Brother Laserprinter GEBRUIKERSHANDLEIDING HL-5270DN HL-5280DW Voor slechtzienden Deze handleiding kan door de software Screen Reader 'text-to-speech' worden gelezen. U dient eerst alle hardware in te stellen en de driver te installeren, pas dan kunt u de printer gebruiken. Installeer de printer aan de hand van de informatie in de installatiehandleiding. In de doos vindt u een gedrukt exemplaar. Lees deze gebruikershandleiding aandachtig door voordat u de printer gaat gebruiken.
Over deze handleiding Symbolen die in deze handleiding worden gebruikt In deze handleiding worden de volgende aanduidingen gebruikt: Waarschuwingen leggen uit wat u kunt doen om persoonlijk letsel te voorkomen. Symbolen voor elektrische gevaren waarschuwen u voor eventuele elektrische schokken. Deze symbolen wijzen u erop dat u hete oppervlakken in de machine niet mag aanraken.
Veiligheidsmaatregelen Veilig gebruik van de printer WAARSCHUWING Binnen in deze printer bevinden zich elektroden waar hoge spanning op staat. Voordat u het inwendige van de printer gaat reinigen moet u hem uitzetten en het netsnoer uit het stopcontact halen. Hanteer de stekker NOOIT met natte handen. U kunt dan namelijk een elektrische schok krijgen. Nadat de printer is gebruikt, zijn sommige onderdelen in het inwendige van de printer zeer heet.
De waarschuwingsetiketten op en rondom de fuser NIET verwijderen of beschadigen. NOOIT een stofzuiger gebruiken om geknoeide toner op te zuigen. De toner zou binnen in de stofzuiger vlam kunnen vatten en brand kunnen veroorzaken. Geknoeide toner moet zorgvuldig worden opgeveegd met een droge, pluisvrije doek en in overeenstemming met plaatselijk geldende voorschriften worden weggegooid. NOOIT ontbrandbare stoffen in de buurt van de printer gebruiken.
Handelsmerken Het Brother-logo is een wettig gedeponeerd handelsmerk van Brother Industries, Ltd. Apple, het Apple-logo, Macintosh en TrueType zijn gedeponeerde handelsmerken van Apple Computer, Inc in de Verenigde Staten en andere landen. Epson is een wettig gedeponeerd handelsmerk en FX-80 en FX-850 zijn handelsmerken van Seiko Epson Corporation. Hewlett Packard is een wettig gedeponeerd handelsmerk en HP LaserJet 6P, 6L, 5P, 5L, 4, 4L 4P, III, IIIP, II en IIP zijn handelsmerken Hewlett-Packard Company.
Inhoudsopgave 1 Over deze printer Wat zit er in de doos? ................................................................................................................................1 Interfacekabel ......................................................................................................................................1 Vooraanzicht........................................................................................................................................2 Achteraanzicht.........
Data-lampje .............................................................................................................................................50 LCD-scherm.............................................................................................................................................50 Verlichting van LCD-scherm..............................................................................................................50 Meldingen op LCD-scherm........................................
Motor ...............................................................................................................................................113 Controller .........................................................................................................................................114 Software ..........................................................................................................................................115 Bedieningspaneel .......................................
1 Over deze printer Wat zit er in de doos? Controleer tijdens het uitpakken van de printer dat de volgende onderdelen allemaal aanwezig zijn. Printer CD-ROM Installatiehandleiding Drumkit met tonercartridge Netsnoer Interfacekabel Een interfacekabel wordt niet standaard meegeleverd. U dient een interfacekabel te kopen die geschikt is voor de interface die u gaat gebruiken (USB, parallel of netwerk). USB-kabel Gebruik nooit een USB-kabel die langer is dan 2 meter.
1.
1.
1. Over deze printer Een plaats voor de printer kiezen Lees voordat u de printer in gebruik neemt eerst de volgende informatie door. Elektrische voeding Gebruik de printer met de aanbevolen netspanning. Voedingsbron: VS en Canada: 110 tot 120 volt wisselstroom, 50/60 Hz Europa en Australië: 220 tot 240 volt wisselstroom, 50/60 Hz Het netsnoer, inclusief eventueel verlengsnoer, mag niet langer zijn dan 5 meter.
1. Over deze printer Netwerkfuncties Deze machine van Brother kan met de ingebouwde netwerkafdrukserver in een TCP/IP-omgeving worden gedeeld op een 10/100 MB bedraad Ethernetnetwerk of een IEEE 802.11b/802.11g draadloos Ethernetnetwerk. Opmerking • Als u het draadloze netwerk wilt gebruiken, moet u dit instellen volgens de instructies in de installatiehandleiding, en de netwerkhandleiding op de meegeleverde cd-rom. • Raadpleeg de netwerkhandleiding voor nadere informatie over het netwerk.
2 Afdrukmethoden Over papier Papiersoort en -formaat De printer voert papier in vanuit de geïnstalleerde papierlade of de multifunctionele lade.
2. Afdrukmethoden MF lade Papierformaat Breedte: 69,9 tot 215,9 mm Lengte: 116 tot 406,4 mm 50 vel Aantal vellen (80 g/m2 / 21 lb) 1 Lade 1 1, B5 Lade 2, Lade 3 DX A4, Letter, Legal 1, B5 A4, Letter, Legal 1 A4, Letter, Legal (ISO), Executive, A5, A6, B6 (ISO) (ISO), Executive, A5, B6 (ISO) 250 vel 250 vel Het papierformaat Legal is in bepaalde regio's buiten de VS en Canada niet verkrijgbaar.
2. Afdrukmethoden Soorten enveloppen De meeste enveloppen zijn geschikt voor gebruik in uw printer. Sommige enveloppen hebben echter een speciale samenstelling en kunnen problemen met de invoer of de afdrukkwaliteit veroorzaken. Een geschikte enveloppe heeft rechte, scherp gevouwen randen, en de bovenste rand mag niet dikker zijn dan twee vellen papier. De enveloppe moet plat en stevig zijn. Gebruik geen flodderige enveloppen.
2. Afdrukmethoden Bedrukbaar gedeelte Bij gebruik van de PCL-emulatie (standaarddriver) kunnen de hieronder aangegeven randen van het papier niet worden bedrukt. Opmerking Bij gebruik van de BR-Script-emulatie kan 4,32 mm vanaf de rand van het papier niet worden bedrukt.
2. Afdrukmethoden Afdrukmethoden Afdrukken op normaal papier, briefpapier en transparanten Op normaal papier, briefpapier en transparanten afdrukken vanuit papierlade 1, 2, of 3 Raadpleeg Over papier op pagina 6 om te zien welke papiersoorten u kunt gebruiken. a Selecteer het volgende in de printerdriver: Papierformaat ...................... (1) Soort papier ......................... (2) Papierbron ........................... (3) en eventueel andere instellingen.
2. Afdrukmethoden b Trek de papierlade helemaal uit de printer. c Houd de blauwe vrijgavehendel van de papiergeleider ingedrukt en stel de geleiders af op het gebruikte papierformaat. Controleer dat de geleiders goed in de sleuven passen. Bij gebruik van Legal-papier 1 moet u de vrijgavehendel voor de papiergeleiders indrukken en de achterkant van de papierlade uitschuiven. 1 Het papierformaat Legal is in bepaalde regio's buiten de VS en Canada niet verkrijgbaar.
2. Afdrukmethoden d Plaats papier in de lade en controleer dat het papier niet boven de markering voor de maximale hoogte van de stapel uitsteekt (b). e f Plaats de papierlade weer goed in de printer. Controleer dat hij zo ver mogelijk in de printer is gestoken. g Stuur de afdrukgegevens naar de printer. Zet de papiersteun omhoog om te voorkomen dat het papier van de face-down uitvoerlade valt, of neem elk vel van de uitvoerlade zodra dit wordt uitgeworpen.
2. Afdrukmethoden Op normaal papier, briefpapier en transparanten afdrukken vanuit de MF papierlade De MF lade wordt automatisch geselecteerd wanneer er papier in de multifunctionele lade wordt geplaatst. Raadpleeg Over papier op pagina 6 om te zien welke papiersoorten u kunt gebruiken. a Selecteer het volgende in de printerdriver: Papierformaat ...................... (1) Soort papier ......................... (2) Papierbron ........................... (3) en eventueel andere instellingen.
2. Afdrukmethoden b Maak de MF lade open en trek deze voorzichtig omlaag. c Trek de steun van de MF lade uit (1). 1 d Zet de papiersteun omhoog om te voorkomen dat het papier van de face-down uitvoerlade valt, of neem elk vel van de uitvoerlade zodra dit wordt uitgeworpen.
2. Afdrukmethoden e Plaats het papier in de MF lade. Controleer dat het papier niet boven de markeringen (b) aan weerskanten van de lade uitsteekt. f Houd de vrijgavehendel van de papiergeleider ingedrukt en stel de geleider af op het gebruikte papierformaat. g Stuur de afdrukgegevens naar de printer. Opmerking • Plaats het papier met de zijde die het eerste moet worden bedrukt naar boven gericht en met de bovenkant eerst.
2. Afdrukmethoden Op dik papier, etiketten en enveloppen afdrukken De MF lade wordt automatisch geselecteerd wanneer er papier in de multifunctionele lade wordt geplaatst. Raadpleeg Over papier op pagina 6 en Soorten enveloppen op pagina 8 om te zien welke papiersoorten u kunt gebruiken. a Selecteer het volgende in de printerdriver: Papierformaat ...................... (1) Soort papier ......................... (2) Papierbron ........................... (3) en eventueel andere instellingen.
2. Afdrukmethoden b Maak de MF lade open en trek deze voorzichtig omlaag. c Trek de steun van de MF lade uit (1). 1 d Zet de papiersteun omhoog om te voorkomen dat het papier van de face-down uitvoerlade valt, of neem elk vel van de uitvoerlade zodra dit wordt uitgeworpen.
2. Afdrukmethoden e Plaats het papier in de MF lade. Controleer dat het papier niet boven de markeringen (b) aan weerskanten van de lade uitsteekt. Opmerking • Door de producent geplakte delen van enveloppen moeten goed zijn vastgeplakt. • De te bedrukken zijde moet naar boven zijn gericht. • Alle zijden moeten netjes zijn gevouwen en mogen niet gekreukt zijn. f Houd de vrijgavehendel van de papiergeleider ingedrukt en stel de geleider af op het gebruikte papierformaat.
2. Afdrukmethoden Opmerking • Als DL-enveloppen met dubbele flap verkreukeld worden uitgeworpen, moet u in het tabblad Normaal bij Papierformaat de optie DL Lange zijde selecteren. Plaats een nieuwe DL-enveloppe met dubbele flap in de MF lade, met de langste zijde eerste, en druk opnieuw af. • Bij het plaatsen van papier in de MF lade dient u rekening te houden met het volgende: • Plaats het papier voorzichtig en met de bovenste rand eerst in de lade.
2. Afdrukmethoden Tweezijdig afdrukken (duplex) De meegeleverde printerdrivers voor Windows® 95/98/Me/2000/XP en Windows NT® 4.0, Mac OS® 9.1 t/m 9.2 en Mac OS® X 10.2.4 of recenter ondersteunen tweezijdig afdrukken. Raadpleeg Help in de printerdriver voor meer informatie hierover. Richtlijnen bij het tweezijdig afdrukken Als u dun papier gebruikt, kunnen de vellen verkreukelen. Gekruld papier moet glad worden gestreken voordat het weer in de papierlade of de MF lade wordt geplaatst.
2. Afdrukmethoden Opmerking • Als u bij de Papierbron de optie Automatisch selecteert, moet u de bedrukte even pagina’s in de MF lade leggen. • Wanneer u papier in de papierlade plaatst, moet u eerst alle resterende papier uit de lade halen. Daarna legt u de bedrukte pagina's met de bedrukte zijde naar boven in de lade. (Leg nooit reeds bedrukte vellen op een stapel onbedrukt papier.
2. Afdrukmethoden Afdrukstand voor handmatig tweezijdig afdrukken De printer drukt de tweede pagina eerst af. Als u tien pagina’s op vijf vellen papier afdrukt, wordt op het eerste vel eerst pagina 2 afgedrukt en dan pagina 1. Op het tweede vel wordt pagina 4 en dan pagina 3 afgedrukt. Op het derde vel wordt pagina 6 en dan pagina 5 afgedrukt, enz.
2. Afdrukmethoden 3 Klik in het tabblad Geavanceerd op het symbool voor Duplex. 4 Controleer dat Duplexbak gebruiken is geselecteerd. 5 Klik op OK. De printer zal het papier nu automatisch aan beide zijden bedrukken. Voor de BR-Script-driver 1 Open het dialoogvenster Eigenschappen in de printerdriver. 2 Selecteer het tabblad Algemeen en klik op het pictogram Voorkeursinstellingen. 3 Selecteer in het tabblad Indeling de Afdrukstand, Dubbelzijdig afdrukken en Paginavolgorde. 4 Klik op OK.
2. Afdrukmethoden Folder afdrukken (voor de Windows-driver) a b c d Plaats papier in de papierlade of de MF lade. e Klik op OK. De printer zal nu automatisch een folder afdrukken. Open het dialoogvenster Eigenschappen in de printerdriver. Selecteer het tabblad Algemeen en klik op het pictogram Voorkeursinstellingen. Kies in het tabblad Geavanceerd de optie Duplex en Duplexbak gebruiken of Handmatig tweezijdig afdrukken en selecteer vervolgens Folder afdrukken.
2. Afdrukmethoden Extra kopieën afdrukken Met de optie Extra kopie kunt u één pagina automatisch op verschillende soorten papier afdrukken door de papierbron te wijzigen. U kunt kopieën maken net alsof u met carbonpapier op een dotmatrixprinter afdrukt. U kunt bijvoorbeeld ‘Gegevens 1’ op ‘Vel 1’ (een blauw vel papier) afdrukken en ‘Gegevens 2’ op ‘Vel 2’ (een geel vel waarop al iets is afgedrukt).
3 Driver en software Printerdriver Een printerdriver is een stuurprogramma dat gegevens in het door de computer gebruikte formaat omzet in een formaat dat door een bepaalde printer kan worden gebruikt. Doorgaans is dit formaat PDL (page description language). De printerdrivers voor de volgende versie van Windows® en Macintosh® staan op de meegeleverde cd-rom en op het Brother Solutions Center: http://solutions.brother.com.
3. Driver en software Wanneer u via de computer afdrukt, kunt u de volgende printerinstellingen wijzigen.
3. Driver en software Functies in de printerdriver (alleen voor Windows®) Raadpleeg de on line Help in de printerdriver voor meer informatie hierover. Opmerking • De schermen in dit onderdeel zijn afkomstig uit Windows® XP. De schermen op uw pc kunnen er anders uitzien, afhankelijk van uw besturingssysteem. • Als u Windows® 2000 of XP gebruikt, kunt u het dialoogvenster Voorkeursinstellingen openen door in het tabblad Algemeen van het scherm Eigenschappen te klikken op Voorkeursinstellingen.
3. Driver en software Het tabblad Geavanceerd 1 2 3 4 5 Klik op een van de volgende pictogrammen om de desbetreffende functie in te stellen. Afdrukkwaliteit (1) Tweezijdig afdrukken (2) Watermerk (3) Pagina-instelling (4) Opties apparaat (5) Afdrukkwaliteit Resolutie Voor de resolutie zijn de volgende instellingen mogelijk: • 1200 dpi • HQ 1200 • 600 dpi • 300 dpi Opmerking Als u de hoge kwaliteit 1200 dpi (1200 × 1200 dpi) selecteert, wordt er wat trager afgedrukt.
3. Driver en software Tonerbespaarstand De tonerbespaarstand helpt u kosten te besparen omdat er minder toner wordt gebruikt. In deze stand zien de afdrukken er lichter uit. Opmerking • Het gebruik van de tonerbespaarstand wordt afgeraden als u foto's of beelden met verschillende grijstinten afdrukt. • De Tonerbespaarstand is niet beschikbaar voor de resolutie 1200 dpi of HQ 1200. Afdrukinstellingen U kunt de afdrukinstellingen zelf wijzigen.
3. Driver en software Opties apparaat In dit tabblad kunt u de volgende printerfuncties instellen. (U kunt rechtstreeks naar de pagina met een printerfunctie gaan door in de onderstaande lijst op de betreffende functienaam te klikken.
3. Driver en software Taak spoolen De printer bewaart de laatste afdruktaak die hij heeft ontvangen in het geheugen. U kunt een document nogmaals afdrukken zonder de gegevens opnieuw vanaf uw pc te verzenden. Nogmaals afdrukken (behalve bij beveiligd afdrukken): • Laatste taak opnieuw afdrukken: de laatste taak wordt nogmaals afgedrukt • Afdruk beveiligen: de gegevens worden met een wachtwoord afgedrukt Raadpleeg Documenten opnieuw afdrukken op pagina 52 voor meer informatie over deze functie.
3. Driver en software Beheerder (alleen bij gebruik van Windows® 95/98/Me) Beheerders kunnen het aantal kopieën dat wordt afgedrukt beperken, en de instellingen voor schaal en watermerk op slot zetten. • Wachtwoord In dit vak moet u het wachtwoord invoeren. • Wachtwoord instellen Klik hier om het wachtwoord te wijzigen. • KOPIEEN VERGRENDELEN Hier kunt u het afdrukken van meerdere pagina’s op slot zetten.
3. Driver en software Het tabblad Accessoires Opmerking Selecteer in het menu Start de optie Configuratiescherm en vervolgens Printers 1. Klik met de rechtermuisknop op het pictogram van de Brother HL-5270DN/5280DW series en selecteer Eigenschappen om het tabblad Accessoires te openen. 1 Printers en faxapparaten bij gebruik van Windows® XP. 1 2 4 3 Beschikbare opties (1) U kunt zelf op de printer geïnstalleerde toebehoren aan deze lijst toevoegen of daaruit verwijderen.
3. Driver en software Het tabblad Ondersteuning 3 1 2 4 5 6 Versie (1) Toont de versie van de printerdriver. Web Update (2) U kunt op de website van Brother controleren of er nieuwe drivers beschikbaar zijn en deze automatisch downloaden en op uw computer installeren. Brother Solutions Center (3) Het Brother Solutions Center (http://solutions.brother.
3. Driver en software Functies in de BR-Script-driver (PostScript® 3™-taalemulatie) (voor Windows®) Raadpleeg de on line Help in de printerdriver voor meer informatie hierover. Opmerking De schermen in dit onderdeel zijn afkomstig uit Windows® XP bij gebruik van de HL-5270DN. De schermen op uw pc kunnen er anders uitzien, afhankelijk van uw printermodel en besturingssysteem. Het tabblad Apparaatinstellingen Selecteer welke toebehoren er zijn geïnstalleerd.
3. Driver en software Voorkeursinstellingen Opmerking Als u Windows NT® 4.0, Windows® 2000 of XP gebruikt, kunt u het dialoogvenster Voorkeursinstellingen openen door in het tabblad Algemeen van het scherm Brother HL-5270DN/HL-5280DW BR-Script3 Eigenschappen te klikken op Voorkeursinstellingen. Het tabblad Indeling U kunt de instellingen voor de lay-out wijzigen door een instelling voor de Afdrukstand, Dubbelzijdig afdrukken, de Paginavolgorde en het aantal Pagina’s per vel te selecteren.
3. Driver en software Geavanceerde opties 1 2 3 a b c Kies het Papierformaat en het Aantal afdrukken (1). Stel de Schaal en het TrueType -lettertype in (2). U kunt de instellingen wijzigen door in de lijst Printerfuncties een instelling te selecteren (3): Afdrukkwaliteit Soort papier Taak spoolen Wachtwoord Naam van taak Tonerbespaarstand De tonerbespaarstand helpt u kosten te besparen omdat er minder toner wordt gebruikt. In deze stand zien de afdrukken er lichter uit.
3. Driver en software Functies in de printerdriver (voor Macintosh®) Deze printer ondersteunt Mac OS® 9.1 tot 9.2 en Mac OS® X 10.2.4 of recenter. Opmerking De schermen in dit onderdeel zijn afkomstig uit Mac OS® X 10.4. De schermen op uw Macintosh® kunnen er anders uitzien, afhankelijk van uw besturingssysteem. Pagina-instelling U kunt instellingen maken voor het Papierformaat, de Richting en Vergroot/verklein. Lay-out Stel het aantal Pagina’s per vel, de Lay-outrichting en de Rand in.
3. Driver en software Afdrukinstellingen U kunt de instellingen wijzigen door in de lijst Afdrukinstellingen een instelling te selecteren. Het tabblad Normaal Resolutie Voor de resolutie zijn de volgende instellingen mogelijk: • 300 dpi • 600 dpi • HQ 1200 • 1200 dpi Opmerking Als u de hoge kwaliteit 1200 dpi (1200 × 1200 dpi) selecteert, wordt er wat trager afgedrukt.
3. Driver en software Het tabblad Geavanceerd Afdrukkwaliteit Voor de kwaliteit zijn de volgende instellingen mogelijk: • Brother Foto Dit is een fotomodus (gradatie prioriteit). Kies deze instelling voor foto's met doorlopende gradatie. U kunt zachte contrasten aanbrengen tussen de verschillende grijstinten. • Brother Grafisch Dit is een grafische modus (contrast prioriteit). Kies deze instelling voor het afdrukken van tekst en afbeeldingen als visitekaartjes en presentatiedocumenten.
3. Driver en software De printerdriver verwijderen U kunt de geïnstalleerde printerdriver als volgt verwijderen. Opmerking • Dit is niet mogelijk als u de printerdriver hebt geïnstalleerd via de functie Printer toevoegen van Windows. • Wij raden u aan de computer opnieuw te starten nadat u driver hebt verwijderd, zodat bestanden die tijdens de deïnstallatie in gebruik waren ook worden gewist.
3. Driver en software Brother-laserdriver voor Macintosh® Voor Mac OS® X 10.2.4 of recenter a b c d Koppel de USB-kabel tussen de Macintosh en de printer los. e Sleep de map HL-MFLPro (op de Macintosh HD (Startup Disk), kiest u Bibliotheek, Printers, Brother) naar de vuilnisbak en leeg deze. f Start de Macintosh® opnieuw op. 1 Start de Macintosh® opnieuw op. Meld u als ‘Beheerder’ aan.
3. Driver en software Software Software voor netwerken BRAdmin Professional (voor Windows®) BRAdmin Professional is een hulpprogramma waarmee u Brother-netwerkprinters kunt beheren onder Windows® 95/98/Me/2000/XP en Windows NT® 4.0. Hiermee kunt u de printer op het netwerk configureren en zijn status op het netwerk controleren. BRAdmin Light (voor Macintosh®) Brother BRAdmin Light is een Java™-applicatie die bedoeld is voor Apple® Mac OS®X. De software ondersteunt de functies van Windows® BRAdmin.
3. Driver en software Omtrent de emulaties Deze printer heeft de onderstaande emulatiestanden: U kunt de instellingen wijzigen met het bedieningspaneel of een webbrowser. HP LaserJet-emulatie De HP LaserJet-emulatie (of HP-emulatie) is de emulatie waar deze printer de taal PCL6 van de HewlettPackard® LaserJet-laserprinter emuleert. Dit type laserprinter wordt door een groot aantal applicaties ondersteund. Als u deze emulatie selecteert, zal de printer in al deze toepassingen optimaal presteren.
3. Driver en software Automatische interfaceselectie Deze printer heeft een functie voor automatische interfaceselectie, die standaard is geactiveerd. Deze functie kiest automatisch de interface via welke er gegevens worden ontvangen: IEEE 1284 parallel, USB of Ethernet. Bij gebruik van de parallelle interface kan de snelle en bi-directionele parallelle communicatie worden aanof uitgezet. Gebruik hiervoor de toetsen op het bedieningspaneel en de selecteer de optie PARALLEL in het menu INTERFACE.
4 Het bedieningspaneel Het bedieningspaneel Op het bedieningspaneel van deze printer bevinden zich een Liquid Crystal Display (LCD), zeven toetsen en één lampje. Op dit LCD-scherm kunnen diverse meldingen worden weergegeven, maximaal 16 tekens op één regel. Het lampje geeft de huidige status van de printer aan.
4. Het bedieningspaneel Toetsen Met de zeven toetsen op het bedieningspaneel van de printer (Go, Job Cancel, Reprint, +, -, Back, Set) kunt u de meeste bewerkingen uitvoeren en diverse printerinstellingen wijzigen. Toets Bewerkingen Go Het bedieningspaneelmenu afsluiten en een taak opnieuw afdrukken. Foutmeldingen wissen. Afdrukken pauzeren en hervatten. Job Cancel De huidige afdruktaak stoppen en annuleren. Reprint Het menu Reprint kiezen en het aantal kopieën selecteren (1-999).
4. Het bedieningspaneel Reprint Als u een document dat net is afgedrukt nogmaals wilt afdrukken, moet u op Reprint drukken. De toets Reprint kan worden gebruikt wanneer de printer klaar voor gebruik is (status KLAAR), of wanneer het afdrukken is gepauzeerd. Raadpleeg Documenten opnieuw afdrukken op pagina 52 voor meer informatie.
4. Het bedieningspaneel Data-lampje Het Data-lampje geeft de printerstatus aan. Lampje Betekenis Aan Er zitten gegevens in het geheugen van de printer. Knippert De printer ontvangt of verwerkt gegevens. Uit Er zitten geen gegevens meer in het geheugen. LCD-scherm Op het LCD-scherm wordt de huidige printerstatus weergegeven. Als u de toetsen op het bedieningspaneel gebruikt, wordt de weergave op het LCD-scherm gewijzigd.
4. Het bedieningspaneel Meldingen op LCD-scherm Printerstatusmeldingen In het onderstaande schema staan de statusmeldingen die tijdens normaal gebruik op het LCD-scherm worden weergegeven: Printerstatusmelding Betekenis DATA NEGEREN De printer negeert gegevens die met de PS-driver verwerkt worden. BEZIG: ANNULEREN De printer annuleert de afdruktaak. Nu initialiseren De printer is aan het initialiseren. PAUZE De printer pauzeert. Druk op Go om het afdrukken te hervatten.
4. Het bedieningspaneel Documenten opnieuw afdrukken Gegevens via het RAM-geheugen opnieuw afdrukken U kunt gegevens vanuit het RAM opnieuw afdrukken. De reprint-gegevens in het RAM-geheugen worden gewist wanneer u de printer uitzet. Als u het RAM-geheugen gebruikt om een taak opnieuw af te drukken: a b c d Druk op het bedieningspaneel op Set. e Druk op Set. Druk op de toets + of - om SETUP te selecteren. Druk op Set. Druk op de toets + of - om GROOTTE RAMDISK te selecteren. Druk op Set.
4. Het bedieningspaneel De laatste taak drie keer opnieuw afdrukken a Controleer met de toetsen op het bedieningspaneel in het menu SETUP dat de functie REPRINT is ingesteld op AAN. Opmerking Als u voor het afdrukken de driver van deze printer gebruikt, genieten de instellingen voor Taak spoolen in de driver de voorkeur over de instellingen die u met het bedieningspaneel hebt gemaakt. Raadpleeg Opties apparaat op pagina 31 voor meer informatie hierover. b Druk op Reprint.
4. Het bedieningspaneel Beveiligde gegevens afdrukken a Druk op Reprint. Als er geen gegevens zijn, wordt op het LCD-scherm NIETS OPGESLAGEN weergegeven. LAATSTE TAAK b Druk op de toets + of - om VEILIG BESTAND te selecteren. Druk op Set. VEILIG BESTAND c Druk op de toets + of - om de gebruikersnaam te selecteren. Druk op Set. XXXXXX d Druk op de toets + of - om de taak te selecteren. Druk op Set. XXXXXX e Voer uw wachtwoord in. Druk op Set.
4. Het bedieningspaneel Het LCD-menu op het bedieningspaneel gebruiken Houd bij het gebruik van de menutoetsen (+, -, Set of Back) rekening met het volgende: Als u 30 seconden lang niet op een toets op het bedieningspaneel drukt, schakelt de printer automatisch over naar de status KLAAR. Op het moment dat u de toets Set indrukt om een nieuwe instelling vast te leggen, verschijnt rechts op het LCD-scherm even een sterretje. Daarna wordt op het LCD-scherm weer het vorige menuniveau weergegeven.
4. Het bedieningspaneel Tabel met menuopties Er zijn acht menu's. Raadpleeg de onderstaande tabellen voor meer informatie over de beschikbare menuopties. Opmerking Op het LCD-scherm van het bedieningspaneel worden voor de verschillende papierladen de volgende namen gebruikt: • Standaard papierlade: LADE1 • Multifunctionele lade: MF • Optionele onderste lade: LADE2 of LADE3 INFORMATIE Submenu Menuopties Omschrijving PRINTINSTELLING Drukt de pagina met printerinstellingen af.
4. Het bedieningspaneel PAPIER Submenu Opties Omschrijving BRON AUTO*/MF/LADE1/LADE2/LADE3 Selecteert welke lade er wordt gebruikt. PRIORITEIT MF>L1>L2>L3*/L1>L2>L3>MF/ L1>L2>L3 Wanneer voor de BRON de optie AUTO is gekozen: selecteer in welke volgorde de printer de papierladen gebruikt waarin hetzelfde papierformaat is geplaatst. MF EERST AAN/UIT* Selecteer of papier al dan niet eerst uit de MF lade moet worden ingevoerd. MF AFM.
4. Het bedieningspaneel SETUP (Vervolg) Submenu Menuopties Opties Omschrijving PANEELBEDIENING LCD RESOLUTIE 0*/1 Wijzigt de dichtheid van het LCDscherm. AUTOM. ONLINE AAN*/UIT SNELH. +/- TOETS 0,1*/0,2/0,3/0,4/0,5/1,0 Geeft aan hoe snel de meldingen op /1,5/2,0 SEC het LCD-scherm wisselen wanneer u de toets + of - ingedrukt houdt. NIVEAU 1*/NIVEAU 2.../NIVEAU10 Geeft in seconden aan hoe snel een melding over het LCD-scherm rolt. Van niveau 1=0,2 tot Niveau 10=2,0. STROOMBESP. NA: 1/2/3/4/5*..
4. Het bedieningspaneel PRINT MENU (Vervolg) Submenu Opties Omschrijving PAPIER LETTER*/LEGAL/A4*/ EXECUTIVE/COM-10/DL/ JIS B5/B5/A5/B6/A6/ MONARCH/C5/A4LONG/ FOLIO/DLL/BRIEFKAART/ ORGANIZER J/ORGANIZER K/ORGANIZER M/ ORGANIZER L Stelt het papierformaat in. KOPIEEN 1*/2.../999 Geeft aan hoeveel pagina's er zijn afgedrukt. AFDRUKSTAND STAAND*/LIGGEND Deze printer kan pagina's staand of liggend afdrukken. X OFFSET -500/-499.../0*...
4. Het bedieningspaneel PRINT MENU (Vervolg) Submenu Menuopties Opties HP LASERJET FONT NR. I000...#### (59)* FONT BREEDTE/PUNTS ##.## (10.00/12.00)* SYMBOLENSET PC-8*... Omschrijving Stelt de symbolenset of de tekenset in. Drukt de tabel met codes af.
4. Het bedieningspaneel PRINT MENU (Vervolg) Submenu Menuopties Opties EPSON FX-850 FONT NR. I000...####(59)* FONT BREEDTE/PUNTS ##.##(10.00/12.00)* TEKENSET PC-8...(US ASCII)* Omschrijving Stelt de symbolenset of de tekenset in. Drukt de tabel met codes af. PRINT TABEL AAN: CR i CR+LF UIT: CR i CR AUTO LF UIT*/AAN AUTO MASK UIT*/AAN LINKERMARGE #### Stelt de linkermarge in van 0 t/m 70 kolommen bij 10 cpi. RECHTERMARGE #### Stelt de rechtermarge in van 10 t/m 80 kolommen bij 10 cpi.
4. Het bedieningspaneel PRINT MENU (Vervolg) Submenu Menuopties Opties IBM PROPRINTER FONT NR. I000...####(59)* FONT BREEDTE ##.##(10.00/12.00)* TEKENSET PC-8...* Omschrijving Stelt de symbolenset of de tekenset in. Drukt de tabel met codes af. PRINT TABEL AUTO LF UIT*/AAN AAN: CR i CR+LF,UIT: CR i CR AUTO CR UIT*/AAN AAN: LFiLF+CR, FFiFF+CR of VT i VT+CR UIT: LF i LF, FF i FF of VT i VT AUTO MASK UIT*/AAN LINKERMARGE #### Stelt de linkermarge in van 0 t/m 70 kolommen bij 10 cpi.
4. Het bedieningspaneel NETWERK bij gebruik van deHL-5270DN Submenu Menuopties Opties Omschrijving TCP/IP TCP/IP ENABLE AAN*/UIT IP-ADRES= ###.###.###.### (000.000.000.000)* 1 Voer het IP-adres in. SUBNETMASKER= ###.###.###.### (000.000.000.000)* 1 Voer het subnetmasker in. GATEWAY= ###.###.###.### (000.000.000.000)* Voer het adres van de gateway in. IP BOOT POGINGEN # (3) IP-METHODE AUTO*/STATISCH/RARP/ BOOTP/DHCP Kies hier de opstartmethode die het beste in uw behoeften voorziet.
4. Het bedieningspaneel NETWERK bij gebruik van de HL-5280DW Submenu 1 Submenu 2 BEDRAAD ACTIVEER BEDRAAD TCP/IP Menuopties Opties Omschrijving AAN*/UIT TCP/IP ENABLE AAN*/UIT IP-ADRES= ###.###.###.### (000.000.000.000)* 1 Voer het IP-adres in. SUBNETMASKER= ###.###.###.### (000.000.000.000)* 1 Voer het subnetmasker in. GATEWAY= ###.###.###.### (000.000.000.000)* Voer het adres van de gateway in.
4. Het bedieningspaneel NETWERK bij gebruik van de HL-5280DW (Vervolg) Submenu 1 Submenu 2 Menuopties Opties Omschrijving WLAN (vervolg) DRAADLOOS (vervolg) COMM.MODUS AD-HOC*/INFRASTRUCTUUR Toont de huidige communicatiemodus. TOON SSID (Toont een lijst van beschikbare namen voor het draadloze netwerk) SSID (Toont SSID [gebruikt maximaal of 32 cijfers en letters 0-9, a-z en A-Z in ASCII-waarden]) KANAAL 1........11*..14 AUTHENTICATIE OPEN SYSTEEM*/GEDEELDE Kiest de verificatiemethoden.
4. Het bedieningspaneel INTERFACE Submenu Menuopties Opties Omschrijving SELECTEREN AUTO*/PARALLEL/USB/ NETWERK AUTO IF-TIJD 1/2/3/4/5*.../99 (sec) U moet de time-out voor de automatische interfaceselectie instellen. INPUT BUFFER Niveau 1/2/3*.../15 Maakt de input buffer groter of kleiner. HOGE SNELHEID AAN*/UIT Zet de snelle parallelle communicatie AAN of UIT. BI-DIR AAN*/UIT Zet de bi-directionele parallelle communicatie AAN of UIT.
4. Het bedieningspaneel Voorbeeld van het wijzigen van een menu-instelling Instelling IP-adres a Druk op + of - om NETWERK te selecteren (en om de hieronder vermelde instellingen weer te geven). INFORMATIE h NETWERK b Druk op Set. TCP/IP c Druk op Set. TCP/IP ENABLE d Druk op de toets +. IP-ADRES= e Druk op Set. Het laatste cijfer van het eerste deel van het nummer knippert. 192. 0. 0. 192* f Druk op de toets + of - om een hoger of lager cijfer te selecteren.
4. Het bedieningspaneel Standaardinstellingen Standaardinstellingen van de printer De instellingen van deze printer zijn vóór verzending in de fabriek geselecteerd. Dit noemen we de standaardinstellingen (raadpleeg Tabel met menuopties op pagina 56). U kunt de printer gebruiken zonder deze standaardinstellingen te wijzigen, maar u kunt deze instellingen ook aanpassen en als gebruikersinstellingen in het geheugen van de printer opslaan.
5 Toebehoren Voor deze printer zijn de volgende toebehoren verkrijgbaar. Met deze artikelen kunt u de capaciteit van de printer verhogen. Onderste papierbak DIMM-geheugen LT-5300 Raadpleeg Onderste papierbak (LT5300) op deze pagina. Raadpleeg DIMM op pagina 70. Onderste papierbak (LT-5300) Er kunnen twee optionele onderste papierladen (Lade 2 of Lade 3) worden geïnstalleerd. Elk van deze laden heeft een inhoud van maximaal 250 vel van 80 g/m2.
5. Toebehoren DIMM De printer heeft standaard 32 Mbytes geheugen en één sleuf voor optioneel geheugen. U kunt het geheugen uitbreiden tot 544 MB door DIMM-geheugenmodules te installeren.
5. Toebehoren Extra geheugen plaatsen a Zet de printer uit en haal vervolgens de stekker uit het stopcontact. Koppel de interfacekabel los van de printer. Opmerking Zet de printer uit voordat u de DIMM gaat installeren of verwijderen. b Verwijder het deksel van de DIMM. c Pak de DIMM uit en houd hem bij de randen vast. VOORZICHTIG Voorkom beschadiging door statische elektriciteit, raak de geheugenchips en het oppervlak van de kaart NIET aan.
5. Toebehoren e Zet het deksel van de DIMM weer op zijn plaats. f Sluit de interfacekabel weer op de printer aan. Steek de stekker van de printer weer in het stopcontact en zet de stroomschakelaar aan. Opmerking Als u wilt controleren of de DIMM op juiste wijze is geïnstalleerd, kunt u de lijst van printerinstellingen afdrukken, waarop staat vermeld hoeveel geheugen er momenteel is geplaatst. Raadpleeg Tabel met menuopties op pagina 56.
6 Routineonderhoud Het is zaak dat u de bepaalde onderdelen periodiek vervangt en de printer regelmatig reinigt. WAARSCHUWING Houd bij het vervangen van onderdelen en het reinigen van de printer rekening met het volgende: • Als er toner op uw kleding komt, veeg ze dan met een droge doek schoon en was ze onmiddellijk in koud water; dit om vlekken te voorkomen. • Let erop dat u geen toner inademt. • Nadat de printer is gebruikt, zijn sommige onderdelen in het inwendige van de printer zeer heet.
6. Routineonderhoud Verbruiksartikelen Tonercartridges Drumkit Raadpleeg Tonercartridge op pagina 74. Raadpleeg Drumkit op pagina 79. Tonercartridge Een nieuwe tonercartridge bevat voldoende toner om circa 3500 (standaardcartridge) of 7000 (tonercartridge met hoge capaciteit) enkelzijdige bladzijden van A4- of Letter-formaat te bedrukken met een bladvulling van 5%.
6. Routineonderhoud De tonercartridge vervangen Opmerking • Om een hoge afdrukkwaliteit te garanderen, raden wij u aan om alleen originele tonercartridges van Brother te gebruiken. De klantendienst van Brother of de wederverkoper waar u uw printer hebt gekocht kan u vertellen waar u geschikte tonercartridges kunt krijgen. • Wij raden u aan om telkens wanneer u de tonercartridge vervangt ook de printer te reinigen. Raadpleeg De printer reinigen op pagina 84.
6. Routineonderhoud c Duw de blauwe sluithendel naar beneden en haal de tonercartridge uit de drumkit. VOORZICHTIG De tonercartridge NIET in vuur werpen. Hij kan dan namelijk ontploffen en verwondingen veroorzaken. Ga voorzichtig met de tonercartridge om. Knoeit u toner op uw handen of uw kleren, veeg deze dan onmiddellijk af of was ze onmiddellijk in koud water. Raak de onderdelen die hier gearceerd staan afgebeeld NIET aan, daar dit problemen met de afdrukkwaliteit kan veroorzaken.
6. Routineonderhoud VOORZICHTIG Pak een nieuwe tonercartridge pas uit wanneer u hem in de printer gaat installeren. Als de tonercartridge gedurende langere tijd zonder verpakking wordt opgeslagen, zal hij minder lang meegaan. Als een uitgepakte drumkit aan direct (zon)licht wordt blootgesteld, kan de drum beschadigd worden. Installeer de tonercartridge onmiddellijk nadat u de bescherming hebt verwijderd in de drumkit.
6. Routineonderhoud f Plaats de nieuwe tonercartridge goed in de drum; u hoort een klik als hij goed op zijn plaats zit. Als hij goed is geïnstalleerd, gaat de sluithendel automatisch omhoog. VOORZICHTIG Zorg dat u de tonercartridge goed installeert, daar hij anders uit de drumkit kan schuiven. g Reinig de primaire coronadraad in het inwendige van de drum door het blauwe plaatje voorzichtig een paar maal heen en weer te schuiven.
6. Routineonderhoud Drumkit Een nieuwe drumkit kan circa 25.000 enkelzijdige bladzijden van A4- of Letter-formaat te bedrukken met een bladvulling van 5%. Opmerking • Er zijn vele factoren die invloed hebben op de eigenlijke levensduur van de drum, zoals temperatuur, vochtigheid, gebruikte papiersoort en toner, aantal pagina’s per afdrukbewerking, enz. Onder ideale omstandigheden zal de drum gemiddeld circa 25.000 pagina’s meegaan.
6. Routineonderhoud a Druk op de knop waarmee de voorklep wordt geopend en maak deze klep open. b Houd Go ingedrukt totdat de melding DRUM OK op het LCD-scherm wordt weergegeven en laat Go dan los. >>>> Onjuiste configuratie U mag de drumteller niet terugstellen als u alleen de tonercartridge vervangt. c Trek de drumkit en tonercartridge uit de printer.
6. Routineonderhoud VOORZICHTIG Wij raden u aan om de drumkit en tonercartridge op een stuk papier of een doek te plaatsen voor het geval dat er toner wordt geknoeid. Raak de hier afgebeelde elektroden NIET aan; dit om beschadiging van de printer door statische elektriciteit te voorkomen. d Duw de blauwe sluithendel naar beneden en haal de tonercartridge uit de drumkit. VOORZICHTIG Ga voorzichtig met de tonercartridge om.
6. Routineonderhoud • Gooi de afgewerkte drumkit weg in overeenstemming met de plaatselijk geldende reguleringen, niet met uw huisvuil. Met vragen kunt u contact opnemen met uw plaatselijke afvalverzamelplaats. e Pak de nieuwe drumkit uit. VOORZICHTIG Pak een nieuwe drumkit pas uit wanneer u deze in de printer gaat installeren. Blootstelling aan direct (zon)licht kan de drumkit beschadigen f Plaats de tonercartridge in de nieuwe drum; u hoort een klik als hij goed op zijn plaats zit.
6. Routineonderhoud Periodiek te vervangen onderdelen Sommige onderdelen moeten zo af en toe worden vervangen; dit om een optimale afdrukkwaliteit te handhaven. De onderstaande onderdelen moeten worden vervangen nadat het aangegeven aantal pagina’s is afgedrukt. Melding op LCD-scherm Omschrijving Vervangen na ongeveer Nieuwe kopen VERVANG PI KITMF Papierinvoerkit voor de MF lade 1 100.000 pagina's 3 Neem contact op met de klantendienst van Brother VERVANG PI KIT 1 Papierinvoerkit voor Lade 1 2 100.
6. Routineonderhoud De printer reinigen Reinig de buiten- en de binnenkant van de printer regelmatig met een droge, pluisvrije doek. Wanneer u de tonercartridge of drumkit vervangt, dient u ook de binnenkant van de printer te reinigen. Als er tonervlekken op een pagina staan, moet het inwendige van de printer met een droge, pluisvrije doek worden gereinigd. De buitenkant van de printer reinigen VOORZICHTIG Gebruik neutrale reinigingsmiddelen.
6. Routineonderhoud c Stof de buitenkant van de printer met een zachte, pluisvrije doek af. d e Als er iets in de papierlade vastzit, dient u dit te verwijderen. f g Plaats de papierlade weer in de printer. Veeg de binnenkant van de papierlade met een zachte, pluisvrije doek schoon. Steek de stekker van de printer weer in het stopcontact en zet de stroomschakelaar aan. De binnenkant van de printer reinigen a Zet de printer uit en haal vervolgens de stekker uit het stopcontact.
6. Routineonderhoud b Druk op de knop waarmee de voorklep wordt geopend en maak deze klep open. c Trek de drumkit en tonercartridge uit de printer. HEET Nadat de printer is gebruikt, zijn sommige onderdelen in het inwendige van de printer zeer heet. Wacht totdat de printer is afgekoeld, pas dan mag u de onderdelen binnen in de printer aanraken. VOORZICHTIG Wij raden u aan om de drumkit en tonercartridge op een stuk papier of een doek te plaatsen voor het geval dat er toner wordt geknoeid.
6. Routineonderhoud Ga voorzichtig met de tonercartridge om. Knoeit u toner op uw handen of uw kleren, veeg deze dan onmiddellijk af of was ze onmiddellijk in koud water. Raak de hier afgebeelde elektroden NIET aan; dit om beschadiging van de printer door statische elektriciteit te voorkomen. d Veeg het scannervenster met een droge, pluisvrije doek schoon. e f g Plaats de drumkit en tonercartridge weer in de printer. Sluit de voorklep.
6. Routineonderhoud De coronadraad reinigen Bij problemen met de afdrukkwaliteit dient u de coronadraad als volgt te reinigen: a Druk op de knop waarmee de voorklep wordt geopend en maak deze klep open. b Trek de drumkit en tonercartridge uit de printer. VOORZICHTIG Wij raden u aan om de drumkit en tonercartridge op een stuk papier of een doek te plaatsen voor het geval dat er toner wordt geknoeid.
6. Routineonderhoud c Reinig de primaire coronadraad in het inwendige van de drum door het blauwe plaatje voorzichtig een paar maal heen en weer te schuiven. 1 VOORZICHTIG Vergeet niet om het plaatje weer in de beginstand te zetten (a) (1). Doet u dit niet, dan kan er een verticale streep op de afgedrukte pagina's komen te staan. d Plaats de drumkit en tonercartridge weer in de printer. Sluit de voorklep.
7 Problemen oplossen U zult de meeste problemen zelf kunnen verhelpen. Als u verdere hulp nodig hebt, kan het Brother Solutions Center uitkomst bieden met antwoorden op de meest recente vragen en tips voor het oplossen van problemen. Kijk op http://solutions.brother.com. Uw probleem identificeren Eerst controleren dat: Het netsnoer goed is aangesloten en dat de printer aanstaat. Alle beschermende onderdelen zijn verwijderd. De tonercartridge en de drumkit goed zijn geïnstalleerd.
7. Problemen oplossen Meldingen op LCD-scherm Wanneer er iets niet in orde is, stopt de printer met afdrukken, bepaalt hij waar de storing is opgetreden en verschijnt op het LCD-scherm de betreffende storingsmelding om u te waarschuwen. Gebruik de onderstaande tabel om te zien wat de melding betekent en de fout te verhelpen. Als u het probleem niet kunt verhelpen, kunt u voor meer informatie contact opnemen met de wederverkoper waar u de printer hebt gekocht of met de klantendienst van Brother.
7. Problemen oplossen Foutmelding (Vervolg) Foutmelding Wat te doen GEEN PAPIER Plaats papier in de lege papierlade. Als de foutmelding niet wordt gewist nadat u papier in de lade hebt geplaatst, moet u het papierformaat plaatsen dat u in uw applicatie hebt geselecteerd, of het papierformaat via het bedieningspaneel in het menu FORMAAT LADE instellen op WILLEKEURIG. GEEN PAPIER XXX Plaats papier in de lege papierlade. GEEN LADE XXX Plaats de papierlade in de printer.
7. Problemen oplossen Servicemeldingen Servicemelding Wat te doen FOUT ### Zet de printer uit. Wacht een paar seconden en zet hem weer aan. Is het probleem nu niet verholpen, raadpleeg dan uw wederverkoper of de klantendienst van Brother. Afgedrukte foutmeldingen De printer kan u ook op fouten attenderen door een foutmelding af te drukken. Gebruik de onderstaande tabel om te zien wat de melding betekent en de fout te verhelpen. De standaardinstelling voor het afdrukken van foutmeldingen is UIT.
7. Problemen oplossen Omgaan met papier Controleer eerst dat u papier gebruikt dat voldoet aan de door Brother aanbevolen papierspecificaties. Raadpleeg Over papier op pagina 6. Probleem De printer voert geen papier in. Oplossing Zit er nog papier in de papierlade, zorg dan dat het recht ligt, in een nette stapel. Gekruld papier moet voordat u gaat afdrukken altijd glad worden gestreken. Soms helpt het als u het papier verwijdert. Draai de stapel om en plaats hem weer in de papierlade.
7. Problemen oplossen Vastgelopen papier verwijderen Als het papier in de printer vastloopt, stopt hij met afdrukken. Een van de volgende meldingen wordt weergegeven om aan te geven waar het papier is vastgelopen. 7 6 1 2 5 3 4 VAST IN MF LADE (1) Papier vastgelopen in de MF lade. VAST IN LADE1 (2) Papier vastgelopen in de standaardpapierlade (LADE 1). VAST IN LADE2 (3) Papier vastgelopen in de onderste bak (LADE 2). VAST IN LADE3 (4). Papier vastgelopen in de onderste bak (LADE 3).
7. Problemen oplossen VAST IN MF LADE (papier vastgelopen in de MF lade) VAST IN MF LADE Als het papier in de MF lade vastloopt, volgt u de onderstaande procedure: a b c d Verwijder het papier uit de MF lade. e Blader de stapel door en leg hem weer in de MF lade. f Als u papier in de MF lade plaatst, zorg dan dat de stapel tegen de achterkant van de lade aan ligt en niet boven geleiders voor de maximale papierhoogte (aan weerskanten van de lade) uitsteekt.
7. Problemen oplossen a Trek de papierlade helemaal uit de printer. b Trek het vastgelopen papier er voorzichtig en met beide handen uit. c Zorg dat de stapel papier niet boven de markering uitsteekt (b). Houd de blauwe vrijgavehendel van de papiergeleider ingedrukt en stel de geleiders af op het gebruikte papierformaat. Controleer dat de geleiders goed in de sleuven passen. d e Plaats de papierlade weer goed in de printer. Maak de voorklep open en sluit deze weer om het afdrukken te hervatten.
7. Problemen oplossen VAST: BINNENIN (papier vastgelopen binnen in de printer) VAST: BINNENIN HEET Nadat de printer is gebruikt, zijn sommige onderdelen in het inwendige van de printer zeer heet. Wanneer u de voor- of achterklep van de printer openmaakt, mag u de onderdelen die in de afbeelding gearceerd zijn NOOIT aanraken. Als het papier in de printer vastloopt, volgt u de onderstaande procedure: a Druk op de knop waarmee de voorklep wordt geopend en maak deze klep open.
7. Problemen oplossen VOORZICHTIG Druk nadat u het vastgelopen papier hebt verwijderd, een aantal testpagina’s af. Zo kunt u voordat u uw afdruktaak hervat controleren dat er geen tonervlekken op de afgedrukte pagina’s staan. Verwijder vastgelopen papier voorzichtig, zodat er geen toner wordt geknoeid. Pas op dat u geen toner aan uw handen of kleding krijgt. Was eventuele tonervlekken onmiddellijk met koud water weg.
7. Problemen oplossen d Plaats de tonercartridge weer in de drum; u hoort een klik als hij goed op zijn plaats zit. Als de cartridge goed is geïnstalleerd, gaat de sluithendel automatisch omhoog. e Sluit de voorklep. VAST: ACHTER (papier vastgelopen achter de achterklep) VAST: ACHTER HEET Nadat de printer is gebruikt, zijn sommige onderdelen in het inwendige van de printer zeer heet.
7. Problemen oplossen b Trek de drumkit en tonercartridge voorzichtig uit de printer. Het vastgelopen papier wordt dan samen met de drumkit en de tonercartridge uit de printer getrokken. VOORZICHTIG Wij raden u aan om de drumkit en tonercartridge op een stuk papier of een doek te plaatsen voor het geval dat er toner wordt geknoeid. Raak de hier afgebeelde elektroden NIET aan; dit om beschadiging van de printer door statische elektriciteit te voorkomen. c Maak de achterklep open.
7. Problemen oplossen d Trek de lipjes aan de linker- en rechterkant naar u toe om het fuserdeksel open te maken (1). 1 e Trek het vastgelopen papier voorzichtig en met beide handen uit de fuser. HEET Nadat de printer is gebruikt, zijn sommige onderdelen in het inwendige van de printer zeer heet. Wacht totdat de printer is afgekoeld, pas dan mag u de onderdelen binnen in de printer aanraken. f g Plaats de drumkit en tonercartridge weer in de printer (zorg dat deze er goed in is geduwd).
7. Problemen oplossen VAST: DUPLEX (papier vastgelopen in de duplexlade) VAST: DUPLEX Als het papier binnen in de duplexlade vastloopt, volgt u de onderstaande procedure: a Trek de duplexlade helemaal uit de printer. b Trek het vastgelopen papier uit de printer of de duplexlade. c Plaats de duplexlade weer in de printer.
7. Problemen oplossen De afdrukkwaliteit verbeteren Bij problemen met de afdrukkwaliteit moet u eerst een testpagina afdrukken (raadpleeg Tabel met menuopties op pagina 56). Als de afdruk er goed uitziet, ligt het probleem waarschijnlijk niet bij de printer. Controleer de interfacekabel of probeer de printer met een andere pc te gebruiken. In dit onderdeel worden de volgende onderwerpen besproken.
7. Problemen oplossen Voorbeelden van slechte afdrukkwaliteit Oplossing Controleer dat u papier gebruikt dat aan de specificaties voldoet. Raadpleeg Over papier op pagina 6. Selecteer in de printerdriver de optie Dik papier, of gebruik dunner papier dan u momenteel gebruikt. Controleer de omgeving van de printer. Dit probleem kan worden veroorzaakt door omstandigheden zoals hoge vochtigheid. Raadpleeg Een plaats voor de printer kiezen op pagina 4.
7. Problemen oplossen Voorbeelden van slechte afdrukkwaliteit Oplossing Als het probleem na het afdrukken van een paar pagina's niet is verholpen, is het oppervlak van de OPC-drum misschien vervuild met lijm van etiketten. Reinig de drumkit als volgt: 94 mm a Houd een van de problematische afdrukken voor de drumkit en bepaal de exacte plek waar de vlek wordt gemaakt. b Houd het oppervlak van de OPC-drum (1) in het oog en draai aan het tandwiel van de drumkit.
7. Problemen oplossen Voorbeelden van slechte afdrukkwaliteit Oplossing De drumkit is misschien beschadigd. Installeer een nieuwe drumkit. Raadpleeg De drumkit vervangen op pagina 79. ABCDEFGH abcdefghijk ABCD abcde 01234 Zwarte tonervlekken op de pagina Controleer dat u papier gebruikt dat aan de specificaties voldoet. Raadpleeg Over papier op pagina 6. Als u etiketten voor laserprinters gebruikt, kan de lijm op de vellen aan het oppervlak van de OPC-drum blijven kleven. Reinig de drumkit.
7. Problemen oplossen Voorbeelden van slechte afdrukkwaliteit FGH ABCDE ijk h fg e abcd ABCD abcde 01234 Scheve afdruk Oplossing Controleer dat het papier of materiaal waarop moet worden afgedrukt op juiste wijze in de papierlade is geplaatst en dat de geleiders niet te los zijn afgesteld of te strak tegen de stapel liggen. Controleer dat de papiergeleiders goed zijn afgesteld. Raadpleeg Op normaal papier, briefpapier en transparanten afdrukken vanuit papierlade 1, 2, of 3 op pagina 10.
7. Problemen oplossen EFGHIJKLMN ABCDEFG Voorbeelden van slechte afdrukkwaliteit Enveloppe kreukt Oplossing a b Maak de achterklep open. c Wanneer de bovenkant van de hendel naar achteren draait, tilt u het onderste gedeelte van de hendel zo ver mogelijk op. d Sluit de achterklep en verstuur de afdruktaak opnieuw. Druk zoals hieronder aangeven tegen de “1” op de blauwe hendels aan weerskanten van de printer.
7. Problemen oplossen Problemen met het afdrukken verhelpen Probleem De printer drukt onverwachts af, of drukt wartaal af. Oplossing Controleer dat de printerkabel niet te lang is. Wij raden u aan om een parallelle kabel of een USB-kabel te gebruiken die niet langer is dan 2 meter. Controleer dat de printerkabel niet beschadigd of gebroken is. Als u een apparaat voor interface-omschakeling gebruikt, dient u dit te verwijderen. Sluit uw computer rechtstreeks op de printer aan en probeer het opnieuw.
7. Problemen oplossen Netwerkproblemen Raadpleeg de netwerkhandleiding op de meegeleverde cd-rom als u problemen hebt met afdrukken in een netwerk. Overige problemen Probleem De printer drukt niet af. De melding 'Er is een fout opgetreden bij het schrijven naar LPT1: (of BRUSB)' verschijnt op uw computerscherm. Oplossing Controleer dat de printerkabel niet beschadigd of gebroken is. Als automatisch wordt geschakeld tussen interfaces, dient u te controleren dat de juiste printer is geselecteerd.
7. Problemen oplossen BR-Script 3 Probleem Oplossing Het afdrukken verloopt steeds trager. Plaats meer geheugen. Raadpleeg Extra geheugen plaatsen op pagina 71. De printer kan geen EPSgegevens met binary-gegevens afdrukken. Voor het afdrukken van EPS-gegevens moet u de volgende instellingen maken: a Selecteer in het menu Start de optie Configuratiescherm en vervolgens Printers 1. 1 Printers en faxapparaten bij gebruik van Windows® XP.
A Appendix Printerspecificaties Motor Model HL-5270DN Technologie Elektrofotografisch Afdruksnelheid Max. 30 ppm (Letter) 1, max. 28 ppm (A4) 1 Eerste afdruk na Minder dan 8,5 sec. Resolutie Windows® 95/98/Me, Windows NT® 4.
A. Appendix Controller Model HL-5270DN Processor 266 MHz Geheugen Interface Standaard 32 MB Optioneel 1 DIMM-sleuf; uitbreidbaar tot 544 MB Standaard Hi-Speed USB 2.0 1, IEEE 1284 Parallel, 10/100BASE-TX Ethernet NetwerkProtocollen connectiviteit Hulpprogramma voor beheerders HL-5280DW Hi-Speed USB 2.0 1, IEEE 1284 Parallel, 10/100BASE-TX Ethernet, Draadloos LAN IEEE 802.
A. Appendix Software Model Printerdriver HL-5270DN Windows® HL-5280DW PCL-driver voor Windows® 95/98/Me/2000/XP 1, Windows NT® 4.0 Generieke PCL-driver voor Windows NT® 4.0, Windows® 2000/XP BR-Script 3 (PPD-bestand) voor Windows® 95/98/Me/2000/XP 1, Windows NT® 4.0. Macintosh® Brother-laserdriver voor Mac OS® 9.1 t/m 9.2 en Mac OS® × 10.2.4 of recenter BR-Script 3 (PPD-bestand) voor Mac OS® 9.1 t/m 9.2 and Mac OS® × 10.2.
A.
A.
A. Appendix Belangrijke informatie bij het kiezen van papier In dit onderdeel staat informatie aan de hand waarvan u papier kunt kiezen dat geschikt is voor gebruik in deze printer. Opmerking Als u ander papier dan de aanbevolen soorten gebruikt, kan dit papier vastlopen of scheef worden ingevoerd. Raadpleeg Aanbevolen papiersoorten op pagina 7. Voordat u grote hoeveelheden papier aanschaft Controleer dat het papier geschikt is voor deze printer.
A. Appendix Op welke zijde van het papier moet u afdrukken De structuur van de voor- en achterkant van een vel papier is niet altijd hetzelfde. Doorgaans is de kant waar u het pakket openmaakt de kant waarop u moet afdrukken. Volg de aanwijzingen op de verpakking. Deze zijde wordt meestal met een pijltje aangeduid. Vochtgehalte Het vochtgehalte is de hoeveelheid water die na het productieproces in het papier achterblijft. Dit is een belangrijk kenmerk van papier.
A.
A. Appendix Symbolen- en tekensets Voor de emulaties HP LaserJet, IBM Proprinter XL en EPSON FX-850 kunt u de symbolen- en tekensets selecteren met een webbrowser of met de toetsen op het bedieningspaneel. Een webbrowser gebruiken Volg de onderstaande instructies voor het gebruik van een webbrowser. a Typ [http://IP-adres van printer/] in uw browser. Bijvoorbeeld: [http://192.168.1.2/] (als het IP-adres van de printer 192.168.1.2 is). b c Klik op Instellingen afdrukken. d e Klik op OK.
A. Appendix Lijst van symbolen- en tekensets OCR-symbolensets Wanneer het lettertype OCR-A of OCR-B is geselecteerd, wordt altijd de bijbehorende symbolenset gebruikt.
A. Appendix HP LaserJet-emulatie (Vervolg) Roman9 (4U) Roman Extension (0E) Russian-GOST (12R) Symbol (19M) Turkish8 (8T) Ukrainian (14R) Ventura Math (6M) Ventura Intl (13J) Ventura US (14J) Windows 3.
A. Appendix Overzicht van besturingsopdrachten voor streepjescodes Deze printer kan streepjescodes afdrukken in de HP LaserJet-, EPSON FX-850- en IBM Proprinter XLemulatie. Streepjescodes of uitgerekte tekens afdrukken Code ESC i Dec 27 105 Hex 1B 69 Formaat: ESC i n ... n \ Maakt streepjescodes of uitgerekte tekens, afhankelijk van het segment van parameters 'n ... n'. Raadpleeg het onderdeel Definitie van parameters voor nadere informatie over deze parameters.
A. Appendix Deze parameter selecteert de modus zoals hierboven aangegeven. Als n 't5' of 'T5' is, dan varieert de modus (EAN 8, EAN 13 of UPC A) afhankelijk van het aantal tekens in de gegevens. Streepjescode, uitgerekte tekens, lijnblokken tekenen en vakken tekenen n = 's0' of 'S0' 3: 1 (standaard) n = 's1' of 'S1' 2: 1 n = 's3' of 'S3' 2.5: 1 Deze parameter selecteert de stijl van de streepjescode zoals hierboven aangegeven.
A. Appendix Door mensen leesbare regel onder streepjescode AAN of UIT n = 'r0' of 'R0 Door mensen leesbare regel UIT n = 'r1' of 'R1 Door mensen leesbare regel AAN Vooringesteld: Door mensen leesbare regel AAN (1) 'T5' of 't5' (2) 'T6' of 't6' (3) 'T130' of 't130' (4) 'T131' of 't131' Vooringesteld: Door mensen leesbare regel UIT Alle andere Deze parameter specificeert of de printer de door mensen leesbare regel onder de streepjescode afdrukt.
A. Appendix Deze parameter specificeert de verschuiving vanaf de linkerkantlijn in de door 'u'- of 'U' gespecificeerde maateenheid. Verschuiving in Y-as bij streepjescodes en uitgerekte tekens n = 'ynnn' of 'Ynnn' Deze parameter specificeert de verschuiving naar beneden vanaf de huidige printpositie in de door 'u' of 'U' gespecificeerde maateenheid.
A. Appendix staan. Het aantal tekens dat in een streepjescode kan worden gebruikt, is onbeperkt. De gegevens in de streepjescode beginnen en eindigen automatisch met een sterretje ' *' (beginteken en stopteken). Als er aan het begin of aan het einde van de ontvangen gegevens een sterretje staat '*' , wordt dit sterretje als het beginteken of als het stopteken beschouwd.
A. Appendix code zullen er fouten in de gegevens sluipen. U kunt geen controlecijfer toevoegen en als u '?' gebruikt, zullen er fouten in de gegevens sluipen. Als Code 128 Set A, Set B of Set C is geselecteerd met de parameter 't12' of 'T12', 't13' of 'T13', of 't14' of 'T14' Code 128 sets A, B en C kunnen afzonderlijk worden geselecteerd. Set A geeft tekens Hex 00 t/m 5F aan. Set B omvat tekens Hex 20 t/m 7F. Set C bevat numerieke paren 00 t/m 99.
A.
B Appendix (voor Europa en andere landen) Nummers van Brother BELANGRIJK Voor technische ondersteuning en hulp bij de bediening van de machine dient u het land waar u de printer hebt gekocht te bellen. Er dient vanuit dat land te worden gebeld. Registreer dit product Door dit product van Brother te registreren, wordt vastgelegd dat u de oorspronkelijke eigenaar van dit product bent.
B. Appendix (voor Europa en andere landen) Belangrijke informatie: Reguleringen Radiostoring (alleen voor modellen van 220-240 volt) Deze printer voldoet aan EN55022 (CISPR Publication 22)/Klasse B. Controleer voordat u dit product in gebruik neemt dat u de juiste interfacekabel gebruikt, zoals hieronder beschreven. 1 Een afgeschermde twisted-pair parallelle interfacekabel met de certificatie 'IEEE 1284 compliant'. 2 Een USB-kabel. De kabel mag niet langer zijn dan 2 meter.
B. Appendix (voor Europa en andere landen) Interne laserstraling Maximale stralingsvermogen: 5 mW Golflengte: 770 - 810 nm Laserklasse: Klasse 3B EU Richtlijn 2002/96/EG en EN50419 (alleen voor de Europese Unie) Deze apparatuur is voorzien van het bovenstaande kringloopsymbool. Dit betekent dat de apparatuur apart moet worden vernietigd en dat u deze bij een speciaal inzamelpunt moet inleveren. Deze apparatuur mag niet met het huisvuil worden weggegooid.
B. Appendix (voor Europa en andere landen) BELANGRIJK - Voor uw eigen veiligheid Voor een veilige werking moet de meegeleverde geaarde stekker in een normaal geaard stopcontact worden gestoken dat via het gebruikelijke elektriciteitsnet geaard is. Gebruik alleen een geschikt verlengsnoer met de juiste bedrading, zodat een goede aarding verzekerd is. Verlengsnoeren met de verkeerde bedrading kunnen persoonlijke ongelukken veroorzaken en de apparatuur beschadigen.
B.
B. Appendix (voor Europa en andere landen) EG Conformiteitsverklaring Producent Brother Industries, Ltd., 15-1, Naeshiro-cho, Mizuho-ku, Nagoya 467-8561, Japan Fabriek Brother Corporation (Asia) Ltd. Brother Buji Nan Ling Factory, Gold Garden Ind.
C Appendix (voor de VS en Canada) Brother Numbers BELANGRIJK For technical and operational help, you must call the country where you bought the printer. Calls must be made from within that country. Register your product By registering your product with Brother International Corporation, you will be recorded as the original owner of the product.
C. Appendix (voor de VS en Canada) Customer Service In USA: 1-800-276-7746 In Canada: 1-877-BROTHER If you have comments or suggestions, please write us at: In USA: Printer Customer Support Brother International Corporation 15 Musick Irvine, CA 92618 In Canada: Brother International Corporation (Canada), Ltd. - Marketing Dept. 1, rue Hotel de Ville Dollard-des-Ormeaux, PQ, Canada H9B 3H6 Service center locator (USA only) For the location of a Brother authorized service center, call 1-800-284-4357.
C. Appendix (voor de VS en Canada) Important information: Regulations Federal Communications Commission (FCC) Declaration of Conformity (For USA) Responsible Party: Brother International Corporation 100 Somerset Corporate Boulevard P.O. Box 6911 Bridgewater, NJ 08807-0911 USA Telephone: (908) 704-1700 declares, that the products Product name: Laser Printer HL-5280DW Model number: HL-52 Product option: Lower Tray Unit LT-5300 complies with Part 15 of the FCC Rules.
C. Appendix (voor de VS en Canada) Industry Canada Compliance Statement (For Canada) This Class B digital apparatus complies with Canadian ICES-003. Cet appareil numérique de la classe B est conforme à la norme NMB-003 du Canada.
C. Appendix (voor de VS en Canada) Laser Notices Laser Safety (110 to 120 volt model only) This printer is certified as a Class 1 laser product under the U.S. Department of Health and Human Services (DHHS) Radiation Performance Standard according to the Radiation Control for Health and Safety Act of 1968. This means that the printer does not produce hazardous laser radiation.
C. Appendix (voor de VS en Canada) IMPORTANT - For Your Safety To ensure safe operation, the supplied three-pin plug must be inserted only into a standard three-pin power outlet that is properly grounded through the standard electrical wiring. Extension cords used with this printer must be three-pin plug type and correctly wired to provide proper grounding. Incorrectly wired extension cords may cause personal injury and equipment damage.
D Index A G Achteraanzicht ............................................................ 3 Afdrukkwaliteit ......................................................... 104 Afmetingen .............................................................. 116 Automatisch tweezijdig afdrukken ............................. 22 Automatische emulatieselectie ................................. 45 Automatische interfaceselectie ................................. 46 Gegevens wissen ............................................
D. Index Onderste papierbak .................................................. 69 OPC-drum ............................................................... 106 Opties apparaat ........................................................ 31 U P V Papier ..................................................................6, 118 Papier vastgelopen achter in de printer .................. 100 Papier vastgelopen binnen in de printer ................... 98 Papier vastgelopen in duplexlade ...........................