Brother kleurenlaserprinter HL-4000CN GEBRUIKERSHANDLEIDING Lees deze handleiding a.u.b. aandachtig door voordat u de printer gaat gebruiken. U kunt de handleiding op de cd-rom bekijken of afdrukken. Bewaart u deze cd-rom op een veilige plaats, zodat u hem wanneer nodig snel even kunt raadplegen. Op het Brother Solutions Center (http://solutions.brother.com) vindt u alle benodigde informatie over deze printer.
Brother laserprinter HL-4000CN serie Gebruikershandleiding (Alleen voor de VS & CANADA) IMPORTANT INFORMATION: For technical and operational assistance, you must call the country where you purchased the printer. Calls must be made from within that country.
Handelsmerken Brother is een gedeponeerd handelsmerk van Brother Industries, Ltd. Apple en LaserWriter zijn gedeponeerde handelsmerken, en TrueType is een handelsmerk van Apple Computer, Inc. Centronics is een handelsmerk van Genicom Corporation. Hewlett-Packard, HP, PCL 6 en PCL zijn wettig gedeponeerde handelsmerken van Hewlett-Packard Company. PostScript is een gedeponeerd handelsmerk van Adobe Systems Incorporated. Deze printer is uitgerust met UFST en Micro Type van Agfa Division.
REGULERINGEN Opmerkingen inzake elektronische emissie Federal Communications Commission(FCC) Declaration of Conformity (alleen voor de VS) Responsible Party: Brother International Corporation 100 Somerset Corporate Boulevard Bridgewater, NJ 08807-0911, USA TEL: (908) 704-1700 declares, that the products Product Name: Model Number: Product Options : Brother Laser Printer HL-4000CN HL-4000CN ALL complies with Part 15 of the FCC Rules.
Industry Canada Compliance Statement (alleen voor Canada) This Class B digital apparatus complies with Canadian ICES-003. Cet appareil numérique de la classe B est conforme à la norme NMB-003 du Canada.
“EC”Declaration of Conformity Manufacturer Brother Industries Ltd., 15-1, Naeshiro-cho, Mizuho-ku, Nagoya 467-8561, Japan Herewith declare that: Products description Product Name : Laser Printer : HL-4000CN is in conformity with provisions of the Directives applied : Low Voltage Directive 73/23/EEC (as amended by 93/68/EEC) and the Electromagnetic Compatibility Directive 89/336/EEC ( as amended by 91/263/EEC and 92/31/EEC and 93/68/EEC).
“EC” ”Conformiteitsverklaring Producent Brother Industries, Ltd., 15-1, Naeshiro-cho, Mizuho-ku, Nagoya 467-8561, Japan Verklaren hierbij dat: Omschrijving van product Productnaam : Laserprinter : HL-4000CN voldoet aan de bepalingen in de van toepassing zijnde directieven: het directief inzake Lage Spanning 73/23/EEC (zoals geamendeerd door 93/68/EEC) en het directief inzake Elektromagnetische Compatibiliteit 89/336/EEC (zoals geamendeerd door 91/263/EEC en 92/31/EEC en 93/68/EEC).
Naleving van de bepalingen van het internationale ENERGY STAR®programma ENERGY STAR® is een merk dat in de VS geregistreerd is. Het doel van het internationale ENERGY STAR®-programma is het wereldwijd bevorderen van de ontwikkeling en het gebruik van energiebesparende kantoorapparatuur. Brother Industries, Ltd. is een partner in het ENERGY STAR®-programma en verklaart dat dit product voldoet aan de richtlijnen van ENERGY STAR® inzake energiebesparing.
IEC 60825 specificatie (alleen voor modellen van 220-240 volt) Deze printer is een laserproduct van klasse 1, zoals uiteengezet in de specificaties van IEC 60825. De printer is in de landen waar dit vereist is, voorzien van onderstaand etiket. CLASS 1LASER PRODUCT APPAREIL Å LASER DE CLASSE 1 LASER KLASSE 1 PRODUKT Deze printer is uitgerust met een Klasse 3B laserdiode die onzichtbare laserstraling afgeeft in de scanner. De scanner mag onder geen beding worden geopend.
Veiligheidsinformatie BELANGRIJK - Voor uw eigen veiligheid Voor een veilige werking moet de meegeleverde geaarde stekker in een normaal geaard stopcontact worden gestoken dat via het huishoudelijk net geaard is. Gebruik met dit apparaat nooit een verlengsnoer. Als het gebruik van een verlengsnoer onvermijdelijk is, mag u alleen een daarvoor geschikt verlengsnoer met de juiste bedrading en een geschikte stekker gebruiken, zodat een goede aarding verzekerd is.
Wiring Information (alleen voor het V.K.) Important If the mains plug supplied with this printer is not suitable for your socket outlet, remove the plug from the mains cord and fit an appropriate three pin plug. If the replacement plug is intended to take a fuse then fit the same rating fuse as the original. If a moulded plug is severed from the mains cord then it should be destroyed because a plug with cut wires is dangerous if engaged in a live socket outlet.
Inleiding Dank u voor de aanschaf van de HL-4000CN. Deze handleiding bevat belangrijke informatie over de werking van de printer en de voorzorgsmaatregelen die getroffen moeten worden. Voor een efficiënt gebruik van de printer raden wij u aan om deze handleiding te lezen alvorens de printer in gebruik te nemen. Bewaart u deze handleiding nadat u haar hebt gelezen op een veilige plaats. Als u vergeet hoe u bepaalde handelingen moet uitvoeren of bij problemen, kunt u de handleiding naslaan.
Inhoudsopgave REGULERINGEN ...........................................................................................................................iv Inleiding ........................................................................................................................................... xii Inhoudsopgave ............................................................................................................................... xiii Gebruik van deze handleiding..............................
3.2.2 De printer uitzetten .......................................................................................................................................3-5 3.3 Via een computer afdrukken ................................................................................................ 3-6 3.3.1 In Windows...................................................................................................................................................3-6 Via een computerprogramma afdrukken ..........
I.p.v. A-5 een ander papierformaat gebruiken.................................................................................... 4-15 4.2.3 Papier in de multifunctionele lade plaatsen ................................................................................................4-19 HOOFDSTUK 5 BEDIENINGSPANEEL................................................................................... 5-1 5.1 Functies van bedieningspaneel ............................................................................
6.3 Problemen met afdrukken .................................................................................................... 6-3 6.3.1 Lampjes branden, knipperen of zijn uit ........................................................................................................6-3 6.3.2 Kan niet afdrukken in Windows ...................................................................................................................6-5 6.3.3 Kan niet afdrukken vanaf een Macintosh-computer .................
8.2 De printkopcartridge vervangen .......................................................................................... 8-5 8.2.1 Voorzorgsmaatregelen bij het hanteren van de printkopcartridge.................................................................8-5 Voorzorgsmaatregelen bij hantering .................................................................................................... 8-5 Voorzorgsmaatregelen bij opslag..........................................................................
xviii
Gebruik van deze handleiding Terminologie en symbolen in deze h a n d le id in g In deze handleiding worden de volgende termen en symbolen gebruikt: Verklarende woordenlijst Opgelet Vestigt uw aandacht op een belangrijke bedieningsprocedure die met zorg moet worden uitgevoerd. Leest u deze informatie aandachtig door. 0 ✏ Opmerking Geeft nuttige informatie. Zie ook Verwijst naar gerelateerde, nuttige informatie. “ ” betekent dat de verwijzing in deze handleiding staat.
Symbolen Symbool Betekenis Toets Verwijst naar een toets op het toetsenbord van uw computer. Bijvoorbeeld: Druk op de Entertoets. [ Verwijst naar een scherm, dialoogvenster, tabblad of knop op het computerscherm. Verwijst tevens naar een menu of een waarde op het bedieningspaneel. Bijvoorbeeld: Klik in het dialoogvenster [Eigenschappen] op [OK]. Set [Ingeschakeld] op het bedieningspaneel. Verwijst naar een melding op het bedieningspaneel van de printer.
Veiligheidsmaatregelen Om zeker te zijn van een veilige werking van de printer, is het zaak dat u dit gedeelte aandachtig doorleest alvorens de printer in gebruik te nemen. Uitleg over de symbolen in deze handleiding. WAARSCHUWING LET OP Een “Waarschuwing” attendeert u op situaties die tot ernstig letsel of dodelijke ongelukken kunnen leiden. “Let op” attendeert u op situaties die verwonding of materiële schade kunnen veroorzaken. Dit symbool attendeert u op procedures die uw aandacht vereisen.
Om de printer op te tillen, gaat u voor de printer staan en pakt u hem met beide handen bij de uitsparingen links- en rechtsonder vast. Probeer nooit om de printer aan andere delen op te tillen. Als u de printer aan andere delen optilt, kan hij vallen, hetgeen persoonlijk letsel kan veroorzaken. Uitsparing Als u de printer aan de voorklep of de linker- of rechterkant vasthoudt, kan hij vallen. Zorg bij het optillen van de printer dat u stevig staat en buig uw knieën om letsel aan uw rug te voorkomen.
Als u de printer verplaatst, mag hij niet verder worden gekanteld dan hier staat afgebeeld. Als u de printer te ver kantelt, kan hij vallen en persoonlijk letsel veroorzaken. Nadat u de los verkrijgbare papierbak hebt geïnstalleerd, dient u de remmen van de zwenkwieltjes aan de voorkant van deze bak vast te zetten. Als u de remmen niet vastzet, kan de printer onverwachts bewegen, hetgeen persoonlijk letsel kan veroorzaken.
Voorzorgsmaatregelen bij aansluiting van netsnoer en aarding WAARSCHUWING Gebruik de printer binnen de gespecificeerde netspanning. Netspanning: 100-127 volt wisselstroom ± 10% (90V-140V) of 220-240 volt wisselstroom ± 10% (198V-264V) Frequentie: 50 ± 3Hz/60 ± 3Hz Zorg dat de stekker van het netsnoer en het stopcontact stofvrij zijn. In een vochtige omgeving kan een vuile stekker na verloop van tijd redelijk grote hoeveelheden stroom trekken die hitte kunnen opwekken en op den duur brand kunnen veroorzaken.
Teneinde elektrische schokken te voorkomen, moet de met het netsnoer meegeleverde groene aardingsdraad op een van de volgende punten worden aangesloten: • De massa-aansluiting van het stopcontact • Een stukje koper dat 650 mm of dieper is begraven Zorg dat de aardingsdraad van het netsnoer is aangesloten alvorens de printer in gebruik te nemen. Als het niet mogelijk is om een aardaansluiting te maken, dan dient u contact op te nemen met uw wederverkoper of met een door Brother goedgekeurd onderhoudsmonteur.
Als de printer gedurende langere tijd niet zal worden gebruikt, dient hij te worden uitgezet en moet de stekker uit het stopcontact worden gehaald. Als de printer langere tijd niet wordt gebruikt maar toch op de netvoeding is aangesloten, kan verminderde isolatie elektrische schokken, lekstroom of brand veroorzaken. Zet de printer uit alvorens de interfacekabel of toebehoren aan te sluiten.
Nooit proberen om de structuur of enige onderdelen van de printer te veranderen. Onbevoegde wijzigingen kunnen brand veroorzaken. Deze printer voldoet aan de internationale laserstandaard IEC60825 (Klasse 1). Dit betekent dat deze printer geen laserstraling uitstraalt die schadelijk kan zijn of persoonlijk letsel kan veroorzaken. Omdat de diverse kleppen en deksels de laserstraling in het inwendige van de printer houden, kan de laser onder normale omstandigheden geen letsel veroorzaken.
Diversen Raadpleeg deze handleiding voor instructies over het verwijderen van vastgelopen papier en om eventuele andere problemen te verhelpen. Omgaan met toebehoren WAARSCHUWING Een tonercartridge nooit in een open vlam werpen. Hij kan dan namelijk ontploffen en verwondingen veroorzaken. Een transferrolcartridge nooit in een open vlam werpen. Hij kan dan namelijk ontploffen en verwondingen veroorzaken. Een printkopcartridge nooit in een open vlam werpen.
• • Als u de transferrolcartridge uit de printer haalt omdat de doos met afgewerkte toner vol is, mag u niet proberen om deze doos te legen en de cartridge opnieuw te gebruiken. Er kan dan namelijk toner in de printer worden geknoeid, hetgeen schade kan veroorzaken en de afdrukkwaliteit negatief kan beïnvloeden. Als u de printkopcartridge en de transferrolcartridge tijdelijk verwijdert, mag u ze niet schuin houden of schudden.
HOOFDSTUK 1 INSTELLINGEN VAN HET PRINTERSYSTEEM 1.1 Kleurregistratie afstellen Nadat u de printer hebt geïnstalleerd of verplaatst, dient u onderstaande procedure voor het afstellen van de kleurregistratie te volgen. Zie ook Raadpleeg 5.2 “Algemene bewerkingen in het menu” voor nadere informatie over de werking van het bedieningspaneel. Het kleurregistratieschema afdrukken Het kleurregistratieschema wordt via het bedieningspaneel afgedrukt. Klaar v. afdruk ↓ (Het afdrukscherm.
Vervolg van vorige pagina. ↓ KleurRegiCorrect Correctieschema ↓ 6. Druk eenmaal op de toets
Waarden bepalen Kijk naar de lijnen rechts van het patroon voor Y (Geel), M (Magenta) en C (Cyaan) en zoek de waarden voor de rechtste lijnen. ✏ Opmerking U kunt ook de kleuren met de hoogste dichtheid op het raster gebruiken om te bepalen welke lijnen het rechtste zijn. De kleuren die met de hoogste dichtheid zijn afgedrukt, zijn de kleuren naast de rechtste lijnen. Als ‘0’ de waarde is die bij de rechtste lijn staat, hoeft de kleurregistratie niet te worden afgesteld.
Vervolg van vorige pagina. ↓ Nummer invoeren Y= 0 M= 0 C= 0 ↓ 4. Druk op de toetsen < > of < > totdat de waarde uit het schema wordt weergegeven (bijvoorbeeld +3). Nummer invoeren Y=+3 M= 0 C= 0 ↓ 5. Druk eenmaal op de toets < > om de cursor naar de volgende waarde te verplaatsen. Nummer invoeren Y=+3 M= 0 C= 0 ↓ 6. Herhaal stap 4 en 5 om de kleurregistratie volledig af te stellen. Nummer invoeren Y=+3 M=+1 C=+2 ↓ 7. Druk eenmaal op de toets
1.2 De printer op een netwerk configureren Hier wordt beschreven hoe u de printer moet configureren voor aansluiting op een netwerk. 1.2.1 Een IP-adres instellen Hier wordt beschreven hoe u een IP-adres, subnetmasker en gateway-adres kunt instellen via het bedieningspaneel van de printer. Volg onderstaande stappen. Opgelet IP-adressen worden via het systeem als een geheel beheerd. Als u een verkeerd IP-adres opgeeft, kan dat zijn weerslag op het hele netwerk hebben.
De methode voor het opvragen van een IPadres op ‘Paneel’ instellen Klaar v. afdruk ↓ Menu: 1:Systeem ↓ (Het afdrukscherm. De printer is klaar voor gebruik.) 1. Druk op de toets
Vervolg van vorige pagina. ↓ TCP/IP IP-adres inst. ↓ 6. Druk eenmaal op de toets
Het IP-adres instellen ✏ Opmerking Het IP-adres bestaat uit vier aparte waarden (base 10) die door decimale punten van elkaar worden gescheiden. Kies voor elk van de 4 waarden een nummer tussen de 0 en 255. Voorbeeld: Vervolg van vorige stap • IP-adres ‘192.168.1.100’ • Subnetmasker ‘255.255.255.0’ • Gateway-adres ‘192.168.1.254’ ↓ TCP/IP IP-adres inst. ↓ 10. Druk eenmaal op de toets < >. TCP/IP IP-adres ↓ 11. Druk eenmaal op de toets
Het subnetmasker instellen Vervolg van vorige stap ↓ TCP/IP IP-adres ↓ 17. Druk eenmaal op de toets < >. TCP/IP Subnetmasker ↓ 18. Druk eenmaal op de toets
Het gateway-adres instellen Vervolg van vorige stap ↓ TCP/IP Subnetmasker ↓ 21. Druk eenmaal op de toets < >. TCP/IP Gateway-adres ↓ 22. Druk eenmaal op de toets
1.2.2 Protocollen instellen Opgelet De printer verlaat de fabriek met alle protocollen standaard geactiveerd, behalve FTP. Normaal gesproken hoeft u de volgende procedures niet uit te voeren als u een nieuwe printer voor het eerst op een netwerk aansluit. Als u een van de standaard protocolinstellingen wilt wijzigen, volgt u de procedure die hieronder wordt beschreven. En dat zijn de laatste printerinstellingen. Ga door naar 1.2.3 “Instellingen bevestigen”.
Protocolinstellingen wijzigen Klaar v. afdruk ↓ Menu 1:Systeem ↓ (Het afdrukscherm. De printer is klaar voor gebruik.) 1. Druk op de toets
Vervolg van vorige stap ↓ Protocollen starten Protocol LPD ↓ 6. Druk eenmaal op de toets < >. Protocol Port9100 ↓ XXX Uitgeschakeld * 7. Druk eenmaal op de toets < >. Protocol IPP ↓ 8. Druk eenmaal op de toets < >. 9. Druk eenmaal op de toets < >. Protocol NetBEUI ↓ >. 3. Druk eenmaal op de toets
1.2.3 Instellingen bevestigen Druk de lijst van instellingen af om de printerinstellingen te controleren. In de lijst van printerinstellingen staat tevens informatie die nodig is bij het configureren van computers. Controleer aan de hand van deze lijst dat de instellingen van de printer en de computer met elkaar overeenkomen. Zie ook Raadpleeg 8.4.1 “Printerconfiguratie en netwerkinstellingen bevestigen” voor nadere informatie over het afdrukken van de lijst met printerinstellingen.
HOOFDSTUK 2 DE PRINTER DRIVER INSTALLEREN 2.1 De printer driver installeren (Windows) De printer driver is een stuurprogramma dat afdrukgegevens en opdrachten omzet in een formaat dat door de printer gebruikt kan worden. Als deze printer als een lokale printer wordt gebruikt, moet de printer driver worden geïnstalleerd op de computer waarop de printer is aangesloten. Als de printer over een netwerk wordt gedeeld, moet de printer driver worden geïnstalleerd op elke computer die op het netwerk is aangesloten.
4. Klik op het Brother Solutions Center. De browser wordt opgestart en opent het Brother Solutions Center. 5. Volg de instructies op het scherm en download de juiste printer driver. 6. Klik op OK om het dialoogvenster Eigenschappen te sluiten. ✏ Opmerking U kunt ook vanaf de meegeleverde cd-rom naar het Brother Solutions Center gaan om daar de printer driver te downloaden. Het adres van het Brother Solutions Center is: http://solutions.brother.
2.2 De printer driver installeren (Macintosh) Met uw Brother-printer zijn ook printer drivers meegeleverd voor netwerkaansluiting via USB en via AppleTalk. U kunt de printer driver installeren op Macintosh-computers die aan de volgende voorwaarden voldoen: • • • De printer is met een USB-kabel aangesloten en op de computer draait Mac OS 8.6 tot X met een standaard USB-interface. (Wij kunnen echter niet garanderen dat de driver met alle USB-compatibele apparatuur foutloos werkt.
HOOFDSTUK 3 BASISBEWERKINGEN MET DE PRINTER 3.1 Naam en functie van printeronderdelen De verschillende onderdelen van de printer worden met de volgende namen aangeduid, en worden voor de hieronder beschreven doeleinden gebruikt. Vooraanzicht 6 5 7 4 8 3 9 2 10 1 11 12 Nr. 1 2 Naam 3 Papierlade Multifunctionele lade (MF lade) Voorklep 4 5 Bedieningspaneel Face-down lade 6 Papiervanger 7 Uitlaatrooster 8 Inlaatrooster Omschrijving Hier plaatst u papier.
9 Stroomschakelaar 10 11 12 Knop B Knop A Papiermeter De stroomschakelaar van de printer. Druk op [I] om de printer aan te zetten, en op [O] om hem uit te zetten. Druk op knop B om het bovenste gedeelte van de voorklep te openen. Druk op knop A om de hele voorklep te openen. Gebruik deze meter om te bepalen wanneer er papier moet worden bijgevuld. Achteraanzicht 19 18 20 17 21 16 22 15 14 13 Nr.
Binnen in de printer 23 24 25 26 Nr. Naam 23 Transferrolcartridge 24 Printkopcartridge 25 Papieruitvoerklep 26 Papieromdraaier 27 Fusercartridge 27 Omschrijving Zet het beeld dat op het oppervlak van de printkop is gemaakt, op papier en verzamelt afgewerkte toner. Bestaat uit een lichtgevoelige printkop, ontwikkelaar, en een transferrol. Beelden worden in eerste instantie als een elektrische lading op het oppervlak van deze drum gecreëerd.
3.2 De printer aan- en uitzetten 3.2.1 De printer aanzetten Volg onderstaande procedure om de printer aan te zetten. 1. Druk de kant van de schakelaar met de markering [I] in om de printer aan de zetten; deze schakelaar bevindt zich aan de rechterkant van de printer. De printer wordt ingeschakeld. ✏ Opmerking Als u de printer aanzet, zal de printermotor ongeveer 1 à 2 minuten lang opwarmen. 2. Op het bedieningspaneel wordt de melding “Bezig: testen” weergegeven.
3.2.2 De printer uitzetten Volg onderstaande procedure om de printer uit te zetten. 1. Controleer dat op het bedieningspaneel de melding “Klaar v. Ready Alarm afdruk” wordt weergegeven. Ready Alarm Opgelet In de volgende gevallen mag de printer niet worden uitgezet: Als “Data wachten” op het bedieningspaneel wordt weergegeven. Als het Ready-lampje knippert. Als het Alarm-lampje brandt. 1 2.
3.3 Via een computer afdrukken Hieronder wordt beschreven hoe u via een computer kunt afdrukken, gebaseerd op het besturingssysteem dat u gebruikt. Opgelet Als u nieuwe toebehoren voor de printer installeert, moet u de printer driver opnieuw configureren, zodat deze toebehoren gebruikt kunnen worden. Raadpleeg 3.6 “De configuratie voor toebehoren wijzigen” voor informatie over het bevestigen of maken van deze instellingen. 2 3.3.
4. Als u klaar bent, klikt u in het dialoogvenster Eigenschappen op OK. Het dialoogvenster Eigenschappen wordt gesloten. 5. Selecteer in het dialoogvenster Afdrukken bij [Paginabereik] welke pagina’s moeten worden afgedrukt en klik op OK. De gegevens worden naar de printer gestuurd. Zie ook Raadpleeg 3.5 “Het afdrukken annuleren” voor nadere informatie daarover.
3. Maak in de diverse tabbladen de benodigde instellingen. Zie ook Raadpleeg Help voor informatie over de diverse tabbladen. Raadpleeg 3.4 “Help gebruiken” voor nadere informatie over het gebruik van Help. 4. Als u klaar bent, klikt u in het dialoogvenster Eigenschappen op OK. De standaard afdrukfuncties in de printer driver zijn nu gewijzigd.
3.3.2 Met een Macintosh-computer Hieronder wordt beschreven hoe u via Microsoft Word 98 kunt afdrukken. ✏ Opmerking De manier waarop u toegang krijgt tot dialoogvensters en de informatie daarin kan variëren, afhankelijk van uw besturingssysteem en de programma’s die u gebruikt. Raadpleeg de literatuur van het programma dat u gebruikt voor nadere informatie hierover. 1. Klik in het menu Bestand op de optie voor papierinstellingen. Het dialoogvenster met de papierinstellingen wordt geopend. 2.
3.4 Help gebruiken Help voor de printer vindt u in de printer driver. Raadpleeg Help als u meer wilt weten over opties en instellingen in de printer driver, of als er zich een probleem voordoet en u de verschillende afdrukmethoden wilt controleren.
3.4.1 Windows Help raadplegen Als u Help wilt raadplegen, opent u eerst het dialoogvenster Eigenschappen en selecteert u het tabblad met de betreffende optie. Het voorbeeld hieronder komt uit het tabblad Papier/Uitvoer van Windows 98. Zie ook Raadpleeg 3.3 “Via een computer afdrukken” voor informatie over het openen van het dialoogvenster Eigenschappen. Als u ergens de omschrijving van wilt zien, ( ) klikt u op het en ( ) klikt u vervolgens op het item waarvan u een omschrijving wilt bekijken.
3.4.2 De ballon met Help raadplegen op een Macintosh De ballon met Help maakt deel uit van de printer driver voor Macintosh. Gebruik de ballon met Help om meer aan de weet te komen over functies en afzonderlijke opties. Als u de ballon met Help wilt raadplegen, moet u eerst het dialoogvenster openen waarin het item in kwestie staat. Dit voorbeeld is voor het dialoogvenster met de algemene instellingen. Zie ook Raadpleeg 3.
3.5 Het afdrukken annuleren Als u het afdrukken wilt annuleren, moet u eerst de printopdracht op de computer annuleren. Daarna kunt u het afdrukken via het bedieningspaneel van de printer annuleren. 3.5.1 Het afdrukken op de computer annuleren Welke procedure u hiervoor volgt, is afhankelijk van het besturingssysteem dat u gebruikt. In Windows Volg onderstaande procedure. 1. Zet de muisaanwijzer in het Startmenu op Instellingen en klik op Printers. Het venster Printers wordt geopend. 2.
Op een Macintosh-computer 1. Dubbelklik op uw bureaublad op het pictogram van de printer. 2. Selecteer het document dat u wilt annuleren en klik op ( ). Ga door naar 3.5.2 “Het afdrukken via het bedieningspaneel annuleren”.
3.5.2 Het afdrukken via het bedieningspaneel annuleren Voer deze handelingen pas uit nadat u de printopdracht op de computer hebt geannuleerd. De printer zal het afdrukken van de huidige pagina echter voltooien. Zie ook Raadpleeg 5.2 “Algemene bewerkingen in het menu” voor nadere informatie over de werking van het bedieningspaneel. Afdrukken LPD PCL6 lade1 ↓ (De printer is aan het afdrukken) 1. Druk eenmaal op de toets . De printer zal het afdrukken nu annuleren.
3.6 De configuratie voor toebehoren wijzigen Als u de printer hebt geconfigureerd maar later een of meer van de volgende toebehoren installeert, moet u de printer driver opnieuw configureren. 1. Module met 2 laden 2. Harde schijf 3. Extra geheugen 2 1 3 Zie ook Raadpleeg de literatuur die met de toebehoren werd geleverd voor informatie over de installatie ervan. In het volgende onderdeel wordt ervan uitgegaan dat de toebehoren reeds geïnstalleerd zijn.
3.6.1 In Windows Volg onderstaande procedure. Het volgende voorbeeld is voor Windows 98. 1. Zet de muisaanwijzer in het Startmenu op Instellingen en klik op Printers. Het venster Printers wordt geopend. 2. Klik op de printer in kwestie en klik in het menu Bestand op Eigenschappen. Het dialoogvenster Eigenschappen wordt geopend. 3. Klik op het tabblad Printer configureren. 4. Selecteer de toebehoren die zijn geïnstalleerd en klik op OK.
3.6.2 Op een Macintosh-computer Volg onderstaande procedure. 1. Selecteer de kiezer in het Apple-menu. Het kiezervenster wordt geopend. 2. Klik rechtsboven in het kiezervenster op de printer die u wilt gebruiken. Klik op ‘LaserWriter8’ en volg de instructies. 3. Selecteer de printer die u wilt instellen in de betreffende lijst en klik op de optie waarmee u de printer kunt instellen. 4.
3.7 Op enveloppen, transparanten en papier van afwijkend formaat (Lang) afdrukken Plaats briefkaarten en enveloppen nauwkeurig in de invoer, anders wordt de verkeerde kant bedrukt, of komt de tekst op de verkeerde plaats te staan. Wanneer op transparanten of speciaal papier wordt afgedrukt, dient u de betreffende papiersoort en de juiste beeldkwaliteit te selecteren voordat u de printopdracht verzendt.
1. Schuif de papiergeleider naar de markering die de maat van uw enveloppe aangeeft. 2. Zorg dat de flap is gesloten, plaats de enveloppe met de te bedrukken zijde naar beneden en de flap naar rechts. 3. Verstuur de printopdracht pas via uw software nadat u de enveloppe in de printer hebt geplaatst. Maak nu de benodigde instellingen zoals hieronder in “Instellingen in de printer driver (voor enveloppen) wordt beschreven.
Instellingen op de Macintosh Dialoogvenster Item Instelling Papierinstellingen Papierformaat Printerinstellingen Beeld 180° draaien Papierlade Tweezijdig afdrukken Papiersoort Com-10 Monarch C5 DL Hetzelfde als documentformaat (als het documentformaat Com-10, Monarch, C5 of DL is) Desgewenst selecteren. Enveloppe UIT MF lade ✏ Opmerking Raadpleeg Help voor nadere informatie over de verschillende opties in de printer driver. Raadpleeg 3.
3.7.2 Op transparanten afdrukken Voor het afdrukken op transparanten dient de multifunctionele lade te worden gebruikt. Opgelet Gebruik alleen de aanbevolen soorten transparanten (3M CG3300). Gebruik geen andere soorten, zoals gekleurde transparanten (met een kader eromheen). Het gebruik van ongeschikte transparanten kan de printer beschadigen. 3 4 Gebruik geen transparanten met een kader eromheen. Opgelet Neem elk transparant meteen nadat het is uitgevoerd van de face-down uitvoerlade.
6. Schuif de transparanten zo ver in de multifunctionele lade dat ze de invoeropening net raken. Opgelet Gebruik geen gekleurde transparanten. Deze kunnen in de printer vastlopen en de fuser beschadigen. 6 7. Verstuur de printopdracht pas via uw software nadat u de transparanten in de printer hebt geplaatst. Maak nu de benodigde instellingen zoals hieronder in “Instellingen in de printer driver (voor transparanten) wordt beschreven.
3.7.3 Op papier van afwijkend formaat afdrukken Gebruik de multifunctionele lade als u wilt afdrukken op papier van afwijkend formaat of op ‘lang’ papier, ma.w. papier dat langer is dan Legal-papier in de afdrukstand Staand (355,6 mm). De volgende papierformaten zijn geschikt voor gebruik in deze printer: • • Enkelzijdig afdrukken: 90-216 mm breed; 139,7-355,6 mm lang Tweezijdig afdrukken: 90-216 mm breed; 139,7-355,6 mm lang Opgelet Papier van afwijkend formaat kan niet zijdelings worden ingevoerd.
5. Stel een van de vijf papierformaten in. Zie ook Raadpleeg Help voor nadere informatie over de instellingen in het dialoogvenster Afwijkend papierformaat. Raadpleeg 3.4 “Help gebruiken” voor nadere informatie over het gebruik van Help. 6. Als u klaar bent, klikt u in het dialoogvenster Afwijkend papierformaat op OK. 7. Klik op OK om het dialoogvenster Afwijkend papierformaat te sluiten. Het afwijkende papierformaat is nu ingesteld.
Opgelet Als u op lang papier afdrukt, moet u het papier nadat u de printopdracht hebt verzonden, vasthouden terwijl het in de printer wordt gevoerd. 8 Instellingen in de printer driver (voor papier van afwijkend formaat (lang papier)) Instellingen in Windows Tabblad Papier/Uitvoer Item Instelling Papierformaat Een papierformaat tussen Afwijkend formaat 1 en Afwijkend formaat 5 in het tabblad Standaardinstellingen van de printer driver.
3.8 Tweezijdig afdrukken (duplex) Voor het tweezijdig afdrukken met deze printer volgt u een van de volgende procedures. • • Bij normaal papier, ongeacht of dit via de papierlade of via de multifunctionele lade wordt ingevoerd, wordt automatisch afgedrukt als u voordat u de printopdracht verstuurt in de printer driver aangeeft dat u tweezijdig wilt afdrukken.
3.8.1 Tweezijdig afdrukken (duplex) Als u normaal papier aan beide zijden wilt bedrukken, moet het papier in de papierlade of de multifunctionele lade worden geplaatst. Volg onderstaande procedure voor het aan beide zijden bedrukken van normaal papier. 1. Plaats het papier in de lengte in de multifunctionele papierinvoer.
Als u de achterkant van speciale papiersoorten wilt bedrukken, dient u voordat u de printopdracht verstuurt in de printer driver de volgende opties in te stellen.
HOOFDSTUK 4 PAPIER PLAATSEN EN GESCHIKTE PAPIERSOORTEN 4.1 Geschikte en ongeschikte papiersoorten Als u papier gebruikt dat niet geschikt is om op af te drukken, kan het papier vastlopen en de afdrukkwaliteit negatief beïnvloeden. Voor de beste resultaten raden wij u aan om de hieronder vermelde papiersoorten te gebruiken. 4.1.1 Geschikte papiersoorten Geschikt basisgewicht Als u voorbedrukte formulieren gebruikt, dient u te controleren dat het papier aan de volgende specificaties voldoet.
Aanbevolen papiersoorten Hieronder staan de papiersoorten vermeld die voor gebruik met deze printer worden aanbevolen: Papiersoort Normaal papier Kringlooppapier Transparanten Etiketten Europa 2 Xerox Premier 80 g/m 2 Xerox Business 80 g/m 2 Modo DATACOPY 80 g/m 2 IGEPA X-Press 80 g/m 2 Steinbis Recycling Copy 80 g/m 3M CG3300 Avery-laseretiketten L7163 VS Xerox 4200DP 20 lb Champion Paper One 20 lb Hammermill Laser Paper 24 lb — 3M CG 3300 Avery-laseretiketten #5160 Speciaal papier Via de multifunctio
♦ PANTONE® gekalibreerd Er zijn vele variabelen in het proces voor de reproductie van kleuren die door de HL-4000CN worden gegenereerd, en elk van deze variabelen kan de kwaliteit van de PANTONE kleursimulatie beïnvloeden. Het betreft hier onder meer de gebruikte papiersoort, gebruikte soort toner, de resolutie waarmee wordt afgedrukt en de structuur van dots/halftonen.
Papierladen, -soorten en -formaten In onderstaande tabel staat vermeld welke papiersoorten en -formaten en hoeveel vellen u maximaal in de verschillende laden kunt plaatsen. Plaats papier altijd in de afdrukstand Staand (in de lengte) in de printer.
✏ Opmerking In onderstaande afbeeldingen wordt uitgelegd wat bedoeld wordt met ‘breedte’ en ‘lengte’ zoals vermeld in de tabel hierboven. 1. 2. 3. 4. Lengte Afdrukstand Staand Invoerrichting Breedte Papiersoorten en -afmetingen voor tweezijdig afdrukken Met deze printer kan het papier aan twee zijden bedrukt worden. Automatisch tweezijdig afdrukken Als u automatisch tweezijdig wilt afdrukken, selecteert u voordat u de printopdracht verstuurt de duplexfunctie in de printereigenschappen.
4.1.2 Ongeschikte papiersoorten Vermijd het gebruik van de volgende papiersoorten, daar dergelijk papier kan vastlopen of de printer kan beschadigen.
• • • • • Transferpapier voor T-shirts (dat warm geperst moet worden) Transferpapier (voor gebruik met koud water) Digitaal gecoat glanzend papier Zelfklevend papier (transparant, kleurloos) Geperforeerd papier 4.1.3 Papier opslaan Als papier niet goed wordt opgeslagen, kan het vastlopen, de afdrukkwaliteit negatief beïnvloeden of de printer beschadigen.
4.2 Papier plaatsen Raadpleeg het betreffende onderdeel hieronder voor instructies over het plaatsen van papier. Zie ook Raadpleeg 4.1 “Geschikte en ongeschikte papiersoorten” voor meer informatie daarover. 4.2.1 Papier in de papierlade plaatsen Volg onderstaande procedure voor het plaatsen van papier in de papierlade. ✏ Opmerking Papier wordt op dezelfde wijze in de los verkrijgbare module met 2 laden geplaatst.
3. Schuif de papiergeleiders aan de zijkant zo ver mogelijk uit. 4. Til de achterste papiergeleider voorzichtig op om hem te verplaatsen en steek de pennen aan de onderkant van de geleider in de gaten (aangeduid met de markering ) voor het papierformaat dat u wilt plaatsen. Controleer dat de achterste geleider goed in de gaten past en dat hij in de juiste gaten is gestoken.
6. Stel de geleiders aan de zijkant af op de randen van het papier. Opgelet Als u deze geleiders te strak tegen de randen van de stapel papier duwt, kan het papier vastlopen. Als deze geleiders echter te los zijn afgesteld, kan het papier scheef worden ingevoerd. 4 7. Houd de papierlade met beide handen vast, zet hem op één lijn met de opening in de printer en schuif hem er voorzichtig in. 8. Duw de papierlade helemaal in de printer.
9. Als u afdrukt op A4- of Letter-formaat, moet u de papiervanger op de bovenklep optillen.
4.2.2 A5-papier in de papierlade plaatsen / I.p.v. A5 een ander papierformaat gebruiken A5-papier plaatsen Volg onderstaande procedure voor het plaatsen van A5-papier in de papierlade. ✏ Opmerking Papier wordt op dezelfde wijze in de los verkrijgbare module met 2 laden geplaatst. 1. Trek de papierlade voorzichtig zo ver mogelijk open. 2. Houd de lade met beide handen vast, til de voorkant een stukje op en trek hem helemaal uit de printer. ✏ Opmerking Zet de lade op een vlak en horizontaal oppervlak.
4. Til de achterste papiergeleider voorzichtig op om hem te verplaatsen en steek de pennen aan de onderkant van de geleider in de gaten (aangeduid met de markering ) voor het papierformaat dat u wilt plaatsen. Controleer dat de achterste geleider goed in de gaten past en dat hij in de juiste gaten is gestoken. Opgelet Als de achterste geleider zelfs maar een klein stukje kan bewegen, kan het papierformaat niet meer automatisch geselecteerd worden.
7. Zorg dat het papier in een nette stapel ligt en plaats het (met de te bedrukken zijde naar boven) onder het lipje. Opgelet Gebruik nooit papier dat gevouwen, verkreukeld of erg kromgetrokken is. Zorg dat al het papier onder het lipje ligt. Plaats nooit te veel papier in de lade. 8. Stel de geleiders aan de zijkant af op de randen van het papier. Opgelet Als u deze geleiders te strak tegen de randen van de stapel papier duwt, kan het papier vastlopen.
✏ Opmerking Naast de papierlade is een metertje aangebracht dat aangeeft hoeveel papier er nog in de lade zit. Gebruik deze meter om te bepalen wanneer er papier moet worden bijgevuld. I.p.v. A-5 een ander papierformaat gebruiken Volg onderstaande procedure voor het verwijderen van de A5-adapter en het plaatsen van een ander papierformaat in de papierlade. ✏ Opmerking Papier wordt op dezelfde wijze in de los verkrijgbare module met 2 laden geplaatst. 1.
3. Schuif de papiergeleiders aan de zijkant zo ver mogelijk uit en neem het papier uit de lade. 4. Pak de A5-adapter vast, til hem een stukje op en trek hem voorzichtig naar u toe om van zijn plaats naast de papiergeleider te verwijderen. 5. Steek de A5-adapter in zijn opbergvak in de papierlade.
6. Til de achterste papiergeleider voorzichtig op om hem te verplaatsen en steek de pennen aan de onderkant van de geleider in de gaten (aangeduid met de markering ) voor het papierformaat dat u wilt plaatsen. Controleer dat de achterste geleider goed in de gaten past en dat hij in de juiste gaten is gestoken. Opgelet Als de achterste geleider zelfs maar een klein stukje kan bewegen, kan het papierformaat niet meer automatisch geselecteerd worden.
9. Houd de papierlade met beide handen vast, zet hem op één lijn met de opening in de printer en schuif hem er voorzichtig in. 10. Duw de papierlade helemaal in de printer. Opgelet Gebruik geen kracht om de papierlade in de printer te schuiven. Dit kan de papierlade of het inwendige van de printer namelijk beschadigen. 11 ✏ Opmerking Naast de papierlade is een metertje aangebracht dat aangeeft hoeveel papier er nog in de lade zit.
4.2.3 Papier in de multifunctionele lade p l a a ts e n Volg onderstaande procedure voor het plaatsen van papier in de multifunctionele lade. Opgelet Plaats nooit verschillende papierformaten tegelijk in de multifunctionele lade en vul deze lade alleen bij wanneer hij leeg; dit om te voorkomen dat het papier vastloopt. 12 1. Maak de lade open als hij was gesloten. Opgelet Voorkom dat de lade beschadigd wordt, gebruik nooit kracht en zet er nooit zware voorwerpen op. 13 2.
Opgelet Als u normaal papier plaatst, hoeft u de stapel niet door te bladeren. Indien de randen van het papier niet netjes zijn gesneden en een onregelmatige vorm hebben, moet u ongeschikte vellen verwijderen alvorens het papier te plaatsen. 4. Zorg dat het papier in een nette stapel ligt en plaats het (met de te bedrukken zijde naar beneden) onder het lipje. Opgelet Gebruik nooit papier dat gevouwen, verkreukeld of erg kromgetrokken is. Plaats nooit te veel papier in de lade.
5. Bij gebruik van lang papier moeten de papiergeleiders zorgvuldig op de randen van het papier worden afgesteld, zodat er een kleine speling bestaat tussen de rand van de stapel en de geleiders. Als u deze geleiders te strak tegen de randen van de stapel papier duwt, kan het papier kromtrekken of vastlopen. Plaats het papier zodanig, dat het recht in de lade ligt. Opgelet Als papier niet juist geplaatst is, kan op de verkeerde plaats op het vel worden afgedrukt of kan dit andere fouten veroorzaken.
HOOFDSTUK 5 BEDIENINGSPANEEL 5.1 Functies van bedieningspaneel Het bedieningspaneel is voorzien van LED’s, een LCD-scherm en diverse toetsen. Hieronder worden de namen en functies van de verschillende elementen op het bedieningspaneel besproken. 1 2 3 1. LCD-scherm 2. LED’s 3.
5.1.1 LED’s Raadpleeg onderstaande tabel om te bepalen wat de printerstatus is. Naam Omschrijving Ready-lampje Groen. Geeft de printstatus aan. : Betekent dat de printer geen gegevens ontvangt, of dat hij klaar is om af te drukken. : De printer ontvangt gegevens. : Er kan niet worden afgedrukt. Alarm-lampje Rood. Duidt op een fout. : Betekent dat het papier is vastgelopen, of duidt op een ander probleem dat door de gebruiker kan worden verholpen.
5.1.2 LCD-scherm Geeft de printerstatus (“afdrukscherm”) weer, en de menu’s voor het configureren van de printer (“menuscherm”). ✏ Opmerking Wat hier wordt weergegeven, is afhankelijk van de printerinstellingen en de geïnstalleerde toebehoren. Het afdrukscherm Als de printer op gegevens wacht of bezig is met afdrukken, wordt dit scherm weergegeven. Op het afdrukscherm staan de volgende gegevens.
5.1.3 Toetsen Op het bedieningspaneel zijn 7 toetsen aangebracht. De werking van deze toetsen is afhankelijk van het scherm dat wordt weergegeven. De toetsen hebben de volgende functies: Naam Afdrukscherm De toets Menu Schakelt over naar het menuscherm. De toetsen < >< > - De toetsen < >< > - De toets
5.2 Algemene bewerkingen in het menu Hieronder wordt beschreven hoe u het menuscherm kunt gebruiken voor het instellen van de energiebesparende stand, de time-out voor taken, netwerkinstellingen en voor het configureren van de printer. 5.2.1 Menustructuur en algemene bewerkingen Het menuscherm bestaat uit de volgende 5 hoofdmenu’s. Zie ook Raadpleeg 5.3 “Lijst van menuopties” voor nadere informatie over de afzonderlijke menuschermen.
De printerinstellingen terugstellen Bijvoorbeeld: stel de instelling van de time-out voor taken terug op de standaardwaarden. Druk tegelijkertijd op de toetsen < >+< >. Time-out taak _sec. ↓ 1. Druk tegelijkertijd op de toetsen < > + < Het volgende scherm wordt geopend. >. Instell. terug naar standaard ↓ Nadat deze opdracht is uitgevoerd, worden de standaardinstellingen weer getoond. Time-out taak 30sec. ↓ 2. Druk op de toets
5.2.2 Wat te doen als u een vergissing m a a k t? Als u op het bedieningspaneel per ongeluk op een verkeerde toets drukt, kunt u dit als volgt herstellen. U hebt per ongeluk op de toets
5.3 Lijst van menuopties Hieronder wordt een beschrijving gegeven van de diverse opties die in elk hoofdmenu gewijzigd kunnen worden. Opgelet Wanneer u gaat afdrukken, kunnen sommige opties in deze menuschermen via uw computer worden ingesteld. Als de instellingen die u met de computer maakt niet hetzelfde zijn als de instellingen op de printer, dan krijgen de instellingen van de computer voorrang. 0 ✏ Opmerking ‘Standaard’ verwijst naar de fabrieksinstellingen van de printer. 5.3.
In onderstaande tabel staan voorbeelden van situaties waarin de printer de energiebesparende stand afsluit. Energiebesparende modus 1 wordt afgesloten • Als er afdrukgegevens worden ontvangen. • Als er via ‘4 Rapport/Lijst’ een rapport of lijst wordt afgedrukt. • Time-out voor modus 1 (standaard: 3 minuten) Een waarde tussen de 1 en 120 minuten kiezen. Als de hier ingestelde tijd is verstreken, schakelt de printer automatisch over naar de energiebesparende modus 1.
Time-out taak De functie Time-out taak zorgt dat de printer het verwerken van gegevens afbreekt als de rest van de gegevens na een bepaalde tijd niet is ontvangen. In geval van een dergelijke time-out worden alleen de gegevens afgedrukt die op dat moment waren ontvangen. • • 5 tot 300 seconden (standaard: 30 seconden) Stel de time-out voor taken in tussen 5 en 300 seconden. UIT Deactiveert de functie Time-out taak.
Tekst afdrukken Als u deze optie instelt op Ja, worden alle gegevens afgedrukt in de vorm waarin ze zijn ontvangen en worden enige besturingscodes die in het document zijn ingevoegd, genegeerd. Over het algemeen genomen raden wij u af om deze optie op Ja in te stellen. • • ja De gegevens worden als tekst afgedrukt. Nee (standaard) De gegevens worden niet als tekst afgedrukt. 5.3.2 Onderhoud In deze modus kunt u het niet-vluchtige (NV) geheugen terugstellen en de instellingen voor papierkwaliteit wijzigen.
Beveiliging Indien gewenst kunt u een wachtwoord instellen, zodat toegang tot bepaalde menu’s beperkt wordt. Zo kunt u voorkomen dat bepaalde opties per ongeluk gewijzigd worden. • • Beveilig paneel (standaard: Nee) Selecteer ‘AAN’ als u een wachtwoord wilt instellen. WW wijzigen Stel een 4-cijferig wachtwoord in. ✏ Opmerking Als u uw wachtwoord bent vergeten, dient u het niet-vluchtige geheugen terug te stellen (zie vorige pagina). Basisgewicht Hier kunt u de instellingen voor papierkwaliteit wijzigen.
5.3.3 Parallel Met dit menu wordt de parallelle interface geconfigureerd. ECP Hier kunt u de ECP-communicatiemodus van de parallelle interface configureren. • • Ingeschakeld (standaard) De printer ontvangt gegevens in de ECP-modus. Uitgeschakeld De printer ontvangt geen gegevens in de ECP-modus. 5.3.4 Rapport/Lijst Hiermee kunt u de diverse rapporten en lijsten afdrukken. ✏ Opmerking Rapporten en lijsten worden op A4- of Letter-papier afgedrukt.
Log afdrukken Dit is een gedetailleerde lijst van de verwerkte afdruktaken (maximaal 22). Gebruik deze lijst om te controleren of taken zonder fouten zijn afgedrukt. Zie ook Raadpleeg 8.4.2 “De printlog bevestigen” voor een voorbeeld van de printlog. 5.3.5 Netwerk Hier maakt u netwerkinstellingen. Opgelet Deze instelling kan niet worden gewijzigd als er gegevens worden verwerkt. U dient de printer uit en weer aan te zetten om deze waarden te activeren.
• IP-adres Gebruik deze optie om het IP-adres in te stellen. [aaa.bbb.ccc.ddd] Stel aaa, bbb, ccc en ddd in op een waarde tussen 0 en 255. Het volgende is niet toegestaan: 224.xxx.xxx.xxx of 255.xxx.xxx.xxx 127.xxx.xxx.xxx Opgelet Deze instellingen worden genegeerd als u bij IP-adres inst. de optie DHCP selecteert. Selecteer bij ‘IP-adres inst.’ de optie ‘Paneel’ om deze instellingen te activeren. Als u een verkeerd IP-adres opgeeft, kan dat zijn weerslag op het hele netwerk hebben.
Protocol Selecteer voor elke optie ‘Ingeschakeld’ of ‘Uitgeschakeld’ om deze te activeren of te deactiveren. • • • • • • • LPD (standaard: Ingeschakeld) Bij gebruik van TCP/IP stelt u LDP in op ‘Ingeschakeld’ zodat u kunt afdrukken met LPD (LPR), of stel deze optie in op ‘Uitgeschakeld’ als u deze functie niet wilt gebruiken.
IP-filter Met deze optie kunt u de ontvangst van gegevens die van bepaalde locaties afkomstig zijn, blokkeren. Als u een bepaald IP-adres wilt blokkeren, geeft u het IP-adres in ‘Adres filter X’ (X is een nummer tussen 1 en 5) en het subnetmasker in ‘Masker filter X’ op als nummers tussen 0 en 255. Selecteer voor dit adres bij ‘Modus filter X’ de optie ‘UIT’ (standaard), ‘Verwerpen’ of ‘Accepteren’. U kunt maximaal 5 adressen filteren. Filter 1 heeft voorrang op alle andere filters.
5.3.6 USB Adobe-protocol Voor het instellen van het Adobe-protocol hebt u de keuze uit: • • • • TBCP (standaard) RAW Standard BCP Opgelet Als u deze printer met een USB-interfacekabel gebruikt, dient u de instelling voor het Adobe-protocol te wijzigen in RAW. Raadpleeg het onderdeel USB in de installatiehandleiding voor de Macintosh-driver voor nadere informatie over het wijzigen van de instellingen voor het Adobe-protocol.
HOOFDSTUK 6 PROBLEMEN OPLOSSEN 6.1 Problemen oplossen Leest u dit hoofdstuk door om te leren hoe u problemen met deze printer kunt verhelpen. Zet de printer uit, haal de stekker uit het stopcontact en neem contact op met uw wederverkoper of met een door Brother goedgekeurd onderhoudsmonteur. Dit apparaat mag op generlei wijze worden gewijzigd, daar dit brand of een elektrische schok kan veroorzaken.
6.2 Problemen met de voeding Probleem Geen voeding Mogelijke oorzaak Staat de printer uit? Is het netsnoer losgekomen of afgesloten? Is de printer op een geschikt stopcontact aangesloten? De printer wordt regelmatig uitgeschakeld Is het netsnoer losgekomen of afgesloten? De printer is defect. 6-2 Wat te doen Druk de kant van de schakelaar met de markering [I] in om de printer aan te zetten. Raadpleeg 3.2.1 “De printer aanzetten”. Zet de printer uit en sluit het netsnoer goed aan.
6.3 Problemen met afdrukken 6.3.1 Lampjes branden, knipperen of zijn uit Probleem Mogelijke oorzaak Wat te doen Als het Alarm-lampje brandt Staat er een foutmelding op het LCDscherm? Het Alarm-lampje knippert Er is een probleem opgetreden dat niet door de gebruiker kan worden verholpen.
Probleem Mogelijke oorzaak Wat te doen (Vervolg van vorige pagina) Het Ready-lampje brandt niet en knippert niet als er een printopdracht is verzonden Is de computer goed geconfigureerd? Controleer de volgende instellingen op uw computer en configureer onjuiste instellingen opnieuw. • Controleer dat de juiste printer driver voor uw besturingssysteem is geïnstalleerd. • Controleer dat de poort in de printer driver goed is ingesteld. Vraag uw systeembeheerder om een geldig IP-adres.
6.3.2 Kan niet afdrukken in Windows Probleem De printer drukt niet af Mogelijke oorzaak Wordt in het printervenster de melding “Afdrukken onderbreken” weergegeven? Staat de printer uit? Kan niet afdrukken met TCP/IP Is de parallelle, USB- of Ethernetinterfacekabel losgekomen of afgesloten? Is het IP-adres van de printer juist ingesteld? (Bij gebruik van TCP/IP.) Is er een ontvangstfilter geactiveerd? Op het computerscherm wordt een foutmelding weergegeven Er is een printerfout opgetreden.
6.3.3 Kan niet afdrukken vanaf een Macintosh-computer Probleem De printer staat niet in het kiezervenster Mogelijke oorzaak Staat de printer uit? Is de USB- of Ethernet-interfacekabel losgekomen of afgesloten? Is de netwerkuitbreidingskaart losgekomen of afgesloten? Zijn de zone- en printernamen juist? Op het computerscherm wordt een foutmelding weergegeven Gebruikt u het juiste Macbesturingssysteem? De printer is defect.
6.4 Problemen met afdrukkwaliteit 6.4.1 Er worden blanco of helemaal zwarte pagina’s uitgevoerd Probleem Er wordt niets afgedrukt De uitgevoerde vellen zijn helemaal zwart Mogelijke oorzaak Wat te doen Misschien worden er twee of meerdere vellen tegelijk ingevoerd. Neem de stapel papier uit de lade, blader hem door en leg hem terug. De printkopcartridge is oud of beschadigd. Vervang de printkopcartridge. Raadpleeg 8.2.2 “De printkopcartridge vervangen”. De voedingseenheid is defect.
6.4.2 Vage of bevlekte afdrukken, witte (ontbrekende) delen, kreukels, o n d u id e lijk e d e le n Probleem Vage afdrukken Mogelijke oorzaak Wat te doen Gebruikt u geschikte media om op af te drukken? Gebruik het aanbevolen formaat en type, en controleer de instellingen in de printer driver. Raadpleeg 4.1 “Geschikte en ongeschikte papiersoorten”. Vervang het papier. Raadpleeg 4.2 “Papier plaatsen”. Vervang de printkopcartridge. Raadpleeg 8.2.2 “De printkopcartridge vervangen”.
Probleem Mogelijke oorzaak Wat te doen Vlekken op regelmatige afstand Vuil in het papierpad. De printkopcartridge of de transferrolcartridge is oud of beschadigd. Druk een aantal blanco pagina’s af. Controleer de printkopcartridge en de transferrolcartridge en vervang deze zo nodig. Raadpleeg 8.2.2 “De printkopcartridge vervangen”. Raadpleeg 8.3.2 “De transferrolcartridge vervangen”. De inkt vlekt als erover wordt gewreven Is het papier vochtig? Vervang het papier. Raadpleeg 4.2 “Papier plaatsen”.
Probleem Witte vlekken in vlakken met diep zwarte tinten Mogelijke oorzaak Gebruikt u geschikte media om op af te drukken? Is het papier gevouwen of verkreukeld? De printkopcartridge is oud of beschadigd. Wat te doen Gebruik het aanbevolen formaat en type, en controleer de instellingen in de printer driver. Raadpleeg 4.1 “Geschikte en ongeschikte papiersoorten”. Vervang de printkopcartridge. Raadpleeg 8.2.2 “De printkopcartridge vervangen”.
Probleem Verkreukeld papier Mogelijke oorzaak Is het papier vochtig? Gebruikt u geschikte media om op af te drukken? gebruikt u kromgetrokken papier? Is de papierlade goed in de printer geplaatst? Is er papier of iets anders in de printer vastgelopen? Is de transferrolcartridge goed in de printer geïnstalleerd? Scheve afdruk, afdruk op verkeerde plaats Zijn de papiergeleiders in de papierlade goed afgesteld? Is de papiergeleider in de multifunctionele lade in het gat met de juiste markering gestoken?
6.4.3 Afdrukken laten te wensen over Probleem Mogelijke oorzaak Wat te doen Transparanten zien er niet goed uit Gebruikt u geschikte transparanten? Gebruik transparanten die geschikt zijn voor gebruik in deze printer. Zorg dat de transparanten goed in de multifunctionele lade zijn geplaatst. Raadpleeg 3.7.3 “Op transparanten afdrukken”. Stel de printer driver in het tabblad “Papier/Uitvoer” (Windows) of in het dialoogvenster “Pagina-instelling” (Macintosh) in op het afdrukken op transparanten.
6.
Probleem (Vervolg van de vorige pagina) Papier wordt niet ingevoerd, papier loopt vast, meerdere vellen tegelijk ingevoerd, papier wordt niet recht ingevoerd Mogelijke oorzaak Hebt u de A5-adapter geïnstalleerd toen u A5-papier in de papierlade plaatste? 6-14 Wat te doen Controleer dat de A5-adapter goed is geïnstalleerd, naast de achterste geleider in de papierlade. Raadpleeg 4.2.2 “A5-papier in de papierlade plaatsen/I.p.v. A5 een ander papierformaat gebruiken”.
6.6 Andere problemen 6.6.
6.6.
6.7 Wat te doen als er een foutmelding wordt weergegeven Hier worden de foutmeldingen en hun betekenis behandeld, en wordt uitgelegd wat u moet doen als er een foutmelding wordt weergegeven. Als er een foutmelding wordt weergegeven, zoekt u de melding in onderstaande tabel op en volgt u de procedure die daar wordt beschreven. ✏ Opmerking Als de melding te lang is en niet op het LCD-scherm past, wisselt het scherm elke 3 seconden en wordt de melding in delen weergegeven.
Melding Gele(Y) toner vervangen Gele(Y) toner opnieuw plaatsen CTD-sensor onderhouden CTD-sensor reinigen Vast: regi Open A-klep Vast: fuser Open A/B-klep Vast: duplex Open B-klep Vast: invoer Controleer lade Printkopcartr. ID-fout Betekenis en wat te doen De gele tonercartridge is leeg. Wat te doen: Vervang de gele tonercartridge. Raadpleeg 8.1.2 “De tonercartridges vervangen”. Er is geen gele tonercartridge in de printer geplaatst, of de cartridge is niet goed geplaatst.
Melding Cyaan(C) toner vervangen Cyaan(C) toner opnieuw plaatsen Sys.data gewist Druk op Set Geen papier in alle laden Alle laden dichtduwen Schijf vol Druk op Set Betekenis en wat te doen De cyaan tonercartridge is leeg. Wat te doen: Vervang de cyaan tonercartridge. Raadpleeg 8.1.2 “De tonercartridges vervangen”. Er is geen cyaan tonercartridge in de printer geplaatst, of de cartridge is niet goed geplaatst.
Melding Kijk papier na in MF lade Transferrol vervangen Transferrol opnieuw plaatsen Printkopcartridge Vervangen Fusercartridge Vervangen Printkopcartr. opnieuw plaatsen Geen papier in lade1 Plaats xxxx in N Betekenis en wat te doen Het papier is niet goed in de multifunctionele lade geplaatst of komt niet overeen met hetgeen op de computer is gespecificeerd. Wat te doen: Zorg dat het papier goed in de multifunctionele lade is geplaatst.
Kijk papier na in N Het papier is niet goed in lade N geplaatst of komt niet overeen met hetgeen op de computer is gespecificeerd. Wat te doen: Trek lade N uit en controleer het papier. Als de instellingen op de computer incorrect zijn, moet u het afdrukken annuleren. Controleer de instellingen op uw computer, configureer onjuiste instellingen opnieuw en probeer opnieuw af te drukken. Raadpleeg 4.2.1 “Papier in de papierlade plaatsen”. Raadpleeg 3.5.2 “Het afdrukken via het bedieningspaneel annuleren”.
Magenta(M) toner opnieuw plaatsen Geen geheugen Druk op Set Er is geen magenta tonercartridge in de printer geplaatst, of de cartridge is niet goed geplaatst. Raadpleeg 8.1.2 “De tonercartridges vervangen”. Er is niet voldoende geheugen beschikbaar om de printer normaal te laten functioneren. Wat te doen: Druk op de toets
6.8 Het Alarm-lampje brandt of knippert Het rode Alarm-lampje op het bedieningspaneel geeft aan dat er iets mis is met de printer. Raadpleeg de volgende onderdelen. Ready Alarm 6.8.1 Het Alarm-lampje brandt Als het Alarm-lampje brandt, duidt dit op een papierdoorvoerstoring of een ander probleem dat u zelf kunt verhelpen. Verhelp het probleem aan de hand van de instructies in de melding op het LCD-scherm. Zie ook Raadpleeg 6.
6.9 De printer forceren de resterende gegevens af te drukken (als het afdrukken is onderbroken) Als het ontvangen van gegevens halverwege een afdruktaak wordt onderbroken, zal de printer een bepaalde tijd wachten. Gedurende deze periode wordt op het LCD-scherm de melding “Data wachten” weergegeven. U kunt de printer desgewenst forceren de reeds ontvangen gegevens af te drukken. Raadpleeg de volgende stappen voor informatie daarover. Zie ook De standaardinstelling voor de time-out is 30 seconden.
6.10 De dichtheidssensor reinigen Als de dichtheidssensor van de printer vuil is, volgt u onderstaande procedure om hem te reinigen. 1. Druk de kant van de schakelaar met de markering [O] in om de printer uit de zetten; deze schakelaar bevindt zich aan de rechterkant van de printer. 2. Druk knop A (1) omhoog en maak de voorklep (2) helemaal open. 3. Pak de oranje lipjes aan weerskanten van de transferrol vast en til hem voorzichtig uit de printer.
4. Veeg de dichtheidssensor voorzichtig met een schone droge doek of een wattenstaafje schoon. Opgelet Zorg dat er niets in aanraking komt met het venster van de dichtheidssensor. Gebruik geen kracht tijdens het reinigen van dit venster. 1 5. Zet de transferrolcartridge weer op zijn plaats. Pak de oranje U-vormige lipjes zoals aangegeven vast. 6. Steek de pennen aan weerskanten van de transferrolcartridge in de lagers in de printer. 7.
8. Sluit de voorklep. 9. Druk de kant van de schakelaar met de markering [I] in om de printer aan de zetten; deze schakelaar bevindt zich aan de rechterkant van de printer.
HOOFDSTUK 7 VASTGELOPEN PAPIER 7.1 Vastgelopen papier verwijderen Als papier vastloopt, wordt het afdrukken onderbroken en wordt op het LCD-scherm gemeld waar het papier is vastgelopen. Lees de melding, raadpleeg het betreffende onderdeel in dit hoofdstuk en volg de daar beschreven procedure om het vastgelopen papier te verwijderen. Vast: duplex Open B-klep Vast: invoer Controleer lade Raadpleeg 7.5 “Papier vastgelopen in de papieromdraaier” Vast: regi. Open A-Cover Raadpleeg 7.
• Zorg er bij het verwijderen van vastgelopen papier voor, dat er geen stukjes papier in de printer achterblijven, daar dit brand kan veroorzaken. Als het papier rond de fuser of de rol vastzit, of als u het vastgelopen papier niet kunt zien, mag u niet proberen om het papier zelf te verwijderen, daar dit persoonlijk letsel of brand kan veroorzaken. Zet de printer onmiddellijk uit en neem contact op met uw wederverkoper of met een door Brother goedgekeurd onderhoudsmonteur.
7.2 Papier vastgelopen in de multifunctionele lade Volg onderstaande procedure voor het verwijderen van het vastgelopen papier. 1. Trek het vastgelopen papier uit de multifunctionele lade. 2. Druk knop A (1) omhoog en maak de voorklep (2) helemaal open. Controleer dat er geen stukjes papier in de printer zijn achtergebleven. 3. Sluit de voorklep.
7.3 Papier vastgelopen in de papierlade Als de los verkrijgbare module met 2 laden niet is geïnstalleerd, volgt u onderstaande procedure om het papier uit de papierlade te verwijderen. Als de module met 2 laden wel is geïnstalleerd, moet u eerst de onderste lade en daarna de laden erboven op volgorde controleren totdat u hebt bepaald waar het papier is vastgelopen. Volg de procedure in 7.6 “Papier vastgelopen in de module met 2 laden”. 1. Neem de papierlade voorzichtig helemaal uit de printer. 2.
4. Druk knop A (1) omhoog en maak de voorklep (2) helemaal open. Controleer dat er geen stukjes papier in de printer zijn achtergebleven. 5. Sluit de voorklep. 6. Houd de papierlade met beide handen vast, zet hem op één lijn met de opening in de printer en schuif hem er voorzichtig in. 7. Duw de papierlade helemaal in de printer. Opgelet Gebruik geen kracht om de papierlade in de printer te schuiven. Dit kan de papierlade of het inwendige van de printer namelijk beschadigen.
7.4 Papier vastgelopen tussen de printkopcartridge en de fuser Hier wordt beschreven hoe u papier kunt verwijderen dat rond de printkopcartridge en in de fuser is vastgelopen. Selecteer de juiste procedure, afhankelijk van de plaats waar het papier is vastgelopen. Papier is vastgelopen rond de printkopcartridge: Volg onderstaande procedure voor het verwijderen van het vastgelopen papier. 1. Druk knop A (1) omhoog en maak de voorklep (2) helemaal open. 2.
1. Fusercartridge 2. Papier 3. Printkopcartridge 3. Maak de hendels van de fuser los en verwijder het vastgelopen papier. Als het papier gescheurd is, moet u ook de stukjes papier uit de printer verwijderen. 4. Vergeet u niet om de hendels van de fuser weer vast te zetten nadat het vastgelopen papier verwijderd is. 5. Sluit de voorklep.
Papier is vastgelopen rond de fusercartridge: Volg onderstaande procedure voor het verwijderen van het vastgelopen papier. 1. Druk knop B (1) omhoog en maak de voorklep (2) helemaal open. 2. Maak de hendels aan weerskanten van de fuser los en verwijder het vastgelopen papier. Als het papier gescheurd is, moet u ook de stukjes papier uit de printer verwijderen. Opgelet Tijdens het gebruik wordt de fuser (verwarmingseenheid) erg heet.
Papier dat langer is dan 355,6 mm is vastgelopen Als papier dat langer is dan 355,6 mm in de printer vastloopt, moet het zo ver als nodig worden afgeknipt waarna het resterende papier volgens de toepasselijke procedure verwijderd kan worden. Forceer de voorklep niet als hij moeilijk te openen is. Zet de printer onmiddellijk uit en neem contact op met uw wederverkoper of met een door Brother goedgekeurd onderhoudsmonteur.
7.5 Papier vastgelopen in de papieromdraaier Volg onderstaande procedure voor het verwijderen van het vastgelopen papier. 1. Druk knop B (1) omhoog en maak de voorklep (2) helemaal open. 2. Verwijder het vastgelopen papier. Als het papier gescheurd is, moet u ook de stukjes papier uit de printer verwijderen. 3. Sluit de voorklep.
7.6 Papier vastgelopen in de module met 2 laden Volg onderstaande procedure voor het verwijderen van het vastgelopen papier. 1. Begin met de onderste lade en trek elke lade uit totdat u ziet waar het papier is vastgelopen. Opgelet Het papier in de module met 2 laden wordt via de voorkant van de laden in de printer gevoerd. Papier dat in de onderste lade vastloopt, kan derhalve de bovenste lade in de module of de papierlade van de printer blokkeren, zodat u deze laden niet kunt openen.
4. Druk knop A (1) omhoog en maak de voorklep (2) helemaal open. Controleer dat er geen stukjes papier in de printer zijn achtergebleven. 5. Sluit de voorklep. 6. Sluit alle papierladen.
HOOFDSTUK 8 ROUTINEONDERHOUD EN VERBRUIKSARTIKELEN VERVANGEN 8.1 De tonercartridges vervangen Deze printer gebruikt vier tonercartridges: zwart, geel, magenta en cyaan. Als de toner in de tonercartridge bijna op is, wordt op het bedieningspaneel de melding “xxxx toner (x) vervangen” weergegeven (xxxx is de kleur toner). Vervang de tonercartridge(s) meteen als deze melding wordt weergegeven. De printer stopt met afdrukken als de tonercartridge niet op tijd wordt vervangen.
Voorzorgsmaatregelen bij opslag • • • • Tonercartridges uit de buurt van direct zonlicht en onder de volgende omstandigheden opslaan: Omgevingstemperatuur van 0 tot 35°C. Vochtigheid van 15 tot 80% relatieve vochtigheid (zonder condensvorming). Hete en vochtige ruimten vermijden. Opslag in de buurt van magnetische apparatuur zoals CRT-schermen, disk drives en diskettes dient te worden vermeden. Buiten het bereik van kinderen houden. 8.1.
2. Houd de hendels aan weerskanten van de tonercartridge die u wilt vervangen vast en til ze op. 3. Til de tonercartridge uit de printer. ✏ Opmerking Voorkom dat er toner op de grond of op meubilair wordt geknoeid, zet de tonercartridge op een vel papier. Om te voorkomen dat restjes toner worden geknoeid, oude tonercartridges nooit schudden en er niet ruw mee omgaan. 4. Kies de nieuwe tonercartridge en pak hem uit. 5.
6. Zet de tonercartridge op één lijn met de sleuf waarin hij geplaatst moet worden en plaats hem zoals aangegeven in de printer. 1. Tonerzegel 7. Houd de hendels aan weerskanten van de tonercartridge met uw vingers vast en duw ze goed naar beneden zodat de hendels naar de markering ( ) draaien. 8. Trek het tonerzegel recht omhoog en verwijder het. Opgelet Trek het tonerzegel recht omhoog. Als u het zegel schuin uit de tonercartridge trekt, kan het scheuren. 0 9. Zet de bovenklep weer op zijn plaats.
8.2 De printkopcartridge vervangen Deze printkopcartridge bestaat uit de lichtgevoelige printkop, de ontwikkelaar en de transferrol. Als de printkop aan vervanging toe is, wordt op het bedieningspaneel de melding “Printkopcartr. vervangen” weergegeven. Vervang de printkopcartridge meteen als deze melding wordt weergegeven. Printkopcartr. vervangen Zie ook De printkopcartridge is een verbruiksartikel. Raadpleeg A.1 “Toebehoren en verbruiksartikelen” voor nadere informatie daarover. Raadpleeg A.
• • • • • Werk bij het vervangen van de printkopcartridge op een bureau of op een ander plat oppervlak; dit om te voorkomen dat de lichtgevoelige printkop en transferrol bekrast worden. Neem de printkopcartridge pas uit de printer wanneer hij vervangen moet worden, vermijd het voortijdig verwijderen van deze cartridge. Als de printkopcartridge verwijderd en weer geïnstalleerd wordt, kan er vuil aan de cartridge blijven plakken, hetgeen de afdrukkwaliteit nadelig kan beïnvloeden.
1. Druk knop A (1) omhoog en maak de voorklep (2) helemaal open. 2. Druk de knop zoals aangegeven in en maak de klep van de papieruitvoer open. 3. Houd de handgreep boven aan de printkopcartridge vast en til hem voorzichtig uit de printer. Opgelet Voorkom dat u de printkopcartridge laat vallen, houd hem aan de handgreep vast. 1 4. Maak de bovenkant van de doos met de nieuwe printkopcartridge open en verwijder het bovenste gedeelte van de aluminium zak.
5. Houd de handgreep boven aan de printkopcartridge vast en til hem voorzichtig op. Zet de cartridge op een plat oppervlak. Opgelet Til de printkopcartridge aan de handgreep op. Zorg dat de cartridge nergens tegenaan wordt gestoten als u hem uit de doos haalt. 2 6. Verwijder de polystyreen verpakking en maak de bovenkant van de aluminium zak (links en rechts) open. 7. Neem de nieuwe printkopcartridge uit zijn verpakking en trek hard aan elk van de vier zegels om ze te verwijderen.
9. Pak de handgreep aan de bovenkant van de printkopcartridge vast en keer de platte kant naar de achterkant van de printer. 1. Platte kant naar achteren gericht 10. Zorg dat het platte deel naar de achterkant van de printer is gericht, zet de oranje rollen aan weerskanten van de printkopcartridge op één lijn met de sleuven voor de pijltjes op de printer, en laat de cartridge voorzichtig in de printer zakken. 1. Beschermend vel 2.
12. Sluit de papieruitvoerklep. 13. Sluit de voorklep.
8.3 De transferrolcartridge vervangen De transferrolcartridge bestaat uit een transferrol en een doos voor afgewerkte toner. Als de transferrolcartridge aan vervanging toe is, wordt op het bedieningspaneel de melding ‘Transferrol vervangen’ weergegeven. Vervang de transferrolcartridge meteen als deze melding wordt weergegeven. De printer stopt met afdrukken als de cartridge niet op tijd wordt vervangen. Transferrol vervangen Zie ook De transferrolcartridge is een verbruiksartikel. Raadpleeg A.
8.3.1 Voorzorgsmaatregelen bij het hanteren van de transferrolcartridge De oude transferrolcartridge niet in vuur werpen. Hij kan ontploffen en persoonlijk letsel veroorzaken. Voorzorgsmaatregelen bij hantering • • • • • Vervang de transferrolcartridge meteen als deze melding wordt weergegeven. De printer stopt met afdrukken als de cartridge niet op tijd wordt vervangen. Probeer nooit om de toner uit de doos voor afgewerkte toner opnieuw te gebruiken.
8.3.2 De transferrolcartridge vervangen Volg onderstaande procedure voor het vervangen van de transferrolcartridge. 1. Druk knop A (1) omhoog en maak de voorklep (2) helemaal open. 2. Pak de oranje lipjes aan weerskanten van de transferrol (1) vast en til hem voorzichtig uit de printer (2). Opgelet Zorg dat er geen toner wordt geknoeid, til de transferrol voorzichtig op.
3. Pak de nieuwe transferrolcartridge uit en houdt hem zoals aangegeven aan de oranje lipjes vast. 4. Steek de pinnen aan weerskanten van de transferrolcartridge in de lagers binnen in de printer, en duw de rol voorzichtig in de printer. 5. Zet de transferrolcartridge in de printer vast door voorzichtig op de lipjes te duwen totdat u een klik hoort. 6. Sluit de voorklep.
8.4 Rapporten en lijsten afdrukken Gebruik het bedieningspaneel om de volgende rapporten en lijsten af te drukken. • Lijst met printerconfiguratie Gebruik deze lijst om te bevestigen welke toebehoren er zijn geïnstalleerd en om de netwerkinstellingen van de printer te controleren. ✏ Opmerking Raadpleeg 8.4.1 “Printerconfiguratie en netwerkinstellingen bevestigen”. • • • Lijst van paneelinstellingen Gebruik deze lijst om de parameters die met het bedieningspaneel zijn ingesteld, te controleren.
8.4.1 Printerconfiguratie en netwerkinstellingen bevestigen Door de lijst met de printerconfiguratie af te drukken, kunt u controleren welke toebehoren er geïnstalleerd zijn en welke netwerkinstellingen er zijn gemaakt. Hieronder wordt beschreven hoe u de lijst met de printerconfiguratie kunt afdrukken. ✏ Opmerking Raadpleeg 5.2 “Algemene bewerkingen in het menu” voor nadere informatie over de werking van het bedieningspaneel. Klaar v. afdruk ↓ (Het afdrukscherm. De printer is klaar voor gebruik.) 1.
8.4.2 De printlog controleren Gebruik het bedieningspaneel om de printlog af te drukken. De printlog is een rapport van de laatste 22 afdruktaken die de printer heeft ontvangen. Gebruik deze lijst om te controleren of de taken al dan niet foutloos zijn afgedrukt. ✏ Opmerking Als ‘Auto Log Print’ in het menu ‘1 Systeem’ is ingesteld op ‘AAN’, wordt de printlog na elke 22 afdruktaken automatisch afgedrukt (standaard: ‘UIT’). Raadpleeg 5.3 “Lijst van menuopties” voor nadere informatie hierover.
8.5 De printerstatus via uw computer bevestigen Deze printer is voorzien van allerlei netwerk-tools waarmee u de status van de printer via uw computer over het netwerk kunt controleren. Bij gebruik van deze tools hoeft u niet meer bij uw computer vandaan om te controleren of de printer naar behoren werkt. Hieronder volgt een korte beschrijving van deze tools. 8.5.
8.6 De printer reinigen Wij adviseren u de printer ten minste eens per maand te reinigen, zodat hij goed blijft werken met een consequente afdrukkwaliteit. Zet de printer uit en haal de stekker uit het stopcontact alvorens de printer te reinigen. Als u nalaat de printer uit te zetten en de stekker uit het stopcontact te halen, kan dit brand of een elektrische schok veroorzaken. Voorzorgsmaatregelen bij het reinigen • • • Nooit iets direct op de printer spuiten.
8.7 De printer vervoeren Volg onderstaande procedure alvorens u de printer gaat vervoeren. • • • Om letsel te voorkomen, moet de printer altijd door ten minste twee personen worden opgetild. Om de printer op te tillen, gaat u voor de printer staan en pakt u hem met beide handen bij de uitsparingen links- en rechtsonder vast. Probeer nooit om de printer aan andere delen op te tillen. Als u de printer aan andere delen optilt, kan hij vallen, hetgeen persoonlijk letsel kan veroorzaken.
1. Druk de kant van de schakelaar met de markering [O] in om de printer uit de zetten; deze schakelaar bevindt zich aan de rechterkant van de printer. 2. Koppel het netsnoer, de interfacekabel en andere kabels los. Een netsnoer nooit met natte handen aanraken. Dit kan namelijk een elektrische schok veroorzaken. Als u de stekker uit het stopcontact haalt, altijd de stekker vasthouden. Nooit aan het netsnoer trekken.
4. Houd de lade met beide handen vast, til de voorkant een stukje op en trek hem helemaal uit de printer. 5. Neem het papier uit de papierlade en bewaar het op een droge, stofvrije plaats. 6. Steek de kartonnen afstandsstukken zoals aangegeven in de lade. 7. Houd de papierlade met beide handen vast, zet hem op één lijn met de opening in de printer en schuif hem er voorzichtig in.
8. Duw de papierlade helemaal in de printer. 9. Haal het deksel van de lade uit de achterkant van de printer 10. Druk knop A (1) omhoog en maak de voorklep (2) helemaal open. 11. Druk de knop zoals aangegeven in en maak de klep van de papieruitvoer open.
12. Houd de handgreep boven aan de printkopcartridge vast en til hem voorzichtig uit de printer. 1. Transferrol Opgelet Raak de transferrol niet aan. Voorkom dat u de printkopcartridge laat vallen, houd hem aan de handgreep vast. ✏ Opmerking Stop de printkopcartridge in zijn aluminium zak of verpak hem in dik papier, zodat hij niet kan worden blootgesteld aan direct zonlicht of ander fel licht. 13. Sluit de papieruitvoerklep. 14. Sluit de voorklep.
15. Bescherm de printer tegen beschadiging, verpak hem in een doos alvorens hem te vervoeren. Opgelet Als u de printer op een nieuwe plaats hebt neergezet, dient u de kleurregistratie af te stellen. Raadpleeg 1.1 “Kleurregistratie afstellen” voor nadere informatie hierover.
8.8 De printer opslaan Volg onderstaande procedure als de printer gedurende langere tijd niet gebruikt zal worden. 1. Druk de kant van de schakelaar met de markering [O] in om de printer uit de zetten; deze schakelaar bevindt zich aan de rechterkant van de printer. 2. Koppel het netsnoer, de interfacekabel en andere kabels los. Een netsnoer nooit met natte handen aanraken. Dit kan namelijk een elektrische schok veroorzaken. Als u de stekker uit het stopcontact haalt, altijd de stekker vasthouden.
A APPENDICES A.1 Toebehoren en verbruiksartikelen Voor deze printer zijn de volgende toebehoren verkrijgbaar. U kunt deze toebehoren bij uw wederverkoper bestellen. A.1.1 Toebehoren Harde schijf Met de los verkrijgbare harde schijf kan snel worden gesorteerd wanneer u meerdere exemplaren van een document afdrukt. Raadpleeg de met de harde schijf meegeleverde documentatie voor instructies over de installatie ervan.
A.1.2 Verbruiksartikelen Tonercartridges Deze printer gebruikt vier tonercartridges: zwart, geel, magenta en cyaan. Raadpleeg 8.1.2 “De tonercartridges vervangen” voor nadere informatie over installatie van deze cartridges. Printkopcartridge Deze cartridge bestaat uit de lichtgevoelige drum, de ontwikkelaar en de transferrol. Raadpleeg 8.2.2 “De printkopcartridge vervangen” voor nadere informatie over installatie van deze cartridge.
A.2 Informatie over productondersteuning Kijk voor ondersteuning op onze website, waar u de meest recente drivers en informatie over deze printer vindt. URL: http://solutions.brother.
A.3 Algemene specificaties A.3.
Fonts (*2) Europese (80 fonts) PDL (Emulatie) Besturingssystemen die door de printer driver worden ondersteund Interface Lawaai Voeding Stroomverbruik Albertus Medium/ Albertus Extra Bold Antique Olive/ Antique Olive It/Antique Olive Bd Arial/ Arial It/ Arial Bd/ Arial Bd It Clarendon Condensed Coronet Courier/ Courier It/ Courier Bd/ Courier Bd It Garamond Antiqua/ Garamond Kursiv/ Garamond Halbfett/ Gatamond Kurs Halb Letter Gothic/ Letter Gothic It/ Letter Gothic Bd Marigold CG Omega/ CG Omega It/
Gewicht/afmetingen (*1) • • Afmetingen: 439 (B) × 638 (D)* × 445 (H) mm Gewicht: 35,3 kg (*) Met de papierlade geïnstalleerd en de multifunctionele lade gesloten. Verwijst naar de maximumsnelheid voor A4- en Letter-papier dat in de lengte (Staand) wordt ingevoerd. Tijdens lange print-runs kan het afdrukken worden geannuleerd zodat de printer het inwendige van de ontwikkelaar kan reinigen. Tijdens het reinigen wordt op het LCDscherm de melding “Even wachten aub” weergegeven.
A.3.2 Netwerkspecificaties Algemene specificaties Ondersteunde normen Netwerkprotocollen Interface Ethernet Ver.2.0 IEEE 802.3 TCP/IP, NetBIOS, IPX/SPX (NetWare), AppleTalk 100BASE-TX, 10BASE-T TCP/IP-specificaties Ondersteunde besturingssystemen Frametype Afdrukprotocollen Beheerprotocollen Windows 95, Windows 98, Windows Me, Windows NT 4.
A.3.3 Bedrukbaar gedeelte Bij gebruik van A4, 8,5 inch x 14 inch (Legal) of kleiner. • • “Bedrukbaar gedeelte” verwijst naar het gedeelte van de pagina dat bedrukt kan worden. “Niet-bedrukbaar gedeelte” verwijst naar het gedeelte van de pagina dat niet bedrukt kan worden. 1. Bedrukbaar gedeelte 2.
A.4 Gebruiksduur van verbruiksartikelen Gebruiksduur van verbruiksartikelen (in aantal pagina’s dat kan worden afgedrukt) Verbruiksartikel Aantal pagina’s dat kan worden afgedrukt(*) Zwarte tonercartridge Gele tonercartridge Magenta tonercartridge Cyaan tonercartridge Printkopcartridge Transferrolcartridge (inclusief doos voor afgewerkte toner) Fusercartridge Circa 8500 pagina’s Circa 6000 pagina’s Circa 6000 pagina’s Circa 6000 pagina’s Circa 30.000 pagina’s Circa 25.000 pagina’s Circa 100.
A.5 De geheugen module toevoegen 1. Zet de printer uit en haal vervolgens de stekker uit het stopcontact. Alvorens optionele accessoires te installeren, dient u de printer uit te schakelen en het netsnoer uit het stopcontact te verwijderen. Optionele accessoires installeren zonder de printer uit te zetten kan resulteren in een elektrische schok. 2. Draai de twee schroeven los op de interface unit aan de achterzijde van de printer. 3.
INDEX A1 INDEX K n o p B ........................................................................3 -2 A L A a n slu itin g E th ern et-in terfa ce ............................... 3 -2 A a n slu itin g p a ra llelle in terfa ce .............................. 3 -2 A a n slu itin g U S B -in terfa ce....................................... 3 -2 A fd ru k k en a n n u leren ............................................. 3 -1 3 A fd ru k k w a liteit.........................................................
INDEX V V a g e afd ru k k en ........................................................ 6 -8 V a stg elo p en p a p ier ................................................. 6 -1 3 V erb ru ik sa rtik elen .................................................. A -2 V o ed in g ...................................................................... 6 -2 V o o rk lep .................................................................... 3 -1 W W in d o w s ...............................................................