Button Manager User’s Guide
Table Of Contents
- Button Manager V2 Gebruikershandleiding
- Inhoudsopgave
- Productoverzicht
- Installatie
- Beginnen met scannen
- Knoppenpaneel-configuratie
- Geavanceerde functies
- Problemen oplossen
- Index
8
Naam Bestemming/toepassing Voorgeprogrammeerde
scaninstellingen
FTP Selecteer deze knop als u een document
wilt scannen en de gescande afbeelding
wilt opslaan op een bestandsserver in het
netwerk, bijvoorbeeld FTP.
Kleur, 200 dpi, JPEG, Auto
bijsnijden
Button 7
Selecteer deze knop om de
scaninstellingen voor de knop op te geven
om een document te scannen en de
gescande afbeelding naar een bepaalde
bestemming te sturen. (Scaninstellingen
voor de knop moeten van te voren worden
opgegeven en de knopnaam kan worden
aangepast.)
Kleur, 200 dpi, JPEG, Auto
bijsnijden
Button 8
Selecteer deze knop om de
scaninstellingen voor de knop op te geven
om een document te scannen en de
gescande afbeelding naar een bepaalde
bestemming te sturen. (Scaninstellingen
voor de knop moeten van te voren worden
opgegeven en de knopnaam kan worden
aangepast.)
Kleur, 200 dpi, JPEG, Auto
bijsnijden
Button 9
Selecteer deze knop om de
scaninstellingen voor de knop op te geven
om een document te scannen en de
gescande afbeelding naar een bepaalde
bestemming te sturen. (Scaninstellingen
voor de knop moeten van te voren worden
opgegeven en de knopnaam kan worden
aangepast.)
Kleur, 200 dpi, JPEG, Auto
bijsnijden
OPMERKING
• Als u de standaardinstellingen van de scanner wilt gebruiken, dient u zo nodig instellingen op de
computer op te geven voordat u Button Manager V2 installeert. Zo is bijvoorbeeld toegang tot
het netwerk nodig voor de knop Gedeelde map, of een internetomgeving voor FTP.
• Zorg dat u toegang hebt tot een netwerkserver als u gescande afbeeldingen naar een
netwerkserver zoals FTP wilt sturen. Mogelijk dient u eerst een aanmeldingsnaam en een
wachtwoord op te geven.
• Microsoft .NET Framework: Microsoft .NET Framework 2.0 of hoger moet op uw computer zijn
geïnstalleerd om gescande afbeeldingen accuraat naar een netwerkserver te kunnen sturen. Klik
op Start > Configuratiescherm > Software om te controleren of de juiste versie daarvan is
geïnstalleerd. Er wordt een lijst met programma’s weergegeven; als u Microsoft .NET Framework
hebt geïnstalleerd, zal het programma samen met de geïnstalleerde versie worden weergegeven
in die lijst.










