Basis gebruikershandleiding DCP-J4110DW Versie 0 DUT/BEL-DUT
Als u de klantenservice wilt bellen Vul de volgende gegevens in voor toekomstige referentie: Modelnummer: DCP-J4110DW Serienummer: 1 Aankoopdatum: Plaats van aankoop: 1 Het serienummer staat op de achterkant van het apparaat. Bewaar deze Gebruikershandleiding samen met uw kassabon als aankoopbewijs in geval van diefstal of brand of voor service die onder de garantie valt. Registreer uw product online op http://www.brother.com/registration/ © 2012 Brother Industries, Ltd. Alle rechten voorbehouden.
Gebruikershandleidingen en waar ze te vinden zijn Welke handleiding? Wat staat erin? Waar is de handleiding? Handleiding product veiligheid Lees deze handleiding eerst. Lees de Veiligheidsinstructies voordat u de machine instelt. Raadpleeg deze handleiding voor handelsmerken en wettelijke beperkingen.
Inhoudsopgave (Basis gebruikershandleiding) 1 Algemene informatie 1 Gebruik van de documentatie................................................................................1 Symbolen en conventies die in de documentatie gebruikt worden..................1 De Geavanceerde gebruikershandleiding, Softwarehandleiding en Netwerkhandleiding openen ...............................................................................2 Gebruikershandleidingen weergeven ................................................
4 Kopiëren 34 Kopiëren .............................................................................................................. 34 Kopiëren stoppen ..........................................................................................34 Kopieeropties....................................................................................................... 34 Papiersoort ....................................................................................................35 Papierformaat .............
C Tabellen met instellingen en functies 79 De instellingentabellen gebruiken........................................................................79 Instellingentabellen ..............................................................................................80 Functietabellen ....................................................................................................88 Tekst invoeren ...................................................................................................
Inhoudsopgave (Geavanceerde gebruikershandleiding) In de Geavanceerde gebruikershandleiding worden de volgende functies en handelingen toegelicht. U kunt de Geavanceerde gebruikershandleiding doornemen op de cd-rom.
vi
1 Algemene informatie Gebruik van de documentatie 1 1 Dank u voor de aanschaf van een Brothermachine! Het lezen van de documentatie helpt u bij het optimaal benutten van uw machine. Symbolen en conventies die in de documentatie gebruikt worden De volgende symbolen en conventies worden in de documentatie gebruikt. 1 1 Vetgedrukt Met vetgedrukte tekst worden de knoppen op uw computerscherm aangegeven. Cursief Cursief gedrukte tekst benadrukt een belangrijk punt of verwijst naar een verwant onderwerp.
Hoofdstuk 1 De Geavanceerde gebruikershandleiding, Softwarehandleiding en Netwerkhandleiding openen b Klik op de naam van uw model als het scherm met modelnamen wordt weergegeven. c Klik op uw taal als het talenscherm wordt weergegeven. U ziet het Hoofdmenu van de cd-rom. d e Klik op Gebruikershandleidingen.
Algemene informatie (Macintosh) a Zet de Macintosh aan. Plaats de Brother-cd-rom in uw cd-romstation. Het volgende venster wordt weergegeven. 1 Instructies voor het scannen opzoeken 1 1 Er zijn verscheidene manieren waarop u documenten kunt scannen. U kunt de instructies als volgt vinden: Softwarehandleiding Scannen ControlCenter Netwerkscannen Procedurehandleidingen voor Nuance™ PaperPort™ 12SE (Windows®) b Dubbelklik op het symbool Gebruikershandleidingen. c d Kies uw taal.
Hoofdstuk 1 Instructies voor netwerkinstellingen opzoeken Uw machine kan worden aangesloten op een draadloos of bedraad netwerk. Algemene configuratie-instructies (uu Installatiehandleiding.) Uw draadloze toegangspunt of router biedt ondersteuning voor Wi-Fi Protected Setup™ of AOSS™ (uu Installatiehandleiding.) 1 Brother-support openen (Windows®) 1 Alle benodigde hulpbronnen, zoals websupport (Brother Solutions Center), zijn beschikbaar op de cd-rom. Klik op Brother-support in het Hoofdmenu.
Algemene informatie Brother-support openen (Macintosh) 1 1 Alle benodigde hulpbronnen, zoals websupport (Brother Solutions Center), zijn beschikbaar op de cd-rom. Dubbelklik op het symbool Brother-support. Het volgende scherm wordt weergegeven: Klik op Presto! PageManager om Presto! PageManager te downloaden en installeren. Klik op Brother Web Connect om de pagina Brother Web Connect te openen.
Hoofdstuk 1 Overzicht van het bedieningspaneel 1 1 1 6 1,8-inch touchscreen-LCD (Liquid Crystal Display) Dit is een touchscreen-LCD. U kunt de menu's en opties selecteren door erop te drukken wanneer ze op dit scherm worden weergegeven. U kunt de hoek van het touchscreen-LCD en touchpanel aanpassen door het omhoog te kantelen. Als u dit bedieningspaneel wilt inklappen, drukt u op de ontgrendelingsknop achter de markering (zie de illustratie).
Algemene informatie 2 1 4 3 2 Touchpanel: De LED-knoppen op het touchpanel gaan alleen branden wanneer ze beschikbaar zijn voor gebruik. Druk hierop om vooraf ingestelde instellingen voor snelkoppelingen te gebruiken. Deze branden altijd, ook als u nog geen eigen instellingen voor snelkoppelingen hebt toegevoegd. Druk hierop om instructies voor het instellen van een snelkoppeling weer te geven. Terug Druk hierop om naar het vorige niveau terug te keren.
Hoofdstuk 1 4 Power Aan/uit Druk op Houd 1 Inkt Hieraan kunt u zien hoeveel inkt beschikbaar is. Bovendien kunt u hiermee het menu Inkt openen. om de machine aan te zetten. ingedrukt om de machine uit te zetten. Op het touchscreen-LCD wordt enkele seconden Afsluiten weergegeven, waarna de machine wordt uitgeschakeld. 2 Wanneer u de machine met 3 Kopiëren Hiermee kunt u de kopieermodus activeren.
Algemene informatie Standaardhandelingen 1 g Druk op Inkjet papier. 1 U bedient het touchscreen-LCD door er rechtstreeks op te drukken met uw vingertop. Als u alle instellingen, functies en beschikbare opties wilt weergeven en openen, drukt u op s of t op het touchpanel om erdoor te bladeren. In de volgende stappen wordt beschreven hoe u een instelling in de machine wijzigt. In dit voorbeeld wordt de instelling voor papiersoort gewijzigd van Normaal Papier in Inkjet papier.
Hoofdstuk 1 Instellingen voor snelkoppelingen U kunt de kopieer- en scaninstellingen die u het meest gebruikt, als snelkoppelingen vastleggen. U kunt deze instellingen dan op een later tijdstip vlot oproepen en toepassen. U kunt drie snelkoppelingen toevoegen. U kunt de volgende instellingen gebruiken in een kopieer- of scansnelkoppeling: Kopie Snelkoppelingen toevoegen 1 a Druk op b Druk op s of t op het touchpanel om Instellingen snelkoppeling weer te geven. Druk op Instellingen snelkoppeling.
Algemene informatie g Druk op s of t om de beschikbare opties voor de instelling weer te geven en druk vervolgens op de nieuwe optie die u wilt instellen. Herhaal stap f en g tot u alle instellingen voor deze snelkoppeling hebt geselecteerd. Snelkoppelingen wijzigen a Druk op h Druk op OK wanneer u klaar bent met het kiezen van de instellingen. b i Geef een naam voor de snelkoppeling op via het toetsenbord op het touchscreen.
Hoofdstuk 1 j k l Volume-instellingen Druk op s of t om de weergegeven lijst met instellingen voor deze snelkoppeling te controleren en bevestigen, en druk vervolgens op Ja om uw wijzigingen op te slaan. Volume van de waarschuwingstoon Lees de informatie op het touchscreen en druk vervolgens op OK ter bevestiging. Druk op Wanneer de waarschuwingstoon is ingeschakeld, geeft de machine een geluidssignaal als u op een toets drukt of een vergissing maakt. .
Algemene informatie Touchscreen-LCD De helderheid van de achtergrondverlichting instellen 1 1 1 Als u het touchscreen-LCD niet goed kunt lezen, kunt u de helderheidsinstelling wijzigen. a Druk op b Druk op s of t op het touchpanel om Standaardinst. weer te geven. c d Druk op Standaardinst. e f g Druk op LCD instell. h (Instell.). Druk op s of t om LCD instell. weer te geven. Druk op Schermverlicht.
2 Papier laden Papier en andere afdrukmedia laden 2 OPMERKING 2 VOORZICHTIG • Als de papiersteunklep (1) open is, klapt u deze in en schuift u vervolgens de papiersteun (2) in het deksel van de papieruitvoerlade. Draag de machine NOOIT door het scannerdeksel, de klep ter verwijdering van vastgelopen papier, de klep van de sleuf voor handmatige invoer of het bedieningspaneel vast te houden. Als u dit doet, bestaat het gevaar dat de machine uit uw handen glijdt.
Papier laden c Druk de papiergeleiders (1) voorzichtig in en stel deze af op het papierformaat. Zorg dat het driehoekje (2) op de papiergeleider (1) naar de markering voor het gebruikte papierformaat wijst. 1 e Plaats het papier voorzichtig in de papierlade met de afdrukzijde omlaag. Controleer of het papier vlak in de lade ligt. Bij gebruik van A4, Letter of Executive 2 Liggende afdrukstand 2 2 d Blader de stapel papier goed door om te voorkomen dat papier vastloopt of scheef wordt ingevoerd.
Hoofdstuk 2 f Duw de papiergeleiders (1) voorzichtig tegen het papier aan. Zorg dat de papiergeleiders de randen van het papier aanraken. h Sluit het deksel van de uitvoerlade. i Duw de papierlade langzaam volledig in de machine. j Terwijl u de papierlade vasthoudt, trekt u de papiersteun (1) naar buiten tot u een klik hoort en vouwt u de papiersteunklep (2) uit. 1 g Controleer of het papier plat en onder de markering voor de maximale hoeveelheid papier (1) in de lade ligt.
Papier laden Informatie over enveloppen OPMERKING 2 Gebruik enveloppen met een gewicht tussen 80 en 95 g/m2. Sluit de papiersteunklep als u gebruikmaakt van papier dat langer is dan A4- of Letter-formaat of enveloppen met de omslag aan de korte kant. Voor sommige enveloppen moet u de marge in de toepassing instellen. Maak altijd eerst een proefafdruk voordat u een groot aantal enveloppen afdrukt.
Hoofdstuk 2 Enveloppen laden a Druk de hoeken en zijkanten van de enveloppen zo plat mogelijk voordat u deze plaatst. BELANGRIJK Plaats de enveloppen een voor een in de papierlade als er meerdere tegelijk naar binnen worden getrokken. 2 b Plaats de enveloppen met de adreszijde naar beneden in de papierlade. Als de omslag zich aan de lange zijde van de enveloppen bevindt, plaatst u de enveloppen met de omslag aan de linkerkant in de lade, zoals aangegeven in de illustratie.
Papier laden c OPMERKING • Als u enveloppen met de omslag aan de korte kant gebruikt, plaatst u de enveloppen in de papierlade zoals in de illustratie is aangegeven. Selecteer Ondersteboven afdrukken (Windows®) of Keer paginarichting om (Macintosh) in het dialoogvenster van de printerdriver en wijzig het formaat en de marge in de toepassing. (uu Softwarehandleiding: Afdrukken (Windows®).) (uu Softwarehandleiding: Afdrukken en faxen (Macintosh).
Hoofdstuk 2 c Sluit het deksel van de uitvoerlade. f Duw de papiergeleiders (1) voorzichtig tegen het papier aan. Zorg dat de papiergeleiders de randen van het papier aanraken. 1 d Plaats Foto- of Foto L-papier in de papierlade met de afdrukzijde omlaag. g e Open het deksel van de uitvoerlade (1). 1 20 Sluit het deksel van de uitvoerlade.
Papier laden Papier in de sleuf voor handmatige invoer laden a 2 Open de klep van de sleuf voor handmatige invoer aan de achterkant van de machine. U kunt speciale afdrukmedia vel voor vel in de sleuf voor handmatige invoer plaatsen. Gebruik deze sleuf om af te drukken of te kopiëren op papier van de volgende formaten: A3, Ledger, Legal, A4, Letter, Executive, A5, A6, enveloppen, Foto (10 × 15 cm), Foto L (89 × 127 mm), Foto 2L (13 × 18 cm) en Indexkaart (127 × 203 mm).
Hoofdstuk 2 b Verschuif de papiergeleiders van de sleuf voor handmatige invoer zodat het te gebruiken papier er precies doorheen past. 1 De papiermarkering (1) voor staande afdrukstand bevindt zich aan de rechterkant van de sleuf voor handmatige invoer, de markering (2) voor liggende afdrukstand aan de linkerkant. Zorg dat u de papiergeleiders op de juiste positie plaatst. Plaats één vel in de sleuf voor handmatige invoer, met de te bedrukken zijde naar boven.
Papier laden BELANGRIJK • Plaats NOOIT meer dan één vel tegelijk in de sleuf voor handmatige invoer. Als u dit wel doet, kan het papier vastlopen. Zelfs als u meerdere pagina's wilt afdrukken, moet u wachten tot u op het touchscreen wordt geïnstrueerd het volgende vel te plaatsen. OPMERKING • Duw de papiergeleiders NOOIT te strak tegen het papier. Hierdoor kan het papier omvouwen. • Plaats het papier in het midden van de sleuf voor handmatige invoer tussen de papiergeleiders.
Hoofdstuk 2 f Als de gegevens niet op één pagina passen, wordt u op het touchscreen gevraagd nog een pagina te laden. Plaats nog een vel papier in de sleuf voor handmatige invoer en druk vervolgens op OK op het touchscreen. OPMERKING • Controleer of er niet meer wordt afgedrukt voordat u de klep van de sleuf voor handmatige invoer sluit. • Wanneer er papier in de sleuf voor handmatige invoer is geplaatst, wordt altijd vanuit die sleuf afgedrukt.
Papier laden Onbedrukbaar gebied 2 Hoe groot het afdrukgebied is, is afhankelijk van de instellingen binnen de door u gebruikte toepassing. De onderstaande afbeeldingen tonen de onbedrukbare gedeelten op losse vellen papier en enveloppen. De machine kan afdrukken binnen de grijze gedeelten van losse vellen papier wanneer de afdrukfunctie Zonder rand beschikbaar en ingeschakeld is. (uu Softwarehandleiding: Afdrukken (Windows®).) (uu Softwarehandleiding: Afdrukken en faxen (Macintosh).
Hoofdstuk 2 Papierinstellingen Papierformaat en -soort Papiersoort a Druk op b Druk op s of t op het touchpanel om Standaardinst. weer te geven. c d Druk op Standaardinst. e f Druk op Papiersoort. (Instell.). Druk op s of t om Papiersoort weer te geven. Druk op s of t om Normaal Papier, Inkjet papier, Brother BP71, Glossy anders of Transparanten weer te geven en druk vervolgens op de optie die u wilt instellen. Druk op .
Papier laden Geschikt papier en andere afdrukmedia De afdrukkwaliteit kan worden beïnvloed door het soort papier dat u in de machine gebruikt. Om de beste afdrukkwaliteit voor de gekozen instellingen te realiseren, moet u de papiersoort altijd instellen op het type papier dat in de lade is geplaatst. U kunt normaal papier, inkjetpapier (gecoat papier), glanzend papier, transparanten en enveloppen gebruiken.
Hoofdstuk 2 Omgaan met en gebruik van afdrukmedia Bewaar papier in de originele verpakking en zorg dat deze gesloten blijft. Bewaar het papier plat en uit de buurt van vocht, direct zonlicht en warmte. Zorg dat u de glimmende (gecoate) zijde van het fotopapier niet aanraakt. Raak de voor- of achterkant van transparanten niet aan; deze absorberen snel water en transpiratievocht, wat afbreuk doet aan de afdrukkwaliteit.
Papier laden De juiste afdrukmedia selecteren 2 Type en formaat papier voor elke functie Papiersoort Losse vellen Kaarten Enveloppen Transparanten 1 Papierformaat 2 2 Gebruik Kopiëren Photo Capture Printer A3 297 × 420 mm Ja 1 Ja 1 Ja 1 A4 210 × 297 mm Ja Ja Ja Ledger 279,4 × 431,8 mm Ja 1 Ja 1 Ja 1 Letter 215,9 × 279,4 mm Ja Ja Ja Legal 215,9 × 355,6 mm Ja 1 – Ja 1 Executive 184 × 267 mm – – Ja JIS B4 257 × 364 mm – – Gebruikergedefinieerd JIS B5 182 × 257
Hoofdstuk 2 Afdrukstand en capaciteit van de papierladen Papierlade Papierformaat Papiersoorten Aantal vellen A4, Letter, Executive Normaal papier 150 1 Inkjetpapier 20 Glanzend papier, Foto 20 Indexkaart, Briefkaart 30 A5, A6, Foto, Foto L, Foto 2L, Indexkaart, Enveloppen (Com-10, DL, Monarch) Sleuf voor handmatige invoer A4, Letter, Executive A3, Ledger, Legal, A5, A6, Foto, Foto L, Foto 2L, Indexkaart, Enveloppen (C5, Com-10, DL, Monarch) 1 2 Envel
Papier laden Papiergewicht en -dikte Papiersoort 2 Gewicht Dikte Normaal papier 64 tot 120 g/m2 0,08 tot 0,15 mm Inkjetpapier 64 tot 200 g/m2 0,08 tot 0,25 mm Glanzend papier 1 Max. 220 g/m2 Max. 0,25 mm Fotokaart 1 Max. 220 g/m2 Max. 0,25 mm Indexkaart Max. 120 g/m2 Max. 0,15 mm Briefkaart 1 Max. 200 g/m2 Max. 0,25 mm Enveloppen 80 tot 95 g/m2 Max.
3 Documenten laden Documenten laden De glasplaat gebruiken Documenten laden Lengte: Max. 297 mm Breedte: Max. 215,9 mm Gewicht: Max. 2 kg 3 a b Til het documentdeksel op. Gebruik de documentgeleiders aan de linker- en bovenkant om het document in de linkerbovenhoek van de glasplaat te leggen, met de bedrukte zijde naar beneden. 3 1 1 c 32 3 3 U kunt de glasplaat gebruiken voor het kopiëren of scannen van afzonderlijke vellen of van bladzijden uit een boek.
Documenten laden BELANGRIJK Als u een boek of een lijvig document scant, laat het deksel dan NIET dichtvallen en druk er niet op. Niet-scanbaar gebied 3 3 De grootte van het scangebied is afhankelijk van de instellingen in de door u gebruikte toepassing. Hieronder wordt aangegeven welke gebieden niet kunnen worden gescand.
4 Kopiëren Kopiëren 4 4 In de volgende stappen worden de standaardkopieerhandelingen beschreven. a b (Basis gebruikershandleiding) (Kopiëren). Zie pagina 35 voor meer informatie over het wijzigen van de volgende kopieerinstellingen. Op het touchscreen wordt het volgende weergegeven: Papiersoort Papierformaat (Geavanceerde gebruikershandleiding) 1 Voor meer informatie over het wijzigen van de volgende kopieerinstellingen uu Geavanceerde gebruikershandleiding: Kopieeropties.
Kopiëren Papiersoort 4 Als u op een speciale papiersoort kopieert, stelt u de machine in op die papiersoort voor optimale afdrukkwaliteit. a Druk op b c d e Laad uw document. f g Druk op Papiersoort. (Kopiëren). Toets in hoeveel kopieën u wilt maken. Druk op Opties. Druk op s of t op het touchpanel om Papiersoort weer te geven. Druk op s of t om Normaal Papier, Inkjet papier, Brother BP71, Glossy anders of Transparanten weer te geven en druk vervolgens op de optie die u wilt instellen.
5 Foto's afdrukken vanaf een geheugenkaart of USBflashstation PhotoCapture Center™-functies (FOTO-modus) 5 Ook wanneer uw machine niet is aangesloten op uw computer, kunt u foto's direct vanaf digitale cameramedia of een USBflashstation afdrukken. (Zie Foto's afdrukken uu pagina 39.) U kunt documenten scannen en deze rechtstreeks op een geheugenkaart of USBflashstation opslaan. (Zie Naar een geheugenkaart of een USB-flashstation scannen uu pagina 40.
Foto's afdrukken vanaf een geheugenkaart of USB-flashstation Aan de slag a b 5 Open de mediasleufklep. Steek de geheugenkaart of het USB-flashstation stevig in de juiste sleuf. 1 5 2 1 USB-flashstation BELANGRIJK De USB Direct Interface biedt alleen ondersteuning voor een USB-flashstation, een camera die compatibel is met PictBridge of een digitale camera die gebruikmaakt van USB-massaopslag. Andere USB-apparaten worden niet ondersteund.
Hoofdstuk 5 BELANGRIJK • Steek NOOIT een Memory Stick Duo™ in de onderste sleuf. Hierdoor kan de machine worden beschadigd. • Plaats NOOIT meerdere mediakaarten tegelijk in de machine. Hierdoor kan de machine beschadigd raken. • Verwijder NOOIT de stekker uit het stopcontact en verwijder de geheugenkaart of het USBflashstation niet uit het mediastation (sleuf) of uit de USB Direct Interface terwijl de machine de geheugenkaart of het USB-flashstation leest of beschrijft.
Foto's afdrukken vanaf een geheugenkaart of USB-flashstation Foto's afdrukken Foto's weergeven 5 5 PhotoCapture Center™afdrukinstellingen 5 U kunt foto's op het touchscreen bekijken voordat u ze afdrukt. Als uw foto's grote bestanden zijn, kan het langer duren voordat elke foto wordt weergegeven. U kunt de afdrukinstellingen tijdelijk wijzigen voor de volgende afdruk. a b Open de mediasleufklep. OPMERKING c d Druk op Foto’s weerg.
Hoofdstuk 5 Naar een geheugenkaart of een USB-flashstation scannen h 5 U kunt zwart-wit- en kleurendocumenten naar een geheugenkaart of USB-flashstation scannen. Zwart-witdocumenten worden opgeslagen in het bestandsformaat PDF (*.PDF) of TIFF (*.TIF). Documenten in kleur kunnen in het bestandsformaat PDF (*.PDF) of JPEG (*.JPG) worden opgeslagen. De fabrieksinstelling is Kleur, 200 dpi en het standaardbestandsformaat is PDF.
6 Afdrukken vanaf een computer Een document afdrukken 6 6 De machine kan gegevens van uw computer ontvangen en deze gegevens afdrukken. Om vanaf een computer te kunnen afdrukken, moet u de printerdriver installeren. (uu Softwarehandleiding: Afdrukken (Windows®).) (uu Softwarehandleiding: Afdrukken en faxen (Macintosh).) a Installeer de Brother-printerdriver vanaf de cd-rom. (uu Installatiehandleiding.) b Selecteer de opdracht Afdrukken in uw toepassing.
7 Scannen vanaf een computer Vóór het scannen Om de machine als scanner te kunnen gebruiken, moet u de scannerdriver installeren. Als de machine is aangesloten op een netwerk, configureert u deze met een TCP-/IP-adres. Installeer de scannerdrivers vanaf de cd-rom. (uu Installatiehandleiding: MFL-Pro Suite installeren.) Configureer de machine met een TCP-/IP-adres als netwerkscannen niet werkt. (uu Softwarehandleiding: Netwerkscannen configureren voor Windows®.
Scannen vanaf een computer Een document als PDF-bestand scannen met ControlCenter4 (Windows®) 7 (Voor uitgebreide informatie uu Softwarehandleiding: Scannen.) OPMERKING • Welke schermen op uw pc worden weergegeven, is afhankelijk van uw model. • Dit gedeelte is gebaseerd op het gebruik van de Geavanceerde modus van ControlCenter4. ControlCenter4 is een hulpprogramma waarmee u de toepassingen die u het meest gebruikt, snel en gemakkelijk kunt openen.
Hoofdstuk 7 e Stel de scanconfiguratie in. Klik op Configuratie en selecteer achtereenvolgens Knopinstellingen, Scan en Bestand. Het configuratiedialoogvenster wordt weergegeven. U kunt de standaardinstellingen wijzigen. 1 2 3 4 5 1 Selecteer PDF (*.pdf) in de vervolgkeuzelijst Type Bestand. 2 U kunt opgeven welke bestandsnaam u voor het document wilt gebruiken. 3 U kunt het bestand opslaan in de standaardmap, of uw voorkeursmap zoeken en selecteren door op de knop (Browse) te klikken.
Scannen vanaf een computer g Klik op Bestand. h Druk op Scan. Het scanproces gaat van start. De map waarin de gescande gegevens worden opgeslagen, wordt automatisch geopend.
Hoofdstuk 7 De scanmodusinstellingen voor scannen naar PDF wijzigen U kunt de instellingen van de modus Scannen voor uw machine wijzigen met behulp van ControlCenter4. (Windows®) a Open ControlCenter4 door op /Alle programma’s/Brother/DCP-XXXX (waarbij XXXX voor de naam van uw model staat)/ControlCenter4 te klikken. Het programma ControlCenter4 wordt geopend. b c d Zorg dat de gewenste machine is geselecteerd in de vervolgkeuzelijst Model. 46 Klik op de tab Apparaatinstellingen.
Scannen vanaf een computer e Kies het tabblad Bestand. U kunt de standaardinstellingen wijzigen. 1 2 3 4 5 7 1 Selecteer PDF (*.pdf) in de vervolgkeuzelijst Type Bestand. 2 U kunt opgeven welke bestandsnaam u voor het document wilt gebruiken. 3 U kunt het bestand opslaan in de standaardmap, of uw voorkeursmap zoeken en selecteren door op de knop (Browse) te klikken. 4 U kunt een scanresolutie selecteren in de vervolgkeuzelijst Resolutie.
Hoofdstuk 7 Een document als PDF-bestand scannen via het touchscreen a Laad uw document. (Zie Documenten laden uu pagina 32.) b Druk op c d e Druk op s of t op het touchpanel om Scan nr best. weer te geven. (Scannen). Druk op Scan nr best. Als de machine met een netwerk is verbonden, drukt u op de pc-naam. Ga op een van de volgende manieren te werk: Als u de standaardinstellingen wilt gebruiken gaat u naar stap j. Als u de standaardinstellingen wilt wijzigen gaat u naar stap f.
A Routineonderhoud De inktcartridges vervangen Uw machine is voorzien van een inktstippenteller. De inktstippenteller controleert automatisch het inktniveau in elk van de vier cartridges. Als de machine ontdekt dat een inktcartridge bijna leeg is, wordt een melding weergegeven. Op het touchscreen wordt aangegeven welke inktcartridge bijna leeg of aan vervanging toe is. Volg de aanwijzingen op het touchscreen om de inktcartridges in de juiste volgorde te vervangen.
b Druk op de ontgrendelingshendel (zie illustratie) om de op het touchscreen aangegeven cartridge te ontgrendelen. Verwijder de cartridge uit de machine. d Draai de groene hendel op de oranje verpakking (1) linksom tot deze klikt om de vacuümverpakking te openen. Verwijder de oranje verpakking vervolgens (zie illustratie). 2 1 2 1 c Open de verpakking met de nieuwe inktcartridge voor de kleur die op het touchscreen wordt aangegeven en haal vervolgens de inktcartridge eruit.
Routineonderhoud e f Elke kleur heeft zijn eigen vaste positie. Plaats de inktcartridge in de richting van de pijl op het etiket. Duw voorzichtig tegen de achterkant van de inktcartridge met de aanduiding “PUSH” (duwen) tot de cartridgehendel omhoog komt. Sluit vervolgens het deksel van de inktcartridge.
De machine reinigen en controleren De glasplaat reinigen A Raak de printkop NOOIT aan. Als u de printkop aanraakt, kan deze blijvend worden beschadigd en kan de garantie erop vervallen. A a Haal de stekker van de machine uit het stopcontact. b Til het documentdeksel (1) op. Reinig de glasplaat (2) en het witte plastic (3) met een zachte, pluisvrije doek die is bevochtigd met een niet-brandbare glasreiniger. 1 BELANGRIJK a Druk op (Instell.).
Routineonderhoud De afdrukkwaliteit controleren OK Niet OK A Als er fletse of gestreepte kleuren en tekst zichtbaar zijn op uw afdrukken, kan het zijn dat enkele spuitmondjes van de printkop verstopt zijn. U kunt dit controleren door de testpagina Afdrukkwaliteit te printen en naar het patroon van de spuitmondjes te kijken. a Druk op (Instell.). j Op het touchscreen wordt gevraagd of de afdrukkwaliteit voor zwart en vervolgens de drie kleuren in orde is. Druk op Ja of Nee.
OPMERKING OPMERKING Als een spuitmondje van een printkop verstopt is, ziet de afdruk er zo uit. Als op het touchscreen staat, kunt u erop drukken. Vervolgens gaat u naar stap e. A4, Letter en Executive b Druk op s of t op het touchpanel om Standaardinst. weer te geven. c d e f g Druk op Standaardinst. h Druk voor patroon A op het nummer van de testafdruk met de minste verticale strepen (1-9). i Druk voor patroon B op het nummer van de testafdruk met de minste verticale strepen (1-9).
B Problemen oplossen B Als u denkt dat er een probleem is met uw machine, controleert u eerst alle onderstaande punten en volgt u de tips voor het oplossen van problemen. U kunt de meeste problemen zelf oplossen. Indien u extra hulp nodig hebt, biedt het Brother Solutions Center u de meest recente veelgestelde vragen en tips voor het oplossen van problemen. Ga naar http://solutions.brother.com/. Uw probleem vaststellen B Controleer eerst de volgende punten.
Onderhouds- en foutmeldingen B Zoals bij alle geavanceerde kantoorproducten kunnen er fouten optreden en moeten verbruiksartikelen soms worden vervangen. De machine bepaalt in dergelijke gevallen wat er aan de hand is of welk routineonderhoud moet worden uitgevoerd; hierbij wordt de relevante melding op de machine weergegeven. De onderstaande lijst geeft een overzicht van de meest voorkomende onderhouds- en foutmeldingen.
Problemen oplossen Foutmelding Oorzaak Wat te doen absorber bijna vol Een van de inktopvangbakjes is bijna vol. Neem contact op met de klantenservice van Brother of uw Brother-leverancier. Alleen BK afdr. Een of meer kleurencartridges zijn aan vervanging toe. Vervang de inktcartridges. (Zie De inktcartridges vervangen uu pagina 49.) Inkt vervangen U kunt nog ongeveer vier weken in zwart-wit afdrukken, afhankelijk van het aantal pagina's dat u afdrukt.
Foutmelding Oorzaak Wat te doen Geheugen vol Het geheugen van de machine is vol. Als een kopieerbewerking wordt uitgevoerd: Druk op , wacht tot de andere bewerkingen zijn voltooid en probeer het vervolgens opnieuw. Op de geheugenkaart of het USBflashstation waarvan u gebruikmaakt, is onvoldoende vrije ruimte beschikbaar om de documenten te scannen. Druk op Hub is onbruikbaar. Een hub of een USB-flashstation met een hub is aangesloten op de USB Direct Interface.
Problemen oplossen Foutmelding Oorzaak Wat te doen Inktabsorber vol Een van de inktopvangbakjes is vol. Voor optimale prestaties van uw Brother-machine moeten deze onderdelen regelmatig onderhouden en uiteindelijk vervangen worden. Omdat periodiek onderhoud voor deze onderdelen vereist is, valt vervanging van de onderdelen niet onder de garantie.
Foutmelding Oorzaak Wat te doen Kan niet detect. U hebt een nieuwe inktcartridge te snel geïnstalleerd en de machine heeft de cartridge niet gedetecteerd. Verwijder de nieuwe inktcartridge en installeer deze langzaam opnieuw tot de cartridgehendel omhoog komt. (Zie De inktcartridges vervangen uu pagina 49.) Een van de inktcartridges is niet correct geïnstalleerd. Media fout Als u geen originele Brother-inkt gebruikt, wordt de inktcartridge mogelijk niet door de machine gedetecteerd.
Problemen oplossen Foutmelding Oorzaak Wat te doen Pap. vast [achter] Het papier is vastgelopen in de machine. Verwijder het vastgelopen papier volgens de stappen in Papier is vastgelopen aan de achterkant van de machine uu pagina 65. Controleer of de papiergeleiders op het juiste papierformaat zijn afgesteld. Pap. vast vr,achtr Er heeft zich papierstof opgehoopt op het oppervlak van de papierdoorvoerrollen. Maak de papierdoorvoerrollen schoon.
Foutmelding Oorzaak Wat te doen Papier nazien Het papier in de machine is op of het papier is niet juist in de papierlade geplaatst. Ga op een van de volgende manieren te werk: Plaats papier in de papierlade en druk vervolgens op OK op het touchscreen. Verwijder het papier en plaats het opnieuw. Druk vervolgens op OK op het touchscreen. (Zie Papier en andere afdrukmedia laden uu pagina 14.) Het papier is vastgelopen in de machine.
Problemen oplossen Foutmelding Oorzaak Wat te doen Reinigen onmog.XX De machine heeft een mechanisch probleem. Open het scannerdeksel en verwijder eventueel aanwezige vreemde voorwerpen en papiersnippers uit het binnenste van de machine. Als het probleem hiermee niet is verholpen, haalt u de stekker van de machine uit het stopcontact en steekt u deze na enkele minuten weer in het stopcontact.
Foutanimatie B c Trek het vastgelopen papier (1) eruit. Met foutanimatie worden stapsgewijs instructies weergegeven wanneer het papier is vastgelopen. U kunt de stappen in uw eigen tempo lezen door op t te drukken om de volgende stap weer te geven en op s om naar de vorige stap terug te gaan. Printer of papier vastgelopen B Verwijder het vastgelopen papier uit de plaats waar het in de machine is vastgelopen.
Problemen oplossen f c Druk de papierlade stevig terug in de machine. Open de binnenklep (1). 1 d OPMERKING Let erop dat u de papiersteun naar buiten trekt tot u een klik hoort. g Trek het vastgelopen papier uit de machine. Sluit het netsnoer weer aan. OPMERKING Als papier vaker vastloopt, kan het zijn dat een stukje papier in de machine vastzit. (Zie Aanvullende handelingen om vastgelopen papier te verwijderen uu pagina 68.
Papier is vastgelopen aan de voor- en achterkant van de machine d Til de klep ter verwijdering van vastgelopen papier omhoog en verwijder het vastgelopen papier. e Kijk goed of er nog stukken papier in de machine (zie boven) en onder de klep ter verwijdering van vastgelopen papier zitten. (Plaats de lade nog niet terug en ga naar stap f.) f Open de klep ter verwijdering van vastgelopen papier (1) aan de achterzijde van de machine. B Voer de volgende stappen uit als Pap.
Problemen oplossen g Open de binnenklep (1). j Druk de papierlade stevig terug in de machine. Trek het vastgelopen papier uit de machine. k Gebruik beide handen en de vingergrepen aan beide zijden van de machine om het scannerdeksel (1) in de geopende stand te zetten. Beweeg de printkop (indien nodig) om achtergebleven papier uit dit gedeelte te verwijderen. Controleer of er geen vastgelopen papier is achtergebleven in de hoeken van de machine (2) en (3).
BELANGRIJK OPMERKING • Als het papier onder de printkop is vastgelopen, moet u de stekker van de machine uit het stopcontact trekken, de printkop verplaatsen zodat deze niet tegen het papier komt en vervolgens het papier verwijderen. • Als de printkop zich in de rechterhoek bevindt (zie illustratie), kunt u de printkop niet verplaatsen. Sluit het netsnoer weer aan. Houd ingedrukt totdat de printkop naar het midden wordt verplaatst.
Problemen oplossen c Breng het scannerdeksel omhoog (1) om de vergrendeling op te heffen. Duw de steun van het scannerdeksel voorzichtig omlaag (2) en sluit het scannerdeksel (3) met beide handen. e Plaats één vel dik A4- of Letter-papier (bijvoorbeeld glanzend papier) in liggende stand in de sleuf voor handmatige invoer. Duw het in de sleuf voor handmatige invoer. 1 3 2 d Open het deksel van de sleuf voor handmatige invoer. OPMERKING • Wij raden u aan om glanzend papier te gebruiken.
Als u problemen met uw machine hebt BELANGRIJK • Voor technische hulp moet u contact opnemen met de klantenservice van Brother. Doe dit in het land waar u de machine hebt gekocht. • Als u denkt dat er een probleem is met uw machine, raadpleegt u de volgende tabel en volgt u de tips voor het oplossen van problemen. U kunt de meeste problemen zelf oplossen. • Indien u extra hulp nodig hebt, biedt het Brother Solutions Center u de meest recente veelgestelde vragen en tips voor het oplossen van problemen.
Problemen oplossen Afdrukproblemen Probleem Suggesties Geen print. Controleer of de correcte printerdriver is geïnstalleerd en geselecteerd. Controleer of er een foutmelding op het touchscreen wordt weergegeven. (Zie Onderhouds- en foutmeldingen uu pagina 56.) Controleer of het apparaat online is. (Windows® 7) Klik op /Apparaten en printers. Klik met de rechtermuisknop op Brother DCP-XXXXX (waarbij XXXXX de naam uw model is) en selecteer Afdruktaken weergeven.
Afdrukproblemen (Vervolg) Probleem Suggesties Afdruksnelheid is te laag. Wijzig de instelling van de printerdriver. In de hoogste resolutie is meer tijd nodig om de gegevens te verwerken, te verzenden en te printen. Probeer de andere kwaliteitsinstellingen op het tabblad Geavanceerd (Windows®) of Kleurinstellingen (Macintosh) van de printerdriver. Klik op Kleurinstellingen (Windows®) of Geavanceerde kleurinstellingen (Macintosh) en controleer of het selectievakje Kleur verbetering is uitgeschakeld.
Problemen oplossen Problemen met de afdrukkwaliteit (Vervolg) Probleem Suggesties Witte horizontale lijnen in tekst of grafische afbeeldingen. Reinig de printkop. (Zie De printkop reinigen uu pagina 52.) Gebruik originele Innobella™-inkt van Brother. Gebruik het aanbevolen type papier. (Zie Geschikt papier en andere afdrukmedia uu pagina 27.
Problemen met de afdrukkwaliteit (Vervolg) Probleem Suggesties De inkt vlekt of loopt uit bij het gebruik van glanzend fotopapier. Controleer beide zijden van het papier. Leg het papier met het glanzende (bedrukbare) oppervlak naar beneden. (Zie Papiersoort uu pagina 26.) Zorg bij gebruik van glanzend papier dat de papiersoort correct is ingesteld. Afdrukken zien er smoezelig uit of het papier loopt vast bij gebruik van A3-papier.
Problemen oplossen Problemen met de papierverwerking (Vervolg) Probleem Suggesties Fotopapier wordt niet goed ingevoerd. Wanneer u afdrukt op fotopapier van Brother, plaatst u een extra vel van hetzelfde fotopapier in de papierlade. U vindt dit extra vel in de verpakking van het papier. De machine voert meerdere pagina’s in. Ga als volgt te werk: (Zie Papier en andere afdrukmedia laden uu pagina 14.) Zorg dat het papier op de juiste wijze in de papierlade is geplaatst.
Problemen met scannen Probleem Suggesties Tijdens het scannen verschijnen TWAIN- of WIA-fouten. Zorg ervoor dat de TWAIN- of WIA-driver van Brother als primaire bron in uw scantoepassing is geselecteerd. Klik bijvoorbeeld in Nuance™ PaperPort™ 12SE op Scaninstellingen, Selecteren om de Brother TWAIN/WIA-driver te selecteren. (Windows®) Tijdens het scannen verschijnen TWAIN- of ICA-fouten. (Macintosh) Zorg dat de Brother TWAIN-driver als primaire bron is geselecteerd.
Problemen oplossen Netwerkproblemen Probleem Suggesties Afdrukken via het netwerk is onmogelijk. Controleer of uw machine aanstaat en online en gebruiksklaar is. Druk de netwerkconfiguratielijst af (uu Geavanceerde gebruikershandleiding: Rapporten) en controleer de huidige netwerkinstellingen in deze lijst. Sluit de LAN-kabel weer aan op de hub om te controleren of de kabels en de netwerkaansluitingen in orde zijn.
Informatie over de machine Het serienummer controleren De machine resetten B B U kunt het serienummer van de machine nakijken op het touchscreen. a Druk op b Druk op s of t op het touchpanel om Machine-info weer te geven. c d Druk op Machine-info. e Druk op (Instell.). Druk op Serienummer. . Resetfuncties De volgende resetfuncties zijn beschikbaar: 1 Netwerk Hiermee kunt u de fabrieksinstellingen van de afdrukserver, zoals het wachtwoord en de IP-adresgegevens, herstellen. 2 Alle instell.
C Tabellen met instellingen en functies De instellingentabellen gebruiken C C Het touchscreen-LCD van uw machine is gemakkelijk te configureren en te bedienen. U hoeft alleen op de gewenste instellingen en opties te drukken wanneer deze op het touchscreen worden weergegeven. Aan de hand van de stapsgewijze instellingentabellen in dit gedeelte kunt u in een mum van tijd nagaan welke opties voor elke instelling en functie beschikbaar zijn.
Instellingentabellen C De instellingentabellen bieden inzicht in de groepen instellingen die u in de programma's van de machine tegenkomt. De fabrieksinstellingen zijn vetgedrukt en met een sterretje weergegeven. (Instell.) C Niveau1 Niveau2 Niveau3 Opties Omschrijvingen Pagina Instellingen snelkoppeling Kopie — Kwaliteit Hiermee kunt u uw eerder opgeslagen instellingen later weer vlot oproepen en toepassen. 10 Hiermee kunt u de afdrukkwaliteit of uitlijning controleren.
Tabellen met instellingen en functies Niveau1 Niveau2 Niveau3 Standaardinst. Papiersoort — Opties Omschrijvingen Pagina Normaal Papier* Hiermee kunt u de papiersoort voor de papierlade instellen. 26 Hiermee kunt u het papierformaat voor de papierlade instellen. 26 Hiermee kunt u het volume instellen van de geluidssignalen die te horen zijn wanneer u op het touchscreen of touchpanel drukt. 12 Hiermee kunt u de helderheid van de achtergrondverlichting van het touchscreen aanpassen.
Netwerkinstellingen C Niveau1 Niveau2 Niveau3 Niveau4 Opties Omschrijvingen Pagina Netwerk LAN met kabel TCP/IP BOOT Method Automatisch* Selecteer de opstartmethode die het beste aan uw eisen voldoet. Zie Statisch RARP BOOTP DHCP IP Address [000-255]. [000-255]. Voer het IP-adres in. [000-255]. [000-255] Subnet Mask [000-255]. [000-255]. Voer het subnetmasker in. [000-255]. [000-255] Gateway [000-255]. [000-255]. [000-255]. Voer het adres van de gateway in.
Tabellen met instellingen en functies Niveau1 Niveau2 Niveau3 Niveau4 Opties Omschrijvingen Pagina Netwerk LAN met kabel TCP/IP IPv6 Aan Schakelt het IPv6-protocol in of uit. Als u het IPv6-protocol wilt gebruiken, gaat u naar http://solutions. brother.com/ voor meer informatie. Zie (Vervolg) (Vervolg) Uit* (Vervolg) Ethernet — Automatisch* 100B-FD 100B-HD . Selecteert de Ethernetlinkmodus. 10B-FD 10B-HD WLAN MAC-adres — — U kunt het MACadres van de machine bekijken.
Niveau1 Niveau2 Niveau3 Niveau4 Opties Omschrijvingen Pagina Netwerk WLAN TCP/IP WINS Server (Vervolg) (Vervolg) Hiermee kunt u het IP-adres van de primaire of secundaire WINS-server opgeven. Zie (Vervolg) (Primary) 000.000.000.000 (Secondary) 000.000.000.000 DNS Server (Primary) 000.000.000.000 (Secondary) 000.000.000.000 APIPA Aan* Uit IPv6 Aan Uit* Hiermee kunt u het IP-adres van de primaire of secundaire DNSserver opgeven.
Tabellen met instellingen en functies Niveau1 Niveau2 Niveau3 Niveau4 Opties Omschrijvingen Pagina Netwerk WLAN Status WLAN Status Actief(11b) U kunt de huidige status van het draadloze netwerk nagaan. Zie . Zie . (Vervolg) Actief(11g) (Vervolg) Actief(11n) AOSS actief Verbinding mislukt Wi-Fi Direct Signaal — U kunt de huidige signaalsterkte van het draadloze netwerk nagaan. SSID — U kunt de huidige SSID nagaan. Comm. Modus — U kunt de huidige communicatiemodus nagaan.
Niveau1 Niveau2 Niveau3 Niveau4 Opties Omschrijvingen Pagina Netwerk Wi-Fi Direct Apparaatnaam — (Vervolg) Hiermee kunt u de apparaatnaam van uw machine nagaan. Zie (Vervolg) Toestelinformatie SSID — Hiermee kunt u de SSID van de groepseigenaar weergeven. Als de machine niet is verbonden, ziet u Niet verbonden op het touchscreen. IP Address — Hiermee kunt u het huidige IPadres van uw machine nagaan. Status Gr.eig.
Tabellen met instellingen en functies Niveau1 Niveau2 Niveau3 Niveau4 Opties Omschrijvingen Pagina Netwerk Netwerk I/F — LAN met kabel* — U kunt het type netwerkverbinding kiezen. Zie Ja Hiermee worden alle fabrieksinstellingen van het netwerk hersteld. (Vervolg) WLAN Netw. resetten — — Nee . uu Netwerkhandleiding. Ga naar het Brother Solutions Center om de Wi-Fi Direct™ handleiding te downloaden van http://solutions.brother.com/.
Functietabellen C (Kopiëren) C Niveau1 Niveau2 Niveau3 Opties Omschrijvingen Pagina Mono Start — — — Hiermee kunt u een kopie in zwart-wit maken. 34 Kleur Start — — — Hiermee kunt u een kopie in kleur maken. Opties Kwaliteit — Normaal* Hiermee kiest u de kopieerresolutie voor de volgende kopie. Zie Selecteer de papiersoort die overeenkomt met het papier in de lade. 35 Selecteer het papierformaat dat overeenkomt met het papier in de lade.
Tabellen met instellingen en functies Niveau1 Niveau2 Niveau3 Opties Omschrijvingen Pagina Opties In-/uitzoomen 100%* — — Zie Vergroten 198% 10x15cmiA4 Hiermee kunt u het vergrotingspercentage voor de volgende kopie kiezen. (Vervolg) 186% 10x15cmiLTR 141% A4iA3, A5iA4 Verkleinen 97% LTRiA4 93% A4iLTR 83% . Hiermee kunt u het verkleiningspercentage voor de volgende kopie kiezen.
Niveau1 Niveau2 Niveau3 Opties Omschrijvingen Pagina Opties Dubbelzijdig Uit* — Zie Staand Omsl. lange z. — U kunt de instellingen voor dubbelzijdig afdrukken kiezen. Liggend Omsl. lange z. — Staand Omsl. korte z. — Liggend Omsl. korte z. — Geavanc. Normaal* (Vervolg) . DX1 DX2 Geavanc. instell. — Uit* Inktspaarmodus U kunt verschillende kopieerinstellingen kiezen. Dun papier Boek kop. Verwijder achtergr. Nieuwe standaard — Fabrieksinstell.
Tabellen met instellingen en functies (Scannen) C Niveau1 Niveau2 Niveau3 Opties Omschrijvingen Pagina Scan nr best. PC Start — Hiermee start u het scanproces. Zie Opties (Zie Opties (voor Scan nr best., Scan nr mail en Scan nr afb.) in de volgende tabel voor meer informatie.) Hiermee kunt u de gedetailleerde instellingen configureren. Scan nr media (Wanneer een geheugenkaart of USB-flashstation is geplaatst) — Start — Hiermee start u het scanproces.
Niveau1 Niveau2 Niveau3 Opties Omschrijvingen Pagina Scan nr afb. PC Start — Hiermee start u het scanproces. Zie Opties (Zie Opties (voor Scan nr best., Scan nr mail en Scan nr afb.) in de volgende tabel voor meer informatie.) Hiermee kunt u de gedetailleerde instellingen configureren. Scan — — Scannen vr e-mail — — U kunt gegevens scannen met behulp van het webserviceprotocol. Scannen voor faxen — — Scannen voor afdr.
Tabellen met instellingen en functies Opties (voor Scan nr best., Scan nr mail en Scan nr afb.) C Niveau1 Niveau2 Optie1 Omschrijvingen Pagina Opties Instel.met touchscr Uit (Inst. met comp.)* Als u de machine-instellingen via het touchscreen wilt wijzigen, kiest u Aan. Zie Aan . De onderstaande instellingen worden weergegeven als Aan is geselecteerd voor Instel.met touchscr. Scantype Kleur* Zwart en wit Resolutie 100 dpi 200 dpi* Hiermee kunt u het scantype voor uw document kiezen.
Opties (voor Scan nr media) C Niveau1 Niveau2 Optie1 Omschrijvingen Pagina Opties Scantype Kleur* Hiermee kunt u het scantype voor uw document kiezen. 40 Zwart en wit Resolutie 100 dpi 200 dpi* Hiermee kunt u de scanresolutie voor uw document kiezen. 300 dpi 600 dpi Automatisch Bestandstype (Als u de optie Kleur hebt gekozen als bij Type scan) Hiermee kunt u het bestandsformaat voor uw document kiezen.
Tabellen met instellingen en functies Opties (voor Scan nr OCR) C Niveau1 Niveau2 Optie1 Omschrijvingen Pagina Opties Instel.met touchscr Uit (Inst. met comp.)* Als u de machine-instellingen via het touchscreen wilt wijzigen, kiest u Aan. Zie Aan . De onderstaande instellingen worden weergegeven als Aan is geselecteerd voor Instel.met touchscr. Scantype Kleur Zwart en wit* Resolutie 100 dpi 200 dpi* Hiermee kunt u het scantype voor uw document kiezen.
(Foto) C Niveau1 Niveau2 Niveau3 Opties Omschrijvingen Pagina Foto’s weerg OK Start — U kunt de gekozen foto's afdrukken. 39 Opties Zie Opties in de volgende tabel voor meer informatie. Met de opties kunt u uw foto's aanpassen. Zie Start — — U kunt alle foto's op uw geheugenkaart of USBflashstation afdrukken. Opties — Zie Opties in de volgende tabel voor meer informatie. Met de opties kunt u uw foto's aanpassen. Index Start — U kunt een pagina met miniaturen afdrukken.
Tabellen met instellingen en functies Opties (voor Foto) C Optie1 Optie2 Optie3 Optie4 Omschrijvingen Pagina Printkwaliteit Normaal — — Zie (Niet beschikbaar voor DPOFafdrukken.) Foto* Hiermee kunt u de afdrukkwaliteit kiezen. Papiersoort Normaal Papier — — Hiermee kunt u de papiersoort kiezen. — — Hiermee kunt u het papierformaat kiezen. — — Hiermee kunt u het afdrukformaat kiezen als u papier van A4- of Letterformaat gebruikt. — — Hiermee kunt u de helderheid instellen.
Optie1 Optie2 Optie3 Kleur verbeteren Aan Wit Balans Optie4 Uit* -2 Omschrijvingen Pagina Hiermee kunt u de tint van witte vlakken aanpassen. Zie -1 0 +1 +2 Scherpte -2 Hiermee kunt u het detail van het beeld verbeteren. -1 0 +1 +2 Kleurdensiteit -2 Hiermee kunt u de totale hoeveelheid kleur in het beeld aanpassen. -1 0 +1 +2 Bijsnijd(crop) Aan* — — Hiermee kunt u het beeld rond de marge bijsnijden om het aan het papierformaat of het afdrukformaat aan te passen.
Tabellen met instellingen en functies (Web) C Niveau1 Niveau2 Niveau3 Opties Omschrijvingen Pagina Web PICASA Web Albums™ — — Zie . GOOGLE DOCS™ — — Hiermee kunt u de Brother-machine met een internetservice verbinden. ® — — Facebook™ — — EVERNOTE ® — — Dropbox — — FLICKR De provider heeft mogelijk webservices toegevoegd en/of servicenamen gewijzigd sinds dit document werd gepubliceerd.
(Wi-Fi-instellingen) C OPMERKING Nadat u Wi-Fi® hebt geconfigureerd, kunt u de instellingen niet meer wijzigen vanuit het beginscherm. Gebruik het scherm met instellingen als u instellingen voor de Wi-Fi-verbinding wilt wijzigen. Niveau1 Niveau2 Niveau3 Opties Omschrijvingen Pagina Inst. Wizard — — U kunt de afdrukserver voor een draadloos netwerk handmatig instellen. Zie . Instellen met pc — — U kunt de Wi-Fiinstellingen via een pc wijzigen.
Tabellen met instellingen en functies Tekst invoeren C Wanneer u tekst voor de machine moet invoeren, wordt het toetsenbord op het touchscreen weergegeven. Druk op om tussen letters, cijfers en speciale tekens te schakelen. Spaties invoegen C Als u een spatie wilt invoegen, drukt u op op de spatieknop of om speciale tekens te kiezen en vervolgens drukt u . U kunt ook tweemaal op c drukken om de cursor te verplaatsen. OPMERKING De beschikbare tekens kunnen per land verschillen.
D Specificaties D Algemeen D OPMERKING Dit hoofdstuk bevat een overzicht van de specificaties van de machine. Ga voor meer specificaties naar http://www.brother.com/. Printertype Inkjet Printkop Zwart-wit: Piëzo met 420 spuitmondjes × 1 Kleur: Piëzo met 420 spuitmondjes × 3 Geheugencapaciteit 128 MB LCD (Liquid Crystal Display) 1,8 in.
Specificaties Afmetingen 163 mm 480 mm 290 mm 483 mm Gewicht 8 kg Geluidsemissie In bedrijf: LPAm = 50 dB(A) (gemiddeld) 1 Geluidsemissie conform ISO9296 Kopiëren: (Nederland) LWAd = 6,26 B(A) 2 (Zwart-wit) LWAd = 6,19 B(A) (Kleur) (België) LWAd = 5,84 B(A) 2 (Zwart-wit) D LWAd = 5,86 B(A) (Kleur) Temperatuur Vochtigheid Documentgrootte Gereed: LWAd = 3,28 B(A) (Zwart-wit/Kleur) In bedrijf: 10 tot 35 °C Beste afdrukkwaliteit: 20 tot 33 °C In bedrijf: 20 tot 80% (niet condenserend) Best
Afdrukmedia Papierinvoer D Papierlade Papiersoort: Normaal papier, inkjetpapier (gecoat papier), glanzend papier 1 en transparanten 1 2 Papierformaat 3: (Liggend) A4, Letter, Executive (Staand) A5, A6, Enveloppen (Com-10, DL, Monarch), Foto 10 × 15 cm, Foto L 89 × 127 mm, Foto 2L 13 × 18 cm en Indexkaart 127 × 203 mm Breedte: 89 mm - 215,9 mm Lengte: 127 mm - 297 mm Zie Papiergewicht en -dikte uu pagina 31 voor meer informatie.
Specificaties Papierinvoer (Vervolg) Sleuf voor handmatige invoer Papiersoort: Normaal papier, inkjetpapier (gecoat papier), glanzend papier 1 en transparanten 1 2 Papierformaat 3: (Liggend) A4, Letter, Executive (Staand) A3, Ledger, Legal, A5, A6, Enveloppen (Com-10, DL, Monarch, C5), Foto 10 × 15 cm, Foto L 89 × 127 mm, Foto 2L 13 × 18 cm en Indexkaart 127 × 203 mm Breedte: 89 mm - 297 mm Lengte: 127 mm - 431,8 mm Zie Papiergewicht en -dikte uu pagina 31 voor meer informatie.
Kopiëren D Kleur/Zwart-wit Ja/Ja Breedte kopie 1 204 mm Meerdere kopieën Sets van max. 99 pagina’s Vergroten/verkleinen 25% tot 400% (in stappen van 1%) Resolutie Kan maximaal 1.200 × 1.200 dpi afdrukken Dubbelzijdig Ja Papiersoort: Normaal papier Papierformaat: A4, Letter, A5 1 Als u kopieert op papier van A4-formaat.
Specificaties PhotoCapture Center™ D Compatibele media 1 Memory Stick Duo™ (16 MB - 128 MB) Memory Stick PRO Duo™ (256 MB - 32 GB) Memory Stick Micro™ (M2™) met adapter (256 MB - 32 GB) MultiMedia Card (32 MB - 2 GB) MultiMedia Card Plus (128 MB - 4 GB) MultiMedia Card Mobile met adapter (64 MB - 1 GB) SD-geheugenkaart (16 MB - 2 GB) miniSD met adapter (16 MB - 2 GB) microSD met adapter (16 MB - 2 GB) SDHC-geheugenkaart (4 GB - 32 GB) miniSDHC met adapter (4 GB - 32 GB) microSDHC met adapter (4 GB - 32
PictBridge Compatibiliteit D Ondersteunt de PictBridge-norm CIPA DC-001 van de Camera & Imaging Products Association. Ga naar http://www.cipa.jp/pictbridge/ voor meer informatie.
Specificaties Scanner D Kleur/Zwart-wit Ja/Ja TWAIN-compatibel Ja (Windows® XP 1/Windows Vista®/Windows® 7) (Mac OS X v10.5.8, 10.6.x, 10.7.x 2) WIA-compatibel Ja (Windows® XP 1/Windows Vista®/Windows® 7) ICA-compatibel Ja (Mac OS X v10.6.x, 10.7.x) Kleurintensiteit 48-bits kleurverwerking (invoer) 24-bits kleurverwerking (uitvoer)/256 niveaus per kleur Grijstinten 16-bits kleurverwerking (invoer) 8-bits kleurverwerking (uitvoer)/256 niveaus Resolutie Max. 19.200 × 19.
Printer D Resolutie Max. 1.200 × 6.000 dpi Afdrukbreedte 3 291 mm [297 mm (zonder rand) 1] Zonder rand 2 A4, Letter, A3, Ledger, A6, Foto 10 × 15 cm, Foto L 89 × 127 mm, Foto 2L 13 × 18 cm Dubbelzijdig Papiersoort: Normaal papier Papierformaat: A4, Letter, A5, Executive Afdruksnelheid 4 1 Wanneer de optie Zonder rand op Aan is ingesteld. 2 Zie Type en formaat papier voor elke functie uu pagina 29. 3 Als u afdrukt op papier van A3-formaat.
Specificaties Interfaces D USB 1 2 Gebruik een USB 2.0-interfacekabel van maximaal 2 m. LAN-kabel 3 Ethernet UTP-kabel van categorie 5 of hoger. Draadloos LAN-netwerk IEEE 802.11b/g/n (Infrastructuurmodus/Ad-hocmodus) IEEE 802.11g/n (Wi-Fi Direct™) 1 Uw machine heeft een Hi-speed USB 2.0-interfacekabel. De machine kan ook worden aangesloten op een computer die beschikt over een USB 1.1-interface. 2 USB-poorten van andere merken worden niet ondersteund. 3 Zie Netwerk uu pagina 112.
Netwerk D OPMERKING Voor meer informatie over de netwerkspecificaties uu de Netwerkhandleiding. U kunt de machine op een netwerk aansluiten voor afdrukken en scannen via het netwerk en foto's ophalen van het PhotoCapture Center™ 1. De netwerkbeheersoftware Brother BRAdmin Light 2 wordt meegeleverd.
Specificaties Vereisten voor de computer D ONDERSTEUNDE BESTURINGSSYSTEMEN EN SOFTWAREFUNCTIES Hardeschijfruimte voor installatie Pc-interface Computerplatform & besturingssysteemversie Windows®besturingssysteem 10/100 Wireless Base-TX 802.11b/g/n (Ethernet) Processor Drivers Toepassingen 150 MB 1 GB Windows Vista® 1 3 500 MB 1,3 GB Windows® 7 1 3 650 MB USB 2 Windows® XP Home 1 3 Afdrukken Windows® XP Verwisselbare schijf 4 Scannen Professional 1 3 Windows Server® 2003 N.v.t.
Verbruiksartikelen Inkt De machine gebruikt aparte inktcartridges in zwart, geel, cyaan en magenta die geen onderdeel zijn van de printkopset. Gebruiksduur van inktcartridge De eerste keer dat u een set inktcartridges installeert, gebruikt de machine een hoeveelheid inkt om de inktleidingen te vullen voor afdrukken van hoge kwaliteit. Dit is een eenmalig proces. Nadat dit proces is uitgevoerd, gaan de cartridges die bij uw machine zijn geleverd minder lang mee dan standaardcartridges (65%).
E Index A F Afdrukken afdrukgebied .........................................25 papier vastgelopen ...............................64 problemen .............................................71 resolutie ..............................................110 specificaties ........................................110 Zie de Softwarehandleiding. Apple Macintosh Zie de Softwarehandleiding. ControlCenter Zie de Softwarehandleiding. Foto- en Foto L-papier .......... 17, 19, 29, 30 Foutmeldingen op touchscreen ......
K P Kopiëren met de glasplaat ....................................32 papierformaat ........................................35 papiersoort ............................................35 snelkoppelingen ............................. 10, 12 Papier ......................................27, 104, 105 afdrukgebied ......................................... 25 capaciteit ........................................ 30, 31 enveloppen en briefkaarten laden ........ 17 formaat ...........................................
R Reinigen printkop .................................................52 scanner .................................................52 Resolutie afdrukken ............................................110 kopiëren ..............................................106 scannen ..............................................109 S Scannen Zie de Softwarehandleiding. Serienummer achterhalen ......Zie binnenkant frontdeksel Snelkoppelingen ......................................10 gebruiken ................................
Bezoek ons op World Wide Web http://www.brother.com/ Deze machine is uitsluitend goedgekeurd voor gebruik in het land van aankoop. Plaatselijke Brother-bedrijven of hun dealers verlenen alleen service voor machines die in hun eigen land zijn aangekocht. www.brotherearth.