Installation Instructions
2. Installeren
Climate Master BQLS maart 2009
-7-
2.2.5 Elan Duo toestel
Voor het schakelen van de systeemventilatoren in het Elan Duo toestel dient de ventilatoruitgang voor de
betreffende zone in de Climate Master met 4 zones aangesloten te worden op positie 8 en positie 9 van de 20-
polige connector in de schakelkast van het Elan Duo toestel.
Tijdens koelen zullen de systeemventilatoren van het Elan Duo toestel naar de luchthoeveelheid voor koelen
schakelen als deze zijn aangesloten op de Climate Master BQLS met 4 zones.
2.2.6 Warmtepomp
Voor het aansturen van de warmtepomp vanuit de Climate Master met 4 zones is een interface noodzakelijk.
Deze interface wordt meegeleverd met de warmtepomp.
De interface kan met de uitstekende pennen rechtstreeks op de aansluitingen 8, 9 en 10 van kroonstrip in de
schakelkast van de warmtepomp aangesloten worden.
Let op: de aansluitingen in de schakelkast van de warmtepomp schakelen 230 V. Zorg dat de voedingsspanning
van de warmtepomp uitgeschakeld is bij het aansluiten van de interface.
De interface wordt via een 3-aderige kabel door de Climate Master
aangestuurd met laagspanning. De aansluitingen ‘KA’, ‘+’ en ‘WP’ van
de interface en de Climate Master moeten met elkaar verbonden
worden.
Let op: verwijder de permanente doorlussingen aan de achterkant van
de aansluitingen 8, 9 en 10 van de kroonstrip, anders zal de interface
de warmtepomp niet schakelen.
Voor de overige aansluitingen van de warmtepomp wordt verwezen
naar de installatievoorschriften van de warmtepomp. De ‘digitale
controller’ van de warmtepomp (binnen montage) wordt met een 2-
aderige 230 V kabel aangesloten op de buitenunit.
2.2.7 Buitentemperatuurvoeler
Voor het automatisch laten schakelen tussen CV-ketel en warmtepomp bij warmtevraag moet een buitenvoeler
aangesloten worden (NTC 12K). De schakelaar moet zodanig staan dat geen LED brandt.
De waarde van de buitentemperatuur is af te lezen op het
uitleesvenster.
Af fabriek staat de schakeltemperatuur ingesteld op 5°C. Onder deze
buitentemperatuur zal de CV-ketel actief zijn.
Met een hysterese van 2 K zal de warmtepomp weer actief worden als
de buitentemperatuur tot boven de 7°C stijgt.
De schakeltemperatuur en hysterese van de automatisch CV-WP
schakeling zijn door de installateur naar eigen inzicht te wijzigen.
Bovendien is een tijdsduur instelbaar tussen het schakelen van CV-
naar WP bedrijf.
Is geen buitenvoeler aangesloten of is de buitenvoeler kortgesloten,
zullen twee liggende streepjes zichtbaar zijn op het uitleesvenster
Het wijzigen van de instellingen gaat als volgt:
• Druk bij temperatuurweergave (bedrijfssituatie) op de ‘+’ toets; afhankelijk van een voorgaande
toetsbediening verschijnt ‘P.00’, ‘P.01’ of ‘P.02’ in beeld. Met het drukken op de ‘+’ en de ‘-‘ toetsen is te
schakelen tussen deze drie instellingen. Als ongeveer 10 seconden geen toets bediend is, verschijnt
automatisch de temperatuurweergave (bedrijfssituatie) weer in beeld.
• ‘P.00’ is de waarde van de buitentemperatuur, waarbij van WP-bedrijf naar CV-bedrijf wordt
geschakeld; de uitgang van de CV-ketel is onder deze buitentemperatuur actief en de uitgang van de
warmtepomp is uitgeschakeld (af fabriek is ‘P.00’ = 5°C, instelbaar van -10°C t/m +20°C).
• ‘P.01’ is de waarde van de temperatuurhysterese. Dit getal moet bij de buitentemperatuur worden
opgeteld en geeft dan de temperatuur, waarbij van CV-bedrijf naar WP-bedrijf wordt geschakeld (af
fabriek is ‘P.01’ = 2 K, instelbaar van 0K t/m 10K; bij een buitentemperatuur van 7°C wordt de
warmtepomp weer ingeschakeld bij warmtevraag en is de CV-ketel uitgeschakeld).
• Vervolg op volgende pagina.










