Installation Instructions

6 720 613 555 (2007/01)
Inbedrijfname | 9nl
4 Inbedrijfname
4.1 Codering
B Voor het schakelen van de codeerschakelaar:
Onderbreek de voedingsspanning
(230 V AC) van de hele verwarmingsinstalla-
tie.
B Wijs verwarmingscircuits en evt. boileropwar-
mcircuits met de codeerschakelaars toe
1)
.
Voorbeeld:
Æ Afbeelding 24 op pagina 38:
Verwarmingscircuit 1 (HK
1
) = codeerscha-
kelaar I op 1
Verwarmingscircuit 2 (HK
2
) = codeerscha-
kelaar II op 2
Boileropwarmcircuit (WS
2)
) = Codeerscha-
kelaar I op 3
Verwarmingscircuit 4 (HK
4
) = codeerscha-
kelaar II op 4
enz. tot verwarmingscircuit 10
B Schakel de voedingsspanning (230 V AC) van
de hele verwarmingsinstallatie pas in als alle
circuits met een codering zijn toegewezen.
De functie-indicaties branden continu.
4.2 Blokkeerbescherming
Blokkeerbeveiliging pomp:
De aangesloten pomp wordt bewaakt en na
24 uur stilstand gedurende korte tijd in wer-
king gesteld. Daardoor wordt vastzitten van
de pomp voorkomen.
Blokkeerbeveiliging menger:
De toegewezen menger wordt bewaakt en na
24 uur stilstand gedurende korte tijd in wer-
king gesteld. Daardoor wordt vastzitten van
de menger voorkomen.
1) De basisinstelling van alle codeerschake-
laars is off
2) Boileropwarmcircuits na de hydraulische
poort moeten codering 3 of hoger krijgen.