Installatie- en onderhoudsvoorschrift voor de installateur Combi Gaswandketel open BOSCH VRC Low NOx Verbeterd rendement met watergekoelde brander en Bosch Heatronic 6 720 611 567 NL (04.
Inhoudsopgave Inhoudsopgave Voor uw veiligheid 3 Verklaring symbolen 3 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 1.7 1.8 1.9 1.10 Toestelbeschrijving algemeen EG-conformiteitsverklaring Typenoverzicht Leveringsomvang Toestelbeschrijving Toebehoren Afmetingen en minimale afstanden Toestelopbouw Functieschema Elektrische bedrading Technische gegevens 2 Voorschriften 10 3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.
Voor uw veiligheid Voor uw veiligheid Verklaring symbolen Gevaar bij gaslucht Veiligheidsaanwijzingen in de tekst worden door middel van een grijs vlak en een gevaren driehoek aangeduid. B Sluit de gaskraan. B Open de ramen. B Bedien geen elektrische schakelaars. B Open vuur doven. B Bel van buiten het gasbedrijf en een erkend installatiebedrijf. Gevaar bij rookgaslucht B Schakel het toestel uit. B Open vensters en deuren. B Neem contact op met een erkend installatiebedrijf.
Toestelbeschrijving algemeen 1 Toestelbeschrijving algemeen 1.1 EG-conformiteitsverklaring Dit toestel voldoet aan de geldende eisen van de europese richtlijnen 90/396/EEG, 92/42/EEG, 73/23/ EEG, 89/336/EEG en de in het EG-proefmodelcertificaat beschreven proefmodel. Het voldoet aan de eisen voor verbeterd rendementketel. 1.
Toestelbeschrijving algemeen 1.5 Toebehoren (zie prijslijst) • Montageplaat • Verwarmingsregelaars • Serviceafsluiters • Inbouw schakelklok • Weersafhankelijke inbouwregelaar • Ombouwset propaan. Afmetingen en minimale afstanden min. 235 min. 130 30 100 = 260 25 = 30 360 338 833 101 850 835 27 100 min. 300 1.6 ~ 120 ~ 100 103 440 1,5 13 30 8,5 200 280 ~ 100 103.1 6 720 611 567-03.1O Afb. 1 Legenda bij afbeelding 1: 13 101 103 103.
Toestelbeschrijving algemeen 1.7 Toestelopbouw 120 27 6.1 39 6 36.1 6.2 102 33 32 36.2 29 56 43 3 413 63 98 7 18 355 18.1 64 6.3 8.1 4 15 295 88 6 720 610 889-03.1TG Afb. 2 3 4 6 6.1 6.2 6.3 7 8.1 15 18 18.1 27 29 32 33 36.1 36.
Toestelbeschrijving algemeen 1.8 Functieschema 6.1 442 33 30 27 35 32 36.1 6 36.2 ϑ ϑ 6.2 404 53 3 441 56 64 63 69 18 57.1 57 7 11 88 55 8.1 4 185 ECO 3 0 2 5 1 90 355 E 7 15 413 4 6.3 0 ϑ 361 94 M 93 91 13 43 44 45 98 46 14 47 84 48 6 720 611 567-02.1O Afb. 3 3 4 6 6.1 6.2 6.3 7 8.1 11 13 14 15 18 27 30 32 33 35 36.1 36.
Toestelbeschrijving algemeen 1.9 Elektrische bedrading 3 3 3 6 5 3 6 4 6 1 3 1 7 3 6 6 3 6 3 3 6 7 3 6 .2 E C O 4 .1 6 .2 9 V /2 5 V 1 5 3 2 3 0 V /A C 2 3 0 V 3 1 0 1 3 6 1 3 5 3 1 2 3 2 8 3 0 2 L 3 1 3 1 5 1 3 1 8 3 1 5 3 1 9 1 2 4 7 8 9 3 2 9 8 4 N N s L s L R 3 0 0 1 6 1 M 3 1 4 3 0 3 3 2 8 .1 4 1 3 6 M 1 8 6 8 5 2 5 2 .1 5 6 3 6 .1 6 .1 6 .3 3 2 6 7 2 0 6 1 0 8 8 9 -0 7 .1 R Afb. 4 4.1 6 6.1 6.2 6.3 18 32 33 36.1 36.2 52 52.
Toestelbeschrijving algemeen 1.10 Technische gegevens Eenheid met rookgaszonder rookgastemperatuurstrip temperatuurstrip Vermogen Max. vermogen Max. belasting Min. vermogen Min. belasting Max. vermogen warmwater Max. belasting warmwater Gasaansluitwaarde Aardgas L/LL (HiS = 8,1 kWh/m3) Propaan (Hi = 12,9 kWh/kg) Toegestane dynamische druk gasaansluiting Aardgas L/LL en H Propaan Branderdruk Nominale belasting Minimale belasting Warmwater max. warmwatervolume bij 60 °C (10 °C inlaattemperatuur) max.
Voorschriften 2 Voorschriften Verwarming en warmwatervoorziening Voor de Bosch gaswandketels VRC, zijn de navolgende voorschriften van toepassing: • NEN 3028 Veiligheidseisen voor centrale verwarming installaties. • NEN 1010 Veiligheidsvoorschriften voor laagspanningsinstallaties • NEN 1078 Voorschriften voor aardgasinstallaties NPR3378 toelichting bij NEN1078 • GAVO 1987 Diverse artikelen en plaatselijk geldende voorschriften.
Installatie 3 Installatie Afdichtingsmiddel Gevaar: explosie! B Sluit de gaskraan altijd voor werkzaamheden aan gasvoerende delen. Het toevoegen van afdichtingsmiddel in het verwarmingswater kan naar onze ervaring problemen (neerslag in het warmteblok) opleveren. Wij raden daarom het gebruik ervan af. Stromingsgeluiden i 3.1 Montage, gas, afvoer en stroomaansluitingen en het in bedrijf nemen van de installatie mag alleen plaatsvinden door een erkend intallateur.
Installatie Oppervlakte temperatuur Servicepakket bestelnr. 240 De max. oppervlaktetemperatuur van het toestel is lager dan 85 °C. Daarom zijn op grond TRGI resp. TRF geen bijzondere veiligheidsmaatregelen voor brandbaar bouwmateriaal en inbouwmeubels vereist. Afwijkende voorschriften moeten in acht worden genomen. • 1 rechte waterstopkraan1/2"chroom met sanitair bovendeel en voorzien van 1/2"aansluiting met wartelmoer en 1/2" binnendraad.
Installatie B Om het toestel tegen te hoge druk te beschermen (TRF) moet een drukregelapparaat met veiligheidsventiel ingebouwd worden. 3.4 Toestel monteren Voorzichtig: Door vervuiling in het leidingnet kan het toestel beschadigd worden. B Voor het vullen en aftappen van de installatie moet door de installateur op het diepste punt een vul- en aftapkraan aangebracht worden. B Installatiespoelen om vuil te verwijderen.
Installatie Toestel bevestigen 3.6 B Toestel op de voorbereide pijpaansluitingen zetten en met de bijverpakte ringen en moeren op de wand monteren. Toestellen parallel schakelen (hydraulische cascade) B Wartels op de pijpaansluitingen vast draaien. Rookgasafvoer i 3.5 Om corrosie te voorkomen, alleen rookgasafvoerkanalen van aluminium gebruiken. Bijzondere situaties Tot vijf toestellen kunnen parallel worden geschakeld.
Elektrische aansluiting 4 Elektrische aansluiting Gevaar: Door stroom schok! B Schroef losdraaien en afdichting naar voren eruit nemen. B Bij het aansluiten en werken aan elektrische delen altijd toestel spanningsvrij maken: (zekering, hoofdschakelaar). 3 0 4 2 5 1 E De regel-, besturings- en veiligheidsinrichtingen zijn door de fabrikant van bedrading voorzien en gekeurd. B Kabel voor netaansluiting (AC 230 V, 50 Hz) leggen.
Elektrische aansluiting 4.2 Verwarmingsregelaars, afstandsbedieningen of schakelklokken aansluiten Wij bevelen aan de gaswandketels met Bosch regelaars uit te voeren: Busgeschikte verwarmingsregelaars TR 220 ruimteregelaar, TA 250, TA 270, TA 300 weersafhankelijke regelaars. 4.3 Aansluiten Open Therm-moduul/ Ceracontrol regelaar Open Therm-moduul (OTM1)/Ceracontrol regelaar met busmoduul is als toebehoren te leveren. B Deksel naar onderen uitschuiven en het moduul erin schuiven.
Elektrische aansluiting 4.4 Aansluiten van een temperatuurbegrenzer TB 1 in een vloerverwarminginstallatie Bij verwarmingsinstallatie alleen met vloerverwarming en een directe hydraulische aansluiting op het toestel. DC 24V 1 2 4 7 8 9 4.5 Tweedraads kamerthermostaat aansluiten De meegeleverde buitentemperatuurvoeler wordt niet gebruikt. Om een tweedraads aan/uit kamerthermostaat met een potentiaal vrij kontakt te kunnen aansluiten, is het noodzakelijk de bijgeleverde weerstand te monteren.
Inbedrijfname 5 Inbedrijfname 27.1 136 365 61 317 366 367 363 310 ECO 364 8.1 135 15 295 15.1 170 14 171 172 173 170 InbetriebnahmeNorm Afb. 21 8.1 14 15 15.1 27.
Inbedrijfname 5.2 In/Uitschakelen Inschakelen B Hoofdschakelaar (I) inschakelen. Het controlelampje brandt groen en op de display verschijnt de aanvoertemperatuur. 5.4 Verwarmingsregelingen B Weersafhankelijke regelaar (TA) instellen op de betreffende verwarmingscurve en bedrijfsmodus instellen. B Ruimtetemperatuurregelaars (TR...) op de gewenste ruimtetemperatuur draaien. 20°C 15 6 720 610 333-04.1O 10 Afb. 22 Uitschakelen 25 30 Aus B Hoofdschakelaar (0) uitschakelen.
Inbedrijfname Spaarbedrijf, ECO-toets brandt Het warme water wordt op verlaagde temperatuur gehouden. Bij temperatuurregelaar linkeraanslag vindt geen warmhouding plaats. • met vraagaanmelding Door het kort openen en sluiten van de warmwaterkraan verwarmt het water tot de ingestelde temperatuur. • zonder behoefte aanmelding Verwarming tot de ingestelde temperatuur vindt pas plaats, als warm water wordt afgetapt. i 5.6 De behoefte aanmelding zorgt voor maximale gas en waterbesparing.
Individuele instelling 6 Individuele instelling 6.1.2 6.1 Mechanische instellingen Het toerental van de verwarmingspomp kan aan de klemkast van de pomp worden gewijzigd. 6.1.1 Instellen van de aanvoertemperatuur i Om energie te sparen: i De aanvoertemperatuur is tussen 35°C en ca. 88°C instelbaar. Bij vloerverwarmingen de maximaal toegestane aanvoertemperaturen in acht nemen. Karakteristiek van de verwarmingspomp wijzigen B De kleinst mogelijk schakelaarstand kiezen.
Individuele instelling 6.2.2 Servicefunctie kiezen: i Markeert u de stand van de temperatuurregelaars en . Draait u de temperatuurregelaars na het instellen terug op uitgangspositie. i De servicefunctie’s zijn onderverdeeld in twee delen: Deel 1 omvat de servicefunctie’s tot 4.9, het tweede deel omvat de servicefunctie’s vanaf 5.0. B Om een servicefunctie uit deel 1 op te vragen: service toets indrukken en ingedrukt houden, tot op de display – – verschijnt.
Individuele instelling B Toets indrukken en ingedrukt houden, totdat op de display [ ] verschijnt. De pompschakelstand is vastgelegd. B Temperatuurregelaar draaien totdat op de display de gewenste antipendelprogramma tussen 0 en 15 verschijnt. De display en de toets knipperen. B Waarde noteren op het inbedrijfname protokol op pagina 39. B Toets indrukken en ingedrukt houden, totdat op de display [ ] verschijnt. De pompschakelstand is vastgelegd. 6 720 610 332-34.1O Afb.
Individuele instelling B Toets indrukken en ingedrukt houden, totdat op de display [ ] verschijnt. De pompschakelstand is vastgelegd. B Temperatuurregelaar draaien tot op de display 2.6 verschijnt. Na korte tijd verschijnt de ingestelde schakeldifferentie op de display. 6 720 610 332-34.1O Afb. 37 6 720 610 332-45.1O B Draai de temperatuurregelaars en op de oorspronkelijke waarden. Op de display verschijnt de aanvoertemperatuur. 6.2.5 Inschakelen van de schakeldifferentie (∆t) (servicefunctie 2.
Individuele instelling B Toets indrukken en ingedrukt houden tot op de display – – verschijnt. Toets brandt. Fabrieksinstelling is het max. normiaal verwarmend vermogen; weergave op de display 99. B Afdichtingsschroef aan de meetaansluiting voor branderdruk (3) (pagina 28) losmaken en manometer aansluiten. B Toetsen en indrukken en ingedrukt houden tot op de display = = verschijnt. Toetsen en branden. 6 720 610 332-32.1O Afb. 41 B Temperatuurregelaar draaien tot de display 2.7 weergeeft.
Individuele instelling 6.2.8 Minimaal vermogen instellen (servicefunctie 5.5) De min. warmtebelasting is ingesteld in de fabriek, zie technische gegevens. Het instelbereik kan in overeenstemming met de schoorsteenverhoudingen worden aangepast. Fabriekinstelling is de weergave op de display: 45 bij Bosch VRC open. B Afdichtingsschroef aan de meetaansluiting voor branderdruk (3) (pagina 28) losmaken en manometer aansluiten. B Toetsen en indrukken en ingedrukt houden tot op de display = = verschijnt.
Individuele instelling 6.2.10 Waarde uitlezen van de Bosch Heatronic In het geval van een reparatie vereenvoudigt dit de instelling aanzienlijk. 1 4 2 B Uitlezen van de ingestelde waarde in de display (zie tabel 9) en in het inbedrijfname protokol invullen. Na het uitlezen: B Temperatuurregelaar spronkelijke stand. weer instellen op de oor6 720 610 332-56.1O 3 Afb. 53 Servicefunctie Hoe uitlezen? Pompschakeling 2.2 (3) draaien tot (4) 2.2 verschijnt. Wachten tot (4) wisselt. Vul het cijfer in.
Aanpassing aan het soort gas 7 Aanpassing aan het soort gas De fabrieksinstelling van de aardgastoestellen komt overeen met EE-L. Door de fabriek is de instelling met lood verzegeld. Instellen op de max. nominale warmtebelasting en min. nomale warmtebelasting is niet nodig. Aardgas 7.1 Instelling gas (aard en flessegas) Het nominaal verwarmend vermogen kan met de branderdruk of volumetrisch worden ingesteld. i Voor de gas instelling een niet magnetische 5 mm brede schroevendraaier gebruiken.
Aanpassing aan het soort gas B Voor „max“ aangegeven branderdruk zie tabel pagina 38. Branderdruk via instelschroef max. gasvolume (63) instellen. Draaien naar rechts meer gas, draaiing naar links minder gas. B Temperatuurregelaar draaien tot de display 2 (= max. nominaal verwarmend vermogen) weergeeft. De display en de toets knipperen. Branderdruk bij minimaal verwarmend vermogen B Draai de temperatuurregelaar naar links tot in de display 1. (= minimale warmtecapaciteit) wordt weergegeven.
Aanpassing aan het soort gas 7.1.2 Volumetrische instelmethode Controleer bij de toevoer van mengsels van flessegas gas en lucht in piekbehoeftetijden de instelling met de instelmethode volgens de inspuiterdruk. i Voor het vervolg van de instelling moet het toestel in gestabiliseerde toestand zijn, dat wil zeggen langer dan 5 min. in bedrijf. Gashoeveelheid bij minimaal verwarmend vermogen B Draai de temperatuurregelaar naar links tot in de display 1. (= minimale warmtecapaciteit) wordt weergegeven.
Aanpassen verbeterd rendementketel naar convensionele gaswandketel 8 Aanpassen verbeterd rendementketel naar convensionele gaswandketel Het toestel heeft een hoog rendement en daarom een lagere rookgastemperatuur. Om vochtdoorslag van de schoorsteen te voorkomen, is het belangrijk, dat deze voor de betreffende rookgastemperatuur uitgevoerd is. Bij een vervanging-installatie kan de verbeterd rendementketel in een convensionele verwarmingsketel worden omgebouwd.
Meting rookgasverlies 9 Meting rookgasverlies 10 B Toets indrukken en ingedrukt houden tot de display – – weergeeft. De schoorsteenveegmodus is actief. De toets is verlicht en in de display wordt de aanvoertemperatuur weergegeven. i In de schoorsteenvegermodus gaat het toestel over op het max. nominaal verwarmingsvermogen resp. op het ingestelde verwarmingsvermogen. U heeft 15 minuten tijd, om de waarden te meten. Daarna schakelt de schoorsteenvergermodus weer terug in het normale bedrijf.
Onderhoud 10.1 Checklist onderhoud (onderhoudsprotocol) Datum 1 Laatst opgeslagen storing in de Bosch Heatronic oproepen, servicefunctie .0, (zie pagina 34). 2 Ionisatiestroom controleren, servicefunctie 3.3, (zie pagina 34). 3 Branderbak, inspuiter en brander controleren, (zie pagina 34). 4 Warmteblok controleren, (zie pagina 34).
Onderhoud 10.2 Beschrijving van de verschillende onderhoudsstappen Laatst opgeslagen storing oproepen (servicefunctie .0) B Servicefunctie .0 kiezen (pagina 22). Warmteblok reinigen B Voorwand van de verbrandingskamer verwijderen (pagina 31). B Kabel lostrekken, schroefverbindingen losmaken en warmteblok eruit halen door naar voren te trekken. Een overzicht van de storingen vindt u in de bijlage (zie pagina 36). B Temperatuarregelaar helemaal naar links draaien.
Onderhoud B Het toestel schakelt na ca. 2 minuten uit. Op de display verschijnt A4. B Plaat verwijderen en rookgasafvoerkanaal weer monteren. Na ca. 20 minuten schakelt het toestel automatisch weer in. i Onderhoud platenwarmtewisselaar Bij onvoldoende warmwatervermogen: B Platenwarmtewisselaar demonteren en vervangen, -ofB met een voor roestvrijstaal (1.4401) vrijgegeven ontkalkingsmiddel ontkalken.
Bijlagen 11 Bijlagen 11.1 Storingen Display Beschrijving Oplossing A2 Ontsnapping van rookgas uit de verbrandingkamer. Controleer warmtewisselaar op vervuiling. A3 Rookgasbeveiliging aan de trekonderbreker is onderbroken of maakt kortsluiting. Controleer rookgasbeveiliging en aansluitkabel en vervang indien nodig. A4 Ontsnapping van rookgas uit de trekonderbreker. Controleer rookgasafvoertraject. A6 Rookgasbeveiliging aan de verbrandingskamer is onderbroken of maakt kortsluiting.
Bijlagen Display Beschrijving Oplossing EA Geen ionisatiestroom. Is de gaskraan open? Controleer gasvoordruk, netaansluiting, ontstekingselektrode en kabel, ionisatie-elektrode en kabel, rookgasafvoer en CO2. F0 Interne storing. Controleer of de elektrische stekkercontacten, ontstekingskabel en busmodule goed vastzitten en vervang indien nodig de printplaat of busmodule. F7 Verkeerd ionisatiesignaal. Controleer ionisatie-elektrode met kabel op scheurtjes of insnijdingen etc.
Bijlagen 11.
Ingebruiknemingsprotocol 12 Ingebruiknemingsprotocol Klant/eigenaar van de installatie: ...................................... Plak hier het meetprotocol .................................................................................................. Installateur:............................................................................. .................................................................................................. Toesteltype: ...................................................
Robert Bosch Thermotechniek BV Postbus 379 7300 AJ Apeldoorn Tel.: +31 (0) 55 - 54 34 343 Fax: +31 (0) 55 - 54 34 344 www.bosch-thermotechnik.