina 28.) Zet deze functie AAN als u wilt dat inkomende faxberichten in het geheugen worden opgeslagen. U kunt dan functies als Fax Doorzenden en Op Afstand Opvragen gebruiken.
U kunt uw machine ook vanaf een externe locatie bellen om deze functie te activeren, of om het nummer te wijzigen waarnaar faxen worden doorgestuurd. (Zie Het nummer wijzigen waarnaar faxberichten worden doorgestuurd, pagina 46.) De code voor toegang op afstand wijzigen Zodra de faxmachine opneemt, voert u uw code voor toegang op afstand in. U kunt uw machine dan op afstand bedienen. Deze code voor toegang op afstand is in de fabriek ingesteld op 1 5 9 , maar indien gewenst kunt u deze code wijzigen.
Afstandsbedieningsopdrachten U kunt uw faxmachine bedienen met behulp van onderstaande opdrachten voor afstandsbediening. Wanneer u uw faxmachine opbelt en de code voor toegang op afstand (1 5 9 ) invoert, hoort u twee korte piepjes om aan te geven dat u een opdracht moet invoeren.
Faxberichten opvragen 1 2 Kies het nummer van uw faxmachine. 3 4 Zodra u twee korte piepjes hoort, toetst u met de kiestoetsen 9 6 2 in. Voer na het piepje onmiddellijk uw code voor toegang op afstand in (de fabrieksinstelling is 1 5 9 ). Toets met de kiestoetsen het nummer in van de externe faxmachine waarnaar de faxberichten moeten worden afgedrukt (maximaal 20 tekens) en druk op # #. U kunt en # niet als kiesnummers gebruiken, maar u kunt # wel gebruiken om een pauze in een nummer in te lassen.
10 Kopiëren Basisbewerkingen Met het Multifunctionele Centrale kunt u kopieën en transparanten van hoge kwaliteit maken. Kopieën kunnen in zwart-wit of in full colour worden geproduceerd. Controleer voordat u gaat kopiëren dat er papier in de multifunctionele papierinvoer zit. Kopieertoetsen Het papier mag tijdens het kopiëren nooit uit de machine worden getrokken. Druk op Stop/Exit als u het kopiëren wilt annuleren. Druk nogmaals op Stop/Exit om het origineel uit te voeren.
Geheugen vol Als het geheugen tijdens het kopiëren vol raakt, verschijnt op het LCD-scherm de volgende melding: GEHEUGEN VOL Als het geheugen vol raakt tijdens het scannen van de eerste pagina die u wilt kopiëren, drukt u op Stop/Exit om de handeling te annuleren. Als het geheugen vol raakt tijdens het scannen van een van de volgende pagina’s van het document, kunt u op Mono Copy drukken om de reeds gescande pagina’s te kopiëren—of—drukt u op Stop/Exit om de handeling te annuleren.
De toets Kwaliteit gebruiken De toets Quality verandert de instellingen voor de kopieerkwaliteit (NORM, SNEL of FIJN) alleen voor de volgende fax. Druk op Quality en NORM Aanbevolen modus voor gewone afdrukken. Goede kopieerkwaliteit met adequate kopieersnelheid. SNEL Snelle kopieersnelheid en laagste inktverbruik. Gebruik SNEL om tijd te besparen (documenten voor proeflezen, grote documenten, of veel kopieën). FIJN Gebruik deze modus om precisiebeelden zoals foto’s te kopiëren.
Papiersoort De instelling van de papiersoort kan desgewenst voor alleen de volgende kopie worden gewijzigd. 1 2 3 4 5 Plaats het document met de bedrukte zijde naar beneden in de automatische documenteninvoer. Druk op Options. Druk op of om PAPIER SOORT te selecteren, en druk op Menu/Set. Druk op of om de papiersoort die u gebruikt te selecteren (NORMAAL, INKJET, GLOSSY of TRANSPARANTEN), en druk op Menu/Set. Als u GLOSSY hebt gekozen, drukt u op vervolgens op Menu/Set.
Speciale kopieeropties (niet beschikbaar voor kleurenkopieën) U kunt papier besparen door twee pagina’s op één vel te kopiëren. 1 2 3 Plaats het document met de bedrukte zijde naar beneden in de automatische documenteninvoer. Druk op Options en of om SPECIALE OPTIE te selecteren, en druk op Menu/Set. Druk op of om 2 IN 1 te selecteren, en druk op Menu/Set. Druk op Mono Copy—of—Druk op of als u verder nog instellingen wilt maken.
De standaardinstelling van kopiëren veranderen Druk op Menu/Set, 3 om de standaardinstellingen voor de kopieerstand te wijzigen. Deze instellingen blijven van kracht totdat u op Menu/Set drukt om ze weer te wijzigen. In onderstaand schema wordt geïllustreerd hoe u op een cijfer kunt drukken om kopieerinstellingen voor kwaliteit, kleur en contrast te wijzigen. Druk op of om door de opties voor de verschillende instellingen te bladeren. Druk op Menu/Set om een gekozen optie vast te leggen.
De helderheid van de kopie instellen U kunt het contrast van een kopie instellen. Met meer contrast kan een beeld er scherper en levendiger uitzien. Deze functie als uitsluitend beschikbaar voor kleurenkopiëren. 1 2 3 Druk op Menu/Set, 3, 3. Druk op om de kopie lichter te maken—of—Druk op om de kopie donkerder te maken. Druk op Menu/Set zodra op het LCD-scherm de optie uw instelling staat. Druk op Stop/Exit.
11 De machine als een printer gebruiken Functies Het Multifunctionele Centrale biedt u ongeveer dezelfde functies als een hoogwaardige inkjetprinter. Snelle printfuncties—Met de Bespaarstand kunt u tot 8 pagina’s per minuut in kleur afdrukken, en tot 10 pagina’s per minuut in zwart. Briljante hoogwaardige afdrukken—Afdrukken met een 2400 x 1200 dpi resolutie op glanzend papier garandeert afdrukken met de hoogste resolutie.
Multifunctionele papierinvoer De machine heeft een multifunctionele sheetfeeder (papierinvoer) waarmee normaal papier, inkjetpapier, glanzend papier, transparanten en enveloppen kunnen worden ingevoerd. Zodra de machine gegevens ontvangt van uw computer, wordt het afdrukken gestart door papier vanuit de multifunctionele papierinvoer in te voeren. 1 2 Selecteer de afdrukopdracht op uw pc. 3 4 Als het document meerdere pagina’s bevat, wordt automatisch de volgende pagina afgedrukt.
12 Instellingen van de printerdriver (alleen bij gebruik van Windows®) Brothers printerdriver voor de MFC-580 gebruiken De printerdriver is een stuurprogramma dat gegevens in het door de computer gebruikte formaat, omzet in een formaat dat door een bepaalde printer kan worden gebruikt; dit gebeurt met behulp van een printeropdrachttaal of een page description language (PDL). De printerdrivers staan op de meegeleverde cd-rom.
Papierformaat U kunt een groot aantal papierformaten selecteren, en zelfs afwijkende formaten opgeven, variërend van 3,5 x 5 inch tot 8,5 x 14 inch. Klik op het pictogram om het gewenste papierformaat te selecteren. Afdrukstand De optie Afdrukstand bepaalt in welke modus uw document wordt afgedrukt (Staand of Liggend). Kopiëren/Paginavolgorde Aantal Aantal geeft aan hoeveel exemplaren zullen worden afgedrukt.
Papier dikte Afhankelijk van de dikte van het papier dat u gebruikt, kunt u de kwaliteit van uw afdrukken verbeteren door de juiste dikte te kiezen. Deze instelling geeft de best mogelijke positionering van het papier voor afdrukken. Als u bijvoorbeeld op dun afdrukt, zou u Dun selecteren bij de optie Papier dikte om de beste papierverwerking en betere afdrukken voor dat soort papier te bereiken. Normaal Dun Dik Dikker Scaling Met de functie Scaling kunt u uw document 50% tot 200% verkleinen of vergroten.
Het tabblad Kwaliteit/Kleur In het tabblad Kwaliteit/Kleur maakt u de instellingen Kwaliteit, Papiersoorten type, Document type, Kleur/Mono, Printkop heen en weer en de stand Snelle concept mode. Al deze opties geven afdrukken van de beste kwaliteit voor uw document. Selecteer de knop Toepassen om uw gekozen instellingen toe te passen. Om terug te gaan naar de standaardinstellingen, klikt u op de knop Standaard, en vervolgens op de knop Toepassen.
Papiersoorten Om de beste afdrukresultaten te bereiken, dient het papier waarop wordt afgedrukt in de driver te worden geselecteerd. Afhankelijk van het gekozen papiersoort verandert de machine de manier waarop zij stippen plaatst.
Kleuren aanpassen U kunt de kleuraanpassingsmethode handmatig kiezen. Selecteer de beste methode voor uw document. ■ Op beeldscherm afstemmen Geschikt voor fotografische beelden. De kleur wordt aangepast, zodat u de kleur krijgt die het beste bij uw computerscherm past. ■ Heldere kleuren Geschikt voor zakelijke grafieken zoals diagrammen, grafieken, en tekst. De kleur wordt aangepast zodat u een levendigere kleur krijgt.
Kleurverbetering Als u bij kleurverbetering AAN selecteert, wordt de kleurverbeteringsfunctie geactiveerd. Deze functie analyseert uw beeld en verbetert de scherpte, wit-balans en kleurdichtheid. Dit kan enkele minuten duren, afhankelijk van de grootte van het beeld en de snelheid en hoeveelheid RAMgeheugen in uw computer. ■ Kleurverbetering AAN Past de kleur in het beeld aan, zodat een betere afdrukkwaliteit wordt verkregen. Het afdrukken duurt langer als de functie voor kleurverbetering is geactiveerd.
Printkop heen en weer Als u aangeeft dat de printkop tijdens het afdrukken heen en weer moet bewegen, wordt er sneller afgedrukt. Als deze optie niet is geselecteerd, beweegt de printkop tijdens het printen in slechts één richting en krijgt u een betere afdrukkwaliteit. Snelle conceptmode Als u alleen zwarte en cyaan inkt gebruikt, wordt er veel sneller afgedrukt dan in de conceptstand met één kleur.
Op de achtergrond Als Op de achtergrond is geselecteerd, wordt het watermerk achter de tekst of het beeld op uw document afgedrukt. Als deze optie niet is geselecteerd, wordt het watermerk over de tekst of het beeld op uw document afgedrukt. Stijl van watermerk U kunt de grootte van het watermerk en de Positie op de pagina wijzigen door het watermerk te selecteren en te klikken op de knop Bewerken.
Opties apparaat Geef bij de printerfunctie aan dat de datum en tijd moeten worden afgedrukt: Datum & tijd afdrukken Als u de optie Datum & tijd afdrukken hebt ingeschakeld, worden de datum en de tijd die uw computerklok aangeeft, automatisch op uw document afgedrukt. PRINTER/SCANNER Klik op de knop Instelling om de Datum van de Tijd, het Formaat en het Lettertype te wijzigen. Als u voor de datum en tijd ook een achtergrond wilt gebruiken, selecteert u Opmaak.
Het tabblad Ondersteuning Het tabblad Ondersteuning geeft informatie over de versie en instellingen van de driver. Verder staan hier ook links naar de website Brother Solution Center en driver-updates. Klik op het tabblad Ondersteuning om het volgende scherm weer te geven: Web-Update Web-Update controleert Brother’s website op nieuwe drivers, downloadt deze en zal de driver op uw computer automatisch updaten.
13 Het Brother Control Center voor Windows gebruiken ® (alleen bij gebruik van Windows®) Brother Control Center Het Brother Control Center is een softwaretoepassing die op het scherm van uw pc verschijnt wanneer u papier in de automatische documenteninvoer plaatst. Deze software geeft u met een paar muisklikken toegang tot de meest frequent gebruikte scantoepassingen. Als u het Control Center gebruikt, hoeft u bepaalde toepassingen niet handmatig te starten.
Het automatisch laden uitschakelen 1 2 Klik met de linkermuisknop op het pictogram Control Center 3 Klik op het selectievakje Popup automatisch laden om het vinkje weg te halen. en klik op Tonen. Als het hoofdscherm van het Control Center wordt weergegeven, klikt u met de linkermuisknop op de knop Configuratie Control Centre.
Scan naar Beeld U kunt een plaatje in een grafische toepassing scannen en dit vervolgens bewerken. 1 2 3 Plaats het document met de bedrukte zijde naar beneden in de automatische documenteninvoer. Druk op Scan to. Druk op of om SCAN NAAR BEELD te selecteren, en druk op Menu/Set. De machine zal het document nu scannen en het beeld in kleur naar uw grafische toepassing sturen.
Kenmerken van Brother Control Center Automatische configuratie Tijdens de installatie controleert het Control Center welke e-mailtoepassingen, tekstverwerkers en grafische toepassingen voor het bekijken en bewerken van beelden op uw systeem worden gebruikt. Als u normaal gesproken bijvoorbeeld Outlook gebruikt voor uw e-mail, zal het Control Center automatisch een koppeling en een scanknop voor Outlook creëren.
Kopiëren Kopiëren—Met deze functie kunt u via uw pc en een willekeurige Windows ®-printerdriver geavanceerde kopieerfuncties gebruiken. U kunt een pagina op een Brother MFC scannen en de kopieën afdrukken met gebruikmaking van een van de functies van de Brother MFC-printerdriver. Het is echter ook mogelijk om de kopie rechtstreeks naar een op de pc geïnstalleerde Windows ®printerdriver te sturen.
De scanner configureren In de toepassing Popup zijn acht verschillende scanmodi opgeslagen. Telkens wanneer u een document scant, moet u de beste scanmodus selecteren. U kunt kiezen uit: Faxen, archiveren en kopiëren Tekst voor OCR Foto’s Foto’s (hoge kwaliteit) Foto’s (snel scannen) Afwijkend Kladexemplaar Kwaliteitsexemplaar Elke modus heeft een eigen set opgeslagen instellingen.
Naar bestand scannen Scannerinstelling Selecteer in de lijst de scanmodus die het meest geschikt is voor het bestandstype. U kunt kiezen uit: Faxen, archiveren en kopiëren; Tekst voor OCR; Foto’s; Foto’s (hoge kwaliteit); Foto’s (snel scannen); Afwijkend; Kladexemplaar of Kwaliteitsexemplaar. Klik op de knop Instellingen aanpassen… als u een instelling wilt wijzigen.
Naar E-mail Scannen Scannerinstelling Selecteer in de lijst de scanmodus die het meest geschikt is voor het bestandstype. U kunt kiezen uit: Faxen, archiveren en kopiëren; Tekst voor OCR; Foto’s; Foto’s (hoge kwaliteit); Foto’s (snel scannen); Afwijkend; Kladexemplaar of Kwaliteitsexemplaar. Klik op de knop Instellingen aanpassen… als u een instelling wilt wijzigen. E-mailapplicatie E-mailapplicatie—Selecteer uw e-mailtoepassing in de lijst.
Bestandsbijlagen Bestanden niet converteren—Klik op dit selectievakje als u het bestandstype van bijlagen niet wilt wijzigen. De opties voor het converteren van bestanden zijn dan niet beschikbaar (in grijs weergegeven). Alleen MAX-bestanden converteren—Klik op dit selectievakje als u bijlagen alleen wilt converteren als het PaperPort-bestanden zijn. Alle bestanden converteren indien mogelijk—Klik op dit selectievakje als u het bestandstype van alle bijlagen wilt wijzigen.
Naar een tekstverwerker scannen Scannerinstelling Selecteer in de lijst de scanmodus die het meest geschikt is voor het bestandstype. U kunt kiezen uit: Faxen, archiveren en kopiëren; Tekst voor OCR; Foto’s; Foto’s (hoge kwaliteit); Foto’s (snel scannen); Afwijkend; Kladexemplaar of Kwaliteitsexemplaar. Klik op de knop Instellingen aanpassen… als u een instelling wilt wijzigen. Tekstverwerker Tekstverwerker—Selecteer in de lijst de tekstverwerker die u wilt gebruiken.
OCR-pakket—Selecteer in de keuzelijst TextBridge Classic OCR als u de OCR-toepassing wilt gebruiken die met de Brother MFC Software Suite werd geïnstalleerd. Klik op de knop OCR-instellingen… om te kiezen op welke wijze de OCR-toepassing de pagina’s leest die u in uw tekstverwerker scant. Het venster Voorkeuren wordt weergegeven: Selecteer een instelling en klik op OK. ◆ Auto-oriëntatie—Selecteer dit selectievakje als u wilt dat uw tekstverwerker de pagina leest zoals deze was opgesteld.
Kopiëren Scannerinstelling Selecteer in de lijst de scanmodus die het meest geschikt is voor het bestandstype. U kunt kiezen uit: Faxen, archiveren en kopiëren; Tekst voor OCR; Foto’s; Foto’s (hoge kwaliteit); Foto’s (snel scannen); Afwijkend; Kladexemplaar of Kwaliteitsexemplaar. Klik op de knop Instellingen aanpassen… als u een instelling wilt wijzigen. Kopieerinstellingen Aantal exemplaren—Geef aan hoeveel kopieën u wilt maken.
Fax verzenden Scannerinstelling Selecteer in de lijst de scanmodus die het meest geschikt is voor het bestandstype. U kunt kiezen uit: Faxen, archiveren en kopiëren; Tekst voor OCR; Foto’s; Foto’s (hoge kwaliteit); Foto’s (snel scannen); Afwijkend; Kladexemplaar of Kwaliteitsexemplaar. Klik op de knop Instellingen aanpassen… als u een instelling wilt wijzigen. FAX instellingen Brother PC-Fax Faxresolutie—Fijn (200 x 200) Klik op de knop FAX-opties… om de instellingen te wijzigen.
14 ScanSoft PaperPort voor Brother en ScanSoft TextBridge gebruiken ™ ® ™ ® ScanSoft™ Paper Port® voor Brother is een toepassing waarmee u documenten kunt beheren. U gebruikt PaperPort® om de gescande documenten te bekijken. PaperPort® heeft een geraffineerd maar gebruikersvriendelijk systeem voor het archiveren van documenten, zodat u ze gemakkelijk kunt ordenen. U kunt documenten met verschillende bestandsformaten combineren of ‘stapelen’, waarna u ze kunt afdrukken of archiveren.
Items in ScanSoft™ PaperPort® voor Brother bekijken In PaperPort® kunt u items op diverse manieren bekijken: Bureaublad-beeld toont een miniatuurweergave van elk item op een bureaublad of in een map. Items in de geselecteerde map worden weergegeven op het bureaublad van PaperPort®. Er worden PaperPort®-items (MAX-bestanden) weergegeven maar ook andere items (bestanden die in andere toepassingen zijn gemaakt).
Koppelingen naar andere toepassingen PaperPort® zal de meeste andere toepassingen op uw computer automatisch herkennen en daar een koppeling voor maken. Op de balk met koppelingen onder aan de Bureaublad-beeld staan pictogrammen van de toepassingen waarnaar een koppeling is gemaakt. Als u een koppeling wilt gebruiken, sleept u een item naar de koppeling in kwestie. De desbetreffende toepassing wordt dan opgestart.
Items in andere bestandsformaten exporteren U kunt PaperPort®-bestanden in diverse populaire bestandsformaten opslaan of exporteren. U kunt de volgende bestandsformaten exporteren: BMP, PCX, DCX, JPG, TIF, PDF, PNG, FPX, HFX en zichzelf uitpakkende bestanden. U kunt bijvoorbeeld een bestand voor een Internet website maken en dit als een JPEG-bestand exporteren. Websites gebruiken voor het weergeven van beelden vaak JPEG-bestanden.
De scanner selecteren Als u TWAIN_32 Brother MFL Pro kleur als uw scannerdriver wilt gebruiken, selecteert u deze onder “Bron selecteren”—of—“Select source” in uw software. Selecteer in het keuzemenu Bestand van het venster PaperPort® de optie Verkrijgen, of selecteer de knop TWAIN of Scan. Het dialoogvenster Scanner Setup wordt geopend: Een document in uw pc scannen 1 2 3 84 Plaats het document met de bedrukte zijde naar beneden in de automatische documenteninvoer.
Instellingen in het scannervenster Beeld ScanSoft™ PaperPort® voor Brother en ScanSoft™ TextBridge® gebruiken 85 PRINTER/SCANNER Resolutie Selecteer in de keuzelijst een resolutie waarmee moet worden gescand. Bij hogere resoluties wordt meer geheugen gebruikt en duurt het scannen langer, maar het beeld is met hoge resoluties duidelijker. ◆ 100 x 100 dpi ◆ 150 x 150 dpi ◆ 200 x 200 dpi ◆ 300 x 300 dpi ◆ 400 x 400 dpi ◆ 600 x 600 dpi ◆ 1200 x 1200 dpi (Zwartwit, Grijs (Foutdiffusie).
Afwijkend Afmetingen Selecteer voor Afmetingen een van de volgende instellingen: ◆ Letter (8 1/2 x 11 in.) ◆ A4 (210 x 297 mm.) ◆ Legal (8 1/2 x 14 in.) ◆ A5 (148 x 210 mm.) ◆ B5 (182 x 257 mm.) ◆ Executive (7 1/4 x 10 1/2 in.) ◆ Afmeting Visite kaartje (60 x 90 mm.
Een beeld snel scannen met de functie Vooraf Scannen Met de functie Vooraf Scannen kunt u een beeld snel met een lage resolutie scannen. In het scanvenster wordt een miniatuurweergave van het beeld getoond. Dit is slechts een voorbeeld dat u laat zien hoe het beeld eruit zal zien. Gebruik de knop Vooraf scannen om een voorbeeld te bekijken wanneer u ongewenste delen van een beeld wilt afknippen. Wanneer u tevreden bent met het getoonde voorbeeld, selecteert u de knop Starten om het beeld te scannen.
15 PC-FAX instellen en gebruiken (alleen bij gebruik van Windows®) Inleiding In dit hoofdstuk worden de belangrijkste functies van de Brother-software besproken, zodat u snel aan de slag kunt met de MFC Software Suite. Gedetailleerde instructies voor het installeren en instellen staan in het gedeelte met de handleidingen op de cd-rom die met deze Brother-machine wordt geleverd. De MFC Software Suite voor deze machine bevat ook ScanSoft ™ PaperPort® voor Brother en ScanSoft™ TextBridge®.
Toepassen Als u op deze knop klikt, worden de nieuwe instellingen aan de machine doorgegeven zonder dat de toepassing Setup op Afstand afgesloten. Afdrukken Met deze opdracht kunnen geselecteerde items op de machine worden afgedrukt. U kunt echter pas afdrukken nadat de nieuwe instellingen aan de machine zijn doorgegeven. Klik op Toepassen om de nieuwe gegevens naar de machine te uploaden en klik vervolgens op Afdrukken.
2 Voer de benodigde Gebruikersinformatie in. Deze informatie is vereist voor de koptekst van de fax en voor het voorblad. 3 Klik op OK om de Gebruikersinformatie op te slaan. Het verzenden instellen Klik in het dialoogvenster Brother PC-FAX Setup op het tabblad Verzenden om dit tabblad te openen. Buitenlijn toegang Voer het nummer in waarmee toegang wordt verkregen tot een buitenlijn. Dit nummer is soms nodig voor het lokale PBX-telefoonsysteem.
Gebruikersinterface Selecteer de gebruikersinterface in het tabblad Verzenden. U kunt kiezen tussen E-mailstijl en Faxstijl. E-mailstijl Faxstijl Snelkiesnummers instellen U opent het tabblad Snelkies door in het dialoogvenster Brother PC-FAX Setup te klikken op het tabblad Snelkies. (Als u deze functie wilt gebruiken, moet de gebruikersinterface Faxstijl zijn geselecteerd.) PRINTER/SCANNER Onder de tien snelkiestoetsen kunt u adressen of groepen opslaan.
Een snelkieslocatie wissen: 1 2 Klik op de snelkieslocatie die u wilt wissen. Klik op de knop Wissen. Het adresboek Selecteer in het Startmenu de optie Programma’s, Brother, MFC Software Suite, en klik vervolgens op Adresboek. Het dialoogvenster Brother Adresboek wordt geopend. Iemand in het adresboek opnemen In het dialoogvenster Brother Adresboek kunnen gegevens over afzonderlijke personen of groepen worden opgenomen, en kunnen bestaande gegevens worden bewerkt en/of gewist.
Een groep voor het groepsverzenden instellen Als u via de pc regelmatig een fax naar meerdere mensen verstuurt, kunt u hun gegevens in een groep opnemen. 1 Klik in het dialoogvenster Brother Adresboek op het pictogram om een groep te maken. Het dialoogvenster Brother Adresboek Groepen Setup wordt geopend. 2 3 Typ de naam van de nieuwe groep in het veld Groepsnaam. 4 Nadat u alle leden hebt geselecteerd, klikt u op OK.
Het adresboek exporteren U kunt het adresboek als een ASCII-tekstbestand (*.csv) exporteren. Als u wilt kunt u een Vcard maken voor bepaalde leden, die bij alle uitgaande post van de verzender zal worden bijgevoegd; een Vcard is een elektronisch visitekaartje waarop de contactinformatie van de verzender staat. Het huidige telefoonboek exporteren: Als u een Vcard maakt, moet u eerst een lid selecteren.
5 Typ de naam van het bestand en klik op Opslaan. Als u in Stap 1 een Vcard hebt geselecteerd, dan voert u bij Opslaan als type Visitekaartje in. In het adresboek importeren U kunt ASCII-tekstbestanden (*.csv) of Vcards in uw adresboek importeren. Een ASCII-tekstbestand importeren: Selecteer in uw adresboek Bestand, zet de muisaanwijzer op Importeren en klik op Tekst —of—klik op Visitekaartje en ga door naar stap 5.
5 Typ de naam van het bestand en klik op Openen. Als u in Stap 1 een tekstbestand hebt geselecteerd, dan voert u bij Bestandstypen Tekstbestanden. Een voorblad instellen U opent het dialoogvenster Brother PC-FAX Voorblad Setup vanuit het dialoogvenster FAX Verzenden door op te klikken. (Zie Gebruikersinterface, pagina 91.) Het dialoogvenster Brother PC-FAX Voorblad Setup wordt geopend: Aan U kunt in elk vak gegevens invoeren.
Formulier U kunt in elk vak gegevens invoeren. Opmerking Typ de opmerking die op het voorblad moet worden afgedrukt. Selecteer Voorblad Selecteer het gewenste voorbladtype. Importeer BMP-bestand U kunt een bitmap-bestand invoegen, zoals uw bedrijfslogo, dat op het voorblad wordt afgedrukt. Selecteer het BMP-bestand met behulp van de knop Bladeren.. en selecteer de gewenste uitlijning. Voorblad meetellen Als dit vakje is geselecteerd, wordt het voorblad in de paginanummering opgenomen.
4 Typ in het veld Aan: het faxnummer van de geadresseerde. U kunt de faxnummers ook in het adresboek selecteren door te klikken op de knop Aan:. Als u een vergissing maakt, klikt u op de knop Verwijderen om alle gegevens te wissen. 5 Als u een voorblad met een opmerking wilt verzenden, selecteert u het vak Voorblad Aan. U kunt echter ook op klikken om een voorblad te maken of om een bestaand voorblad te bewerken. 6 7 Klik op het pictogram als de fax klaar is voor verzending.
4 Voer een telefoonnummer in. U kunt dit op verschillende manieren doen: A. Voer het nummer met de kiestoetsen in. B. Klik op een van de 10 Snelkies toetsen. C. Klik op de knop Adresboek en selecteer een naam of een groep in het adresboek. Als u een vergissing maakt, klikt u op de knop Wissen om alle gegevens te wissen. 5 Als u een voorblad wilt verzenden, klikt u op de knop Voorblad Aan. U kunt ook op het pictogram klikken om een voorblad te maken of om een bestaand voorblad te bewerken.
16 De Brother MFC gebruiken met een New Power Macintosh G3, G4 of iMac /iBook ® ™ Een Apple® Macintosh® G3, G4 of iMac™ met USB en Mac OS 8.5/8.5.1/8.6/9.0/9.0.4/9.1 instellen Voor aansluiting op een Macintosh® hebt u een USB-kabel nodig die niet langer is dan 1,8 meter. Uw USB Apple® Macintosh® werkt alleen met deze machine als het Mac OS 8.5/8.5.1/8.6/9.0/9.0.4/9.1 is geïnstalleerd. (De Brother scannerdriver werkt alleen met Mac OS 8.6/9.0/9.0.4/9.1.
Om het document af te drukken: 3 Klik in uw Macintosh-toepassing op het menu Bestand en selecteer Pagina instellen. Wijzig de instellingen voor Papierformaat, Papier dikte, Papiertoevoer, Oriëntatie en Scaling en klik op OK. 4 Klik in uw toepassing op het menu Bestand en selecteer Print. Klik op Print om af te drukken.
Faxen via de Macintosh Als u rechtstreeks vanaf uw Macintosh een fax wilt verzenden, gaat u als volgt te werk: 1 2 Maak een document in een van de Macintosh-toepassingen. Selecteer in het menu Print de optie Bestand om de fax te verzenden Het dialoogvenster Printer wordt geopend. Als Printer is geselecteerd, staat op de bovenste knop Print en is de knop Adres niet beschikbaar (in grijs weergegeven). 3 Selecteer in het menu Uitvoer pull-down de optie Fax.
4 Klik op Verzenden. Het dialoogvenster Fax verzenden wordt geopend. In het dialoogvenster Fax verzenden staan twee vakken. In het linkervak Opgeslagen Faxnummers staan alle reeds opgeslagen faxnummers; in het rechtervak Bestemming Faxnummers worden de faxnummers die u selecteert weergegeven. 5 Adresseer de fax door het faxnummer in het vak Invoer Faxnummer te typen. —of— Selecteer een naam/nummer in het vak Opgeslagen Faxnummers en klik op >>.
Het adresboek instellen U kunt nieuwe namen en groepen aan het adresboek toevoegen, zelfs op het moment dat u de fax adresseert. Een nieuwe naam toevoegen 1 Als u een nieuwe naam aan het adresboek wilt toevoegen, klikt u in het dialoogvenster Fax op Adres. Het dialoogvenster Adresboek wordt geopend. 2 Klik op Nieuw. Het volgende dialoogvenster wordt geopend. 3 4 5 Voer de naam en het faxnummer in. In het veld Memo kunt u desgewenst een opmerking invoeren (maximaal 15 tekens).
Een nieuwe groep toevoegen U kunt een groep van diverse personen opstellen. 1 Klik op Groep. Het dialoogvenster Groepsinstelling wordt geopend. 2 3 Typ in het veld Groepsnaam een naam voor de groep. 4 Klik op OK. Het dialoogvenster Adresboek verschijnt weer. Selecteer in het vak Opgeslagen Faxnummers de nummers die aan de groep moeten worden toegevoegd en klik op >>. De gekozen nummers worden weergegeven in het vak onder het veld Groepsnaam.
5 Klik op OK. Het dialoogvenster Print/Fax verschijnt weer. 6 Klik op Verzenden als u de fax nu wilt verzenden (Volg de stappen op pagina 102 voor het verzenden van een fax.) De Brother TWAIN-scannerdriver gebruiken met uw Apple® Macintosh® De Brother MFC Software Suite bevat ook een TWAIN-scannerdriver voor Macintosh ®. De Macintosh® TWAIN-scannerdriver kan worden gebruikt met programma’s die TWAIN ondersteunen. De scanner selecteren Start uw Macintosh TWAIN-compliant toepassing.
Een document scannen naar uw Macintosh G3, G4 of iMac 1 2 Plaats het document met de bedrukte zijde naar beneden in de automatische documenteninvoer. Kies zo nodig de juiste instellingen in het dialoogvenster met scannerinstellingen: Resolutie Type scan Helderheid Contrast Te scannen gedeelte 3 Klik op Starten. Nadat het scannen is voltooid, wordt het beeld in uw grafische toepassing weergegeven. Instellingen in het scannervenster Beeld Resolutie Kies de scanresolutie in het Popup menu Resolutie.
Kleuren: Kies 8bit kleur waarmee maximaal 256 kleuren worden gescand, of kies 24bit kleur waarmee maximaal 16.8 miljoen kleuren worden gescand. Hoewel 24bit kleur een beeld met de meest nauwkeurige kleurreproductie oplevert, zal het beeldbestand dat met deze optie wordt gemaakt ongeveer drie keer zo groot zijn als het bestand dat met de optie 8bit kleur wordt gemaakt.
Beeld aanpassen Helderheid Regel de instellingen voor helderheid tot u het beste resultaat krijgt. De Brother TWAINscannerdriver biedt 100 instellingsmogelijkheden voor de helderheid (-50 tot 50). De standaard ingestelde waarde is 0, wat als een “gemiddelde” instelling wordt beschouwd. U kunt de helderheid instellen door de knop naar rechts te slepen voor een lichter beeld, of naar links voor een donkerder beeld. U kunt ook een waarde typen in het invoerveld en vervolgens op OK klikken.
Verzadigingsovereenkomst Matching—De relatieve verzadiging van kleuren wordt van gamma tot gamma behouden. De kleuren worden in feite naar de rand van het gamma verplaatst, zodat een zo verzadigd mogelijke kleur wordt verkregen. Deze beeldconversie geeft de sterkste kleuren en is de beste keuze voor staafdiagrammen en cirkeldiagrammen, waarin de eigenlijke kleur die wordt weergegeven minder belangrijk is dan de helderheid ervan.
Een beeld snel scannen met de functie Vooraf Scannen Met de functie Vooraf Scannen kunt u een beeld snel en met een lage resolutie scannen. In het scanvenster wordt een miniatuurweergave van het beeld getoond. Dit is slechts een voorbeeld dat u laat zien hoe het beeld in het te scannen gedeelte eruit zal zien. Gebruik de knop Vooraf scannen om een voorbeeld te bekijken wanneer u ongewenste delen van een beeld wilt afknippen.
17 Problemen oplossen en Onderhoud Foutmeldingen Het kan gebeuren dat u problemen krijgt met uw faxmachine of met uw telefoonlijn. In dergelijke gevallen kan de machine het probleem doorgaans zelf identificeren en wordt een foutmelding getoond. Onderstaande lijst geeft in alfabetische volgorde een overzicht van de meest voorkomende foutmeldingen. FOUTMELDING COMMUN.FOUT OORZAAK Er is een communicatiefout opgetreden doordat de telefoonverbinding slecht is. ACTIE Probeer opnieuw te bellen.
FOUTMELDING PAPIER VAST OORZAAK ACTIE Het papier is vastgelopen in de machine. Zie Printer vastgelopen of papier vastgelopen, pagina 115. PAPIERMAAT FOUT Uw papier is kleiner dan A4-papier. Breng nieuw A4-papier aan en (De machine kan geen faxberichten, druk dan op Mono Fax Start. helplijsten of andere faxrapporten afdrukken als het papier niet van een A4- formaat is). TEMPERATUUR HOOG De printkop heeft een te hoge temperatuur waargenomen. Gebruik de machine in de koele kamer of koel de kamer af.
Document en papier vastgelopen Volg de instructies die betrekking hebben op de plaats waar het originele document of het afgedrukte vel is vastgelopen en verwijder het papier. Document vastgelopen Het document is niet goed in de machine geplaatst of ingevoerd, of het was te lang. 1 Haal het papier dat niet is vastgelopen uit de automatische documenteninvoer. 2 Trek het document voorzichtig naar voren uit de machine. 3 Druk op Stop/Exit.
Printer vastgelopen of papier vastgelopen Verwijder het vastgelopen papier uit de plaats waar het in de machine is vastgelopen. Papier is vastgelopen in de multifunctionele papierinvoer. 1 Verwijder papier dat niet is vastgelopen uit de multifunctionele papierinvoer. 2 Trek het vastgelopen papier naar boven uit de machine. Multifunctionele papierinvoer Kan het papier niet gemakkelijk worden verwijderd, probeert u het dan uit de machine te trekken terwijl u de vrijgavehendel indrukt.
Papier is binnen in de machine vastgelopen. 1 Til het deksel van het bedieningspaneel naar u toe om het te openen, en til de bovenklep naar achteren. 2 Verwijder het vastgelopen papier. Als het papier onder de inktkoppen vastzit, moet u de stekker van de machine uit het stopcontact halen en de printkop verwijderen, zodat u het vastgelopen papier uit de machine kunt halen. 3 Sluit het deksel van het bedieningspaneel en de bovenklep. Papier is voor in de machine vastgelopen.
Papier is achter in de machine vastgelopen. Als het papier scheurt, kunnen er stukjes papier achter in de machine achterblijven. 1 Verwijder papier dat niet is vastgelopen uit de multifunctionele papierinvoer. 2 3 Maak de achterklep open. 4 Trek met gebruik van een pincet de afgescheurde stukjes papier weg. 5 Sluit de achterklep. Papiergeleider Schuif de papiergeleider zo ver mogelijk open om het vastgelopen papier te verwijderen.
Problemen met de werking van de machine Als u denkt dat de machine niet goed functioneert, moet u eerst een paar kopieën maken. Als de kopie er goed uitziet, heeft het probleem waarschijnlijk niet met de machine te maken. Controleer onderstaande tabel en volg de instructies die worden gegeven. Mocht u verder nog problemen hebben kijkt u dan op: http://solutions.brother.
PROBLEEM SUGGESTIE Verticale zwarte lijnen bij ontvangst. De scanner van de verzender kan vuil zijn. Vraag de verzender om een kopie te maken om te zien of het probleem bij de verzendende machine ligt. Probeer een fax van een andere faxmachine te ontvangen. Als het probleem niet verdwijnt, bel dan Brother of uw leverancier en maak een afspraak voor een servicebeurt. Kleurenfaxen worden alleen in zwart-wit ontvangen.
PROBLEEM Op het verzendrapport staat “Result:NG”. SUGGESTIE Er is waarschijnlijk een tijdelijke storing of ruis op de lijn. Probeer het faxbericht nogmaals te verzenden. Als u een fax via PC-FAX verzendt en op het verzendrapport “Result:NG” wordt afgedrukt, is er waarschijnlijk niet voldoende geheugen beschikbaar in de machine.
PROBLEEM SUGGESTIE Problemen met verzenden, kopiëren of scannen Er verschijnt een verticale Reinig de platte witte drukstang de glazen strip onder deze stang zwarte of witte streep tijdens met schoonmaakalcohol en een pluisvrije doek. (Zie De scanner het verzenden, kopiëren of reinigen, pagina 129.) scannen. Problemen met Scannen Tijdens het scannen treden er Zorg dat Brother’s TWAIN-driver als primaire bron is geselecteerd. TWAIN-fouten op.
PROBLEEM Het foutbericht “Kan niet naar LPT1 schrijven” of “LPT1 reeds in gebruik” verschijnt. Het foutbericht “MFC is bezig” of “MFC Connect Failure” verschijnt. 122 Hoofdstuk 17 SUGGESTIE 1. Zorg dat de machine aanstaat (met de stekker in het stopcontact) en dat hij met de IEEE-1284 bi-directionele parallelle kabel rechtstreeks op de computer is aangesloten. De kabel mag niet via andere randapparatuur (zoals een zip drive, extern cd-romstation of omschakelapparaat) zijn aangesloten. 2.
Afdrukkwaliteit verbeteren Om een goede kwaliteit te handhaven, zal de machine de printkoppen zo af en toe reinigen. U kunt echter ook op Ink drukken om het reinigingsproces handmatig te starten. De printkoppen reinigen Als er een horizontale lijn in tekst of afbeeldingen staat, moeten de printkoppen worden gereinigd. Er zijn twee printkoppen, die elk twee cartridges bevatten. Met de toets Ink kunt u zwart en cyaan reinigen, of geel en magenta, of alle vier de kleuren.
STAP A: Controle gekleurde blokken Op het LCD-scherm verschijnt de volgende melding: IS STAP “A” OK? 1.JA 2.NEE Controleer de kwaliteit van de vier kleurenblokken op de testpagina. (ZWART/CYAAN/GEEL/MAGENTA). Als de kwaliteit voor alle kleuren goed is, drukt u op 1 (JA) om verder te gaan naar STAP B––of––Als er in sommige kleurenblokken witte horizontale lijnen verschijnen zoals hieronder, drukt u op 2 (NEE). OK Slecht U wordt gevraagd of de afdrukkwaliteit voor elke kleur goed is. ZWART OK? 1.JA 2.
Voorbeeld in orde } } NIET selecteren Druk voor 600 DPI op het nummer van de testafdruk dat het beste overeenkomt met het voorbeeld van nummer 0 (1-8). Druk voor 1200 DPI, op het nummer van de testafdruk dat het beste overeenkomt met het voorbeeld van nummer 0 (1-8). 4 Herhaal Stap 1 en 2 (in Afdrukkwaliteit controleren) om nog een testpagina af te drukken en controleer deze. 5 Druk op Stop/Exit. 600 DPI 1200 DPI 600DPI AANPASSEN SELECTEER BESTE# 1200DPI AANP.
Wanneer de spuitmondjes van de inktkop zijn verstopt, dan ziet het afdrukvoorbeeld er zo uit. Nadat de spuitmondjes van de inktkop zijn gereinigd, zijn de horizontale lijnen verdwenen. Raak de printkoppen NIET aan. Als u een printkop aanraakt kan hij zwaar worden beschadigd en kan de garantie vervallen. De machine inpakken en vervoeren Als u de machine gaat vervoeren, moet u de machine in het oorspronkelijke verpakkingsmateriaal inpakken. Als u de machine niet goed inpakt, kan de garantie vervallen.
2 Breng de gele beschermstang aan en sluit de bovenklep en het deksel van het bedieningspaneel. U hoort een klik als deze onderdelen goed zijn gesloten. Gele beschermstang 3 4 5 6 Haal de stekker van het telefoonsnoer van de machine uit het telefooncontact. 7 Verpak de machine in de plastic zak. 8 Plaats de machine in het oorspronkelijke verpakkingsmateriaal in de doos waarin ze geleverd werd. Haal de stekker van het netsnoer van de machine uit het stopcontact.
9 Stop de rest van de onderdelen (snoeren en kabels en drukwerk) in de doos. De inktcartridges mogen echter niet in de doos worden verpakt. 10 Sluit de doos.
Regelmatig onderhoud De scanner reinigen Haal de stekker van de machine uit het stopcontact, maak het deksel van het bedieningspaneel open en til de bovenklep op. Reinig de platte drukstang en de glazen strip onder deze stang met schoonmaakalcohol en een pluisvrije doek. De drukplaat van de machine reinigen • • 1 Wees voorzichtig dat u de wieltjes van de papierdoorvoer, de platte kabel en de coderingstrip niet aanraakt.
De inktcartridges vervangen De machine is voorzien van een optische sensor die het inktpeil in elke cartridge automatisch bewaakt. Als deze sensor waarneemt dat een inktcartridge bijna leeg is, verschijnt er een waarschuwingsmelding op het LCD-scherm van de machine. Het LCD-scherm laat zien welke cartridges bijna leeg of geheel leeg zijn. Volg de aanwijzingen op het LCD-scherm, zodat u de cartridges in de juiste volgorde vervangt.
Openmaken Tape niet naar u toe trekken! Verwijder de tape voorzichtig om te voorkomen dat inkt wordt gemorst en uw handen en kleding vuil worden. 7 Elke kleur heeft zijn eigen juiste positie. Plaats elke nieuwe inktcartridge in de houder, en druk op het deksel van de inktcartridge tot deze op zijn plaats klikt. 8 Nadat de nieuwe inktcartridges zijn geplaatst, sluit u de bovenklep en het deksel van het bedieningspaneel. De machine bereidt zich voor op het reinigen van de printkoppen en gaat online.
• • • Verwijder GEEN inktcartridges als deze niet vervangen hoeven te worden. Als u dit toch doet kan dit de hoeveelheid inkt verminderen en weet de printer niet hoeveel inkt er nog in de cartridge is. Schud de inktcartridges NIET, want hierdoor kan er inkt gemorst worden wanneer u de afdichtingstape verwijdert. De inktcartridges mogen NIET opnieuw worden gevuld.
18 Belangrijke veiligheidsinstructies Belangrijke veiligheidsinstructies 1 2 Volg alle waarschuwingen en instructies die op het apparaat worden aangegeven. 3 Zet het apparaat niet op een onstabiel oppervlak, stelling of tafel. Het apparaat kan vallen waardoor het ernstige beschadiging kan oplopen.
13 In de volgende omstandigheden moet u de stekker van het apparaat uit het stopcontact halen en de hulp inroepen van een erkende servicemonteur: ◆ Wanneer het netsnoer of de stekker is gerafeld of beschadigd. ◆ Wanneer er vloeistof over het apparaat is geknoeid. ◆ Wanneer het apparaat in de regen of in water heeft gestaan. ◆ Wanneer het apparaat niet normaal werkt en de gebruiksaanwijzing is gevolgd.
19 Specificaties Faxspecificaties APPENDIX Compatibiliteit ITU-T Group 3 Coderingssysteem MH/MR/MMR/JPEG Snelheid van modem 14400/12000/9600/7200/4800/2400; Automatische terugval Breedte gebruikte documenten 90 mm tot 216 mm Lengte gebruikte documenten 127 mm tot 356 mm Breedte scannen 8.2 inch (208 mm) Breedte afdrukken 8 inch (203.2 mm) Automatische documenteninvoer (ADF) max.
Printerspecificaties Afdrukken Afdrukmethode Piëzo met 75 x 4 spuitmondjes Resolutie Zwart-Wit/Kleuren printen: 2400 x 1200 dots per inch (DPI), 1200 x 1200 dots per inch (DPI), 600 x 600 dots per inch (DPI), 600 x 300 dots per inch (DPI), 600 x 150 dots per inch (DPI) Afdruksnelheid tot 10 pagina’s/minuut (Mono) tot 8 pagina’s/minuut (Kleur) Breedte van afdruk 203.
Papier Papierinvoer Zie Papierspecificaties voor multifunctionele papierinvoer, pagina 140. ■ Maximale invoercapaciteit: Ongeveer 100 vel 75 g/m2 normaal papier. Documentopvang Ongeveer 50 vel normaal papier (Het papier komt met de bedrukte zijde naar boven in de papierlade terecht) Het wordt aanbevolen dat de afgedrukte pagina’s onmiddellijk na het afdrukken uit de papierlade worden genomen.
Samenstelling en publicatie Deze handleiding is samengesteld en gepubliceerd onder supervisie van Brother Industries, Ltd. De nieuwste productgegevens en specificaties zijn in deze handleiding verwerkt. De inhoud van deze handleiding en de specificaties van het product kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. Brother behoudt zich het recht voor om de specificaties en de inhoud van deze handleiding zonder voorafgaande kennisgeving te wijzigen.
Accessoires en onderdelen bestellen Beschrijving Item Inktcartridge LC600BK Inktcartridge (blauw) LC600C Inktcartridge (rood) LC600M Inktcartridge LC600Y Papier De kwaliteit van uw document kan worden beïnvloed door het papier dat u in de machine gebruikt. U kunt normaal papier gebruiken, of inkjetpapier (gecoat papier), glanzend papier, transparanten en enveloppen. Wij raden u aan het papier te testen alvorens u grote hoeveelheden aanschaft.
Papierspecificaties Als de machine als printer wordt gebruikt, kan zij papier met de volgende specificaties verwerken: Bedenk echter dat u faxberichten alleen op losse vellen A4-papier kunt ontvangen Papiercapaciteit van multifunctionele papierinvoer Soort papier Papierformaat Capaciteit papierinvoer Normaal papier (Losse vellen) A4, Letter, Executive 100 vel van 75 g/m2 Legal 100 vel van 75 g/m2 Inkjetpapier A4, Letter 20 vel Glanzend papier* A4, Letter 20 Transparanten A4, Letter 10 Enve
Afdrukgebied Losse vellen C Enveloppen C D D A A B niet bedrukbaar gedeelte Papiersoort Papierformaat B A B 3 mm 11 mm C D Fax Losse vellen A4 Mono Kopie Kleurenkopie 3.4 mm 3.4 mm Printer Executive Enveloppen Printer 3 mm 11 mm 3.4 mm 3.4 mm Printer 10 mm 20 mm 3.4 mm 3.4 mm De printer is afhankelijk van de printerdriver. De bovenstaande cijfers zijn bij benadering en het afdrukgebied kan verschillen afhankelijk van het soort papier dat u gebruikt.
Tekst invoeren Bij het instellen van bepaalde functies, zoals de stations-ID, moet tekst worden ingevoerd. Boven de meeste kiestoetsen staan drie of vier letters. Boven de 0, #, en staat niets omdat deze toetsen een speciale functie hebben. U kiest een letter door het cijfer met de benodigde letter erboven het juiste aantal malen in te drukken.
Verklarende woordenlijst Automatisch een fax verzenden Een fax verzenden zonder de hoorn van het externe toestel op te nemen. Automatisch opnieuw kiezen Een functie waarmee de machine het laatste faxnummer opnieuw kan kiezen als de fax niet kon worden verzonden omdat de lijn bezet was of omdat er niet werd opgenomen. Automatische documenteninvoer De invoer waarin een aantal pagina’s kan worden geplaatst, die vel voor vel worden ingevoerd.
Fax Opslaan Faxberichten kunnen in het geheugen worden opgeslagen en vanaf een andere locatie worden opgevraagd. Fax Waarnemen Als deze functie is geactiveerd, reageert de machine toch op CNG-tonen als u de telefoon aanneemt en het een faxoproep blijkt te zijn. FAX/TEL In deze stand kunt u faxen en telefoontjes ontvangen. Gebruik de stand Fax/Tel niet als u een extern antwoordapparaat hebt aangesloten. (Alleen met een extern toestel.
Programmeerstand gebruiken De stand waarin u de instellingen van de machine kunt wijzigen. Resolutie Het aantal horizontale en verticale lijnen per inch. Zie ook: Standaardresolutie, Fijne resolutie, Superfijne resolutie, fotoresolutie, kleurenfax. Resterende opdrachten U kunt controleren welke opdrachten nog in het geheugen staan en deze opdrachten desgewenst afzonderlijk annuleren. Scannen Dit betekent dat een elektronisch beeld van een origineel document in uw computer wordt ingelezen.
Volume van waarschuwingstoon Instelling van het volume van het geluidssignaal dat u hoort telkens wanneer u een toets indrukt of een vergissing maakt. Waarschuwingstoon Het geluidssignaal dat u hoort telkens wanneer u een toets indrukt of een vergissing maakt, en aan het einde van faxtransmissies. Zoeken U kunt zoeken naar namen die zijn opgeslagen in het geheugen voor snelkiesnummers.
Index D Datum & tijd afdrukken .........................65 Aansluiten (extern toestel) ...................... 7 Datum en Tijd ........................................16 Accessoires en onderdelen .................. 139 Activeren op meerdere lijnen ................ 44 De codes voor afstandsbediening wijzigen ..............................................39 Afdrukgebied ....................................... 141 De helderheid van de kopie instellen .....53 Afdrukken (faxen in het geheugen) .......
G Kopie (Meerdere) ...................................47 Gecoat papier .......................................139 Kopieerkwaliteit ...............................48, 52 GEEN ANTW/BEZET ........................112 Kopiëren .................................................47 GEHEUGEN VOL .................................48 Kopiëren (2in1) ......................................51 Gelijktijdig afdrukken en faxen .............55 Kwaliteit van kopie (Standaardinstelling) .................................
Pauze ..................................................... 23 T Tekst invoeren ......................................142 PC-FAX (Verzenden) ............................ 97 Telefooncentrale (PBX) .....................5, 18 Pollen ..................................................... 40 Tijdklok ..................................................33 Pollen (Verzend) ................................... 42 Transparanten .......................................139 Problemen ................................
APPENDIX KAART VOOR TOEGANG OP AFSTAND Stand voor beantwoorden wijzigen Druk op 9 8 Dan,voor ANT, drukt u op 1. F/T, drukt u op 2. FAX, drukt u op 3. Afstandsbediening afsluiten Druk op 9 0. De code voor toegang op afstand gebruiken 1 Kies op een toetstelefoon het nummer van uw faxmachine. 2 Voer na het piepje uw code voor toegang op afstand in (159 ) 3 De faxmachine geeft aan of er faxberichten Code voor toegang op afstand wijzigen 1 Druk op Menu/Set, 2, 5, 3. 2 Voer uw driecijferige code in.
Opdrachten voor afstandsbediening Een fax opvragen Instellingen voor Fax Doorzenden wijzigen Druk op 9 6 Dan, voor Alle faxberichten opvragen drukt u op 2. Voer het nummer van de externe faxmachine in en druk op # #. Wacht totdat u het piepje hoort, hang op en wacht op uw faxbericht(en). Alle faxberichten wissen drukt u op 3. Druk op 9 5 Dan, voor Zet Fax Doorzenden uit, druk op 1. Zet Fax Doorzenden aan, druk op 2. Nummer voor doorzenden invoeren drukt u op 4.
Deze machine is alleen goedgekeurd voor gebruik in het land waarin ze is gekocht. Plaatselijke Brother-kantoren of hun verdelers ondersteunen uitsluitend machines die in hun eigen land gekocht zijn.