UW NAAIMACHINE LEREN KENNEN Gecomputeriseerde naaimachine Bedieningshandleiding DE BASISPRINCIPES VAN HET NAAIEN NAAISTEKEN Productcode: 885-V60/V61/V62/V63/V64/V65 APPENDIX Ga naar http://solutions.brother.com voor productondersteuning en antwoorden op veelgestelde vragen (FAQs).
————— — —— — — —— — —— — ——————————————————— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— —————————————————————————————————————— ———————————————— BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES Lees deze veiligheidsinstructies voordat u probeert de machine te gebruiken.
—— — ——————————————————— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— ———————————————————————————————————————————————— ————————————————— — 4 Houd uw werkvlak altijd vrij: • Gebruik de machine nooit wanneer de luchtopeningen zijn geblokkeerd. Houd de ventilatieopeningen van de machine en het voetpedaal vrij van pluisjes, stof en losse stukken stof. • Plaats geen voorwerpen op het voetpedaal. • Gebruik geen verlengsnoer. Steek de netstekker direct in een wandstopcontact.
————— — —— — — —— — —— — ——————————————————— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— —————————————————————————————————————— ———————————————— 8 Voor reparatie of bijstellingen: • Als de verlichtingsunit (LED) beschadigd is, moet deze door een erkende dealer worden vervangen. • Indien de machine een defect vertoont of moet worden bijgesteld, kijk dan eerst in de probleemoplossing achter in deze bedieningshandleiding of u de reparatie of bijstelling zelf kunt uitvoeren.
—— — ——————————————————— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— ———————————————————————————————————————————————— ————————————————— — INHOUDSOPGAVE BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES ......................................................................... 1 1. UW NAAIMACHINE LEREN KENNEN ............................................................6 ACCESSOIRES .....................................................................................................................
————— — —— — — —— — —— — ——————————————————— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— —————————————————————————————————————— ———————————————— 3. NAAISTEKEN .................................................................................................45 OVERHANDSE STEKEN ..................................................................................................... 45 Werken met de zigzagvoet .................................................................................................
UW NAAIMACHINE LEREN KENNEN——— — —— — —— — — —— — —— — —— ————————————————————————————————————————————————————————————————— — 1 UW NAAIMACHINE LEREN KENNEN ACCESSOIRES Accessoires in het pakket Controleer na het openen van de doos of onderstaande accessoires aanwezig zijn. Neem contact op met uw dealer als een artikel ontbreekt of beschadigd is. Opmerking ● Voetpedaal: Model T Dit voetpedaal kunt u gebruiken op de machine met productcode 885-V60/V61/V62/V63/V64/V65.
————— — —— — — —— — —— — ——————————————————— — — —— — ————— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— —————————————————————————————————————————————————————— Optionele accessoires 1. 2. 3. 4. 5. 1 Nr. Onderdeel 1 Boventransportvoet 2 Quiltvoet 3 1/4 inch quiltvoet Onderdeelcode F033N F005N F001N Nr. Onderdeel 4 Quiltgeleider 5 Gaatjesponser Onderdeelcode F016N XZ5051-001 Opbergvak voor accessoires De accessoires zitten in een opbergvak in de accessoiretafel.
UW NAAIMACHINE LEREN KENNEN——— — —— — —— — — —— — —— — —— ————————————————————————————————————————————————————————————————— — MACHINEONDERDELEN EN HUN FUNCTIE De illustraties in deze bedieningshandleiding kunnen afwijken van de machine. De belangrijkste onderdelen a Spoelwinder (pagina 14) Hiermee windt u de onderdraad op de betreffende spoel. b Bovenspanningsknop (pagina 41) Hiermee regelt u de spanning van de bovendraad.
————— — —— — — —— — —— — ——————————————————— — — —— — ————— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— —————————————————————————————————————————————————————— Naald- en persvoetgedeelte e Persvoet De persvoet drukt gelijkmatig op de stof tijdens het naaien. Bevestig de persvoet die het geschiktst is voor de geselecteerde steek. f Ontgrendeling steekplaatdeksel Deze gebruikt u wanneer u de steekplaat verwijdert. 1 g Steekplaatdeksel Verwijder het steekplaatdeksel om de grijper te reinigen.
UW NAAIMACHINE LEREN KENNEN——— — —— — —— — — —— — —— — —— ————————————————————————————————————————————————————————————————— — Bedieningspaneel Met het bedieningspaneel op de voorkant van de naaimachine selecteert u een steek en geeft u op hoe de steek wordt genaaid. Klospen Druk zoals aangegeven met uw vinger de klospenhendel omlaag om de klospen omhoog te zetten. VOORZICHTIG ● Pak niet de staaf beet om de klospen omhoog te zetten. Dan kan de klospen verbuigen of breken.
————— — —— — — —— — —— — ——————————————————— — — —— — ————— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— —————————————————————————————————————————————————————— ■ De klospen opbergen Zet de klospen terug in de opbergstand, wanneer u het deksel op de machine plaatst voordat u deze opbergt, of wanneer u de klospen niet gebruikt. Neem de klos van de klospen, vouw de klospen op, zoals aangegeven in de illustratie, totdat deze stevig op zijn plaats klikt.
UW NAAIMACHINE LEREN KENNEN——— — —— — —— — — —— — —— — —— ————————————————————————————————————————————————————————————————— — WERKEN MET UW NAAIMACHINE Voorzorgsmaatregelen voor de stroom Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht in verband met de stroom. WAARSCHUWING ● Gebruik uitsluitend normale huishoudstroom voor deze machine. Door een andere stroomvoorziening te gebruiken kunt u brand, een elektrische schok of schade aan de machine veroorzaken.
————— — —— — — —— — —— — ——————————————————— — — —— — ————— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— —————————————————————————————————————————————————————— Voetpedaal Steek de stekker van het voetpedaal in de aansluiting aan de achterkant van de naaimachine. Schuifknop voor snelheidsregeling (voor modellen die zijn uitgerust met een start/stoptoets) Selecteer de gewenste naaisnelheid door de a schuifknop voor snelheid naar links of naar rechts te schuiven.
UW NAAIMACHINE LEREN KENNEN——— — —— — —— — — —— — —— — —— ————————————————————————————————————————————————————————————————— — DE MACHINE INRIJGEN Spoel opwinden In dit gedeelte wordt beschreven hoe u de draad op de spoel windt. • Voor meer bijzonderheden over de spoel snel opwinden, zie pagina 17. a Draadgeleider voor spoelopwinden b Spoelwinderas c Spoel VOORZICHTIG ● Gebruik alleen spoelen (onderdeelcode: SFB) die voor deze naaimachine zijn bedoeld.
————— — —— — — —— — —— — ——————————————————— — — —— — ————— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— —————————————————————————————————————————————————————— Plaats het klosje garen voor de spoel op de c klospen. Schuif de klos op de pen, zodat de klos horizontaal zit, en de draad van onderen naar de voorkant afwikkelt. Memo ● Wanneer u draait met fijne kruiswikkeldraad, gebruikt u de kleine kloskap. Laat een beetje ruimte tussen de kap en de klos. c 1 b a Schuif de kloskap op de klospen.
UW NAAIMACHINE LEREN KENNEN——— — —— — —— — — —— — —— — —— ————————————————————————————————————————————————————————————————— — Trek de draad naar rechts. Leid deze onder de g haak van de draadgeleider voor spoelopwinden. Wind de draad vervolgens tegen de klok in tussen de schrijven. Trek de draad daarbij zoveel mogelijk in. VOORZICHTIG ● Trek de draad strak en houd het uiteinde van de draad recht omhoog.
————— — —— — — —— — —— — ——————————————————— — — —— — ————— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— —————————————————————————————————————————————————————— Schuif de knop voor snelheidsregeling naar l rechts (hoge naaisnelheid). (Voor modellen die zijn uitgerust met een schuifknop voor snelheidsregeling.) VOORZICHTIG ● Wanneer u de spoel niet goed opwindt, kan de draadspanning te laag worden en kan de naald breken. a Schuifknop voor snelheidsregeling 1 (start/ met een start/stoptoets) om te starten.
UW NAAIMACHINE LEREN KENNEN——— — —— — —— — — —— — —— — —— ————————————————————————————————————————————————————————————————— — Trek de draad naar rechts en leid deze door e de gleuf in de spoelwinderbasis. Knip de draad af, schuif de spoelwinderas j naar links en neem de spoel van de as. a Gleuf in de spoelwinderbasis (met ingebouwd snijmechanisme) X De draad wordt afgesneden op een geschikte lengte.
————— — —— — — —— — —— — ——————————————————— — — —— — ————— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— —————————————————————————————————————————————————————— Zet de naald in zijn hoogste stand door het a handwiel naar u toe te draaien (tegen de klok in) Onderdraad inrijgen of druk op (naaldstandtoets) (voor modellen die zijn uitgerust met een naaldstandtoets) en zet de persvoethendel omhoog. Installeer de spoel met opgewonden draad. • Meer bijzonderheden over de snel verwisselbare spoel vindt u op pagina 20.
UW NAAIMACHINE LEREN KENNEN——— — —— — —— — — —— — —— — —— ————————————————————————————————————————————————————————————————— — e spoel omlaag met uw vinger en leid de draad Houd het uiteinde van de draad vast, duw de a handwiel naar u toe te draaien (tegen de klok in) Zet de naald in zijn hoogste stand door het door de gleuf, zoals aangegeven. • Als de draad niet goed in de spanningsveer van het spoelhuis is geplaatst, is de draadspanning mogelijk niet goed (pagina 41).
————— — —— — — —— — —— — ——————————————————— — — —— — ————— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— —————————————————————————————————————————————————————— Terwijl u de spoel met uw rechterhand e enigszins omlaag drukt, leidt u de draad door gleuf (a en b). Trek vervolgens de draad naar u toe om deze af te snijden met de draadafsnijder (c). • Controleer dan of de spoel gemakkelijk tegen de klok in draait. Plaats het spoelhuisdeksel terug.
UW NAAIMACHINE LEREN KENNEN——— — —— — —— — — —— — —— — —— ————————————————————————————————————————————————————————————————— — Bovendraad inrijgen Plaats de bovendraad en rijg de naald in. • Meer bijzonderheden over de naaldinrijger vindt u in pagina 25. a Klospen b Markering op het handwiel VOORZICHTIG ● Volg bij het inrijgen van de bovendraad zorgvuldig de instructies. Als de bovendraad niet goed is ingeregen, raakt deze draad mogelijk verward. Ook kan de naald verbuigen of breken.
————— — —— — — —— — —— — ——————————————————— — — —— — ————— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— —————————————————————————————————————————————————————— Druk zoals aangegeven met uw vinger de d klospenhendel omlaag. X De klospen zwaait omhoog. Plaats het klosje garen voor de bovendraad f volledig op de klospen. Schuif de klos op de pen, zodat de klos horizontaal zit, en de draad van onderen naar de voorkant afwikkelt. VOORZICHTIG ● Pak niet de staaf beet om de klospen omhoog te zetten.
UW NAAIMACHINE LEREN KENNEN——— — —— — —— — — —— — —— — —— ————————————————————————————————————————————————————————————————— — Voer de bovendraad door volgens de j aanwijzingen in onderstaande illustratie. Memo ● Wanneer u draait met fijne kruiswikkeldraad, gebruikt u de kleine kloskap. Laat een beetje ruimte tussen de kap en de klos. c b a a Kloskap (klein) b Klos (kruiswikkeldraad) c Ruimte Houd de klos vast met uw rechterhand en leid h de draad onder de draadgeleider.
————— — —— — — —— — —— — ——————————————————— — — —— — ————— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— —————————————————————————————————————————————————————— Leid de draad achter de draadgeleider aan de l naaldstang boven de naald. Houd hiertoe de draad in uw linkerhand en voer de draad door met uw rechterhand. ■ Werken met de naaldinrijger (voor modellen die zijn uitgerust met een naaldinrijger) VOORZICHTIG a Draadgeleider aan naaldstang m Zet de naaimachine uit.
UW NAAIMACHINE LEREN KENNEN——— — —— — —— — — —— — —— — —— ————————————————————————————————————————————————————————————————— — d Zet de naaldinrijghendel geheel omlaag. Trek de lus draad die u door het oog van de g naald hebt getrokken, naar de achterkant van de machine. a Lus draad X Het eind van de naaldinrijger roteert naar u toe en de haak gaat door het oog van de naald. Leid de draad in de haak zoals hieronder e aangegeven.
————— — —— — — —— — —— — ——————————————————— — — —— — ————— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— —————————————————————————————————————————————————————— Onderdraad omhooghalen Houd het uiteinde van de bovendraad losjes a vast. Trek ongeveer 10 cm (4 inch) van beide d draden uit en trek deze naar de achterkant 1 van de machine onder de persvoet. a Bovendraad a Bovendraad b Onderdraad Terwijl u het uiteinde van de bovendraad b vasthoudt, zet u de naald omhoog.
UW NAAIMACHINE LEREN KENNEN——— — —— — —— — — —— — —— — —— ————————————————————————————————————————————————————————————————— — NAALD VERVANGEN In dit gedeelte wordt informatie gegeven over naaimachinenaalden. Voorzorgsmaatregelen met naalden Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht bij het omgaan met naalden. Het is uiterst gevaarlijk om deze voorzorgsmaatregelen niet in acht te nemen. Lees en volg onderstaande aanwijzingen zorgvuldig.
————— — —— — — —— — —— — ——————————————————— — — —— — ————— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— —————————————————————————————————————————————————————— ■ Ballpointnaald ■ Onjuiste naald Gebruik de ballpointnaald wanneer u stretchstoffen naait, of stoffen waar gemakkelijk steken worden overgeslagen. Met de ballpointnaald krijgt u de beste resultaten wanneer u patronen naait met monogramvoet “N”. De fabriek raadt naald “HG-4BR” (Organ) aan.
UW NAAIMACHINE LEREN KENNEN——— — —— — —— — — —— — —— — —— ————————————————————————————————————————————————————————————————— — c Zet de persvoethendel omlaag. Breng de naald in met de vlakke kant naar e achteren, totdat de naald de naaldstopper raakt. a Persvoethendel VOORZICHTIG ● Alvorens de naald te verwisselen plaatst u stof of papier onder de persvoet om te voorkomen dat de naald in het gat in de steekplaat valt.
————— — —— — — —— — —— — ——————————————————— — — —— — ————— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— —————————————————————————————————————————————————————— Naaien met een tweelingnaald De machine is zo ontworpen dat u kunt naaien met deze naald en twee bovendraden. U kunt draden van dezelfde kleur of van verschillende kleuren gebruiken om decoratieve steken te naaien. Meer bijzonderheden over de steken die u kunt naaien met de tweelingnaald vindt u in “STEEKINSTELLINGEN” (pagina 73).
UW NAAIMACHINE LEREN KENNEN——— — —— — —— — — —— — —— — —— ————————————————————————————————————————————————————————————————— — Rijg de bovendraad voor de rechterkant op f dezelfde manier in als de bovendraad voor de linkerkant is ingeregen. Selecteer een steek. j • Meer bijzonderheden over het selecteren van steken vindt u in “Steken selecteren” (pagina 37). • Meer bijzonderheden over de steken die u kunt naaien met de tweelingnaald vindt u in “STEEKINSTELLINGEN” (pagina 73).
————— — —— — — —— — —— — ——————————————————— — — —— — ————— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— —————————————————————————————————————————————————————— DE PERSVOET VERVANGEN VOORZICHTIG 1 ● Zet de hoofdschakelaar altijd uit voordat u de persvoet verwisselt. Wanneer u de hoofdschakelaar aan laat en het voetpedaal intrapt, start de machine en kunt u letsel oplopen. ● Gebruik altijd de juiste persvoet voor het steekpatroon dat u hebt gekozen.
UW NAAIMACHINE LEREN KENNEN——— — —— — —— — — —— — —— — —— ————————————————————————————————————————————————————————————————— — Haal de persvoethendel langzaam omlaag, f zodat de persvoetpen in de bevestigingspen van de persvoethouder klikt. Persvoethouder verwijderen Verwijder de persvoethouder wanneer u de naaimachine schoonmaakt of wanneer u een persvoet installeert waarvoor de persvoethouder niet nodig is, bijvoorbeeld de persvoet voor het maken van quilts.
————— — —— — — —— — —— — ——————————————————— — — —— — ————— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— —————————————————————————————————————————————————————— Houd de persvoethouder op zijn plaats met b uw rechterhand en draai de schroef aan met de schijfvormige schroevendraaier in uw linkerhand. 1 a Schijfvormige schroevendraaier b Persvoethouder c Persvoethouderschroef Opmerking ● Als de persvoethouder niet juist is geïnstalleerd, is de draadspanning niet goed.
DE BASISPRINCIPES VAN HET NAAIEN — — —— — —— — — —— — —— — —— ————————————————————————————————————————————————————————————————— — 2 DE BASISPRINCIPES VAN HET NAAIEN NAAIEN Hieronder worden standaard naaiwerkzaamheden beschreven. Lees de volgende voorzorgsmaatregelen voordat u de naaimachine gebruikt. VOORZICHTIG ● Let goed op de plaats van de naald wanneer de machine in werking is.
————— — —— — — —— — —— — ——————————————————— — — —— — —— — ——— — —— — —— — —— — — —— — —— — —— —————————————————————————————————————————————————————— Installeer de persvoet die is aangegeven op c het LCD-scherm. Steken selecteren Selecteer de gewenste steek met de steekselectietoetsen. Wanneer u de naaimachine aanzet, is de rechte steek ( (linker naaldstand) geselecteerd. a Op welke plek het persvoettype precies wordt aangegeven, hangt af van het model.
DE BASISPRINCIPES VAN HET NAAIEN — — —— — —— — — —— — —— — —— ————————————————————————————————————————————————————————————————— — Druk op de “+” of de “–” van c (steekbreedtetoets) om de steek breder of Steeklengte en steekbreedte instellen ■ [Voorbeeld] Selectie van steek smaller te maken. . a selecteren. Druk op de steekselectietoetsen om steek 04 te Met aan de rechterkant selecteert u “4” en met aan de linkerkant selecteert u “0”.
————— — —— — — —— — —— — ——————————————————— — — —— — —— — ——— — —— — —— — —— — — —— — —— — —— —————————————————————————————————————————————————————— Houd het uiteinde van de draad en de stof in Beginnen met naaien d uw linkerhand, draai het handwiel naar u toe (tegen de klok in) met uw rechterhand om de naald omlaag te zetten naar het beginpunt van het naaiwerk. Zet de naald omhoog door het handwiel naar u a toe te draaien (tegen de klok in), zodat de markering op het wiel omhoog staat.
DE BASISPRINCIPES VAN HET NAAIEN — — —— — —— — — —— — —— — —— ————————————————————————————————————————————————————————————————— — Neem uw voet van het voetpedaal of druk (start/stoptoets) (als u de machine hebt gestart door op (start/ stoptoets) te drukken) (voor modellen die zijn uitgerust met een start/stoptoets). h eenmaal op X De machine stopt met naaien.
————— — —— — — —— — —— — ——————————————————— — — —— — —— — ——— — —— — —— — —— — — —— — —— — —— —————————————————————————————————————————————————————— Memo Draadspanning ● Wanneer u klaar bent met naaien, verwijdert u het spoelhuisdeksel en controleert u of de draad loopt zoals hieronder aangegeven. Is dat niet het geval, dan is de draad niet goed in de spanningsveer van het spoelhuis geplaatst. Plaats de draad op de juiste manier. Meer bijzonderheden vindt u in pagina 19, 20.
DE BASISPRINCIPES VAN HET NAAIEN — — —— — —— — — —— — —— — —— ————————————————————————————————————————————————————————————————— — NUTTIGE NAAITIPS Hieronder worden enkele manieren beschreven om betere resultaten te bereiken. Raadpleeg deze tips bij het naaien. Zet de persvoethendel weer omlaag en ga Proefnaaien Wanneer u een steek hebt geselecteerd, worden automatisch de steekbreedte en steeklengte voor die steek ingesteld.
————— — —— — — —— — —— — ——————————————————— — — —— — —— — ——— — —— — —— — —— — — —— — —— — —— —————————————————————————————————————————————————————— ■ Wanneer u dikke naden naait en de stof niet wordt ingevoerd aan het begin van het stiksel De stof wordt misschien niet doorgevoerd wanneer u dikke naden naait en de persvoet niet horizontaal staat, zoals hieronder aangegeven.
DE BASISPRINCIPES VAN HET NAAIEN — — —— — —— — — —— — —— — —— ————————————————————————————————————————————————————————————————— — Dunne stof naaien Wanneer u dunne stof naait, komen de steken mogelijk niet mooi op één lijn, of wordt de stof niet goed doorgevoerd. Plaats dan dun papier of steunstof onder de stof en naai deze samen met de stof. Wanneer u klaar bent met naaien, scheurt u het papier af.
————— — —— — — —— — —— — ——————————————————— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— —————————————————————————————————————— ———————————————— 3 NAAISTEKEN OVERHANDSE STEKEN Automatisch Handmatig Automatisch Handmatig **** Ja (J) *** * Ja Acht. Achteruit/ verstevigings steken Persvoet Toepassing 70 steken model 60 steken model 50 steken model 40 steken model 30 steken model 20 steken model Patroon Steek Steeklengte [mm (inch)] Boventransportvoet Steekbreedte [mm (inch)] Patroonnr.
NAAISTEKEN —————————— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— ————————————————————————————————————————————————————————————————— — Werken met de overhandse steekvoet a Bevestig overhandse steekvoet “G”. b Selecteer steek of . • Meer bijzonderheden vindt u in “Steken selecteren” (pagina 37). Plaats de rand van de stof tegen de geleider c van de persvoet en zet de persvoethendel omlaag.
————— — —— — — —— — —— — ——————————————————— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— —————————————————————————————————————— ———————————————— ELEMENTAIRE STEKEN J 00 00 00 00 00 Midden J 01 01 01 01 01 Drievoudige stretchsteek J 02 02 02 02 02 Recht Links *Acht.: Achteruit **Verst.: Versteviging Automatisch Handmatig Automatisch Handmatig Standaard naaiwerk, 00 plooien of gepaspelde naden naaien, enz.
NAAISTEKEN —————————— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— ————————————————————————————————————————————————————————————————— — BLINDZOOMSTEKEN NAAIEN Automatisch Handmatig Automatisch Handmatig Achteruit/ verstevigings steken Persvoet Toepassing 70 steken model 60 steken model 50 steken model 40 steken model 30 steken model 20 steken model Patroon Steek Steeklengte [mm (inch)] Boventransportvoet Steekbreedte [mm (inch)] Patroonnr.
————— — —— — — —— — —— — ——————————————————— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— —————————————————————————————————————— ———————————————— Markeer met krijt ongeveer 5 mm (3/16 inch) c van de rand van de stof en rijg deze. 5 3 Vouw de rand van de stof uit en plaats de stof e met de achterkant naar boven.
NAAISTEKEN —————————— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— ————————————————————————————————————————————————————————————————— — Pas de steekbreedte aan totdat de naald net op k de vouw op de zoomvouw komt. R ■ Als de naald niet op de vouw komt Als de naald niet op de zoomvouw komt, past u de steekbreedte aan, zodat de naald net op de vouw komt. Hiertoe drukt u op de “-” van de steekbreedtetoets.
————— — —— — — —— — —— — ——————————————————— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— —————————————————————————————————————— ———————————————— KNOOPSGATEN NAAIEN Knoopsgatsteek Zigzagsteek (voor quilten) Toepassing Automatisch Handmatig Automatisch Handmatig Achteruit/ verstevigings steken Persvoet 70 steken model 60 steken model 50 steken model 40 steken model 30 steken model 20 steken model Patroon Steek Steeklengte [mm (inch)] Boventransportvoet Steekbreedte [mm (inch)] Patroonnr.
NAAISTEKEN —————————— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— ————————————————————————————————————————————————————————————————— — De namen van onderdelen van knoopsgatenvoet “A”, waarmee u knoopsgaten naait, zijn hieronder aangegeven. 1 ■ Als de knoop niet in de knoopgeleiderplaat past Tel de doorsnee en de dikte van de knoop bij elkaar op en zet de knoopgeleiderplaat op de berekende lengte. (De afstand tussen de markeringen op de persvoetschaal is 5 mm (3/16 inch).
————— — —— — — —— — —— — ——————————————————— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— —————————————————————————————————————— ———————————————— Plaats de stof met de voorkant van de f knoopsgatmarkering op één lijn met de rode Houd het uiteinde van de bovendraad losjes in h uw linkerhand en begin met naaien. markeringen op de zijkanten van de knoopsgatenvoet en zet de persvoethendel omlaag.
NAAISTEKEN —————————— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— ————————————————————————————————————————————————————————————————— — Plaats een speld aan het eind van de k knoopsgatsteken, zodat u niet in de steken snijdt. Snijd vervolgens met een tornmesje naar de speld toe om het knoopsgat te openen. ■ Knoopsgaten naaien op stretchstoffen Gebruik een contourdraad wanneer u knoopsgaten naait op stretchstoffen.
————— — —— — — —— — —— — ——————————————————— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— —————————————————————————————————————— ———————————————— Plaats een knoop tussen de persvoet en de Knopen aanzetten d stof. U kunt knopen aannaaien op de naaimachine. U kunt knopen met twee gaten en knopen met vier gaten aanzetten. a die u wilt bevestigen. Meet de afstand tussen de gaten in de knoop • Wanneer u knopen met vier gaten aanzet, naait u eerst de twee gaten het dichtst bij u.
NAAISTEKEN —————————— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— ————————————————————————————————————————————————————————————————— — Draai het handwiel naar u toe (tegen de klok h in) om te controleren of de naald goed in de twee gaten van de knoop gaat. Stem de steekbreedte af op de afstand tussen de knoopsgaten. VOORZICHTIG ● Let tijdens het naaien op dat de naald de knoop niet raakt, anders kan de naald verbuigen of breken. i Begin met naaien.
————— — —— — — —— — —— — ——————————————————— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— —————————————————————————————————————— ———————————————— RITS INZETTEN J 01 01 *Acht.: Achteruit 01 01 01 01 Automatisch Handmatig Automatisch Handmatig Ritsen inzetten, standaard naaiwerk, plooien en gepaspelde naden naaien, enz. – – 2,5 0,2–5,0 (3/32) (1/64–3/16) Ja (J) ** * Ja Acht.
NAAISTEKEN —————————— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— ————————————————————————————————————————————————————————————————— — Bevestig de persvoethouder aan de e rechterkant van de pen op ritsvoet “I”. I a Pen aan rechterkant b Naaldpositie f Selecteer steek Memo ● Als de persvoet de schuif van de rits raakt, laat u de naald in de stof een zet u de persvoet omhoog. Verplaats de schuif zodat deze de persvoet niet raakt, zet de persvoet omlaag en ga verder met naaien.
————— — —— — — —— — —— — ——————————————————— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— —————————————————————————————————————— ———————————————— STRETCHSTOF NAAIEN EN ELASTIEK INZETTEN 05 *Verst.: Versteviging 03 05 03 05 03 05 1,0–3,0 2,5 1,0–4,0 (1/16–1/8) (3/32) (1/16–3/16) Ja (J) Nee * Verst. 5,0 (3/16) 1,5–7,0 1,0 0,2–4,0 (1/16–1/4) (1/16) (1/64–3/16) ** * Ja Nee Verst.
NAAISTEKEN —————————— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— ————————————————————————————————————————————————————————————————— — Naai het elastiek aan de stof, terwijl u het zo d uitrekt dat het even lang is als de stof. Trek de stof met uw linkerhand achter de persvoet en trek de stof met uw rechterhand bij de speld die zich het dichtst bij de voorkant van de persvoet bevindt. VOORZICHTIG ● Zorg dat de naald tijdens het naaien geen spelden raakt, anders kan de naald verbuigen of breken.
————— — —— — — —— — —— — ——————————————————— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— —————————————————————————————————————— ———————————————— APPLICATIES, PATCHWORK EN QUILTS NAAIEN 0,0–7,0 (0–1/4) 1,4 (1/16) 0,0–4,0 (0–3/16) **** Ja (J) *** * Ja Acht.
NAAISTEKEN —————————— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— ————————————————————————————————————————————————————————————————— — e Applicaties U kunt een applicatie maken door een ander stuk stof uit te knippen en als decoratie te gebruiken. a Memo ● Naai rechte verstevigingssteken aan het begin en eind van de zigzagsteken.
————— — —— — — —— — —— — ——————————————————— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— —————————————————————————————————————— ———————————————— Naai met de rechterkant van de persvoet op d één lijn met de rand van de stof. b • Meer bijzonderheden vindt u in “Persvoethouder verwijderen” (pagina 34). ■ Als u een marge aan de rechterkant wilt Leg de rechterkant van de persvoet op één lijn met de rand van de stof en naai met steek . 1 Verwijder de persvoet en de persvoethouder.
NAAISTEKEN —————————— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— ————————————————————————————————————————————————————————————————— — ■ Werken met de optionele quiltgeleider Met de quiltgeleider naait u parallelle steken met even grote tussenruimte. Fantasiequilts naaien Bij het naaien van fantasiequilts kunt u de transporteur omlaag zetten (met de transporteurstandhendel), zodat u de stof vrij in elke richting kunt bewegen. U hebt de optionele quiltvoet nodig om fantasiequilts te naaien.
————— — —— — — —— — —— — ——————————————————— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— —————————————————————————————————————— ———————————————— Schuif de transporteurstandhendel, op de voet d van de machine aan de achterkant, naar (naar rechts gezien vanaf de voorkant van de machine). 3 a Transporteurstandhendel (gezien van de achterkant van de machine) X De transporteur staat omlaag. e vervolgens een steek. Zet de naaimachine aan en selecteer f met de stof het patroon.
NAAISTEKEN —————————— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— ————————————————————————————————————————————————————————————————— — VERSTEVIGINGSSTEKEN Drievoudige stretchsteek J 02 02 02 02 02 Trenssteek A 36 36 34 30 24 *Vest.
————— — —— — — —— — —— — ——————————————————— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— —————————————————————————————————————— ———————————————— Plaats de stof zo dat de opening van de zakken d naar u toe ligt; zet vervolgens de Trek de knoopsgathendel zo ver mogelijk e omlaag. persvoethendel omlaag, zodat de naald 2 mm (1/16 inch) voor de zakopening neer komt. 1 a 2 mm (1/16 inch) a Knoopsgathendel De knoopsgathendel bevindt zich achter het uitsteeksel op de knoopsgatvoet.
NAAISTEKEN —————————— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— ————————————————————————————————————————————————————————————————— — DECORATIEF NAAIWERK Toepassing Automatisch Handmatig Automatisch Handmatig Achteruit/ verstevigings steken Persvoet 70 steken model 60 steken model 50 steken model 40 steken model 30 steken model 20 steken model Patroon Steek Steeklengte [mm (inch)] Boventransportvoet Steekbreedte [mm (inch)] Patroonnr.
N 25 25 25 – – – N 26 26 26 24 – – N 27 27 27 – – – N 28 28 28 – – – Decoratieve steek *Verst.: Versteviging Automatisch Handmatig Automatisch Handmatig Decoratieve zomen op dunne, middelmatig dikke en eenvoudig geweven stof, erfstuknaaiwerk, enz. Decoratieve zomen op dunne, middelmatig dikke en eenvoudig geweven stof, erfstuknaaiwerk, enz. Decoratieve zomen op dunne, middelmatig dikke en eenvoudig geweven stof, erfstuknaaiwerk, enz.
NAAISTEKEN —————————— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— ————————————————————————————————————————————————————————————————— — Naai parallelle steken op 10 mm Schelpsteken naaien c (3/8 inch) afstand. 1 Een golvend, zich herhalend patroon in de vorm van schelpen. Dit motief wordt gebruikt op kragen van blouses of randen van zakdoeken. a Bevestig monogramvoet “N”. b Selecteer steek c Stik langs de rand van de stof, niet op de rand. .
————— — —— — — —— — —— — ——————————————————— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— —————————————————————————————————————— ———————————————— Schelprijgsteken naaien Verbindingssteken naaien Hiermee krijgt u plooien in de vorm van schelpen. Hiermee verfraait u beleg, de voorkant van blouses of manchetten van dunne stof. U kunt decoratieve brugsteken naaien over de marge van aan elkaar genaaide stoffen. Hiermee kunt u een fantasiequilt maken. a a Vouw de stof diagonaal.
NAAISTEKEN —————————— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— ————————————————————————————————————————————————————————————————— — Erfstukwerk Wanneer u naait met de platte naald, worden de naaldgaten groter, zodat een kantachtig effect ontstaat. Hiermee kunt u zomen en tafelkleden van dunne of middelmatig dikke stof en eenvoudig geweven stof verfraaien. VOORZICHTIG ● U kunt de naaldinrijger niet gebruiken met de platte naald; de naaimachine zou anders beschadigd kunnen raken.
————— — —— — — —— — —— — ——————————————————— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— —————————————————————————————————————— ———————————————— 4 APPENDIX STEEKINSTELLINGEN Onderstaande tabel geeft een overzicht van toepassingen en de steeklengte en steekbreedte van de diverse steken, waarbij wordt aangegeven of u de tweelingnaald al dan niet kunt gebruiken. VOORZICHTIG ● Wanneer u de tweelingnaald gebruikt, selecteert u een steekbreedte van 5,0 mm (3/16 inch) of minder.
Toepassing Automatisch Handmatig Automatisch Handmatig Achteruit/ verstevigings steken Persvoet 70 steken model 60 steken model 50 steken model 40 steken model 30 steken model 20 steken model Patroon Steek Steeklengte [mm (inch)] Boventransportvoet Steekbreedte [mm (inch)] Patroonnr.
Decoratieve steek Toepassing Automatisch Handmatig Automatisch Handmatig Decoratieve zomen op dunne, middelmatig dikke en eenvoudig geweven stof, erfstuknaaiwerk, enz. Decoratieve zomen op dunne, middelmatig dikke en eenvoudig geweven stof, erfstuknaaiwerk, enz. Decoratieve zomen op dunne, middelmatig dikke en eenvoudig geweven stof, erfstuknaaiwerk, enz. 5,0 (3/16) 1,5-7,0 4,0 1,5-4,0 (1/16-1/4) (3/16) (1/16-3/16) **** ** Ja Nee Verst.
Decoratieve steek Automatisch Handmatig Automatisch Handmatig J 41 41 – – – – Applicaties en band aanbrengen 1,5 (1/16) 0,5–5,0 1,2 1,0–4,0 ** Nee Nee (1/32–3/16) (1/16) (1/16–3/16) Verst. J 42 42 – – – – Applicaties en band aanbrengen 1,5 (1/16) 0,5–5,0 1,2 1,0–4,0 ** Nee Nee (1/32–3/16) (1/16) (1/16–3/16) Verst. J 43 43 – – – – Stippelsteek voor de quiltachtergrond 7,0 (1/4) 1,0–7,0 1,6 1,0–4,0 ** Nee Nee (1/16–1/4) (1/16) (1/16–3/16) Verst.
Toepassing Automatisch Handmatig Automatisch Handmatig N 57 52 42 – – – Voor decoratie, enz. 7,0 (1/4) 2,5–7,0 0,4 0,1–1,0 (3/32–1/4) (1/64) (1/64–1/16) **** ** Ja Nee Verst. (J) N 58 – – – – – Voor decoratie, enz. 7,0 (1/4) 2,5–7,0 0,4 0,1–1,0 (3/32–1/4) (1/64) (1/64–1/16) **** ** Ja Nee Verst. (J) N 59 53 43 35 – – Voor decoratie, enz. 7,0 (1/4) 2,5–7,0 0,4 0,1–1,0 (3/32–1/4) (1/64) (1/64–1/16) **** ** Ja Nee Verst. (J) N 60 54 44 36 27 – Voor decoratie, enz.
APPENDIX ———————————— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— —————————————————————————————————————————————————————————— ——————— — ONDERHOUD Hier worden eenvoudige onderhoudswerkzaamheden aan de naaimachine beschreven. d naar u toe om het steekplaatdeksel te Schuif de ontgrendeling van de steekplaat Buitenkant van naaimachine reinigen verwijderen. Als de machine vuil is, drenkt u een doek licht in neutraal reinigingsmiddel. Wring de doek goed uit en veeg de buitenkant van de machine schoon.
————— — —— — — —— — —— — ——————————————————— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— —————————————————————————————————————— ———————————————— Installeer het spoelhuis zo dat de markering S g op het spoelhuis tegenover de markering z op de machine zit, zoals hieronder aangegeven. Steek het lipje op het steekplaatdeksel in het h gat in de steekplaat en plaats dan het steekplaatdeksel op de juiste manier. 4 • Lijn de markering S uit met z.
APPENDIX ———————————— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— —————————————————————————————————————————————————————————— ——————— — Schuif het steekplaatdeksel vanaf de voorkant i terug. a Steekplaatdeksel VOORZICHTIG ● Als het steekplaatdeksel uitsteekt buiten het oppervlak van de machine, verwijder dan het steekplaatdeksel (stap d) en installeer het opnieuw (stap h en i). Wanneer u naait terwijl het steekplaatdeksel uitsteekt, kan het steekplaatdeksel loslaten.
————— — —— — — —— — —— — ——————————————————— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— —————————————————————————————————————— ———————————————— PROBLEEMOPLOSSING Als de machine niet meer goed werkt, controleer dan op de volgende mogelijke problemen voordat u verzoekt om service. De meeste problemen kunt u zelf oplossen. Als u extra hulp nodig hebt, biedt het Brother Solutions Center u de laatste FAQ's en tips om problemen op te lossen. Bezoek de website “ http://solutions.brother.com ”.
APPENDIX ———————————— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— —————————————————————————————————————————————————————————— ——————— — Terwijl u de spoel met uw vinger op zijn c plaats houdt, leidt u de draad door de gleuf in de steekplaat. • Houd de spoel omlaag met uw rechterhand en trek met uw linkerhand het uiteinde van de draad rond het lipje. Verwarde draad op de achterkant van de stof ■ Symptoom • De draad raakt verward aan de achterkant van de stof.
————— — —— — — —— — —— — ——————————————————— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— —————————————————————————————————————— ———————————————— Zet de persvoet omhoog met de d persvoethendel. Leid de draad van achteren naar voren onder g het draadgeleiderdeksel. Houd de draad vast met uw rechterhand, zodat de draad die u uittrekt niet slap hangt. Leid de draad vervolgens met uw linkerhand onder het draadgeleiderdeksel.
APPENDIX ———————————— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— —————————————————————————————————————————————————————————— ——————— — Let op dat u de draad van rechts naar links i door de draadophaalhendel haalt, zoals aangegeven in onderstaande illustratie. U kunt alleen naaien als de draad stevig op de draadophaalhendel is gehaakt. a Draadophaalhendel • Controleer of de draad stevig op de draadophaalhendel is gehaakt. j naaldstang boven de naald.
————— — —— — — —— — —— — ——————————————————— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— —————————————————————————————————————— ———————————————— Onjuiste draadspanning ■ Symptomen • Symptoom 1: De onderdraad is zichtbaar aan de voorkant van de stof. • Symptoom 2: De bovendraad ziet eruit als een rechte lijn aan de voorkant van de stof. • Symptoom 3: De bovendraad is zichtbaar aan de achterkant van de stof. • Symptoom 4: De onderdraad ziet eruit als een rechte lijn aan de achterkant van de stof.
APPENDIX ———————————— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— —————————————————————————————————————————————————————————— ——————— — Knip de verwarde draad eruit en verwijder de Stof zit vast in de machine. U krijgt de stof niet los. g spoel. Als u de stof niet loskrijgt omdat hij vastzit in de machine, is de draad mogelijk verward geraakt onder de steekplaat. Volg onderstaande procedure om de stof uit de machine te verwijderen.
————— — —— — — —— — —— — ——————————————————— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— —————————————————————————————————————— ———————————————— Draai met de bijgeleverde schijfvormige j schroevendraaier de twee schroeven op de steekplaat los. Opmerking ● Let op dat u de losgedraaide schroeven niet in de machine laat vallen. Draai de schroef aan de rechterkant van de o steekplaat iets aan met uw vingers.
APPENDIX ———————————— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— —————————————————————————————————————————————————————————— ——————— — Installeer het spoelhuis zo dat de markering S p op het spoelhuis tegenover de markering z op de machine zit, zoals hieronder aangegeven. Controleer de staat van de naald alvorens r deze te installeren. Als de naald in slechte staat is, bijvoorbeeld verbogen, neem dan een nieuwe naald. • Zie “Naald controleren” (pagina 29) en “Naald vervangen” (pagina 29).
————— — —— — — —— — —— — ——————————————————— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— —————————————————————————————————————— ———————————————— ■ De werking van de machine controleren Als de steekplaat is verwijderd en weer teruggeplaatst, controleert u de werking van de machine om na te gaan of de steekplaat weer goed is geïnstalleerd. Schakel de machine uit en installeer de spoel f en de persvoet. • Zie “Onderdraad inrijgen” (pagina 19) en “De persvoet vervangen” (pagina 33).
APPENDIX ———————————— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— —————————————————————————————————————————————————————————— ——————— — Lijst symptomen ■ Voor het naaien Symptoom U kunt de naaldinrijger niet gebruiken. (Voor modellen die zijn uitgerust met een naaldinrijghendel.) Het naailampje gaat niet branden. De onderdraad windt niet netjes om de spoel. De draad gaat niet door het oog van de naald. (Voor modellen die zijn uitgerust met een naaldinrijghendel.
————— — —— — — —— — —— — ——————————————————— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— —————————————————————————————————————— ———————————————— ■ Tijdens het naaien Symptoom De naaimachine werkt niet. U kunt de stof die u naait, niet verwijderen. Mogelijke oorzaak Remedie Pagina De netstekker zit niet in het stopcontact. Steek de netstekker in het stopcontact. pagina 12 De hoofdschakelaar staat uit. Zet de hoofdschakelaar aan. pagina 12 De spoelwinderas staat naar rechts.
APPENDIX ———————————— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— —————————————————————————————————————————————————————————— ——————— — Symptoom De bovendraad breekt. De onderdraad zit verward of breekt. 92 Mogelijke oorzaak Remedie Pagina De bovendraad is niet goed ingeregen (bijvoorbeeld de spoel is niet goed geïnstalleerd, de kloskap is te groot voor de gebruikte klos of de draad is losgeraakt uit de draadgeleiders op de naaldstang.) Rijg de bovendraad op de juiste manier in.
————— — —— — — —— — —— — ——————————————————— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— —————————————————————————————————————— ———————————————— Symptoom De stof is gekreukt. De stof is gekreukt. Er worden steken overgeslagen. Er klinkt een hoge toon tijdens het naaien. Mogelijke oorzaak Remedie Pagina U hebt de bovendraad niet goed ingeregen, of de klos niet goed bevestigd. Rijg de bovendraad correct in en wind de onderdraad op de juiste manier op.
APPENDIX ———————————— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— —————————————————————————————————————————————————————————— ——————— — Symptoom De stof wordt niet doorgevoerd. De stof wordt in tegengestelde richting doorgevoerd. 94 Mogelijke oorzaak Remedie Pagina De transporteur staat omlaag. Schuif de transporteurstandhendel naar . pagina 55, 65 De steek is te fijn. Maak de steeklengte groter. pagina 38 U hebt niet de juiste combinatie van stof, draad en naald gebruikt.
————— — —— — — —— — —— — ——————————————————— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— —————————————————————————————————————— ———————————————— ■ Na het naaien Symptoom De bovendraad zit te strak. De draadspanning is niet goed. De draad is verward aan de achterkant van de stof. De steek wordt niet juist genaaid. Mogelijke oorzaak Remedie Pagina De onderdraad is niet goed geïnstalleerd. Installeer de onderdraad op de juiste manier. pagina 19, 81 U hebt de bovendraad niet goed ingeregen.
APPENDIX ———————————— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— —————————————————————————————————————————————————————————— ——————— — FOUTMELDINGEN Als u een handeling onjuist uitvoert voordat de machine is ingesteld, verschijnt een foutmelding op het bedieningspaneel. Volg dan de aanwijzingen uit de tabel. Als u op de steekselectietoets drukt of de handeling juist uitvoert terwijl dit bericht verschijnt, verdwijnt het bericht.
————— — —— — — —— — —— — ——————————————————— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— —————————————————————————————————————— ———————————————— INDEX Cijfers 3-punts zigzagsteek .................................................45 , 59 A aan elkaar zetten ............................................................62 accessoires .......................................................................6 accessoiretafel......................................................
APPENDIX ———————————— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— — — —— — —— — —— —————————————————————————————————————————————————————————— ——————— — T tornmesje .......................................................................54 transporteur........................................................ 9, 55, 64 transporteurstandhendel ..................................... 8, 55, 65 trens ...............................................................................66 tweelingnaald...............................
Dutch 885-V60/V61/V62/V63/V64/V65 XE8758-001 Printed in China