3FHJTUFS ZPVS OFX #PTDI OPX XXX CPTDI IPNF DPN XFMDPNF "GXBTBVUPNBBU OM (FCSVJLTBBOXJK[JOH SP..
5HVHW VHF K % K PLQ $ K 6WDUW & 5HVHW VHF
nl Inhoudsopgave 8 Bestemming van - Serviesgoed het apparaat . . . . . . . . . . . . . . . 4 ( Veiligheids- voorschriften .... 5 Voordat u het apparaat in gebruik neemt . . . . . . . . . . . . Bij aflevering . . . . . . . . . . . . . . . . . Bij de installatie. . . . . . . . . . . . . . . Dagelijks gebruik . . . . . . . . . . . . . Deurvergrendeling . . . . . . . . . . . . Toetsenblokkering . . . . . . . . . . . . Bij schade. . . . . . . . . . . . . . . . . . . Bij het afvoeren van het apparaat .
nl Bestemming van het apparaat Uitschakelen van het apparaat . . . Onderbreken van het programma Afbreken van het programma . . . . Wijzigen van het programma . . . . Intensief drogen . . . . . . . . . . . . . . 2 Reinigen en onderhouden Algemene toestand van de machine . . . Onthardingszout en glansspoelmiddel . . Zeven . . . . . . . . . . . Sproeiarmen . . . . . . . . . . . . 28 . 28 . 28 . 28 . 29 . . . 29 . . . . . . . . . . . . . 29 . . . . . . . . . . . . . 30 . . . . . . . . . . . . . 30 . . .
Veiligheidsvoorschriften ( Veiligheidsvoorschriften netfihrcsvordsigheilV ie Dit toestel kan worden gebruikt door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met beperkte fysieke, sensorische of geestelijke vermogens of personen die gebrek aan kennis of ervaring hebben, wanneer zij onder toezicht staan van een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid of geleerd hebben het op een veilige manier te gebruiken en zich bewust zijn van de risico's die het gebruik van het toestel met zich meebrengt.
nl Veiligheidsvoorschriften Bij de installatie Zorg ervoor dat de achterzijde van de afwasautomaat na de installatie niet meer vrij toegankelijk is (aanraakbeveiliging wegens hete oppervlakken). Ga bij het plaatsen en aansluiten te werk volgens de installatie- en montagehandleiding. Tijdens het installeren mag de afwasautomaat niet op het elektriciteitsnet zijn aangesloten.
Veiligheidsvoorschriften Wanneer u boven de afwasautomaat een magnetron inbouwt, kan deze beschadigd raken. Voor een goede stabiliteit van het apparaat mogen integreerbare of onderbouwapparaten alleen onder een doorlopend werkblad worden ingebouwd dat aan de kasten ernaast is vastgeschroefd. Het apparaat niet in de buurt van een warmtebron (radiator, boiler, fornuis of andere apparaten die warmte afgeven) installeren en niet onder een kookplateau inbouwen.
nl Veiligheidsvoorschriften Kinderbeveiliging (toetsenblokkering) Bij schade Toetsenblok ering U kunt uw afwasautomaat beveiligen tegen het onbedoeld afbreken van het programma (bijv. bij indrukken van toetsen door kinderen). Toetsenblokkering activeren: 1. Het gekozen programma starten. 2. De toets + ca. 4 sec. ingedrukt houden tot op de cijferindicatie ’– verschijnt. Als tijdens het programmaverloop een will ekeurige toets wordt aangetipt, verschijnt op de cijferindicatie ’–.
Veiligheidsvoorschriften m Waarschuwing Verwondingsgevaar! Om verwondingen bijv. door struikelen te voorkomen: de afwasautomaat tijdens het in- en uitladen zo kort mogelijk openen. Messen en andere voorwerpen met scherpe punten met de punten naar beneden in de bestekkorf zetten of plat in het messenrek* leggen. Niet op de geopende deur gaan zitten of staan. Let er bij vrijstaande apparaten op dat de korven niet overladen zijn.
nl Milieubescherming Kinderen uit de buurt van de geopende afwasautomaat houden. De afwasautomaat kan nog kleine voorwerpen bevatten die door kinderen ingeslikt zouden kunnen worden, en het water in de binnenruimte is geen drinkwater, het kan afwasmiddelresten bevatten. Let op dat kinderen niet in de tab-opvangschaal 1: grijpen. De vingertjes kunnen in de sleuven beklemd raken.
Kennismaking met het apparaat Binnenkant van het apparaat * Kennismaking met het apparaat Uw afwasautomaat beschikt over de functie eco-droging. Wanneer u het programma Eco 50° hebt gekozen, gaat de deur automatisch open na afloop van het programma. U kunt de eco-droging in- of uitschakelen (zie het hoofdstuk „Apparaat bedienen”).
nl Wateronthardingsinstallatie/Onthardingszout + Wateronthardingsinstallatie/ Onthardingszout outzngsdirhaO nt/eitallatnsingsdirhaontW reta Voor een goed afwasresultaat heeft de afwasautomaat zacht water, d.w.z. water met weinig kalk nodig. Anders zetten zich witte kalkresten op het serviesgoed en de binnenkant van de spoelruimte af. Leidingwater is harder dan 7° dH (1,2 mmol/l), moet onthard worden.
Wateronthardingsinstallatie/Onthardingszout Gebruik van onthardingszout Onmiddellijk vóór het inschakelen van het apparaat zout bijvullen. Hiermee bereikt u dat de overgelopen zoutoplossing onmiddellijk wordt uitgespoeld en corrosie aan het spoelreservoir wordt voorkomen. 1. De schroefdop van het voorraadreservoir 1R eraf draaien. 2. Het reservoir met water vullen (alleen nodig bij het eerste gebruik). 3. Hierna onthardingszout bijvullen (geen keukenzout of tabletten).
nl Glansspoelmiddel , Glansspoelmiddel m ldelpoeisnsaGl Als indicatie Glansspoelmiddel bijvullen h op het bedieningspaneel brandt, dan is er nog glansspoelmiddel voor 1-2 afwasbeurten aanwezig. U moet glansspoelmiddel bijvullen. Glansspoelmiddel hebt u nodig voor streeploos gedroogd serviesgoed en heldere glazen. Gebruik alleen glansspoelmiddel voor huishoudelijke afwasautomaten.
Serviesgoed 1. Deur sluiten. 2. AAN/UIT-schakelaar ( inschakelen. 3. Programmatoets # ingedrukt houden en de START-toets P net zolang indrukken tot de cijferindicatie •:‹... aangeeft. 4. Beide toetsen loslaten. De indicatie van toets # knippert en op de cijferindicatie )" brandt de door de fabriek ingestelde waarde •:‹…. 5. Programmatoets # net zo vaak indrukken tot op de cijferindicatie )" de in de fabriek ingestelde waarde §:‹… verschijnt. Om de instelling te wijzigen: 1. Programmatoets 3 indrukken.
nl Serviesgoed Inruimen Kopjes en glazen 1. Grove etensresten verwijderen. Afspoelen onder stromend water is niet nodig. 2. Het serviesgoed zodanig inruimen dat – het stevig staat en niet kan omvallen; – alle soorten serviesgoed met de opening naar beneden staan; – serviesgoed met een ronding of een holte schuin staat zodat het water er vanaf kan lopen; – het de sproeiarmen 1B en 1J tijdens het ronddraaien niet belemmert. Hele kleine voorwerpen niet in de machine afwassen.
Serviesgoed nl Pannen Bestekkorf Onderste servieskorf 1j Bestek altijd ongesorteerd met de scherpe kant naar beneden inruimen. Om verwondingen te voorkomen: lange, puntige bestekdelen en messen in het messenrek leggen. Tip Erg vervuild serviesgoed (pannen) moet in de onderste korf worden ingeruimd. Door de sterkere sproeistraal verkrijgt u zo een beter afwasresultaat. Tip Andere voorbeelden hoe u uw afwasautomaat optimaal kunt inruimen, vindt u op onze homepage. U kunt deze gratis downloaden.
nl Serviesgoed Houder voor kleingoed * Houdervo rkleingoed * Afhankelijk van het model Hier kunnen lichte voorwerpen van kunststof zoals bekers, deksels enz. vastgeklemd worden. Verstel nvandekorfho gte Verstellen van de korfhoogte * * Afhankelijk van het model De bovenste servieskorf 1* kan – indien gewenst – in de hoogte versteld worden om in de bovenste of in de onderste servieskorf meer ruimte te maken voor hoger serviesgoed. Hoogte van het apparaat 81,5 cm Bovenste korf Stand 1 max.
Afwasmiddel nl . Afwasmiddel A w lm esfai d 3. Om de korf op te tillen: de korf aan de zijkant aan de bovenste rand vastpakken en naar boven trekken. 4. Overtuig u ervan dat de korf – voordat u hem weer in het apparaat schuift – aan beide zijden op dezelfde hoogt ligt. Anders kan de deur van het apparaat niet dicht en heeft de bovenste sproeiarm geen verbinding met het aansluitpunt van de watertoevoer. Bovenste servieskorf met boven en onder een paar rollen 1. De bovenste servieskorf 1* uittrekken. 2.
nl Afwasmiddel Vul afwasmiddel 1. Als het afwasmiddelbakje 9* nog dicht is: vergrendeling 92 bedienen om het te openen. Afwasmiddel alleen in het droge afwasmiddelbakje 9* gieten (tablet plat neerleggen, niet op zijn kant). Dosering: zie de aanwijzingen van de fabrikant op de verpakking. De indeling in het afwasmiddelbakje 9* biedt hulp bij de juiste dosering van poedervormig of vloeibaar afwasmiddel. Gewoonlijk volstaat 20 ml–25 ml bij normale vervuiling. Bij gebruik van tabs is één tablet voldoende.
Afwasmiddel Gecombineerde reinigingsmiddelen Naast de gebruikelijke afwasmiddelen (Solo) wordt een aantal producten aangeboden met extra functies. Deze producten bevatten behalve afwasmiddel vaak ook glansspoelmiddel en zoutvervangende stoffen (3in1) en, afhankelijk van de combinatie (4in1, 5in1, enz.), ook nog extra componenten zoals glasbescherming of glansmiddel voor roestvrij staal. Gecombineerde reinigingsmiddelen functioneren alleen tot een bepaalde hardheidsgraad (meestal 21°dH).
nl Programma-overzicht / Programma-overzicht htcm iazogrm ovePr-a In dit overzicht staat het maximaal mogelijke aantal programma’s vermeld. De bijpassende programma’s en hun rangschikking vindt u op het bedieningspaneel.
Programma-overzicht alle soorten serviesgoed ù/ø koud voorspoelen, tussentijdse reiniging Voorspoelen geen nl Voorspoelen Programmakeuze Aan de hand van het soort serviesgoed en de mate van vervuiling kunt u een passend programma uitzoeken. Aanwijzingen voor testinstituten Testbureaus ontvangen de instructies voor vergelijkingstests (bijv. volgens EN60436). Hierbij gaat het om de voorwaarden voor het uitvoeren van de tests, niet om de resultaten of de verbruikswaarden.
nl Extra functies 0 Extra functies arE xt seitu cf n * afhankelijk van het model Instelbaar via de toetsen extra functies H. Å Tijd besparen (VarioSpeedPlus) * Tijdbesparen(VarioSpe dPlus) Met de functie >>Tijd besparen<< kan de looptijd – afhankelijk van het gekozen afwasprogramma – met ca. 20% tot 66% verkort worden. Om bij verkorte looptijd optimale reinigings- en droogresultaten te bereiken, wordt het wateren energieverbruik verhoogd.
Apparaat bedienen Eco-droging 1 Apparaat bedienen taA rpa Programmagegevens De programmagegevens (verbruikswaarden) vindt u in de korte handleiding. Ze hebben betrekking op normale omstandigheden en de instelwaarde van de waterhardhei d •:‹…. Verschillende factoren zoals de temperatuur van het water en de druk in de waterleiding zijn hierbij van invloed en kunnen tot afwijkingen leiden.
nl Apparaat bedienen Inschakelen van het apparaat Resttijdindicatie 1. Kraan helemaal opendraaien. 2. AAN/UIT-schakelaar ( inschakelen. De indicatie van het programma Eco 50° knippert. Dit programma blijft gekozen zolang er geen andere programmatoets 0 wordt ingedrukt. Op de cijferindicatie )" knippert de vermoedelijke programmaduur. 3. START-toets P indrukken. Het programmaverloop start. Bij de keuze van het programma verschijnt op de cijferindicatie )" de resterende duur van het programma.
Apparaat bedienen Automatisch uitschakelen na afloop van het programma of binnenverlichting* Automatischuitschakel n/Bin enverlichting * afhankelijk van het model Om energie te besparen kan de afwasautomaat 1 min. of 120 min. na afloop van het programma automatisch worden uitgeschakeld. De instelling is van ˜:‹‹ tot ˜:‹ƒ kiesbaar. ˜:‹‹ Het apparaat wordt niet automatisch uitgeschakeld. De binnenverlichting 1" brandt als de deur geopend is, onafhankelijk van de in- of uitgeschakelde AAN-/UITschakelaar (.
nl Apparaat bedienen Uitschakelen van het apparaat Korte tijd na afloop van het programma: 1. AAN/UIT-schakelaar ( uitschakelen. 2. Kraan dichtdraaien (niet bij AquaStop). 3. Na afkoeling het serviesgoed uit het apparaat halen. Opmerking over de functie ecodroging: Wanneer eco-droging is geactiveerd in het programma Eco 50°, gaat de deur automatisch open na afloop van het programma. Dit zorgt voor een optimale droging. Hierbij kunnen kleine hoeveelheden stoom vrijkomen.
Reinigen en onderhouden Intensief drogen Tijdens het glansspoelen wordt de temperatuur verhoogd waardoor het droogresultaat wordt verbeterd. De looptijd kan hierdoor iets verlengd worden. (Wees voorzichtig met gevoelig serviesgoed!) 1. Deur sluiten. 2. AAN/UIT-schakelaar ( inschakelen. 3. Programmatoets # ingedrukt houden en de START-toets P net zolang indrukken tot de cijferindicatie )" •:‹... brandt. 4. Beide toetsen loslaten.
nl Reinigen en onderhouden Gebruik bij het reinigen van uw afwasautomaat nooit een stoomreiniger. De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele gevolgen. De voorkant van het apparaat en het bedieningspaneel regelmatig met een vochtig doekje afnemen. Water met een scheutje afwasmiddel is voldoende. Geen schuursponsjes gebruiken of schoonmaakmiddelen met schuurmiddelen. Dit kan krassen op de oppervlakken veroorzaken.
Wat te doen bij storingen? Sproeiarmen Kalk en etensresten in het afwaswater kunnen de sproeiopeningen en de lagers van de sproeiarmen 1B en 1J blokkeren. 1. Sproeiopeningen van de sproeiarmen op verstopping controleren. 2. De bovenste sproeiarmen afschroeven 1B (1/4 slag). 3. De onderste sproeiarm 1J naar boven eraf trekken. nl 4. Sproeiarmen onder stromend water schoonmaken. 5. Sproeiarmen weer vastdrukken resp. vastschroeven.
nl Wat te doen bij storingen? Afvoerpomp Grote voedselresten of voorwerpen die niet door de zeven zijn tegengehouden, kunnen de afvoerpomp blokkeren. Het spoelwater staat dan tot boven de zeef. 6. Schoepenrad controleren op vreemde voorwerpen en deze eventueel verwijderen. 7. Afdekking weer op de oorspronkelijk positie aanbrengen en omlaagdrukken tot hij vastzit (klik).
Wat te doen bij storingen? nl Storingentabel Storing Indicatie „Watertoevoer controleren” X brandt. Oorzaak Watertoevoerslang geknikt. Kraan dicht. Kraan verstopt of verkalkt. Zeef aan de kraan verstopt. Foutcode “:‹ˆ brandt. Foutcode “:‚ƒ brandt. Foutcode “:‚… brandt. Foutcode “:‚† brandt. Foutcode “:‚‡ brandt. Foutcode “:ƒƒ brandt. Aanzuigopening (aan de rechter binnenzijde van het apparaat) afgedekt door serviesgoed. Verwarmingselement verkalkt of vuil. Waterstop geactiveerd.
nl Wat te doen bij storingen? Storing Foutcode “:ƒ… brandt. Foutcode “:ƒ† brandt. Foutcode “:ƒˆ brandt. Een andere foutcode verschijnt op de cijferindicatie. (“:‹‚ tot “:„‹) Op de cijferindicatie )" verschijnt p of •.* Display knippert. Bijvulindicatie voor zout ` en/of glansspoelmiddel h brandt. Bijvulindicatie voor zout ` en/of glansspoelmiddel h brandt niet. Na afloop van het programma blijft er water in het apparaat staan. 34 Oorzaak Waterafvoerslang verstopt of geknikt.
Wat te doen bij storingen? Storing Serviesgoed niet droog. Oorzaak Geen of te weinig glansspoelmiddel in het voorraadbakje. Een programma zonder drogen gekozen. Waterophoping in het serviesgoed en bestek. Het gecombineerde reinigingsmiddel heeft een slechte droogcapacitiet. Kunststofserviesgoed niet droog. Bestek niet droog. Binnenzijden van het apparaat nat na het spoelen. Intensief drogen voor versterkte droging niet geactiveerd.
nl Wat te doen bij storingen? Storing Etensresten op het serviesgoed. Oorzaak Serviesgoed te dicht op elkaar ingeruimd, servieskorf te vol. Sproeiarmen konden niet ongehinderd ronddraaien. Sproeiers van sproeiarmen verstopt. Zeven 1Z vuil. Zeven 1Z onjuist aangebracht en/of niet vastgezet. Te zwak afwasprogramma gekozen. Serviesgoed te sterk voorgereinigd, daarom kiest de sensortechniek voor een zwak spoelprogramma. Hardnekkig vuil kan gedeeltelijk niet worden verwijderd.
Wat te doen bij storingen? Storing Reinigingsmiddelresten. Watervlekken op kunststofdelen. Oorzaak Deksel van het reinigingsmiddelbakje geblokkeerd door serviesgoed, daarom gaat het deksel niet volledig open. Deksel van het reinigingsmiddelbakje wordt geblokkeerd door het tablet. Tabletten gebruikt in het snelprogramma of korte programma. Oplostijd van het reinigingsmiddel wordt niet bereikt binnen het gekozen korte programma.
nl Wat te doen bij storingen? Storing Witte, moeilijk verwijderbare aanslag op serviesgoed, reservoir of deur. Thee- of lippenstiftresten op het serviesgoed. Oorzaak Inhoudstoffen van het reinigingsmiddel zetten zich af. Deze aanslag laat zich meestal niet chemisch verwijderen (apparaatreinigingsmiddel, ...). Onjuiste waterhardheid ingesteld of waterhardheid is hoger dan 50°dH (8,9 mmol/l). 3-in-1-reinigingsmiddel of bio/ eco-reinigingsmiddel onvoldoende effectief.
Wat te doen bij storingen? Storing Verkleuring op kunststofdelen. Oorzaak Te lage spoeltemperatuur. Serviesgoed te sterk voorgereinigd, daarom kiest de sensortechniek voor een zwak spoelprogramma. Hardnekkig vuil kan gedeeltelijk niet worden verwijderd. Kunststof onderdelen in de Verkleuring van de kunststof onderdelen in de binnenruimte kunnen tijdens de levensduur van de binnenruimte van het afwasautomaat verkleuren. apparaat. Te veel glansspoelmiddel.
nl Wat te doen bij storingen? Storing Oorzaak Roestsporen op het bestek. Het bestek is niet voldoende roestbestendig. Messenlemmeten zijn hier vaak sterker door getroffen. Bestek roest ook wanneer het samen met roestige voorwerpen wordt afgewassen (handgrepen van pannen, beschadigde servieskorven enz.). Zoutgehalte in het afwaswater te hoog doordat het deksel van het zoutreservoir niet goed is vastgedraaid of bij het bijvullen zout gemorst werd. Het apparaat start niet.
Wat te doen bij storingen? Storing Oorzaak Eco-droging gedeactiveerd. De deur gaat niet automatisch open na afloop van het programma Toetsblokkering geactiveerd. * Eco 50°. Programma Eco 50° niet geselecteerd. Extra functies geselecteerd. Intensief drogen ingeschakeld. Deur is niet goed ingesteld. Deur en deurafdichting zijn vuil. De deur laat zich moeilijk openen. De deur laat zich niet sluiten. Voor het instellen van de deurspleet zijn verkeerde schroeven gebruikt.
nl Wat te doen bij storingen? Storing Apparaat blijft steken tijdens het programma of het programma valt stil. Oorzaak Deur niet geheel gesloten. Geen serviesgoed of geurdispenser in het tablettenbakje doen. Bovenkorf drukt tegen de binnendeur en verhindert een goede sluiting van de deur. Stroom- en/of watertoevoer onderbroken. Klappende geluiden van de Afhankelijk van de huisinstallatie, vulventielen. daarom geen apparaatfout. Geen invloed op de werking van het apparaat.
Servicedienst 4 Servicedienst tnsediecviS re 5 Plaatsen en aansluiten nestaP l Als u de storing niet zelf kunt verhelpen, neem dan contact op met de Servicedienst. Wij vinden altijd een passende oplossing, ook om onnodige bezoeken van technici te vermijden. De contactgegevens van de dichtstbijzijnde Servicedienst vindt u op de achterkant van deze gebruiksaanwijzing of in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen. Vermeld bij een telefoongesprek a.u.b. het fabrikaatnummer (ENr.
nl Plaatsen en aansluiten Aflevering Plaatsing Uw afwasmachine werd in de fabriek grondig gecontroleerd op correct functioneren. Hierbij zijn kleine watervlekken achtergebleven. Deze zijn na de eerste afwas verdwenen. De vereiste inbouwmaten vindt u in het montagevoorschrift. Het apparaat met behulp van de verstelbare voetjes waterpas zetten. Let erop dat het apparaat stevig staat.
Plaatsen en aansluiten nl Aansluiten op de waterafvoer Drinkwateraansluiting 1. De noodzakelijke handelingen vindt u in het montagevoorschrift. Eventueel een sifon met aansluitnippel monteren. 2. Afvoerslang met behulp van de meegeleverde onderdelen op de aansluitnippel van de sifon aansluiten. Let erop dat de waterafvoerslang niet geknikt, ingedrukt of ineen gestrengeld is en dat een stop in de afvoer het wegstromen van het water niet belemmert! 1.
nl Plaatsen en aansluiten Warmwateraansluiting * Warmwatera nsluitng * Afhankelijk van het model De afwasautomaat kan op koud of warm water tot max. 60 °C worden aangesloten. De aansluiting op warm water wordt aanbevolen als dit uit een energetisch gunstige warmwaterbereiding en een geschikte installatie ter beschikking staat, bijv. een zonneënergie-installatie met circulatieleiding. Hiermee bespaart energie en tijd.
Plaatsen en aansluiten Elektrische aansluiting Het apparaat uitsluitend via een volgens de voorschriften aangebracht, randgeaard stopcontact op 220 V tot 240 V en 50 Hz of 60 Hz aansluiten. Zie het typeplaatje 9: voor de vereiste zekering. Het stopcontact moet zich in de buurt van het apparaat bevinden en ook na het inbouwen gemakkelijk bereikbaar zijn.
nl Plaatsen en aansluiten Transport Bescherming tegen vorst Afwasmachine leeg laten lopen en losse onderdelen vastzetten. Het apparaat in de volgende stappen legen: 1. Kraan opendraaien. 2. Deur sluiten. 3. AAN/UIT-schakelaar ( inschakelen. 4. Programma met de hoogste temperatuur kiezen. Op de cijferindicatie )" verschijnt de vermoedelijke duur van het programma. 5. START-toets P indrukken. Programma start. 6. Na ca. 4 minuten START-toets P net zolang indrukken tot de cijferindicatie ‹:‹‚ aangeeft.
.LQGHUEHYHLOLJLQJ GHXUYHUJUHQGHOLQJ â $WWHQWLH .LQGHUEHYHLOLJLQJ DFWLYHUHQ 'HXU RSHQHQ ELM JHDFWLYHHUGH NLQGHUEHYHLOLJLQJ .
$TXD6WRS JDUDQWLH WFSWBMU CJK BQQBSBUFO [POEFS "RVB4UPQ "MT BBOWVMMJOH PQ EF HBSBOUJF BBOTQSBLFO UFHFOPWFS EF WFSLPQFS JO EF LPPQPWFSFFOLPNTU FO BMT BBOWVMMJOH PQ PO[F HBSBOUJF PQ IFU BQQBSBBU XPSEU V TDIBEFMPPT HFTUFME BMT BBO POEFSTUBBOEF WPPSXBBSEFO XPSEU WPMEBBO "MT EPPS FFO GPVU JO POT "RVB4UPQ TZTUFFN XBUFSTDIBEF XPSEU WFSPPS[BBLU WFSHPFEFO XJK EF TDIBEF BBO QBSUJDVMJFSF HFCSVJLFST 0N IFU XBUFSCFWFJMJHJOHTTZTUFFN UF HBSBOEFSFO NPFU IFU BQQBSBBU PQ IFU FMFLUSJDJUFJUTOFU [JKO BBOHFTMPUFO