Brother kleurenlaserprinter HL-4200CN Gebruikershandleiding Voor slechtzienden Deze handleiding kan door de software Screen Reader ‘text-to-speech’ worden gelezen. U dient eerst alle hardware in te stellen en de driver te installeren, pas dan kunt u de printer gebruiken. Installeer de printer aan de hand van de informatie in de installatiehandleiding. Er zit een afgedrukt exemplaar in de doos, maar u kunt de handleiding ook bekijken op de meegeleverde cd-rom.
Inhoudsopgave Inhoudsopgave ................................................................................................................................ -i Handelsmerken .................................................................................................................. -viii Samenstelling en publicatie ................................................................................................ -viii REGULERINGEN .........................................................................
Afdrukken vanaf een Macintosh® ................................................................................................ 2-11 Mac OS® 8.6 - 9.2 ............................................................................................................ 2-11 Mac OS® X 10.1 / 10.2 .................................................................................................... 2-11 De ballon met Help op een Macintosh® gebruiken(alleen voor Mac OS® 8.6-9.2) .....................
Menustructuur en algemene bewerkingen ............................................................................. 4-4 De printerinstellingen terugstellen ...................................................................................... 4-4 Wat te doen als u een vergissing maakt? ............................................................................... 4-5 Lijst van menuopties .....................................................................................................................
Netwerkproblemen ............................................................................................................... 5-14 Andere problemen ................................................................................................................ 5-15 Wat te doen als er een foutmelding wordt weergegeven ........................................................... 5-16 Het Alarm-lampje brandt of knippert .........................................................................................
Module met 2 laden ( LT-42CL) .........................................................................................A-1 Verbruiksartikelen ...................................................................................................................A-2 Tonercartridges (TN-12BK/TN12-Y/TN12-M/TN12-C) .......................................................A-2 Printkopcartridge (PH-12CL) ..............................................................................................
BELANGRIJK: voor technische hulp dient u het land waar u de printer hebt gekocht te bellen. Er dient vanuit dat land te worden gebeld. Registreer dit product Door dit product bij Brother te registreren, wordt vastgelegd dat u de oorspronkelijke eigenaar van dit product bent.
Brother fax back system (alleen voor de VS) Brother has installed an easy to use fax back system so you can get instant answers to common technical questions and product information. This is available 24 hours a day, 7 days a week. You can use the system to send the information to any fax machine. Call the number below and follow the recorded instructions to receive a fax about how to use the system and an index of fax back subjects.
Handelsmerken Brother is een gedeponeerd handelsmerk van Brother Industries, Ltd. Apple en LaserWriter zijn gedeponeerde handelsmerken, en TrueType is een handelsmerk van Apple Computer, Inc. Centronics is een handelsmerk van Genicom Corporation. Hewlett-Packard, HP, PCL 5e, PCL 6 en PCL zijn wettig gedeponeerde handelsmerken van Hewlett-Packard Company. Adobe, Adobe logo, Acrobat en PostScript zijn wettig gedeponeerde handelsmerken van Adobe Systems Incorporated.
REGULERINGEN Opmerkingen inzake elektronische emissie Federal Communications Commission (FCC) Declaration of Conformity (alleen voor de VS) Responsible Party: Brother International Corporation 100 Somerset Corporate Boulevard Bridgewater, NJ 08807-0911, USA TEL: (908) 704-1700 declares, that the products Product Name: Model Number: Product Options : Brother Laser Printer HL-4200CN HL-4200CN ALL complies with Part 15 of the FCC Rules.
Naleving van de bepalingen van het ENERGY STAR®-programma Het doel van het internationale ENERGY STAR®-programma is het wereldwijd bevorderen van de ontwikkeling en het gebruik van energiebesparende kantoorapparatuur. Brother Industries, Ltd. is een partner in het ENERGY STAR®-programma en verklaart dat dit product voldoet aan de richtlijnen van ENERGY STAR® inzake energiebesparing.
Voor Finland en Zweden LUOKAN 1 LASERLAITE KLASS 1 LASER APPARAT Varoitus! Laitteen käyttäminen muulla kuin tässä käyttöohjeessa mainitulla tavalla saattaa altistaa käyttäjän turvallisuusluokan 1 ylittävälle näkymättömälle lasersäteilylle. Varning - Om apparaten används på annat sätt än i denna Bruksanvisning specificerats, kan användaren utsättas för osynlig laserstrålning, som överskrider gränsen för laserklass 1.
Wiring Information (alleen voor het UK) Important If you need to replace the plug fuse, fit a fuse that is approved by ASTA to BS1362 with the same rating as the original fuse. Always replace the fuse cover. Never use a plug that does not have a cover. Warning - This printer must be earthed. The wires in the mains lead are coloured in line with the following code : Green and Yellow: Earth Blue: Neutral Brown: Live If in any doubt, call a qualified electrician.
EG Conformiteitsverklaring onder de richtlijn R & TTE Producent Brother Industries, Ltd., 15-1, Naeshiro-cho, Mizuho-ku, Nagoya 467-8561, Japan Verklaren hierbij dat: Omschrijving van product Productnaam : Laserprinter : HL-4200CN voldoet aan de bepalingen van de richtlijn R & TTE (1999/5/EEG 2002) en wij verklaren dat het voldoet aan de volgende normen: R&TTE: EN300330-2 V1.1.1 EN301489-3 V1.3.
Inleiding Dank u voor de aanschaf van de HL-4200CN. Deze handleiding bevat belangrijke informatie over de werking van de printer en de voorzorgsmaatregelen die getroffen moeten worden. Voor een efficiënt gebruik van de printer raden wij u aan om deze handleiding te lezen alvorens de printer in gebruik te nemen. Bewaar deze handleiding nadat u haar hebt gelezen op een veilige plaats. Bij problemen of als u bent vergeten hoe u bepaalde handelingen moet uitvoeren of, kunt u de handleiding naslaan.
Gebruik van deze handleiding Terminologie en symbolen in deze handleiding In deze handleiding zult u de onderstaande aanduidingen tegenkomen die uw aandacht op bepaalde punten vestigen: Aanduidingen die in deze handleiding gebruikt worden Voorbeeld Betekenis Vestigt uw aandacht op een belangrijke bedieningsprocedure die met zorg moet worden uitgevoerd. Lees deze informatie aandachtig door. Geeft nuttige informatie.
Veiligheidsmaatregelen Om zeker te zijn van een veilige werking van de printer, is het zaak dat u dit gedeelte aandachtig doorleest alvorens de printer in gebruik te nemen. Dit hoofdstuk beschrijft de aanduidingen die in deze handleiding worden gebruikt om uw aandacht op bepaalde punten te vestigen. Een “Waarschuwing” attendeert u op situaties die tot ernstig letsel of WAARSCHUWING dodelijke ongelukken kunnen leiden.
Om de printer op te tillen, gaat u voor de printer staan en pakt u hem met beide handen bij de uitsparingen links- en rechtsonder vast. Probeer nooit om de printer aan andere delen op te tillen. Als u de printer aan andere delen optilt, kan hij vallen, hetgeen persoonlijk letsel kan veroorzaken. Als u de printer aan de voorklep of de linker- of rechterkant vasthoudt, kan hij vallen. Uitsparing Zorg bij het optillen van de printer dat u stevig staat en buig uw knieën om letsel aan uw rug te voorkomen.
Werkomgeving ■ Gebruik de printer in een ruimte die aan de volgende vereisten voldoet: Bereik omgevingstemperatuur van 10 tot 32 °C, relatieve vochtigheid van 15 tot 85% (zonder condensvorming) Wanneer de printer bij een omgevingstemperatuur van 32 °C wordt gebruikt, mag de relatieve vochtigheid niet hoger zijn dan 65%. Als de relatieve vochtigheid 85% bereikt, mag de omgevingstemperatuur niet hoger zijn dan 28°C.
In de volgende situaties dient u het gebruik van de printer onmiddellijk te stoppen, de printer uit te zetten en het netsnoer uit het stopcontact te halen. Daarna dient u onmiddellijk contact op te nemen met de klantendienst van Brother. Als u de printer in dergelijke situaties toch blijft gebruiken, kan dit brand veroorzaken: ■ Als er rook uit de printer komt, of als de buitenkant van de printer te heet is. ■ Als de printer abnormaal lawaai maakt. ■ Als er water in de printer is gekomen.
Radiostoring De printer kan storing veroorzaken op radio’s en televisies, wat flikkeren of vervorming kan veroorzaken. Of dergelijke storing wordt veroorzaakt door de printer, kan worden vastgesteld door de printer uit en weer aan te zetten. Volg een of meer van de volgende procedures om de storing te verhelpen: ■ Zet de printer uit de buurt van de tv en/of de radio. ■ Verplaats de printer, de tv en/of de radio.
LET OP Nooit onderdelen aanraken die zijn voorzien van een etiket dat voor hoge temperaturen waarschuwt (op of nabij de fuser). Als u deze delen aanraakt, kunt u zich verbranden. Als er een vel papier om de fuser of de rollen vastzit, mag u geen kracht gebruiken om het te verwijderen; dit om persoonlijk letsel of brandwonden te voorkomen. Zet de printer onmiddellijk uit en neem contact op met uw wederverkoper of met de klantendienst van Brother. Zet nooit zware voorwerpen boven op de printer.
Omgaan met toebehoren WAARSCHUWING Een tonercartridge nooit in een open vlam werpen. Hij kan dan namelijk ontploffen en verwondingen veroorzaken. Een transferrolcartridge nooit in een open vlam werpen. Hij kan dan namelijk ontploffen en verwondingen veroorzaken. Een printkopcartridge nooit in een open vlam werpen. Hij kan dan namelijk ontploffen en verwondingen veroorzaken. Let op ■ Pak verbruiksartikelen pas uit wanneer u ze nodig heeft.
1 Printersysteeminstellingen Kleurregistratie afstellen Wanneer u de printer voor de eerste keer installeert of hem verplaatst hebt, moet de kleurregistratie worden afgesteld, zodat de kleuren tijdens het afdrukken goed worden uitgelijnd. Raadpleeg Algemene bewerkingen in het menu op pagina 4-4 voor informatie over het gebruik van het bedieningspaneel. Het kleurregistratieschema afdrukken Het kleurregistratieschema wordt als volgt via het bedieningspaneel afgedrukt. Klaar v.
Waarden bepalen Kijk naar de lijnen rechts van het patroon voor Y (Geel), M (Magenta) en C (Cyaan) en zoek de waarden voor de rechtste lijnen. U kunt ook de kleuren met de hoogste dichtheid op het raster gebruiken om te bepalen welke lijnen het rechtste zijn. De kleuren die met de hoogste dichtheid zijn afgedrukt, zijn de kleuren naast de rechtste lijnen. Als 0 de waarde is die bij de rechtste lijn staat, hoeft de kleurregistratie niet te worden afgesteld.
Waarden invoeren Voer via het bedieningspaneel de waarden in die u in het kleurregistratieschema hebt gevonden om de kleurregistratie af te stellen. Klaar v. afdruk ↓ 1 Volg stap 1 t/m 5 op de vorige pagina om het instelmenu voor het kleurregistratieschema weer te geven. 2 Druk eenmaal op de toets 3 Druk eenmaal op de toets Form Feed/Set of 4 Druk op de toetsen of totdat de waarde uit het schema wordt weergegeven (bijvoorbeeld +3).
De printer op een netwerk configureren Lees dit gedeelte als u de printer voor aansluiting op een netwerk wilt configureren. Een IP-adres instellen Hier wordt beschreven hoe u een IP-adres, subnetmasker en gateway-adres kunt instellen via het bedieningspaneel van de printer. Volg de onderstaande stappen. IP-adressen worden via het systeem als een geheel beheerd. Als u een verkeerd IP-adres opgeeft, kan dat zijn weerslag op het hele netwerk hebben.
Vervolg van vorige pagina. ↓ IP-adres inst. Paneel * Als de nieuwe waarde is ingesteld, komt er een * naast te staan. 9 ↓ Druk eenmaal op de toets Job Cancel/Back of . Op de onderste regel van het LCD-scherm wordt weer IP-adres inst. weergegeven. Start de printer pas opnieuw op nadat u het gateway-adres in de laatste stap hebt ingesteld. Ga zonder de printer opnieuw op te starten door naar de volgende stap.
Vervolg van vorige stap. ↓ Herstart systeem om te activeren ↓ Na 3 seconden wordt het volgende scherm weergegeven. IP-adres 192.168.001.100* 16 ↓ Druk eenmaal op de toets Job Cancel/Back of . Op de onderste regel van het LCD-scherm wordt weer IP-adres weergegeven. Het subnetmasker instellen Vervolg van vorige stap ↓ TCP/IP IP-adres ↓ 17 Druk eenmaal op de toets 18 Druk eenmaal op de toets Form Feed/Set of 19 Het subnetmasker wordt op dezelfde wijze ingesteld als het IP-adres.
Het gateway-adres instellen Vervolg van vorige stap ↓ TCP/IP Subnetmasker ↓ 21 Druk eenmaal op de toets 22 Druk eenmaal op de toets Form Feed/Set of 23 Het gateway-adres wordt op dezelfde wijze ingesteld als het IP-adres. Gebruik de toetsen of om de waarden in te stellen. Houd deze toets ingedrukt als u de waarden opeenvolgend wilt instellen. 24 Nu moet u de printer opnieuw opstarten. . TCP/IP Gateway-adres ↓ . Gateway-adres 000.000.000.000* ↓ Gateway-adres 192.168.001.
Protocollen instellen De printer verlaat de fabriek met alle protocollen standaard geactiveerd, behalve FTP. Als u een nieuwe printer voor de eerste keer op een netwerk aansluit, hoeft u de hieronder beschreven handelingen normaal gesproken niet uit voeren. Als u een van de standaard protocolinstellingen wilt wijzigen, volgt u de procedure die hieronder wordt beschreven. De printerinstellingen zijn voltooid. Ga door naar Instellingen bevestigen op pagina 1-9.
Vervolg van vorige stap. ↓ Protocollen starten Protocol LPD ↓ 6 Druk eenmaal op de toets . 1. Druk eenmaal op de toets Form Feed/Set. XXX duidt de naam van het protocol aan. Protocol Port9100 ↓ XXX 7 Druk eenmaal op de toets . 2. Druk eenmaal op de toets Protocol IPP ↓ XXX 8 Druk eenmaal op de toets . 9 Druk eenmaal op de toets . Protocol NetBIOS TCP/IP ↓ XXX 10 Druk eenmaal op de toets . 11 Druk eenmaal op de toets . Protocol NetWare ↓ . Ingeschakeld 3.
2 Algemene printerfuncties Naam en functie van printeronderdelen De verschillende onderdelen van de printer worden met de volgende namen aangeduid, en worden voor de hieronder beschreven doeleinden gebruikt. Vooraanzicht 6 5 7 4 8 3 9 2 10 1 11 12 Nr. Naam Omschrijving 1 Papierlade Hier plaatst u papier. 2 Multifunctionele lade (MF lade) Gebruik deze lade als u bepaalde media met de hand wilt invoeren, zoals briefkaarten, transparanten, enveloppen, enz.
Achteraanzicht 19 18 17 20 16 21 15 14 13 Nr. Naam Omschrijving 13 Parallelle interfaceconnector Als de printer lokaal wordt gebruikt, moet de parallelle kabel hier worden aangesloten. 14 USB-interfaceconnector Als de printer lokaal wordt gebruikt, moet de USB-kabel hier worden aangesloten. 15 Ethernet-interfaceconnector Als de printer over een netwerk wordt gebruikt, moet de Ethernet-kabel hier worden aangesloten. 16 Netsnoeraansluiting Hier wordt het netsnoer aangesloten.
Binnenaanzicht 23 24 25 26 Klep geopend met knop A Nr. Naam 27 Klep geopend met knop B Omschrijving 23 Transferrolcartridge Zet het beeld dat op het oppervlak van de printkop is gemaakt, op papier en verzamelt afgewerkte toner. 24 Printkopcartridge Bestaat uit een lichtgevoelige printkop, ontwikkelaar, en een transferrol. Beelden worden in eerste instantie als een elektrische lading op het oppervlak van deze drum gecreëerd.
De printer aan- en uitzetten De printer aanzetten Volg de onderstaande stappen om de printer aan te zetten. 1 Druk de kant van de schakelaar met de markering I in om de printer aan de zetten; deze schakelaar bevindt zich aan de rechterkant van de printer. De printer wordt ingeschakeld. Als u de printer aanzet, zal de printermotor ongeveer 1 à 2 minuten lang opwarmen. 2 Op het bedieningspaneel wordt de melding Bezig: testen weergegeven. Wanneer in plaats van Even wachten aub de melding Klaar v.
De printer uitzetten Volg de onderstaande stappen om de printer uit te zetten. 1 Controleer dat op het bedieningspaneel de melding Klaar v. afdruk wordt weergegeven. Ready Alarm 2 In de volgende gevallen mag de printer niet worden uitgezet: ■ Als Data wachten op het bedieningspaneel wordt weergegeven. ■ Als het Ready-lampje knippert. ■ Als het Alarm-lampje brandt. Raadpleeg Het Alarm-lampje brandt of knippert op pagina 5-22.
De printerdriver voor Windows® installeren Een printerdriver is een stuurprogramma dat gegevens in het door de computer gebruikte formaat omzet in een formaat dat door een bepaalde printer kan worden gebruikt. Als deze printer als een lokale printer wordt gebruikt, moet de printerdriver worden geïnstalleerd op de computer waarop de printer is aangesloten. Als de printer over een netwerk wordt gedeeld, moet de printerdriver worden geïnstalleerd op elke computer die op het netwerk is aangesloten.
4 Klik op het Brother Solutions Center. De browser wordt opgestart en opent het Brother Solutions Center. 5 6 Volg de instructies op het scherm en download de juiste printerdriver. Klik op OK om het dialoogvenster Voorkeursinstellingen (of Eigenschappen) te sluiten. ■ U kunt ook vanaf de meegeleverde cd-rom naar het Brother Solutions Center gaan om daar de printerdriver te downloaden. ■ Het adres van het Brother Solutions Center is: http://solutions.brother.
Afdrukken onder Windows® U kunt afdruktaken vanuit de meeste Windows®-programma’s naar de printer sturen door gewoon de printopdracht van dat programma te selecteren. Hieronder wordt omschreven hoe u onder Windows® XP vanuit Microsoft® Word XP kunt afdrukken. De manier waarop u toegang krijgt tot dialoogvensters en de informatie daarin kan variëren, afhankelijk van uw besturingssysteem en de programma’s die u gebruikt. Raadpleeg de literatuur van het programma dat u gebruikt voor nadere informatie.
3 4 Maak in de diverse tabbladen de benodigde instellingen. Raadpleeg Help voor informatie over de diverse tabbladen. Klik wanneer u klaar bent in het dialoogvenster Voorkeursinstellingen op OK of Toepassen. De standaard afdrukfuncties in de printerdriver zijn nu gewijzigd. Windows® Help gebruiken Help voor de printer vindt u in de printerdriver.
De printerdriver voor Macintosh® installeren Met uw Brother-printer zijn ook printerdrivers meegeleverd voor netwerkaansluiting via USB en via AppleTalk. U kunt de printerdriver installeren op Macintosh®-computers die aan de volgende voorwaarden voldoen: ■ De printer is met een USB-kabel aangesloten en op de computer draait Mac OS® 8.6 tot Mac OS® X met een standaard USB-interface. (Wij kunnen echter niet garanderen dat de driver met alle USB-compatibele apparatuur foutloos werkt.
Afdrukken vanaf een Macintosh® Hieronder wordt beschreven hoe u via een computer kunt afdrukken. De exacte procedure is afhankelijk van het besturingssysteem dat u gebruikt. Als u nieuwe toebehoren voor de printer installeert (bijvoorbeeld de onderste papierbak), moet u de printerdriver opnieuw configureren, zodat deze toebehoren gebruikt kunnen worden. Raadpleeg De configuratie voor toebehoren wijzigen op pagina 2-15 voor informatie over het maken en bevestigen van deze instellingen.
De ballon met Help op een Macintosh® gebruiken (alleen voor Mac OS® 8.6-9.2) Help voor de printer vindt u in de printerdriver. Raadpleeg Help als u meer wilt weten over opties en instellingen in de printerdriver, of als er zich een probleem voordoet en u de verschillende afdrukmethoden wilt controleren. De ballon met Help maakt deel uit van de printerdriver voor Macintosh®. Gebruik de ballon met Help om meer aan de weet te komen over functies en afzonderlijke opties.
Afdrukken annuleren Als u het afdrukken wilt annuleren, moet u eerst de printopdracht op de computer annuleren. Daarna kunt u het afdrukken via het bedieningspaneel van de printer annuleren. Het afdrukken op de computer annuleren Welke procedure u hiervoor volgt, is afhankelijk van het besturingssysteem dat u gebruikt. In Windows® Het volgende voorbeeld is voor Windows® XP. Volg de onderstaande stappen. 1 Klik in het Startmenu op Printers en faxapparaten. Het venster Printers wordt geopend.
Het afdrukken via het bedieningspaneel van de printer annuleren Voer deze handelingen pas uit nadat u de printopdracht op de computer hebt geannuleerd. De printer zal het afdrukken van de huidige pagina echter voltooien. Raadpleeg Algemene bewerkingen in het menu op pagina 4-4 voor informatie over de werking van het bedieningspaneel. ↓ Afdrukken LPD (De printer is aan het afdrukken) Lade 1 ↓ 1 Druk eenmaal op de toets Job Cancel/Back. De printer zal het afdrukken nu annuleren.
De configuratie voor toebehoren wijzigen Als u de configuratie van de printer al in de driver hebt ingesteld maar later een of meer van de volgende toebehoren installeert, moet u de printerdriver opnieuw configureren. 1. Module met 1 lade 2. Module met 2 laden 3. Harde schijf 4. Extra geheugen 3 1 2 4 Raadpleeg de instructies die met de toebehoren werden geleverd voor informatie over de installatie ervan. In het volgende onderdeel wordt ervan uitgegaan dat de toebehoren reeds geïnstalleerd zijn.
In Windows® Volg de onderstaande stappen. Het volgende voorbeeld is voor Windows® XP. 1 Klik in het Startmenu op Printers en faxapparaten. Het venster Printers wordt geopend. 2 Klik op de printer in kwestie en klik in het menu Bestand op Eigenschappen. Het dialoogvenster Eigenschappen wordt geopend. 3 Klik op het tabblad Printerconfiguratie. 4 Selecteer de toebehoren die zijn geïnstalleerd en klik op OK of Toepassen. Op een Macintosh®-computer Volg de onderstaande stappen. Voor Mac OS® 8-6 - 9.
3 Papier plaatsen en papiersoorten die gebruikt kunnen worden Geschikte en ongeschikte papiersoorten Als u papier gebruikt dat niet geschikt is om op af te drukken, kan het papier vastlopen en de afdrukkwaliteit negatief beïnvloeden. Voor de beste resultaten raden wij u aan om de hieronder vermelde papiersoorten te gebruiken. Geschikte papiersoorten Geschikt basisgewicht Als u voorbedrukte formulieren gebruikt, dient u te controleren dat het papier aan de volgende specificaties voldoet.
Speciaal papier Via de multifunctionele lade kunt u op de volgende ‘speciale’ papiersoorten afdrukken. Papiersoort Belangrijk Transparanten Gebruik geen full-colour transparanten (met een witte rand) Vellen met etiketten Gebruik alleen niet-voorgesneden vellen met etiketten, die het hele vel beslaan. Enveloppen • Com-10 • Monarch • C5 • DL Gebruik geen enveloppen met tape op de sluiting. Bepaalde voorgelijmde enveloppen kunnen niet worden bedrukt, afhankelijk van de gebruikte lijm.
Papierladen, -soorten en -formaten In de onderstaande tabel staat vermeld welke papiersoorten en -formaten en hoeveel vellen u maximaal in de verschillende laden kunt plaatsen. Plaats papier altijd in de afdrukstand Staand (in de lengte) in de printer.
De onderstaande afbeelding illustreert de lengte en breedte zoals vermeld in de tabel op pagina 3-3. 1. Lengte 2. Afdrukstand Staand 3. Invoerrichting 4. Breedte Papiersoorten en -afmetingen voor tweezijdig afdrukken De HL-4200CN kan het papier aan beide zijden bedrukken. Automatisch tweezijdig afdrukken Als u automatisch tweezijdig wilt afdrukken, selecteert u voordat u de printopdracht verstuurt de duplexfunctie in de printereigenschappen.
Ongeschikte papiersoorten Vermijd het gebruik van de volgende papiersoorten, daar dergelijk papier kan vastlopen of de printer kan beschadigen.
Papier opslaan Als papier niet goed wordt opgeslagen, kan het vastlopen, de afdrukkwaliteit negatief beïnvloeden of de printer beschadigen.
Papier plaatsen Raadpleeg het betreffende onderdeel hieronder voor instructies over het plaatsen van papier. Raadpleeg Geschikte en ongeschikte papiersoorten op pagina 3-1 voor meer informatie over geschikte papiersoorten. Papier in de papierlade plaatsen Volg de onderstaande stappen voor het plaatsen van papier in de papierlade. Papier wordt op dezelfde wijze in de apart verkrijgbare lademodule geplaatst.
3 Schuif de papiergeleiders aan de zijkant zo ver mogelijk uit. 4 Til de achterste papiergeleider voorzichtig op om hem te verplaatsen en steek de pennen aan de onderkant van de geleider in de gaten (aangeduid met de markering ) voor het papierformaat dat u wilt plaatsen. Controleer dat de achterste geleider goed in de gaten past en dat hij in de juiste gaten is gestoken.
7 Houd de papierlade met beide handen vast, zet hem op één lijn met de opening in de printer en schuif hem er voorzichtig in. 8 Duw de papierlade helemaal in de printer. Gebruik geen kracht om de papierlade in de printer te schuiven. Dit kan de papierlade of het inwendige van de printer namelijk beschadigen. Naast de papierlade is een metertje aangebracht dat aangeeft hoeveel papier er nog in de lade zit. Gebruik deze meter om te bepalen wanneer er papier moet worden bijgevuld.
A5-papier in de papierlade plaatsen / I.p.v. A5 een ander papierformaat gebruiken A5-papier plaatsen Volg de onderstaande stappen voor het plaatsen van A5-papier in de papierlade. Papier wordt op dezelfde wijze in de apart verkrijgbare lademodule geplaatst. 1 Trek de papierlade voorzichtig zo ver mogelijk open. 2 Houd de papierlade met beide handen vast, til de voorkant een stukje op en trek hem helemaal uit de printer. Zet de papierlade op een vlak en horizontaal oppervlak.
4 Til de achterste papiergeleider voorzichtig op om hem te verplaatsen en steek de pennen aan de onderkant van de geleider in de gaten (aangeduid met de markering ) voor het papierformaat dat u wilt plaatsen. Controleer dat de achterste geleider goed in de gaten past en dat hij in de juiste gaten is gestoken. B5 A5 Als de achterste geleider niet goed in de gaten past, kan niet automatisch worden waargenomen welk papierformaat is geplaatst.
8 Schuif de geleiders aan de zijkant tegen de randen van het papier. Als u deze geleiders te strak tegen de randen van de stapel papier duwt, kan het papier vastlopen. Als deze geleiders echter te los zijn afgesteld, kan het papier scheef worden ingevoerd. 9 10 Houd de papierlade met beide handen vast, zet hem op één lijn met de opening in de printer en schuif hem er voorzichtig in. Duw de papierlade helemaal in de printer. Gebruik geen kracht om de papierlade in de printer te schuiven.
I.p.v. A-5 een ander papierformaat gebruiken Volg de onderstaande procedure voor het verwijderen van de A5-adapter en plaats vervolgens een ander papierformaat in de papierlade. Papier wordt op dezelfde wijze in de apart verkrijgbare lademodule geplaatst. 1 Trek de papierlade voorzichtig zo ver mogelijk open. 2 Houd de lade met beide handen vast, til de voorkant een stukje op en trek hem helemaal uit de printer. Zet de papierlade op een vlak en horizontaal oppervlak.
4 Pak de A5-adapter vast, til hem een stukje op en trek hem voorzichtig naar u toe om hem van zijn plaats naast de papiergeleider te verwijderen. 5 Steek de A5-adapter in zijn opbergvak in de papierlade. 6 Til de achterste papiergeleider voorzichtig op om hem te verplaatsen en steek de pennen aan de onderkant van de geleider in de gaten (aangeduid met de markering ) voor het papierformaat dat u wilt plaatsen.
8 Schuif de geleiders aan de zijkant tegen de randen van het papier. Als u deze geleiders te strak tegen de randen van de stapel papier duwt, kan het papier vastlopen. Als deze geleiders echter te los zijn afgesteld, kan het papier scheef worden ingevoerd. 9 10 Houd de papierlade met beide handen vast, zet hem op één lijn met de opening in de printer en schuif hem er voorzichtig in. Duw de papierlade helemaal in de printer. Gebruik geen kracht om de papierlade in de printer te schuiven.
11 Als u afdrukt op A4- of Letter-formaat, moet u de papiervanger op de bovenklep optillen. Papier in de multifunctionele lade plaatsen Volg de onderstaande stappen voor het plaatsen van papier in de multifunctionele lade. Plaats nooit verschillende papierformaten tegelijk in de multifunctionele lade en vul deze lade alleen bij wanneer hij leeg is; dit om te voorkomen dat het papier vastloopt. 1 Maak de MF lade open als deze was gesloten.
3 4 Een stapel afdrukmedia, normaal papier, transparanten, vellen met etiketten en enveloppen moet altijd worden doorgebladerd alvorens u deze plaatst. Het doorbladeren van de stapel helpt te voorkomen dat het papier vastloopt. ■ Blader de stapel papier door alvorens deze te plaatsen, ongeacht welke papiersoort u gebruikt. ■ Indien de randen van het papier niet netjes zijn gesneden en een onregelmatige vorm hebben, moet u ongeschikte vellen verwijderen alvorens het papier te plaatsen.
Op enveloppen, transparanten en papier van afwijkend formaat (Lang) afdrukken Kies de instellingen voor enveloppen zorgvuldig, anders wordt de verkeerde kant bedrukt of komt de tekst op de verkeerde plaats te staan. Wanneer op transparanten of speciaal papier wordt afgedrukt, dient u de betreffende papiersoort en de juiste beeldkwaliteit in de printerdriver te selecteren voordat u de printopdracht verzendt.
1 2 3 Schuif de papiergeleider naar de markering die de maat van uw enveloppe aangeeft. Zorg dat de flap is gesloten, plaats de enveloppe met de te bedrukken zijde naar beneden en de flap naar rechts. Verstuur de printopdracht pas via uw software nadat u de enveloppe in de printer hebt geplaatst. Maak nu de benodigde instellingen zoals hieronder in Instellingen in de printerdriver (voor enveloppen) wordt beschreven.
Op transparanten afdrukken Voor het afdrukken op transparanten dient de multifunctionele lade te worden gebruikt. ■ Gebruik alleen de aanbevolen soorten transparanten (3M CG3300). Gebruik geen andere soorten, zoals kleurentransparanten (met een witte rand eromheen). ■ Bij gebruik van ongeschikte transparanten kan de printer worden beschadigd. ■ Gebruik geen transparanten met een witte rand eromheen. ■ Neem elk vel van de face-down uitvoerlade zodra dit is afgedrukt.
3 Schuif de transparanten zo ver in de multifunctionele lade, dat ze de invoeropening net raken. Gebruik geen full-colour transparanten. Deze kunnen in de printer vastlopen en de fuser beschadigen. 4 Verstuur de printopdracht pas via uw software nadat u de transparanten in de printer hebt geplaatst. Maak nu de benodigde instellingen zoals hieronder in Instellingen in de printerdriver (voor transparanten) wordt beschreven.
Op papier van afwijkend formaat afdrukken Gebruik de multifunctionele lade als u wilt afdrukken op papier van afwijkend formaat of op ‘lang’ papier, ma.w. papier dat langer is dan Legal-papier in de afdrukstand Staand (355,6 mm). De volgende papierformaten zijn geschikt voor gebruik in deze printer: ■ Enkelzijdig afdrukken: breedte 90,0-215,9 mm; lengte 139,7-900,0 mm ■ Tweezijdig afdrukken: breedte 149-215,9 mm; lengte 210-355,6 mm Papier van afwijkend formaat kan niet zijdelings worden ingevoerd.
Afdrukken Volg de onderstaande stappen als u wilt afdrukken op papier van afwijkend formaat (lang papier). 1 Stel de papiergeleider af op de breedte van het door u gebruikte papier. 2 Schuif het papier met de te bedrukken zijde naar beneden zo ver in de multifunctionele lade, dat het de invoeropening net raakt. 3 Verstuur de printopdracht pas via uw software nadat u het papier in de MF lade hebt geplaatst.
Tweezijdig afdrukken (duplex) Voor het tweezijdig afdrukken met deze printer volgt u een van de volgende stappen. ■ Bij normaal of dik papier, ongeacht of dit via de papierlade of via de multifunctionele lade wordt ingevoerd, wordt automatisch tweezijdig afgedrukt als u voordat u de printopdracht verstuurt in de printerdriver aangeeft dat u tweezijdig wilt afdrukken.
Tweezijdig afdrukken (duplex) Als u normaal papier aan beide zijden wilt bedrukken, moet het papier in de papierlade of de multifunctionele lade worden geplaatst. Volg de onderstaande stappen voor het aan beide zijden bedrukken van normaal papier. 1 Bij gebruik van normaal papier (64 - 105 g/m2) → a) plaatst u het papier in de lengte in de papierlade. Bij gebruik van dik papier of dikker papier (106 - 216 g/m2) → a) plaatst u het papier in de lengte in de multifunctionele lade.
4 Het bedieningspaneel Overzicht van het bedieningspaneel Het bedieningspaneel is voorzien van LED’s, een LCD-scherm en diverse toetsen. Hieronder worden de namen en functies van de verschillende elementen op het bedieningspaneel besproken. 1. Liquid Crystal Display (LCD) 2. LED’s (Light Emitting Diodes) 3. Toetsen LED’s De lampjes geven de printerstatus aan. Naam Ready-lampje Alarm-lampje Status Omschrijving Groen Geeft de printstatus aan.
Liquid Crystal Display (LCD) Het LCD-scherm geeft de printerstatus (afdrukscherm) weer, en toont de menu’s voor het configureren van de printer (menuscherm). Wat hier wordt weergegeven, is afhankelijk van de printerinstellingen en de geïnstalleerde toebehoren. Afdrukscherm Als de printer op gegevens wacht of bezig is met afdrukken, wordt dit scherm weergegeven. Op het afdrukscherm staan de volgende gegevens.
Toetsen Met de zeven toetsen op het bedieningspaneel van de printer (Menu, , , , , Form Feed/Set, Job Cancel/Back) kunt u de meeste bewerkingen uitvoeren en diverse printerinstellingen wijzigen. De werking van deze toetsen is afhankelijk van het scherm dat wordt weergegeven (het afdrukscherm of het menuscherm) Naam De toets Menu Afdrukscherm Menuscherm Schakelt over naar het menuscherm. Sluit het menuscherm en schakelt over naar het afdrukscherm.
Algemene bewerkingen in het menu U kunt het menuscherm gebruiken voor het instellen van de energiebesparende stand, de time-out voor taken, de netwerkinstellingen en voor het configureren van de printer. Menustructuur en algemene bewerkingen Er zijn vijf hoofdmenu’s. Raadpleeg Lijst van menuopties op pagina 4-6 voor informatie over de afzonderlijke menuschermen. Menu Inhoud 1:Systeem Dit menu wordt gebruikt voor het instellen van de energiebesparende stand, de printlog en voor algemene printerfuncties.
Wat te doen als u een vergissing maakt? Als u op het bedieningspaneel per ongeluk op een verkeerde toets drukt, kunt u dit als volgt herstellen. U hebt per ongeluk op de toets Form Feed/Set gedrukt, maar u wilt terug naar het vorige scherm. Druk op de toets Job Cancel/Back of . U hebt per ongeluk op de toets Druk op de toets . gedrukt, maar u wilt terug naar het vorige scherm. U hebt een vergissing gemaakt en kunt niet terug naar het vorige scherm. Druk op de toets Menu en voer de instellingen opnieuw in.
Lijst van menuopties Hier wordt omschreven welke instellingen u in de menu’s kunt wijzigen. Tijdens het afdrukken kunnen sommige opties in de menuschermen vanaf de computer worden ingesteld. Als de instellingen die u met de computer maakt niet hetzelfde zijn als de instellingen op de printer, dan krijgen de instellingen van de computer voorrang. ‘Standaard’ verwijst naar de fabrieksinstellingen van de printer.
Time-out taak De functie Time-out taak zorgt dat de printer het verwerken van gegevens afbreekt als de rest van de gegevens na een bepaalde tijd niet is ontvangen. In geval van een dergelijke time-out worden alleen de gegevens afgedrukt die op dat moment waren ontvangen. ■ 5 tot 300 seconden (standaard: 30 seconden) Stel de time-out voor de taak in tussen de 5 en 300 seconden. ■ UIT De functie Time-out taak wordt uitgeschakeld.
Tekst afdrukken Als u Tekst afdrukken instelt op Ja, worden alle gegevens afgedrukt in de vorm waarin ze zijn ontvangen en worden enige besturingscodes die in het document zijn ingevoegd, genegeerd. Voor de meeste afdrukomgevingen wordt aangeraden deze optie op Ja in te stellen. ■ Ja (standaard) De gegevens worden als tekst afgedrukt. ■ Nee De gegevens worden niet als tekst afgedrukt. Autom.
Onderhoud In deze modus kunt u het niet-vluchtige (NV) geheugen terugstellen en de instellingen voor papierkwaliteit wijzigen. Verder kunt u deze modus tevens gebruiken om toegang tot bepaalde menu’s te beperken. Init NVM Stelt het niet-vluchtige (NV) geheugen van de printer terug. Hiermee worden alle instellingen van de printer teruggesteld op de fabrieksinstellingen (standaardinstellingen). Het niet-vluchtige geheugen bewaart de printerconfiguratie, zelfs wanneer de printer wordt uitgezet.
Huidige inst.BTR Als voor het duplexprinten ander papier dan het aanbevolen papier wordt gebruikt, kan de afdrukkwaliteit te wensen overlaten. U kunt de kwaliteit verbeteren door deze instelling te wijzigen in overeenstemming met het printmateriaal dat u gebruikt.
Parallel Met dit menu wordt de parallelle interface geconfigureerd. ECP Gebruik ECP om de ECP-communicatiemodus van de parallelle interface te configureren. ■ Ingeschakeld (standaard) De printer ontvangt gegevens in ECP-modus. ■ Uitgeschakeld De printer ontvangt geen gegevens in de ECP-modus. Adobe-protocol Voor het instellen van het Adobe-protocol hebt u de keuze uit: ■ Autom.
Rapport/Lijst Gebruik Rapport/Lijst om rapporten en lijsten af te drukken. Rapporten en lijsten worden op A4- of Letter-papier afgedrukt. (Welk papierformaat wordt gebruikt, is afhankelijk van het land waar u de printer hebt gekocht.) Plaats A4-of Letter-papier in de lengte in de papierlade. Printerinstell. Dit is een lijst van de geïnstalleerde hardware en een overzicht van de configuratie.
Netwerk Hier kunt u de netwerkinstellingen wijzigen. ■ De netwerkinstellingen kunnen niet worden gewijzigd als er gegevens worden verwerkt. ■ U dient de printer uit en weer aan te zetten om de instellingen te activeren. Als u instellingen geconfigureerd hebt, dient u de printer altijd uit en weer aan te zetten. Ethernet Hier kunt u de snelheid en modus van de Ethernet-communicatie instellen. ■ Autom.
■ Gateway-adres Gebruik deze optie om het gateway-adres in te stellen. [aaa.bbb.ccc.ddd] Stel aaa, bbb, ccc en ddd in op 0 tot 255. Het volgende kan niet worden gebruikt: 224.xxx.xxx.xxx of 255.xxx.xxx.xxx 127.xxx.xxx.xxx IPX-frametype Als u de printer in een IPX/SPX(NetWare)-omgeving gebruikt, dient u een frametype in te stellen. ■ Autom. (standaard) Het frametype wordt automatisch ingesteld. ■ 802.3 Stel dit in als u het frametype IEEE 802.3 wilt gebruiken. ■ 802.
■ NetWare (standaard: Ingeschakeld) Stel NetWare in op ‘Ingeschakeld’ als u wilt afdrukken in een NetWare-systeem, of stel deze optie in op ‘Uitgeschakeld’ als u deze functie niet wilt gebruiken. ■ AppleTalk (standaard: Ingeschakeld) Stel AppleTalk in op ‘Ingeschakeld’ als u wilt afdrukken in een AppleTalk-systeem, of stel deze optie in op ‘Uitgeschakeld’ als u deze functie niet wilt gebruiken. IP-filter Met deze optie kunt u de ontvangst van gegevens die van bepaalde locaties afkomstig zijn, blokkeren.
USB Adobe PS-protocol Voor het instellen van het Adobe-protocol hebt u de keuze uit: ■ TBCP (standaard) ■ RAW ■ Standaard ■ BCP HET BEDIENINGSPANEEL 4 - 16
5 Problemen oplossen Lees dit hoofdstuk door om te leren hoe u problemen met deze printer kunt verhelpen. Als het ernaar uitziet dat u het probleem niet kunt verhelpen Zet de printer uit, haal de stekker uit het stopcontact en neem contact op met uw wederverkoper of met de klantendienst van Brother. WAARSCHUWING Dit apparaat mag op generlei wijze worden gewijzigd, daar dit brand of een elektrische schok kan veroorzaken.
Problemen met de voeding Probleem Geen voeding De printer wordt regelmatig uitgeschakeld Mogelijke oorzaak Wat te doen Staat de printer uit? Druk de kant van de schakelaar met de markering I in om de printer aan te zetten. Raadpleeg De printer aan- en uitzetten op pagina 2-4. Is het netsnoer losgekomen of afgesloten? Zet de printer uit en sluit het netsnoer goed aan. Zet de printer weer aan.
Problemen met afdrukken Lampjes branden, knipperen of zijn uit Probleem Mogelijke oorzaak Wat te doen Het Alarm-lampje brandt Staat er een foutmelding op het LCD-scherm? Lees de melding en volg de instructies om het probleem te verhelpen. Raadpleeg Wat te doen als er een foutmelding wordt weergegeven op pagina 5-16. Het Alarm-lampje knippert Er is een probleem opgetreden dat niet door de gebruiker kan worden verholpen.
Probleem Het Ready-lampje brandt niet en knippert niet als er een printopdracht is verzonden Mogelijke oorzaak Is de printer geconfigureerd voor gebruik over een netwerk? (Bij gebruik van een netwerk.) Wat te doen Druk de lijst met de printerconfiguratie af om de netwerkinstellingen te controleren. Corrigeer onjuiste instellingen. Raadpleeg de netwerkhandleiding op de cd-rom. Het Ready-lampje brandt of knippert, maar de afdrukken worden niet uit de printer uitgevoerd Er is een probleem op het netwerk.
Probleem Kan niet afdrukken met TCP/IP Op het computerscherm wordt een foutmelding weergegeven Mogelijke oorzaak Wat te doen Is het IP-adres van de printer juist ingesteld? (Bij gebruik van TCP/IP.) Het IP-adres is misschien veranderd. Raadpleeg uw systeembeheerder en stel het juiste IP-adres in. Controleer het huidige IP-adres aan de hand van de lijst met de printerconfiguratie. Is er een ontvangstfilter geactiveerd? Vraag uw systeembeheerder of er misschien een ontvangstfilter is geactiveerd.
Problemen met de afdrukkwaliteit Er worden blanco of helemaal zwarte pagina’s uitgevoerd Probleem Er wordt niets afgedrukt De uitgevoerde vellen zijn helemaal zwart Mogelijke oorzaak Wat te doen Misschien worden er twee of meerdere vellen tegelijk ingevoerd. Neem de stapel papier uit de lade, blader hem door en leg hem terug. De printkopcartridge is oud of beschadigd. Vervang de printkopcartridge. Raadpleeg De printkopcartridge (PH-12CL) vervangen op pagina 7-5. De voedingseenheid is defect.
Vage of bevlekte afdrukken, witte (ontbrekende) delen, kreukels, onduidelijke delen Probleem Vage afdrukken Mogelijke oorzaak Wat te doen Gebruikt u geschikte media om op af te drukken? Gebruik het aanbevolen formaat en type, en controleer de instellingen in de printerdriver. Raadpleeg Geschikte en ongeschikte papiersoorten op pagina 3-1 Is het papier vochtig? Vervang het papier. Raadpleeg Papier plaatsen op pagina 3-7. De printkopcartridge is oud of beschadigd. Vervang de printkopcartridge.
Probleem De inkt vlekt als erover wordt gewreven Mogelijke oorzaak Wat te doen Is het papier vochtig? Vervang het papier. Raadpleeg Papier plaatsen op pagina 3-7. Gebruikt u geschikte media om op af te drukken? Gebruik het aanbevolen formaat en type, en controleer de instellingen in de printerdriver. Raadpleeg Geschikte en ongeschikte papiersoorten op pagina 3-1. Haarfijne lijntjes rondom zwarte halftonen Het papier is te lang zonder verpakking opgeslagen (vooral in een droge omgeving).
Probleem Witte vlekken in vlakken met diep zwarte tinten Mogelijke oorzaak Wat te doen Gebruikt u geschikte media om op af te drukken? Is het papier gevouwen of verkreukeld? Gebruik het aanbevolen formaat en type, en controleer de instellingen in de printerdriver. Raadpleeg Geschikte en ongeschikte papiersoorten op pagina 3-1 De printkopcartridge is oud of beschadigd. Vervang de printkopcartridge. Raadpleeg De printkopcartridge (PH-12CL) vervangen op pagina 7-5.
Probleem Mogelijke oorzaak Wat te doen Als tweezijdig wordt afgedrukt op papier anders dan het aanbevolen papier, komen er witte vlekken op de afdruk te staan. Stel Huidige inst.BTR via het bedieningspaneel af op de papiersoort die u gebruikt.Raadpleeg Huidige inst.BTR op pagina 4-10. Bij het tweezijdig afdrukken komen er witte vlekken op de afdruk te staan. Huidige inst.BTR is misschien niet voor alle mediatypen op 0 ingesteld. Stel Huidige inst.BTR.
Probleem Verkreukeld papier Scheve afdruk, afdruk op verkeerde plaats Mogelijke oorzaak Wat te doen Is het papier vochtig? Vervang het papier. Raadpleeg Papier plaatsen op pagina 3-7. Gebruikt u geschikte media om op af te drukken? Gebruikt u verkreukeld papier? Gebruik het aanbevolen formaat en type, en controleer de instellingen in de printerdriver. Raadpleeg Geschikte en ongeschikte papiersoorten op pagina 3-1.
Afdrukken laten te wensen over Probleem Transparanten zien er niet goed uit Enveloppen zien er niet goed uit Afdrukken laten te wensen over Mogelijke oorzaak Wat te doen Gebruikt u geschikte transparanten? Gebruik transparanten die geschikt zijn voor gebruik in deze printer. Raadpleeg Geschikte en ongeschikte papiersoorten op pagina 3-1 Zijn de transparanten goed in de multifunctionele lade geplaatst? Zorg dat de transparanten goed in de multifunctionele lade zijn geplaatst.
Problemen met papierinvoer Probleem Mogelijke oorzaak Wat te doen Papier wordt niet ingevoerd, papier loopt vast, meerdere vellen tegelijk ingevoerd, papier wordt niet recht ingevoerd Is het papier goed geplaatst? Als u speciaal papier gebruikt, is dit goed in de multifunctionele lade geplaatst? Controleer dat het papier op juiste wijze is geplaatst. Als u op media zoals transparanten, vellen met etiketten of enveloppen afdrukt, moet u de stapel doorbladeren om de vellen los te schudden.
Andere problemen Netwerkproblemen Probleem Mogelijke oorzaak Wat te doen Het IP-adres verandert als de printer wordt aangezet Is de printer ingesteld op het bij een DHCP-server opvragen van het IP-adres? Stel de methode voor het opvragen van een IP-adres in op ‘Paneel’. Raadpleeg Een IP-adres instellen op pagina 1-4. Kan de printer niet via een webbrowser beheren Staat de printer uit? Druk de kant van de schakelaar met de markering I in om de printer aan te zetten.
Andere problemen Probleem Mogelijke oorzaak Wat te doen Kan niet in kleur afdrukken Is de printerdriver ingesteld op afdrukken in zwart-wit? Wijzig de instellingen van de printerdriver in het tabblad Papier/Uitvoer of Afbeeldingen (Windows®), of in het dialoogvenster Algemeen (Macintosh®). Raadpleeg Help.
Wat te doen als er een foutmelding wordt weergegeven Hier worden de foutmeldingen en hun betekenis behandeld, en wordt uitgelegd wat u moet doen als er een foutmelding wordt weergegeven. Als er een foutmelding wordt weergegeven, zoekt u de melding in onderstaande tabel op en volgt u de procedure die daar wordt beschreven. Als de melding te lang is en niet op het LCD-scherm past, wisselt het scherm elke 3 seconden en wordt de melding in delen weergegeven.
Melding Betekenis en wat te doen Vast: duplex Open B-klep Er is papier vastgelopen in de papieromdraaier die bij het tweezijdig afdrukken wordt gebruikt. Wat te doen: Druk op knop B, maak de voorklep open en verwijder het vastgelopen papier. Raadpleeg Papier vastgelopen in de papieromdraaier op pagina 6-9. Vast: invoer Controleer Lade Er is papier vastgelopen in de multifunctionele lade, de papierlade, of de apart verkrijgbare module met 2 laden (indien geïnstalleerd).
Melding Betekenis en wat te doen Kijk papier na in MF lade Het papier is niet goed in de multifunctionele lade geplaatst of komt niet overeen met hetgeen op de computer is gespecificeerd. Wat te doen: Zorg dat het papier goed in de multifunctionele lade is geplaatst. Als de instellingen op de computer incorrect zijn, moet u het afdrukken annuleren. Controleer de volgende instellingen op uw computer, configureer onjuiste instellingen opnieuw en probeer opnieuw af te drukken.
Melding Betekenis en wat te doen Plaats xxxx in N Het papierformaat xxxx is niet goed in lade N geplaatst of komt niet overeen met hetgeen op de computer is gespecificeerd. Wat te doen: Plaats papier xxxx in lade N. Als de instellingen op de computer incorrect zijn, moet u het afdrukken annuleren. Controleer de volgende instellingen op uw computer, configureer onjuiste instellingen opnieuw en probeer opnieuw af te drukken.
Melding Betekenis en wat te doen Voorklep sluiten De voorklep is open. Wat te doen: Zorg dat de voorklep goed gesloten is. Magenta(M) toner vervangen De magenta tonercartridge is leeg. Wat te doen: Vervang de magenta tonercartridge. Raadpleeg De tonercartridges (TN-12BK/Y/M/C) vervangen op pagina 7-1. Magenta(M) toner opnieuw plaatsen Er is geen magenta tonercartridge in de printer geplaatst, of de cartridge is niet goed geplaatst. Raadpleeg De tonercartridges (TN-12BK/Y/M/C) vervangen op pagina 7-1.
Melding Betekenis en wat te doen ID-fout fuser Betekenis: Deze fuser kan niet worden gebruikt. (Onjuiste ID) Wat te doen: Plaats de juiste fuser van Brother. Onjuiste ID Druk op Set Tijdens het downloaden is een firmwarefout opgetreden. Wat te doen: Druk op de toets Set. Fout in adres Druk op Set Tijdens het downloaden is een firmwarefout opgetreden. Wat te doen: Druk op de toets Set. Fout: time-out Druk op Set Tijdens het downloaden is een firmwarefout opgetreden.
Het Alarm-lampje brandt of knippert Het rode Alarm-lampje op het bedieningspaneel geeft aan dat er iets mis is met de printer. Raadpleeg de volgende onderdelen. Ready Alarm Het Alarm-lampje brandt Als het Alarm-lampje brandt, duidt dit op een papierdoorvoerstoring of een ander probleem dat u zelf kunt verhelpen. Verhelp het probleem aan de hand van de instructies in de melding op het LCD-scherm.
De printer forceren de resterende gegevens af te drukken (als het afdrukken is onderbroken) Als het ontvangen van gegevens halverwege een afdruktaak wordt onderbroken, zal de printer een bepaalde tijd wachten. Gedurende deze periode wordt op het LCD-scherm de melding Data wachten weergegeven. U kunt de printer desgewenst forceren de reeds ontvangen gegevens af te drukken. Raadpleeg de volgende stappen voor informatie daarover. De standaardinstelling voor de time-out is 30 seconden.
De dichtheidssensor reinigen Als de dichtheidssensor van de printer vuil is, volgt u de onderstaande stappen om hem te reinigen. 1 Druk de kant van de schakelaar met de markering O in om de printer uit de zetten; deze schakelaar bevindt zich aan de rechterkant van de printer. 2 Druk knop A (1) omhoog en maak de voorklep (2) helemaal open. 3 Pak de oranje lipjes aan weerskanten van de transferrol vast en til hem voorzichtig uit de printer.
4 Veeg de dichtheidssensor voorzichtig met een schone, droge doek of een wattenstaafje schoon. Zorg dat er niets in aanraking komt met het venster van de dichtheidssensor. Gebruik geen kracht tijdens het reinigen van dit venster. 5 Vervang de transferrolcartridge. Pak de oranje U-vormige lipjes zoals aangegeven vast. 6 Steek de pennen aan weerskanten van de transferrolcartridge in de lagers in de printer.
8 Sluit de voorklep. 9 Druk de kant van de schakelaar met de markering I in om de printer aan de zetten; deze schakelaar bevindt zich aan de rechterkant van de printer.
6 Vastgelopen papier Vastgelopen papier verwijderen Als papier vastloopt, wordt het afdrukken onderbroken en wordt op het LCD-scherm gemeld waar het papier is vastgelopen. Lees de melding, raadpleeg het betreffende onderdeel in dit hoofdstuk en volg de daar beschreven procedure om het vastgelopen papier te verwijderen.
■ Als papier is vastgelopen en er rook uit de printer komt, mag u geen van de kleppen openmaken. Zet de printer uit, haal de stekker uit het stopcontact en neem contact op met uw wederverkoper of met de klantendienst van Brother. ■ Verwijder het vastgelopen papier langzaam en voorzichtig, zodat het niet scheurt. Papier kan vastlopen als de printer niet juist geïnstalleerd is, of als u ongeschikt papier of papier van inferieure kwaliteit gebruikt.
Papier vastgelopen in de multifunctionele lade Volg de onderstaande procedure voor het verwijderen van het vastgelopen papier. 1 Trek het vastgelopen papier uit de multifunctionele lade. 2 Druk knop A (1) omhoog en maak de voorklep (2) helemaal open. Controleer dat er geen stukjes papier in de printer zijn achtergebleven. 3 Sluit de voorklep.
Papier vastgelopen in de papierlade Als de apart verkrijgbare lademodule niet is geïnstalleerd, volgt u de onderstaande procedure om het papier uit de papierlade te verwijderen. Als de optionele lademodule wel is geïnstalleerd, moet u eerst de onderste lade en daarna de laden erboven op volgorde controleren totdat u hebt bepaald waar het papier is vastgelopen. Volg de procedure die wordt omschreven in Papier vastgelopen in de module met 2 laden op pagina 6-10.
4 Druk knop A (1) omhoog en maak de voorklep (2) helemaal open. Controleer dat er geen stukjes papier in de printer zijn achtergebleven. 5 Sluit de voorklep. 6 Houd de papierlade met beide handen vast, zet hem op één lijn met de opening in de printer en schuif hem er voorzichtig weer in. 7 Duw de papierlade helemaal in de printer. Gebruik geen kracht om de papierlade in de printer te schuiven. Dit kan de papierlade of het inwendige van de printer namelijk beschadigen.
Papier vastgelopen tussen de printkopcartridge en de fuser Hier wordt beschreven hoe u papier kunt verwijderen dat rond de printkopcartridge en in de fuser is vastgelopen. Selecteer de juiste procedure, afhankelijk van de plaats waar het papier is vastgelopen. Papier is vastgelopen rond de printkopcartridge Volg de onderstaande procedure voor het verwijderen van het vastgelopen papier. 1 Druk knop A (1) omhoog en maak de voorklep (2) helemaal open.
3 4 5 Maak de hendels van de fuser los en verwijder het vastgelopen papier. Als het papier gescheurd is, moet u ook de stukjes papier uit de printer verwijderen. Vergeet niet om de hendels van de fuser weer vast te zetten nadat het vastgelopen papier verwijderd is. Sluit de voorklep.
Papier is vastgelopen rond de fuser Volg de onderstaande procedure voor het verwijderen van het vastgelopen papier. 1 Druk knop B (1) omhoog en maak de voorklep (2) helemaal open. 2 Maak de hendels aan weerskanten van de fuser los en verwijder het vastgelopen papier. Als het papier gescheurd is, moet u ook de stukjes papier uit de printer verwijderen. Tijdens het gebruik wordt de fuser (verwarmingseenheid) erg heet.
Papier dat langer is dan 360 mm is vastgelopen Als papier dat langer is dan 355,6 mm in de printer vastloopt, moet het zo ver als nodig worden afgeknipt waarna het resterende papier volgens de toepasselijke procedure verwijderd kan worden. Forceer de voorklep niet als hij moeilijk te openen is. Zet de printer onmiddellijk uit en neem contact op met uw wederverkoper of met de klantendienst van Brother.
Papier vastgelopen in de module met 2 laden Volg de onderstaande procedure voor het verwijderen van het vastgelopen papier. 1 Begin met de onderste lade en trek elke lade uit totdat u ziet waar het papier is vastgelopen. Het papier in de module met 2 laden wordt via de voorkant van de laden in de printer gevoerd. Papier dat in de onderste lade vastloopt, kan derhalve de bovenste lade in de module of de papierlade van de printer blokkeren, zodat u deze laden niet kunt openen.
4 Druk knop A (1) omhoog en maak de voorklep (2) helemaal open. Controleer dat er geen stukjes papier in de printer zijn achtergebleven. 5 Sluit de voorklep. 6 Sluit alle papierladen.
7 Routineonderhoud en verbruiksartikelen vervangen De tonercartridges (TN-12BK/Y/M/C) vervangen Deze printer gebruikt vier tonercartridges: zwart, geel, magenta en cyaan. Als de toner in de tonercartridge bijna op is, wordt op het bedieningspaneel de melding xxxx (x) toner vervangen weergegeven (xxxx is de kleur toner). Vervang de tonercartridge(s) meteen als deze melding wordt weergegeven. De printer stopt met afdrukken als de tonercartridge niet op tijd wordt vervangen.
De tonercartridges vervangen Volg de onderstaande procedure voor het vervangen van tonercartridges. 1 Verwijder de bovenklep en leg hem op een plat oppervlak. 2 Houd de hendels aan weerskanten van de tonercartridge die u wilt vervangen vast en til ze op.
3 Til de tonercartridge uit de printer. ■ Voorkom dat er toner op de grond of op meubilair wordt geknoeid, zet de tonercartridge op een vel papier. ■ Om te voorkomen dat restjes toner worden geknoeid, oude tonercartridges nooit schudden en er niet ruw mee omgaan. 4 Kies de nieuwe tonercartridge en pak hem uit. 5 Schud de tonercartridge zoals aangegeven 7 à 8 keer heen en weer om de toner gelijkmatig te verdelen.
7 Houd de hendels aan weerskanten van de tonercartridge met uw vingers vast en duw ze goed naar beneden zodat de hendels naar de markering ( ) draaien. 8 Trek het tonerzegel recht omhoog en verwijder het. 9 ■ Trek het tonerzegel recht omhoog. Als u het zegel schuin uit de tonercartridge trekt, kan het scheuren. ■ Als u nadat de tonercartridge is geplaatst meer dan vijf seconden wacht voordat u het zegel verwijdert, wordt er een foutmelding weergegeven.
De printkopcartridge (PH-12CL) vervangen Deze printkopcartridge bestaat uit de lichtgevoelige printkop, de ontwikkelaar en de transferrol. Als de printkop aan vervanging toe is, wordt op het bedieningspaneel de melding Printkopcartr. vervangen weergegeven. Vervang de printkopcartridge meteen als deze melding wordt weergegeven. Printkopcartr. vervangen De printkopcartridge is een verbruiksartikel.
Voorzorgsmaatregelen bij opslag ■ Pak de nieuwe printkopcartridge pas uit als u hem gaat installeren. Een uitgepakte printkopcartridge dient in zijn aluminium zak te worden opgeslagen. ■ Printkopcartridges uit de buurt van direct zonlicht en onder de volgende omstandigheden opslaan: ■ Omgevingstemperatuur van 0 tot 35°C. Vochtigheid van 15 tot 80% relatieve vochtigheid (zonder condensvorming). Hete en vochtige ruimten vermijden.
2 Druk de knop zoals aangegeven in en maak de klep van de papieruitvoer open. 3 Houd de handgreep boven aan de printkopcartridge vast en til hem voorzichtig uit de printer. Voorkom dat u de printkopcartridge laat vallen, houd hem aan de handgreep vast. 4 Maak de bovenkant van de doos met de nieuwe printkopcartridge open en verwijder het bovenste gedeelte van de aluminium zak. Verwijder dit vel door van de twee inkepingen naar binnen toe te werken.
6 Verwijder de polystyreen verpakking en maak de bovenkant van de aluminium zak (links en rechts) open. 7 Neem de nieuwe printkopcartridge uit zijn verpakking en trek aan elk van de vier zegels om ze te verwijderen. Trek de zegels recht uit de cartridge. 8 9 ■ Bewaar de polystyreen verpakking van de printkopcartridge, de aluminium zak en de doos voor het geval u de printer later over een grote afstand moet vervoeren.
10 Zorg dat het platte deel naar de achterkant van de printer is gericht, zet de oranje rollen aan weerskanten van de printkopcartridge op één lijn met de sleuven voor de pijltjes op de printer, en laat de cartridge voorzichtig in de printer zakken. 1. Beschermend vel 2. Oranje rollen ■ Als u de cartridge in de printer laat zakken en rollen niet op één lijn staan met de sleuven, kunt u de cartridge beschadigen. ■ Zorg dat het oppervlak dat met het beschermende vel is afgedekt, niets aanraakt.
De transferrolcartridge (TR-11CL) vervangen De transferrolcartridge bestaat uit een transferrol en een doos voor afgewerkte toner. Als de transferrolcartridge aan vervanging toe is, wordt op het bedieningspaneel de melding Transferrol vervangen weergegeven. Vervang de transferrolcartridge meteen als deze melding wordt weergegeven. De printer stopt met afdrukken als de cartridge niet op tijd wordt vervangen. Transferrol vervangen De transferrolcartridge is een verbruiksartikel.
De transferrolcartridge vervangen Volg de onderstaande procedure voor het vervangen van de transferrolcartridge. 1 Druk knop A (1) omhoog en maak de voorklep (2) helemaal open. 2 Pak de oranje lipjes aan weerskanten van de transferrol (1) vast en til hem voorzichtig uit de printer (2). Zorg dat er geen toner wordt geknoeid, til de transferrol voorzichtig op. Zorg dat de rol niet kan vallen, til de transferrol voorzichtig op.
3 Pak de nieuwe transferrolcartridge uit en houd hem zoals aangegeven aan de oranje lipjes vast. 4 Steek de pinnen aan weerskanten van de transferrolcartridge in de lagers binnen in de printer, en duw de rol voorzichtig in de printer. 5 Zet de transferrolcartridge in de printer vast door voorzichtig op de lipjes te duwen totdat u een klik hoort. 6 Sluit de voorklep.
De fuser (FP-12CL) vervangen Als de fuser aan vervanging toe is, wordt op het bedieningspaneel de melding Fusercartridge vervangen weergegeven. Vervang de fuser zodra u daarom gevraagd wordt. De printer stopt met afdrukken als de fuser niet op tijd wordt vervangen. Fusercartridge vervangen De fuser is een verbruiksartikel. Raadpleeg Raadpleeg Toebehoren en verbruiksartikelen op pagina A-1 voor meer informatie over de verbruiksartikelen.
De fuser vervangen WAARSCHUWING Zet de printer uit, haal de stekker uit het stopcontact en laat de printer ten minste 30 minuten afkoelen voordat u de fuser gaat vervangen. Volg de onderstaande procedure voor het vervangen van de fuser. 1 Druk knop B (1) omhoog en maak de voorklep (2) helemaal open. 2 Druk op de hendel links van de papieruitvoerklep en maak deze klep open.
3 Houd de schakelaars aan weerskanten van de fuser ingedrukt en schuif ze naar voren. 4 Til de hendels aan weerskanten van de fuser op. 5 Houd de fuser aan weerskanten aan de hendels vast als u hem uit de printer tilt. 6 Pak de nieuwe fuser uit en til de hendels aan weerskanten (1) op. Pak de hendel vast en plaats de fuser voorzichtig met de pennen in de geleiders.
7 Druk de hendels aan weerskanten van de fuser naar beneden. 8 Houd de schakelaars aan weerskanten van de fuser ingedrukt en schuif ze naar achteren. 9 Sluit de papieruitvoerklep. 10 Sluit de voorklep.
Rapporten en lijsten afdrukken Gebruik het bedieningspaneel om de volgende rapporten en lijsten af te drukken. ■ Lijst met printerconfiguratie Gebruik deze lijst om te bevestigen welke toebehoren er zijn geïnstalleerd en om de netwerkinstellingen van de printer te controleren. Raadpleeg Printerconfiguratie en netwerkinstellingen bevestigen op pagina 7-18. ■ Lijst met paneelinstellingen Gebruik deze optie om de parameters te controleren, die met het bedieningspaneel zijn ingesteld.
Printerconfiguratie en netwerkinstellingen bevestigen Door de lijst met de printerconfiguratie af te drukken, kunt u controleren welke toebehoren er geïnstalleerd zijn en welke netwerkinstellingen er zijn gemaakt. Hieronder wordt beschreven hoe u de lijst met de printerconfiguratie kunt afdrukken. Raadpleeg Algemene bewerkingen in het menu op pagina 4-4 voor informatie over de werking van het bedieningspaneel. Klaar v. afdruk 1 ↓ Menu (Het afdrukscherm. De printer is klaar voor gebruik.
De printlog controleren Gebruik het bedieningspaneel om de printlog af te drukken. De printlog is een rapport van de laatste 22 afdruktaken die de printer heeft ontvangen. Gebruik deze lijst om te controleren of de taken al dan niet foutloos zijn afgedrukt. Als Auto Log Print in het menu 1:Systeem is ingesteld op Ja, wordt de printlog na elke 22 afdruktaken automatisch afgedrukt (standaard: Nee). Raadpleeg Lijst van menuopties op pagina 4-6 voor meer informatie.
De printerstatus via uw computer bevestigen Deze printer is voorzien van allerlei netwerk-tools waarmee u de status van de printer via uw computer over het netwerk kunt controleren. Bij gebruik van deze tools hoeft u niet meer bij uw computer vandaan om te controleren of de printer naar behoren werkt. Hieronder volgt een korte beschrijving van deze tools.
De printer reinigen Wij adviseren u de printer ten minste eens per maand te reinigen, zodat hij goed blijft werken met een consequente afdrukkwaliteit. Let op Zet de printer uit en haal de stekker uit het stopcontact alvorens de printer te reinigen. Als u nalaat de printer uit te zetten en de stekker uit het stopcontact te halen, kan dit brand of een elektrische schok veroorzaken. Voorzorgsmaatregelen bij het reinigen ■ Nooit iets direct op de printer spuiten.
De printer vervoeren Volg de onderstaande procedure alvorens u de printer gaat vervoeren. Let op ■ Om letsel te voorkomen, moet de printer altijd door ten minste twee personen worden opgetild. ■ Om de printer op te tillen, gaat u voor de printer staan en pakt u hem met beide handen bij de uitsparingen links- en rechtsonder vast. Probeer nooit om de printer aan andere delen op te tillen. Als u de printer aan andere delen optilt, kan hij vallen, hetgeen persoonlijk letsel kan veroorzaken.
1 Druk de kant van de schakelaar met de markering O in om de printer uit de zetten; deze schakelaar bevindt zich aan de rechterkant van de printer. 2 Koppel het netsnoer, de interfacekabel en andere kabels los. WAARSCHUWING Een netsnoer nooit met natte handen aanraken. Dit kan namelijk een elektrische schok veroorzaken. Let op 3 4 Als u de stekker uit het stopcontact haalt, altijd de stekker vasthouden. Nooit aan het netsnoer trekken.
5 Neem het papier uit de papierlade en bewaar het op een droge, stofvrije plaats. 6 Steek de kartonnen afstandsstukken zoals aangegeven in de lade. 7 Houd de papierlade met beide handen vast, zet hem op één lijn met de opening in de printer en schuif hem er voorzichtig in. 8 Duw de papierlade helemaal in de printer.
9 Druk knop A (1) omhoog en maak de voorklep (2) helemaal open. 10 Druk de knop zoals aangegeven in en maak de klep van de papieruitvoer open. 11 Houd de handgreep boven aan de printkopcartridge vast en til hem voorzichtig uit de printer. ■ Raak de transferrol niet aan (zwarte rol). ■ Voorkom dat u de printkopcartridge laat vallen, houd hem aan de handgreep vast.
13 Sluit de voorklep. 14 Bescherm de printer tegen beschadiging, verpak hem in een doos alvorens hem te vervoeren. Als u de printer op een nieuwe plaats hebt neergezet, dient u de kleurregistratie opnieuw af te stellen. Raadpleeg Kleurregistratie afstellen op pagina 1-1 voor meer informatie hierover.
De printer opslaan Volg de onderstaande procedure als de printer gedurende langere tijd niet gebruikt zal worden. 1 Druk de kant van de schakelaar met de markering O in om de printer uit de zetten; deze schakelaar bevindt zich aan de rechterkant van de printer. 2 Koppel het netsnoer, de interfacekabel en andere kabels los. WAARSCHUWING Een netsnoer nooit met natte handen aanraken. Dit kan namelijk een elektrische schok veroorzaken.
- A Appendices Toebehoren en verbruiksartikelen Voor deze printer zijn de volgende toebehoren verkrijgbaar. U kunt deze toebehoren bij uw wederverkoper bestellen. Toebehoren Hard Disk (HD-41CL) Met de los verkrijgbare harde schijf kan snel worden gesorteerd wanneer u meerdere exemplaren van een document afdrukt. Raadpleeg de met de harde schijf meegeleverde documentatie voor instructies over de installatie ervan.
Verbruiksartikelen Tonercartridges (TN-12BK/TN12-Y/TN12-M/TN12-C) De printer gebruikt vier tonercartridges: zwart, geel, magenta en cyaan. Raadpleeg De tonercartridges (TN-12BK/Y/M/C) vervangen op pagina 7-1 voor de installatieprocedure. Printkopcartridge (PH-12CL) Deze cartridge bestaat uit de lichtgevoelige drum, de ontwikkelaar en de transferrol. Raadpleeg De printkopcartridge (PH-12CL) vervangen op pagina 7-5 voor de installatieprocedure.
Informatie over productondersteuning Kijk voor ondersteuning op onze website, waar u de meest recente drivers en informatie over deze printer vindt. URL: http://solutions.brother.
Algemene specificaties Printerspecificaties Type Bureaubladprinter Afdrukmethode Elektrofotografisch Resolutie 1200 dots/25,4 mm (1200 dpi), 600 dots/25,4 mm (600 dpi) Kleurschakering 256 per kleur (16.700.
Fonts (*2) Europese (80 fonts) Albertus Medium/ Albertus Extra Bold Antique Olive/ Antique Olive It/Antique Olive Bd Arial/ Arial It/ Arial Bd/ Arial Bd It Clarendon Condensed Coronet Courier/ Courier It/ Courier Bd/ Courier Bd It Garamond Antiqua/ Garamond Kursiv/ Garamond Halbfett/ Gatamond Kurs Halb Letter Gothic/ Letter Gothic It/ Letter Gothic Bd Marigold CG Omega/ CG Omega It/ CG Omega Bd/ CG Omega Bd It CG Times/ CG Times It/ CG Times Bd/ CG Times Bd It Times New Roman/ Times New Roman It/ Times Ne
(*1) y Verwijst naar de maximumsnelheid voor A4- en Letter-papier dat in de lengte (Staand) wordt ingevoerd. y Tijdens lange print-runs kan het afdrukken worden geannuleerd zodat de printer het inwendige van de ontwikkelaar kan reinigen. Tijdens het reinigen wordt op het LCD-scherm de melding Even wachten aub weergegeven. (*2) De lettertypen en Universal Font Scaling Technology™ (UFST™) zijn handelsmerken of wettig gedeponeerde handelsmerken van Agfa Monotype Corporation of de respectieve eigenaren.
Netwerkspecificaties Algemene specificaties Ondersteunde normen Ethernet Ver.2.0 IEEE 802.3 Netwerkprotocollen TCP/IP, NetBIOS, IPX/SPX (NetWare), AppleTalk Interface 10/100Base TX Ethernet TCP/IP-specificaties Ondersteunde besturingssystemen Windows® 95, Windows® 98, Windows® Me, Windows NT® 4.
Bedrukbaar gedeelte Bij gebruik van A4, 8,5 inch x 14 inch (Legal) of kleiner. ■ “Bedrukbaar gedeelte” verwijst naar het gedeelte van de pagina dat bedrukt kan worden. ■ “Niet-bedrukbaar gedeelte” verwijst naar het gedeelte van de pagina dat niet bedrukt kan worden. 1. Bedrukbaar gedeelte 2. Niet-bedrukbaar gedeelte Belangrijke informatie bij het kiezen van papier In dit onderdeel staat informatie aan de hand waarvan u papier kunt kiezen dat geschikt is voor gebruik in deze printer.
Gebruiksduur van verbruiksartikelen Gebruiksduur van verbruiksartikelen (in aantal pagina’s dat kan worden afgedrukt) Verbruiksartikel Aantal pagina’s dat kan worden afgedrukt(*) Zwarte tonercartridge Circa 9000 pagina’s bij 5%/TN-12BK Gele tonercartridge Circa 6000pagina’s bij 5%/TN-12Y Magenta tonercartridge Circa 6000 pagina’s bij 5%/TN-12M Cyaan tonercartridge Circa 6000 pagina’s bij 5%/TN-12C Printkopcartridge Circa 30.
Geheugen uitbreiden 1 Zet de printer uit en haal vervolgens de stekker uit het stopcontact. Let op 2 3 4 5 Zet de printer uit en haal de stekker uit het stopcontact alvorens optionele toebehoren te installeren. Als u optionele toebehoren installeert wanneer de printer aanstaat, kunt u een elektrische schok krijgen. Draai de twee schroeven op de interfacekaart los (aan de achterkant van de printer). Houd de twee handgrepen op de interfacekaart vast en trek de interfacekaart voorzichtig naar u toe.
INDEX A H A5-adapter ..................................................3-13 Adobe Illustrator ............................................5-8 Afdrukken annuleren ...................................2-13 Afdrukkwaliteit ...............................................5-6 Afdrukmedia ..................................................3-3 Alarm: fout .....................................................4-6 Alarm-lampje ........................................4-1, 5-22 Auto Log Print ............................
Papierlade ............................. 2-1, 3-7, 3-10, 6-4 Papiermeter ..................................................2-1 Papieromdraaier ...........................................2-3 Papiersoort ................................................... A-4 Papieruitvoerklep ..........................................2-3 Papiervanger .................................................2-1 Parallelle interfaceconnector .........................2-2 PCL-fontlijst .................................................