Brother Laserprinter GEBRUIKERSHANDLEIDING HL-5240 HL-5250DN Voor slechtzienden Deze handleiding kan door de software Screen Reader 'text-to-speech' worden gelezen. U dient eerst alle hardware in te stellen en de driver te installeren, pas dan kunt u de printer gebruiken. Installeer de printer aan de hand van de informatie in de installatiehandleiding. In de doos vindt u een gedrukt exemplaar. Lees deze gebruikershandleiding aandachtig door voordat u de printer gaat gebruiken.
Over deze handleiding Symbolen die in deze handleiding worden gebruikt In deze handleiding worden de volgende aanduidingen gebruikt: Waarschuwingen leggen uit wat u kunt doen om persoonlijk letsel te voorkomen. Symbolen voor elektrische gevaren waarschuwen u voor eventuele elektrische schokken. Deze symbolen wijzen u erop dat u hete oppervlakken in de machine niet mag aanraken.
Veiligheidsmaatregelen Veilig gebruik van de printer WAARSCHUWING Binnen in deze printer bevinden zich elektroden waar hoge spanning op staat. Voordat u het inwendige van de printer gaat reinigen moet u hem uitzetten en het netsnoer uit het stopcontact halen. Hanteer de stekker NOOIT met natte handen. U kunt dan namelijk een elektrische schok krijgen. Nadat de printer gebruikt is, zijn sommige onderdelen in het inwendige van de printer zeer heet.
De waarschuwingsetiketten op en rondom de fuser NIET verwijderen of beschadigen. NOOIT een stofzuiger gebruiken om geknoeide toner op te zuigen. De toner zou binnen in de stofzuiger vlam kunnen vatten en brand kunnen veroorzaken. Geknoeide toner moet zorgvuldig worden opgeveegd met een droge, pluisvrije doek en in overeenstemming met plaatselijk geldende voorschriften worden weggegooid. NOOIT ontbrandbare stoffen in de buurt van de printer gebruiken.
Handelsmerken Het Brother-logo is een wettig gedeponeerd handelsmerk van Brother Industries, Ltd. Apple, het Apple-logo, Macintosh en TrueType zijn gedeponeerde handelsmerken van Apple Computer, Inc in de Verenigde Staten en andere landen. Epson is een wettig gedeponeerd handelsmerk en FX-80 en FX-850 zijn handelsmerken van Seiko Epson Corporation. Hewlett Packard is een wettig gedeponeerd handelsmerk en HP LaserJet 6P, 6L, 5P, 5L, 4, 4L 4P, III, IIIP, II en IIP zijn handelsmerken Hewlett-Packard Company.
Inhoudsopgave 1 Over deze printer Wat zit er in de doos? ................................................................................................................................1 Interfacekabel ......................................................................................................................................1 Vooraanzicht........................................................................................................................................2 Achteraanzicht.........
5 Toebehoren Onderste papierbak (LT-5300) ................................................................................................................56 DIMM .......................................................................................................................................................57 Soorten DIMM ...................................................................................................................................57 Extra geheugen plaatsen.........................
Overzicht van besturingsopdrachten voor streepjescodes ....................................................................111 Streepjescodes of uitgerekte tekens afdrukken...............................................................................111 B Appendix (voor Europa en andere landen) Nummers van Brother............................................................................................................................118 Belangrijke informatie: Reguleringen..............................
1 Over deze printer Wat zit er in de doos? Controleer tijdens het uitpakken van de printer dat de volgende onderdelen allemaal aanwezig zijn. Printer CD-ROM Installatiehandleiding Drumkit met tonercartridge Netsnoer Interfacekabel Een interfacekabel wordt niet standaard meegeleverd. U dient een interfacekabel te kopen die geschikt is voor de interface die u gaat gebruiken (USB, parallel of netwerk). USB-kabel Gebruik nooit een USB-kabel die langer is dan 2 meter.
1.
1. Over deze printer Achteraanzicht 8 1 7 2 6 3 5 4 1 Achterklep 2 Duplexlade (voor de HL-5250DN) 3 Ingang voor netsnoer 4 HL-5250DN: LED's voor netwerkstatus 5 HL-5250DN: 10/100BASE-TX-poort 6 USB-interfaceconnector 7 Deksel van DIMM 8 Parallelle interfaceconnector Opmerking De afbeeldingen van de printer zijn op basis van de HL-5250DN.
1. Over deze printer Een plaats voor de printer kiezen Lees voordat u de printer in gebruik neemt eerst de volgende informatie door. Elektrische voeding Gebruik de printer met de aanbevolen netspanning. Stroombron: VS en Canada: 110 tot 120 volt wisselstroom, 50/60 Hz Europa en Australië: 220 tot 240 volt wisselstroom, 50/60 Hz Het netsnoer, inclusief eventueel verlengsnoer, mag niet langer zijn dan 5 meter.
2 Afdrukmethoden Over papier Papiersoort en -formaat De printer voert papier in vanuit de geïnstalleerde papierlade of de multifunctionele lade.
2. Afdrukmethoden MF lade Papierformaat Breedte: 69,9 tot 215,9 mm Lengte: 116 tot 406,4 mm 50 vel Aantal vellen (80 g/m2 / 21 lb) 1 Lade 1 Lade 2, Lade 3 1, Legal 1, A4, Letter, Legal B5 (ISO), Executive, A5, A6, B6 (ISO) A4, Letter, B5 (ISO), Executive, A5, B6 (ISO) 250 vel 250 vel DX A4, Letter, Legal 1 Het papierformaat Legal is in bepaalde regio's buiten de VS en Canada niet verkrijgbaar.
2. Afdrukmethoden Soorten enveloppen De meeste enveloppen zijn geschikt voor gebruik in uw printer. Sommige enveloppen hebben echter een speciale samenstelling en kunnen problemen met de invoer of de afdrukkwaliteit veroorzaken. Een geschikte enveloppe heeft rechte, scherp gevouwen randen, en de bovenste rand mag niet dikker zijn dan twee vellen papier. De enveloppe moet plat en stevig zijn. Gebruik geen flodderige enveloppen.
2. Afdrukmethoden Bedrukbaar gedeelte Bij gebruik van de PCL-emulatie (standaarddriver) kunnen de hieronder aangegeven randen van het papier niet worden bedrukt. Opmerking Bij gebruik van de BR-Script-emulatie kan 4,32 mm vanaf de rand van het papier niet worden bedrukt.
2. Afdrukmethoden Afdrukmethoden Afdrukken op normaal papier, briefpapier en transparanten Op normaal papier, briefpapier en transparanten afdrukken vanuit papierlade 1, 2, of 3 Raadpleeg Over papier op pagina 5 om te zien welke papiersoorten u kunt gebruiken. a Selecteer het volgende in de printerdriver: Papierformaat ...................... (1) Soort papier ......................... (2) Papierbron ........................... (3) en eventueel andere instellingen.
2. Afdrukmethoden b Trek de papierlade helemaal uit de printer. c Houd de blauwe vrijgavehendel van de papiergeleider ingedrukt en stel de geleiders af op het gebruikte papierformaat. Controleer dat de geleiders goed in de sleuven passen. Bij gebruik van Legal-papier 1 moet u de vrijgavehendel voor de papiergeleiders indrukken en de achterkant van de papierlade uitschuiven. 1 Het papierformaat Legal is in bepaalde regio's buiten de VS en Canada niet verkrijgbaar.
2. Afdrukmethoden d Plaats papier in de lade en controleer dat het papier niet boven de markering voor de maximale hoogte van de stapel uitsteekt (b). e f Plaats de papierlade weer goed in de printer. Controleer dat hij zo ver mogelijk in de printer is gestoken. g Stuur de afdrukgegevens naar de printer. Zet de papiersteun omhoog om te voorkomen dat het papier van de face-down uitvoerlade valt, of neem elk vel van de uitvoerlade zodra dit wordt uitgeworpen.
2. Afdrukmethoden Op normaal papier, briefpapier en transparanten afdrukken vanuit de MF papierlade De MF lade wordt automatisch geselecteerd wanneer er papier in de multifunctionele lade wordt geplaatst. Raadpleeg Over papier op pagina 5 om te zien welke papiersoorten u kunt gebruiken. a Selecteer het volgende in de printerdriver: Papierformaat ...................... (1) Soort papier ......................... (2) Papierbron ........................... (3) en eventueel andere instellingen.
2. Afdrukmethoden b Maak de MF lade open en trek deze voorzichtig omlaag. c Trek de steun van de MF lade uit (1). 1 d Zet de papiersteun omhoog om te voorkomen dat het papier van de face-down uitvoerlade valt, of neem elk vel van de uitvoerlade zodra dit wordt uitgeworpen.
2. Afdrukmethoden e Controleer dat het papier niet boven de markeringen (b) aan weerskanten van de lade uitsteekt. f Houd de vrijgavehendel van de papiergeleider ingedrukt en stel de geleider af op het gebruikte papierformaat. g Stuur de afdrukgegevens naar de printer. Opmerking • Plaats het papier met de te bedrukken zijde naar boven gericht en met de bovenkant eerst. • Als u op transparanten afdrukt, moet u elk uitgeworpen vel onmiddellijk verwijderen.
2. Afdrukmethoden Op dik papier, etiketten en enveloppen afdrukken De MF lade wordt automatisch geselecteerd wanneer er papier in de multifunctionele lade wordt geplaatst. Raadpleeg Over papier op pagina 5 en Soorten enveloppen op pagina 7 om te zien welke papiersoorten u kunt gebruiken. a Selecteer het volgende in de printerdriver: Papierformaat ...................... (1) Soort papier ......................... (2) Papierbron ........................... (3) en eventueel andere instellingen.
2. Afdrukmethoden Opmerking • Bij gebruik van Enveloppe 10, kiest u bij Papierformaat de optie Com-10. • Voor andere enveloppen die niet in de printerdriver worden vermeld, bijvoorbeeld Enveloppe 9 of Enveloppe C6, gebruikt u Door gebruiker gedefinieerd.... Raadpleeg Papierformaat op pagina A-8 voor nadere informatie over envelopformaten. b Maak de MF lade open en trek deze voorzichtig omlaag. c Trek de steun van de MF lade uit (1).
2. Afdrukmethoden e Plaats het papier in de MF lade. Controleer dat het papier niet boven de markeringen (b) aan weerskanten van de lade uitsteekt. Opmerking • Door de producent geplakte delen van enveloppen moeten goed zijn vastgeplakt • De te bedrukken zijde moet naar boven zijn gericht. • Alle zijden moeten netjes zijn gevouwen en mogen niet gekreukt zijn f Houd de vrijgavehendel van de papiergeleider ingedrukt en stel de geleider af op het gebruikte papierformaat.
2. Afdrukmethoden Opmerking • Als DL-enveloppen met dubbele flap verkreukeld worden uitgeworpen, moet u in het tabblad Normaal bij Papierformaat de optie DL Lange zijde selecteren. Plaats een nieuwe DL-enveloppe met dubbele flap in de MF lade, met de langste zijde eerste, en druk opnieuw af. • Bij het plaatsen van papier in de MF lade dient u rekening te houden met het volgende: • Plaats het papier voorzichtig en met de bovenste rand eerst in de lade.
2. Afdrukmethoden Tweezijdig afdrukken (duplex) De meegeleverde printerdrivers voor Windows® 95/98/Me/2000/XP en Windows NT® 4.0, Mac OS® 9.1 t/m 9.2 en Mac OS® X 10.2.4 of recenter ondersteunen tweezijdig afdrukken. Raadpleeg Help in de printerdriver voor meer informatie hierover. Richtlijnen bij het tweezijdig afdrukken Als u dun papier gebruikt, kunnen de vellen verkreukelen. Gekruld papier moet glad worden gestreken voordat het weer in de papierlade of de MF lade wordt geplaatst.
2. Afdrukmethoden c Neem de afgedrukte even pagina's van de uitvoerlade en plaats ze opnieuw in de papierlade, met de te bedrukken zijde (de blanco zijde) naar beneden. Volg de instructies op uw computerscherm. d De printer zal nu automatisch de oneven pagina's op de ommezijde van het papier afdrukken. Opmerking • Als u bij de Papierbron de optie Automatisch selecteert, moet u de bedrukte even pagina’s in de MF lade leggen.
2. Afdrukmethoden c Neem de afgedrukte even pagina’s van de uitvoerlade en plaats ze in dezelfde volgorde weer in de MF lade. Plaats het papier met de te bedrukken zijde (blanco zijde) naar boven. Volg de instructies op uw computerscherm. d Herhaal c totdat alle oneven pagina's op de ommezijde van het papier zijn afgedrukt. Afdrukstand voor handmatig tweezijdig afdrukken De printer drukt de tweede pagina eerst af.
2. Afdrukmethoden Automatisch tweezijdig afdrukken (voor de HL-5250DN) Opmerking • De schermen in dit onderdeel zijn afkomstig uit Windows® XP. De schermen op uw pc kunnen er anders uitzien, afhankelijk van uw besturingssysteem. • Gebruik voor de automatische duplexfunctie alleen A4-, Letter- of Legal-papier. • De achterklep moet gesloten zijn. • Controleer dat de duplexlade goed in de printer geïnstalleerd is. • Gekruld papier moet glad worden gestreken voordat het weer in de papierlade wordt geplaatst.
2. Afdrukmethoden 4 Klik op OK. De printer zal het papier nu automatisch aan beide zijden bedrukken. Folder afdrukken (voor de Windows-driver) a b c d Plaats papier in de papierlade of de MF lade. e Klik op OK. De printer zal nu automatisch een folder afdrukken. Open het dialoogvenster Eigenschappen in de printerdriver. Selecteer het tabblad Algemeen en klik op het pictogram Voorkeursinstellingen.
3 Driver en software Printerdriver Een printerdriver is een stuurprogramma dat gegevens in het door de computer gebruikte formaat omzet in een formaat dat door een bepaalde printer kan worden gebruikt. Doorgaans is dit formaat PDL (page description language). De printerdrivers voor de volgende versie van Windows® en Macintosh® staan op de meegeleverde cd-rom en op het Brother Solutions Center: http://solutions.brother.com.
3. Driver en software Wanneer u via de computer afdrukt, kunt u de volgende printerinstellingen wijzigen.
3. Driver en software Functies in de printerdriver (alleen voor Windows®) Raadpleeg de on line Help in de printerdriver voor meer informatie hierover. Opmerking • De schermen in dit onderdeel zijn afkomstig uit Windows® XP. De schermen op uw pc kunnen er anders uitzien, afhankelijk van uw besturingssysteem. • Als u Windows® 2000 of XP gebruikt, kunt u het dialoogvenster Voorkeursinstellingen openen door in het tabblad Algemeen van het scherm Eigenschappen te klikken op Voorkeursinstellingen.
3. Driver en software Het tabblad Geavanceerd 1 2 3 4 5 Klik op een van de volgende pictogrammen om de desbetreffende functie in te stellen. Afdrukkwaliteit (1) Tweezijdig afdrukken (2) Watermerk (3) Pagina-instelling (4) Opties apparaat (5) Afdrukkwaliteit Resolutie Voor de resolutie zijn de volgende instellingen mogelijk: • 1200 dpi • HQ 1200 • 600 dpi • 300 dpi Opmerking Als u de hoge kwaliteit 1200 dpi (1200 × 1200 dpi) selecteert, wordt er wat trager afgedrukt.
3. Driver en software Tonerbespaarstand De tonerbespaarstand helpt u kosten te besparen omdat er minder toner wordt gebruikt. In deze stand zien de afdrukken er lichter uit. Opmerking • Het gebruik van de tonerbespaarstand wordt afgeraden als u foto's of beelden met verschillende grijstinten afdrukt. • De tonerbespaarstand is niet beschikbaar voor de resoluties 1200 dpi en HQ 1200. Afdrukinstellingen U kunt de afdrukinstellingen zelf wijzigen.
3. Driver en software Pagina-instelling U kunt de schaal van het af te drukken beeld wijzigen, in spiegelbeeld afdrukken of het beeld 180 graden draaien. Opties apparaat In dit tabblad kunt u de volgende printerfuncties instellen. (U kunt rechtstreeks naar de pagina met een printerfunctie gaan door in de onderstaande lijst op de betreffende functienaam te klikken.
3. Driver en software Taak spoolen De printer bewaart de laatste afdruktaak die hij heeft ontvangen in het geheugen. Als u het laatste document opnieuw wilt afdrukken, drukt u op Go en houdt u deze toets circa 4 seconden lang ingedrukt totdat alle lampjes op volgorde gaan branden (Toner, Drum, Paper, Status), waarna u Go weer loslaat. Druk binnen twee seconden het relevante aantal keren op Go om aan te geven hoeveel exemplaren u van het document wilt afdrukken.
3. Driver en software Beheerder (alleen bij gebruik van Windows® 95/98/Me) Beheerders kunnen het aantal kopieën dat wordt afgedrukt beperken, en de instellingen voor schaal en watermerk op slot zetten. • Wachtwoord In dit vak moet u het wachtwoord invoeren. • Wachtwoord instellen Klik hier om het wachtwoord te wijzigen. • KOPIEEN VERGRENDELEN Hier kunt u het afdrukken van meerdere pagina's op slot zetten.
3. Driver en software Het tabblad Accessoires Opmerking Selecteer in het menu Start de optie Configuratiescherm en vervolgens Printers 1. Klik met de rechtermuisknop op het pictogram van de Brother HL-5240/5250DN series en selecteer Eigenschappen om het tabblad Accessoires te openen. 1 Printers en faxapparaten bij gebruik van Windows® XP. 1 3 2 Beschikbare opties (1) U kunt zelf op de printer geïnstalleerde toebehoren aan deze lijst toevoegen of daaruit verwijderen.
3. Driver en software Opmerking Onder bepaalde omstandigheden is de functie voor het automatisch waarnemen van geïnstalleerde toebehoren niet beschikbaar. Het tabblad Ondersteuning 3 1 2 4 5 6 Versie (1) Toont de versie van de printerdriver. Web Update (2) U kunt op de website van Brother controleren of er nieuwe drivers beschikbaar zijn en deze automatisch downloaden en op uw computer installeren. Brother Solutions Center (3) Het Brother Solutions Center (http://solutions.brother.
3. Driver en software Functies in de BR-Script-driver (PostScript® 3™-taalemulatie) (voor Windows®) Raadpleeg de on line Help in de printerdriver voor meer informatie hierover. Opmerking De schermen in dit onderdeel zijn afkomstig uit Windows® XP bij gebruik van de HL-5250DN. De schermen op uw pc kunnen er anders uitzien, afhankelijk van uw printermodel en besturingssysteem. Het tabblad Apparaatinstellingen Selecteer welke toebehoren er zijn geïnstalleerd.
3. Driver en software Voorkeursinstellingen Opmerking Als u Windows NT® 4.0, Windows® 2000 of XP gebruikt, kunt u het dialoogvenster Voorkeursinstellingen openen door in het tabblad Algemeen van het scherm Brother HL-5240/HL-5250DN BR-Script3 Eigenschappen te klikken op Voorkeursinstellingen. Het tabblad Indeling U kunt de instellingen voor de lay-out wijzigen door een instelling voor de Afdrukstand, Dubbelzijdig afdrukken, de Paginavolgorde en het aantal Pagina's per vel te selecteren.
3. Driver en software Geavanceerde opties 1 2 3 a b c Kies het Papierformaat en het Aantal afdrukken (1). Stel de Schaal en het TrueType-lettertype in (2). U kunt de instellingen wijzigen door in de lijst Printerfuncties een instelling te selecteren (3): Afdrukkwaliteit Soort papier Tonerbespaarstand De tonerbespaarstand helpt u kosten te besparen omdat er minder toner wordt gebruikt. In deze stand zien de afdrukken er lichter uit. Slaaptijd Raadpleeg Opties apparaat op pagina 29.
3. Driver en software Functies in de printerdriver (voor Macintosh®) Deze printer ondersteunt Mac OS® 9.1 tot 9.2 en Mac OS® X 10.2.4 of recenter. Opmerking De schermen in dit onderdeel zijn afkomstig uit Mac OS® X 10.4. De schermen op uw Macintosh® kunnen er anders uitzien, afhankelijk van uw besturingssysteem. Pagina-instelling U kunt instellingen maken voor het Papierformaat, de Richting en Vergroot/verklein. Lay-out Stel het aantal Pagina's per vel, de Lay-outrichting en de Rand in.
3. Driver en software Afdrukinstellingen U kunt de instellingen wijzigen door in de lijst Afdrukinstellingen een instelling te selecteren. Het tabblad Normaal Resolutie Voor de resolutie zijn de volgende instellingen mogelijk: • 300 dpi • 600 dpi • HQ 1200 • 1200 dpi Opmerking Als u de hoge kwaliteit 1200 dpi (1200 × 1200 dpi) selecteert, wordt er wat trager afgedrukt.
3. Driver en software Opmerking • Het gebruik van de tonerbespaarstand wordt afgeraden als u foto's of beelden met verschillende grijstinten afdrukt. • De tonerbespaarstand is niet beschikbaar voor de resoluties 1200 dpi en HQ 1200. Het tabblad Geavanceerd Afdrukkwaliteit Voor de kwaliteit zijn de volgende instellingen mogelijk: • Brother Foto Dit is een fotomodus (gradatie prioriteit). Kies deze instelling voor foto's met doorlopende gradatie.
3. Driver en software De printerdriver verwijderen U kunt de geïnstalleerde printerdriver als volgt verwijderen. Opmerking • Dit is niet mogelijk als u de printerdriver hebt geïnstalleerd via de functie Printer toevoegen van Windows. • Wij raden u aan de computer opnieuw te starten nadat u driver hebt verwijderd, zodat bestanden die tijdens de deïnstallatie in gebruik waren ook worden gewist.
3. Driver en software Brother-laserdriver voor Macintosh® Voor Mac OS® X 10.2.4 of recenter a b c d Koppel de USB-kabel tussen de Macintosh en de printer los. e Sleep de map HL-MFLPro (in de map the Macintosh HD (Opstartschijf)/Bibliotheek, Printers, Brother) naar de vuilnisbak en leeg deze. f Start de Macintosh® opnieuw op. 1 Start de Macintosh® opnieuw op. Meld u als Beheerder aan.
3. Driver en software Software Software voor netwerken (alleen voor de HL-5250DN) BRAdmin Professional (voor Windows®) BRAdmin Professional is een hulpprogramma waarmee u Brother-netwerkprinters kunt beheren onder Windows® 95/98/Me/2000/XP en Windows NT® 4.0. Hiermee kunt u de printer op het netwerk configureren en zijn status op het netwerk controleren. BRAdmin Light (voor Macintosh®) Brother BRAdmin Light is een Java-applicatie die bedoeld is voor Apple® Mac OS®X.
3. Driver en software Omtrent de emulaties Deze printer heeft de onderstaande emulatiestanden: U kunt de instellingen wijzigen met de Remote Printer Console of een webbrowser. HP LaserJet-emulatie De HP LaserJet-emulatie (of HP-emulatie) is de emulatie waar deze printer de taal PCL6 van de HewlettPackard® LaserJet-laserprinter emuleert. Dit type laserprinter wordt door een groot aantal applicaties ondersteund. Als u deze emulatie selecteert, zal de printer in al deze toepassingen optimaal presteren.
3. Driver en software Automatische interfaceselectie Deze printer heeft een functie voor automatische interfaceselectie, die standaard is geactiveerd. Deze functie kiest automatisch de interface via welke er gegevens worden ontvangen: IEEE 1284 parallel, USB of Ethernet. Bij gebruik van de parallelle interface kan de snelle en bi-directionele communicatie worden aan- of uitgezet met behulp van de Remote Printer Console. (Raadpleeg Remote Printer Console elders op deze pagina.
4 Het bedieningspaneel LED's (Light Emitting Diodes) Dit hoofdstuk bespreekt de vier lampjes Toner, Drum, Paper en Status en de twee toetsen Go en Job Cancel op het bedieningspaneel. In de afbeeldingen in dit hoofdstuk worden de volgende indicaties gebruikt: Lampje is uit. Lampje brandt. of of Lampje knippert. of of Opmerking Als de printer uitstaat of in de slaapstand staat, zijn alle lampjes uit.
4. Het bedieningspaneel LED Printerstatus Slaapstand De printer staat uit of in slaapstand. Als u op de toets Go drukt, wordt de printer geactiveerd en schakelt hij over naar de status Gereed. Klaar om af te drukken De printer is klaar voor gebruik. Printer warmt op De printer is aan het opwarmen. Printer koelt af De printer is aan het afkoelen. Wacht een paar seconden totdat het inwendige van de printer is afgekoeld.
4. Het bedieningspaneel LED Printerstatus Er zitten nog gegevens in het printergeheugen Er zitten nog gegevens in het geheugen van de printer. Als het gele Status-lampje langere tijd blijft branden en er niets wordt afgedrukt, moet u op de toets Go drukken om de resterende gegevens af te drukken. Toner bijna op Geeft aan dat de tonercartridge bijna leeg is. Zorg ervoor dat u een nieuwe tonercartridge bij de hand hebt voordat de toner helemaal op is.
4. Het bedieningspaneel LED Printerstatus Papier op Plaats papier in de lade. Druk daarna op Go. Raadpleeg Afdrukken op normaal papier, briefpapier en transparanten op pagina 9 of Op dik papier, etiketten en enveloppen afdrukken op pagina 15. Papier vastgelopen Verwijder het vastgelopen papier. Raadpleeg Vastgelopen papier verwijderen op pagina 83. Als de printer niet begint af te drukken, moet u op Go drukken. Verkeerd papierformaat voor duplex (voor de HL-5250DN) Druk op Go of Job Cancel.
4. Het bedieningspaneel Servicemeldingen Bij een fout die niet kan worden hersteld geeft de printer een servicemelding: alle lampjes gaan branden, zoals hieronder geïllustreerd. Als de hierboven genoemde servicemelding wordt weergegeven, moet u de printer uitzetten, een paar seconden wachten, de printer weer aanzetten en opnieuw proberen af te drukken. Wordt de melding niet gewist nadat de printer weer is aangezet, neem dan contact op met uw dealer of met een erkend servicemonteur.
4. Het bedieningspaneel De onderstaande combinatie van brandende lampjes geeft bijvoorbeeld aan dat er iets mis is met de fuser. Noteer welke lampjes er branden en raadpleeg de onderstaande tabel om de fout aan uw wederverkoper of een door Brother erkend servicemonteur door te geven. Opmerking Controleer voordat u een servicemelding meldt eerst dat de voorklep goed is gesloten.
4. Het bedieningspaneel Toetsen op het bedieningspaneel De toetsen op het bedieningspaneel hebben de volgende functies: Afdrukken annuleren Als u tijdens het afdrukken op Job Cancel drukt, zal de printer onmiddellijk stoppen met afdrukken en het papier uitwerpen. Activeren Als de printer in de slaapstand staat, kunt u op Go of Job Cancel drukken om de printer te activeren en in de status Klaar te zetten.
4. Het bedieningspaneel Een testpagina afdrukken U kunt een testpagina afdrukken door de toets Go in te drukken, maar u kunt dit ook via de printerdriver doen. Met de toets op bedieningspaneel a b c Zet de printer uit. d Druk nogmaals op Go. De printer zal de testpagina afdrukken. Controleer dat de voorklep is gesloten en dat de stekker in het stopcontact zit. Houd Go ingedrukt terwijl u de printer aanzet. Eerst gaan alle lampjes branden en vervolgens gaat het Status-lampje uit. Laat Go los.
4. Het bedieningspaneel Pagina met printerinstellingen afdrukken U kunt de huidige instellingen afdrukken via de toets op het bedieningspaneel of de printerdriver. Met de toets op bedieningspaneel a b c Controleer dat de voorklep is gesloten en dat de stekker in het stopcontact zit. Zet de printer aan en wacht totdat hij in de status Gereed staat. Druk binnen twee seconden drie keer op Go. De printer zal een pagina met de huidige printerinstellingen afdrukken.
4. Het bedieningspaneel Lettertypen afdrukken U kunt met behulp van de toets op het bedieningspaneel of via de driver een lijst van interne lettertypen afdrukken. Met de toets op bedieningspaneel a b c Zet de printer uit. d Druk tweemaal op Go. De printer zal nu een lijst van de interne lettertypen afdrukken. Controleer dat de voorklep is gesloten en dat de stekker in het stopcontact zit. Houd Go ingedrukt terwijl u de printer aanzet.
4. Het bedieningspaneel Standaard-netwerkinstellingen (voor de HL-5250DN) Als u de standaardinstellingen van de afdrukserver wilt herstellen (alle informatie wordt teruggesteld, zoals het wachtwoord en de gegevens m.b.t. het IP-adres), volgt u de onderstaande stappen: a b c Zet de printer uit. d Druk zes keer op Go. Controleer dat alle lampjes gaan branden; dit betekent dat de standaardinstellingen van de afdrukserver zijn hersteld.
5 Toebehoren Voor deze printer zijn de volgende toebehoren verkrijgbaar. Met deze artikelen kunt u de capaciteit van de printer verhogen. Onderste papierbak DIMM-geheugen LT-5300 Raadpleeg Onderste papierbak (LT5300) op deze pagina. Afdrukserver (voor de HL-5240) NC-2100p Raadpleeg Extra geheugen plaatsen op pagina 58. Raadpleeg Afdrukserver (NC-2100p) (voor de HL-5240) op pagina 60. Onderste papierbak (LT-5300) Er kunnen twee optionele onderste papierladen (Lade 2 of Lade 3) worden geïnstalleerd.
5. Toebehoren DIMM Voor de HL-5240 De HL-5240 heeft standaard 16 Mbytes geheugen en één sleuf voor optioneel geheugen. U kunt het geheugen uitbreiden tot 528 MB door DIMM-geheugenmodules te installeren. Voor de HL-5250DN De HL-5250DN heeft standaard 32 Mbytes geheugen en één sleuf voor optioneel geheugen. U kunt het geheugen uitbreiden tot 544 MB door DIMM-geheugenmodules te installeren.
5. Toebehoren Extra geheugen plaatsen a Zet de printer uit en haal vervolgens de stekker uit het stopcontact. Koppel de interfacekabel los van de printer. Opmerking Zet de printer uit voordat u de DIMM gaat installeren of verwijderen. b Verwijder het deksel van de DIMM. c Pak de DIMM uit en houd hem bij de randen vast. VOORZICHTIG Voorkom beschadiging door statische elektriciteit, raak de geheugenchips en het oppervlak van de kaart NIET aan.
5. Toebehoren e Zet het deksel van de DIMM weer op zijn plaats. f Sluit de interfacekabel weer op de printer aan. Steek de stekker van de printer weer in het stopcontact en zet de stroomschakelaar aan. Opmerking Als u wilt controleren of de DIMM op juiste wijze is geïnstalleerd, kunt u de lijst van printerinstellingen afdrukken, waarop staat vermeld hoeveel geheugen er momenteel is geplaatst. Raadpleeg Pagina met printerinstellingen afdrukken op pagina 53.
5. Toebehoren Afdrukserver (NC-2100p) (voor de HL-5240) Met de optionele netwerkafdrukserver (NC-2100p) kunt u via de parallelle interface verbinding maken met uw netwerk.
6 Routineonderhoud Het is zaak dat u de bepaalde onderdelen periodiek vervangt en de printer regelmatig reinigt. WAARSCHUWING Houd bij het vervangen van onderdelen en het reinigen van de printer rekening met het volgende: • Als er toner op uw kleding komt, veeg ze dan met een droge doek schoon en was ze onmiddellijk in koud water; dit om vlekken te voorkomen. • Let erop dat u geen toner inademt. • Nadat de printer is gebruikt, zijn sommige onderdelen in het inwendige van de printer zeer heet.
6. Routineonderhoud Tonercartridge Een nieuwe tonercartridge bevat voldoende toner om circa 3500 (standaardcartridge) of 7000 (tonercartridge met hoge capaciteit) enkelzijdige bladzijden van A4- of Letter-formaat te bedrukken met een bladvulling van 5%. Opmerking • Hoeveel toner daadwerkelijk wordt gebruikt, is afhankelijk van de bladvulling en van de instelling die voor de afdrukdichtheid is geselecteerd.
6. Routineonderhoud De tonercartridge vervangen Opmerking • Om een hoge afdrukkwaliteit te garanderen, raden wij u aan om alleen originele tonercartridges van Brother te gebruiken. De klantendienst van Brother of de wederverkoper waar u uw printer hebt gekocht kan u vertellen waar u geschikte tonercartridges kunt krijgen. • Wij raden u aan om telkens wanneer u de tonercartridge vervangt ook de printer te reinigen. Raadpleeg De printer reinigen op pagina 72.
6. Routineonderhoud c Duw de blauwe sluithendel naar beneden en haal de tonercartridge uit de drumkit. VOORZICHTIG Ga voorzichtig met de tonercartridge om. Knoeit u toner op uw handen of uw kleren, veeg deze dan onmiddellijk af of was ze onmiddellijk in koud water. Raak de onderdelen die hier gearceerd staan afgebeeld NIET aan, daar dit problemen met de afdrukkwaliteit kan veroorzaken. Opmerking • Stop de tonercartridge in een zak en sluit deze goed af, zodat er geen toner geknoeid kan worden.
6. Routineonderhoud VOORZICHTIG Pak een nieuwe tonercartridge pas uit wanneer u hem in de printer gaat installeren. Als de tonercartridge gedurende langere tijd zonder verpakking wordt opgeslagen, zal hij minder lang meegaan. Als een uitgepakte drumkit aan direct (zon)licht wordt blootgesteld, kan de drum beschadigd worden. Brother raadt u met klem aan om de tonercartridge die met uw printer werd geleverd niet opnieuw te laten vullen.
6. Routineonderhoud f Plaats de nieuwe tonercartridge goed in de drum; u hoort een klik als hij goed op zijn plaats zit. Als hij goed is geïnstalleerd, gaat de sluithendel automatisch omhoog. VOORZICHTIG Zorg dat u de tonercartridge goed installeert, daar hij anders uit de drumkit kan schuiven. g Reinig de primaire coronadraad in het inwendige van de drum door het blauwe plaatje voorzichtig een paar maal heen en weer te schuiven.
6. Routineonderhoud Drumkit Een nieuwe drumkit kan circa 25.000 enkelzijdige bladzijden van A4- of Letter-formaat te bedrukken met een bladvulling van 5%. Opmerking • Er zijn vele factoren die invloed hebben op de eigenlijke levensduur van de drum, zoals temperatuur, vochtigheid, gebruikte papiersoort en toner, aantal pagina’s per afdrukbewerking, enz. Onder ideale omstandigheden zal de drum gemiddeld circa 25.000 pagina’s meegaan.
6. Routineonderhoud Wanneer u de drumkit vervangt en een nieuwe drum plaatst, moet u de drumteller als volgt terugstellen: a Controleer dat de printer aanstaat en dat het Drum-lampje knippert. Druk op de knop waarmee de voorklep wordt geopend en maak deze klep open. b Houd de toets Go circa 4 seconden ingedrukt totdat alle lampjes branden. Laat Go los wanneer alle vier de lampjes branden. Onjuiste configuratie U mag de drumteller niet terugstellen als u alleen de tonercartridge vervangt.
6. Routineonderhoud VOORZICHTIG Wij raden u aan om de drumkit en tonercartridge op een stuk papier of een doek te plaatsen voor het geval dat er toner wordt geknoeid. Raak de hier afgebeelde elektroden NIET aan; dit om beschadiging van de printer door statische elektriciteit te voorkomen. d Duw de blauwe sluithendel naar beneden en haal de tonercartridge uit de drumkit. VOORZICHTIG Ga voorzichtig met de tonercartridge om.
6. Routineonderhoud e Pak de nieuwe drumkit uit. VOORZICHTIG Pak een nieuwe drumkit pas uit wanneer u deze in de printer gaat installeren. Blootstelling aan direct (zon)licht kan de drumkit beschadigen f Plaats de tonercartridge in de nieuwe drum; u hoort een klik als hij goed op zijn plaats zit. Als de cartridge goed is geïnstalleerd, gaat de sluithendel automatisch omhoog. VOORZICHTIG Zorg dat u de tonercartridge goed installeert, daar hij anders uit de drumkit kan schuiven.
6. Routineonderhoud Periodiek te vervangen onderdelen Sommige onderdelen moeten zo af en toe worden vervangen; dit om een optimale afdrukkwaliteit te handhaven. De onderstaande onderdelen moeten worden vervangen nadat het aangegeven aantal pagina’s is afgedrukt. 1 Item Vervangen na ongeveer Nieuwe kopen Scheidingskussentje 100.000 pagina's 1 Neem contact op met de klantendienst van Brother Pick-up rol 100.000 pagina's 1 Neem contact op met de klantendienst van Brother Lasereenheid 100.
6. Routineonderhoud De printer reinigen Reinig de buiten- en de binnenkant van de printer regelmatig met een droge, pluisvrije doek. Wanneer u de tonercartridge of drumkit vervangt, dient u ook de binnenkant van de printer te reinigen. Als er tonervlekken op een pagina staan, moet het inwendige van de printer met een droge, pluisvrije doek worden gereinigd. De buitenkant van de printer reinigen VOORZICHTIG Gebruik neutrale reinigingsmiddelen.
6. Routineonderhoud c Stof de buitenkant van de printer met een zachte, pluisvrije doek af. d e Als er iets in de papierlade vastzit, dient u dit te verwijderen. f g Plaats de papierlade weer in de printer. Veeg de binnenkant van de papierlade met een zachte, pluisvrije doek schoon. Steek de stekker van de printer weer in het stopcontact en zet de stroomschakelaar aan. De binnenkant van de printer reinigen a Zet de printer uit en haal vervolgens de stekker uit het stopcontact.
6. Routineonderhoud b Druk op de knop waarmee de voorklep wordt geopend en maak deze klep open. c Trek de drumkit en tonercartridge uit de printer. HEET Nadat de printer is gebruikt, zijn sommige onderdelen in het inwendige van de printer zeer heet. Wacht totdat de printer is afgekoeld, pas dan mag u de onderdelen binnen in de printer aanraken. VOORZICHTIG Wij raden u aan om de drumkit en tonercartridge op een stuk papier of een doek te plaatsen voor het geval dat er toner wordt geknoeid.
6. Routineonderhoud Raak de hier afgebeelde elektroden NIET aan; dit om beschadiging van de printer door statische elektriciteit te voorkomen. d Veeg het scannervenster met een droge, pluisvrije doek schoon. e f g Plaats de drumkit en tonercartridge weer in de printer. Sluit de voorklep. Steek de stekker van de printer weer in het stopcontact en zet de stroomschakelaar aan.
6. Routineonderhoud De coronadraad reinigen Bij problemen met de afdrukkwaliteit dient u de coronadraad als volgt te reinigen: a Druk op de knop waarmee de voorklep wordt geopend en maak deze klep open. b Trek de drumkit en tonercartridge uit de printer. VOORZICHTIG Wij raden u aan om de drumkit en tonercartridge op een stuk papier of een doek te plaatsen voor het geval dat er toner wordt geknoeid.
6. Routineonderhoud c Reinig de primaire coronadraad in het inwendige van de drum door het blauwe plaatje voorzichtig een paar maal heen en weer te schuiven. 1 VOORZICHTIG Vergeet niet om het plaatje weer in de beginstand te zetten (a) (1). Doet u dit niet, dan kan er een verticale streep op de afgedrukte pagina's komen te staan. d Plaats de drumkit en tonercartridge weer in de printer. Sluit de voorklep.
7 Problemen oplossen U zult de meeste problemen zelf kunnen verhelpen. Als u verdere hulp nodig hebt, kan het Brother Solutions Center uitkomst bieden met antwoorden op de meest recente vragen en tips voor het oplossen van problemen. Kijk op http://solutions.brother.com. Uw probleem identificeren Eerst controleren dat: Het netsnoer goed is aangesloten en dat de printer aanstaat. Alle beschermende onderdelen zijn verwijderd. De tonercartridge en de drumkit goed zijn geïnstalleerd.
7. Problemen oplossen Foutmeldingen in het statusvenster Het statusvenster meldt problemen met de printer. In de onderstaande tabellen wordt aangegeven wat u moet doen om een storing te verhelpen. Standaard is het statusvenster uitgeschakeld. Als u het statusvenster wilt activeren, kunt u de instelling voor het statusvenster wijzigen bij Opties apparaat van het tabblad Geavanceerd. Raadpleeg Opties apparaat op pagina 3-6.
7. Problemen oplossen Foutmelding Wat te doen Fuserdeksel is open Sluit de fuserklep, die zich achter de achterklep van de printer bevindt. Stof op de drum Raadpleeg De coronadraad reinigen op pagina 76. Geheugen vol Druk op de toets Go om de resterende gegevens af te drukken. Annuleer de taak als u de gegevens die nog in het geheugen van de printer zitten wilt wissen. Raadpleeg Toetsen op het bedieningspaneel op pagina 51. Maak uw document minder ingewikkeld of gebruik een lagere resolutie.
7. Problemen oplossen Afgedrukte foutmeldingen De printer kan u ook op fouten attenderen door een foutmelding af te drukken. Gebruik de onderstaande tabel om te zien wat de melding betekent en de fout te verhelpen. Foutmelding GEHEUGEN VOL Wat te doen Druk op de toets Go om de resterende gegevens af te drukken. Annuleer de taak als u de gegevens die nog in het geheugen van de printer zitten wilt wissen. Raadpleeg Toetsen op het bedieningspaneel op pagina 51.
7. Problemen oplossen Omgaan met papier Controleer eerst dat u papier gebruikt dat voldoet aan de door Brother aanbevolen papierspecificaties. Raadpleeg Over papier op pagina 5. Probleem De printer voert geen papier in. Oplossing Zit er nog papier in de papierlade, zorg dan dat het recht ligt, in een nette stapel. Gekruld papier moet voordat u gaat afdrukken altijd glad worden gestreken. Soms helpt het als u het papier verwijdert. Draai de stapel om en plaats hem weer in de papierlade.
7. Problemen oplossen Vastgelopen papier verwijderen Als het papier vastloopt, knippert het Paper-lampje van de printer zoals hieronder aangegeven. HEET Nadat de printer is gebruikt, zijn sommige onderdelen in het inwendige van de printer zeer heet. Wanneer u de voor- of achterklep van de printer openmaakt, mag u de onderdelen die in de afbeelding gearceerd zijn NOOIT aanraken. Verwijder het vastgelopen papier als volgt.
7. Problemen oplossen a Druk op de knop waarmee de voorklep wordt geopend en maak dit paneel open. b Trek de drumkit en tonercartridge voorzichtig uit de printer. Het vastgelopen papier wordt dan samen met de drumkit en de tonercartridge uit de printer getrokken. VOORZICHTIG Raak de hier afgebeelde elektroden NIET aan; dit om beschadiging van de printer door statische elektriciteit te voorkomen.
7. Problemen oplossen c Trek de papierlade helemaal uit de printer. d e Sluit de voorklep. f Maak de voorklep weer open. Trek het vastgelopen papier omhoog en uit de printer.
7. Problemen oplossen g Maak de achterklep open. h Trek de lipjes aan de linker- en rechterkant naar u toe om het fuserdeksel open te maken (1). 1 i Trek het vastgelopen papier voorzichtig en met beide handen uit de fuser.
7. Problemen oplossen HEET Nadat de printer is gebruikt, zijn sommige onderdelen in het inwendige van de printer zeer heet. Wacht totdat de printer is afgekoeld, pas dan mag u de onderdelen binnen in de printer aanraken. j k Zorg dat de achterklep goed is gesloten. l Trek het vastgelopen papier uit de printer of de duplexlade. Plaats de duplexlade weer in de printer. Trek de duplexlade helemaal uit de printer.
7. Problemen oplossen m Duw de blauwe sluithendel naar beneden en haal de tonercartridge uit de drumkit. Als er papier in de drumkit is vastgelopen, dient u dit te verwijderen. VOORZICHTIG Ga voorzichtig met de tonercartridge om. Knoeit u toner op uw handen of uw kleren, veeg deze dan onmiddellijk af of was ze onmiddellijk in koud water. Raak de onderdelen die hier gearceerd staan afgebeeld NIET aan, daar dit problemen met de afdrukkwaliteit kan veroorzaken.
7. Problemen oplossen o Plaats de drumkit en tonercartridge weer in de printer. p q r Plaats de papierlade weer goed in de printer. Sluit de voorklep. Controleer dat het Paper-lampje nu uit is en dat de printer klaar is om af te drukken.
7. Problemen oplossen De afdrukkwaliteit verbeteren Bij problemen met de afdrukkwaliteit moet u eerst een testpagina afdrukken (raadpleeg Een testpagina afdrukken op pagina 52). Als de afdruk er goed uitziet, ligt het probleem waarschijnlijk niet bij de printer. Controleer de interfacekabel of probeer de printer met een andere pc te gebruiken. In dit onderdeel worden de volgende onderwerpen besproken.
7. Problemen oplossen Voorbeelden van slechte afdrukkwaliteit Oplossing Controleer dat u papier gebruikt dat aan de specificaties voldoet. Raadpleeg Over papier op pagina 5. Selecteer in de printerdriver de optie Dik papier, of gebruik dunner papier dan u momenteel gebruikt. Controleer de omgeving van de printer. Dit probleem kan worden veroorzaakt door omstandigheden zoals hoge vochtigheid. Raadpleeg Een plaats voor de printer kiezen op pagina 4.
7. Problemen oplossen Voorbeelden van slechte afdrukkwaliteit Oplossing Als het probleem na het afdrukken van een paar pagina's niet is verholpen, is het oppervlak van de OPC-drum misschien vervuild met lijm van etiketten. Reinig de drumkit als volgt: 94 mm a Houd een van de problematische afdrukken voor de drumkit en bepaal de exacte plek waar de vlek wordt gemaakt. b Houd het oppervlak van de OPC-drum in het oog en draai aan het tandwiel van de drumkit (1).
7. Problemen oplossen Voorbeelden van slechte afdrukkwaliteit Oplossing De drumkit is misschien beschadigd. Installeer een nieuwe drumkit. Raadpleeg De drumkit vervangen op pagina 67. ABCDEFGH abcdefghijk ABCD abcde 01234 Zwarte tonervlekken op de pagina Controleer dat u papier gebruikt dat aan de specificaties voldoet. Raadpleeg Over papier op pagina 5. Als u etiketten voor laserprinters gebruikt, kan de lijm op de vellen aan het oppervlak van de OPC-drum blijven kleven. Reinig de drumkit.
7. Problemen oplossen Voorbeelden van slechte afdrukkwaliteit B DEFGH abc efghijk A CD bcde 1 34 Oplossing Controleer dat het papier op juiste wijze is geplaatst. Raadpleeg Op normaal papier, briefpapier en transparanten afdrukken vanuit papierlade 1, 2, of 3 op pagina 9. Controleer dat u de juiste soort en kwaliteit papier gebruikt. Raadpleeg Over papier op pagina 5. Neem de stapel papier uit de papierlade en draai deze om, of draai deze 180°.
7. Problemen oplossen Voorbeelden van slechte afdrukkwaliteit Oplossing Maak de achterklep open en controleer dat de twee blauwe hendels aan weerskanten naar beneden staan.
7. Problemen oplossen Problemen met het afdrukken verhelpen Probleem De printer drukt onverwachts af, of drukt wartaal af. Oplossing Controleer dat de printerkabel niet te lang is. Wij raden u aan om een parallelle kabel of een USB-kabel te gebruiken die niet langer is dan 2 meter. Controleer dat de printerkabel niet beschadigd of gebroken is. Als u een apparaat voor interface-omschakeling gebruikt, dient u dit te verwijderen. Sluit uw computer rechtstreeks op de printer aan en probeer het opnieuw.
7. Problemen oplossen Netwerkproblemen Raadpleeg de netwerkhandleiding op de meegeleverde cd-rom als u problemen hebt met afdrukken in een netwerk. Overige problemen Probleem De printer drukt niet af. De melding ‘Er is een fout opgetreden bij het schrijven naar LPT1: (of BRUSB) verschijnt op uw computerscherm. Oplossing Controleer dat de printerkabel niet beschadigd of gebroken is. Als automatisch wordt geschakeld tussen interfaces, dient u te controleren dat de juiste printer is geselecteerd.
7. Problemen oplossen BR-Script 3 Probleem Oplossing Het afdrukken verloopt steeds trager. Plaats meer geheugen. Raadpleeg Extra geheugen plaatsen op pagina 58. De printer kan geen EPSgegevens met binary-gegevens afdrukken. Voor het afdrukken van EPS-gegevens moet u de volgende instellingen maken: a Selecteer in het menu Start de optie Configuratiescherm en vervolgens Printers 1. 1 Printers en faxapparaten bij gebruik van Windows® XP.
A Appendix Printerspecificaties Motor Model HL-5240 Technologie Elektrofotografisch Afdruksnelheid Max. 30 ppm (Letter) 1, max. 28 ppm (A4) 1 Eerste afdruk na Minder dan 8,5 sec. Resolutie Windows® 95/98/Me, Windows NT® 4.
A. Appendix Controller Model HL-5240 Processor 266 MHz Geheugen Interface HL-5250DN Standaard 16 MB 32 MB Optioneel 1 DIMM-sleuf; uitbreidbaar tot 528 MB 1 DIMM-sleuf; uitbreidbaar tot 544 MB Standaard Hi-Speed USB 2.0 1, IEEE 1284 Parallel Hi-Speed USB 2.0 1, IEEE 1284 Parallel, 10/100BASE-TX Ethernet Optioneel 10/100BASE-TX Ethernet (NC-2100p) NetwerkProtocollen connectiviteit Hulpprogramma voor beheerders n.v.t.
A. Appendix Software Model Printerdriver HL-5240 Windows® HL-5250DN PCL-driver voor Windows® 95/98/Me/2000/XP 1, Windows NT® 4.0 Generieke PCL-driver voor Windows NT® 4.0, Windows® 2000/XP BR-Script 3 (PPD-bestand) voor Windows® 95/98/Me/2000/XP 1, Windows NT® 4.0. Macintosh® Brother-laserdriver voor Mac OS® 9.1 t/m 9.2 en Mac OS® × 10.2.4 of recenter BR-Script 3 (PPD-bestand) voor Mac OS® 9.1 t/m 9.2 en Mac OS® × 10.2.
A. Appendix Papierspecificaties Model Papiersoorten Papiergewicht Papierformaat HL-5240 HL-5250DN Multifunctionele lade Normaal papier, briefpapier, kringlooppapier, enveloppen, etiketten, transparanten 1, dun papier, dik papier, dikker papier Papierlade Normaal papier, briefpapier, kringlooppapier, transparanten 1, dun papier Onderste papierbak (optioneel) (LT-5300) Normaal papier, briefpapier, kringlooppapier, dun papier Automatisch tweezijdig afdrukken n.v.t.
A. Appendix Model HL-5240 HL-5250DN Gewicht Ongeveer 8,3 kg inclusief de drumkit en tonercartridge Ongeveer 9.
A. Appendix Systeemvereisten 486/66 MHz Beschikbare schijfruimte Windows® Aanbevolen RAM Snelheid processor Minimum RAM Computerplatform en versie besturingssysteem 8 MB 16 MB 40 MB NT® Workstation 4.
A. Appendix Belangrijke informatie bij het kiezen van papier In dit onderdeel staat informatie aan de hand waarvan u papier kunt kiezen dat geschikt is voor gebruik in deze printer. Opmerking Als u ander papier dan de aanbevolen soorten gebruikt, kan dit papier vastlopen of scheef worden ingevoerd. Raadpleeg Aanbevolen papiersoorten op pagina 6. Voordat u grote hoeveelheden papier aanschaft Controleer dat het papier geschikt is voor deze printer.
A. Appendix Op welke zijde van het papier moet u afdrukken De structuur van de voor- en achterkant van een vel papier is niet altijd hetzelfde. Doorgaans is de kant waar u het pakket openmaakt de kant waarop u moet afdrukken. Volg de aanwijzingen op de verpakking. Deze zijde wordt meestal met een pijltje aangeduid. Vochtgehalte Het vochtgehalte is de hoeveelheid water die na het productieproces in het papier achterblijft. Dit is een belangrijk kenmerk van papier.
A.
A. Appendix Symbolen- en tekensets Voor de emulaties HP LaserJet, IBM Proprinter XL en EPSON FX-850 kunt u de symbolen- en tekensets selecteren met een webbrowser of met de software Remote Printer Console. Een webbrowser gebruiken Volg de onderstaande instructies voor het gebruik van een webbrowser. a Typ [http://IP-adres van printer/] in uw browser. Bijvoorbeeld: [http://192.168.1.2/] (als het IP-adres van de printer 192.168.1.2 is). b c Klik op Instellingen afdrukken. d e Klik op OK.
A. Appendix Lijst van symbolen- en tekensets OCR-symbolensets Wanneer het lettertype OCR-A of OCR-B is geselecteerd, wordt altijd de bijbehorende symbolenset gebruikt.
A. Appendix HP LaserJet-emulatie (Vervolg) Roman9 (4U) Roman Extension (0E) Russian-GOST (12R) Symbol (19M) Turkish8 (8T) Ukrainian (14R) Ventura Math (6M) Ventura Intl (13J) Ventura US (14J) Windows 3.
A. Appendix Overzicht van besturingsopdrachten voor streepjescodes Deze printer kan streepjescodes afdrukken in de HP LaserJet-, EPSON FX-850- en IBM Proprinter XL-emulatie. Streepjescodes of uitgerekte tekens afdrukken Code ESC i Dec 27 105 Hex 1B 69 Formaat: ESC i n ... n \ Maakt streepjescodes of uitgerekte tekens, afhankelijk van het segment van parameters 'n ... n'. Raadpleeg het onderdeel Definitie van parameters voor nadere informatie over deze parameters.
A. Appendix Streepjescode, uitgerekte tekens, lijnblokken tekenen en vakken tekenen n = 's0' of 'S0' 3: 1 (standaard) n = 's1' of 'S1' 2: 1 n = 's3' of 'S3' 2.5: 1 Deze parameter selecteert de stijl van de streepjescode zoals hierboven aangegeven. Als de modus EAN 8, EAN 13, UPC-A, Code 128 of EAN 128 is geselecteerd, wordt deze stijlparameter genegeerd.
A. Appendix Door mensen leesbare regel onder streepjescode AAN of UIT n = 'r0' of 'R0 Door mensen leesbare regel UIT n = 'r1' of 'R1 Door mensen leesbare regel AAN Vooringesteld: Door mensen leesbare regel AAN (1) 'T5' of 't5' (2) 'T6' of 't6' (3) 'T130' of 't130' (4) 'T131' of 't131' Vooringesteld: Door mensen leesbare regel UIT Alle andere Deze parameter specificeert of de printer de door mensen leesbare regel onder de streepjescode afdrukt.
A. Appendix Verschuiving in Y-as bij streepjescodes en uitgerekte tekens n = 'ynnn' of 'Ynnn' Deze parameter specificeert de verschuiving naar beneden vanaf de huidige printpositie in de door 'u' of 'U' gespecificeerde maateenheid.
A. Appendix aan het begin of aan het einde van de ontvangen gegevens een sterretje staat '*' , wordt dit sterretje als het beginteken of als het stopteken beschouwd. Als Interleaved 2 of 5 is geselecteerd met de parameter 't1' of 'T1': Dan worden de numerieke tekens '0' t/m '9' als gegevens in de streepjescode geaccepteerd. Als andere tekens worden gebruikt, komen er fouten in de gegevens te staan. Het aantal tekens dat in een streepjescode kan worden gebruikt, is onbeperkt.
A. Appendix Als Code 128 Set A, Set B of Set C is geselecteerd met de parameter 't12' of 'T12', 't13' of 'T13', of 't14' of 'T14' Code 128 sets A, B en C kunnen afzonderlijk worden geselecteerd. Set A geeft tekens Hex 00 t/m 5F aan. Set B omvat tekens Hex 20 t/m 7F. Set C bevat numerieke paren 00 t/m 99. U kunt schakelen tussen de codesets door %A, %B, of %C te zenden. FNC 1, 2, 3 en 4 worden geproduceerd met %1, %2, %3 en %4.
A.
B Appendix (voor Europa en andere landen) Nummers van Brother BELANGRIJK Voor technische ondersteuning en hulp bij de bediening van de machine dient u het land waar u de printer hebt gekocht te bellen. Er dient vanuit dat land te worden gebeld. Registreer dit product Door dit product van Brother te registreren, wordt vastgelegd dat u de oorspronkelijke eigenaar van dit product bent.
B. Appendix (voor Europa en andere landen) Belangrijke informatie: Reguleringen Radiostoring (alleen voor modellen van 220-240 volt) Deze printer voldoet aan EN55022 (CISPR Publication 22)/Klasse B. Controleer voordat u dit product in gebruik neemt dat u de juiste interfacekabel gebruikt, zoals hieronder beschreven. 1 Een afgeschermde twisted-pair parallelle interfacekabel met de certificatie 'IEEE 1284 compliant'. 2 Een USB-kabel. De kabel mag niet langer zijn dan 2 meter.
B. Appendix (voor Europa en andere landen) Interne laserstraling Maximale stralingsvermogen: 5 mW Golflengte: 770 - 810 nm Laserklasse: Klasse 3B EU Richtlijn 2002/96/EG en EN50419 (alleen voor de Europese Unie) Deze apparatuur is voorzien van het bovenstaande kringloopsymbool. Dit betekent dat de apparatuur apart moet worden vernietigd en dat u deze bij een speciaal inzamelpunt moet inleveren. Deze apparatuur mag niet met het huisvuil worden weggegooid.
B. Appendix (voor Europa en andere landen) BELANGRIJK - Voor uw eigen veiligheid Voor een veilige werking moet de meegeleverde geaarde stekker in een normaal geaard stopcontact worden gestoken dat via het gebruikelijke elektriciteitsnet geaard is. Gebruik alleen een geschikt verlengsnoer met de juiste bedrading, zodat een goede aarding verzekerd is. Verlengsnoeren met de verkeerde bedrading kunnen persoonlijke ongelukken veroorzaken en de apparatuur beschadigen.
B.
B. Appendix (voor Europa en andere landen) EG Conformiteitsverklaring Producent Brother Industries, Ltd., 15-1, Naeshiro-cho, Mizuho-ku, Nagoya 467-8561, Japan Fabriek Brother Corporation (Asia) Ltd. Brother Buji Nan Ling Factory, Gold Garden Ind.
C Appendix (For USA and Canada) Brother Numbers BELANGRIJK For technical and operational help, you must call the country where you bought the printer. Calls must be made from within that country. Register your product By registering your product with Brother International Corporation, you will be recorded as the original owner of the product.
C. Appendix (For USA and Canada) Customer Service In USA: 1-800-276-7746 In Canada: 1-877-BROTHER If you have comments or suggestions, please write us at: In USA: Printer Customer Support Brother International Corporation 15 Musick Irvine, CA 92618 In Canada: Brother International Corporation (Canada), Ltd. - Marketing Dept. 1, rue Hotel de Ville Dollard-des-Ormeaux, PQ, Canada H9B 3H6 Service center locator (USA only) For the location of a Brother authorized service center, call 1-800-284-4357.
C. Appendix (For USA and Canada) Important information: Regulations Federal Communications Commission (FCC) Declaration of Conformity (For USA) Responsible Party: Brother International Corporation 100 Somerset Corporate Boulevard P.O. Box 6911 Bridgewater, NJ 08807-0911 USA Telephone: (908) 704-1700 declares, that the products Product name: Laser Printer HL-5240 and HL-5250DN Model number: HL-52 Product option: Lower Tray Unit LT-5300 complies with Part 15 of the FCC Rules.
C. Appendix (For USA and Canada) Industry Canada Compliance Statement (For Canada) This Class B digital apparatus complies with Canadian ICES-003. Cet appareil numérique de la classe B est conforme à la norme NMB-003 du Canada.
C. Appendix (For USA and Canada) Laser Notices Laser Safety (110 to 120 volt model only) This printer is certified as a Class 1 laser product under the U.S. Department of Health and Human Services (DHHS) Radiation Performance Standard according to the Radiation Control for Health and Safety Act of 1968. This means that the printer does not produce hazardous laser radiation.
C. Appendix (For USA and Canada) IMPORTANT - For Your Safety To ensure safe operation, the supplied three-pin plug must be inserted only into a standard three-pin power outlet that is properly grounded through the standard electrical wiring. Extension cords used with this printer must be three-pin plug type and correctly wired to provide proper grounding. Incorrectly wired extension cords may cause personal injury and equipment damage.
D Index A G Achteraanzicht ............................................................ 3 Afdrukkwaliteit ........................................................... 90 Afdrukserver .............................................................. 60 Afmetingen .............................................................. 102 Automatisch tweezijdig afdrukken ............................. 22 Automatische emulatieselectie ................................. 43 Geheugen .......................................
D. Index Opties apparaat ........................................................ 29 Vooraanzicht ............................................................... 2 P W Papier .................................................................. 5, 105 Papier op ................................................................... 48 Papiersoort .................................................................. 5 Papierspecificaties ..................................................