Installation Instructions
6 720 613 558 (2007/01)
Installatie | 7nl
3.2.2 Aansluiting 230 V AC
B Gebruik alleen elektrische kabels van dezelfde
kwaliteit.
B Sluit op de uitgangen geen extra besturingen
aan die overige installatiedelen besturen.
Bij aansluiting van meer dan één verbruiker (ver-
warmingstoestel, enz.):
B Wanneer de maximale stroomopname groter
is dan de waarde van de in de schakeling
opgenomen scheidingsvoorziening met een
contactafstand van minstens 3 mm (bijvoor-
beeld zekering, aardlekschakelaar, moeten de
gebruikers apart van zekeringen worden voor-
zien.
3.2.3 Aansluitschema’s met installatievoor-
beelden
De getoonde installatievoorbeelden zijn maxi-
male uitbreidingen van de solarsystemen 1, 2.
Door het achterwege laten van systeemopties
(bijv. 2e collectorveld of systeem met/zonder
voorrang) zijn andere installatieconfiguraties
mogelijk.
ISM 1 in solarinstallatie met zonneboiler voor
drinkwaterverwarming en thermische desinfec-
tie van de zonneboiler (systeem 1-E):
Æ Afbeelding 9 op pagina 28
ISM 2 in solarinstallatie met combizonneboiler
voor drinkwaterverwarming en verwarmingson-
dersteuning (systeem 2):
Æ Afbeelding 18 op pagina 31
ISM 2 in solarinstallatie met twee collectorvel-
den, met voorrangzonneboiler en via warmte-
wisselaar aangesloten opwarmsysteem met
twee boilers voor drinkwaterverwarming en
thermische desinfectie van alle boilers
(systeem 1-ABCDE):
Æ Afbeelding 19 op pagina 32
ISM 2 en ISM 1 in solarinstallatie met twee col-
lectorvelden, met zonneboiler voor drinkwater-
verwarming met thermische desinfectie en via
warmtewisselaar aangesloten bufferzonneboi-
ler voor verwarmingsondersteuning
(systeem 2-ACDE):
Æ Afbeelding 20 op pagina 33
De maximale vermogensopname
van de installatiedelen mag niet
groter zijn dan de aangegeven ver-
mogensopname (Æ hoofdstuk 2.4
op pagina 5).










