FAX-8360P GEBRUIKERSHANDLEIDING Versie B
DIT TOESTEL IS ONTWORPEN VOOR GEBRUIK MET EEN DUBBELDRAADS ANALOOG PSTN-SNOER, VOORZIEN EEN PASSENDE CONNECTOR. INFORMATIE OVER GOEDKEURING Brother wijst erop dat dit product mogelijk niet goed functioneert in een ander land dan dat waarin het oorspronkelijk werd aangekocht, en biedt geen garantie indien dit product wordt gebruikt op openbare telecommunicatielijnen in een ander land.
II
EC Conformiteitsverklaring voor Facsimilemachines onder de richtlijn R & TTE Producent Brother Industries Ltd., 15-1, Naeshiro-cho, Mizuho-ku, Nagoya 467-8561, Japan Fabriek Brother Corporation (Asia) Ltd., Brother Buji Nan Ling Factory, Golden Garden Ind.
Over deze handleiding Dank u voor de aanschaf van een Brother-machine. Dit apparaat is zo ontwikkeld, dat het eenvoudig te bedienen is. Op het LCD-scherm verschijnen prompts die u helpen bij het instellen en gebruiken van de diverse functies. Neemt u echter een paar minuten de tijd om deze handleiding te lezen, zodat u optimaal gebruik kunt maken van alle functies van het apparaat. Het apparaat is tevens voorzien van een Reports-toets.
Gebruikersvriendelijk programmeren We hebben in uw Multifunction Center een functie voor programmeren op het scherm ingebouwd. Programmeren op het scherm is uiterst eenvoudig en helpt u alle functies van dit apparaat optimaal te benutten. Tijdens het programmeren van uw faxmachine verschijnen op het LCD-scherm stap voor stap meldingen die u door de programmeringsprocedure leiden.
Inhoudsopgave Over deze handleiding Gebruikersvriendelijk programmeren Inhoudsopgave.............................................................................VI VOORBEREIDING EN INGEBRUIKNEMING Voorbereiding en beknopte gebruiksaanwijzing Tips voor de Voorbereiding en Beknopte Gebruiksaanwijzing .... 3 FAX-8360P Overzicht van het bedieningspaneel ......................... 8 Programmeerstand gebruiken ...................................................... 11 Functieselectietabel .........................
GEAVANCEERD GEBRUIK Hoofdstuk 6 Geavanceerd verzenden Geavanceerd gebruik ...................................................................37 Hoofdstuk 7 Geavanceerd ontvangen Werken met een extern of een tweede toestel..............................45 Hoofdstuk 8 Pollen Ontvang Pollen.............................................................................47 Verzend Pollen.............................................................................
BIJLAGE Hoofdstuk 14 Specificaties Specificaties - elektrisch en omgeving ........................................ 93 Geschikt papier ............................................................................ 94 Samenstelling en publicatie ......................................................... 95 Handelsmerken ............................................................................ 95 Tekst invoeren .............................................................................
Eenvoudige stappen voor de voorbereiding en de ingebruikneming van de machine Volg deze eenvoudige stappen voor de voorbereiding en de ingebruikneming van de machine. Raadpleeg voordat u deze stappen uitvoert echter eerst de belangrijke veiligheidsinformatie (pagina 85), de tips bij de voorbereiding en de beknopte gebruiksaanwijzing (pagina 3). Raadpleeg NORMAAL GEBRUIK en GEAVANCEERD GEBRUIK voor nadere informatie.
■ De automatische documenteninvoer (ADF) kan maximaal 30 vel papier bevatten, die één voor één in de machine worden ingevoerd. Gebruik in de automatische documenteninvoer alleen normaal papier (64 g/m2~90 g/m2). Als u zwaarder papier gebruikt, dient u elk vel apart in te voeren; dit om te voorkomen dat het papier vastloopt. Papiergeleiders Ca.
VOORBEREIDING EN INGEBRUIKNEMING Tips voor de Voorbereiding en Beknopte Gebruiksaanwijzing Een geschikte plaats kiezen Zet het apparaat op een plat, stabiel oppervlak, bijvoorbeeld een bureau. Kies een trillingsvrije plaats. Plaats het apparaat in de buurt van een telefoonaansluiting en een standaard geaard stopcontact. Zet de machine niet op een plaats waar men er tegen kan stoten.
Het netsnoer aansluiten • • Deze machine moet worden voorzien van een geaarde stekker. Als u een ander netsnoer moet gebruiken, zorgt u dan dat de machine van een geaarde stekker wordt voorzien. Aangezien de machine via het netsnoer wordt geaard, kunt u uzelf tegen mogelijke elektrische gevaren beschermen door tijdens het aansluiten op een telefoonlijn de stroom van het apparaat te laten staan.
Aansluiting op meerdere lijnen (centrale) VOORBEREIDING EN INGEBRUIKNEMING De meeste kantoren maken gebruik van een eigen telefooncentrale (Private Automatic Branch Exchange = automatische telefooncentrale of PBX). Het is echter verstandig om voor uw faxmachine een afzonderlijke lijn te gebruiken. De machine kan dan continu in de ontvangststand (ALLEEN FAX) blijven staan, zodat zij dag en nacht faxberichten kan ontvangen.
Aansluitingen 1 Een extern antwoordapparaat moet als volgt op uw faxmachine worden aangesloten. Nederland ANTW.APP. ANTW.APP. ANTW.APP. ANTW.APP. ANTW.APP. ANTW.APP. ANTW.APP. België 2 3 4 5 Stel uw antwoordapparaat zo in, dat na één of twee keer overgaan wordt opgenomen. Neem een uitgaand bericht op uw antwoordapparaat op (zie volgende pagina). Activeer het antwoordapparaat. Stel de stand voor beantwoorden in op ANT:ANTWOORDAPP. door te drukken op Mode.
2 3 U wordt aangeraden om aan het einde van het uitgaande bericht de code voor activeren op afstand te vermelden, zodat men ook handmatig faxberichten kan sturen. Bijvoorbeeld: “Na de toon kunt u een bericht inspreken of op 51 drukken om een fax te sturen”. Houd er rekening mee dat sommige handmatig verzonden faxen niet automatisch kunnen worden ontvangen. Dit komt omdat de verzendende faxmachine dan geen faxtonen doorgeeft. Daarom is het raadzaam altijd uw code voor activeren op afstand te vermelden.
FAX-8360P Overzicht van het bedieningspaneel 1 2 3 4 5 6 8 10 8 7 12 13 11 14 15 9 1 LCD-scherm Op het LCD-scherm verschijnen meldingen die u helpen bij de programmering en de bediening van de machine. 2 Tonerlampje Als de toner bijna op is, gaat dit waarschuwingslampje knipperen ter aanduiding dat de tonercartridge moet worden vervangen. Als het lampje blijft branden, is de toner op en kunt u niet meer afdrukken.
4 5 Directkiestoetsen Met deze 16 toetsen krijgt u toegang tot 32 vooraf geprogrammeerde telefoonnummers. 6 Shift Met deze toets kunnen de directkiestoetsen “17” t/m “32” worden gebruikt. 7 Tel (Telefoon) Als u de hoorn van de externe telefoon tijdens het F/T-belsignaal hebt aangenomen en het een normaal telefoontje betreft, moet u op deze toets drukken om het gesprek te voeren.
13 Programmeertoetsen: Menu Met deze toets krijgt u toegang tot de functies en de programmeerstand. (Pijl links) Met deze toets beweegt u de cursor op het LCD-scherm naar links of gaat u naar de vorige functie/menu-optie. U kunt deze toets tevens gebruiken om op alfabetische volgorde te zoeken naar namen die bij de nummers in het geheugen zijn opgeslagen. Set Deze toets wordt gebruikt om een instelling op te slaan.
Programmeerstand gebruiken Nadat u een optie hebt geaccepteerd, wordt op het LCD-scherm de melding GEACCEPTEERD weergegeven. Druk op Stop/Exit om de programmeerstand af te sluiten. Functieselectietabel Als u reeds vertrouwd bent met het programmeren van een MFC, zult u de meeste programmeringsinstellingen zonder deze handleiding kunnen maken. Om u echter een beter inzicht te geven in het selecteren van functies, opties en instellingen, hebben we onderstaande tabel opgesteld.
Hoofdmenu 1. STAND.INSTELL. (vervolg) Submenu Menuopties 4. PBX Opties Omschrijving Pagina Zet deze functie aan als de machine is aangesloten op een PBX (Private Automatic Branch Exchange). 18 Hiermee zet u de klok van de machine een uur vooruit of achteruit (zomer- of wintertijd). 18 AAN UIT Als u deze functie activeert, gaat uw tonercartridge langer mee. 19 AAN UIT Met deze functie schakelt u de stroombespaarstand in en uit. In de stroombespaarstand wordt minder stroom verbruikt.
Hoofdmenu Submenu Menuopties 1. ONTVANGST 5. AUTO MENU REDUCTIE (vervolg) Opties Omschrijving Pagina Met deze functie wordt een afdruk verkleind, zodat hij op 1 pagina past. 30 Als u deze functie activeert en het papier in de faxmachine op is, worden de faxberichten automatisch in het geheugen opgeslagen. 31 Met deze functie kan de afdruk lichter of donkerder worden gemaakt. 30 STAND.
Hoofdmenu 2. FAX (vervolg) Submenu Menuopties 2. VERZEND MENU (vervolg) 8. VOORBLAD OPM. 9.INTERNATIONAAL 3. KIESGEHEUGEN Opties Omschrijving Pagina — Met deze functie kunt u een op het voorblad af te drukken opmerking invoeren. 38 Hebt u problemen met internationale verzending, zet dan de internationale stand AAN. 39 — Hiermee worden nummers in het geheugen opgeslagen, die vervolgens met een druk op slechts één toets kunnen worden gekozen.
Hoofdmenu Submenu Menuopties Opties Omschrijving Pagina — Met deze functie wordt het uitgesteld verzenden van een faxbericht (met de tijdklok) of het pollen geannuleerd. Ook kunt u met deze functie controleren welke taken er nog in het geheugen zitten. 42 — Hiermee worden de meeste functies geblokkeerd, behalve ontvangst in het geheugen. 43 Selecteer AAN als u de optionele papierbak wilt gebruiken, en geef aan welke cassette u voor het afdrukken wilt gebruiken.
1 Installatie Eerste instellingen Datum en tijd instellen De machine geeft de datum en de tijd weer, en deze gegevens worden afgedrukt op elke fax die u verzendt. Als de stroom uitvalt, zal de machine de datum en de tijd enkele uren lang bijhouden. 1 2 Druk op Menu, 1, 1. 3 4 5 6 Voer twee cijfers voor de maand in en druk op Set. Toets de twee cijfers van het jaartal in en druk op Set. “02” wordt in deze machine geregistreerd als 2002. Voer twee cijfers voor de dag in en druk op Set.
Aangepaste instellingen Volume-instellingen Volume van bel U kunt selecteren hoe luid de bel van de machine overgaat. Het volume van de bel kan desgewenst zelfs worden uitgeschakeld. 1 2 3 4 Druk op Menu, 1, 3, 1. Druk op of om UIT, LAAG, HALF of HOOG te selecteren. Druk op Set zodra de gewenste optie op het LCD-scherm staat. Druk op Stop/Exit. —of— U kunt het volume van de bel van de faxmachine instellen wanneer de machine inactief is. De bel kan desgewenst zelfs worden uitgeschakeld (UIT).
Volume van luidspreker U kunt het volume van de luidspreker van deze machine instellen. 1 2 3 4 Druk op Menu, 1, 3, 3. Druk op of om het volume af te stellen (UIT, LAAG, HALF of HOOG). Druk op Set zodra de gewenste optie op het LCD-scherm staat. Druk op Stop/Exit. PBX en DOORVERBINDEN Uw faxmachine is in eerste instantie zo ingesteld, dat zij kan worden aangesloten op openbare telefoonlijnen (PSTN). De meeste kantoren gebruiken echter een centrale (PBX).
Tonerbespaarstand Met deze functie kunt u toner besparen. Als de optie Tonerbespaarstand wordt ingesteld op AAN, zullen uw afdrukken er lichter uitzien. In de fabriek is optie ingesteld op UIT. Druk op Menu, 1, 6. Druk op of om AAN of UIT te selecteren. Druk op Set. Druk op Stop/Exit. Slaapstand Als u de slaapstand inschakelt, verbruikt de machine minder stroom als zij inactief is doordat de fuser wordt uitgeschakeld.
De taal voor de meldingen op het LCD-scherm instellen (alleen voor België) De meldingen op het LCD-scherm kunnen worden weergegeven in het Nederlands, Frans of Engels. De standaardtaal is Nederlands. 1 Druk op Menu, 1, 0. Op het LCD-scherm verschijnen afwisselend onderstaande meldingen: 2 Druk op of om NEDERLANDS, FRANS of ENGELS te selecteren. 3 4 Druk op Set zodra de gewenste optie op het LCD-scherm staat. TAAL:NEDERLANDS KIES,DRUK SET Druk op Stop/Exit.
Nummers opslaan om snel te kiezen U kunt de machine op verschillende manieren laten snelkiezen: met directkiesnummers, met snelkiesnummers en met groepen voor het groepsverzenden van faxberichten. (Zie Groepsverzenden, pagina 40.) De nummers die in het geheugen zijn opgeslagen raken niet verloren als de stroom uitvalt. Directkiesnummers opslaan Directkiestoetsen zijn niet de normale kiestoetsen. Dit zijn de vier rijen toetsen links op het bedieningspaneel (nummer 1-32).
Directkiesnummers en snelkiesnummers wijzigen Als u probeert een directkiesnummer of een snelkiesnummer op te slaan op een locatie waar reeds een nummer staat, verschijnt de naam van het huidig opgeslagen nummer op het LCD-scherm en wordt u gevraagd of u deze wilt wijzigen of de handeling wilt afsluiten. 1 Druk op Menu, 2, 3, 1 en druk vervolgens op de directkiestoets waaronder het te wijzigen nummer is opgeslagen.
2 Een fax verzenden Het scannen afstellen Contrast Als uw document erg licht of donker is, wilt u het contrast wellicht aanpassen. Gebruik LICHT voor het verzenden van een erg licht document. Gebruik DONKER voor een erg donker document. Dit is een tijdelijke instelling die alleen voor het huidige document geldt. Plaats het document met de bedrukte zijde naar beneden in de automatische documenteninvoer. 6 Voer een faxnummer in en druk op Fax Start. Druk op Menu, 2, 2, 1.
Een nummer kiezen Directkiezen 1 2 3 Plaats het document met de bedrukte zijde naar beneden in de automatische documenteninvoer. Druk op de directkiestoets waaronder het te kiezen nummer is opgeslagen. Druk op Fax Start. Als u een snelkies- of directkiestoets gebruikt waaraan nog geen nummer is toegewezen, hoort u een waarschuwingstoon en verschijnt op het LCD-scherm de melding NIET OPGESLAGEN. Deze melding verdwijnt na 2 seconden.
Faxnummers automatisch of met de hand opnieuw kiezen Faxnummers automatisch opnieuw kiezen: Als u een fax automatisch wilt verzenden en het nummer in gesprek is, zal de machine het nummer met tussenpozen van vijf minuten automatisch maximaal drie keer opnieuw proberen. Faxnummers met de hand opnieuw kiezen: Plaats het document dat opnieuw moet worden verzonden en druk op Redial/Pause en vervolgens op Fax Start om laatst gekozen nummer opnieuw te kiezen.
Tweevoudige werking U kunt tot 50 berichten in het faxgeheugen scannen, zelfs terwijl de machine een andere fax ontvangt of vanuit het geheugen verzendt. Voor elke fax die u scant kunt u de instellingen tijdelijk wijzigen, behalve de instellingen voor de Tijdklok en voor het Pollen. Als u tijdens het scannen van de eerste pagina van een fax de melding GEHEUGEN VOL ziet, dient u op Stop/Exit te drukken om de scan te stoppen.
3 Faxen ontvangen Ontvangststand: instellingen De ontvangststand selecteren Ontvangststand ( Wanneer moet u deze stand gebruiken betekent lampje uit. 1. ALLEEN FAX 2. FAX/TEL (F/T) (met een extern toestel) 3. ANT:ANTWOORDAPP. (met een extern antwoordapparaat) betekent lampje aan.) Gebruik deze functie als u alleen faxberichten wilt ontvangen (geen telefoontjes). De machine moet op een aparte lijn zijn TAD aangesloten.
Faxberichten handmatig ontvangen (Handmatige stand) Als u de handmatige ontvangststand selecteert (de lampjes Fax en F/T branden niet), dient u elk telefoontje op het externe toestel aan te nemen. U kunt deze stand selecteren door op de toets Mode te drukken. In de handmatige stand reageert u als volgt: Bij een... Moet u.... 1. Normaal telefoontje Op normale wijze telefoneren. 2.
Fax Waarnemen (met een extern of tweede toestel) 1 2 3 Druk op Menu, 2, 1, 3. Gebruik of om AAN of UIT te selecteren, en druk vervolgens op Set. Druk op Stop/Exit.
Faxen ontvangen Een verkleinde afdruk van een inkomend document maken (Automatische verkleining) Als u AAN selecteert, zal de machine het verkleiningspercentage zelf bepalen, zodat de fax op een vel A4-papier past, ongeacht de grootte van het inkomende document. Als u de onderste papierbak gebruikt, kunt u de automatische verkleining voor elke papiercassette activeren. De onderste papierbak is los verkrijgbaar. 1 Druk op Menu 2, 1, 5. Op het scherm verschijnt het volgende: 2 3 4 Gebruik of 5.
Ontvangen in het geheugen 1 2 Druk op Menu, 2, 1, 6. 3 Druk op Stop/Exit. Gebruik of om AAN (of UIT) te selecteren, en druk op Set zodra de gewenste optie op het LCD-scherm staat. Een fax uit het geheugen afdrukken Als de optie Fax Opslaan is geactiveerd, zodat u uw faxberichten vanaf een andere locatie kunt opvragen, kunnen de faxberichten die in het geheugen zijn opgeslagen toch nog op deze faxmachine worden afgedrukt. U moet dan echter wel bij de machine staan.
4 Gebruik als telefoon Telefoongesprekken voeren via een externe telefoon Als u een extern telefoontoestel aansluit op uw faxmachine, kunt u normale telefoongesprekken voeren vanaf de faxmachine. Nummers kunnen met de hand worden gekozen, met de directkiestoetsen of met de snelkiestoetsen. U kunt ook combinatienummers of de pauzefunctie gebruiken. (Zie Combinatienummers, pagina 24 en Pauze, pagina 25.) Met de hand kiezen Om een nummer met de hand te kiezen, toetst u gewoon het telefoonnummer in.
Directkiezen 1 2 Neem de hoorn van de externe telefoon op. 3 Als u wilt ophangen legt u de hoorn weer neer. Wacht totdat u de kiestoon hoort en druk vervolgens op de directkiestoets waaronder het te kiezen nummer is opgeslagen. Als u directkiestoetsen 17-32 wilt gebruiken, moet u de toets Shift ingedrukt houden en op de directkiestoets in kwestie drukken.
Toon/Puls (alleen voor Nederland) Als u uw faxmachine hebt ingesteld op het kiezen m.b.v. pulsen maar u toonsignalen moet uitzenden (bijv. voor telefonisch bankieren), volgt u onderstaande procedure. Als u de normale toetswerking gebruikt, worden er altijd toonsignalen uitgezonden en kunt u deze instructies negeren. 1 2 3 Neem de hoorn van het externe toestel van de haak en kies het nummer. Druk op het bedieningspaneel van de machine op # als u wordt gevraagd een nummer in te voeren.
5 Rapporten afdrukken Het verzendrapport en het journaal instellen Het verzendrapport aanpassen Het verzendrapport bewijst dat een faxbericht verzonden is. In dit rapport staan de naam en het nummer van de ontvangende partij, de datum en de tijd waarop het faxbericht was verzonden, en of de transmissie foutloos is verlopen. Als deze functie UIT staat, wordt het rapport alleen automatisch afgedrukt als er een fout is opgetreden tijdens de transmissie.
De toets Reports Er zijn zes rapporten beschikbaar. 1.HELP Een lijst van de belangrijkste handelingen en functies. 2.KIESLIJST Een lijst van namen en nummers die zijn opgeslagen in het geheugen voor directkiesnummers en snelkiesnummers. De nummers staan in numerieke volgorde in de lijst. 3.JOURNAAL In deze lijst staat informatie over de laatste 200 ontvangen en verzonden faxen. TX betekent verzonden; RX betekent ontvangen. 4.VERZENDRAPPORT Drukt een verzendrapport af van de laatste transmissie. 5.
6 Geavanceerd verzenden Geavanceerd gebruik Automatisch voorblad 3.BELANGRIJK KIES,DRUK SET 4.VERTROUWELIJK KIES,DRUK SET Voorblad uitsluitend voor het volgende faxbericht De stations-ID moet zijn ingesteld. (Zie De stations-ID instellen, pagina 16.) Deze functie werkt uitsluitend als de stations-ID is ingesteld. U kunt uw faxmachine zo instellen, dat alleen met een bepaald document een voorblad wordt verzonden.
Altijd een voorblad verzenden De stations-ID moet zijn ingesteld. (Zie De stations-ID instellen, pagina 16.) Deze functie werkt uitsluitend als de stations-ID is ingesteld. U kunt uw faxmachine zo instellen, dat met elk document een voorblad wordt verzonden. Op een dergelijk voorblad wordt niet vermeld uit hoeveel pagina’s uw faxbericht bestaat. 1 2 3 4 Druk op Menu, 2, 2, 7. Druk op of om VOORBLAD:AAN of UIT te selecteren. Druk op Set.
Internationaal Soms kunnen er problemen optreden bij het verzenden van faxberichten naar het buitenland. Deze functie levert een oplossing voor dit probleem. De functie wordt automatisch afgesloten nadat het faxbericht is verzonden. 1 2 3 Plaats het document met de bedrukte zijde naar beneden in de automatische documenteninvoer. Druk op Menu, 2, 2, 9. Druk op of om AAN of UIT te selecteren, en druk op Set zodra de gewenste optie op het LCD-scherm staat.
Groepsverzenden Een groepsverzending is het automatisch verzenden van één faxbericht naar meerdere faxnummers. Met gebruik van de toets Broadcast kan een faxbericht worden gestuurd aan maximaal 32 directkiesnummers, 200 snelkiesnummers, en 50 handmatig ingevoerde nummers (dus maximaal 282 locaties mits er geen locaties zijn gebruikt voor Groepsnummer, toegangscodes of creditcardnummers).
Nummergroepen voor het groepsverzenden instellen Met nummergroepen kunt u een en hetzelfde faxbericht naar een groot aantal nummers sturen met één druk op een directkiestoets. (Dit noemen we groepsverzenden.) Eerst moet elk faxnummer als een directkiesnummer of snelkiesnummer worden opgeslagen. (Zie Directkiesnummers opslaan, pagina 21. Zie ook Snelkiesnummers opslaan, pagina 21.) Daarna combineert u deze nummers in groepen. Elke nummergroep gebruikt een directkiestoets.
Een opdracht annuleren terwijl het document wordt gescand Als u een taak die in het geheugen wordt gescand wilt annuleren, drukt u op Stop/Exit. Druk nogmaals op Stop/Exit om het document uit de machine uit te voeren. Een taak in de wachtrij controleren en annuleren Taken die u in de wachtlijst hebt geplaatst, kunnen desgewenst gecontroleerd of geannuleerd worden. Als de machine inactief is: 1 Druk op Menu, 2, 6. Op het LCD-scherm verschijnen alle taken die in de wachtlijst staan.
Beveiligd Geheugen gebruiken Voor het activeren (AAN) en uitschakelen (UIT) van Beveiligd Geheugen is een wachtwoord nodig. Het wachtwoord voor Beveiligd Geheugen voor de eerste keer instellen 1 2 3 Druk op Menu, 2, 0, 1. 4 5 6 Voer het wachtwoord opnieuw in en druk op Set. Voer een wachtwoord van vier cijfers in. Druk op Set. U wordt gevraagd het wachtwoord in te voeren. Druk op of NIEUW W.W.:XXXX ENTER & DRUK SET NOGMAALS:XXXX ENTER & DRUK SET om INSTEL BEVEILIG te selecteren. Druk op Set.
Beveiligd Geheugen activeren 1 2 3 Druk op Menu, 2, 0, 1. Druk op of om INSTEL BEVEILIG te selecteren. Druk op Set. U wordt gevraagd het wachtwoord in te voeren. WACHTWOORD:XXXX ENTER & DRUK SET Voer het viercijferige wachtwoord in en druk vervolgens op Set. Dit is hetzelfde als het wachtwoord dat reeds in de machine is opgeslagen. Op het LCD-scherm verschijnt twee seconden lang de melding GEACCEPTEERD, gevolgd door BEVEILIGING MODE. De geheugenbeveiliging is nu geactiveerd.
7 Geavanceerd ontvangen Werken met een extern of een tweede toestel Als u per ongeluk de hoorn van een tweede toestel opneemt terwijl er een faxbericht binnenkomt, wordt de transmissie onderbroken of zullen sommige delen onleesbaar zijn. 5 1—Vanaf een extern of een tweede toestel, 5 1 zet de machine in de ontvangststand. # 5 1—Vanaf een tweede toestel, # 5 1 kan de ontvangst op de machine onderbreken. Dit komt bijvoorbeeld van pas in de F/T-stand en als de functie Fax Waarnemen is geactiveerd.
Uitsluitend voor de stand Fax/Telefoon Als de faxmachine in de stand Fax/Tel staat, wordt de dubbele bel* gebruikt om aan te geven dat het een normaal telefoontje betreft. Als u bij de machine bent, neemt u de hoorn van de externe telefoon van de haak en drukt u op Tel om de telefoon aan te nemen. Als u zich bij een tweede toestel bevindt, moet u de hoorn tijdens het overgaan van de dubbele bel opnemen en tussen twee dubbele belsignalen in op # 5 1 drukken.
8 Pollen Pollen is het opvragen van faxberichten van een andere faxmachine. U kunt uw faxmachine gebruiken om andere machines te pollen, of u kunt de andere partij vragen uw faxmachine te pollen. Allereerst moeten beide partijen hun faxmachines zo instellen, dat er gepolld kan worden. De partij die uw faxmachine belt om documenten op te vragen, betaalt voor het telefoontje. Als u de faxmachine van derden belt om daar documenten op te vragen, betaalt u het telefoontje. (Zie Verzend Pollen, pagina 49.
Uitgesteld Ontvang Pollen instellen U kunt uw machine zo instellen, dat zij op een later tijdstip gaat pollen. 1 2 3 4 Druk op Menu, 2, 1, 8. 5 6 Druk op Set. U wordt gevraagd het faxnummer dat u wilt pollen in te voeren. Druk op of om TIJDKLOK te selecteren en druk op Set. U wordt gevraagd in te voeren om hoe laat de polling moet worden uitgevoerd. Voer in 24-uurs formaat in op welk tijdstip u het pollen wilt starten.
Verzend Pollen Verzend Pollen betekent dat uw faxmachine met een document in de invoer wacht totdat ze door een ander faxapparaat wordt gebeld om dit document op te vragen. Verzend Pollen instellen (Standaard) 1 2 3 Plaats het document met de bedrukte zijde naar beneden in de automatische documenteninvoer. 4 Druk op 1 om DOC te selecteren als u wilt dat de machine het gedrukte document pas scant op het moment dat ze wordt gepolld,—of—druk op 2 om GEHEUGEN te selecteren.
9 Opties voor afstandsbediening Fax Opslaan instellen Zet deze functie AAN als u wilt dat inkomende faxberichten in het geheugen worden opgeslagen. U kunt dan functies als Fax Doorzenden en Op Afstand Opvragen gebruiken. 1 2 Druk op Menu, 2, 5, 2. 3 Druk op Stop/Exit. Druk op of om AAN of UIT te selecteren, en druk op Set zodra de gewenste optie op het LCD-scherm staat.
3 4 Voer het nummer in (maximaal 20 tekens), en druk op Set. Druk op Stop/Exit. U kunt uw machine ook vanaf een externe locatie bellen om deze functie te activeren, of om het nummer te wijzigen waarnaar faxen worden doorgestuurd. (Zie Het nummer wijzigen waarnaar faxberichten worden doorgestuurd, pagina 53.) De code voor toegang op afstand wijzigen Zodra de faxmachine opneemt, voert u uw code voor toegang op afstand in. U kunt uw machine dan op afstand bedienen.
Opdrachten voor afstandsbediening U kunt uw faxmachine bedienen met behulp van onderstaande opdrachten voor afstandsbediening. Wanneer u uw faxmachine opbelt en de code voor toegang op afstand (1 5 9 ) invoert, hoort u twee korte piepjes om aan te geven dat u een opdracht moet invoeren. De instellingen voor Fax Doorzenden wijzigen Druk op 9 5 Druk op een van de volgende nummers op 1—om Fax Doorzenden uit te zetten op 2—om Fax Doorzenden aan te zetten Een nummer voor Fax Doorzenden programmeren—Druk op 4.
Faxberichten opvragen 1 2 Kies het nummer van uw faxmachine. 3 4 Zodra u twee korte piepjes hoort, toetst u met de kiestoetsen 9 6 2 in. Voer na het piepje onmiddellijk uw code voor toegang op afstand in (de fabrieksinstelling is 1 5 9 ). Toets met de kiestoetsen het nummer in van de externe faxmachine waarop de faxberichten moeten worden afgedrukt (maximaal 20 tekens) en druk op # #. U kunt en # niet als kiesnummers gebruiken, maar u kunt # wel gebruiken om een pauze in een nummer in te lassen.
10 Kopiëren Basisbewerkingen De machine als een copier gebruiken U kunt uw machine als een fotokopieermachine gebruiken en maximaal 99 kopieën van een document maken. Tijdens het kopiëren NIET aan het papier trekken. Als u wilt annuleren, drukt u op Stop/Exit. Druk nogmaals op Stop/Exit om het origineel uit te werpen. De machine begint op ongeveer 4 mm van de rand van het papier te scannen.
De melding Geheugen vol Als tijdens het scannen van de eerste pagina wordt gemeld dat het GEHEUGEN VOL is, drukt u op Stop/Exit om de handeling te annuleren en slechts een kopie te maken. Als het GEHEUGEN VOL raakt tijdens het scannen van een van de volgende pagina’s van het document, kunt u op Copy drukken om de reeds gescande pagina’s te kopiëren,—of—drukt u op Stop/Exit om de handeling te annuleren. Voordat u verdergaat, moet u geheugen vrijmaken.
Vergrote of verkleinde kopieën maken 1 2 3 4 Plaats het document met de bedrukte zijde naar beneden in de automatische documenteninvoer. 5 6 Druk op Set. Voer met de kiestoetsen in hoeveel kopieën u wilt maken (maximaal 99). Druk op Enlarge/Reduce. Druk op of om 50%, 71%, 100%, 141%, 150% of 200% te selecteren. —of— U kunt op of drukken om HANDM. te selecteren, waarna u met de kiestoetsen een vergrotings- of verkleiningspercentage invoert tussen 50% en 200%.
De toets Copy Mode gebruiken U kunt selecteren met welke resolutie uw origineel gekopieerd wordt (TEKST, AUTO, of FOTO). Selecteer de resolutie die past bij het origineel dat u kopieert. 1 2 3 Plaats het document met de bedrukte zijde naar beneden in de automatische documenteninvoer. 4 5 Druk op Voer met de kiestoetsen in hoeveel kopieën u wilt maken (maximaal 99). Druk op Copy Mode. TEKST (uitsluitend tekst) AUTO (lijntekeningen, grafisch werk, of een combinatie daarvan, incl.
Speciale kopieeropties U kunt papier besparen door twee of vier pagina’s op één vel te kopiëren. 1 2 3 4 5 Plaats het document met de bedrukte zijde naar beneden in de automatische documenteninvoer. Voer met de kiestoetsen in hoeveel kopieën u wilt maken (maximaal 99). Druk op Options en Druk op of of om SPECIALE OPTIE te selecteren, en druk op Set. om 2 IN 1 of 4 IN 1 of UIT te selecteren, en druk op Set. Druk op Copy—of—druk op of als u verder nog instellingen wilt maken.
Papiersoort Voor het kopiëren kunnen de volgende papiersoorten worden gebruikt. Voor de beste resultaten moet u dezelfde soort selecteren als het papier dat u gebruikt. (zie Geschikt papier, pagina 94.
Kopieerstand (soort origineel) U kunt selecteren met welke resolutie het origineel gekopieerd moet worden. De standaardinstelling is AUTO, die geschikt is voor originelen met zowel tekst als foto’s. TEKST wordt gebruikt voor originelen met alleen tekst. FOTO wordt gebruikt voor het kopiëren van foto’s. 1 2 3 Druk op Menu, 3, 1. Druk op of om te selecteren wat voor document u gaat kopiëren (AUTO, TEKST of FOTO), en druk vervolgens op Set.
Papier plaatsen Plaats een vel papier met de te bedrukken zijde naar boven in de handinvoer. 1 Plaats het papier in het midden van de sleuf voor handinvoer, zo ver dat de voorste rand van het papier de papierrollen raakt. 2 Stel de papiergeleider van de handinvoer in op de breedte van het gebruikte papier. Opening voor handinvoer Kopiëren op dikker papier en karton 1 Til de achterklep van de machine op. 2 3 Stel de geleiders van de handinvoer in op de breedte van het gebruikte papier.
5 Als u klaar bent met kopiëren, moet u de achterklep van de machine sluiten. Teneinde te voorkomen dat transparanten vlekken als ze op de uitvoerlade worden opgestapeld, is het belangrijk dat u elk vel verwijdert onmiddellijk nadat het is uitgeworpen.
11 Problemen oplossen en Onderhoud Foutmeldingen Het kan gebeuren dat u problemen krijgt met uw faxmachine of met uw telefoonlijn. In dergelijke gevallen kan de machine het probleem doorgaans zelf identificeren en wordt een foutmelding getoond. Onderstaande lijst geeft in alfabetische volgorde een overzicht van de meest voorkomende foutmeldingen.
FOUTMELDING OORZAAK ACTIE MACHINE FOUT XX Uw machine heeft een mechanische Haal de stekker uit het stopcontact. storing ontwikkeld. Maak daarna een afspraak met uw Brother-dealer voor een servicebeurt. NIET OPGESLAGEN U hebt geprobeerd een directkiesnummer te gebruiken dat niet is opgeslagen. Stel de directkies- en de snelkiesnummers in. (Zie Directkiesnummers opslaan, pagina 21 en Snelkiesnummers opslaan, pagina 21.
Vastgelopen papier Volg de instructies die betrekking hebben op de plaats waar het originele document of het afgedrukte vel is vastgelopen en verwijder het papier. Document vastgelopen Het document is niet goed in de machine ingevoerd, of het papier is te lang. 1 Maak het bedieningspaneel open. 2 Trek het vel voorzichtig naar voren uit de machine. 3 Sluit het bedieningspaneel en druk op Stop/Exit.
Papier is vastgelopen in de multifunctionele papiercassette 1 2 Trek de papiercassette uit de machine. 3 Stel de papiergeleiders aan de rechter- en achterkant van de papiercassette af op het gebruikte papierformaat. 4 5 Druk de stapel omlaag, zodat deze plat in de papiercassette ligt. Verwijder gekreukte vellen. Plaats de papiercassette weer in de machine. Papier is vastgelopen in de buurt van de drum 1 2 Maak de voorkap open. 3 Trek het vastgelopen papier er voorzichtig uit.
Papier is vastgelopen in de fuser 1 2 Maak de achterklep open. 3 Sluit de achterklep. Trek het vastgelopen papier voorzichtig uit de machine. Als u het papier via de achterkant uit de machine moet trekken, kan de fuser met toner bevuild worden en kunnen de eerste paar pagina’s die u daarna afdrukt er vuil uitzien. Maak een paar kopieën totdat de pagina’s er normaal uitzien.
Problemen met de werking Als u denkt dat de machine niet goed functioneert, moet u eerst een paar kopieën maken. Als de kopie er goed uitziet, heeft het probleem waarschijnlijk niet met de machine te maken. Controleer onderstaande tabel en volg de instructies die worden gegeven.
PROBLEEM SUGGESTIE Problemen met het verzenden van faxberichten Slechte kwaliteit van faxberichten Verander de resolutie in FIJN of SUPERFIJN. (Zie Faxresolutie, pagina 23.) Maak een kopie om te controleren of de scanner van uw faxmachine misschien vuil is. Het verzendrapport drukt een Er is waarschijnlijk een tijdelijke storing of ruis op de lijn. Probeer fout af het faxbericht nogmaals te verzenden. Blijft het probleem zich voordoen, neem dan contact op met uw telecommunicatiebedrijf.
PROBLEEM Er lopen verticale strepen door kopieën SUGGESTIE Soms ontstaan er verticale strepen in uw kopieën. Dit kan worden veroorzaakt doordat de primaire coronadraad voor de printer in uw machine vuil is, of doordat uw scanner vuil is. Reinig beide. Problemen met de afdrukkwaliteit De afdrukken zijn te donker of te licht Stel de afdrukdichtheid beter in. (Zie De afdrukdichtheid instellen, pagina 30.
PROBLEEM Er wordt niets op de pagina afgedrukt SUGGESTIE Controleer of de tonercartridge misschien leeg is. Als hij leeg is, moet u een nieuwe tonercartridge plaatsen. (Zie De tonercartridge vervangen, pagina 78.) Witte pagina De afgedrukte pagina’s zijn op regelmatige afstand gevlekt Dit probleem verdwijnt soms vanzelf. Probeer een aantal pagina’s achter elkaar te kopiëren om dit probleem te verhelpen, vooral als de machine langere tijd niet gebruikt is.
De machine inpakken en vervoeren Als u de machine gaat vervoeren, moet u de machine in het oorspronkelijke verpakkingsmateriaal inpakken. Als u de machine niet goed inpakt, kan de garantie vervallen. 1 2 3 Ontkoppel het telefoonsnoer, haal het netsnoer uit het stopcontact en pak deze kabels in. Maak de voorkap open. Neem de drumkit uit de machine. Verwijder de drum (inclusief de tonercartridge). Laat de tonercartridge dus in de drum zitten.
6 Als de optionele papierbak is aangesloten, haalt u de modulaire kabel uit de modulaire ingang van de Brother-machine. 7 Til de machine voorzichtig op en verwijder de optionele papierbak; deze bak moet apart worden ingepakt in het oorspronkelijke verpakkingsmateriaal en in de doos waarin hij geleverd werd.
8 Verpak de faxmachine in de plastic zak en zet het geheel in het oorspronkelijke verpakkingsmateriaal in de doos waarin het geleverd werd. 9 Plaats de documentatie (handleiding en drukwerk), de documentenlade en de documentensteun, de drumkit en tonercartridge, het telefoonsnoer en het netsnoer in de doos, zoals hieronder afgebeeld. 10 Sluit de kartonnen doos en plak hem met plakband dicht.
Regelmatig onderhoud Door uw machine regelmatig te reinigen, blijft ze in optimale conditie. Wij raden u aan om telkens wanneer u de machine reinigt ook de drum te reinigen. Gebruik nooit verdunningsmiddelen, organische oplosmiddelen of water voor het reinigen van de machine. De scanner reinigen 1 Ontkoppel de telefoonkabel en trek vervolgens de stekker uit het stopcontact.
De printer reinigen • • • • 1 2 Gebruik geen schoonmaakalcohol om het bedieningspaneel te reinigen. Hierdoor kan het bedieningspaneel barsten. Gebruik geen schoonmaakalcohol om het scannervenster of de tonersensor te reinigen. Raak het scannervenster nooit met uw vingers aan. Ga voorzichtig met de drum om. Knoeit u toner op uw handen of uw kleren, veeg deze dan onmiddellijk af of was ze onmiddellijk in koud water. Maak de voorkap open. Neem de drumkit uit de machine.
De drum reinigen Pas op dat er geen toner geknoeid wordt; leg de drum bij voorkeur op een stuk papier of op een doek. 1 Reinig de primaire coronadraad in de drum door het plaatje enkele malen heen en weer te schuiven. 2 Zet het plaatje weer in de beginstand (bij de markering ▼) voordat u de drum terugzet. Coronadraad Plaatje Beginstand ( ) Vergeet niet om het plaatje weer in de beginstand te zetten, daar er anders verticale strepen op de afgedrukte pagina’s komen te staan.
De tonercartridge vervangen De faxmachine kan met één tonercartridge met hoge capaciteit (TN-6600) maximaal 6,000 A4vellen bedrukken. Wanneer de toner bijna op is, verschijnt op het LCD-scherm de melding “VERVANG TONER”. De machine wordt geleverd met een normale tonercartridge (TN-6300) die na ongeveer 3,000 pagina’s vervangen moet worden. Hoeveel pagina’s u daadwerkelijk kunt afdrukken, is afhankelijk van het type document dat u doorgaans afdrukt.
1 Maak de voorkap open en trek de drum uit de machine. Zorg dat er geen toner geknoeid wordt door de drum op een stuk papier of op een doek te plaatsen. 2 Duw de sluithendel aan de rechterkant naar beneden en trek de tonercartridge uit de drumkit. Sluithendel Wees uiterst voorzichtig met de tonercartridge. Knoeit u toner op uw handen of uw kleren, veeg deze dan onmiddellijk af of was ze onmiddellijk in koud water.
4 Schud de tonercartridge vijf of zes keer voorzichtig heen en weer. Tonercartridge 5 Verwijder de bescherming. 6 Installeer de nieuwe tonercartridge in de drumkit; de cassette schiet met een klik op zijn plaats.
7 Reinig de primaire coronadraad in de drumkit door het blauwe plaatje voorzichtig een aantal malen heen en weer te schuiven. Vergeet niet om dit plaatje weer in de beginstand te zetten voordat u de drumkit installeert. Coronadraad Plaatje Beginstand ( 8 ) Installeer de drumkit weer in de machine en sluit de voorkap.
Overwegingen m.b.t. de gebruiksduur van de drumkit van uw Brother-faxmachine Voor het afdrukken van documenten gebruikt uw Brother-faxmachine een drum met een tonercartridge. Hoe lang de toner meegaat, is afhankelijk van de zwarting van de pagina’s. De drumkit kan ongeveer 20,000 pagina’s A4-papier afdrukken.
Deze cijfers zijn slechts een benadering en het aantal pagina’s dat uw drum werkelijk zal afdrukken, kan beduidend lager liggen. Wij hebben geen invloed op de vele factoren die de levensduur van een drum bepalen en kunnen derhalve geen minimum aantal pagina’s garanderen dat door uw drum zal worden afgedrukt. Voor de beste prestaties raden wij u aan om alleen originele toner van Brother te gebruiken. Dit product dient in een schone, stofvrije omgeving met voldoende ventilatie gebruikt te worden.
3 Houd de sluithendel met uw rechterhand ingedrukt en trek de tonercartridge uit de drumkit. (Zie De tonercartridge vervangen, pagina 78.) Sluithendel Gooi een gebruikte drum weg volgens de plaatselijk geldende voorschriften. Pak de drum goed in, zodat er geen toner geknoeid kan worden. Gooi de drum nooit met het normale huisvuil weg. 4 Pak een nieuwe drum pas uit wanneer u hem in de machine gaat installeren.
12 Belangrijke veiligheidsinstructies Belangrijke veiligheidsinstructies 1 2 3 4 Lees alle instructies aandachtig door. 5 6 Zet het apparaat niet op een onstabiel oppervlak. 7 Dit apparaat moet worden aangesloten op een spanningsbron zoals op het etiket staat aangegeven. Als u niet zeker weet welke soort stroom geleverd wordt, raadpleeg dan uw dealer of het plaatselijke elektriciteitsbedrijf. 8 Dit apparaat is voorzien van een 3-draads geaard snoer en een geaarde stekker.
15 In de volgende omstandigheden moet u de stekker van het apparaat uit het stopcontact halen en de hulp inroepen van een erkend servicemonteur: ◆ Wanneer het netsnoer of de stekker is gerafeld of beschadigd. ◆ Wanneer er vloeistof over het apparaat is geknoeid. ◆ Wanneer het apparaat in de regen of in water heeft gestaan. ◆ Wanneer het apparaat niet normaal werkt en de gebruiksaanwijzing is gevolgd.
Let op Indien u andere knoppen gebruikt of afstellingen of procedures uitvoert die niet in deze handleiding worden beschreven, kan dit resulteren in blootstelling aan gevaarlijke straling. Onderstaand waarschuwingslabel is in de buurt van de scanner bevestigd. CAUTION ADVARSEL VARNING VARO! INVISIBLE LASER RADIATION WHEN OPEN AND INTERLOCK DEFEATED. AVOID DIRECT EXPOSURE TO BEAM. CLASS 3B LASER PRODUCT.
13 Optionele accessoires Geheugenkaart Wanneer u extra geheugen plaatst, verhoogt u het prestatievermogen van de fax en de copier. De los verkrijgbare geheugenkaart stelt u in staat om meer faxpagina’s op te slaan of meer pagina’s te kopiëren met de sorteerfunctie enz.
2 Koppel het telefoonsnoer los en haal het netsnoer van de machine uit het stopcontact. • • 3 Haal het netsnoer uit het stopcontact alvorens de geheugenkaart te installeren (of te verwijderen). Als u een los verkrijgbare geheugenkaart installeert of verwijdert, worden alle ontvangen faxberichten, de berichten die nog verzonden moeten worden, en de gegevens voor het verzendrapport die in het geheugen van de machine waren opgeslagen, gewist (omdat de connector van de reservebatterij wordt verwijderd).
5 Koppel de stekker van de reservebatterij los. 6 Steek de DIMM-modules in de daarvoor bestemde sleuf op de hoofdbesturingskaart.
7 8 9 • Houd de geheugenkaart aan de randen vast. Raak het oppervlak van de kaart niet aan. • Controleer dat de geheugenkaart goed op de hoofdbesturingskaart vastzit. Sluit de stekker van de reservebatterij weer aan. Zet de afdekplaat en de achterklep weer met hun schroefjes vast. Steek de stekker van het netsnoer in het stopcontact en sluit het telefoonsnoer aan. Los verkrijgbare papiercassette U kunt de optionele papierlade (LT400) kopen en deze als een extra papierbron gebruiken.
14 Specificaties Compatibiliteit ITU-T Groep 3 Coderingssysteem MH/MR/MMR/JBIG Snelheid van modem 33600 - 2400 bps; Automatische terugval Breedte gebruikte documenten 148 mm tot 216 mm Lengte gebruikte documenten 100 mm tot 360 mm Breedte scannen 207 mm Breedte afdrukken 208 mm Automatische documenteninvoer Max.
Elektrofotografisch via halfgeleidende laserscanning Resolutie 600 dots per inch Afdrukkwaliteit Normale afdrukstand Tonerbespaarstand Verbruiksartikelen Tonercartridge: Levensduur: max. 6,000 pagina’s/tonercartridge met grote capaciteit (TN- 6600) max. 3,000 pagina’s/tonercartridge met normale capaciteit (TN- 6300) (bij gebruik van A4-papier bij 5% bladvulling) BIJLAGE Printermethode Levensduur van de toner is afhankelijk van het type van de gemiddelde afdrukopdracht.
Geschikt papier Soort papier Papiersoort Multifunctionele Losse vellen en papiercassette 1 & 2: transparanten Voor fax ontvangen - A4 (Losse vellen) ; voor kopiëren - A4, Executive, B5 (ISO), B6 (ISO), A5, A6 (alleen voor lade 1) Sleuf voor handinvoer: Losse vellen A4, Letter, Legal, Executive, B5 (ISO), B6 (ISO), A5, A6, afwijkend formaat 70-216 x 116-356 mm (2.75-8.5 x 4.57-14 inch) Enveloppen DL, C5, COM-10, Monarch Briefkaart 70-216 x 116-356 mm (2.75-8.5 x 4.
Samenstelling en publicatie Handelsmerken Brother is een gedeponeerd handelsmerk van Brother Industries, Ltd. Het Brother-logo is een gedeponeerd handelsmerk van Brother Industries, Ltd. NT is een handelsmerk van Northern Telecom Limited. Alle andere merken en productnamen in deze handleiding zijn gedeponeerde handelsmerken van de desbetreffende bedrijven. Specificaties 95 BIJLAGE Deze handleiding is samengesteld en gepubliceerd onder supervisie van Brother Industries, Ltd.
Tekst invoeren Bij het instellen van bepaalde functies, zoals de stations-ID, moet tekst worden ingevoerd. Boven de meeste kiestoetsen staan drie of vier letters. Boven de “0”, “#” en “ ” staat niets omdat deze toetsen een speciale functie hebben. U kiest een letter door het cijfer met de benodigde letter erboven het juiste aantal malen in te drukken.
Omtrent faxmachines Faxtonen en aansluitbevestiging Wanneer iemand u een fax stuurt, zendt hun faxmachine faxtonen naar uw apparaat (de zgn. CNGtonen). Dit zijn zachte, onderbroken piepjes die met een tussenpoos van 4 seconden worden uitgezonden. U hoort deze tonen als u na het kiezen op Fax Start drukt. Ze houden tot ongeveer 60 seconden na het kiezen aan. Tijdens deze 60 seconden begint de verzendende machine de aansluitbevestiging met het ontvangende apparaat.
Verklarende woordenlijst Activeren op afstand Als u op een tweede toestel een telefoontje aanneemt en het een inkomend faxbericht blijkt te zijn, kunt u dit doorverbinden naar uw faxmachine. Automatisch een fax verzenden Een fax verzenden zonder de hoorn van het externe toestel op te nemen. Automatisch opnieuw kiezen Een functie waarmee de machine het laatste faxnummer opnieuw kan kiezen als de fax niet kon worden verzonden omdat de lijn bezet was of omdat er niet werd opgenomen.
Fax Doorzenden Met deze functie wordt een faxbericht doorgestuurd naar een vooraf geprogrammeerd nummer. FAX/TELEFOON In deze stand kunt u faxen en telefoontjes ontvangen. Gebruik de stand Fax/Tel niet als u een extern antwoordapparaat hebt aangesloten. (Alleen met een extern toestel.) Faxontvangsttonen De speciale tonen die een faxmachine tijdens automatische transmissies uitzendt om de faxmachine aan de andere kant van de lijn te laten weten dat het een faxtransmissie betreft.
Puls (alleen voor Nederland) Een methode die wordt gebruikt voor het kiezen van fax/telefoonnummers. Regelmaat van journaal Met deze functie kunt u aangeven hoe vaak het journaal automatisch wordt afgedrukt. U kunt het journaal zonder deze instelling op te heffen desgewenst ook op elk ander tijdstip afdrukken. Resolutie Het aantal horizontale en verticale lijnen per inch. Resterende opdrachten U kunt controleren welke opdrachten nog in het geheugen staan en deze opdrachten desgewenst afzonderlijk annuleren.
Verzendrapport Dit is een lijst met een overzicht van de laatste verzending. Hierin staan gegevens zoals datum, tijd, aantal pagina's, of de fax goed is overgekomen en eventueel voorzien van een gedeeltelijk beeld van de eerste pagina. Volume van waarschuwingstoon Het geluidssignaal dat u hoort telkens wanneer u een toets indrukt of een vergissing maakt, en aan het einde van faxtransmissies.
Index De items in hoofdletters zijn meldingen op het LCD-scherm. A Aansluiten (extern antwoordapparaat) .....5 Aansluiten (extern toestel) .......................7 Activeren op meerdere lijnen .................51 Afdrukdichtheid .....................................30 AFKOELEN ...........................................63 Afstandsbedieningsopdrachten ..............52 Annuleren (taak) ....................................42 Antwoordapparaat ....................................5 Automatisch verzenden ........
H O Onderhoud ..............................................63 Help ................................................. IV, 36 Onderste papierbak .................................20 Ontvangst in geheugen ...........................31 I Internationale gesprekken ..................... 39 Ontvangststand .......................................27 OPEN DEKSEL .....................................64 Opmerking op het voorblad ...................38 J Opslaan (telefoonnummer) .....................21 JOURNAAL ..
S Slaapstand ..............................................19 Snelkiezen ........................................21, 24 Snelkiezen (wijzigen) .............................22 Spaties invoegen ....................................96 Speciale tekens .......................................96 Specificaties ...........................................92 Standaard (Resolutie) .............................23 Stations-ID .............................................16 Stroombespaarstand ...............................
BIJLAGE KAART VOOR AFSTANDSBEDIENING Stand voor beantwoorden wijzigen Druk op 9 8 Dan,voor TAD, drukt u op 1. F/T, drukt u op 2. Fax, drukt u op 3. Afstandsbediening afsluiten Druk op 9 0. De code voor toegang op afstand gebruiken 1 Kies op een toetstelefoon het nummer van uw machine. 2 Zodra u de toon van uw faxmachine hoort, toetst u uw code voor toegang op afstand in (159 ). 3 De machine geeft aan of er berichten zijn Code voor toegang op afstand wijzigen 1 Druk op Menu, 2, 5, 3.
Opdrachten voor afstandsbediening Een fax opvragen Instellingen voor Fax Doorzenden wijzigen Druk op 9 6 Dan, voor Alle faxberichten opvragen drukt u op 2. Voer het nummer van de externe faxmachine in en druk op # #. Wacht totdat u het piepje hoort, hang op en wacht op uw faxbericht(en). Alle faxberichten wissen drukt u op 3. Druk op 9 5 Dan, voor Deze functie uitschakelen drukt u op 1. Doorzenden activeren drukt u op 2. Nummer voor doorzenden invoeren drukt u op 4.
OPMERKING Dit apparaat bevat een Ni-MH batterij voor geheugen opslag. Raadpleeg uw leverancier over de verwijdering van de batterij op het moment dat u het apparaat bij einde levensduur afdankt. Gooi de batterij niet weg, maar lever hem in als Klein Chemisch Afval. Bij dit produkt zijn batterijen geleverd. Wanneer deze leeg zijn, moet u ze niet weggooien maar inleveren als KCA.
Deze machine is alleen goedgekeurd voor gebruik in het land waarin ze is gekocht. Plaatselijke Brother-kantoren of hun verdelers ondersteunen uitsluitend machines die in hun eigen land gekocht zijn.